‘Het leek me gewoon leuk een winkel te hebben’

Jarenlang bood de Vlaardingse Hoogstraat een trieste aanblik met de talrijke posters ‘Te huur’ en ‘Te koop’ op leegstaande winkelpandjes. Maar het tij lijkt te zijn gekeerd. Nieuwkomers als een literaire boekhandel, trendy kapsalon, esoteriewinkel, massagesalon en soeprestaurant hebben de trieste gaten gevuld. Zelfs de gemeente deed een duit in het zakje met nieuwe bestrating en artistieke lichtelementen. Maar voor Antiquariaat en Boekhandel Lievredoor kwam de facelift te laat. Na tien jaar is Annemarie van Zanten (1950, Vlaardingen) ermee gestopt. Lachend: ‘Ik ga een andere hobby zoeken.’

‘Het leek me gewoon leuk een winkel te hebben’

Annemarie van Zanten heeft een passie voor boeken. Ze groeide op met een moeder en tantes die vaak voorlazen. Als klein meisje verslond ze al aan de lopende band boeken. ‘Ik ben met een boek in mijn handen ter wereld gekomen’, grapt ze. Serieus: ‘Ik heb mijn hele leven gelezen. De hele schoolbibliotheek uitgelezen. In de gemeentebibliotheek leende ik iedere woensdag vier à vijf boeken. Geen typische meisjesboeken, maar Enid Blyton, Inspecteur Arglistig. Toen ik 7 jaar was, vroeg ik in de bibliotheek al of ik mocht helpen met het opbergen van de boeken. Maar de juf vond me daar nog te klein voor.’

Ze leek dus voorbestemd voor een carrière in de boeken en dat gebeurde ook. Na de MMS begon ze in 1967 bij boekhandel Den Draak aan het Veerplein, waar alle binnenkomende boeken door haar handen gingen. ‘Ik kwam in een paradijs. Ik mocht die boeken mee naar huis nemen. Je moest de klanten toch kunnen vertellen waar ze over gingen.’ Na anderhalf jaar verhuisde ze naar Voorhoeve & Dietrich in Rotterdam. ‘Daar is een wereld voor me opengegaan. Weg uit dat bekrompen Vlaardingen. Dagelijks kwam ik daar in aanraking met studenten medicijnen, filosofie, economie. We gingen met het personeel naar tentoonstellingen, stonden met een boekenkraam in Boijmans.’

Van 1971 tot 1997 was het boekenvirus grotendeels slapende. Ze werkte achtereenvolgens bij een reisbureau, een jaar bij boekhandel Pontier, weer een reisbureau, bij Cleton & Meijer en Cincinnati Milacron. Maar blijkbaar kruipt het bloed waar het niet gaan kan; de boekenbranche kwam terug in haar leven. Annemarie kan het zelf ook niet goed verklaren. ‘Het begint met onrust. Je bent niet tevreden op de plek waar je werkt. Je wilt verder. Ik denk dat het in mijn genen zit. Verhalen over ondernemen zijn me met de paplepel ingegoten. Mijn vader werkte bij de Kamer van Koophandel, mijn oma had een sigarenzaak aan de Waalstraat. Het leek me gewoon een leuk idee om een winkel te hebben.’

Het idee kreeg verder vorm tijdens een bezoek aan het boekendorp Redu in België. ‘Daar voelde ik me Alice in Wonderland.’ Ze stofte haar diploma boekhandel af en haalde het middenstandsdiploma. Een artikel in het vakblad van de boekhandel bracht haar in contact met een boekhandelaar in Amersfoort, die tienduizend tweedehands en antiquarische boeken van de hand wilde doen. Vervolgens ging ze op zoek naar een pandje en stuitte bij toeval op een stoffenwinkel aan de Hoogstraat die ermee stopte. Driehonderd dozen verhuisden naar Vlaardingen en op 12 maart 1997, op de eerste dag van de Boekenweek, ging Antiquariaat en Boekhandel Lievredoor open.

Sindsdien draaide haar leven vijf dagen per week weer om boeken. De inmiddels vijftienduizend boeken stonden niet in trendy boekenrekken, maar in eenvoudige, plafondhoog opgestapelde aardappelkistjes. Het assortiment was breed: van diep-filosofisch tot populair, van beduimeld tot ongelezen. Veel literatuur en veel jeugdboeken. ‘Ik had een behoorlijk algemene collectie. Ik heb nooit een keus kunnen maken, ik vond alles interessant.’ In die boekenschat wist ze haar weg bijna feilloos te vinden. ‘Als iemand een bepaald boek zocht, wist ik meestal wel waar het stond.’ Rijk is ze er niet van geworden. ‘Het was een uit de hand gelopen hobby; zo heb ik het altijd gezien. Zakelijk gezien was het een flop. Maar ik heb nooit in de rode cijfers gezeten.’

