In Vlaardingen

Oude Haven Vl

Ik woon in Vlaardingen. Daar hoeft u niet van te schrikken, want er zijn wel erger dingen in het leven. Vlaardingen is een dorp met grote-stadsfratsen. Ooit zag de wethouder op vakantie in de VS een kruispunt, waarop voetgangers diagonaal mochten oversteken. Dus kwam er ook zo’n kruispunt in Vlaardingen. Tijdens een andere vakantie zag hij in Finland een woonwijkje dat in een bos was gebouwd. Dus wilde hij ook zo’n wijkje in Vlaardingen bouwen. Maar dat ging niet door, want de grond onder die bomen is verzadigd van cadmium, hexachloorbenzeen, isodrin, teledrin enzovoort.
Er zijn meer rare mensen in Vlaardingen. Zo hebben we een staphoek met terrassen. Zomers is het daar beregezellig. Het lijkt een beetje op een Frans dorpspleintje, alleen draagt niemand er een alpinopet. Op de tegels geven oranje strepen aan tot hoever de tafeltjes en stoeltjes mogen staan. Die strepen zijn eerst door een HTS’er achter zijn tekentafel op schaal op een kaart getekend, vervolgens door een landmeter met een theodoliet uitgezet en daarna door ambtenaar Dorknoper op de straattegels geschilderd.
Een rare man was ook onze schouwburg-directeur. Hij beheerde een theater dat nog is gebouwd door Sybold van Ravesteyn, de bouwmeeester van onder meer het centraal station en diergaarde Blijdorp te Rotterdam. Je zou denken: prachtig toch, zo’n unieke creatie in je stad. Maar nee, meneer zag in een plaatjesboek het Opera House in Sydney (bijgenaamd de parende kikkers) en begon kwijlend van afgunst te ijveren voor een soortgelijk gebouw aan het Buizengat te Vlaardingen. Gelukkig zijn Vlaardingers gierig, anders was het er nog gekomen ook.
Wat er wel is gekomen, is een heus winkelcentrum. Elke stad van een beetje omvang heeft een overdekt winkelcentrum met plexiglas atrium, mintgroene gevels en elektronisch openende (dat hoop je althans als je er naartoe loopt) deuren, dus Vlaardingen kreeg ook een mini-hoog Catharijne met de zoveelste Albert Heijn, Blokker, Amici, Etos en hoe al die andere duizend-in-een-dozijn winkels ook moge heten. Uiteraard zijn de huurprijzen te hoog voor eigen middenstand, die dan ook de benen heeft genomen naar de periferie van de binnenstad.
En daar is natuurlijk de eeuwige stank. Lévi Weemoedt heeft ooit een opsomming gegeven van het Vlaardingse stankidioom. Kattepis, konijnezeik…: onbegrensd en creatief is de woordenschat waaruit Vlaardingers kunnen putten. Het is het gemeentebestuur een doorn in het oog, dat stankimago; mijn vroede vaderen haalden zelfs in het kader van city-marketing de TROS naar Vlaardingen met Fiets ‘m d’r in, maar het mocht niet baten: het blijft stinken in Vlaardingen.
Dus Vlaardingers zijn gewoon een beetje gek: daarom kan ik er goed aarden. Ik moet er niet aan denken om in Capelle-Schollevaar te wonen; alleen de glasbakken zijn daar na 18 uur nog open. Of Lelystad: ook al zo’n aan het tekenbord kapotgedachte verzameling huizen. Hooguit is het hoge wind-gehalte er een pluspunt, want dat verhoogt aanzienlijk de kans dat je de stad uitwaait. Daar hebben wij in Vlaardingen gelukkig geen last van.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.