Columns uit Thailand 2020

Voorgaande columns
25 november 2012-3 januari 2014, 4 januari 2014-30 december 2014, 31 december 2014-31 december 2015, 1 januari 2016-31 december 2016, 1 januari 2017-31 juli 2017, 1 augustus-25 november 2017, 26 november 2017-31 december 2017, 1 januari 2018-29 maart 2019, 30 maart 2019-31 december 2019

Thailand, 22 oktober – Aan mijn toiletlijst een nieuw toilet toegevoegd, wat goed uitkomt want restaurant Sarica waar ik voorheen de avondmaaltijd gebruikte en een toilet heeft dat aan mijn eisen voldoet, is gesloten. Het herentoilet in Shenanigans, waar ik sindsdien eet, is ongelukkig geconstrueerd en het toilet van de Red Dragon bar is te klein. De jongste aanwinst bevindt zich in Midnight, een bar die grenst aan Red Dragon en ingrijpend verbouwd is. Het begint al met de deur van matglas waarop een fraaie Jugendstil vrouwenfiguur staat. Daarachter een ruim toilet zodat ik me niet in allerlei bochten hoef te wringen. Het enige minpuntje is het toiletpapier, dat net zo dun is als sitspapier.

Thailand, 21 oktober – Ik ben de facto geheelonthouder, niet de jure om het eens deftig te zeggen. Ik kan me de dag niet heugen dat ik voor het laatst bier heb gedronken. Ik verdraag de goudgele rakker niet (meer). In Shenanigans, de Ierse pub die als een van de weinige horecagelegenheden in Bangkok over klandizie niet mag klagen, drinken de meeste klanten bier. Uit grote pullen. Ik drink als een van de weinigen water of koffie. In de Dragon bar in Patpong, waar ik doorgaans de enige klant ben, wil ik mezelf wel eens trakteren op een Breezer lemon. Dat is mijn enige (licht)alcoholische uitspatting. U zult me nooit dronken zien.

Thailand, 20 oktober – Een van de moderne opvoedingsadviezen waarvan ik gruw is dat je als ouder bij alles het waarom moet uitleggen, zoals waarom iets niet mag. Een kindje zou het dan begrijpen en ernaar handelen. Daar geloof ik niets van, alhoewel leeftijd natuurlijk wel een rol speelt. Dus als het kindje vraagt Waarom? luidt mijn antwoord Daarom! Ik weet ook wel: Daarom is geen reden, als je van de trap afvalt, ben je snel beneden. Maar uitleggen doe ik niet. Waar ik ook een hekel aan heb: Kindertjes die in een gesprek inbreken, bijvoorbeeld tussen een moeder en haar vader. Mijn moeder zou gezegd hebben: Op je beurt wachten, ik praat nu met je opa.

Thailand, 19 oktober – Ineens viel de overeenkomst me op: de telefoonzombies tegenover me in de metro en de wachtenden in de wachtkamer van tandarts Cornelisse in Schiedam, een onaangename man die een jarenlange angst voor de tandarts in me heeft geplant, totdat tandarts Mosk, ook in Schiedam, me ervan verloste. Cornelisse had de irritante gewoonte om over mijn hoofd met zijn assistente te praten. Naar verluidt was hij een vakman, maar hij miste de meest essentiële kwaliteit van een tandensmid: empathie. De wachtkamer was een kwelling: tjokvol met wachtenden die geen boe of bah zeiden en wachtten tot het zoemertje voor hen klonk.

Thailand, 18 oktober – Eten wat de pot schaft, was het motto bij ons thuis. Mijn moeder vroeg nooit: wat wil je eten, zoals ouders van nu doen, opgehitst door het gelijknamige tijdschrift. We moesten alles eten wat op tafel kwam met uitzondering van tuinbonen waar mijn vader gek op was. Die kookte ze apart voor hem. Lange tijd had ik een hekel aan spruitjes, andijvie, spinazie, witlof, bloemkool tot ik ontdekte dat de bereidingswijze hét verschil maakt tussen vies en lekker. Van sla houd ik nog steeds niet, ik zeg mijn vader na: konijnenvoer. Maar aangemaakt met een goede vinaigrette smaakt het wel.

Thailand, 17 oktober – Las op een tas Oh happy day en zag in gedachten een rij swingende dikke negerinnen in toga die de dag loofden waarop Jezus hun zonden weg wasten (https://youtu.be/olQrCfkvbGw). In mijn kinderjaren was mijn verjaardag een happy day. Traditie was dat mijn moeder een huzarenslaatje maakte, een van haar weinige culinaire prestaties want verder had ze geen grote belangstelling voor culinaire avonturen. De avond tevoren kookte ze extra aardappelen, die tezamen met mayonaise, zilveruitjes, augurkjes en nog meer tot een verrukkelijke maaltijd leidden. In AH wel eens een huzarensalade gekocht, maar die haalt het niet bij die van mijn moeder. Die mist het ingrediënt liefde.

Thailand, 16 oktober – De kleine dragon bar in Patpong, die ik chicken bar noem, is weer open en dat is wel zo prettig want er staat een comfortabele tweezits bank. Dus neem ik afscheid van de grote dragon bar ernaast met ongemakkelijke krukken waarvan de metalen leuning pijn doet aan mijn rug. De oude kanaalindeling is ook weer terug, dus kan nu kijken naar BBC. Gisteravond toonde die beelden van het protest in Bangkok, meldde dat het aantal besmettingen in Europa de pan uitrijst en dat Nederland de horeca op slot heeft gedaan. Heerlijk om weer eens perfect Engels te horen – dat mis ik hier als overtuigd anglofiel.

Thailand, 15 oktober (Vervolg van gisteren) – Na het eten deden we samen de afwas, mijn moeder  waste af, ik hanteerde de theedoek. Daarna dronken we koffie. Vaak zette ik een plaatje op, iets klassieks. 18 september was haar geboortedag. Als ze nog geleefd had, zou ze vorige maand 110 jaar zijn geworden. Ze overleed als laatste van drie zussen, lang voordat mijn Thaise avontuur begon. Als ik haar in één woord typeer, is dat nuchter. Ze was gehard door de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog. Ze leeft voort in mijn herinneringen. Herman van Veen zingt: Een mooie herinnering neem je overal mee naar toe (https://youtu.be/_7FSzTomD00). Ook naar Thailand.

Thailand, 14 oktober – De laatste jaren van haar leven ging ik elke zondagavond eten bij mijn moeder. Dat deden we allebei voor de gezelligheid, want zij was alleen en ik was alleen. Ze besteedde dan ook meer aandacht aan het eten, want de overige dagen deed ze er niet veel moeite voor. Ze was trouwens nooit een keukenprinses. Ons favoriete gerecht was asperges met een botersausje en gekookt ei. De asperges kwamen uit een potje, maar die waren niet minder lekker dan verse, die we ook aten als ze te koop waren. Als toetje aten we yoghurt of vla. (Wordt vervolgd)

Thailand, 13 oktober – Veel kan niet zonder weinig, lang heeft kort nodig en zo is het ook in het menselijk verkeer. Veel paren die ik zie, bestaan uit tegenstellingen: dik gaat met dun, mooi gaat met lelijk, oudere expat gaat met jonge Thaise deerne. Extremen zoeken elkaar op. Geldt het ook voor vriendschappen of geldt daarvoor: soort zoekt soort? Een miljonair trouwt niet met een armlastige meid. Was eens getuige van een brutale journalist die aan een beeldschone meid vroeg of haar partnerkeuze was ingegeven door de dikke portemonnee van haar geliefde, een oude man. Ze reageerde gevat: Toevallig ben ik ook rijk. Daar had hij niet van terug.

Thailand, 12 oktober – Zoals ik gisteren schreef, was de enige échte limonade die ik als kind dronk Hero Cassis, maar alleen in de vakanties. De overige dagen was kraanwater goed genoeg om de dorst te lessen en op verjaardagen kregen we limonadesiroop aangelengd met water. Op Nieuwjaarsdag gingen we op bezoek bij oma. We dronken er ‘Up’, zoals oma Seven Up noemde, en aten appelflappen. Van banketbakkerij Vroon, want dat waren de beste. Elk jaar herhaalde dat ritueel zich. Mijn moeder, haar twee zussen en oma gingen zich te buiten aan één klein glaasje advocaat met slagroom. Wat de mannen dronken weet ik niet meer. De kleinkinderen speelden Pim Pam Pet.

Thailand, 11 oktober – Zag een jonge vrouw met de tekst Coca Cola in de bekende sierlijke letters op haar borst(en) – dat wil zeggen als ze die heeft en niet een opgevulde bh draagt. Kan me de dag niet heugen dat ik het gedronken heb. ’t Is een suikerbom, hetgeen ik eens overtuigend heb zien aantonen door het verhitten van het drankje. Wat overbleef was een dikke laag suikerdrab. In mijn kinderjaren dronk ik Hero Cassis, maar alleen in de vakanties. Zelfs op verjaardagen kregen wij kinderen limonadesiroop aangelengd met water. Dus die Cassis was een tractatie. Later nog wel eens geproefd, leek een stuk zoeter dan ik me kon herinneren. (Wordt vervolgd)

Thailand, 10 oktober – Twee nieuwe T-shirt teksten: All you need is less en I know your name. De eerste refereert aan de consuminderen beweging, de tweede duidt op telepathische gaven. Ik ben niet naar de persoon gestapt om te vragen: hoe heet ik dan? Over de noodzaak om minder te consumeren lees ik nooit meer iets. Die trend heeft zich niet vastgezet in het consumentengedrag. Zeker in Thailand niet, waar de televisie om de haverklap programma’s, zelfs het journaal, onderbreekt om reclame te maken voor meer. Thailand mist een instantie als Sire, stichting ideële reclame. Die zou er dag- (en nacht)werk aan hebben.

Thailand, 9 oktober – Ik heb geen telefoonspelletje nodig om mij te amuseren. Wanneer ik op het verhoogde terras van Indulge aan de Sukhumvit Road koffie drink (van Illy, weet u nog?), speel ik een spelletje met mezelf. Dick 1 telt de passerende witte wagens, Dick 2 de zwarte wagens. We spelen 5 minuten en wie wint rekent de koffie af. Bij een tweede spel turven we merken: Mercedes en BMW. Toyota doen we niet, want degene die Toyota telt, is bij voorbaat de winnaar. Vervolgens doen we een wedstrijdje automerken raden en soms om het moeilijk te maken inclusief model. We doen ook raden maar: gemiddelde bezetting per wagen, aantal passerende wagens per minuut. Ik win alle spelletjes.

Thailand, 8 oktober – Twee Nederlanders zijn gebrouilleerd met mij. De een omdat ik vroeg of mijn aanwezigheid hem gestoord had toen hij tijdens onze afspraak ruim 10 minuten zat te bellen. De tweede noemde mij een nare man omdat ik verzuimd had hem beterschap te wensen toen hij in het ziekenhuis lag. Beiden willen mijn nieuwsbrief niet meer ontvangen. Dat het contact met nummer 1 is verbroken, vind ik niet erg. Hij heeft de intellectuele diepgang van een kikkerbadje, heeft geen gevoel voor humor, lulde alleen over zichzelf en heb hem nooit betrapt op enige belangstelling voor mijn werk. Nummer 2 dupeert alleen zichzelf; hij kan zich nu niet meer optrekken aan mijn voortreffelijke taalgebruik, waaraan hij niet kan tippen.

Thailand, 7 oktober –  Leuk gezicht in metrostation Sukhumvit en Silom: een rij bakvissen voor een reuzenbeeldscherm,  mobieltje in de aanslag, wachtend op het moment suprême waarop een reclamespotje hun hartebreker toont. Dat is in alle gevallen een Zuid-Koreaanse K-pop zanger waarvan ze erg opgewonden kunnen raken. Bij panelen met stilstaande portretten vindt een ander ritueel plaats. Daar gaan ze naast staan en laten zich door een vriendin fotograferen. Al die jongens lijken een kloon van Barbie’s vriend Ken. Ze hebben een babyface wat misschien hun populariteit verklaart. Ze appelleren aan het moederinstinct van de meisjes. De fans hebben pech, want alle concerten zijn geannuleerd vanwege de pandemie.

Thailand, 6 oktober – Het conflict met de receptionist van mijn hotel dat ik eerder beschreef, krijgt een onverwachte wending. Ik heb de afrekeningen van mijn kamerhuur doorgenomen en wat blijkt? De betalingen op 25 maart en 27 april zijn op dezelfde periode geboekt, namelijk 27/2 tot 27/3 met als gevolg dat alle volgende betalingen op de verkeerde maand staan. Boon die  mij beschuldigt van 2 maanden achterstand, heeft alleen gekeken naar de laatste afrekening. Ik wist dat dit niet kon kloppen, want ik heb eenmaal de betaling uitgesteld van het begin naar het einde van de maand. Hoe waar is de uitdrukking: Wie wat bewaart, heeft wat.

Thailand, 5 oktober – Verse oogst aan teksten op T-shirts en tassen: Beer is medicine, I’m never wrong I’m the boss, Feel great, Merci, Not average, One bag saves many lives, It’s a good day for a good day, Give blood, Bleib ruhig und sprich Deutsch, I’m gonna win, Just in case, Why so serious? De eerste twee staan op nog niet verkochte T-shirts. Elke keer als ik er langs loop, wordt mijn oog er door getrokken. Ik denk dan: Je zal toch een baas hebben die zegt het nooit bij het verkeerde eind te hebben. Onder zo’n baas zou ik nooit willen werken. Wie wel?

Thailand, 4 oktober – Ik eet (bijna) geen fruit. Dat heeft twee redenen: Fruit wordt in porties verkocht die te groot zijn voor mij, ik kan dan de helft weggooien. De tweede reden is dat mijn favoriete vruchten niet te koop zijn of niet lekker. Aardbeien zijn deels nog groen, hard en zuur; sinaasappels zijn vaak niet sappig; druiven hebben een harde schil en de pitten moet ik met een tandenstoker tussen mijn tanden wegpulken. Aalbessen en kersen heb ik nog nooit gezien, perziken alleen op sap. De enige inheemse vrucht die ik kan waarderen is de rijpe mango, maar die wordt verkocht in combinatie met kleefrijst (bah!).

Thailand, 3 oktober – Het brein is een raadselachtig apparaat. Moest ineens denken aan een zaalpraatshow in Vlaardingen die ik destijds co-presenteerde. Ik interviewde een plaatselijke aannemer die de meeste nieuwbouw in de stad bouwde. Mijn openingsvraag was: weet u welke houtsoorten zijn verwerkt in de tempel van Salomo? Mijn geheugen zei: cipres en oleander, maar ik kon maar niet op de derde komen. De hele avond gisteren over gepeinsd maar noppes. Tot mij vanochtend ineens te binnen schoot: ceder. De aannemer, een gelovig man die bij elke oplevering de Heere God dankte, noemde ceder en cipres en opperde als derde eikenhout. Dat leidde tot gegniffel in de zaal.

Thailand, 2 oktober – Ik heb een aversie tegen dikke mensen behalve tegen dikke koks, want een goede kok dient dik te zijn. Zie in Thailand behoorlijk veel dikke mensen – dikke kinderen ook. Op het terras van Shenanigans zat gisteren een gekleurde vrouw, wier postuur leek op het Michelin mannetje. Forse boezem, uitpuilende buik, dikke benen. Ze had een klein hoofd dat helemaal niet paste bij dit formaat, met pruillippen, hamsterwangetjes en een onderkin. Naast haar zat een blanke man: Wat ziet hij in haar? Op een tas in de metro las ik: True Love Lasts Forever. Zou dat de verklaring zijn?

Thailand, 1 oktober (Vervolg van gisteren) – Ik ga nog even door met mijn conflict dat ik de afgelopen twee dagen beschreef. Mocht de receptionist een bord voor zijn kop hebben, dan zal ik hem erop wijzen dat het hotel in overtreding is door 9 baht in rekening te brengen voor een eenheid elektriciteit, terwijl het elektriciteitsbedrijf 4,2 baht rekent. Dat mag helemaal niet, een kleine verhoging voor overheadkosten mag, maar niet zoveel. Ook de kamerhuurder naast mij (wij zijn de enige twee op de derde verdieping, de andere negen kamers staan leeg), een Zuid-Afrikaanse leraar Engels, klaagt erover. De opslag riekt naar oplichting. Ben benieuwd wat die sufkop daarop heeft te zeggen.

Thailand, 30 september  (Vervolg van gisteren) – Wanneer mister Boon, die ik heb uitgescholden omdat hij over een betalingsachterstand begon te zeiken, er opnieuw over begint, zal ik hem vragen of hij op de hoogte is van Covid 19. Ik zal hem onder zijn neus wrijven dat 90 procent van de hotels in Thailand geen gasten hebben. Hij dient dankbaar te zijn dat ik nog steeds in het hotel bivakkeer en zijn salaris mede betaal. Maar ik denk niet dat hij een derde poging waagt. Van service heeft hij sowieso geen kaas gegeten. Als ik hem iets vroeg, begon hij altijd diep te zuchten. Zijn vrouwelijke collega begrijpt het wel. (Wordt vervolgd)

Thailand, 29 september – Ik heb een conflict met mister Boon, de receptionist van mijn hotel. Ineens zei hij dat ik een betalingsachterstand van 2 maanden heb, maar dat klopt niet: ik heb een achterstand van 1 maand, al ruim een jaar en nooit is er over geklaagd. Heb ik hem ook gezegd, maar hij begon er onlangs weer over toen ik mijn kamerhuur aan zijn vrouwelijke collega betaalde, die de kas beheert. Ik werd kwaad en schold hem uit. Nu zegt hij geen boe of bah meer tegen me. Maakt niet veel verschil, dat deed hij al niet. Zijn dagbesteding bestaat uit suffen, eten en naar domme soaps kijken. (Wordt vervolgd)

Thailand, 28 september –  Gisteravond: Om half zeven begon het te druppelen, daarna ging het regenen en vervolgens gingen de hemelsluizen wagenwijd open. Ik zat in een bar in Patpong, was de enige klant, personeel van twee gogo bars speelde pool biljart en de tv was uitgevallen. De serveerster klaagde, wat ze elke avond doet, dat er geen klanten zijn. Ik besloot een taxi te nemen en de metro over te slaan. De chauffeur vroeg 500 baht, ik zei 200 baht, hij zei 300 baht, ik zei 200 baht, hij zei 300 baht, ik zei akkoord. Ik was niet nat geregend, maar aangekomen bij mijn hotel, stapte ik in een plas water. Mijn vloek laat ik onvermeld.

Thailand, 27 september – Als ik een Thai was, wat God verhoede, wat zou ik willen worden: Taxibestuurder? Dan kan ik passagiers oplichten door de meter niet aan te zetten en een exorbitant hoog bedrag vragen voor de rit. Of tuk-tukbestuurder? Als een gek rijden alsof ik in training ben voor Formule-1 races, geen acht slaand op verkeersdrempels. Of politieagent, zodat ik een centje kan bijverdienen door verkeersdeelnemers af te persen? Of zou ik verkeersregelaar willen worden bij een uitrit, zodat ik de godganse dag op een snerpend fluitje kan blazen en met een rode vlag kan zwaaien? Maar als ik in een rijke familie geboren zou worden, hoefde ik helemaal niet te werken. Da’s pas ideaal!

Thailand, 26 september – Een goede kennis van me, huisarts in ruste, heeft me geadviseerd minstens een uur per dag te lopen om als ouwetje niet vast te roesten. Daarom stap ik een metrohalte eerder uit wanneer ik naar Shenanigans in Surawong ga voor de avondmaaltijd. Mijn bezoeken aan Hangover in Sukhumvit soi 22 vereisen ook een flinke tippel. Het zijn geen vrolijke wandelingen, ik kom langs leegstaande winkelpanden, rolluiken die niet meer opengaan, gesloten winkels van 7-Eleven en opschriften als For Rent. Thailand heeft als prioriteit besmettingen uit te bannen. Dat lukt het land aardig, maar het eist een zware tol. Het middel lijkt erger dan de kwaal.

Thailand, 25 september – Gisteren weer zonder paraplu op pad gegaan, maar het bleef droog, dus een vijfde paraplu hoefde ik niet te kopen. De vier hangen keurig op een rijtje aan de gordijnroede in mijn kamer. Eigenlijk is alleen één bruikbaar, de vierde die ik eergisteren aanschafte. Twee andere zijn kapot, een is te klein naar mijn zin. Waarom gooi je ze dan niet weg, vraagt u zich misschien af, of geef ze aan een arme dakloze zwerver. Ik kom er altijd enkelen tegen die op straat liggen te slapen, dat wil zeggen als het droog is. Ik vind het een triest gezicht. Welk verhaal schuilt achter hun lot?

Thailand, 24 september – Ik heb vier paraplu’s. De vierde heb ik gisteren aangeschaft toen ik met de metro parapluloos arriveerde in Silom en de regen in bakken naar beneden kwam. Vanaf dit station tot het skytrain station Sala Daeng via de overdekte voetgangersbrug gelopen, verder onder een luifel en daarna een coffeeshop ingedoken, nog steeds redelijk droog gebleven en gewacht tot de regen zou minderen. Dat duurde me te lang, dus in een 7-Eleven een paraplu gekocht ad 109 baht. Die beschermde mij de rest van de route naar Shenanigans, maar niet mijn schoenen die niet meer waterdicht zijn. Het was er druk, een grote uitzondering in de horeca van Bangkok.

Thailand, 23 september – Verse oogst aan teksten op T-shirts en tassen: Drop dead, This is what the world’s greatest papa looks like, Great things when we live united, Today is a good day, I choose to be happy, Feel great, Merci, Not average, Yes I am fat and I will eat you, Campus Crusade for Christ en als laatste twee teksten die op de shirts staan van de serveersters van bistro Hangover: No one here has to know, en We love to party. Ik zie ook veel shirts met merknamen van auto’s, maar alleen de duurdere merken. Ook kom ik veel nummers en namen van voetbalspelers tegen, soms van Nederlandse. Dat schept een band.

Thailand, 22 september – Ik heb nog nooit een selfie gemaakt. Dat kan niet eens want mijn Thaise telefoon heeft die functie niet en mijn Nederlandse telefoon heeft slechts een opslagcapaciteit van drie foto’s. Bovendien neem ik die nooit mee als ik uitga. Dus mij en alles wat ik eet, krijgt u nooit te zien; dat is ook volstrekt oninteressant. Selfies worden gemaakt uit ijdelheid. Zag een treffend voorbeeld op het terras van Shenanigans. Een meid nam allerlei quasi-verleidelijke poses aan toen ze zich eerst liet fotograferen door een serveerster, daarna door haar Chinese (?) vriend en daarna maakte ze selfies. Ik vind dat selfie-gedoe maar een rare gewoonte.

Thailand, 21 september – Interessante tekst gezien op een shirt: Democracy is in our heart. Dat is wel erg actueel nu studenten en leerlingen demonstreren voor democratie. Ze eisen het aftreden van de regering en premier Prayut, een nieuwe grondwet en beëindiging van het intimideren van tegenstanders. De harde kern van de demonstranten eist ook hervorming van de monarchie, wat in Thailand met zijn strengste lèse majesté wetgeving vloeken in de kerk is. Het land is bezig aan zijn 20e grondwet; zal een 21ste hét verschil maken? Nee, het land heeft geen nieuwe grondwet nodig, maar een harttransplantatie.

Thailand, 20 september – De tropische storm Noul die het weekend in grote delen van Thailand zeer zware regenbuien op zijn geweten heeft, was mij gisteren gunstig gezind. Op de heenreis naar Sam Yan druppelde het alleen heel licht op de eerste etappe die ik achterop een motortaxi aflegde, verder was het droog. Ook op de terugweg was er geen vuiltje aan de lucht, figuurlijk gesproken dan want de lucht was dreigend vuil. Toen ik in Shenanigans arriveerde om te gaan eten, was het personeel druk bezig de nat geregende terrastafels en -stoelen te drogen. Ik was de tweede klant. Maar in tegenstelling tot andere zaken zit de Ierse pub meestal ’s avonds stampvol.

Thailand, 19 september – Ik heb geen mobieltje nodig om me te amuseren, ik hoef geen candy crush te spelen om de verveling te verdrijven. Mijn oog is een radar die constant de omgeving scant. Er is zoveel te zien en daar bedoel ik geen toeristische bezienswaardigheden mee. Anderen lopen er gedachteloos aan voorbij; ze kijken wel maar zien niets. Wat ik zie, roept vaak associaties en herinneringen op. Op Silom Road passeerde ik een koper ensemble. Moest denken aan een dito ensemble van het Leger des Heils dat in de adventsweken op straat bij de kerstpot kerstliederen speelde. Geen Jingle Bells of White Christmas, maar Ere zij God en Stille Nacht.

Thailand, 18 september – De afgelopen twee columns wijdde ik aan het Stedelijk Museum in Amsterdam (nooit bezocht) en Rijksmuseum (wel bezocht). Dat leidde tot de vraag welke andere musea ik zoal heb bezocht en welke ik nog zou willen bezoeken. Om met die laatste te beginnen, dat zijn het Centre Georges Pompidou in Parijs en het Museum of Modern Art (MoMa) in New York, beide niet vanwege hun kunstcollecties maar hun architectuur. In Thailand ben ik alleen in het Bangkok Art and Culture Centre geweest, maar dat is strikt genomen geen museum. Het lijkt een beetje op het MoMa. Dus naar New York hoef ik niet meer.

Thailand, 17 september (Vervolg van gisteren) – Dus niet in het Stedelijk Museum van Amsterdam geweest, maar wel in het Rijksmuseum – lang geleden nog voor de verbouwing. Ging er samen met een vrouw uit Georgië naar toe, die in Rotterdam illegaal als escort werkte en spijbelde van haar werk. Ze had de mooiste amandelvormige ogen van alle vrouwen die ik heb gekend. Het was een leuk uitstapje, onderweg in de trein wees ik haar op volkstuinhuisjes die ik datsja’s noemde, ik wist geen beter woord. Onvergelijkbaar want een datsja is een buitenhuis. Jaren later belde ze me ineens en vertelde getrouwd te zijn met een Nederlander en in Roosendaal te wonen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 16 september – Zag in de metro een aantrekkelijke jonge vrouw (maar daar gaat het nu niet om) die een tas droeg waarop stond: Stedelijk Museum Amsterdam. Ik vroeg haar of ze er geweest was, wat een vrij overbodige vraag was want die tassen kun je niet kopen bij 7-Eleven. Ze knikte bevestigend, ik stak mijn duim op. Wat ze daarna zei, kon ik niet verstaan. Sowieso maakt het metrovoertuig een hoop herrie, maar zo’n mondkapje reduceert de spraak tot onduidelijk gemurmel. Wel jammer, had met haar een boom willen opzetten over Vincent van Gogh en andere schilders. In het Stedelijk ben ik nog nooit geweest, wel in het Rijksmuseum. Dat vertel ik morgen.