Behalve boeken in- en verkopen deed ze nog meer. Zo richtte ze onder andere een tentoonstelling in met kinderboeken, verzameld door Vestdijk-biograaf Hans Visser. Die boeken had Vestdijk gelezen, aldus zijn postuum verschenen roman ‘Kind tussen vier vrouwen’. Ook gaf ze het fraaie boekwerkje ‘Vlaardingse sagen en legenden’ uit, geschreven door Eva Timmermans en Robert Tetteroo. De verhalen kunnen tevens beluisterd worden op cd.

Na het overlijden in 2001 van haar echtgenoot, die een bedrijf in brandbestrijdingsmaterialen had, begon het plezier te tanen. Bovendien veranderde de Hoogstraat in een spookstraat. Er kwamen steeds minder mensen in de winkel. Dat het toch nog vijf jaar duurde, voordat ze de stekker eruit trok, kwam door haar bezigheden voor de winkeliersvereniging en stichting Stadshart. Inmiddels zijn er in het centrum twee grote kramenmarkten per jaar: de (uitgebreide) Lentemarkt in mei en eind augustus nazomeren met een boeken- en curiosamarkt op de Hoogstraat. Ook was ze betrokken bij het kunstproject Hoogstraatmakers.

Annemarie is ‘heel blij’ met het project, dat resulteerde in twee boekjes, een dvd en opvallende lichtelementen in de bestrating van de Hoogstraat. ‘Ik heb het idee zien ontstaan. Binnen de mogelijkheden die Vlaardingen biedt, is het project geslaagd’, formuleert ze zorgvuldig. Ook de verpaupering is een halt toegeroepen. Jarenlang zeiden ambtenaren op het stadhuis: ‘Als je over de Hoogstraat loopt, hoef je je portemonnee niet mee te nemen. Er zit toch niks meer.’ Annemarie kan er nog boos om worden: ‘Je springt toch uit je vel als je dat als winkelier voortdurend moet horen.’ Maar die negatieve houding is verleden tijd, meent ze. ‘De Hoogstraat zit in de lift, ziet er beter uit. Er hebben zich jonge ondernemers gevestigd, er komen steeds meer passanten. Mensen zeggen: de Hoogstraat is echt leuker geworden.’

Maar dat alles was voor haar geen reden om door te gaan. ‘Ik wil niet meer iedere middag in de winkel zitten. Het is leuk om iets te scheppen, maar het is ook een uitdaging om iets af te ronden.’ Veel meer dan ‘Er spelen allerlei omstandigheden een rol’ wil ze niet zeggen over haar besluit. Op 16 december 2006 deed ze aan het eind van de middag de winkeldeur definitief op slot. Daarna werd de voorraad afgevoerd, een klein assortiment met boeken over boeken bleef achter. Daarmee gaat ze op boekenmarkten staan: Deventer, Dordrecht, Bredevoort.

Wat blijft zijn de herinneringen. Bijvoorbeeld aan die keer toen ze in Barcelona op een boekenmarkt in een boek een centsprent vond, een soort voorloper van het moderne beeldverhaal. De verkoper, die geen idee had van de waarde, vroeg 2,50 euro. Ze dong voor de vorm af tot 2 euro. Een andere keer vond ze een uiterst zeldzame detective die onder pseudoniem geschreven bleek te zijn door W.F. Hermans. ‘Zoiets gebeurt één keer in de tien jaar. Dan weet je toch niet wat je overkomt. Mijn nekharen gingen recht overeind staan.’

Weliswaar minder dan als klein meisje, maar nog altijd leest ze drie boeken per week. Als laatste het jongensboek ‘Toen de dijk doorbrak’ over de watersnoodramp van 1916 in Monnickendam. Waarom een jongensboek? ‘Geen idee. Het stond in de kast. Ik had het nog nooit gelezen. Ik was nieuwsgierig en dacht dat het over de watersnoodramp van 1953 zou gaan.’ En hoe beviel het? ‘Goed geschreven.’

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.