Discussie & kritiek

Burgerjournalistiek
Eén van de scherpste criticasters van burgerjournalistiek is de Britse Amerikaan Andrew Keen. In zijn boek The Cult of the Amateur (in het Nederlands vertaald als De @-cultuur) veegt hij de vloer aan met bloggende burgers. Burgerjournalisten zijn amateurs die de ervaring en expertise van de professionele journalist ontberen, zegt Keen. Ze checken geen feiten en missen journalistieke objectiviteit. Daardoor is hun informatie onbetrouwbaar en hun mening te eenzijdig. ‘Amateurjournalistiek trivialiseert en corrumpeert het serieuze debat’, schrijft Keen. ‘Het is de degeneratie van de democratie tot een bewind van de meute en de geruchtenmolen.’
(Bron: NRC Handelsblad, 29 november 2008)

Burgerjournalistieke hoogstandjes in ons land zijn eerder uitzondering dan regel. Theo van Stegeren, programmamanager journalistiek en media aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van het journalistenblog De Nieuwe Reporter, deed recentelijk onderzoek naar de kwaliteit van Nederlandse weblogs. Zijn conclusie is somber. ‘Wat me opvalt is dat die bloggerswereld in Nederland niet vooruit gaat. Een aantal bloggers doet erg hun best om met serieuze informatie te komen en kiest ook een journalistieke aanpak. Maar dat aantal groeit niet zo sterk.’
(Bron: NRC Handelsblad, 29 november 2008)

Gegoochel met cijfers 1
How to lie with statistics heet een vele malen herdrukt populair-wetenschappelijk boekje uit 1954. Ik kwam daar laatst een aardig voorbeeld van tegen. De Volkskrant meldde: Oplages Volkskrant, FD en Trouw stijgen. NRC Handelsblad meldde: Oplage nrc.next meest gestegen.
Verklaring? De Volkskrant vergeleek de cijfers van het tweede kwartaal van 2009 met die van dezelfde periode in 2008. NRC vergeleek de cijfers met het eerste kwartaal van 2009.

Gegoochel met cijfers 2
Niet alleen kranten goochelen met cijfers, maar ook de overheid kan er wat van – of in dit geval het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het Oeso spendeerde Nederland in 2005 5,1 procent van zijn bruto nationaal product aan onderwijs. tegen 5,8 procent gemiddeld in de Oeso-landen. Om dat verschil te compenseren, zou Nederland zo’n 3,5 miljard euro per jaar extra moeten investeren. In 2006 was dat verschil ineens geslonken tot 0,1 procentpunt. Nu zou het nog maar een half miljard euro per jaar kosten om dat gemiddelde te halen.
Verklaring?
Een nieuwe berekening van het CBS, waarvan de Oeso de cijfers betrekt. Het CBS rekende ineens onder meer de uitgaven aan particulier onderwijs, leerwerktrajecten, schoolreisjes en leerlingenvervoer mee.
Tel uit je winst.

Gegoochel met cijfers 3
Het aantal eerstejaars dat zich heeft ingeschreven voor een studie aan een Nederlandse universiteit is in 2009 sterk gestegen. De Vereniging van Universiteiten VSNU zocht de voornaamste reden hiervoor in het feit dat studenten nu de zekerheid verkiezen boven reizen of de arbeidsmarkt. Demografisch onderzoeker Gijs Beets wees er in een ingezonden brief in NRC Handelsblad op dat het aantal 18-jarigen in 2009 op 206.000 lag tegen 198.000 een jaar eerder. Zijn conclusie: ‘Het gestegen geboortecijfer is dus een uiterst belangrijke verklaring, hoewel niet de gehele.’
(Bron: NRC Handelsblad¸14-15 november 2009)

Gegoochel met cijfers 4
Trouw, 28 november: ‘Het aantal Nederlanders met de Mexicaanse griep is voor het eerst sinds het begin van de epidemie vrij sterk afgenomen. Meldden zich twee weken geleden per 100.000 inwoners nog 184 mensen met griep bij de huisarts, afgelopen week waren het er nog maar 113. Het aantal ziekenhuisopnames is vorige week eveneens sterk gedaald, van 359 naar 289. Op de intensive cares kwamen 29 personen binnen, wat ook minder is dan de 38 van een week eerder. Alleen het aantal sterfgevallen bleef met 8 vrij hoog. Alle 8 hadden een onderliggend medisch probleem. Het RIVM spreekt nog steeds van een milde epidemie.’
Heel fijn, die afname, maar hoe lagen die getallen in de voorgaande jaren? Zonder vergelijkende cijfers valt niets te zeggen over de ernst van de epidemie.