Thailand, 15 september – De koffie in Indulge is 40 baht duurder dan de koffie in Shenanigans en 35 baht duurder dan in Hangover. Maar het is wel Illy koffie, je krijgt er een koekje bij en gratis een hoop herrie van het verkeer op Sukhumvit Road. Dat raast in afleveringen langs, losgelaten door de verkeerslichten op het kruispunt met de Asok-Montri Road. Zware motoren maken het meeste lawaai, de bestuurders lijken een diepe doodswens te hebben, zo snel rijden ze. De koffie in Indulge krijgt van mij een 8, de andere twee een 7. Koffie van Starbucks drink ik nooit: het is slootwater, evenals de koffie in Took Lae Dee, het restaurant van Foodland, en het is te duur.

Thailand, 14 september – Black Canyon belooft A taste from paradise available on earth. Ik geef toe dat de champignonsoep die ik wel eens in de coffeeshop annex eatery eet, lekker romig is, dat ze pittige koffie schenken en dat het ijs ook niet valt te versmaden. Maar dat die beschikbaar zouden zijn in het paradijs, lijkt me onwaarschijnlijk. Bij de champignonsoep krijg ik altijd een lepel met een rond kommetje. Je moet de mond van een breedbekkikker hebben om zonder morsen de soep naar binnen te werken. Dus ik vraag altijd een lepel met een taps toelopend kommetje. De sneetjes brood die erbij worden geserveerd, zijn besuikerd – letterlijk. Die mot ik niet.

Thailand, 13 september – Werd in de metro herinnerd aan mijn HBS-tijd en de lessen scheikunde. Op het shirt van een vrouwelijke passagier las ik 29 CU Copper en 52 TE Tellurium. Naast elkaar geplaatst vormden ze het woord CUTE. Het zijn twee elementen op het periodiek systeem der elementen, een tabel met de chemische elementen gerangschikt naar hun atoomnummers. Heb het uit mijn hoofd moeten leren. Van wat ik geleerd heb, weet ik bijna niets meer. Ja, H2O is water, het bestaat uit 2 atomen waterstof en 1 zuurstof. Maar het water dat ik drink, smaakt er niet anders door.

Thailand, 12 september – Ik heb de indruk dat de deuren van de metro langer open blijven dan voorheen. Ik klokte 24 seconden. Die langere tijd komt de ventilatie ten goede, wat het risico op besmetting vermindert, alhoewel alle passagiers een mondkapje dragen. Maar van de anderhalve meter regel trekken weinigen zich iets aan. In het spitsuur kan dat niet eens. Ook de deuren van de rode (niet air-conditioned) bussen blijven open. Alle ramen zijn ook open, maar dat zijn ze normaal al. Op straat draagt bijna iedereen een mondkapje. Ik niet, in de open lucht is de kans op besmetting vrijwel nihil. Maar dat vertelt de overheid niet.

Thailand, 11 september – Vrouw in de metro wil gaan zitten, ziet dat de lege zitplaats een priority seat is en blijft staan, want alle andere zitplaatsen zijn bezet. Dat zie ik zelden. Meestal gaan personen die niet tot de doelgroep behoren, zitten op de gereserveerde plaats voor zwangere vrouwen, vrouwen met kinderen, monniken en andere zielepieten zoals ik, man met wandelstok. De meesten verrijzen zich als ik pontificaal voor ze ga staan, soms moet ik wijzen op het bord boven hun hoofd. Sommigen doen of hun neus bloedt (ik zou daar graag voor willen zorgen), maar altijd staat er dan een ander voor me op. Mijn wandelstok is een toverstokje.

Thailand, 10 september – Gelezen op de tas van een jonge vrouw in de metro: I’d rather be reading. Maar ze was verdiept in haar mobieltje. Misschien was ze iets aan het lezen op haar heilige koe, maar erg waarschijnlijk acht ik dat niet. Ik had liever gezien dat ze verdiept was in een boek, een bijna uitgestorven gewoonte in de metro. Want de meeste passagiers zijn aan het scrollen of chatten. Ik vraag me af: Wat is schadelijker voor de volksgezondheid: het coronavirus of het zombievirus? Een vaccin tegen het eerste is in de maak, een vaccin tegen het tweede zal er wel nooit komen.

Thailand, 9 september – Gelezen op een tas van iemand in de metro: Follow the King’s footsteps. Er stond ook Kasetsart University, dus ik vermoed dat het advies het motto van de universiteit is. Wat de vraag oproept: welke koning wordt bedoeld? De huidige of een van de negen vorige koningen van de Chakri dynastie? Ik denk koning Rama V, want ik zie in veel huizen een portret van hem. Gedurende zijn lange regeerperiode (1868-1910) heeft hij veel veranderd in de Thaise samenleving. Over zijn voorgangers en opvolgers weet ik te weinig om een keuze te kunnen maken. Over de huidige vorst doe ik om begrijpelijke redenen het zwijgen.

Thailand, 8 september – De horlogeman in Sukhumvit soi 23 is niet teruggekeerd naar zijn geboortedorp, wat ik op 21 augustus hier in mijn Facebook column vermoedde, omdat hij niet meer op zijn vaste plaats bij een inmiddels gesloten 7-Eleven winkel zat. Ik dacht: hij zal de strijd wel hebben opgegeven bij gebrek aan clientèle. Hij zou niet de enige zijn, want ik zie veel leegstand en rolluiken die gesloten blijven. Maar hij is er nog. Hij zit nu bij een 7-Eleven winkel, een stukje verder schuin aan de overkant. Dus kunnen we elkaar weer groeten. Dat doen we sinds hij een nieuw batterijtje in mijn Seiko heeft gezet. Die winkel doet zo te zien redelijk goede zaken, misschien dankzij de sluiting van de andere.

Thailand, 7 september – De Engelse omroepberichten in de metro zijn vaak niet te verstaan en als ze dat wel zijn, is de uitspraak van het Engels tenen krommend. Zo worden passagiers opgeroepen to wear (uitgesproken als were, fonetisch wur) een facemask (uitgesproken als feesmesk). Een Nederlander die gebruik maakt van de skytrain, vertelde mij dat sinds kort een native speaker de berichten omroept. Dus zijn ze voor het eerst goed verstaanbaar. Ik hoop dat de MRT dit voorbeeld gaat volgen. Het moet toch niet zo moeilijk zijn een Brit te vinden die in onberispelijk Engels mij oproept een mondkapje te dragen.

Thailand, 6 september – Het personeel van Hangover blijft me verrassen. Gisteren schreef ik dat een serveerster op mijn nonsens-antwoord ‘Same tomorrow’ de slimme vraag stelde: ‘How are you tomorrow?’ Meestal kijken Thaise mensen bij dit antwoord schaapachtig. Een andere serveerster zag donderdag dat ik de stick met coffeemate (melkpoeder) voor de helft in mijn koffie leegde. Ze zei dat ik de rest voor de volgende dag kon bewaren. Hoe ad rem! Ze zijn ook attent, doen wat personeel in andere etablissementen die ik bezoek, nalaat: asbak verwisselen, blokjes ijs aanslepen – ik hoef maar met mijn ogen te knipperen of ze komen naar me toe. Het zijn gouden meiden.

Thailand, 5 september – Eindelijk eens een serveerster die een voor de hand liggende vraag stelt, maar waarop ik geen antwoord wist. Nadat ze gevraagd had ‘How are you?’ en ik mijn standaard-antwoord ‘Same tomorrow’ had gegeven, vroeg ze: ‘How are you tomorrow?’ Daarop wist ik alleen te zeggen: ‘I don’t know.’ Meestal kijken de mensen schaapachtig als ik ze met een kluitje in het riet stuur. Natuurlijk is het helemaal niet de bedoeling een eerlijk antwoord te geven op de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ Want als ik dat zou doen, zouden ze gillend weglopen. Thaise mensen vragen trouwens ter begroeting ‘Heb je al gegeten?’ Die vraag beantwoord ik wel naar waarheid. (Wordt vervolgd)

Thailand, 4 september – Las op het truitje van een jonge meid, niet dezelfde van gisteren, Dear di… De rest van het tweede woord was onzichtbaar want de riem van haar tas hing er voor. Ik dacht: zal ik even de riem opzij schuiven, maar dat zou als een poging tot aanranding beschouwd kunnen worden in plaats van serieuze nieuwsgierigheid. Later schoof de riem iets opzij en zag ik dia… Aha, er stond Dear diary oftewel Lief dagboek, een bekende aanhef in het geheime leven van tieners. Mijn moeder snuffelde eens in mijn dagboek en las: Soms kan ik mijn ouders haten. Ik was boos, zij niet. Begripsvolle vrouw.

Thailand, 3 september – Las op het truitje van een jonge meid ‘I don’t care anymore’. Dat kon wel kloppen want het truitje moet gekrompen zijn in de was en toonde nu haar bevallige buik. Wat noteerde ik nog meer aan opvallende teksten op kledingstukken en tassen? Dit: Good things take time, Today is a good day, Feel great, Merci, I choose to be happy en Nothing lasts forever. Why bother? Don’t. De laatste tekst lijkt me geïnspireerd door het boeddhisme dat leert dat niets permanent is of de Griekse filosoof Heraclitus wiens bekendste uitspraak luidt Panta Rhei.

Thailand, 2 september – Visit Rwanda, las ik op de mouw van een metropassagier. Ik denk niet dat de drager er ooit geweest is, weet waar het land ligt of de tekst kan lezen, want dan verrekt hij zijn nek. Ik denk dat hij ook niet de behoefte voelt Rwanda te bezoeken, er zou willen wonen en werken. Van Rwandese muziek zal hij wel niet houden en foofoo (puree van yams) en plantains (bakbananen) vindt hij vast niet lekker. Trouwen met een Rwandese en halfbloed kinderen krijgen is al even onwaarschijnlijk. Of het verkeer er links of rechts rijdt, weet hij niet – als het hem al interesseert. Zo’n simpel tekstje roept vele vragen op.

Thailand, 1 september – Dat vind ik nou helemaal niet erg, een stortbui ’s nachts om half vier. De regen heeft zelfs iets geruststellends, ze lijkt op een slaapliedje. Maar niet echt, want het bliksemt en dondert ook. Hopelijk stopt de regen tijdig, zodat de krantenbezorger zijn werk kan doen. De vorige keer had hij alle kranten in zijn motorfietstassen beschermd tegen nat worden door ze in een vuilniszak te doen. Hij kwam iets later dan gebruikelijk, toen het nog druppelde. Mijn exemplaar van Bangkok Post was ongeschonden. De rest van de dag was het snikheet, ook geen lolletje. Maar daar klaag ik niet over.

Thailand, 31 augustus – Het valt niet mee deze dagen droog te blijven want na enkele dagen van kurkdroog en snikheet weer laat het regenseizoen zien waartoe ze in staat is. Maar nat worden is niet eens het ergste. Mijn handen voelen alsof ze gedoopt zijn geweest in een lijmpot. Heel vervelend gevoel; zal wel komen door de hoge luchtvochtigheid. Als het droog is en/of de zon schijnt, voelen mijn handen zoals ze moeten voelen. Gisteren bij droog weer vertrokken van Huai Khwang, bij aankomst in Sam Yan regende het cats and dogs. Toen de regen verminderde, een taxi ingedoken. De afstand metrouitgang-taxi was overbrugbaar, zo ook de afstand taxi-Shenanigans, waar ik de avondmaaltijd gebruikte.

Thailand, 30 augustus – Het inpakken van een boodschappentas vereist enig logisch denkwerk, maar daarvoor moet je wel hersens hebben. Het meisje dat bij 7-Eleven mijn boodschappen afrekende (daarvoor hoeft ze alleen de artikelen te scannen, de kassa geeft het wisselgeld aan), lijkt die te missen. Ze wilde als eerste de pakjes wafeltjes in mijn slappe stoffen tas doen om er twee redelijk zware melkflessen bovenop te plaatsen. Heb het kunnen verhinderen want wil geen kruimels eten. Ze had trouwens ook moeite met het vinden van Marlboro red in het schap met de kleppen die sigaretten aan het zicht onttrekken. Waarom wordt zo’n hittepetitje niet behoorlijk ingewerkt?

Thailand, 29 augustus (Vervolg van gisteren) – De tweede zaak was Hangover, waar ik begroet werd als de verloren zoon. De zaak heeft het uiterlijk van een bistro. Ik at er vroeger regelmatig een Hollandse hap, toen er nog tafels en stoelen stonden. Maar die zijn vervangen door hoge statafels, waaraan je boven je macht eet. Sindsdien eet ik er niet meer, wat wel jammer is want uitbater Piet kan een prima andijviestamppot, erwtensoep en zuurkoolschotel maken. Ook op de kaart: bamischijf, kapsalon (ik heb het woeste gerecht nooit gegeten, prijs 295 baht), gehaktbal met pindasaus en haring (110 baht). De Queen’s Plaza er tegenover, een duur woord voor een verzameling eenvoudige barretjes met gezelschapsdames en pooltafels, is gesloopt.

Thailand, 28 augustus – Twee etablissementen, waar ik regelmatig kwam voordat de lockdown toesloeg, met mijn bezoek vereerd. Als eerste Arabica, die trouw aan de kwaliteit van de koffieboon, een prima koffie schenkt voor een bescheiden prijs van 45 baht. De koffieshop zit ‘geplakt’ tegen winkelcentrum Fortune Town. Heeft wel iets weg van een aquarium. De speelse lettering in rood, geel en blauw doet me denken aan het werk van Joan Miró. Er staan tien comfortabele fauteuils, de airconditioning zorgt voor een aangename temperatuur die toen ik er was buiten 36 graden bedroeg. Honderd meter verder zit Starbucks, die ik Starsucks noem. De koffie is slootwater en nog duur ook. (Wordt vervolgd)

Thailand, 27 augustus – Ik heb sinds enkele maanden een Thaise bankrekening. Een kennis maakte me erop attent dat ik geld kon besparen door gebruik te maken van Transferwise om geld over te maken van mijn Nederlandse bankrekening naar de Thaise. Voorheen nam ik geld op met mijn Nederlandse betaalpas en betaalde tweemaal provisie: de Thaise bank rekende 200 baht per opname, ABN Amro bracht ook een bedrag in rekening. Dat is voorbij, want ik hevel via Transferwise geld over naar mijn Thaise rekening. Geld opnemen van die rekening is gratis. Transferwise rekent een kleine vergoeding voor de service en biedt een iets betere koers. Ik bespaar geen kapitalen, maar alle kleine beetjes helpen.

Thailand, 26 augustus – En weer slokte de update machine van de Kasikornbank mijn savings deposit passbook (bankboekje) in. Dat was zondag al een keer gebeurd (zie mijn column van dinsdag), maar deze keer had ik geluk. De bank was weliswaar al dicht, maar er was nog één man aanwezig. Die kon de machine openen en de fout herstellen. Blijft de vraag: Ligt het aan de machine of aan mijn bankboekje? Dat ga ik bij een volgende update controleren door bij een ander filiaal het boekje te updaten. Doe ik wel tijdens de openingstijden, hoef ik er niet voor terug te komen zoals maandag. Misschien wilt u weten waarom ik een Thaise bankrekening heb. Dat leg ik morgen uit.

Thailand, 25 augustus – Mijn Savings Deposit Passbook (bankboekje) van de Kasikornbank was zondag bekneld geraakt in de Update-machine. Dus maandagochtend naar de bank gegaan. Ik was nog niet binnen of een medewerkster kwam naar me toe met het boekje in haar hand. Na mijn paspoort getoond te hebben, stond ik binnen een minuut weer buiten. In Shenanigans aan de overkant van de straat ontbeten met het Choose Your Own ontbijt, zeven items naar keuze. De black en white pudding overgeslagen, geen idee hoe ze smaken. Terug in het hotel vertelde de receptioniste dat de bank had gebeld. Prima service, zo zou elk bedrijf moeten werken.

Thailand, 24 augustus – Een van de werksters in mijn hotel maakt voortdurend een geluidje dat klinkt als oe. Ik ben een leek, maar ik vermoed dat ze lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Die ziekte kenmerkt zich door tics, fysiek of verbaal. Het syndroom wordt geassocieerd met ongecontroleerde vloeken maar slechts een miniem percentage van de lijders heeft daar last van. Ik vraag me af of de werkster zich bewust is van haar tic en of ze er last van heeft. Kan ik natuurlijk niet vragen. Ik vloek ook wel eens maar dat heeft altijd een goede reden. Zal OLH me toch niet kwalijk nemen?

Thailand, 23 augustus – Sinds het verplicht is in de metro een mondkapje te dragen, geniet ik bijzonder belangstelling van bewakers en personeel, die me soms begeleiden tot aan de trein. De meesten kennen me al. Op station Huai Khwang vraagt de bewaker standaard: Sukhumvit? Dat is het station waar ik uitstap om koffie te gaan drinken bij Indulge. Op Sam Yan (ik ben dan op de terugweg na in Shenanigans gegeten te hebben) zegt de man die mijn temperatuur bij binnenkomst meet: Huai Khwang. Hij vraagt het niet eens meer. Sommigen die mij nog niet kennen, vragen waar ik naar toe ga. Vind ik wel leuk, al die aandacht, ik voel me een VIP.

Thailand, 22 augustus – Zat in de metro naast iemand die berichtjes verstuurde in het Frans. Dat kon ik zien op zijn mobieltje, maar de letters waren te klein om de tekst te kunnen lezen. Bovendien typte hij in hoog tempo. Leuk toeval: aan de overkant zat een vrouw met het woord Mademoiselle op haar shirt. Er stond nog iets onder, wat ik niet kon lezen want ze zat met haar armen over elkaar. Toen ze zich uitrekte, zag ik dat er Privé stond. Google gaf 4,5 miljoen resultaten voor Mademoiselle Privé, maar wat het nou precies is: een merknaam van Chanel horloges, sieraden e.d.?

Thailand, 21 augustus – Toen ik gisteren in café-restaurant Indulge arriveerde, was ik de tweede klant. Na mij liepen de overige vijf tafeltjes vol met 1 buitenlander en 6 Thai. Toen het virus nog niet regeerde, gebeurde het wel dat alle tafeltjes bezet wanneer ik kwam. Sindsdien niet meer, vaak was ik de enige klant. Het virus heeft genadeloos toegeslagen. De horlogeman in Sukhumvit soi 23, die een nieuw batterijtje in mijn horloge heeft gezet, is vertrokken. We groetten elkaar altijd als ik passeerde. Misschien is hij terug naar zijn geboortedorp, het sociale vangnet voor stedelingen. Ik zie veel leegstand, veel rolluiken die naar beneden blijven – Bangkok is op veel plaatsen een spookstad.

Thailand, 20 augustus – De regering heeft de bevolking gevraagd deze maand blauw te dragen ter ere van de koningin-moeder die op 12 augustus jarig was. in Thailand heeft iedere dag van de week een eigen kleur, gekoppeld aan een planeet en een god. Vrijdag is de dag van Venus, de godin van de liefde. De blauwe kleur verwijst naar saffier. Er zijn nog elf dagen te gaan, maar tot nu toe heb ik niemand gezien die blauw draagt. Dat kan een indicatie zijn van haar populariteit, maar dat is een gevaarlijke gedachte – waarom hoef ik toch niet uit te leggen? Laat ik het er maar op houden dat blauwe kleding niet te koop is.

Thailand, 19 augustus – Patpong nightbazar werd maandag voor het eerst na lange tijd weer opgebouwd. Dat kon ik zien vanaf het terras van Shenanigans waar ik een smakelijke avondmaaltijd gebruikte. De geluiden klonken weer vertrouwd, want de genummerde loden [?] kisten met de voorraden van verkopers worden met een vorkheftruck en steekwagens vanuit een magazijn naar hun plaats gebracht en daar met een klap neergezet. Later nam ik een kijkje en constateerde dat de meeste kramen er voor jan doedel staan, want de markt moet het hebben van toeristen en die mogen het land niet in. Het geheel maakte een nogal surrealistische indruk; ik ben er dan ook snel vertrokken.

Thailand, 18 augustus – Als je wereldbeeld wordt bepaald door wat je op Mono29 ziet aan films, zou je kunnen denken dat de hele wereld een boevenbende is van mensen die elkaar naar het leven staan, met elkaar vechten, elkaar vermoorden – kortom, alles doen wat God verboden heeft. Pessimisten zullen dat zeker denken, optimisten geloven in rozengeur en maneschijn en realisten zoeken de nuance. De indeling is niet absoluut, ik ben een kameleon: soms ben ik pessimist, soms optimist, soms realist. Zal wel komen door mijn journalistieke ervaring. Ook het Thaise nieuws dat ik elke dag braaf meld, is een caleidoscoop van goed en slecht en alles er tussenin.

Thailand, 17 augustus – Verse oogst aan T-shirt teksten. Een man met een gezet postuur zegt op zijn shirt: This is what the world’s greatest papa looks like. Hij draagt een tasje met een doosje waarop ik de tekst It’s finger licking good bespeur. De inhoud zal wel de verklaring zijn voor zijn volumineuze omvang. Of hij inderdaad de ‘greatest’ vader is, weet ik niet; ‘biggest’ lijkt me passender. Een andere tekst meldt: Great things when we live united, wat me doet denken aan de uitdrukking Eerlijk zullen we alles delen, ik een beetje meer dan jij. Tenslotte zag ik een tas met de naam van Matisse, maar de draagster was te snel voorbij om de illustratie te zien.

Thailand, 16 augustus – Ik schreef al eens eerder dat ik ‘lijd’ aan leesdwang. Overal waar ik teksten zie, moet ik ze lezen. En herlezen. In de metro staan op de deuren en panelen aan de rand van de perrons in drie talen aanwijzingen voor reizigers. Eén luidt: Do not board or alight when the doors warning chime has been given or the doors are closing. In de Chinese tekst is een fout gemaakt. Uiteraard kan ik geen Chinees lezen, maar ik weet dat omdat op één karakter een ander karakter is geplakt. Elke keer als ik de tekst zie, wordt mijn oog naar de fout getrokken. Zou ik de enige zijn die het opvalt?

Thailand, 15 augustus – Plotseling opende de hemel zich, niet met een legerschaar van engelen die Ere zij God in de hoogste hemelen zongen, maar een wolkbreuk brak los. En laat ik nu enkele minuten eerder gearriveerd zijn in Shenanigans, de Ierse pub aan de Surawong Road. Om de tijd te doden las ik de Daily Mirror die er in een printversie ligt. Ik weet nu dat prins Harry en Meghan in Santa Barbara (Californië), dat bekend staat als de Amerikaanse Rivièra, een leuk optrekje hebben gekocht dat tussen de £ 3 en 15 miljoen moet hebben gekost. Een van de buren is Oprah Winfrey. Nooit te oud om te leren

Thailand, 14 augustus – Als ik dikke mensen zie – en ik bedoel héél dikke mensen, obese mensen – heb ik de neiging te zeggen: Schaam je je niet? Vooral als ze in de metro naast me gaan zitten en met hun vette lijf tegen me aan schuren. Oké, het is misschien ongepast om er zo over te denken, want misschien treft hen geen blaam omdat het een erfelijke aandoening is. Maar misschien hebben ze er wel schuld aan omdat ze hun hele leven suikerbommen als Cola drinken of zich volstoppen met snacks. Men zegt: dikke mensen zijn gezellige mensen, maar dat betwijfel ik. Zijn magere mensen zoals ik dan ongezellig?

Thailand, 13 augustus – Ik heb een nieuwe bijnaam voor Thailand bedacht: het land van de papieren tijgers. Ik kwam op die gedachte toen ik het lijstje met regels las waaraan passagiers in de metro zich moeten houden. Het dragen van een mondkapje is verplicht – dat doet iedereen. Maar andere regels worden met voeten getreden, zoals Refrain from talking while on the train. Oké, er wordt niet veel gepraat, want de meeste reizigers zijn zombies die in hun mobieltje verdiept zijn, maar gepraat wordt er. Verplicht is ook bij in- en uitstappen een QR code te scannen. Heb ik nog nooit iemand zien doen. En social distancing in de spits is niet eens mogelijk.

Thailand, 12 augustus – Las op een T-shirt Billie Eilish. Dacht dat het een kledingmerk was, maar bleek de naam van een Amerikaanse zangeres te zijn. Nooit van gehoord. Op YouTube ‘My future’ aangeklikt (34 miljoen maal bekeken, 217.529 reacties). De dromerige song kon me niet zo boeien, de bijgeplaatste animatie daarentegen wel. Las op Wikipedia dat ze veganist is, een glutenvrij dieet volgt en het syndroom van Gilles de la Tourette heeft. De titels van haar singles zijn intrigerend. Ik noem de wereldhit When the party’s over en Bad guy, Bury a friend, Wish you were gay, Everything I wanted. Zou de drager van het shirt dat allemaal weten?

Thailand, 11 augustus – Drie T-shirt teksten: Good things take time, I love my life, Drop dead. De laatste pleit niet voor de drager. Wat is hem overkomen dat hij anderen een dodelijke val toewenst? Dat goede dingen tijd kosten, onderschrijf ik en mijn huidige leven bevalt me wel. Laat ik het maar voorzichtig formuleren: houden van, klinkt zo pedant. Zo lang de zon schijnt, hebben mijn spieren en gewrichten het naar hun zin. Ben de laatste tijd overgestapt op het noteren van kledingmerken en namen van kledingzaken. Een naam die me al lang intrigeert is UNIQLO. ’t Is een van oorsprong Japans bedrijf van vrijetijdskleding. Waar duidt dat woord op?

Thailand, 10 augustus – De kleine Red Dragon bar in Patpong, die ik Chicken bar noem, is gesloten, maar de grote ernaast, van dezelfde uitbater, is open. Meestal ben ik de enige klant, want het uitgaansleven ligt op zijn gat. Gisteren toonde de tv beelden van speedway in Polen. Ik zag voortdurend motorrijders rondjes draaien. Alsof de tv op repeat stond. Daarna de wereldkampioenschappen snooker. De rivalen gaven elkaar geen hand maar een elleboog. Wat een geheel nieuwe betekenis geeft aan de uitdrukking: het achter de ellebogen hebben. Ditmaal zaten er twee klanten, van wie één pool speelde met een personeelslid. Vergeleken met de snookerspelers waren ze brekebenen. Ik speel ook pool. Maar nog slechter.

