Verslag

Verslaggeving is ongetwijfeld de oudste vorm van journalistiek. Herodotos schreef in de vijfde eeuw voor Christus al verslagen over zijn reizen naar onder andere Perzë en Egypte en publiceerde die in zijn Historiën. Het eerste verslag waarin een glimp van het latere Nederland voorkomt is een overgeleverd fragment van de Griekse ontdekkingsreiziger Pyteas van Massalia, die omstreeks 325 voor Christus via de Straat van Gibraltar naar het noorden zeilde en op de waddenkust belandde (Reportages uit Nederland, Geert Mak). Een van Nederlands grootste schrijvers van reisverhalen was Jacob Haafner (1754-1809). Zijn boeken over India werden zelfs vertaald in het Engels, Frans, Duits en Deens.

De eerste verslaggever
De Poolse journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski schreef een boek over zijn grote voorbeeld Herodotus: Reizen met Herodotus. Het boek gaat over zijn reizen door China, Egypte en India, het leren van het verslaggeversvak, het leren kennen van de wereld en natuurlijk over Herodotus, ook een historicus en ook een reizende verslaggever.

‘Voor mij is Herodotus de eerste verslaggever. De schepper van de reportage. Zijn methoden gelden tot op de dag van vandaag. Sinds Herodotus werken en denken wij, verslaggevers, op dezelfde manier. Er is niets veranderd. Herodotus gaat op reis, observeert, spreekt met mensen, trekt conclusies en doet verslag. Zonder verwaandheid. Bescheiden. Hoogmoed in de verslaggeverij doodt het onderwerp. Je moet mensen als je gelijken zien als je fatsoenlijk materiaal voor een reportage wilt vergaren.’ (Bron: NRC Handelsblad, 7 januari 2005)

Wat is een verslag?
Het verslag is een nauwkeurig en beeldend geschreven verhaal dat een gebeurtenis beschrijft: sportwedstrijd, vergadering, persconferentie, kerstmarkt, rechtbankzitting, incident, evenement, voorstelling, enzovoort. Qua vorm onderscheiden we:

1 nieuwsverslag: geeft in een zakelijke stijl zo neutraal en feitelijk mogelijk de nieuwsfeiten weer. Bijvoorbeeld: verslag van een debat in de Tweede Kamer.

2 vrij verslag: bevat ‘klein nieuws’ en geeft enigszins subjectief een beeld van een gebeurtenis. Bijvoorbeeld: verslag van de sinterklaasintocht.

3 sfeerverslag: bevat geen enkel nieuws, maar geeft persoonlijke indrukken en sfeertekeningen. De stijl is belangrijker dan de inhoud. Bijvoorbeeld: verslag van de wekelijkse markt.

4 recenserend verslag: bevat een mix van verslag en recensie. Bijvoorbeeld: verslag van de voorstelling van een amateurtoneelvereniging.

Wat is kenmerkend voor een verslag?

  • Er gebeurt iets.
    Van een tentoonstelling, boek of een film valt geen verslag te maken, want daar gebeurt niets. Die lenen zich bij uitstek voor een recensie.
  • De gebeurtenis heeft een bepaalde tijdsduur.
    Dit wil niet zeggen dat je die gebeurtenis in chronologische volgorde moet beschrijven. Weliswaar is zo’n opbouw gemakkelijk, maar ze levert niet per definitie het meest interessant verhaal op.
  • De verslaggever is ooggetuige.
    Een verslag maak je niet achter je bureau en ook niet wanneer je de gebeurtenis via de televisie volgt. Jas aan en naar buiten!
  • Het verslag bevat een selectie uit de gebeurtenissen.
    Je bent geen notulist of historicus. Je selecteert de meest relevante feiten, scènes, acties en citaten. Een verslag is dus behoorlijk subjectief.
  • Het verhaal bevat een mix van informatie: feitelijke gegevens, handelingen, bewegingen, geluiden, citaten, beelden, soms geuren en smaken. Een bekende beginnersfout: het verslag bestaat voor het grootste deel uit citaten. Maar strikt genomen kun je dan niet van een verslag spreken; eigenlijk schrijf je een interview.
  • Deze informatie wordt in een evenwichtige balans gegeven, waarbij details voor de benodigde kraak en smaak zorgen. Een waarschuwing: details zijn de kruiden van een verslag, maar te veel en de verkeerde details irriteren alleen maar.

Gelden deze eisen voor elk verslag?
De voorgaande twee eisen gelden niet voor elk verslag: een verslag van een rechtbankzitting, symposium, raadsvergadering zal bijna uitsluitend uit citaten en feitelijke gegevens bestaan. Er gebeurt immers niet veel. Maar wanneer een minister tijdens een debat in de Tweede Kamer walgend zijn wijsvinger naar zijn open mond brengt als commentaar op een van de sprekers, moet dat wel vermeld worden. Het liefst zo beeldend mogelijk, want een dergelijk gebaar verwacht je op straat, niet in de Kamer.

Geen oorlogsverslaggeving
BBC-verslaggeefster Kate Adie deed verslag van de Falkland-oorlog, was in Noord-Ierland, Beiroet, Libanon, Rwanda, Kosovo, Bosnië, Kroatië, Albanië, Irak, China, Tsjetsjenië, Armenië en Koerdistan. Wat vindt ze van de kwaliteit van de huidige generatie oorlogsverslaggevers?