Gegoochel met cijfers 5
Hoeveel procent van alle huwelijksmigranten komt uit Turkije en Marokko? Hoeveel procent van hen is ongeletterd?
Zowel in de media, door politici als ‘op straat’ wordt veel onzin verkondigd over zogeheten importbruiden. Ze zouden ongeletterd zijn, geen betaald werk willen en sterk gericht zijn op moederschap en gezin. Wat zijn de feiten?

  • Turkse en Marokkaanse importbruiden vormen 10 procent van alle huwelijksmigranten.
  • Van hen heeft 75 procent een hogere opleiding dan basisonderwijs en 38 procent minimaal mbo.
  • De meerderheid van de huidige generatie huwelijksmigrantes wil werken.
  • Liefst 98 procent is gemotiveerd voor een inburgerings- of taalcursus.
  • Huwelijksdwang komt weinig voor.

(Bron: onderzoek E-Quality-kenniscentrum, Trouw, 21 december 2009)

Gegoochel met cijfers 6
‘De journalistiek schiet moreel ernstig tekort. Toen Fitna verscheen, beweerde Wilders dat er in Europa 54 miljoen moslims waren. Er klopte niets van dat getal, want hij had alle Russische moslims meegeteld. GroenLinks heeft toen een nota uitgebracht: De werkelijke feiten die niet in “Fitna” staan. Alle journalisten kregen de cijfers op een presenteerblaadje aangereikt. Niemand heeft er iets mee gedaan.
Journalisten vragen mij altijd: “Wat is uw antwoord op Wilders?” Mijn wedervraag is dan: “Wat is úw antwoord op Wilders?” De Nederlandse journalistiek erkent nog steeds niet dat we in een mediacratie leven. Haagse journalisten doen geen verslag van het nieuws, maar ze máken nieuws. Zeker met de idotie van de peilingen: als je aan het begin van een verkiezingscampagne op verlies staat, dan verlies je geheid. Want je wordt drie maanden door journalisten alleen maar op deze manier tegemoet getreden: “Nou, mevrouw Halsema, dat gaat niet goed, hè?” Zie dan nog maar eens een kiezer binnen te krijgen.
Je moet politici tenminste nageven dat ze bereid zijn hun eigen falen publiek ter discussie te stellen. Terwijl journalisten altijd wel kankeren op de politiek, maar ik hen dat niet zie doen. Wil je dat eventjes noteren? Dat kwam uit mijn tenen.’
(Femke Halsema, Maarten, winter 2009/2010)

Gegoochel met cijfers 7
Zodra er cijfers in de kop boven een stuk staan, ga ik het lezen. Neem het verhaal in de Verdieping van zaterdag met de kop: ‘Rondkomen van 80 euro per week’. Da’s weinig, dacht ik. Zo weinig, dat ik het niet vertrouw Het gaat over een alleenstaande moeder van 46 jaar met drie kinderen van 17, 16 en 10 jaar oud. Zij is arbeidsongeschikt en leeft van een uitkering. Het stuk met lichte ergernis gelezen. Vanwege de mensen in het verhaal die, begrijpelijk, klagen over gebrek aan geld, maar ook behoorlijk schamper doen over die mensen en instanties die hen behulpzaam zijn.
De ergernis kwam vooral door die onbegrijpelijke cijfers. De vrouw heeft een schuld van 6.500 euro, haar uitkering bedraagt 2.100 euro per maand en de uitkerende instantie maakt, zo lees ik, dat bedrag over naar de schuldsanering. Het gezin krijgt 841 euro, daar gaan de vaste lasten van af, zodat het 80 euro per week overhoudt om van te leven. De schuldsanering krijgt dus 2.100 min 841 is 1.259 euro per maand. Dat is 15.108 euro per jaar, ruim twee maal zoveel als haar totale schuld. Mevrouw zou dus binnen een half jaar haar schuld kunnen aflossen, met rente. Maar ze zit al drie jaar in de schuldsanering en ze moet, volgens het verhaal, nóg drie jaar. Ze begrijpt er niets van. Ik ken er nog één. (Stel dat die 2.100 euro bruto is, het staat er niet, maar stel. Dan zou ze binnen een jaar kunnen aflossen.)
Zou iemand, de schrijfster bijvoorbeeld, of iemand die dit stuk onder ogen krijgt, een journalist bijvoorbeeld, die schuldsaneerders of welke deskundigen dan ook, even kunnen opbellen om te vragen hoe dat zit? En dat dan misschien vóór zo’n stuk in de krant komt?
(Bron: Johan ten Hove lezer te Sint Jansklooster, Trouw, 10 mei 2010)