Thailand, 9 augustus – Naast mij in de metro zat een man zich te vervelen. Dat kan niet anders, want in sneltreinvaart liet hij plaatjes van horloges op zijn mobieltje passeren. Zag hij ze wel? Ik betwijfel het. Bangkok Post  heeft in het Life-katern regelmatig een pagina over een of meer horlogemerken. Meestal merken die ik niet ken, het moeten dure horloges zijn omdat de prijs er niet bij staat. Wie zich dergelijke klokjes kan veroorloven vindt dat onbenullige informatie. Ik vind ze zelden mooi. Vaak hebben ze vier wijzerplaten maar wie wil de maanfases weten? Ik niet, ik wil weten hoe laat het is, of welke dag: meer niet. Mijn titanium horloge volstaat.

Thailand, 8 augustus – Merkwaardig, de dingen die na zoveel jaar komen bovendrijven, schreef ik gisteren. Koffie werd alleen geschonken op verjaardagen van mijn ouders. In twee rondes: de eerste met een slagroomgebakje. Pas na de tweede koffie kwamen de jeneverfles (voor de ooms), advocaat (voor de tantes) en een enkel flesje bier op tafel en borrelhapjes. Roken was geen probleem, op tafel stond een standaard met sigaretten. De ooms, een bedrijfsleider van een herenkledingzaak en de ander een kleermaker die zittend op een grote tafel zijn werk deed, deden hun colbertje uit want dat mocht niet kreuken. De kleermakeroom was een vakman: de knopen zaten nog aan de door hem gemaakte kostuums, wanneer het kostuum zelf al was versleten. Om elf uur ging iedereen naar huis.

Thailand, 7 augustus – Terwijl ik een kopje thee dronk in de Ierse pub Shenanigans, mijn nieuwe favoriete restaurant aan de Surawong Road, of eigenlijk met een lepeltje in de thee roerde, gingen mijn gedachten terug naar mijn kindertijd. Alle broers hadden een eigen theelepeltje. Het mijne herinnerde aan de Elout kleuterschool. We hadden ook ons eigen bestek, vermoedelijk op een verjaardag of met sinterklaas cadeau gekregen. Elke zondagavond dronk het gezin thee. Met een mokkaboontje, want erg breed had ons gezin het niet, hoewel we nooit iets tekort zijn gekomen. Merkwaardig, de dingen die na zoveel jaar komen bovendrijven. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 augustus – Ik schreef gisteren dat ik lijd aan anglofilie. Geen ernstige aandoening, zelfs bij tijden plezierig alhoewel de Engelse keuken niet erg hoog aangeschreven staat bij smulpapen, epicuristen en gastronomen. Ik heb geen favoriete Engelse schrijvers. Wel de African Writers Series verslonden toen ik in Kameroen werkte. Begonnen met deel 1, het indrukwekkende  ‘Things fall apart’ van Chinua Achebe over de vernietigende invloed van het kolonialisme, zending en missie op de traditionele Afrikaanse samenleving. In Thailand lees ik de engelstalige Bangkok Post, mijn voornaamste bron om Nieuws uit Thailand te maken. Soms kan ik niet op een Nederlands woord komen, wel op het Engelse equivalent. Dat moet een symptoom van anglofilie zijn.

Thailand, 5 augustus – Vijf jaar les gehad in drie vreemde talen op de HBS, korte tijd voor MO-A Engels gestudeerd, mijn Engels bijgespijkerd middels kerkbezoek (Scotch Church en British Sailors Society in Rotterdam), gecorrespondeerd met een penpal in Swansea, met mijn zeeverkennersgroep een bezoek uitgewisseld met een Engelse padvindersgroep, 1 jaar in Engeland gewerkt en een cursus O-level gevolgd (maar niet afgemaakt), een jaarwisseling op Trafalgar Square meegemaakt, liftend door Engeland getrokken, 2 jaar in Engelstalig Kameroen gewerkt – je kunt dus wel concluderen dat ik anglofiel ben. Het is dan ook vreemd dat ik mij de leraar Engels niet kan herinneren, wel zijn collega’s  van Frans en Duits (enge man).

Thailand, 4 augustus (Vervolg van gisteren) – De Kapitein gaf me toestemming op het eiland te blijven en wees een boom aan waarin of -onder ik een hut mocht bouwen. Enkele eilandbewoners hielpen me, want zelf ben ik niet erg handig – ik kan nog geen spijker recht in een muur slaan. Van bamboe maakten ze een ladder zodat ik naar mijn hut kon klimmen. Het was prettig toeven daar, vooral als er een bries stond, want temperaturen van 40 graden waren niet ongebruikelijk. Nadat de hut was klaar gekomen, verkende ik het eiland. [Ik nodig mijn lezers uit een vervolg te schrijven van circa 100 woorden. Insturen naar mijn email.]

Thailand, 3 augustus – Op een van mijn zeiltochten op de Stille Zuidzee legde ik aan bij een eilandje, een  paradijselijk eiland dat de cover van elke toeristenfolder zou kunnen sieren. Er wonen 25 mensen, inclusief een man die zich de Kapitein noemt. Als regalia heeft hij een kapiteinspet, een ouderwetse uitschuifbare verrekijker en een sextant. Hij heeft een indrukwekkende knevel die hem een streng uiterlijk geeft. Omdat ik voldoende proviand had voor minstens een maand, ben ik er gebleven. Het eiland komt op geen enkele kaart voor. Ik doopte het  Eiland van de Duizend Bomen, want zoveel staan er zeker. (Wordt vervolgd)

Thailand, 2 augustus – De eerste keer dat ik in Shenanigans witte rijst met gehakt, basilicum en spiegelei bestelde en de dienster vroeg hoe heet het moest zijn, antwoordde ik fifty-fifty. Maar mijn fifty-fifty bleek een andere te zijn dan die van de kok. Het grootste deel van het gerecht heb ik nog kunnen verorberen maar daarna gaf ik het op. Toen de dienster het bord weghaalde, zei ik dat ik volgende keer om phed nid noj zou vragen. De tweede keer herinnerde ze zich dat. Nadat ik enkele happen had genomen, vroeg ze heel attent Today okay? Dat heb ik in een Thais restaurant nog nooit gehoord. Het had wel iets pittiger gemogen, maar ik durf het niet te vragen.

Thailand, 1 augustus – Magere oogst van teksten op T-shirts en tassen. I love my life, snap ik nog wel, maar wat moet ik aan met de tekst Play comme des garçons? Wel weer duidelijk is: it is hot to be cool, en Do more of what you makes happy. Doe meer? Ik doe al zoveel. Maak elke dag Nieuws uit Thailand op mijn website, nog steeds maakt me dat ‘gelukkig’ en elke dag zie ik kans een column op deze plaats te brouwen. Het woordje ‘cool’ vertaald als flegmatiek, past wel bij me. Ik word zelden kwaad, kan me de dag niet heugen dat ik over de rooie ging.

Thailand, 31 juli – In Engeland wordt de Premier League gespeeld zonder publiek, maar in Dubai zitten de tribunes bij een tennistoernooi stampvol. Engeland telt het op twee na (na de VS en Brazilië) hoogst aantal doden, maar is zo’n rigoureuze maatregel nodig? Bij beide sporten zit het publiek in de buitenlucht. Maurice de Hond heeft al vaak overtuigend aangetoond dat de kans op besmetting in de buitenlucht vrijwel nihil is. Besmettingen vinden voornamelijk plaats in afgesloten, slecht geventileerde ruimtes. Thailand heeft dat door schade en schande geleerd met een bokswedstrijd in een overdekt stadion.

Thailand, 30 juli – Vanuit mijn uitkijkpost, zoals ik het verhoogde terras van café-restaurant Indulge aan de Sukhumvit Road noem, kijk ik uit op de standplaats van motortaxibestuurders en een elektriciteitskast. Die kast is versierd met allerlei begroetingen in verschillende talen. Met Hello, Ola, Ahoi, Bonjour, Salut en Hola heb ik geen moeite om het bijbehorende land te bepalen, uit welke talen Jambo en Tupubem komen, weet ik niet. Van de Thaise, Russische, Arabische en Griekse begroetingen herken ik de schrijfwijze. Minpuntje: Het Nederlandse Hallo ontbreekt. Ook elders in de stad worden elektriciteitskasten versierd, bijvoorbeeld met een bos. Hoewel muren soms beklad worden met graffity, zijn de kasten die ik heb gezien, ongeschonden.

Thailand, 28 juli – De dingen die mij opvallen, zijn vaak futiliteiten waar anderen gedachteloos aan voorbij lopen (misschien omdat ze in hun mobieltje verdiept zijn). Neem de wc rol: welk papier leent zich het beste voor een grondige schoonmaakbeurt? Ik kom in openbare toiletten toiletpapier tegen dat die naam niet verdient, zo dun is het, of het heeft geen perforaties wat afscheuren bemoeilijkt. In café-restaurant Indulge kan ik zien of ik de eerste gebruiker ben want het eerste stukje wordt in een vliegervorm gevouwen. Ik zie dat vaker dus het moet iets typisch voor de Thaise cultuur zijn, maar reisgidsen zeggen er niets over. En nog iets: Na gebruik niet met uw faecaliën doorspoelen, maar in de pedaalemmer achterlaten.

Thailand, 28 juli – Grote schrik. Zag mensen passeren zonder hoofd. Ik zat op het terras van Shenanigans, ze liepen aan de overkant van de Surawong Road. Niet één maar verschillende. Films kunnen ook mensen zonder hoofd laten zien, maar ik keek niet naar een film. Verklaring? De hoofden waren niet zichtbaar, want gingen verborgen achter de brede leuning van het hek om het terras. Om daar gelijk een andere observatie aan vast te plakken. De meeste klanten in de Ierse pub drinken bier uit pullen, maar ik zie weinig bierbuiken. Hoe kan dat? Ikzelf drink al lang geen bier meer, maar heb toch een klein buikje. Ik word er niet mooier op.

Thailand, 27 juli – Je hebt vreemde vogels op de wereld en deze was er zo één. Ik zat in Indulge aan de koffie en rookte mijn laatste sigaret, op het tafeltje lag het lege pakje. Een andere klant, wiens Engels ik niet kon verstaan, pakte het pakje, zag dat het leeg was, pakte mijn halve sigaret die op de asbak lag en rookte hem op. Hij gaf me 20 baht. Nadat ik in een kruidenierswinkel in de buurt nieuwe voorraad had gekocht, gaf ik hem twee sigaretten. Bleek er ook 1.000 baht te liggen. Bij het afrekenen zijn biertje betaald. De serveerster vertelde gezien te hebben dat hij het duizendje had neergelegd. Niets gezegd en ben vertrokken.

Thailand, 26 juli – Op mijn (bijna) dagelijkse wandeling op de Silom en Surawong Road en Sukhumvit Road soi 23 passeer ik drie winkels van 7-Eleven en een van FamilyMart die gesloten of al ontmanteld zijn. Als ik dit aantal omreken naar Bangkok als geheel moet het aantal kruidenierswinkels dat gesneuveld is door de viruscrisis in de honderden, zo niet duizenden lopen. Op dezelfde route liggen twee van mijn vaste restaurants die gesloten zijn en twee waar het personeel wacht op klanten die niet komen. Verder zag ik een kapperswinkel die ontmanteld wordt en van veel winkels zie ik alleen het rolluik. De traditionele wens Gelukkig Nieuwjaar heeft een wrange naklank gekregen.

Thailand, 25 juli – Ik kijk wel eens en soms te lang naar TrueShopping, de Thaise variant van Tellsell (Mike, het is amazing!). Niet dat ik iets koop, want moet ik met acht LITE Arrow shirts, vier met V-hals en vier met ronde hals in verschillende kleuren, afgeprijsd van 2000 naar 900 baht? Getoond door mooie jongens, maar die krijg je er niet bij. Of een pannenset van 5 pannen in verschillende maten die samen met een koekenpan en 1 pits kooktoestel  van Eazychef afgeprijsd  zijn van 3.560 naar 990 baht? De gerechten die erin bereid worden, krijg je er ook niet bij. Dus waarom kijk ik eigenlijk?

Thailand, 24 juli – Mijn favoriete restaurant Sarica is sinds zaterdag weer gesloten. Hoe lang was het open? Ruim een week, denk ik. Maar het verbaast me niet. De keren dat ik er was, zaten er niet meer dan twee andere klanten. Ik kreeg wel een koninklijke behandeling want vier personeelsleden bedienden me. Inclusief het personeel achter de balie en de keukenstaf zullen iets van tien personeelsleden gedwongen zijn geweest tot met de duimen draaien. Sarica moest het voornamelijk hebben van Japanse toeristen, maar die zijn er niet. Shenanigans waar ik nu eet, draait op expats en die zijn er wel, hoewel minder dan voorheen. Ze serveren er een prima curry, dus ik klaag niet.

Thailand, 23 juli – Op de derde verdieping van Baan Kaew Mansion zijn twee van de dertien kamers bezet. Mijn kamer en de kamer naast me, waar een Afrikaner verblijft. Ik weet weinig van de man: hij geeft Engelse les en woont al jaren in Thailand. Hij vertrekt ’s ochtends om half zes om de ochtendspits voor te zijn. De weinige keren dat we elkaar zien, vraagt hij steevast How are you? ’t Is een vraag waarop ik nooit weet wat te antwoorden. Soms zeg ik: Same tomorrow, maar dat tovert geen glimlach op zijn gezicht. Met de Thaise begroeting ‘Heb je al gegeten?’ heb ik geen moeite.

Thailand, 22 juli – Twee dingen die niets met elkaar te maken hebben: voor het eerst in Thailand een bierviltje van Heineken gezien en ook voor het eerst een ongelooflijk dikke man. Zag het bierviltje in de Ierse zaak Shenanigans, maar of ze Heineken bier hebben, weet ik niet, want ik drink al jaren geen bier meer. Maar het viltje deed goede diensten onder mijn glas met water en ijsklontjes. De mega-dikke man zag ik in de metro. Hij heeft een periscoop nodig om zijn geslachtsdeel te zien en ik vroeg me ook af hoe het hem lukt de urinestraal in de juiste richting te leiden. Is dat een rare gedachte?

Thailand, 21 juni – Na lange tijd is Love Scene weer open, het restaurant in Sukhumvit soi 23, waar ik ooit khaaw phat plaa khem ontdekte. Als je van het bestaan van de zaak niet op de hoogte bent, loop je er glad voorbij. Een smalle lange gang langs de vrij grote keuken leidt naar een inpandige ruimte. Wat de naamgever heeft geïnspireerd die merkwaardige naam te bedenken, weet ik niet: misschien de nabijheid van Soi Cowboy. De gebakken rijst met zoute vis is een van mijn favoriete gerechten. De stukjes zoute visjes zijn niet groter dan een centimeter, maar ze zijn net zo zout als de Dode Zee.

Thailand, 20 juli – Je bent dood alleen je stinkt nog niet, verweet een broer mij wel eens. Bijvoorbeeld tijdens het afmeren van zijn zeilboot als ik de boot niet afhield van de kade. Een zeiler die zijn boot goed kent, heeft geen stootwillen nodig, vond ik, die legt zijn boot pal voor de kade stil. Ja, wij broers (we waren met zijn vieren) hielden van harde grappen, elkaar afkatten was humor. Als ik de receptionist van mijn hotel zie, moet ik aan die uitdrukking denken. Op zijn bureau lag post voor mij. Had hij niet gezegd, kostte waarschijnlijk te veel inspanning. Het woord sorry, heb ik niet gehoord uit de mond van deze zombie.

Thailand, 19 juli – Het psalmen- en gezangenboek van de protestants-christelijke kerken kan de papierversnipperaar in. Want er hoeft maar één persoon in een kerk besmet te zijn met het coronavirus en de halve gemeente ademt de areosols in die deze persoon verspreidt. Ook hoesten tijdens een vaak te lange preek is uit den boze. De zangles op school zal ook afgeschaft moeten worden, maar veel verschil zal dat niet maken. Toen ik in het lager onderwijs werkte, kwam ik bitter weinig collega’s tegen die zangles gaven. Da’s een ernstig gemis, want een bekende canon luidt: Zoek je de zon in ’t leven? Zing! Want de muziek geeft zonneschijn, geeft zonneschijn, geeft zon-ne-schijn.

Thailand, 18 juli – De journaals op de Thaise televisie zijn geen televisie, maar zijn radio. De nieuwslezers zijn eindeloos aan het woord, waardoor de armzalige bijbehorende beelden voortdurend herhaald moeten worden. In de journaals komen ook veel talking heads voor, mensen die vertellen wat er gebeurd is, ook al weer met een omhaal van woorden. De journaals besteden veel aandacht aan wat autoriteiten aan onzin uitkramen. Ze worden omringd door een horde verslaggevers, fotografen en cameralieden die elkaar verdringen. Elke scheet van premier Prayut wordt braaf gemeld. Vaak worden personen geblurd, ook als dat niet nodig is uit het oogpunt van privacybescherming. De Thaise media staan nog in de kinderschoenen.

Thailand, 17 juli – Heb weer een oude hobby opgepikt, die ik lang heb verwaarloosd: teksten op T-shirts en tassen verzamelen. Ze waren me gaan vervelen, al die aforismen met quasi-wijze teksten en open deuren. Nooit eens een tekst waar je onbedaarlijk om moet lachen. De afgelopen dagen noteerde ik: Sweet disaster, Bangcock en Do you know who you are. De tekst Bangcock zag ik op een T-shirt dat te koop hing. Zou er iemand zijn die zo’n ding wil dragen? Misschien een maffe westerse toerist die Thailand om een specifieke reden bezoekt. Sweet disaster vind ik wel een mooie contradictie, en Do you know who you are een prikkelende vraag.

Thailand, 16 juli – Wat zijn vakbekwame politici met verstandige ideeën? Ik heb een nieuw criterium bedacht om dat te bepalen: de stropdas. Ik dacht dat er twee stropdasknopen bestaan, maar volgens stropdassenwinkel.nl zijn het er maar liefst 85. De twee bekendste zijn de Four Hand en de dubbele Windsor. Die eerste knoopte ik altijd toen ik nog gestropdast door het leven ging. Ik heb een bescheiden verzameling, maar die heb ik al jaren niet gebruikt. Maar ik dwaal af. Politici beoordeel ik aan de kwaliteit van de knoop en de kleur en het dessin van de das. Kleur gelijk aan de kleur van overhemd en colbert? Da’s een foute politicus. Zo simpel is het.

Thailand, 15 juli – Kun je de Franse tekst Non je ne regrette rien die ik gisteren aanhaalde, adequaat vertalen? Vertaal je: Nee, ik betreur niets, of: Nee, ik heb nergens spijt van. Betreuren klinkt te formeel en in beide vertalingen ligt de klemtoon niet op het laatste woord, zoals in het Frans. Chansons zijn nog moeilijker te vertalen dan gedichten. Vaak komt het neer op hertalen. Brel zingt: Voir un ami pleurer. Dat is vertaald als: Een vriend zien huilen kan ik niet. Maar die vertaling doet geen recht aan het origineel want dat is een onvolledige zin. Een vriend van mij bedacht ooit: Een vriend zien huilen, nee. Met de klemtoon ook aan het einde, toevallig ook een ee-klank. Mooie vondst.

Thailand, 14 juli – Een vrouw in de metro droeg een tas waarop stond: Non je ne regrette rien. Tout arrive pour une raison. De eerste zin is de titel van een chanson, bekend van Edith Piaf (https://youtu.be/Q3Kvu6Kgp88). De tweede zin is een bedenksel van de maker, die blijkbaar een rationele kijk op het leven heeft. Maar dat alles gebeurt met een reden, geloof ik niet. Het leven heeft soms een grillig verloop, het is bij tijden absurd. Als je zijn gedachtegang volgt, heeft de coronavirus crisis een reden. Welke? En oorlogen, ziektes, ongelukken, rampen: hebben die ook een reden?

Thailand, 13 juli – Als prinses Sirindhorn voor de spiegel staat en vraagt: Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?, dan zal de spiegel zeker niet haar naam noemen, want ze heeft een plomp lijf en draagt hobbezakken die dat niet verhullen. Ik denk dat de spiegel de naam van prinses Bajrakitiyabha Narendira Debyavati noemt; die zou ik wel mijn postzegelverzameling willen laten zien. De spiegel zal wel niet de vraag willen beantwoorden: Wie is de wreedste in het land? Da’s te gevoelige informatie. De vraag, wie is de grootste leugenaar, kan weer wel. Zijn naam begint met de letter S. Ik mag hopen niet de Spiegel.

Thailand, 12 juli – Ik ben een detailfreak. Volkomen onbelangrijke dingen zetten me aan het denken. Neem het melkkannetje dat ik bij de koffie krijg. Vaak wordt het een knoeiboel als ik een wolkje melk in de koffie giet. Dat heeft te maken met de vorm van de tuit. Café-restaurant Indulge aan de Sukhumvit Road, waar ik na gedane arbeid koffie drink, heeft het perfecte melkkannetje. Het heeft een scherpe tuit. Er blijft geen druppel aan hangen. Het melkkannetje in Sarica, mijn favoriete restaurant aan de Surawong Road, is een goede tweede. Het kannetje in Took Lae Dee, het restaurant van Foodland, krijgt de poedelprijs. Maar daar drink ik geen koffie meer, het is slootwater.

Thailand, 11 juli – Ik ben een leesfreak. Wanneer ik een tekst zie, moet ik die lezen. Teksten op T-shirts, teksten op muren, teksten op producten, teksten op borden – overal waar letters staan, valt mijn oog erop. Er is geen ontkomen aan. Ook Thaise teksten alhoewel ik die niet begrijp. Zelfs Chinese lettertekens scant mijn oog. Het is dwangmatig gedrag dat knap vermoeiend is, want mijn oog en hersenen krijgen geen seconde rust. Of er een medische term voor is, weet ik niet, en medicijnen ertegen zullen ook wel niet bestaan. Had ik maar nooit leren lezen, dan zou ik nu een veel rustiger leven hebben gehad.

Thailand, 10 juli – Eindelijk is mijn favoriete restaurant Sarica na maanden open gegaan. Heb er gisteren weer genoten van de pad krapao, witte rijst met roergebakken gehakt en basilicum. Maar die ontbrak deze keer, wat ik wel best vind want de blaadjes met steel pluk ik er altijd uit. Die verteren niet in mijn maag en darmen. Het was leuk om de bekende gezichten van de obers en serveerster terug te zien. Om de heugelijke gebeurtenis te vieren heb ik twee obers een dikke fooi gegeven. Als je die in hun hand stopt, mogen ze hem houden. Maar als je de fooi bij het afrekenen geeft, gaat die in de fooienpot.

Thailand, 9 juli – Ik was gisteren in de Chicken bar, die eigenlijk Red Dragon heet, in Patpong niet de enige klant, zoals gewoonlijk. Er zat een Engelsman die ik tegen de barkeeper hoorde zeggen dat hij uit Surrey kwam. Dat bood een opening voor een gesprek, zodat ik niet de gebruikelijke vraag hoefde te stellen: Where you’re from? Want in 1968 heb ik gewerkt als vrijwilliger (met zakgeld) in een kinderhuis in Haslemere. Hij kende de plaats die ligt in het heuvellandschap van de South Downs in Surrey. Ik heb nog steeds Wellington laarzen die aan die tijd herinneren. Eindelijk hoorde ik weer eens behoorlijk Engels. Ik zou hem vaker moeten spreken want mijn Engels gaat met sprongen achteruit.

Thailand, 8 juli – Nog steeds is mijn favoriete restaurant Sarica gesloten, de Beer Garden een stukje verder op de Surawong Road is al een tijdje open. De curry is lekker pittig. Gisteren was ik de enige klant. Took Lae Dee, het restaurant van Foodland, is ook al lang open, maar de menukaart biedt weinig waarvan ik smul. In de food court van Big C eet ik gebakken rijst met zoute vis. Lekkerrr! Een andere eetgelegenheid, maar daar brunch ik, is Black Canyon, eatery and coffee. Ze hebben een leuke schotel met twee spiegeleieren, stukjes kip en wat gehakt. Meestal is de dooier gestold. Ik neem altijd een croissant mee, want de toast is besuikerd. Wie bedenkt zoiets?

Thailand, 7 juli – Happiness is the enemy. It weakens you. Puts doubt in your mind. Suddenly you have something to lose. Dat zegt Niki Lauda in de film Rush, waarop zijn vriendin reageert met: Als je dat zegt, heb je al verloren. Rush is een biografische film uit 2013 over het Formule-1 seizoen van 1976, waarin hij ernstig gewond raakte. ’t Is een gedachte om over na te denken. Spelen coureurs, bergbeklimmers, boksers met hun leven om de vijand te verslaan? Tuktuk bestuurders die het gas voluit open draaien, vraag ik wel eens of ze Niki Lauda imiteren. Maar dat begrijpen ze niet.

Thailand, 6 juli – In Engeland, waar ik in 1968/’69 werkte, geleerd hoe ik een gekookt ei moet verorberen. In een eierdopje plaatsen, niet pellen (fout!) maar de kop eraf slaan. Zout op de rand van het bord strooien en voor elke hap wat zout op het lepeltje doen. Zo zijn onze manieren. Heb er ook kennis gemaakt met het poached egg en scrambled egg, twee bereidingswijzen die ik niet kende. Ben nog steeds gek op het roerei. Van alle bereidingswijzen is het spiegelei het moeilijkst denk ik. Je moet de dooier heel houden, die mag niet stollen, moet warm zijn en het eitwit mag niet slijmerig zijn. Soms lukt het mij.

Thailand, 5 juli – Ik kreeg ongewenst bezoek. Houtwormen waren begonnen de deur van mijn badkamer op te peuzelen. Slordige beesten, op de vloer lagen de restanten van hun maaltijd. Dus de klusjesman van het hotel gewaarschuwd, een ware duivelskunstenaar die nergens zijn hand voor omdraait. Hij had al eens in mijn kamer een lade, de elektrische boiler, de stroomonderbreker en de douchekop vervangen en een einde gemaakt aan de verstopte waterafvoer. Hij demonteerde de deur, sproeide insecticide en kwam een dag later terug met een nieuwe deur, nu een van kunststof. Daar houden houtwormen niet van. Wat wordt hun volgende doelwit?