‘Er ís helemaal geen nieuwe generatie oorlogsverslaggevers. Wat je ziet zijn mensen op daken van hotels die vertellen wat ze op een legerpersconferentie hebben gehoord die we allang live hebben gezien. Ze brengen nooit echt nieuws. Ze maken geen ooggetuigenverslag, zijn geen deel van de werkelijke oorlog op de grond. Dat noem ik geen oorlogsverslaggeving. Lang is de ondergang van de kranten voorspeld door de opkomst van het televisienieuws, maar wellicht is er door deze ontwikkeling juist een nieuwe rol voor kranten weggelegd. Waarin wel ruimte is voor verdieping en echte verslaggeving.’ (Bron: VPRO-gids)

Wat wordt bedoeld met het schrijfprincipe Show, don’t tell?
Als je in een verslag schrijft dat het ‘stil’ was, is het dan stil? Roept het woord ‘koud’ een sensatie van kou op, zegt min veertig graden de lezer wat? Nee, het woord ‘koud’ is niet koud en die temperatuur van min veertig graden is een abstractie, een cijfer. Het zal wel koud zijn, bitterkoud, maar weinig lezers zullen die ervaring hebben gehad. Dat moet anders, oftewel: Show, don’t tell. Laten we eens kijken hoe Louis Couperus de stilte hoorbaar maakt en de Togolees Tété-Michel Kpomassie de kou.

‘[…] de avondstilte effende zich door het kleine huis, en in de zitkamer, onpersoonlijk en ongezellig, suisde het gas.’
(Bron: Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan)

‘Als we de handen uit onze zakken haalden raakten ze verkleumd, een snijdende kou streek langs onze oren en onze neus en als we ons gezicht met onze handen aanraakten voelde het ijskoud aan. Mijn ademhaling werd steeds moeilijker: omdat de ijskoude lucht onaangenaam prikkelde in mijn neusgaten, kostte het me moeite diep in te ademen.’
(Bron: Een Afrikaan op Groenland)

Taak 1: Zoek in romans naar voorbeelden van het principe ‘Show, don’t tell’.

Taak 2: Bedenk zelf formuleringen voor stilte, herrie, koude, warmte, drukte, mooi, lelijk, enzovoort.

Taak 3: Maak een lijst van clichés voor dit soort observaties, zoals: Je kon een speld horen vallen, het was een drukte van jewelste.

Knippen en plakken
Het belangrijkste probleem van een verslaggever is om een gebeurtenis, die uit beeld, geluid, beweging en soms geuren bestaat, te vertalen in woorden. De verslaggever is getuige van een demonstratie, kerstmarkt, debat, enzovoort en moet de vergaarde informatie zo helder, beeldend en boeiend mogelijk omzetten in taal. Beginnende verslaggevers hebben daar moeite mee. Het lukt hen niet of maar matig om een gebeurtenis zo te beschrijven dat de lezer (die er immers niet bij is) als het ware met de ogen van de verslaggever meekijkt. De volgende opdracht heeft tot doel om van ervaren verslaggevers de kunst af te kijken.

Taak 4: Zoek in kranten of internet twee verschillende verslagen van een evenement, demonstratie enzovoort. Markeer in beide verslagen de best bruikbare informatie en voeg die samen tot een nieuw verslag. Je mag dus complete zinnen en alinea’s overnemen. Belangrijk is dat je je bij de selectie voortdurend afvraagt wat voor soort informatie verslagspecifiek is. Uiteraard zul je hier en daar wat moeten herschrijven om er een goed lopend verhaal van te maken.

Taak 5: Beschrijf in 300 woorden je ervaringen met deze opdracht. Welk verslag was het beste en waarom? Welke informatie was bruikbaar?

Noot: Uiteraard is deze opdracht geen aansporing om te plagiëren. Plagiëren is uit den boze. Journalisten die dit doen, kunnen rekenen op een forse berisping of ontslag. De Amerikaanse journalist Jayson Blair (New York Times) werd in april 2003 ontslagen, nadat was gebleken dat hij in tenminste 35 verhalen passages had verzonnen of overgenomen uit publicaties en televisiereportages van anderen. In zijn in 2004 verschenen boek Burning down my master’s house schrijft hij: ‘Ik heb gelogen over waar ik was geweest, gelogen over waar ik informatie vandaan haalde, gelogen over hoe ik het verhaal schreef.’ (NRC Handelsblad, 9 maart 2004)

Betekent dit dat je nooit informatie of citaten mag overnemen uit andere media? Nee dat mag, mits je dit doet met bronvermelding. Vroeger waren kranten op dit punt erg verkrampt; ze hadden het dan over ‘een landelijk ochtendblad meldt…’ of primeurs van andere werden zelfs doodgezwegen; tegenwoordig doen kranten niet meer zo kinderachtig en vermelden ze netjes de naam van de concurrent.

Taak 6: Zoek andere voorbeelden van journalisten die werden ontslagen, nadat ze geplagieerd hadden of verhalen uit hun duim hadden gezogen.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.