Gegoochel met cijfers 8
Hoeveel Fransen demonstreerden gisteren tegen de pensioenenhervorming van president Sarkozy?  Drie miljoen waren het er, zeggen de vakbonden. 997.000, zegt de politie. Demonstraties gaan in de Franse media gepaard met een bataille des chiffres – een strijd om de cijfers. Ditmaal was vooral  de vraag: waren het er meer dan bij de demonstratie op 7 september? Duidelijk meer, zeggen de bonden. ,,Een aanzienlijke daling”, aldus het Elysée-paleis van Sarkozy. Waarom zijn de verschillen in telling zo groot? Zowel agenten als vakbondsleden staan langs de route en turven groepen demonstranten. De politie telt  alléén  de mensen op straat, niet die op de stoep. En zij gaat uit van minder demonstranten  per  oppervlakte-eenheid dan de bonden. En dan de afronding nog. Die is in hoge mate politiek – waarschijnlijk aan beide zijden.
(Bron: NRC Handelsblad, 24 september 2010)

Goochelboeken
Koetsenruijter, Willem (2006). Cijfers in het nieuws. Amsterdam.
Maanen, Hans van (2009). Goochelen met getallen: cijfers en statistiek in krant en wetenschap. Amsterdam. Zie voorpublicatie: NRC Handelsblad, 21-22 november 2009.
NB Beide boeken zijn uitgegeven door Boom. Zouden ze daar hun eigen fonds niet kennen?

Kortetermijngeheugen
Journalisten zouden meer aan ‘agenda-management’ moeten doen, schrijven we in Basisboek Journalistiek. Wanneer de autoriteiten zich iets voornemen, een belofte doen, enzovoort: noteren in de agenda en na verloop van tijd nagaan: is er iets gebeurd, is die belofte nagekomen? Daarin schuilt volgens mij met name de kracht van de media, wil ze overleven in deze tijd van burgerjournalistiek.
Een aardig voorbeeld daarvan kwam ik onlangs tegen in NRC Handelsblad. Een lezer maakte de redactie binnenland attent op de vuurwerkoverlast in de periode november tot en met Oudejaarsdag en de bestrijding daarvan.
‘Verleden jaar heeft een aantal leden van de Tweede Kamer aangekondigd dat zij daar iets aan zouden doen. ChristenUnie had plannen, maar volgens mij hebben we daar niets meer van gehoord. En helaas, het is nu november en hier in Arnhem verandert het langzaam aan weer in het decor van een burgeroorlog. Nou ja, het knalt er in ieder geval weer lustig op los.’
Ben benieuwd of de redactie iets met de tip doet. 

Over taxi’s en fluimen1
Kilo’s krantenpapier worden dagelijks bedrukt in Nederland, uren zendtijd volgekwebbeld en de bevolking van Tsjiekoboroland hoeft maar te kikken of de camera’s draaien. Maar twee simpele vragen vermogen de media niet afdoende te beantwoorden:
1. hoeveel taxi’s rijden er in Rotterdam en
2. hoeveel vergunningen heeft de provincie Zuid-Holland verleend, sinds zij de uitgifte van taxivergunningen van de gemeenten heeft overgenomen?

De berichtgeving interesseert me, omdat ik van mening ben dat de pers regelmatig tekort schiet in haar informerende functie. Opinies van jan en alleman te kust en te keur, maar de precieze feiten, ho maar. De acties van de Rotterdamse taxichauffeurs, die vinden dat de provincie Zuid-Holland te veel vergunningen afgeeft, zijn daarvan een goed voorbeeld.
Het mag een wonder heten dat ik nog niet ben opgenomen in het Delta Ziekenhuis. Weliswaar word ik nauwkeurig door de kranten op de hoogte gehouden van elke fluim die de nieuwkomers in hun gezicht krijgen en vliegt elke ingetrapte taxiruit mijn huiskamer binnen; maar beste jongens en lieve meisjes van de School voor Journalistiek: het antwoord op mijn twee voor de hand liggende vragen geeft de pers mij niet. Lees maar mee:

Rotterdams Dagblad 21 april: … de afgelopen jaren hooguit 24 nieuwkomers … 2000 taxi’s in Rotterdam en Den Haag (voorpagina) … alleen al voor Rotterdam 350 vergunningen te veel afgegeven (binnenpagina).