Thailand, 4 juli – Terwijl ik op weg was naar vervoer, motortaxi, tuk tuk of taxi, begon het te regenen. Donkere wolken voorspelden ook weinig goeds. Ik wilde naar het Indiase restaurant Kashmir in Sukhumvit gaan om daar een curry te eten die me er al eerder was bevallen. Voor alle zekerheid mijn bestemming gewijzigd in Bongo Congo, het eethuisje aan het eind van mijn straatje. Dat was een verstandige beslissing want toen ik er zat kwam de regen met bakken uit de hemel. De keukenprinses sloot ijlings de rolluiken en plaatste paraplu’s in de ingang. De stortbui stopte toen ik klaar met eten was. Ik bedankte de weergoden voor hun medewerking.

Thailand, 3 juli – Passagiers in de metro mogen weer naast elkaar zitten. De kruizen die verplichte lege zitplaatsen aangaven, zijn verwijderd, op de vloer geen gele strepen meer met de tekst Stand here. Maar in de stationshallen en op de perrons zijn ze niet weggehaald. In de spits worden telkens groepen passagiers toegelaten. Ik stond zelf gisteravond op station Sukhumvit in de rij, maar een medewerkster loodste mij naar voren (met dank aan mijn wandelstok). Van de acht karaoke barretjes bij mij in de buurt zijn zes weer open. Telde gisteren vele meiden die ervoor op klanten wachtten. Hoorde wel muziek, toen ik langs liep, maar geen vals zingende klanten.

Thailand, 2 juli – De eerste keer dat ik in de heropende Ierse pub Shenanigans thee bestelde, kreeg ik die in een mok, die een kraanwagen vereiste om op te tillen. Ook een slappe bak want er hing slechts één zakje Lipton in, ook al geen kwaliteitsmerk. De tweede keer vroeg ik om een kleinere kop, kreeg weer een mok, iets kleiner, maar nog steeds te groot. De derde keer vroeg ik uitdrukkelijk om een kop en wees de grootte aan. Ik kreeg een robuuste kop. Geen kopje dat je met je pink omhoog drinkt. We maken vorderingen. Nu nog iets erbij, dat is toch niet te veel gevraagd voor 80 baht?

Thailand, 1 juli – Een alleraardigst programma op Mono29 is de serie Life below zero. Alhoewel het soms vermoeiend heet kan zijn in Bangkok is het geen levenswijze die ik benijd. Ik ben een koukleum; mijn verblijf hier is heilzaam voor mijn spieren en gewrichten. Pluspunt van het programma: het gebruikelijke Mono29-geweld ontbreekt, behalve dat er gejaagd wordt op pooldieren, waarvan de huid verkocht wordt. In een ander programma, Ultimate Survival Alaska, beulen vier teams zich af om van A te vertrekken en ploegend door water en sneeuw, bergen beklimmend als eerste B te bereiken. Ik begin al te rillen als ik naar die programma’s kijk.

Thailand, 30 juni – Kijk op Mono 29 met een half oog naar Pearl Harbor, een film uit 2001. Leuk weetje: de film van 183 minuten duurt langer dan de aanval, die nauwelijks twee uur duurde. Erg interessant kan ik de film niet vinden, want wat is er nou zo interessant aan vliegtuigen die eindeloos van rechts naar links v.v. over het tv-scherm vliegen en details van piloten met verwrongen gezichten? Zoals altijd wordt de film onderbroken door irritante reclames en previews. De film is niet ondertiteld (in het Thais) en of hij nagesynchroniseerd is, weet ik niet want ik had het geluid uitgezet.

Thailand, 29 juni – Zet de tv aan, die stond op kanaal Mono29, en beland direct in een vechtscène. Maar ik wil helemaal geen gevechten zien, ook niet gespeelde gevechten. Ik wil een lekkere tearjerker zien, het liefst met Julia Roberts, zoals in Pretty Woman. Zag haar laatst in de film Sleeping with the Enemy. Ik heb hem niet helemaal gezien, wel het filmverhaal gelezen. De vijand, waaraan ze wist te ontsnappen, is haar gewelddadige echtgenoot. Daarvan zijn er velen in Thailand. Huiselijk geweld is chronisch, Blijf van mijn lijf huizen zijn er nauwelijks. Het wordt beschouwd als vuile was die je niet buiten hangt. Wat in het regenseizoen trouwens onverstandig zou zijn.

Thailand, 28 juni – Heeft u dat nou ook? U vindt iets lekker, u eet het elke dag en dan komt er een omslagpunt: het gerecht, de lekkernij of wat dan ook gaat u tegenstaan. Ik heb heel lang elke dag bij het ontbijt een gekookt eitje gegeten, bereid in mijn elektrische eierkoker van Tomado. Maar de laatste weken taal ik er niet meer naar. Een andere verslaving die nog niet is gestopt, is die aan gebakken rijst met zoute vis. Door de lockdown kon ik die niet meer eten in restaurant Lovescene in Sukhumvit, maar die heb ik recent ontdekt in de foodcourt van Big C. Is ook dichterbij en kost de helft. Dus ….

Thailand, 27 juni – Shenanigans (letterlijk: geintjes), de Ierse pub aan de Surawong Road op de hoek van Patpong, is weer open. Dus heb nu weer twee adresjes in het centrum om in een ordentelijke stoel te zitten en koffie te drinken. Indulge aan de Sukhumvit Road ging al eerder open, de laatste tijd ben ik er niet meer de enige klant. Ook in Shenanigans zaten enkele klanten op het terras, maar veel minder dan in de hoogtijdagen. Heb de heropening ‘gevierd’ met appeltaart, de bijbehorende vanilla cream was er niet, dat werd een bolletje aardbeienijs. De kwaliteit was redelijk, maar ik heb betere appeltaart gegeten.

Thailand, 26 juni – Een vast onderdeel van mijn Nieuws uit Thailand is de virus tracker, een overzicht van de 50 landen met de meeste besmettingen. Ik noem de posities van vier landen (Nederland, België, Thailand en China) en meld verschuivingen, als die er zijn. In de laatste aflevering van gisteren stond Nederland op plaats 28 en België op 24. Thailand staat al langer niet meer in de top-50 dankzij het geringe aantal nieuwe besmettingen. In Zuid- en Midden-Amerika is het virus nog volop actief met Brazilië als koploper. Het zijn allemaal kille cijfers, die pas gaan leven als de ziekte dichtbij komt. Wanneer houdt het op?

Thailand, 25 juni – Tussen alle shit die Mono29 uitbraakt met geweldfilms waarin gevochten en gemoord wordt, is de serie Lost in China, Adventures of the Hutchens brothers een verademing. De broers, die als kind in China woonden, trekken al filmend en fotograferend kriskras door het land. Ze bezoeken om maar wat te noemen een hanengevecht, nemen een kijkje in een winkel met muziekinstrumenten (die ze proberen), zwerven over een markt, eten het lokale voedsel in een restaurant en gaan op bezoek bij bewoners. ’t Is een leuk programma, nu eens geen clichébeelden van de Chinese Muur of het Plein van de Hemelse Vrede maar een kijkje in een ander China.

Thailand, 24 juni – Ik kom graag in Black Canyon aan de Asok Montri Road; ze serveren een prima koffie en een prima romige champignonsoep. De zaak doet niet bescheiden want het motto luidt: A taste from paradise avaiblable on earth. De papieren servetjes zijn gemaakt van 100 procent gerecyclede vezels. Daarbij is geen bleekmiddel gebruikt. Onder die mededeling staat: Save the world. Dus elke keer als ik mijn mond afveeg met een servetje word ik herinnerd aan die opdracht. Hoe vaak moet ik dat doen tot de wereld gered is? En gered van wat, want de tekst is van voor de coronavirus crisis.

Thailand, 23 juni – Ineens drong het tot me door dat het geen label was, wat ik op 30 april heb geschreven, maar een boekenlegger. Ik had hem gekregen toen ik op een bankje voor Big C Extra koffie dronk, wat ik toen elke dag deed. Kreeg het van een vrouw die passeerde. Sindsdien ligt het ding op mijn bureau. Elke dag las ik dat God liefde is (God is Love) en de bekende tekst uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs wat liefde allemaal is, zoals de liefde is geduldig en vol goedheid. Nu nog een boek, bij voorkeur het Boek der boeken, en de boekenlegger kan dienst gaan doen waarvoor die bestemd is.

Thailand, 22 juni – Wel eens leeuwen gezien die een prooi verscheuren? Die beesten hebben absoluut geen tafelmanieren. Ze verdringen elkaar, het is pakken wat je pakken kunt tot de Lion King arriveert. Dan deinzen ze eerbiedig terug. ’t Is een luiwammes eerste klas, want de leeuwinnen doen het werk voor hem. Die jagen op zwakke broeders in kuddes. Ze springen op hun rug en zetten hun tanden in de nek van het slachtoffer. Zelfs buffels, toch niet voor een kleintje vervaard, zijn niet veilig voor hen. Het is een ongelijke strijd, want het is altijd allen tegen één. (Gedachten bij Battle for the pride, Mono29)

Thailand, 21 juni – Ik stelde mezelf de vraag: raakt het Thaise nieuws mij of is het allemaal lood om oud ijzer? Schrijf ik tandenknarsend berichten of haal ik mijn schouders op? Ik denk dat een zekere distantie vereist is om niet gek te worden van het nieuws. Veel berichten schrijf ik routinematig, zelfs de meeste tragische zoals gisteren over de vier maanden zwangere vrouw die om het leven is gekomen vanwege een conflict over grondbezit. Een 70-jarige rancuneuze man nam de auto waarin zij en haar echtgenoot zaten, onder vuur. Ik heb er geen traan over geplengd. Wijst dat op een zekere afstomping? Dat is een gewetensvraag.

Thailand, 20 juni – Gezelligheid laat zich meten in het aantal botsingen van wandelaars. Daarom is de Kalverstraat in Amsterdam gezelliger dan de Hoogstraat in Rotterdam. Nu social distancing gewenst is, betekent dit dat het leven een stuk ongezelliger is geworden. Als ik op straat loop, zonder mondkapje want in de buitenlucht is de kans op besmetting vrijwel nihil, lopen Thaise mensen in een grote boog om me heen. Het scheelt niet veel of ze kijken boos naar me. Ik ben gelijk een lepralijder, maar eentje zonder ratel. Of stoort het hen dat ik geen zombie ben die constant op zijn mobieltje tuurt?

Thailand, 19 juni – Tegenover mij in de metro zat een man met een streepjesoverhemd, hij had een mondkapje dat ook gestreept was, dat paste mooi bij elkaar. Ik dacht: Volgt het mondkapje ook al de modewetten? Dat schept ongekende mogelijkheden om geld te verdienen. De meeste mensen dragen een groen, lichtblauw, wit of zwart mondkapje, sommigen een met woeste patronen. Toen ik in mijn uitkijkpost zat, het verhoogde terras van Indulge, passeerde een man die een kapje had met de strepen van de tijger. Gaan we het nog beleven dat schilderijen worden afgebeeld? Ik stel voor de Mona Lisa, voor de Nachtwacht zal wel geen ruimte zijn.

Thailand, 18 juni – Fijn land is Thailand toch. Heeft een staatssecretaris die in Australië gevangen heeft gezeten wegens betrokkenheid (zoals dat heet) bij de smokkel van heroïne en een voormalige topambtenaar van het ministerie van Transport die zijn zakken heeft gevuld (dat ministerie is bij uitstek geschikt om kapitalen bij te verdienen met steekpenningen) en ook gevangen heeft gezeten (niet voor die steekpenningen, maar dat is een ander verhaal) is benoemd in een overheidscommissie die een plan moet maken voor een industrieterrein waarop gedetineerden werkervaring kunnen opdoen. Ik volg het allemaal op de voet op Dick’s blog en verbaas me al lang nergens meer over.

Thailand, 17 juni – Ik was even naar 7-Eleven gegaan om een pakje sigaretten te kopen. Dat kan na 23 uur niet zolang de avondklok van kracht is. ’t Is een wandeling van enkele minuten. Voordat ik de winkel in ging, bond ik mijn mondkapje voor. Bij de ingang werd mijn temperatuur gemeten. Was nog steeds koortsvrij. Op de terugweg begon het voorzichtig te druppelen. Toen ik op mijn kamer was, ging het hozen. Ik bedankte de weergoden voor hun medewerking. De bui duurde niet erg lang. Ondertussen mij gezet aan de voorproductie voor Nieuws uit Thailand aan de hand van de website van Bangkok Post. Wat een saai leven heb ik toch.

Thailand, 16 juni – Weer gegeten in het eethuisje dat ik gisteren noemde. Ik was aan de late kant, het was eigenlijk al dicht, maar kreeg toch het gerecht dat ik had herontdekt. Ook nu smaakte de schotel van roergebakken gehakt, basilicum, spiegelei en witte rijst weer heel goed. Niet uitmuntend want die beoordeling krijgt alleen hetzelfde gerecht in restaurant Sarica in Surawong, helaas nog steeds gesloten. In de zaak zat een oudere vrouw met een korset over haar jurk. Dat riep herinneringen op aan mijn moeder, maar die droeg het uiteraard onder haar jurk. Dragen moderne vrouwen nog steeds een korset? Wie het weet, mag het zeggen.

Thailand, 15 juni – Kreeg bezoek van mijn ‘zielige zusje’ plus vier anderen, van wie ik alleen haar nichtje herkende. We gingen eten in een eethuisje bij mij in de buurt, waar ik lang niet geweest ben. De hernieuwde kennismaking met roergebakken gehakt met basilicum, witte rijst en spiegelei smaakte me buitengewoon goed, beter dan mijn geheugen had vastgelegd. Dus zal ik er weer eens vaker komen. Aan tafel zat een jongen van wie ik me afvroeg: wie is dat toch? Bleek het neefje te zijn dat ik jaren geleden voor het laatst heb gezien (foto). Onherkenbaar veranderd en nu even gezet als zijn vader. Het nichtje (zelfde vader) was geen spat veranderd. [Voor een toelichting op de uitdrukking ‘zielige zusje’, zie: https://www.dickvanderlugt.nl/36922-2/dagboek-van-een-ziekenbezoek/ ]

Thailand, 14 juni – Wat valt mij op als ik naar Thaise soaps kijk? De auto’s waarin gereden wordt, lijken net uit de showroom te zijn gekomen. Ik zie ze ook nooit gewassen worden. De spelers dragen kleding die net uit de kledingwinkel komt. Zelfs na een stevig robbertje vechten, zit bij de mannen hun dasje nog keurig recht. Die kleding lijkt niet te slijten of vuil te worden. De tanden van spelers zijn allemaal parelwit of net gebleekt. Vechtscènes overtuigen niet; je kunt zien dat ze elkaar niet raken. Chinese filmmakers kunnen dat veel beter: een kwestie van camerastandpunt en montage. Kunnen Thaise soapies eigenlijk wel acteren: Wat denkt u?

Thailand, 13 juni – Ik zat achterop bij een motortaxibestuurder die te snel naar mijn zin reed, dus zei ‘chaa chaa’, maar hij reageerde niet. Misschien dacht hij: ik rijd toch langzaam. Of: waar bemoeit die passagier zich mee, ik bepaal hoe snel ik rijd. Heb hem geen tip gegeven en in de ban gedaan. Al moet ik lopen naar mijn bestemming, ik stap niet meer achterop bij hem. Wat langzaam is, is natuurlijk een relatief begrip. Dat geldt ook voor ‘phet’ (heet, spicy). Als je bij het bestellen van eten zegt ‘nit nohj phet’ (een beetje heet), reken maar dat je tong in brand staat na de eerste hap.

Thailand, 12 juni – De uitdrukking ‘Voor het zingen de kerk uit’ krijgt een geheel nieuwe betekenis in dit coronatijdperk. Want tijdens het zingen worden aerosols uitgestoten, minuscule druppels. Er hoeft in de kerk maar één besmette persoon aanwezig te zijn of tientallen andere kerkgangers worden besmet. Hij weet misschien niet eens dat hij drager van het virus is, want veel besmette personen zijn asymptomatisch. Nog riskanter is dat de meeste kerkgangers ouderen zijn, die de grootste kans hebben te overlijden, zeker als ze al kwalen hebben. Dus dreigt elke kerkdienst een slagveld te worden. De oplossing is simpel: de kerkdienst via livestream, de collecte via een bankrekening. Thuis kunnen de gelovigen naar hartenlust zingen..

Thailand, 11 juni – In winkels mogen rookwaren niet zichtbaar zijn, ze staan verstopt achter een vernuftig systeem met kantelbare kleppen. Sterke drank mag op bepaalde uren niet verkocht worden. Tijdens de lockdown was de verkoop van alcohol zelfs helemaal verboden, maar dat mag weer, hoewel in restaurants geen alcohol bij de maaltijd mag worden geschonken. In speelfilms worden sigaretten geblurd, maar niet de rook wat ik koddig vind. Ook flessen en glazen met sterke drank worden wazig gemaakt. ’t Is symboolpolitiek van de bovenste plank. Alleen het blurren van slachtoffers van misdrijven, verkeersslachtoffers of uit privacy overwegingen in journaals valt te billijken. Ja toch?

Thailand, 10 juni – Als ik in Rotterdam of Vlaardingen hoge nood heb, waar kan ik dan terecht? De enige mogelijkheid is een café binnen lopen en vragen of ik van het toilet gebruik kan maken. Maar in Thailand heeft elk winkelcentrum een toiletgroep. In de Interchange in Sukhumvit, een passage tussen soi 21 en 23, bevindt zich zelfs een openbaar toilet. Met toiletpapier, wat wel zo handig is bij een grote boodschap. Wanneer ik in Surawong aandrang krijg, ga ik naar Foodland en toen restaurant Sarica nog open was, was dat mijn bestemming. Voor alle toiletten geldt dat ze brandschoon zijn en tussendoor worden gereinigd.

Thailand, 9 juni – Nooit eerder gezien: een liftkooi zonder bedieningspaneel. Kwam die in Central Plaza Grand Rama 9 tegen waar ik moest zijn om een nieuwe stift te kopen voor mijn Parker balpen. Het paneel bevindt zich naast de lift. Je drukt op de gewenste verdieping, waarna een schermpje het nummer toont en een letter die een van de zes liften aangeeft. Moest op de zevende verdieping zijn en kreeg XX. Na twee tevergeefse expedities zei een behulpzame werkneemster me dat de lift niet op de zevende stopt. Moest eerst naar 9 om daar met twee roltrappen naar de zevende te gaan. Tja, je moet het even weten.

Thailand, 8 juni – De bevolking van Thailand bestaat uit twee groepen: zij die de hele dag eten koken, braden, bakken, grillen, stomen en verkopen, en zij die de hele dag eten kopen, het op straat eten of mee naar huis nemen en daar verorberen. De Thaise tv-journaals en de krant kunnen er geen genoeg van krijgen. Ik denk dat eten in dit land de meest populaire bezigheid is, nog meer dan naar Muay Thai kijken op de televisie en de boksers aanmoedigen. Daarna volgen voetbal en volleybal. Praten over eten moet ook een populaire bezigheid zijn. Ik ben blij dat ik het niet versta, want eten moet je eten, je moet er niet over praten.

Thailand, 7 juni – ’t Is weer voorbij, de weldadige rust op Sukhumvit Road, wanneer ik koffiedrink in Indulge. Het verkeer raast er weer langs en voor een goed gesprek moet je dicht bij elkaar zitten, hetgeen in strijd is met de eis van social distancing. Was later in Central Plaza Grand Rama 9, een winkelcentrum van twaalf verdiepingen, en daar was de rust ook voorbij. Ik moet zeggen: de versoepeling van de lockdown wordt efficiënt aangepakt. Winkels hebben gescheiden in- en uitgangen, het kassapersoneel zit achter perspex schermen. Klanten worden bij binnenkomst in het centrum en in elke winkel getemperatuurd. Op de vloeren geven markeringen aan waar je moet staan. Daar kan Nederland een voorbeeld aan nemen.

Thailand, 6 juni – Vrijdagavond vertoonde Mono29 de film Dunkirk (Duinkerken). Eindelijk weer eens een kwaliteitsfilm (3 Oscars) op het tv-kanaal dat grossiert in geweldfilms. Maar ik had moeite hem te volgen, want films op dit kanaal worden nagesynchroniseerd en ondertiteld in het Thai. Soms is dat geen bezwaar, dan spreken de beelden voor zich. Maar bij deze film is de tekst essentieel omdat drie verhaallijnen door elkaar lopen, zo las ik later op Wikipedia. Ik beken het maar, ik heb met een half oog gekeken en met de resterende anderhalf ogen berichten gemaakt voor Nieuws uit Thailand van zaterdag. Na Dunkirk toonde Mono29 Transformers: The last knight. Wat een onzinfilm.

Thailand, 5 juni – Tv-journaals worden door 1, 2, 3 of 4 personen gepresenteerd. Alhoewel ik de tekst niet kan volgen, kijk ik er toch graag naar, vooral wanneer beelden worden vertoond van iets waarover ik heb geschreven op mijn blog. Ik let vooral op degenen die niet aan het woord zijn. Die lijken een pantomime op te voeren. Ze knikken voortdurend instemmend met hun hoofd, kijken naar degene die aan het woord is. Ik hoor ze denken, naar keuze: tjongejonge, wat erg of: o, wat fijn. Het meest ergerlijk aan de journaals vind ik dat beelden eindeloos herhaald worden – moeten worden want dat lult een uur in de wind.

Thailand, 4 juni – De beheerder van de metro roept mij in een van zijn omroepberichten op de stationsstaf ‘immediately’ te informeren wanneer ik ‘anything unusual’ zie. Dat zou ik eigenlijk moeten doen want ik zie veel wat ongebruikelijk is. De vloeren liggen er bezaaid met gele strepen waarop de tekst staat ‘Stand here’, en met pijlen die de looprichting aangeven. Maar nu de coronavirus crisis in alle hevigheid is uitgebroken, iedereen een mondkapje draagt (wat verplicht is) en 1,5 meter afstand van anderen houdt, is dat niet meer ongebruikelijk. Het heet het ‘nieuwe normaal’. Tegenwoordig vragen de perronwachters elke keer aan mij waar ik naartoe ga. Dat was ook niet gebruikelijk.

Thailand, 3 juni (Vervolg van gisteren) – Een bekende journalistieke bromide (dooddoener) luidt: If your mother says she loves you, check it out. Waaraan ik toevoeg: Eén bron is geen bron. Minstens twee van elkaar onafhankelijke bronnen dienen dat te bevestigen. Bangkok Post heeft als motto: The newspaper you can trust. Daarvoor geldt: If Bangkok Post says you can trust her, check it out. In een land waar je op bijna elke straathoek een huurmoordenaar kan vinden, is dat een hachelijke onderneming. Bovendien: autoriteitenvrees is de Thaise bevolking op kinderleeftijd met de paplepel ingegoten. Een (denkbeeldige) oma zei ooit: De krant brengt de leugens in het land. Dat zou een beter motto voor BP zijn.

Thailand, 2 juni – Bangkok Post, mijn dagelijkse nieuwsbron, ziet nog steeds kans elke dag hetzelfde product af te leveren als voor de uitbraak van de Covid-19 crisis. Nog steeds keurig gedrukt en op tijd wordt de krant elke ochtend bezorgd. De krant is niet dunner dan anders, bijlagen zijn niet vervallen. Maar er is wel één opvallend verschil. De inhoud van het eerste (nieuws)katern wordt sterk gedomineerd door coronanieuws. Wat daarentegen is gebleven is de focus op autoriteiten en politieke partijen. Die worden kritiekloos geciteerd. Maar het meest ergerlijk zijn de fouten en tegenstrijdigheden die ik bijna dagelijks constateer. Ik signaleer ze, meer kan ik niet doen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 1 juni – Vanaf vandaag mogen bioscopen, schoonheidssalons, fitness clubs, sportvelden, recreatieve vijvers, ballroom dance gelegenheden, conventiehallen en dierentuinen weer open gaan. Voor mij maakt het geen verschil, want ik ben in al die jaren een paar keer naar een dierentuin geweest en eenmaal naar de bioscoop. Dat bezoek zal ik nooit vergeten want onderweg werd ik aangehouden, omdat ik mijn peuk op de grond had gegooid. Staat een boete van 2.000 baht op, maar de dienstdoende agent bood aan genoegen te nemen met 1.000, hoefde ik niet mee naar het bureau. Dat heet hier tea money. Leuke film trouwens: Good Bye, Lenin! Duits gesproken, Engels en Thai ondertiteld.

Thailand, 31 mei – Nieuws uit Thailand, mijn dagelijkse samenvatting van het Thaise nieuws op Dick’s blog, is gisteren pas tegen 17 uur (Thaise tijd) verschenen in plaats van tussen 11 en 14 uur. Toen ik nog voor Thailandblog werkte, zou ik me daarvoor geschaamd hebben, maar nu ik hobby zzp-er ben, kan het me niet schelen. De lezers in Nederland en België lopen sowieso vijf uur achter (zomertijd), ze zullen niet in hun pyjama inloggen, vermoed ik. Kreeg gisteren één mailtje van een ongeruste lezer. Da’s goed, want stel je voor dat er iets ernstigs was gebeurd. Maar dat was er niet; wat er wel was gebeurd, kan ik niet onthullen.

Thailand, 30 mei – Elke keer als ik om 6 uur beneden in de hal kom om de krant op te halen, doet de nachtwaker zijn zwarte mondkapje voor. Meestal is de krant er dan nog niet, de bezorger komt zo’n 20 minuten later. De nachtwaker lijkt me een domme man die niet weet hoe het virus zich gedraagt. Denkt hij nu werkelijk dat ik een gevaar voor hem vorm? De hal van het hotel is de veiligste plek van het hele gebouw, want aan de voor- en achterkant staan de deuren open en de wind heeft er vrij spel. Droplets, verantwoordelijk voor infecties, maken er geen enkele kans.

Thailand, 29 mei – Ik was gisteren in de bonen. Had geslapen en toen ik wakker werd, zag ik dat het 8 uur. Ik dacht: Shit, snel naar beneden om de krant op te halen die doorgaans tegen half zeven wordt bezorgd. Maar er lag geen krant. Vroeg de nachtwaker (die geen woord Engels spreekt) en de reserve-receptioniste (die een half woord Engels spreekt) waar de krant was. Ze wisten het niet. De receptioniste pleegde een belletje, maar dat had geen effect. Ik verkleedde me om de stad in te gaan en daar een krant te scoren. Tot het tot me doordrong dat het donker was, het was 8 uur ’s avonds niet ’s ochtends.

Thailand, 28 mei – Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd, zegt mijn stadsgenoot Bas van Toor, bekend van het clownsduo Bassie en Adriaan en eerder het acrobatenduo Crocksons. In Thailand wordt veel gelachen: niet in soaps, want daarin wordt gescholden dat het een lieve lust is, maar in praatprogramma’s en behendigheidswedstrijden. Ook de krant (die ik lees) biedt weinig stof om te lachen. De cartoons zijn vaak niet eens grappig, het nieuws hoogst zelden. Lachwekkend zijn proefballonnen van politici. Ze hebben ze nog niet opgeblazen of ze klappen al. Ik mag er graag de draak mee steken. Dan heb ik weer een dag geleefd.

Thailand, 27 mei – Toen ik voor het eerst in Thailand arriveerde, destijds op luchthaven Don Mueang, en kennismaakte met het verkeer in Bangkok, was de eerste gedachte die sneuvelde: Rotterdam is een grote stad. Mijn geboorteplaats schrompelde ineen tot een dorp bij de kennismaking met het chaotische verkeer. Maar toen de stad in lockdown ging, schrompelde ook de metropool ineen tot een dorp. Mijn oren kregen rust, oversteken had ik met mijn ogen dicht kunnen doen. Nu kan dat niet meer. De lockdown wordt geleidelijk opgeheven, het geluidsvolume neemt weer toe en oversteken doe ik met open ogen. Ik geef het toe: Soms verlang ik terug naar de rust van de lockdown.

Thailand, 26 mei – De keren dat ik gegeten heb in de foodcourt van Big C Extra zijn op de vingers van één hand te tellen. Waarom weet ik eigenlijk niet, misschien een keer een verkeerde keuze gemaakt. Maar nu heb ik een keukentje ontdekt dat een ruime keus aan schotels biedt. Ik koos er twee uit: gebakken gehakt en een groentegerecht met bloemkool, broccoli en nog wat, en witte rijst plus flesje koud water erbij. Het was heerlijk, dus de volgende dag teruggekomen. Ga ook de andere gerechten nog proberen. Dat alles voor 50 baht. Maar de kosten zijn niet doorslaggevend, mijn tong wel.

Thailand, 25 mei – Elke dag besteed ik in Nieuws uit Thailand op mijn blog aandacht aan de virus tracker, een overzicht van de 50 landen met de meeste besmettingen. Het valt niet mee om het nieuws eruit te peuren, want dat is meestal meer van hetzelfde: meer besmettingen, meer doden, meer herstelde patiënten. Maar gisteren bracht een verrassing. Brazilië stoomde op naar de tweede plaats met 332.382 besmette patiënten en 21.116 (!) doden, veel meer dan in Rusland (3.249) dat is ingehaald. Ter vergelijking Nederland telt 5.788 doden en België 9.212. Maar het meest opvallende van Brazilië is dat de meesten slachtoffers jongeren zijn en niet ouderen zoals in Europa. Dat komt door de armoede en ontoereikende gezondheidszorg.

Thailand, 24 mei – Opvallend bericht in de krant van gisteren: prostitutie komt voor in Thailand althans voordat alle uitgaansgelegenheden inclusief gogobars zijn gesloten wegens de coronavirus uitbraak. Verrassend, vindt u niet, want volgens de autoriteiten zijn er geen prostituees in Thailand omdat prostitutie is verboden. Alle verhalen over Thailand als seksparadijs zijn smerige leugens. Maar nu is er een forum gehouden waarop gesproken is over de ellende van sekswerksters. Horizontaal geld verdienen is er niet meer bij. En tot overmaat van ramp komen ze niet in aanmerking voor de bijstand die andere beroepsgroepen wel krijgen. Dan maar thuiswerken.

Thailand, 23 mei – Ha fijn, dacht ik, die film ken ik. Leuke film. Maar het was niet de film die ik verwachtte. Mono29 toonde gistermiddag Mrs. Doubtfire. Natuurlijk was het weer een genoegen Robin Williams met zijn expressieve gezicht aan het werk te zien maar deze film kon ik me niet herinneren. En de film die ik verwachtte, kan ik niet vinden in zijn filmografie. Daarin verkleedt hij zich als soapie en zet de hoofdrolspeler te kakken. Of vergis ik me nou en was het een andere acteur? Wie ’t weet, mag ’t zeggen. Wel onbedaarlijk gelachen.

Thailand, 22 mei – Tussen alle onzin die ik op Facebook tegenkom en kan overslaan, kom ik zo nu en dan nuttige links tegen naar interessante verhalen. Zo werd ik gisteren attent gemaakt op twee artikelen op groene.nl: een over de situatie op Aruba, Curaçao en Sint Maarten en een over lockdowns die geleidelijk worden opgeheven. Het zijn goed geschreven en informatieve artikelen, goed geresearcht ook. Ik kijk altijd als eerste wie de auteur is. Soms kom ik namen tegen van oud-studenten. Die hebben het verder geschopt dan hun leermeester. En dat is goed. Ik ben jaren geabonneerd geweest op de (papieren) Groene. Ga voortaan de website bijhouden.

Thailand, 21 mei – Een nieuwe routine dient zich aan: koffie drinken in Indulge, het café-restaurant van hotel Sukhumvit Suites, op de hoek van Asoke-Montri en Sukhumvit Road. Elke middag nadat ik Nieuws uit Thailand heb gemaakt, strijk ik er neer. Tot nu toe was ik telkens de enige klant. Het terras bestaat uit twee delen: een deel op straatniveau waar je niet mag roken en een verhoogd deel voor rokers. Het personeel kent me al, ik hoef mijn bestelling niet eens op te geven. Als ik met iemand afspreek, stel ik de zaak vaak voor. Hij is gemakkelijk bereikbaar met de MRT en skytrain. Dankzij de lockdown maakt het verkeer aanzienlijk minder herrie dan voorheen.

Thailand, 20 mei – Hanen kraaien over het algemeen bij het opkomen van de zon. Maar niet altijd. Bij mij in de buurt leeft een haan die zich niets aantrekt van de zonsopgang. Hij kraait in het holst van de nacht en dat doet hij behoorlijk lang. Andere dieren die ik vaak hoor zijn honden, katten en een duif. De honden maken het meeste kabaal, ze lijken een wedstrijd te houden wie het hardst kan blaffen. De katten kunnen ook behoorlijk tekeer gaan. De duif houdt me elke ochtend gezelschap met zijn gekoer. Kan zeker geen duivin vinden om te paren. Die zal ook last hebben van de lockdown.

Thailand, 19 mei – ’t Kan verkeren (het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn) was de lijfspreuk van G.A. Bredero (1585-1618), dichter, toneelschrijver en rederijker. De uitdrukking lijkt me ook van toepassing op het Thaise nieuws over mondkapjes. Aan het begin van de coronavirus crisis stond de krant elke dag vol over tekorten. Nu geen woord meer, hetgeen logisch is want waar ik ook kom, liggen ze te koop. In verschillende materialen en vormen – sommige lijken kleine schilderijtjes. Ik draag een wit katoenen mondkapje. Wennen doet ’t niet, maar in kruidenierswinkels en winkelcentra is het verplichte dracht. Zodra ik buiten sta, koppel ik het los; dat ding is zóó warm.

Thailand, 18 mei – Op verkenning geweest gisteren, want de tweede fase van de versoepeling van de lockdown was ingegaan met de heropening van onder andere winkelcentra en restaurants [in winkelcentra]. Dus mijn favo restaurants Sarica en Beer Garden in Surawong waren nog gesloten. Ook Love Scene (van de rijst met zoute vis) in Sukhumvit was dicht. Maar niet mijn favo Indiaas restaurant Kashmir, wat ik te laat zag want was al een nieuw Japans restaurant ingedoken. En tot mijn grote verrassing was het terras van Indulge open, dus na de Japanse dis daar een geurig kopje Illy koffie gedronken. Ik was de enige klant. Op de berichtgeving in de krant kun je zelden blindvaren.

Thailand, 17 mei – Gisteren is driemaal kort achter elkaar mijn temperatuur gemeten: bij een filiaal van 7-Eleven in winkelcentrum The Street, in Big C Extra bij de ingang aan de Ratchadaphisek Road en bij de ingang in de parkeergarage. Geen enkele meting was dezelfde: de uitersten verschilden bijna twee graden. Gelukkig bleek ik alle drie keren geen koorts te hebben. De eerste twee metingen werden gedaan met een thermoscanner die voor het voorhoofd wordt gehouden en qua vorm een sterke gelijkenis heeft met een klein kaliber damespistool. Ik zag ze later bij de pharmacie in Big C te koop liggen voor 2.150 baht. Ik vraag me af: hoe betrouwbaar zijn ze eigenlijk?

Thailand, 16 mei – Op vrijdag wordt mijn kamer schoongemaakt. Twee werksters verschonen het beddengoed en vegen en dweilen de kamer, een ander werkster neemt de badkamer onder handen. Die hele operatie duurt nog geen tien minuten. De badkamerwerkster neemt de lege PET flessen mee en ze krijgt mijn oude kranten. Ik zie haar ook in mijn straatje vaak in afvalbakken speuren naar spullen die geld opbrengen. Hoeveel de werksters verdienen, weet ik niet, maar veel meer dan het minimumdagloon van circa 300 baht kan het niet zijn. Vakantiegeld? Ik denk het niet, hooguit een cadeaumand met Nieuwjaar. En wie ziek is wordt niet doorbetaald. ’t Is een hard bestaan en dat is ‘t.

Thailand, 15 mei – Gisteren was 14 mei. Voor de meeste mensen die geen herinneringen aan de oorlog hebben, zal dat een dag als andere zijn geweest. Maar op die dag in 1940 capituleerde Nederland. Ik heb geen herinneringen aan de oorlog, want werd geboren in 1947 (geboortegolf), maar ik heb wel herinneringen aan verhalen over de oorlog, alhoewel mijn ouders er weinig over spraken. Gisteren dacht ik terug aan mijn vader die op 14 mei 1908 werd geboren. Toen ik klein was, las hij me voor uit Bolke de Beer. Heb het boek later gekocht; het staat ongelezen in mijn boekenkast. Als herinnering aan mijn pa.

Thailand, 14 mei – Wat je (van) ver haalt is lekker. Gisteren was zo’n dag. Alhoewel de dichtstbijzijnde Foodland een ritje van 5 minuten met een motosai (motorfietstaxi) vergt, ging ik naar Foodland op Patpong. Om daar te komen, moet ik de metro naar Sam Yan nemen en nog een stuk lopen. Sinds Bangkok in lockdown is gegaan, was ik er niet meer geweest. Stapte ook deze keer een station eerder uit, want veel lichaamsbeweging heb ik niet door mijn kluizenaarsbestaan. De ‘verre’ reis was niet tevergeefs want kon er in tegenstelling tot in de andere vestiging Mortadella kopen, mijn favoriete worstsoort, en Hunter bread, een voedzame donkere broodsoort. Missie geslaagd.

Thailand, 13 mei – Ik mag graag mensen observeren en jureren. Dat doe ik tijdens mijn middaguitstapje naar Big C Extra, waar ik met een bekertje koffie van 45 baht neerstrijk op een bankje bij de in/uitgang. Omdat gezichten grotendeels bedekt zijn, beoordeel ik alleen benen en borsten van vrouwen en bij mannen kijk ik naar hun motoriek – sommigen bewegen hele gracieus. Ik let ook op lichaamsomvang (zie veel obese kinderen langskomen), haardracht en kleding. Jeans met rafels en gaten krijgen een dikke onvoldoende, hotpants een dikke voldoende. Ook plastic tassen krijgen een dikke onvoldoende. Teksten op T-shirts verrassen me zelden, gemiddeld geef ik een genadezesje.

Thailand, 12 mei – De uitbaatster van Bongo Congo, het eethuisje waar ik vanwege de lockdown te vaak de warme maaltijd gebruik, heeft een schelle stem, die het geluid benadert van een cirkelzaag. Dat zou niet eens zo erg zijn als ze haar mond hield, maar gisteren was ze constant aan het woord. Ik moest deze maal ook langer dan gebruikelijk op mijn eten wachten. Zij en de kokkin, zo bleek, waren druk met het bereiden van een maaltijd die de kokkin later wegbracht. Tijdens de maaltijd zette de bazin twee partjes doerian op tafel, een vrucht met een penetrante geur die braakneigingen oproept. Heb vriendelijk bedankt voor het spontane gebaar.

Thailand, 11 mei – Terwijl ik in eethuisje Bongo Congo aan een kopje koffie zat dat Espresso moest voorstellen, liep de nachtwaker van mijn hotel voorbij op weg naar zijn werk. Lopen kun je het niet noemen, het is meer sjokken met zijn voeten in de V-stand, bekend van Charlie Chaplin. Hij ziet er wat shabby uit in zijn versleten spijkerbroek en vale bedrijfsgroene shirt, die wel een wasje kunnen gebruiken. ’t Is geen geinponem. Ik heb de man nooit zien lachen, nooit vrolijk zien kijken. Meestentijds zit hij te turen op zijn mobieltje en elke dag biedt hetzelfde ritueel: sjok, sjok. Wat een vegetatief bestaan.

Thailand, 10 mei – Ik las eens een interview met een man, een helikopterpiloot, die was gecrasht in de oceaan en wekenlang in een dinghy had rond gedobberd tot hij vaste wal bereikte. De vraag was: Hoe heeft u kunnen overleven zonder hoorndol te worden? Hij antwoordde: Discipline. Door elke dag een streng rooster te volgen. Dezelfde overlevingsstrategie volg ik bij de lockdown die mijn bewegingsruimte beperkt. Dus veeg en dweil ik elke dag mijn kamer, ontbijt op een vast tijdstip, doe de afwas, neem een douche, doe een handwasje, doe boodschappen. Maak elke dag trouw de rubriek Nieuws uit Thailand op mijn website. Ik word niet kierewiet.

Thailand, 9 mei – De kapper die me onderhanden heeft genomen (zie FB van woensdag en donderdag) is harder tekeer gegaan dan ik had gewild. Mijn haar ligt plat op mijn hoofd, waardoor mijn kapsel lijkt op dat van Adolf Hitler; een associatie waarmee ik niet blij ben. Hopelijk ben ik de enige die de overeenkomst ziet. Als tweede valt op dat ik een smal gezicht heb, zeg maar mager, en dat werd verhuld toen ik een baard had. Niet dat ik terug verlang naar mijn baard want hij was knap warm en zat ook in de weg bij het eten. Tja, elk nadeel…. Weet u wel.

Thailand, 8 mei (vervolg van gisteren) – Aan kappersbezoeken zijn strenge eisen gebonden, had ik in de krant gelezen en op journaals gezien. Klanten dienden een afspraak te maken, buiten te wachten op hun beurt, na elke knipbeurt dienden stoel en gereedschap grondig te worden gedesinfecteerd, klanten moesten te allen tijde een mondkapje dragen en de stoelen dienden tenminste 1,5 meter van elkaar verwijderd te zijn. Ik had een afspraak gemaakt. Toen ik arriveerde, zaten drie klanten binnen te wachten. Ze hadden het nakijken toen ik aan de beurt was. Van al die eisen heb ik niets gezien. Alleen de kapper en een kapster droegen een mondkapje. Dus…..?

Thailand, 7 mei – Santa Claus is niet meer. Zo werd ik soms genoemd omdat ik een baard had (gekregen) waardoor ik vaag op hem leek. Maar gisterochtend kwam daar abrupt een eind aan. Kon eindelijk naar de kapper, die een maand was gesloten vanwege de lockdown. In een half uur maakte hij korte metten met de gelijkenis en ging ook de helft van mijn kapsel eraan. De sluiting van kapsalons kwam wel erg ongelegen want april is de heetste maand van het jaar en nog steeds is het zweten. Maar de operatie heeft wel enige verlichting gebracht. Ben benieuwd wat mijn nieuwe bijnaam wordt.

Thailand, 6 mei – Wie durft nog het woord corona in zijn mond te nemen als dadelijk [?] de crisis voorbij is? Wie heeft nog de vermetele moed om Corona bier te bestellen? Blijft de brouwer zijn bier zo noemen of wordt het herdoopt in bijvoorbeeld Victorie bier? Corona is ook een Latijnse meisjesnaam die voornamelijk in Duitsland wordt gebruikt. Krijgen deze kinderen een nieuwe naam of wordt het een geuzennaam? En wat doen we met de corona (lichtkrans) die om de zon en maan te zien is bij een zons- en maansverduistering? Nooit meer wil ik het gehate woord horen of lezen. Het c-woord dient uit ons collectief geheugen te verdwijnen, in alle woordenboeken geschrapt te worden. Afgesproken?

5 mei – De twee terreinen verkend, waar ik vaak kwam voordat Bangkok in lockdown ging. Sinds zondag mogen eateries (kleine eetgelegenheden, vaak op straat) weer open, maar restaurants blijven gesloten. Dus kan nog steeds niet terecht in Sarica (roergebakken gehakt met basilicum) en Beergarden (curry) aan de Surawong Rd en Took Lae Dee, het restaurant van Foodland in Patpong. Zelfde laken en pak op mijn andere jachtveld met Love Scene aan Sukhumvit Rd soi 23 (gebakken rijst met zoute vis) en het Indiase restaurant Kashmir (dal soup, foto). Blijft over: Bongo Congo op de hoek van mijn straat.

Thailand, 4 mei – Ik beschuldigde de programmeur  van televisiekanaal Mono29 er gisteren van een verknipte geest te zijn vanwege zijn voorliefde voor geweldsfilms. Maar soms programmeert hij ineens kwaliteitsfilms, zoals zaterdagavond The Exception, gebaseerd op de roman The Kaizers Last Kiss, een romantische oorlogsfilm over het verblijf van de Duitse keizer Wilhelm II in Doorn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb geen enkel schot of vechtpartij gezien, wel een ontluikende liefde tussen huishoudster Mieke de Jong en een Duitse Wehrmacht officier. De film, opgenomen in een landhuis in België, springt losjes om met de historische feiten, maar dat maakte hem niet minder interessant. Graag meer goeie films, meneer Verknipt.

Thailand, 3 mei – Welke verknipte geest programmeert Mono29? Het enige criterium lijkt geweld. Elke film waarin wordt geschoten, gemoord, brand gesticht, gevochten, is geschikt. Nooit zoveel auto’s gezien die als wrak eindigden. En het zijn niet alleen mannen die gek zijn op vechten. Ook vrouwen kunnen er wat van, soms zelfs beter dan mannen. Het zijn jaloerse types die het liefst stoken om de vriend van hun concurrentes los te weken. Op zaterdag worden veel tekenfilms vertoond, maar die zijn niet minder gewelddadig. Ik vind ze lelijk, die figuurtjes hebben van die rare ogen alsof ze aan Graves’ orbitopathie lijden.

Thailand, 2 mei – Zou ik mijn kinderjaren willen overdoen? En zo ja, wat zou ik willen veranderen? Mijn moeder had gewild dat ik, derde kind, een meisje was. Daarom krulde ze mijn haar. Maar daar bleef het bij, ze kleedde me niet in meisjeskleren, ik kreeg ook geen poppen. Het bleef bij een vrome wens, want ook het laatste kind was een jongen. Haar zussen deden het beter, die kregen wel meisjes. Ik heb nooit een meisje willen zijn. Nooit gedacht: Ik ga voortaan een rok dragen. Wel eens gedacht: Had ik maar een zusje gehad. Die had ik kunnen vragen: Zou jij een jongetje willen zijn?

Thailand, 1 mei – Ik heb er genoeg van, het moet stoppen, het leven moet zijn normale gang hernemen. Geen mondkapjes, geen gezichtsschermen, geen social distancing, geen avondklok, geen verbod op bijeenkomsten en party’s, nergens meer kruizen op zitplaatsen, nergens meer stroken op de vloer op 1,5 meter afstand van elkaar, niemand meer gekleed in een hazmat. Als ik morgen wakker word, moet het een nachtmerrie zijn geweest. En om te voorkomen dat een nieuw coronavirus de kop opduikt, dienen alle vleermuizen in de hele wereld vergast te worden. Want dat zijn de boosdoeners en ze zijn niet eens mooi. En alle markten waarop wildleven wordt verkocht, dienen verboden te worden.

Thailand, 30 april – Terwijl ik koffie dronk op een bankje voor Big C Extra, wat ik elke dag doe om er even tussenuit te zijn, passeerde een vrouw die ik wel had willen uitnodigen in mijn kamer voor een kopje thee met een mariakaakje en nog meer. Ze gaf me een label met de tekst God is Love en enkele bijbelteksten zoals de bekende tekst uit 1 Korintiërs 13 over de liefde. ‘Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.’ En verder: ‘De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.’ Een mooiere tekst over liefde ken ik niet.

Thailand, 29 april – Revolutionaire ontwikkeling in de Thaise soap: de kus rukt op. Al enige tijd valt het me op dat de lippen van twee geliefden elkaar raken. Dat zag je vroeger niet. Dat ze elkaar zouden gaan kussen, werd aan de verbeelding van de kijker overgelaten. Een scène stopte als de lippen nog enkele centimeters van elkaar verwijderd waren. Het zijn nog geen hartstochtelijke zoenen, die nu te zien zijn, ze duren nog kort, maar het gaat de goede kant op. Ik denk dat het niet lang zal duren of we zien een tongzoenend paar. Een homokus is voorlopig nog een brug te ver, maar die gaat er zeker ooit komen.

Thailand, 28 april – Ging vroeg naar 7-Eleven, half 6, het was nog aangenaam fris. Werd geholpen door een meisje dat niet wist wat ze met de tosti ham kaas aan moest. Het zal haar eerste werkdag geweest zijn. Ze vroeg niet aan de anderen wat ze ermee moest doen, de anderen hielpen haar ook niet. Ze stopte de tosti met verpakking in de magnetron. Die kwam er verkreukeld uit. Ik vroeg me af: wordt nieuw personeel niet ingewerkt? En waarom vraagt het meisje niet om hulp, durft ze dat niet? Ze wist ook niet waar de Marlboro red in het schap ligt, maar dat weten meer collegaatjes niet.

Thailand, 27 april – Thaise soaps worden opgenomen in dure villa’s die kitcherig zijn ingericht. De spelers dragen kleding die net uit de kledingwinkel lijkt te zijn gekomen. De auto’s waarin ze rijden, zijn dure merken. Die lijken ook net uit de showroom te zijn gekomen. Als ze in een ziekenhuisbed liggen om te spelen dat ze ziek zijn, zien ze er helemaal niet ziek uit. Ruzies worden overgeacteerd, gevechten overtuigen niet. Als een jongeman een jonge vrouw wil kussen, deinst ze terug. Nooit zie je een kus. Als ze in bed liggen, hebben ze het laken hoog over zich heen getrokken. Er wordt veel, heel veel gepraat in die soaps. Thaise soaps zijn gefilmde hoorspelen.

Thailand, 26 april – Ik herontdek de stroopwafel. Ik kan de dag niet heugen dat ik voor het laatst een stroopwafel heb gegeten. Dat moet in mijn kinderjaren geweest zijn, alhoewel ik nooit zo’n zoetekauw was. At liever een rolmops dan een gebakje. Op de markt op het Veerplein in Vlaardingen liep ik vaak langs een kraam waar stroopwafels werden gebakken, maar ik heb ze nooit gekocht. En nu in Thailand zet ik mijn tanden er weer in. Om niet helemaal vast te roesten, ga ik elke dag naar Big C Extra, koop er een bekertje koffie en een caramel waffle. Lekker hoor!

Thailand , 25 april – Ik kreeg bijna tranen in mijn ogen bij het einde van de Disney film Cinderella dat zoals elk sprookje happy eindigde. Het glazen muiltje dat Assepoester had verloren, bleek perfect te passen aan haar voet en niet aan de voeten van de twee lelijke dochters van haar kwaadaardige stiefmoeder. Maar verder veroorloofde de scriptwriter zich wel erg veel vrijheden. Assepoester te paard die zich aan de manen van het dier vasthoudt en onderweg de prins tegenkomt. Heb ik nooit gelezen. Ook niet Assepoester die boodschappen op de markt doet. Of de stiefmoeder die één muiltje kapot slaat dat Assepoester had verborgen. Ik vind het een verkrachting van Moeder de Gans, zo’n eigen interpretatie.

Thailand, 24 april – Waar heeft een bevolking die in barre nood verkeert, behoefte aan? Aan films met Arnold Schwarzenegger die de een na de ander doodschiet? Aan kookprogramma’s waarin gerechten worden bereid die alleen in sterrenrestaurants op het menu staan? Aan zangwedstrijden waarin kandidaten denken dat ze kunnen zingen? Aan quizen, behendigheidswedstrijden, soaps? Aan  praatprogramma’s waarin ‘deskundigen’ aan de hand van grafieken, overzichten, cijfers uitleggen hoe erg het allemaal is. Aan peptalks van de premier dat we moeten samenwerken of preken van meestal te dikke monniken die berusting prediken? Aan shows van bekende artiesten die bekend willen blijven? Ik denk aan muziek: Mooie muziek, luister maar. https://youtu.be/hlK7eGsAu84

Thailand, 23 april – Ik zou een waardeloos jurylid zijn van het kookprogramma Iron Chef Thailand, waarin twee kandidaten de culinaire degens met elkaar kruisen. Hoe het bereide gerecht eruit ziet en hoe creatief de ingrediënten zijn verwerkt, interesseert me niet – als ik het laatste al zou kunnen beoordelen. Mijn beoordeling is het resultaat van twee vragen: Is het lekker? En: Vult het de maag? Als ik zie wat er op de bordjes ligt die voor de juryleden worden neergezet, vrees ik dat ze allemaal een onvoldoende krijgen voor maagvulling. Blijft over: Smaakt het? Ik heb de keuze tussen: Ja, heerlijk; Nee, smerig en Hmmm, iets er tussenin.

Thailand, 22 april – De Thaise premier Prayut is een stoethaspel. Zag hem in het journaal, hij droeg zo’n goedkoop mondkapje dat niet eens strak op zijn gezicht aansloot. Het gleed voortdurend van zijn neus waardoor hij het telkens moest terugduwen. Dat was een koddig gezicht. Maar vaak draagt hij geen kapje wanneer hij de bevolking toespreekt. Dan zijn er geen anderen bij hem in de buurt, dus voldoet hij aan de eis van social distancing. Ik vraag me wel eens af: zou hij betreuren op slinkse wijze premier te zijn geworden na 5 jaar junta? Hij heeft een niet te benijden taak. Maar ik heb geen medelijden met hem; had hij maar in de kazerne moeten blijven.

Thailand, 21 april – Zag de film The Hitman’s Bodyguard, volgens Wikipedia een ‘komische’ actiefilm (uit 2017), maar wat er nu zo komisch was aan al dat geschiet en gevecht, is me ontgaan. De gevechten in de films met Jackie Chan zijn pas echt grappig. Maar de Lijfwacht van de Huurmoordenaar boeide me niet vanwege de geweldsscènes, ook niet vanwege de plot waarvan ik niets snapte, maar vanwege de locaties waar de film grotendeels was opgenomen: de binnenstad van Amsterdam. Erg leuk om grachten en straten te zien die me bekend voorkwamen, want ik heb nog een blauwe maandag in Amsterdam op kamers gewoond. Let wel: Als (chauvinistische) Rotterdammer maak ik me niet schuldig aan Amsterdam-bashing.