NRC Handelsblad 21 april: … Volgens de provincie is het aantal verguningen sinds 1989 met slechts 10 procent gestegen. De regio Rotterdam telt momenteel 1193 vergunningen, de regio Den Haag 890.

Algemeen Dagblad 21 april: … 350 vergunningen te veel.

AD 22 april: … de sinds 1988 verleende 209 vergunningen (commentaar) … hooguit 24 nieuwkomers een vergunning verleend (zelfde pagina).

De Groene Amsterdammer 29 april: … De Rotterdammers, ontevreden over het aantal vergunningen dat het provinciebestuur zou hebben afgegeven voor nieuwe taxi’s (in hun ogen driehonderdvijftig te veel).

RD 8 mei: … Splatsj, daar vliegt een vette rochel de Peugeot binnen. Versteeg (pretrijder, DvdL) krijgt hem op zijn rechterwang. De fluim druipt slijmerig op zijn kraag.

RD 11 mei: … kan de politie niet bij alle zeventig pretchauffeurs tegelijk zijn.

RD 15 mei: … 115 houders van pretvergunningen in Rotterdam.

NRC 19 mei: … De drie bedrijven die taxi’s op de weg hebben, waarvoor de vergunning na 1988 is afgegeven (‘pretvergunningen’) … dat de circa tien kleine zelfstandige ‘pretrijders’ (houders van een vergunning) … ruim duizend georganiseerde Rotterdamse chauffeurs … zijn er in Rotterdam 110 zogenaamde pretvergunningen in gebruik.

RD 2 juni: … de chauffeurs hebben de vergunningen zelfs gesplitst om meer taxi’s te kunnen laten rijden.

RD 15 juni: Men hoefde in 1988 bij de wetswijziging geen helderziende te zijn om te begrijpen dat het massaal uitgeven van nieuwe vergunningen tot explosieve toestanden zou leiden in de toch al door emoties beheerste taxiwereld. (commentaar)

NRC 15 juni: Drie bedrijven hebben taxi’s op de weg waarvoor de  vergunning na 1988 is afgegeven door de provincie. In totaal zijn in Rotterdam ruim honderd van deze vergunningen in gebruik.

RD 18 juni: .. gaat het voorstel deze week voorleggen aan de veertig pretrijders. … dat de centrales ook alles willen doen om nieuwe escalaties te voorkomen. ‘Maar wij kunnen geen achthonderd chauffeurs in toom houden.’

Ik houd jullie op de hoogte, desnoods vanuit het Delta Ziekenhuis.

1 Op maandag 20 en dinsdag 21 april voerden Rotterdamse   taxichauffeurs actie tegen het  vergunningenbeleid van de provincie Zuid-Holland. Ze vonden (en vinden) dat de provincie te veel vergunningen afgeeft. De berichtgeving spreekt van ‘pretvergunning’ of ‘fopvergunning’.

Oplossing raadsel
De meesten onder u hebben onge­twijfeld de A uitgekozen, want als aan de achterkant daarvan geen 3 staat is de stelling gelijk gefalsificeerd. Maar wat heeft u als tweede kaart gekozen? Aan de D-kaart heeft u uiteraard niets. Maar de kans is groot dat u de 3 heeft gekozen, terwijl u ook daarmee niet opschiet. Want als aan de achter­kant bijvoorbeeld een Z staat, weet u nog niets meer over de juistheid van de stelling. Terwijl als aan de achter­kant van de 7-kaart een A zou staan, de stelling wel gefalsificeerd is. U had dus de A- en de 7-kaart moeten ne­men. (Bron: Dany Jacobs, NRC Handelsblad, 19 augustus 1999).

    • tino
    • June 10th, 2012

    Ik lees je stukjes opnieuw en dit verhaal boeit me zeer. Een knap verhaal, met gezond verstand geschreven. Je hebt hetzelfde probleem bij de medische stand. Een kopje koffie te veel en je hebt 20 % meer kans op kanker, dat soort onzin. Op ons geliefde Thailandblog stond een jaar geleden een uitslag van een pol over Yingluck’s populariteit. Ze had 5.5 uit 10. (Is nu al veel hoger). Yingluck krijgt een “dikke onvoldoende” stond er boven. Ik zou zeggen, bijna voldoende maar ik mag haar graag. Charmante vrouw. Je onthoudt de kop en niet het cijfer

  1. No trackbacks yet.