Thailand, 20 april – Nog nooit is zo vaak de temperatuur bij me gemeten als momenteel. Elke keer als ik boodschappen doe in een 7-Eleven, bij Big C Extra en The Street houdt een personeelslid een thermoscanner voor mijn voorhoofd. Tijdens mijn vroegere ziekenhuisbezoeken werd altijd de temperatuur via mijn oor gemeten. In mijn kinderjaren bestond alleen de kwikthermometer. Op het puntje smeerde mijn moeder wat vaseline en dreef het ding in een bepaalde lichaamsopening, wat een onaangenaam gevoel was. ’t Moest er enkele minuten blijven waarna het Oordeel volgde: naar school of naar bed.

Thailand, 19 april – Twee provincies beginnen langzaam de touwtjes te vieren. In één gaan de winkels met mobieltjes weer open, in de ander de restaurants. Ze moeten wel wat heet ‘social distancing’ toepassen, dus klanten 1,5 meter uit elkaar houden. De gouverneurs van beide provincies hebben dit besluit genomen omdat het aantal nieuwe besmettingen slinkt. Ik zal de dag prijzen wanneer ook in Bangkok de restaurants weer open mogen. Kan ik weer in mijn geliefde Sarica aan de Surawong Rd roergebakken gehakt met basilicum en witte rijst eten. Of knoflookrijst – ook niet te versmaden.  Of spaghetti met venusschelpen. Het water loopt me nu al in de mond en ik heb nog geen hap genomen.

Thailand, 18 april – Gisteravond op Mono29 Murder on the Orient Express. Ik geloofde mijn ogen niet want dit kanaal grossiert in geweldfilms met Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone en Jean-Claude van Damme. Moet de film jaren geleden gezien hebben, heb misschien het boek gelezen, dus weet dat het om de vraag gaat: whodunnit? In gedachten stap ik in Parijs op de trein. Verlustig mij aan de luxe. Krijg ontbijt op bed met een zacht gekookt eitje, dineer in de restauratie, besprenkeld met champagne, drink whisky met één klontje ijs in de bar. Wat mij betreft wordt er weer een moord gepleegd, het liefst een passiemoord, maar niet door mij.

Thailand, 17 april – Regels zijn regels, daar is geen speld tussen te krijgen. Dus mag ik niet eten in eethuisje Bongo Congo op de hoek van de straat, maar moet mijn eten meenemen naar mijn kamer en daar opeten. Da’s minder gezellig, want in BC kan ik naar buiten kijken. Niet dat daar spannende dingen gebeuren, maar het is beter dan het (ontbrekende) uitzicht in mijn kamer. Heeft het verbod nut? In mijn geval niet want ik was meestal de enige klant. En de keren dat er andere klanten waren/kwamen, zaten we meters uit elkaar, dus voldeden aan de eis van ‘social distancing’. Maar dat snapt een eenvoudige koddebeier niet.

Thailand, 16 april – De rigoureuze categorisering in heteroseksueel, homoseksueel, biseksueel, metroseksueel, spornoseksueel en wat er verder nog aan typeringen zijn, is niet bruikbaar in Thailand. Ik doel niet op transseksuelen, ladyboys, kathoey maar op jongemannen met feminiene trekken, waardoor ik soms in verwarring raak: is dit nu een man of een vrouw? Je hebt ook jonge vrouwen die door hun kapsel, kleding en motoriek op mannen lijken. Die verwarring ken ik niet uit Nederland. Toen ik in Kameroen woonde en werkte, zag ik mannen die hand in hand liepen. Dat was (in ’t begin) al even verwarrend. Conclusie? Niets is wat het lijkt.

Thailand, 15 april – Twee series op tv-kanaal Mono29 zijn een verademing te midden van alle geweldfilms. Eindelijk eens geen moorden, gevechten, branden, ontploffingen, achtervolgingen enzovoort die het scherm bevuilen. Ik doel op World Voyage en Life below zero, de natuurfilms laat ik buiten beschouwing want daarin wordt ook veel gedood. World Voyage toont documentaires op velerlei gebied; het enige criterium is: is ‘t interessant? Een aardige aflevering ging onlangs over een initiatief van een 10-jarige jongen in Tasmanië, gericht op daklozen. Hij bindt warme kleding aan bomen met de mededeling ‘Free on a tree. If you need this it’s yours’. Op de mensen die onder nul leven, ben ik niet jaloers. Dat zal niemand verbazen.

Thailand, 14 april – De lockdown en avondklok zijn niet de enige hinder die ik momenteel ondervind; ook de temperatuur van 40 graden (40+ in mijn kamer) is bepaald onaangenaam. Soms biedt naar buiten vluchten enig soelaas maar alleen als het waait. Ik mis ook mijn uitstapjes naar Si Lom en Surawong. Wanneer kan ik weer neerstrijken in restaurant Sarica om mijn favoriete gerechten te verorberen en daarna in de Chicken bar uit te buiken met koffie en water? De tv biedt er een ruime keus aan sportkanalen: badminton, snooker, golf, voetbal. Ging er om de andere dag aan het eind van de middag naar toe. Ik maak het uitstapje nu in gedachten; dat kan nog steeds.

Thailand, 13 april – Wie nu nog denkt dat Thailand een seksparadijs is, heeft zijn ogen in z’n zak. Want alle gogo bars zijn gesloten. Geen jonge meiden meer in bikini die verveeld rond een paal kronkelen; geen jongens meer in slipje die hun kruis masseren om de bobbel zo groot mogelijk te maken. Hoerenlopers kunnen nergens meer terecht of zouden de meiden van plezier nu thuis werken, net als vele kantoormedewerkers op aanraden van de overheid? Tal van beroepsgroepen zijn veroordeeld tot niets doen. Alleen de bezorgdiensten van voedsel profiteren van de lockdown. Artsen en verpleegsters zijn de nieuwe Helden.

Thailand, 12 april – Er is veel vrouwelijk schoon te zien in Thaise soaps. Het zijn allemaal slanke types met lange sexy benen. Als oudere jongere ben ik er niet ongevoelig voor. Maar ik weet zeker dat ik stante pede impotent word als ze hun mond open doen. Zelden hoor ik een Thaise vrouw met een zinnenprikkelend stemgeluid. Ze maken het geluid van een kanariepiet. Bij mij in de buurt heb ik nog nooit een vrouw gezien van wie ik opgewonden raak. Ze zijn er niet en als ze er wel zijn, lopen ze mij glad voorbij. En geef ze eens ongelijk. Ik ben geen Adonis – nooit geweest trouwens.

Thailand, 11 april – Ik ben een actieve niet-kijkende televisiekijker. Dat klinkt paradoxaal, maar het kan. De televisie bood de afgelopen tijd: Legend of the dragon pearl, Genghis Khan, First Love, Enemy at the gates en The Departed. Had het geluidsvolume naar een minimaal niveau teruggedraaid. Zo nu en dan gekeken. Mij verbaasd dat de acteur die Genghis Khan speelde een jongeman was die helemaal niet het uiterlijk van een barbaar had. De vijand die aan de poort staat, speelt in 1942 in Stalingrad. De stad heet nu Wolgograd, ben er jaren geleden geweest. Die stad is volledig verwoest, maar het Duitse leger liep vast in de Russische winter. Eén pand herinnert aan de verwoesting.

Thailand, 10 april – Mijn kluizenaarsbestaan biedt weinig mogelijkheden tot verstrooiing. Ik zap soms langs televisiezenders, maar die bieden virusnieuws, soaps, herhalingen van zang- en kookwedstrijden en films die me zelden boeien. Ik speur ook op YouTube naar muziek, voornamelijk wereldmuziek. En ik kijk soms naar Keuringsdienst van Waarde. Laatst over aardbeien, want ik heb nog als vakantiewerk aardbeien geplukt op Rozenburg. Ik ben een kritische aardbeieneter. Thaise aardbeien vallen af: die zijn hard en zuur, vaker geel dan rood. Nederlandse aardbeien zien er mooi uit, maar ze zijn vaak waterig. KvW sprak met een banketbakker die een aardbeienfraisier maakte. Nooit van gehoord. Leek me een heerlijk taartje, mits met aardbeien van de volle grond gemaakt.

Thailand, 9 april – Drie films gezien op de tv: The extraordinary adventures of Adele Blanc-Sec, Rise of the legend en Transformers: Age of Extinction. Overeenkomst: Geen idee waarover ze gingen. Leukste van de drie: de Chinese film. Want had een rustig tempo zonder de nerveuze montage van de Transformers, mooie vechtscènes, mooie kostumering, mooie locaties – ook de meest realistische van de drie. Soms wenste ik er geleefd te hebben, niet als arme sloeber, maar als welgestelde mandarijn met minimaal drie gemalinnen, met wie ik om beurten sliep [zoals in de film Raise the red lantern]. Ik zou als tijdverdrijf haiku schrijven en op de erhu spelen. Lijkt me een mooi leven.

Thailand, 8 april – Bij het betreden van Big C Extra werd mijn temperatuur gemeten. Had 37,2 oftewel 0,3 graden onder de gevarengrens van 37,5. Moest gaan zitten en dacht: dat kan niet, heb afstand gehouden van anderen. De vorige keer stond mijn kacheltje op 35,5. En inderdaad na enkele minuten gaf de thermometer (die de vorm van een pistool heeft en tegen je voorhoofd wordt gehouden) 36,6 graden aan. Dus kreeg ik een stickertje dat ik goedgekeurd was door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen of zoiets. Heb onder andere Goudse kaas gekocht en een nieuw mondkapje, want mijn huidige mondkapje, zo’n flodderding, heb ik al te lang gedragen.

De columns van 4 t/m 7 april ontbreken omdat Dick’s blog onbereikbaar was.

Thailand, 3 april – De sluiting van restaurants om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen leidt in mijn geval tot een enorme verspilling van plastic, een euvel waaraan de overheid juist een eind wil maken. Na de maaltijden die ik ophaal bij Congo Bongo, zit ik opgescheept met twee en soms drie plastic bakjes, een plastic beker en een plastic zak. Het zou veel beter zijn wanneer ik de gerechten kon meenemen in een gamel. Ideaal systeem dat ik ken uit mijn kinderjaren toen ons gezin elke zomer een huisje huurde op een vakantieverblijf in Epe. Het had een centrale keuken die warme maaltijden leverde in gamellen: vier gestapelde pannetjes, bijeen gehouden door een beugel.

Thailand, 2 april – Grote verrassing gisterochtend. Had me al gekleed en een mondkapje voor gebonden om in Sukhumvit een krant te halen, zoals ik de voorgaande dagen had gedaan, bleek de krant bezorgd te zijn, hoewel de bezorger had gezegd tot 6 april weg te blijven. Ben toch gegaan, want zo’n uitstapje vormt een aangename onderbreking van mijn kluizenaarsbestaan. En ik gun de oude baas bij wie ik de krant kocht, zijn inkomsten uit de verkoop. Het tweede exemplaar ongelezen bij het oud papier gelegd, inmiddels al weer een forse stapel die ik cadeau doe aan een van de werksters, net als mijn PET-flessen. Doe aan afvalscheiding en armoedebestrijding.

Thailand, 1 april – Afgezien van de journaals en (te veel) praatprogramma’s die bol staan van het virusnieuws, is het business as usual op de televisie. Dezelfde soaps, dezelfde kookprogramma’s en -wedstrijden, dezelfde zangwedstrijden onderbroken door irritante reclames voor wasmiddelen, softdrinks enz. De programma’s zijn allemaal reruns, opgenomen in gelukkiger tijden toen niemand nog een mondkapje hoefde te dragen. Behalve dan de enkeling die zo’n ding droeg in het verstikkende verkeer, of omdat hij verkouden was. Wanneer komen die tijden terug? In Wuhan (foto), het epicentrum van de pandemie, worden na twee maanden volledige lockdown de eerste touwtjes gevierd. Maar elders in de wereld stijgt nog steeds het aantal besmettingen en doden. Dus???

Thailand, 31 maart – Het was gisteren maandag, dus zal Mono29 hebben gedacht: dan laten we What happened to Monday zien. Dat is een sciencefictionfilm over een wereld waarin een Child Allocation Bureau toezicht houdt op een streng beleid van één kind per gezin. ’t Is geen film waarvan je vrolijk wordt en dat geldt trouwens voor bijna alle films op dit tv-kanaal, dat grossiert in geweldfilms. Nooit zie ik eens een gezellige lachfilm, een leuke dijenkletser. Da’s jammer want in deze barre tijden van lockdown en onafgebroken virusnieuws heb ik – en ik denk met mij veel anderen – wel behoefte aan enige vrolijkheid ter verstrooiing.

Thailand, 30 maart – Mijn huidige kluizenaarsbestaan levert weinig inspiratie op voor een column op Facebook. Nu mijn uitstapjes naar het ‘centrum’ (heeft Bangkok eigenlijk wel zoiets als een centrum? ’t Is een metropool met vele centra) zijn weggevallen, maak ik niets meer mee, zie ik geen T-shirts langskomen met leuke, prikkelende, raadselachtige teksten enz. Ik heb nog een klein voorraadje en dan houdt het op. De laatste die ik noteerde, stond op een heuptasje en luidde: All you need is less, oftewel: We moeten consuminderen. De Thaise regering lijkt eerder het tegendeel na te streven, die heeft als beleid: All you need is more. Maar de lockdown zet er een dikke streep door.

Thailand, 29 maart – Gisteren boodschappen gedaan bij Foodland. Bij binnenkomst werd mijn temperatuur gemeten. Mocht doorlopen. Ik kom voor het eerst in deze vestiging van Foodland. Voordat de lockdown in ging, ging ik naar de Foodland in Patpong, nadat ik had gegeten bij Sarica. Is het niet raar, dat ik er nu pas kom? Op de motosai is het een paar minuten rijden. Het filiaal maakt deel uit van winkelcentrum The Street. Zag dat er ook een postkantoor is. Daarvoor geldt hetzelfde als voor deze Foodland. Ging altijd met de metro naar een postagentschap een stuk verder. Dat hoeft dus ook niet meer. Corona wees me de weg.

Thailand, 28 maart, 19 uur – In de hal van het hotel zitten de receptionist en nachtwaker naar de televisie te kijken. Beiden dragen een mondkapje. Raar gezicht. Denken ze besmet te kunnen worden door de televisie? Die bombardeert ze de hele dag in journaals en praatprogramma’s met informatie over de virusepidemie, geïllustreerd met infographics en overzichten. Wel onderbroken door soaps met veel geweld en reclamespotjes. Wat denken ze: de overheid zegt dat we een mondkapje moeten dragen dus dragen we elke minuut van de dag (en nacht?) een mondkapje? Misschien moet de overheid eens vertellen: Van tv kijken kunt u niet ziek worden, wel afgestompt raken.

Thailand, 27 maart – Sinds woensdag is het verplicht een mondkapje te dragen in trein en metro. Dus ik bond zo’n ding om toen ik de metro nam naar een printshop om kopieën te laten maken van mijn paspoortpagina’s. Ik had er niet eerder een gedragen. Wat is zo’n ding warm en wat voelt het onaangenaam. Gelukkig heb ik de metro voorlopig niet nodig, want alles is dicht in het centrum. Op straat is mijn bescherming afstand houden (social distancing). Naar de 7-Eleven ga ik in de stille uurtjes. Ja, het leven wordt er niet gemakkelijker op. Ineens is de wereld compleet veranderd.

Thailand, 26 maart – Vandaag gaat de noodtoestand in. Die geeft premier Prayut ongekende bevoegdheden, eigenlijk dezelfde die hij als hoofd van de militaire junta had. De nieuwe beperkende maatregelen, zoals een reisverbod dat ingesteld kan worden, komen eigenlijk te laat want Bangkok is al leeggelopen. En geef de vertrekkers eens ongelijk. In Bangkok hebben ze geen cent om te makken, in hun geboortedorp kunnen ze overleven. En nu maar hopen dat ze het virus niet hebben meegenomen, want dan is Leiden, pardon Thailand, in last. Voor mij maakt de noodtoestand geen verschil. Ik leefde al als kluizenaar.

Thailand, 25 maart – Op de Thaise televisie zijn verschillende zangwedstrijden te zien, Thailand’s Got Talent of hoe ze ook mogen heten. Zag laatst een aflevering met (gillende) meiden op de publieke tribune, van wie tot mijn grote verbazing niemand een mondkapje droeg. Tenzij het een herhaling was van een oude aflevering van voor de coronavirus uitbraak, werd wel een heel slecht voorbeeld gegeven. Want plaatsen waar veel mensen dicht bij elkaar zijn, zijn bronnen van besmetting. Juist daar is het dragen van een mondkapje noodzakelijk. Misschien zijn alle toeschouwers gescreend, maar dan nog is bescherming gewenst want het virus heeft een incubatietijd van twee weken.

Thailand, 24 maart (Vervolg van gisteren) – Welk verschil maakt het afgekondigde restaurantverbod voor mij? Tot zondag at ik om de andere dag in Bongo Congo op de hoek van mijn straatje. Ik was de enige klant. De weinige keren dat een andere klant kwam, ging die een stuk verder zitten. Vanaf zondag haal ik de maaltijd op en verorber die in mijn kamer. Daar zit ik ook alleen. Wat is het verschil? Ik moet nu mijn bordje en bestek zelf afwassen. Om te variëren zou ik een kant-en-klare maaltijd in 7-Eleven kunnen kopen die daar in de magnetron wordt opgewarmd. Maar ik ben nog geen smakelijke maaltijd tegengekomen. Dus??? Over Sarica en Love Scene schreef ik gisteren al.

Thailand, 23 maart – Ik kan drie weken niet eten in Sarica (Surawong Road), Love Scene (Sukhumvit soi 23) of Bongo Congo (aan het eind van mijn straatje), want de gouverneur van Bangkok heeft besloten 26 etablissementen tot 12 april te sluiten. Ik had me ook voorgenomen naar de kapper te gaan om mijn baard er te laten afhalen en mijn kapsel onder handen te laten nemen; gaat niet door. Eten afhalen mag wel. Da’s bij Bongo Congo geen probleem, ik kan in mijn kamer eten. Maar de andere twee? Misschien moet ik een picknickmand aanschaffen en een matje op straat leggen om zo te eten. Hoe ernstig is de situatie? 559 besmettingen en 1 dode op een bevolking van 69,6 miljoen inwoners. (Wordt vervolgd)

Thailand, 22 maart – Gisteren poolshoogte genomen op Sukhumvit en geconstateerd dat je in Thailand nooit weet waar je aan toe bent. Neem het dragen van mondkapjes. Op de beeldschermen op de metroperrons loopt een ticker waarop personen die koorts hebben of hoesten wordt gevraagd een mondkapje te dragen. Maar posters zeggen: Wear a mask 100%; dus te allen tijde. Op de roltrappen luidt het advies (in koeienletters): houd de leuning goed vast en loop niet. Maar de skytrain zegt: Sta rechts stil, loop links. De poolzaal Twins aan Sukhumvit soi 23 was gesloten, in restaurant Love Scene (foto) weer genoten van gebakken rijst met zoute vis. Was de enige klant.

Thailand, 21 maart – Ik ben coronavirusnieuwsmoe, een woord dat in Scrabble een flink aantal punten zou scoren, indien het op één regel past en voorkomt in de driedelige Van Dale, die het laatste woord heeft bij geschillen over de toelaatbaarheid van woorden. Ik merk het aan mijn dagelijkse nieuwsrubriek Nieuws uit Thailand. Bangkok Post, mijn belangrijkste nieuwsbron, staat bol van de virusberichten. Zodra ik de krant opensla, zakt mijn stemming tot 0 Kelvin en dat is min 273 graden Celsius. Lager kan niet. Om niet in een algehele staat van lamlendigheid te vervallen, licht ik er één uit en geef van de andere een link naar de website. Nog geen klachten ontvangen van lezers; misschien zijn die ook coronavirusnieuwsmoe.

Thailand, 20 maart – Kijk naar het journaal op kanaal 7, ditmaal voorgelezen door twee vrouwen. De één praat, de ander knikt met haar hoofd; dan praat de ander en knikt de één. Eén is gekleed alsof ze na het werk naar een party moet, de ander draagt iets eenvoudigs. Zoals altijd worden de begeleidende beelden eindeloos herhaald, want journaallezers zijn lang aan het woord. Sommige beelden komen me bekend voor, want het nieuws ken ik al al uit de krant. Items worden soms geïllustreerd met cijfers die duiden op PM2,5 stofdeeltjes of beurskoersen; het cijfer 19 verwijst naar het coronavirus. Zag prinses Sirindhorn met mondkapje, zo’n blauw flodderding, niet eens het betere duurdere model.

Thailand, 19 maart – Woensdag, 16.45 uur. Zit moederziel alleen in Sarica, mijn favoriete restaurant aan de Surawong Road. De gebruikelijke hard pratende en lachende Japanners ontbreken, de vier personeelsleden drentelen heen en weer, één is lang aan het bellen, wat eigenlijk streng verboden is door de baas. Ik heb geluk: de regering heeft bars gesloten, restaurants niet. In Patpong zijn alle gogo bars, massagesalons en de meeste poolzalen gesloten. De gebruikelijk rij met ladyboys en jongens-masseurs ontbreekt. Waarom de Paddy Field open is, begrijp ik niet – dat is toch echt een café. Ook Shenanigans is open, maar daar kun je ook eten. Boodschappen gedaan bij Foodland. Vroeg naar huis, dat blijft veertien dagen zo.

Thailand, 18 maart – De eigenaresse van Bongo Congo op de hoek van mijn straatje bood een mondkapje aan, een blauwe. Ik heb vriendelijk bedankt, want eten met een mondkapje om is lastig; je moet het telkens optillen waardoor het zijn beschermende werking verliest. Bovendien: ik heb er al twee, groene, die ik van metroreizigers heb gekregen. De blauwe, hoewel een zelfde flodderding, past niet in mijn verzameling. Ik wil groene, geen blauwe. Als ik er meer heb, laat ik ze inlijsten. Ik eet om de andere dag in BC en ben doorgaans de enige klant. De andere dagen trek ik de stad in om te foerageren in het door mij al vaak genoemde Sarica.

Thailand, 17 maart – Als iemand aan mij vraagt waarom ik geen mondkapje draag, antwoord ik: Hoezo, zie ik eruit als een Chinees? Denkt u dat ik op vakantie ben geweest in Italië? Heb ik soms een cruisereis gemaakt [Heb ik niet eens het geld voor]? Ben ik naar de markt geweest en heb ik verdacht vlees gekocht? Heb ik soms iemand uit Hong Kong ontmoet? Heeft u mij horen hoesten [behalve de gebruikelijke rokershoest] en niezen? Zie ik er wat bleekjes uit? Ben ik op vleermuizenjacht geweest? Nou dan. Ik volg het advies van de World Health Organisation; die vertrouw ik meer dan de Thaise overheid of de metrobeheerder, die zeggen dat ik zo’n ding altijd moet dragen.

Thailand, 16 maart – Ja, hoe gaat dat in de journalistiek? De eindredacteur heeft van de werkster gehoord dat mensen hamsteren [vanwege het coronavirus]. Dus hij zegt tegen de fotograaf, altijd een freelancer, ik wil een foto van lege schappen. Die gaat op zoek in hypermarkten als Big C Extra, Foodland, Makro en Tesco Lotus, maar nergens een leeg schap te zien. Hij vraagt een bedrijfsleider of die niet even een schap kan leeghalen, maar daar heeft die goede man geen zin in. Photoshop dan? Bij Foodland in Patpong stonden klanten met volgeladen boodschappenwagentjes voor de kassa, waardoor ik lang moest wachten voordat ik mijn twee artikelen kon afrekenen. Lege schappen niet gezien, Foodland had de koopwoede al verwacht.

Thailand, 15 maart – Op een trip die ik eens maakte, vertelde de tourgids dat Thailand drie seizoenen kent: hot, very hot en very very hot. Vond ik wel grappig, de andere passagiers in het minibusje lachten niet of verstonden haar niet. Thans is het very very hot seizoen aangebroken. De gebruikelijke begroeting Heb je al gegeten? is vervangen door een zucht en ‘rohn maak maak’, wat ik alleen maar kan beamen. De temperatuur in mijn kamer ligt enkele graden boven de buitentemperatuur en mijn gevoelstemperatuur doet er ook nog een schepje bovenop. Ik bivakkeer hier omdat de warmte heilzaam is voor mijn gewrichten en spieren. De huidige hitte is een brug te ver.

Thailand, 14 maart – Happiness Means Everything, las ik. Niet op de voorkant, niet op de achterkant van een shirt, ook niet op een tas, maar op de (korte) mouw van een truitje. Niet eerder ben ik op die plaats een tekst tegengekomen. Waarom de auteur juist voor die plaats koos, weet ik niet. Misschien dacht hij zo meer aandacht te trekken. Van het woord happiness krijg ik de kriebels. Als aan mij gevraagd wordt: Are you happy, antwoord ik: Gelukkig niet. Want geluk, meen ik, is geen permanente toestand. Het is een zeldzaam moment in een leven dat bestaat uit veel grijze dagen.

Thailand, 13 maart – Ik raapte laatst een muntje van 25 satang op, een kwart baht (0,0071 euro). Het lag te glinsteren op de vloer van metrostation Huai Khwang, waar ik altijd opstap als ik in de stad ga eten. Geen seconde kwam het in mijn hoofd op om het te laten liggen. Immers: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Mijn moeder zou zeggen: Een cent is het begin van de honderdduizend. Leuk gezegd, maar die honderdduizend is er nooit gekomen. Zelfs niet in de staatsloterij waarin ze speelde. Het muntje ligt nu te glinsteren op mijn werkblad. Wat zal ik ermee doen: besteden of bewaren?

Thailand, 12 maart – Volgens mij is snooker geen spel waaraan de spelers genoegen beleven. Ik keek laatst naar de Welsh Open waarin Shaun Murphy speelde tegen Kyren Wilson. Murphy was aan de winnende hand. Maar wat keek hij ernstig. Bij elke stoot verschenen nieuwe rimpels op zijn voorhoofd, een hoog voorhoofd dus ruimte genoeg voor al die rimpels. Wilson was al even serieus. Hij keek met toegeknepen lippen hoe hij werd ingemaakt. Toen de zege was beklonken, gaven de heren elkaar en de scheidsrechter beleefd een hand, nog steeds even ernstig. Bij een golfwedstrijd gaat het er heel wat ontspannender aan toe. Dan zie ik lachende gezichten en spelers die elkaar een schouderklopje geven.

Thailand, 11 maart – Een kennis plaatste op Facebook een link naar een toegift van Yuja Wang: Toccata van Prokofiev. Een hondsmoeilijk stuk. De perfectie waarmee ze het speelde, was ijzingwekkend. Het woord briljant is nog een understatement. Zelfs de orkestleden keken in bewondering toe. Maar ze overtuigde me niet. Haar uitvoering kwam niet verder dan mijn hersens, drong niet door tot mijn hart. Ik heb veel uitvoeringen van haar op FB gezien, waarbij telkens de vraag opwelde: Is dit waar muziek om gaat? Ik vroeg me ook af: zou ze plezier beleven aan musiceren? Ik zie het niet. Ik geef de link en vraag: vindt u dat nu ook?
https://youtu.be/AVpnr8dI_50

Thailand, 10 maart – Take out, las ik in het voorbijgaan op een shirt (geen T-shirt) van een meisje, terwijl ik door een motortaxi werd gebracht naar metrostation Huai Khwang. Gevaarlijke tekst! Is het een bevel, een verzoek, een uitdaging? Wat gebeurt er als ik de uitdaging aanneem? En wat zien ik dan: de druiventrossen die het Hooglied van Salomo bezingt? Ik zou beleefd kunnen vragen: zou je zo vriendelijk willen zijn om te doen wat op je shirt staat? Maar misschien weet ze niet eens wat er staat. De bedenker van de tekst moet een seksaddict zijn, een voyeur. Ik vraag me af of ik opgewonden raak van wat zij te bieden heeft.

Thailand, 9 maart – Op de arm van een Japanse jongeman, die in de metro naast mij zat, was in sierlijke schrijfletters getatoeëerd: Someday I will be loved. Ik wees ernaar en las de tekst voor. Of hij reageerde, weet ik niet want hij droeg een mondkapje dat elke conversatie bemoeilijkt. Ik vroeg me af: Is dit optimisme of pessimisme? Hunkert hij naar liefde? Ik had hem willen vragen hoe hij op het idee van deze tekst was gekomen. Zou hij misschien een blauwtje hebben gelopen? Liefdesverdriet hebben? Of was het hem nog nooit gelukt een vrouw te veroveren? Die gedachten schoten allemaal door mijn hoofd tussen Sam Yan en Sukhumvit waar hij uitstapte.

Thailand, 8 maart – De uitdrukking This Is Thailand (TIT) wordt weer eens bevestigd door wat ik meemaak in 7-Eleven. In één van de drie 7-winkels waar ik boodschappen doe, wat een groot woord is voor croissants en sigaretten, draait constant een geluidsbandje waarop een vrouwenstem meldt dat 7-Eleven is gestopt met het gebruik van plastic tasjes, ‘in overeenstemming met het regeringsbeleid’. Maar ik heb al verschillende malen gezien dat boodschappen door die hittepetitjes bij de kassa in een (gratis) plastic tasje werden gedaan, op verzoek van de klant en ook ongevraagd. De Thaise bevolking heeft lak aan regels, maar ik zie gelukkig ook veel klanten die een eigen tas meenemen.

Thailand, 7 maart – In mijn column van gisteren schreef ik ‘Kan het nog gekker?’over het besluit van de Thaise posterijen om alle pakketpost uit het buitenland te ontsmetten. Een goede kennis van me, gepensioneerd longchirurg, schrijft het geen gek idee te vinden. Hij zegt: ‘In de jaren 50 kregen veel van de verblijvenden op Spitsbergen, waar geen uitwisseling van menselijk contact was buiten Spitsbergen, in de eerste week van januari vaak ineens griep, terwijl dat maanden niet het geval was. Reden: rond de kerst werd met een vliegtuig ieder jaar één dropping met kerstpost gedaan.’ Waarvan akte.

Thailand, 6 maart – Het traditionele motto van de Thaise bevolking BB is verdreven door MB. Oftewel niet meer Boeddha Beschermt, maar Mondkapje Beschermt. Het mondkapje is Thailand’s nieuwste amulet. Aanzienlijk goedkoper maar of het effectiever is, valt te bezien. Volgens de WHO beschermt het slechts in bepaalde gevallen tegen besmetting door het coronavirus. En alleen één model, mits goed aangebracht. Regelmatig handen wassen en ontsmetten is veel effectiever. In de metro word ik opgeroepen een mondkapje te dragen. De exploitant dankt me voor mijn ‘kind cooperation’. Ik schat dat nu 90 procent van de reizigers zo’n ding draagt. De posterijen gaan alle pakketjes uit het buitenland ontsmetten, las ik op de website van Bangkok Post. Kan het nog gekker?

Thailand, 5 maart (Vervolg van gisteren) – Toen ik dinsdag de column van woensdag schreef in restaurant Sarica, terwijl ik wachtte op mijn eten, kwam een van de obers langs met een flacon hand cleaning gel. Ik bedankte hem vriendelijk voor zijn reddingsoperatie, maar maakte er geen gebruik van. Want die zou alleen effectief zijn als ik daarna niets meer aanraakte met mijn handen. Het tafelblad, het bestek, het glas met servetten en tandenstokers, de stoelleuning als ik opsta – alles zou een bron van besmetting kunnen zijn. En hoe moest ik eten zonder handen: met mijn ellebogen? Overigens draagt het personeel geen mondkapjes. De koks weet ik niet, die werken een verdieping hoger.

Thailand, 4 maart – De vogelmens is in opmars. Ik schat dat 80 procent van de metroreizigers en de mensen die ik op straat zie, tot deze hybride mensensoort behoort want die dragen een mondkapje dat hun mond doet lijken op een vogelsnavel. De propaganda van de overheid is uiterst effectief gebleken. Maak gebruik van de doodsangst van de mensen en ze eten uit je hand, alhoewel Thailand slechts één dode telt (die ook aan dengue fever leed). De meeste mensen dragen een groen of blauw flodderding dat aan alle kanten lekt. Alleen een duurder kapje met filter is effectief mits strak tegen de huid gespannen. Bagatelliseer ik het coronavirus? Nee, in China en Zuid-Korea vallen honderden als dominostenen om. (Wordt vervolgd)

Thailand, 3 maart – Alsof de duivel ermee speelt: op de aanschaf van nieuwe T-shirts rust geen zegen. Het begon er al mee dat ik shirts met een ronde hals bleek te hebben gekocht. Vervolgens waren shirts van combed cotton met een V-hals niet beschikbaar in mijn maat. Wel van pima cotton, die duurder waren. Ook een L-maat maar die is iets krapper, merkte ik. Dus gisteren weer terug naar Robinson, waar de verkoopster me nog kende, en geruild voor XL. Ze zei dat maatverschillen wel vaker voorkomen, hetgeen ik kan beamen. Mijn Pierre Cardin hemden hebben als maat XXL. De verkoopster, een andere, behoedde me destijds voor een miskoop.

Thailand 2 maart (Vervolg van gisteren) – De volgende fase in de vernieuwing van mijn garderobe is de vervanging van mijn cotton casuals pantalon, ik vermoed Terlenka. Ik heb drie identieke exemplaren, gekocht bij Van Uffelen in Vlaardingen. Een heerlijke zomerbroek; helaas zijn twee onbruikbaar: doorgesleten op het zitvlak. De derde heeft een brandvlek, waarover ik een pleister heb geplakt. Een vierde pantalon is van een ander materiaal, ik denk wol, dus is te warm. Knelt bovendien – ja, ik krijg een buikje. Verder heb ik hier nog een kostuum, maar dat is voor speciale gelegenheden. Ik zie nu al op tegen de zoektocht naar een geschikt alternatief. Ik houd u (niet) op de hoogte.

Thailand, 1 maart (Vervolg van gisteren) – Toen ik na mijn bezoek aan Robinson thuiskwam, bleek ik twee sets van twee T-shirts met ronde hals te hebben gekocht. Dat had ik moeten opmerken en een ervaren verkoopster had me erop geattendeerd. Want ik had gewezen op een T-shirt met V-hals en 2 gezegd, twee shirts bedoelend. Teruggegaan met één set, want één had ik al aangebroken. De V-hals was in mijn maat niet beschikbaar. Een Nederlandse kledingwinkel zou gezegd hebben: dan bestellen we die toch voor u. Heb ik maar niet gevraagd. Wel beschikbaar waren shirts in een ander materiaal pima cotton, dat net zo prettig aanvoelde als combed cotton in de ronde. Het verschil bijbetaald. De ronde draag ik in Nederland als onderkleding, lekker warm, en in Bangkok als het ‘koud’ is. (Wordt vervolgd)

Thailand, 29 februari – Als een kledingstuk me bevalt, blijf ik het dragen tot het van ellende uit elkaar valt. Dat is nu het geval:  in mijn T-shirts vielen gaten als ik ze uittrok en te hard sjorde. Met pleisters de gaten gemaskeerd. Geen gezicht, maar ik zag ze toch niet want zaten op de achterkant. Toen het er te veel werden, twee nieuwe bij Robinson gekocht. Ik ben merkvast, dus van Jockey. Goede pasvorm, irriteert niet op de huid, is niet te warm, blijft nieuw in de was. Viermaal zo duur als een shirt van een onbekend merk op de markt, maar je doet er ook vier keer zo lang mee (of langer). Ik zeg maar zo: duurkoop is goedkoop.

Thailand, 28 februari – Ik ben een koffieleut. Mijn verslaving is ontstaan toen ik journalist was. In het typemachine tijdperk was dat een hachelijke onderneming want er zijn heel wat plastic bekertjes omgevallen bij het verschuiven van de wagen naar een volgende regel. Ik ben ook een kritische koffiedrinker als ik uitga. Indulge (Sukhumvit Rd) serveert een goed merk, Illy. De melk in het kannetje is warm en je krijgt een koekje, wat vrij uniek is. In Sarica (Surawong Rd) is de melk koud en die is vaak ook nog geschift. Dus geef ik terug, alhoewel het personeel probeert de schade te herstellen met roeren. Maar daar trap ik niet in. De koffie krijgt van mij een genadezesje.

Thailand, 27 februari – Trust no one, las ik op de achterkant van een spijkerjack. Deze pessimistische visie op de medemens deed me denken aan een spelletje uit mijn kinderjaren, maar daarvoor is een voorwaarde dat je de ander juist wel vertrouwt. Je laat je achterover vallen en de ander vangt je op. Ik vond het een eng spel, want een fractie van een seconde maak je een vrije val. Achterover kijken was uiteraard niet toegestaan, je moest de ander blindelings vertrouwen. In Bangkok Post lees ik regelmatig verhalen over mensen die zijn opgelicht. Geld geïnvesteerd in schimmige ondernemingen, die torenhoge rendementen voorspelden. Je kunt ook te goed van vertrouwen zijn.

Thailand, 26 februari – Ik ben gek op Krimi’s. Thailand stelt me niet teleur. Maar het zijn geen krimi’s met als centrale vraag whodunnit? Dat is vaak al snel bekend dankzij tipgevers en de duizenden CCTV’s waarmee het land vol hangt. Het gaat in de Thaise krimi’s om howhedunnit en whyhedunnit. Dezer dagen heeft een krimi uit 2015 een onverwacht gevolg gekregen. In 2015 ging het om een aandelentransfer [lees: diefstal], een moord en een in scène gezet auto-ongeluk. Nu om een rechter die is bedreigd en haar broer die is ontvoerd, vermoord en in een rivier gedumpt. Die twee zaken hebben met elkaar te maken. Op mijn website legde ik het maandag uit.

Thailand, 25 februari – Aan een ergernis is een eind gekomen: eindelijk een tv-kanaal ontdekt dat kwaliteitsfilms toont en niet zoals Mono29 gewelds- en sciencefiction films: channel 7. Het enige nadeel is dat ze een aanslag doen op mijn nachtrust. Inmiddels twee met Oscars bekroonde films gezien: Personal shopper (2016) en The artist (2011). Ik kwam er toevallig op terecht, heb ze niet vanaf het begin gezien, maar wel tot het einde (3 uur) inclusief de volledige aftiteling, die Mono nooit toont. De filmverhalen heb ik opgezocht op internet. Bij The artist (2011) was dat niet eens nodig want dat is een stomme film, die in 1928-1929 speelt toen de geluidsfilm zijn intrede deed.

Thailand, 24 februari – Binnen loopafstand heb ik de keuze uit drie 7-Eleven winkels. Nummer 1 is het dichtstbij en het slechts georganiseerd en bevoorraad. Nummer 2 is iets verder, als nummer 1 me in de steek laat (sigaretten, croissants, melk, koffie, tonijn in blik) loop ik door of ik ga er direct naar toe. Nummer 3 is het verst weg en heeft het meest uitgebreide assortiment. Er zijn ook twee geldautomaten. De meeste personeelsleden kennen me en grijpen vaak al naar het schap met sigaretten als ze me zien. Het leukst is dan om te zeggen: vandaag niet. Er is ook nog een nummer 4 en 5, maar die vind ik te ver weg.

Thailand, 23 februari – Als mij gevraagd wordt waar mijn hotel staat, dan zeg ik: in een dorpsstraat. Want Bangkok mag dan een metropool zijn met 10 miljoen inwoners, in mijn straatje heerst de rust van een kist. Deze uitdrukking ontleen ik aan het lied Het Kerkhof van Jaap Fischer. Zo nu en dan wordt de rust verstoord door het gebrul van een zware motor, getingel van een ijscokar en versterkte oproepen van een pickup truck met fruit. Mijn habitat heeft twee nadelen. Met Engels kom je niet ver en eethuizen richten zich op Thaise clientèle. Bij twee staat iets op de kaart dat ermee door kan, maar echt smullen is het niet.

Thailand, 22 februari – Als ik met mijn ellebogen op de tafel steun, terwijl ik zit te eten, hoor ik mijn moeder zeggen: Niet met je ellebogen op tafel. Ik heb nooit gevraagd waarom. Misschien zou ze dan geantwoord hebben: daarom. Waarop ik zou zeggen: Daarom is geen reden, als je van de trap afvalt ben je gauw beneden. Nog steeds weet ik niet waarom. Omdat het zo hoort? Maar wie bepaalt dat: Amy Groskamp-ten Have? Vergelijk de elleboog eens met: Niet praten met volle mond. Logisch, want dat is een smerig gezicht. En bij sommigen heb je een paraplu nodig als ze tegen je praten. Met deze wijze levenslessen ben ik opgevoed.

Thailand, 21 februari – En weer was er een bezorgde (angstige, bemoeizuchtige?) metroreiziger, ditmaal een vrouw, die mij een mondkapje gaf; zo’n groen flodderding dat aan elke kanten lekt. Ze zal gezien en gehoord hebben dat ik hoestte, wat een van de symptomen van het coronavirus is. ’t Is een rokershoest; alle verstokte rokers hoesten. ’t Is de prijs die je moet betalen voor je verslaving. Ik bedankte de vrouw en stopte het Ding in mijn tas. Ze vroeg me niet het om te doen. Ik heb er nu twee. Als ik er nog meer heb, laat ik ze inlijsten. Een goede titel lijkt me Hysterie. Iemand een betere suggestie?

Thailand, 20 februari – Zijn de metroreizigers die een mondkapje dragen – ik schat ruim de helft –,  werkelijk zo dom dat ze geloven in de beschermende werking van zo’n groen of blauw flodderding, dat aan alle kanten lekt? Nog afgezien van het minieme risico op besmetting, want China heeft alle groepsreizen naar het buitenland verboden, waardoor de toerismesector in Phuket op apegapen ligt. Of geloven ze de overheid die hamert op het gebruik? Of hebben ze geen toegang tot kanalen met betrouwbare informatie, bijvoorbeeld op internet? De WHO waarschuwt voor paniekreacties, zoals hamstergedrag, annulering van evenementen en angst voor cruisereizen. Het moet niet gekker worden.

Thailand, 19 februari – Het personeel van restaurant Sarica zijn harde werkers, die zodra klanten hun tafel hebben verlaten, deze afruimen en schoonmaken. Maar het motto ‘Nooit met lege handen naar de keuken’ is niet aan hen besteed. Ik zie veel lege handen. De keuken is in dit geval de balie bij het keukenliftje. Wat het personeel ook moet leren is hun oog te laten dwalen door de zaak. Te vaak staan ze met de rug naar de klanten, bijvoorbeeld bij de ingang, overigens zonder daar klanten naar binnen te lokken. Ik hoef nooit lang te wachten op mijn eten, wel regelmatig tot ze mijn bestelling opnemen, vooral als het druk is. Pluspunt: hun eigen mobieltje is verboden.

Thailand, 18 februari – Nuttig advies gelezen op een T-shirt: Less sitting, more walking. Daar kan ik het wel mee eens zijn, maar ik denk dat ik meer tijd zittend (en slapend) doorbreng dan lopend. Een goede kennis van mij, huisarts in ruste, heeft me geadviseerd minstens een uur per dag te lopen. Een half uur lukt nog wel, langer is uitzondering. Een andere tekst die me trof, luidde ‘O happy day’ op een tasje, waarbij ik onmiddellijk moest denken aan de gelijknamige swingende gospel. Bij voorkeur gezongen door dikke negerinnen [lees: Afro Americans], want dat zijn de beste zangeressen. Luister hier: https://youtu.be/olQrCfkvbGw (7,4 miljoen weergaven).

Thailand, 17 februari – Opgestaan, plaatsje vergaan, hoor ik ineens iemand zeggen in de metro. Dat moet een landgenoot zijn en dat was het dan ook. Een vrouw die was opgestaan, zei dit terwijl ze liep naar een andere zitplaats. Het is opvallend in de metro dat zitplaatsen die vrijkomen, direct ingenomen worden door een staande passagier, soms zelfs jonkies. Ik heb het wel eens meegemaakt dat een tuthola voor mijn neus ging zitten op de plaats waarnaar ik, steunend op een wandelstok, op weg was. Het zijn meest vrouwen en ze zijn altijd verdiept in hun mobieltje, de plaag van het huidige decennium.

Thailand, 16 februari – Ik mag graag naar golf kijken en ik speel het zelf ook. Jawel, maar ik speel het niet op een golfbaan maar op straat. Rioolputdeksels hebben vier of zes gaten en ik fantaseer dat het holes zijn. Om een hole in one te scoren moet ik mijn peuk vanaf de tee in één welgemikte slag met mijn wandelstok erin slaan. Maar dat lukt me zelden. Wel scoor ik zo nu dan een birdie (1 onder par), vaker een bogey (1 boven par) en zelden een eagle (2 onder par). Mijn woonplaats Vlaardingen heeft een golfbaan in de Broekpolder. Als stadsverslaggever heb ik geschreven over de aanleg, de opening en enkele toernooien. Daar moet ik besmet zijn met het golfvirus.

Thailand, 15 februari – Happy Valentine, schijn je elkaar te moeten wensen op 14 februari. Dus dat wenste ik mijn favoriete serveerster in café-restaurant Indulge. Ze beantwoordde de groet en vroeg of ik een roos voor haar had meegenomen. Niet dus. Dat mag zij vragen want, zoals mijn vader altijd zei over aantrekkelijke vrouwen, zij is wel de zonde waard. Wat hij voor zover ik weet nooit in de praktijk heeft gebracht – mijn moeder zei: Heeft hij het geld niet voor. Maar ik verbeeld me niets. Aardige mensen die Thai, hoor ik toeristen na terugkomst in Nederland al zeggen. Ja, Ezeltje strek je, is het motto van vriendelijk horecapersoneel.

Thailand, 14 februari – Never a dull moment in Thailand, zeg ik altijd als ik het nieuws van de dag beschouw. Ik heb al over talloze moordzaken geschreven die zich uitstekend lenen voor een spannende Krimi. Er moet wel een snufje fantasie overheen, want vaak worden die zaken zo snel opgelost dat er nauwelijks één aflevering van valt te brouwen. Dat komt: het hele land hangt vol met bewakingscamera’s en mensen zijn ook niet te beroerd om anderen te verlinken. Dankzij deze tipgevers worden talloze drugstransporten onderschept, alhoewel ik vermoed dat de meeste niet ontdekt worden. Het bloedbad in Korat leent zich ook voor een Krimi, maar niet nu. De wonden zijn nog te vers.

Thailand, 13 februari – Nieuwe oogst teksten op T-shirts en tassen. De aardigste die ik zag op een canvas tas, luidde: Wedding day Cherry Keng 20-1-2020. Ging vergezeld van een tekening van twee gestileerde poppetjes die tegenover elkaar staan met de man, die op zijn rug een boeket bloemen vasthoudt. Ik denk dat de tas een cadeau van het bruidspaar was, want het is de gewoonte dat alle gasten iets ter herinnering krijgen. Verder noteerde ik: Perfection is boring, en Youth has no age. Op de beeldschermen op metrostations en in de metro zag ik Pray for Wuhan langskomen. Le marché de whiterm Paris moest ik opzoeken. Is een ‘instant classic’ las ik op pinterest.com.

Thailand, 12 februari – In mijn bescheiden bibliotheek met (in het Engels vertaalde) boeken van Thaise schrijvers en boeken over Thailand, bevindt zich een fraai fotoboek – echt iets voor de salontafel – waarin elk hoofdstuk aan een bepaalde kleur is gewijd. Dat brengt mij op de gedachte dat ook andere indelingen mogelijk zijn en wellicht interessant. Bijvoorbeeld geluiden. Tuktuks, autobussen, taxi’s, particuliere wagens, motorfietsen, zware motoren, ambulances met gillende sirene: ze maken allemaal een ander geluid. Ook mogelijk: een indeling in geuren, alhoewel de taal voor wat je ruikt veel minder woorden heeft dan voor wat je ziet en hoe breng je geuren in beeld? Of: populaire sporten als voetbal, badminton, golf en Muay Thai. Politieke partijen zou ook kunnen, maar da’s zó saai.

Thailand, 11 februari – Een aardige man die op een priority seat (gereserveerd voor zwangere vrouwen, monniken en lieden met een wandelstok, zoals ik) in de metro zat, stond voor me op. Hij gaf me een mondkapje, zo’n groen flodderding dat geen enkele bescherming biedt tegen het coronavirus. Ik stopte het in mijn schoudertas en bedankte hem. Zelf droeg hij een zwart boevenmasker dat me altijd doet denken aan de drie Zware Jongens uit Donald Duck. Gelukkig spoorde hij me niet aan het om te doen. De kans dat ik besmet raak is uiterst miniem want ik leef een solitair bestaan. De veilige afstand is 39,9 inch. Boerka draagsters hebben het maar gemakkelijk, die hebben het niet nodig.

Thailand, 10 februari – Een van de adviezen om besmetting met het coronavirus te voorkomen, luidt: vermijd mensenmassa’s. Daarom zijn de concerten van een populaire Zuid-Koreaanse jongensgroep en een zangeres afgelast. Maar de autoriteiten die dit advies geven, lappen het zelf aan hun laars. Gisteren was de Silom Road weer een Walking Street, een maandelijkse markt om de particuliere bestedingen te stimuleren. Het was druk op de tweede editie, maar minder dan op de eerste. Burgers zijn verstandiger dan autoriteiten, maar dat weten we al door de uitval van minister Anutin naar de ‘verdomde’ westerlingen die mondkapjes weigeren. Terecht, want vooral de groene, beschermen niet of nauwelijks. (Lees: https://www.dickvanderlugt.nl/wp-content/uploads/2020/02/How-effective-are-masks-scaled.jpg)

Thailand, 9 februari – ‘Amerikaanse toestanden’ gisteren in Nakhon Ratchasima. Een soldaat schiet in een legerkamp zijn commandant en twee anderen dood, steelt een Humvee pantservoertuig en vuurt onderweg naar winkelcentrum Terminal 21, waar hij zich verbergt, op voorbijgangers. Volgens de laatste berichten kwamen 21 personen om het leven en werd een nog onbekend aantal verwond. Nadat ik het websitebericht had gelezen, zag ik de beelden op Nation TV met hollende mensen. Tevens werd het doopceel van de man gelicht. Het Engels heeft er een mooi woord voor: berserk. Wij zeggen: hij ging over de rooie. Zal er vandaag wel het nodige over lezen in Bangkok Post. Never a dull moment here in Thailand.

Thailand, 8 februari – Stop following me, las ik op de achterkant van een T-shirt van een jongeman. Die knaap heeft een hoge dunk van zichzelf, dacht ik. Oké, hij was weliswaar niet lelijk, maar het was ook geen spetter waarvan je gaat kwijlen. Op de forse boezem van een vrouw las ik I told you so. Dat roept de vraag op, wat ze – in dit geval – mij heeft gezegd. In ieder geval niet hetzelfde als wat bij de knaap op zijn shirt stond, want ik had geen enkele behoefte om deze fabricagefout van God’s schepping te volgen. Laatste gelezen tekst: T-shirt. Alsof ik dat niet wist.

Thailand, 7 februari – Wat bepaalt mijn keuze van eetgelegenheden? Als eerste de zitplaatsen, want ik heb geen zitvlees. Dus om die reden eet ik nooit op straat want daar zit je op ongemakkelijke en soms wankele krukken. Bovendien zit je vaak in de uitlaatgassen van passerend verkeer. Als tweede het uitzicht, Sarica is ideaal want je kunt er in alle richtingen kijken. Maar ik maak een uitzondering voor Love Scene vanwege de voortreffelijke gebakken rijst met zoute vis en het Indiase restaurant Kashmir, die beide inpandig zijn. Als derde criterium het personeel. Ik heb een hekel aan personeel dat zich gedraagt of zij koning zijn en niet de klant. En de kwaliteit van het eten? Ja, die ook.

Thailand, 6 februari – Sommige tuktuks mijd ik. Die hebben aan de achterkant speakerboxen in een houten kast. De bank is naar voren geschoven, wat ten koste gaat van de beenruimte die ik als lange man hard nodig heb om kramp te voorkomen. Ik wijs op de rugleuning en mijn rug en zeg ‘puad lang’ (rugpijn). Ik neem dan een andere tuktuk die niet aan de beurt is, maar dat mag. De beste tuktuks zijn voor mij de driewielers die iets langer zijn waardoor ik mijn benen kan strekken. Het zijn er niet veel. De vervelendste zijn de afwezige tuktuks op weg naar huis. Maar ik ben nog nooit gestrand; dat valt weer mee.

Thailand, 5 februari – Er zijn van die dingen die je werktuiglijk doet, waarbij je niet nadenkt. Dingen die je misschien altijd hetzelfde doet zonder dat je je er van bewust bent. Blijkbaar hebben de hersenen een automatische piloot. Sommige volgordes liggen vast, bijvoorbeeld: je trekt eerst je sokken aan en daarna je schoenen. Andersom kan ook wel, maar dat leidt tot snelle slijtage van je sokken. Ik trek eerst mijn pantalon aan en daarna mijn schoeisel. Waarom in die volgorde hoef ik toch niet uit te leggen? Mijn haren kam ik als laatste. Make-up gebruik ik niet, sommige Thaise jongens wel en die zijn niet per se gay.

Thailand, 4 februari – Ik was al een buitenbeentje want ben geen telefoonzombie en nu ben ik ook een buitenbeentje omdat ik geen mondkapje draag, beter gezegd een gezichtsmasker want het bedekt de mond en de neus, waardoor de dragers, vooral als het zwart is, lijken op de drie Zware Jongens uit Donald Duck. Ik ben ook een buitenbeentje omdat ik niet van Muay Thai houdt, een weliswaar gereglementeerde ‘sport’ maar die m.i. een vorm van mishandeling is met als beloning een k.o. wanneer de tegenstander bewusteloos is geslagen. De winnaars steken hun armen altijd in triomf omhoog na zo’n overwinning. Nog een verschil: Thai zijn praters, ik ben een zwijger. Schrijven is mijn vorm van praten.

Thailand, 3 februari – Werk aan de winkel. Mijn hobby om teksten op T-shirts en tassen te verzamelen en voorzien van mijn commentaar door te geven, dient te worden uitgebreid, want er zijn veel meer plaatsen met potentieel interessante, prikkelende enzovoort teksten. Zo zag ik laatst op de spatlap van een tuktuk de tekst ‘Don’t even think about it’, op het hoesje van een mobieltje ‘May all your dreams come true’ en op een kinderwagen ‘Baby Throne’. Ben ik blij met de uitbreiding van mijn onderzoeksveld? Nou, eigenlijk niet, want nu heb ik geen seconde rust meer. En dan te bedenken dat ik niet eens let op graffiti teksten. Als ik die ook nog eens moet lezen, dreig ik overwerkt te raken.

Thailand, 2 februari – Ze zijn perfect geschikt om brillenglazen te reinigen. Ik zag ze voor het eerst in AH in Vlaardingen en onlangs ook in een pharmacy (drogist/apotheek) in Bangkok (Made in Japan): het zijn poetsdoekjes – eigenlijk papiertjes geïmpregneerd met iets wat lijkt op eau de cologne. Dus ze ruiken ook nog aangenaam. Ja, alles wat in Nederland te koop is, is hier te koop en nog veel meer. Dat ‘veel meer’ maakt me in hypermarkten als Big C Extra besluiteloos. Ik sta voor een schap met tientallen merken van een bepaald product en tenzij ik een voorkeursmerk heb, kan ik murw gebeukt door de overdaad niet kiezen. De welvaartsmaatschappij is soms een ramp.

Thailand, 1 februari – Had gegeten in Love Scene, een eenvoudige eetgelegenheid in Sukhumvit soi 23. Weer genoten van mijn favoriete gerecht gebakken rijst met zoute vis. Het zijn kleine stukjes maar ze zijn net zo zout als de Dode Zee, die zo zout is dat je vanzelf blijft drijven. Het portie is altijd groot, de prijs bescheiden (130 baht inclusief flesje water). Daarna door soi Cowboy gelopen, een bekend uitgaansgebied met herrie, neon en hittepetitjes in bikini naar Crazy Cat, waar ik veel kwam toen ik nog wilde haren had. Dezelfde baas die toen telkens om een drankje bedelde tot ik hem vertelde dat in mijn Vlaardings stamcafé de rollen waren omgedraaid. Het dubbeltje viel.

Thailand, 31 januari – De luchtverontreiniging heeft een nieuw mensenras gebaard: de vogelmens. Dat is een hybride soort met de romp van een mens en de kop van een vogel. Op de plaats van de mond bevindt zich een scherpe snavel. De vogelmens stoot onverstaanbare klanken uit want hun spraak wordt gedempt door een mond-neuskapje. Ze zijn verslaafd aan chatten en scrollen; dat doen ze zittend, staand, etend, lopend. Het zijn geen sociale wezens, ze zitten opgesloten in hun eigen cocon van onbenaderbaarheid. Een regering mag zich gelukkig prijzen met dit volksdeel, want het zijn vredelievende types; ze zijn niemand tot last. Er kunnen er wat mij betreft niet genoeg van zijn.

Thailand, 30 januari – Mijn leven bestaat uit schrijven, eten, slapen – in die volgorde van belangrijkheid. Daarnaast doe ik boodschappen, was mijn ondergoed op de hand en heb andere nuttige en noodzakelijke bezigheden die niet de moeite waard zijn om te noemen.Wat doe ik niet? Sporten (maar ik loop veel), gamen (boeit me niet), chatten (eufemisme voor ouwehoeren), ter kerke gaan (ook niet op kerstavond), zwemmen (alhoewel ik dat veel heb gedaan), zonnen (niet nodig, ben al bruin), naar de bioscoop gaan (de laatste film die ik zag was Goodbye Lenin), doorzakken (drink zelden alcohol), musea bezoeken (da’s lang geleden), koken (mag niet op mijn kamer), selfies maken (kan niet eens op mijn mobieltje).

Thailand, 29 januari – Ineens kreeg ik trek in een saucijzenbroodje terwijl de metro station Sukhumvit naderde. Ineens, zomaar, zonder directe aanleiding. In mijn hoofd begon een film te draaien: ik zag mezelf op station Rotterdam CS naar de kiosk lopen aan het eind van een perron om deze lekkernij te kopen, die de eetlust niet bederft maar toch even de honger stilt. Ik vraag me af: vanwaar die spontane trek? Waarom juist in de metro, waarom op dit tijdstip aan het eind van de middag? Langs welke zenuwbanen bewegen mijn gedachten zich en wat komen ze onderweg tegen? Het brein herbergt vele geheimen.

Thailand, 28 januari – Ik heb een idee: een T-shirt met een venster, zoals de datumaanwijzer op een horloge.  Daarmee kan een tekst gekozen worden die afhankelijk is van de stemming van de drager. De mogelijkheden zijn legio: een filosofisch aforisme, ondeugend, pikant, humoristisch, bombastisch, beledigend, eventueel in twee talen zoals op mijn Seiko horloge. Zoiets moet toch niet zo moeilijk zijn om te fabriceren. Kunnen ze vast wel in China. Ik ga het idee wel deponeren als handelsmerk, want voordat je het weet gaat iemand anders ermee aan de haal. Hoe zal ik ’t noemen: Iemand een suggestie?

Thailand, 27 januari – Het mobieltje lijkt te zijn uitgevonden voor de Thaise bevolking, want die heeft als nationale hobby’s praten (chatten), eten, praten over eten en boksers bij  Muay Thai aanmoedigen. De Thaise vingers zijn perfect geschikt voor de kleine toetsen op een mobieltje en het schuiven met objecten op games, zoals de vruchtjes in Candy Crush. Onze westerse vingers zijn te grof en misschien hebben we andere intelligentere tijdverdrijven (hoewel ik dat betwijfel). Als ik Thai een boek zie lezen, wil ik weten: 1 Wat lezen ze, 2 Hoe dik is het boek, 3 Hoe ver zijn ze erin gevorderd en 4 Gebruiken ze een boekenlegger, want ik heb een hekel aan ezelsoren.

Thailand, 26 januari – O, wat kijken ze ernstig, zelfs als ze gewonnen hebben, springen ze geen gat in de lucht. Wat een wereld van verschil vormt snooker met golf, twee sporten die ik vaak op True Sport volg als ik na de maaltijd neerstrijk in de Chicken bar in Patpong om uit te buiken. Bij golf wordt de winnaar door andere spelers en caddies met water overgoten en omhelst. Het publiek bij snooker volgt de spelers muisstil en applaudisseert beleefd aan het eind, het publiek bij golf moet tot stilte gemaand worden als de spelers een balletje slaan. Snookerspelers en scheidsrechter zijn in het zwart gekleed, golfspelers dragen hun eigen plunje. De vroeger typische golfbroek zie ik niet meer.

Thailand, 25 januari – Vandaag begint het Chinese jaar van de Rat, maar in Thailand is het vorige nooit geëindigd dus kan het ook niet begonnen zijn. Snapt u wel? Thailand telt twee soorten ratten: dierlijke en menselijke. Voor menselijke ratten moet je bij de regering zijn, het leger of de hi-so (elite). Die lieden menen zich alles te mogen permitteren. Dissidenten, eigenlijk mensen met verstandige denkbeelden, worden zonder pardon gearresteerd en gevangen gezet of nog erger vermoord en met beton in hun buikholte in de Mekong gedumpt. Wie voor een dubbeltje geboren is, is rechteloos; wie geld heeft, kan straffeloos zijn gang gaan. Heerlijk land: Thailand. Ik ben er gek op.

Thailand, 24 januari – Ik weet niet of het een bekende uitdrukking is, maar het is een vraag, eigenlijk een begroeting, die beter geschikt zou zijn voor Thailand dan wat gebruikelijk gezegd wordt: Heb je al gegeten? Ik heb het over de uitdrukking ‘Alles kits achter de rits?’ De vraag heeft geen betrekking op eventuele problemen met plassen, wat geen onbekend euvel voor ouderen is en noopt tot een prostaatoperatie. De vraag kan trouwens alleen gesteld worden aan mannen, want voor zover ik weet hebben vrouwenpantalons geen rits op die plaats en wanneer vrouwen een jurk of rok dragen, is de vraag volledig misplaatst. Of de vraag eerlijk beantwoord moet worden, laat ik in het midden. De andere vraag wel.

Thailand, 23 januari (vervolg van gisteren) – Het Thaise mondkapje moet beschermen tegen PM2,5 fijnstof, maar doet dat slechts ten dele en de effectiviteit is ook afhankelijk van hoe goed het aansluit op het gezicht. Dat vertelt de overheid er natuurlijk niet bij want je moet de bevolking niet nodeloos ongerust maken. De overheid waakt over U, immers. Ik mot zo’n masker niet, zou in ademnood komen. Heb het ook niet nodig. Ik merk niets van de smog, maar misschien kom ik nooit op ongezonde plaatsen of misschien heb ik als Vlaardinger weerstand opgebouwd tegen luchtverontreiniging. Want elk nadeel hep sun… Juist ja.

Thailand, 22 januari – Ik zie elke dag Thai met een mondkapje, maar ik kan er niet aan wennen. Ze lijken op aliens van een andere planeet met die uitstulping voor hun mond. Vooral de zwarte mondkapjes boezemen me angst in, de dragers doen me denken aan de drie Zware Jongens uit de Donald Duck. Die werd elke week bij ons thuis bezorgd. Om ruzie te voorkomen (mijn moeder was daar heel goed in) waren mijn jongste broer en ik om de andere week aan de beurt om hem als eerste te lezen. De DD’s werden na een half jaar ingebonden. Maar ik dwaal af. (Wordt vervolgd)

Thailand, 21 januari – Naast mij in de metro ging een moddervette vrouw zitten, waardoor ik nauwelijks nog ruimte had om te zitten en kon ademhalen. Ik had willen vragen: heeft u twee kaartjes gekocht? Ik prijs me gelukkig dat ik in het vliegtuig nog nooit naast een dikkertje heb gezeten, want dat maakt eten uiterst ongemakkelijk. Ik heb een hekel aan dikke wijven, trouwens ook aan dikke kerels, maar die zijn doorgaans alleen in één richting dik. Vrouwen niet, die zijn ook in de breedte dik. Ik vind dat een vliegtuig speciale zitplaatsen moet hebben voor deze mensensoort waarvoor extra betaald moet worden. Ik claim als magere man korting.

Thailand, 20 januari – Laat ik weer eens enkele teksten op T-shirts enzovoort noemen die me zijn opgevallen. De laatste die ik zag, luidde: Mr. Right. Nogal aanmatigend om dat van jezelf te zeggen. Op een zwarte tas las ik: Save the world, waarbij ik me afvroeg hoe je dat doet: door niets te doen? Dat liet een ander mij weten: Today I do nothing, een kreet die me deed denken aan het boekje ‘De wereld gaat aan vlijt ten onder’ van Max Dendermonde. Eentje die erop lijkt: Permanent vacation.Twee Franse teksten tegengekomen: Déroulement en Liberté, Egalité, Fraternité. Vrijheid en Gelijkheid lijken me ver te zoeken in Thailand; Broederschap geldt alleen voor de eigen familie.

Thailand, 19 januari – De letters BB hebben voor mij een Bijzondere Betekenis. Dat is begonnen op de HBS waar mijn leraar scheikunde doceerde aan de hand van een door hem gemaakte syllabus. Telkens als hij een belangrijk onderwerp aansneed, zei hij Bere Belangrijk en noteerden wij leerlingen BB in de kantlijn. Hij voorspelde dat op het centraal eindexamen daarover vragen gesteld zouden worden. BB staat ook voor Boeddha Beschermt, een houding van bijgelovige Thai bij gevaarlijk gedrag. In de jaren vijftig tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog betekende BB Bescherming Bevolking, maar die dienst bestaat niet meer. Ten slotte is het de bijnaam van voormalig stoeipoes, pinup girl en sekssymbool Brigitte Bardot (1934).

Thailand, 18 januari – Een kennis van mij noemt Facebook Feestboek, maar het meeste wat ik op Facebook lees, is helemaal niet feestelijk. Een betere benaming zou zijn Klaagmuur, want o wat wordt er veel geklaagd over Nederland. Ons land lijkt hard op weg een Derde-Wereldland te worden, als ik al die jammerklachten mag geloven. Het is één stinkende rioolput, waar mensen elkaar de put in praten, je zou er bijna depressief van geraken. Een andere toepasselijke benaming lijkt me Buurtcafé, zo’n café waar eindeloos geouwehoerd wordt over Niets. Een heel enkele keer kom ik een waardevolle bijdrage tegen. Daarom heb ik mijn account nog steeds niet gesloten.

Thailand, 17 januari – Word in Soi Cowboy een heel enkele keer aangeklampt door Indiërs die mij een horloge willen aansmeren. Wijs ze er altijd op dat ik al jaren een klokkie heb, een Seiko die tot op de seconde gelijk blijft lopen. Maar dat maakt geen indruk op de aanhouder die denkt te winnen met zijn aanbeveling van een of ander obscuur merk [met garantie tot de deur]. De meesten druipen snel af, hebben in de gaten dat er niets te verdienen valt aan mij. Wat moet ik met twee horloges: op Nederlandse en Thaise tijd zetten? Kan ik met een eenvoudig rekensommetje omrekenen.

Thailand, 16 januari – Heb een blauwe maandag wis- en natuurkunde gestudeerd aan de VU. Kon er als 17-jarige, alleen op een kamertje in Amsterdam, niet aarden en stapte in november over naar de kweekschool, op fietsafstand van het ouderlijk huis in Schiedam. De keuze voor de academische studie was beïnvloed door mijn toenmalige HBS-leraren die zeiden dat ik via die weg ook het onderwijs in zou kunnen. Heb de overstap nooit betreurd, kan weliswaar geen drs. voor  mijn naam zetten, maar de kweekschool beviel beter. Jaren voor de klas gestaan in de Afrikaanderbuurt en Maassluis, via De Havenloods bij Het Vrije Volk beland en geëindigd als docent journalistiek aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Hoe waar is deze tegeltjeswijsheid.

Thailand, 15 januari – Als ik ratten zie in Thailand, moet ik denken aan de film Nosferatu van Werner Herzog uit 1979. Opnamen daarvoor werden onder andere gemaakt op de Lange Haven in Schiedam, mijn toenmalige woonplaats, en in Delft. Dat had nog heel wat voeten in de aarde want televisieantennes, huisnummers en moderne straatlantaarns bijvoorbeeld mochten niet in beeld komen. Veel herinner ik me er niet van. Weet alleen nog dat een zeilschip de haven invoer en dat op de kade honderden ratten krioelden. Ik moet de film gezien hebben want herinner me dat de scène in Schiedam werd doorsneden met beelden uit Delft. Ik zou hem graag nog eens zien, alleen al vanwege de Schiedamse connectie.

Thailand, 14 januari – En toen ging het gisteren ineens regenen, een weersverschijnsel al weken niet meegemaakt. Was bijna vergeten dat je nat kunt worden van de regen. ’t Was voorspeld voor Bangkok en de centrale regio. Had net gegeten bij Took Lae Dee, het restaurant van Foodland: snapper, knoflookrijst, sauce de Paris. Smakelijk en voedzaam. Het was een bescheiden buitje, duurde nog geen uur. De boeren in het land, vooral in het stroomgebied van de Chao Phraya, hopen dat het enkele dagen blijft regenen. Ze hebben het moeilijk: de rijst staat te verpieteren. Ze waren door de overheid gewaarschuwd: plant geen off-season rijst. Maar velen deden het toch. Het buitje van gisteren zal hen niet helpen – dat is zeker.

Thailand, 13 januari – Het aantal bh’s dat ik op markten, in winkels en kramen zie, overtreft ruimschoots het aantal vrouwenborsten in het land. En dat is al niet zo hoog, want tal van vrouwen zijn zo plat als een dubbeltje. Dat komt waarschijnlijk omdat ze geen melk drinken, die vergeven is van de hormonen. Ik denk dat de VS de t-index aanvoert, Thailand staat op de laatste plaats. Ik vergelijk t’s met vruchten. Je hebt watermeloenen, sinaasappels en druiven. Zoals het Hooglied schrijft: Je borsten zijn als druiventrossen. Mijn preoccupatie met borsten duidt op het Freudiaanse begrip regressie. Ik zal wel heimelijk terug verlangen naar de tijd toen ik aan de borst lag.

Thailand, 12 januari – Een bekende uitdrukking luidt: Als het kalf verdronken is, dempt men de put. De Thaise variant daarvan luidt: Als het kalf verdronken is, dempt men niet de put. Ze redeneren hier dat het kalf met dempen niet tot leven komt of misschien vinden ze het helemaal niet nodig de put te dempen omdat het kalf alle ruimte in de put inneemt. Ik moet vaak aan de uitdrukking denken bij het huidige nieuws dat alle zeilen worden bijgezet om de droogte te bestrijden. Alsof Thailand daarmee voor het eerst wordt geconfronteerd. Maar anticiperen is niet de sterkste eigenschap van de overheid. Bestaat dat woord wel in het Thais?

Thailand, 11 januari – Mijn verjaardagscolumn op 8 januari heeft 37 opmerkingen en 19 likes opgeleverd. De meesten die gerageerd hebben, heb ik wel eens gesproken; sommigen ken ik alleen van Facebook. Nimmer eerder heeft een posting van me zoveel reacties opgeroepen, alhoewel de columns over eten over het algemeen beter scoren dan andere columns. Mijn Facebook account is alleen toegankelijk voor degenen die ik toegang heb verleend – in het FB jargon vrienden zijn. Om te worden toegelaten tot de inner circle dien ik de persoon te kennen of dient hij een band met Thailand te hebben. Ik kick niet op een groot aantal ‘vrienden’, alhoewel de respons op mijn verjaardagsposting me niet onberoerd heeft gelaten.

Thailand, 10 januari – Ik kom eigenlijk nooit taalvouten op shirts e.d. tegen en dat is verwonderlijk want fouten in allerlei opschriften en reclames zijn niet moeilijk te vinden, zelfs op etiketten van kwaliteitsproducten. In de lift van mijn hotel staan bijvoorbeeld Intructions. Roken is verboden, begrijpelijk want sigarettenrook is ook voor fervente rokers zoals deze jongen smerig. Maar vrouwen mogen wel een wolk van parfum verspreiden, die nog uren blijft hangen. Ik geef toe: da’s niet onaangenaam maar het is wel meten met twee maten. Ik heb de laatste tijd weer heel wat teksten op T-shirts verzameld. De aardigste: All you need is love and a cat.

Thailand, 9 januari – Was dinsdagavond op de nieuwjaarsborrel van Hangover in Sukhumvit soi 22. Er zouden oliebollen zijn, gebakken door uitbater Piet. Had ze enkele dagen eerder al geproefd; ze waren van prima kwaliteit, goed gevuld met krenten. Het was druk, ik waande me in de Jordaan want een zanger blerde Ik hau fan jau. Ik vreesde dat de klanten een polonaise door de zaak zouden gaan lopen, dus ben niet lang gebleven. De verkrachting van de Nederlandse taal deed pijn aan mijn oren. De oliebollen heb ik gemist. Da’s wel jammer maar ja: wat doet een rechtgeaarde Rotterdammer dan ook in de Jordaan?

Thailand, 8 januari – Vandaag ben ik jarig, ik word 73 jaar. Wat ga ik doen: Gebakjes kopen en die uitdelen aan de hotelreceptie, de werksters (die mijn kamer eenmaal per week met de Franse slag schoonmaken), de klusjesman (een ware duivelskunstenaar), de nachtwaker (die vaak ligt te slapen maar altijd zijn ogen open doet als ik passeer) en de wasvrouw (die beschamend lage prijzen vraagt voor wassen en strijken)? Of trakteer ik mezelf  op een copieuze maaltijd in een met Michelin sterren bekroond restaurant en laat me er door een limousine brengen? Maar waarschijnlijk wordt het een dag als alle andere. Vind ik niet erg, heb al 72 verjaardagen gevierd.

Thailand, 7 januari – Een ezel stoot zich in het gemeen niet tweemaal aan dezelfde steen. Ik wel. Wat bewijst dat? Dat ik geen ezel ben. Tweemaal raakte ik mijn boodschappen van Foodland kwijt in de metro. Had ze onder mijn stoel gelegd en was ze glad vergeten toen ik uitstapte. Dat kwam omdat ik een geanimeerd gesprek had gehad met de persoon naast me en me moest haasten om tijdig uit te stappen. Gelukkig was de schade beperkt, want veel had ik niet gekocht. Sindsdien gebeurt het me niet meer. Ik houd mijn boodschappen stevig vast. Waarom zou ik iemand anders die de boodschappen vindt, verblijden met gratis etenswaren? Ik ben geen voedselbank.

Thailand, 6 januari – Ik las op een shirt ‘I hate everyone’ en op een ander ‘I don’t believe in humans’. Beide dragers waren van het vrouwelijke geslacht en beiden waren jong. Zo jong en dan al zo cynisch. Welk groot onrecht is hen aangedaan? Zouden ze weten welke boodschap ze verkondigen? Of kon het hen niet schelen wat er staat, want model, kleur en prijs gaven de doorslag bij de aankoop. Ik zou hen een andere T-shirt tekst willen voorhouden: Make life simple. En nog meer, naar keuze: Become a better you, There is always one truth, Do anything you want do, en May the bridges I burn light the way.

Thailand, 5 januari – Als ik de trap afloop naar het perron van metrostation Huai Khwang en ik zie dat de deuren van het metrovoertuig open zijn c.q gaan: wat zijn dan mijn opties? A Naar beneden hollen met het risico dat ik een doodsmak maak. B Terugkeren naar het loket en mijn geld terugvragen. C Rustig doorlopen en de metro vlak voor mijn neus zien vertrekken. D Hard roepen, zodat de bestuurder mij kan horen: Even wachten, ik kom eraan. E Op de trap gaan zitten en kijken hoe andere mensen zich haasten om op het laatste moment naar binnen te glippen. F Tegen de perronwachter zeggen: Mai pen rai.

Thailand, 4 januari – Hoe houden koffiedrinkers hun kopje vast? De meesten aan het oortje, maar onlangs zag ik iemand die het kopje met zijn hand omvatte. Een derde methode heb ik nooit gezien. Daarbij wordt de (te) hete koffie op het schoteltje gegoten en zet de drinker het schoteltje aan zijn mond. Later op de avond zag ik iemand die telkens na een slok het schoteltje op zijn kopje legde. Het gewicht van het kopje beïnvloedt het drinkgemak. Mijn vaste restaurant Sarica heeft lichte kopjes, café Indulge zware. De eerste slokken vereisen een krachtsinspanning. Een correlatie met de kwaliteit is er niet. De beste koffie schenkt Arabica, een kleine koffieshop ‘geplakt’ tegen winkelcentrum Fortune Town. Die heeft een naam hoog te houden.

Thailand, 3 januari – Als je vaak in een zaak komt, gaan vaste klanten je opvallen. Nu ik dit schrijf, komt een paar dat ik al vaak gezien heb, restaurant Sarica binnen lopen: een echt paar, of het een echtpaar is, weet ik niet. Ze zullen een jaar of vijftig zijn. De vrouw intrigeert me. Ze heeft een frêle lijf en extreem dunne armen. Haar spitse gezicht doet me denken aan een vogelkop. Beiden drinken bier uit de fles, beiden roken. Ze lijken onthand, want hun vaste plaats is bezet. Ik weet zeker: wanneer die vrijkomt, verhuizen ze snel. Heb ik een vaste plaats? Ik heb er drie. Je hebt altijd baas boven baas.

Thailand, 2 januari – Teksten op (T-)shirts en tassen zijn bijna altijd in het Engels. Een heel enkele keer zie ik een Franse tekst, maar nooit een Duitse – tot onlangs. Stond op een shirt van een man bij mij in de buurt. Ik las: Was kuckst du? Dat kon op mij slaan, want ik stond stil om nog eens goed te kijken. Een Nederlandse tekst ben ik nog nooit tegengekomen, wel de plaatsnaam Amsterdam maar die tekst telt niet. Wel eens een Russische tekst gezien in cyrillisch schrift. Kon ik zowaar ontcijferen, want heb korte tijd toen ik een vriendinnetje uit Georgië had, het Russische alfabet bestudeerd.

Thailand, 1 januari – De dagen rond de jaarwisseling staan bekend als de Seven Dangerous Days. Elke dag meldt de krant het aantal verkeersdoden, gewonden en ongelukken. Het zijn er veel, maar niet veel meer dan op de overige dagen van het jaar. De meeste slachtoffers zijn motorrijders, doorgaans onder invloed. Evenals in Nederland wordt in Bangkok het nieuwe jaar ingeknald met vuurwerk. Bij mij in de buurt niet veel, het meeste en mooiste bij CentralWorld, een winkelcentrum vergeleken waarmee de Bijenkorf een buurtwinkel is. Het gevaarlijkste vuurwerk dat ik ooit in mijn handen heb gehad zijn sterretjes. Dus mijn vingers zitten er nog allemaal aan. Gelukkig wel, anders zou ik Nieuws uit Thailand niet kunnen maken.

Reacties niet mogelijk