Projectweken op de SvJ

Hoe leer je journalistiek? Op de School voor journalistiek in Utrecht wordt al enkele jaren geëxperimenteerd met projectweken. Eerste- en tweedejaars studenten proeven vijf weken aan de praktijk van het toekomstige beroep. Wat doen ze daar in Utrecht en heeft het effect?

Kuifje wil er ‘t zijne van weten

Vijf jaar geleden leek de Utrechtse School voor journalistiek op een dood spoor te zitten: de school was uit zijn krachten gegroeid, het hoorcollege domineerde het eerste jaar en het propedeuserendement was bedroevend laag. Een werkgroep selectie propedeuse (WESP) werd gevormd. De werkgroep produceerde niet alleen papier, maar besloot te gaan experimenteren met projectweken.

Nu, vijf jaar later, is het experiment de zuigelingenfase ontgroeid. Eerstejaars beginnen de opleiding met een week, die nog steeds introweek heet, maar beter werkweek kan worden genoemd. Daarin maken ze speels kennis met het journalistiek onderwijs. Daarna volgen vier projectweken (twee in het eerste en twee in het tweede jaar, steeds aan de kop van een nieuw trimester), waarin ze in toenemende intensiteit in de praktijk van de journalistiek worden ondergedompeld.

In die vijf weken wordt een scala aan werkvormen gebruikt: demonstratie, simulatie- en rollenspel, groepswerk, groepsdiscussie, excursie, forum, workshop en doceerles. Neem ‘Kuifje en het mysterie van het vuile water’. Dit is een simulatiespel in nieuwsgaring. De eerstejaars studenten komen humeurige secretaresses tegen, worden van het kastje naar de muur gestuurd en hangen eindeloos aan de telefoon om iemand te spreken te krijgen. Zo proberen ze erachter te komen waarom er in het centrum van Utrecht vuil water uit de kraan kwam.

Het spel heeft de vorm van een vossenjacht. De eerstejaars opereren in redacties van vijf personen. De bronnen, gespeeld door ouderejaars, bevinden zich op diverse plaatsen in de stad of zijn alleen telefonisch bereikbaar. Bij elke bron observeert een waarnemer hun gedrag. Opvallend is dat de ouderejaars ook zelf veel opsteken van het spel. Ze zien als het ware hun gedrag van een jaar eerder gespiegeld.

Speels
De introweek is de oudste week van het vijftal met onder andere een driedaags kamp in de bossen van Baarn. De eerstejaars maken er ‘passief’ kennis met de media. Ouderejaars verzorgen dagelijks radio-uitzendingen, ze maken een kampkrant (zeer gewild tijdens het ontbijt), ze schieten foto’s en ze maken een tv-reportage. Elke eerstejaars groep van twintig studenten heeft twee ouderejaars als vaste begeleider, wier taak het is om het groepsproces te bevorderen.

Projectweek 1 is de tweede loot. Dezelfde ouderejaars als in de introweek begeleiden de groepen bij het maken van een krant. Daarin wordt onder andere bericht over het eerder vermelde vuile water. De eerstejaars bezoeken persconferenties van ‘Nobelprijswinnaars’, doen een journalistieke opdracht in Utrecht, bekijken de film ‘The Paper’, een aantal maakt een radio-item en films. Het is een lange en intensieve week, waarin soms halverwege een pittig gesprek nodig is om de emoties te temperen.

Keuzeprogramma
De resterende projectweken hebben een keuzeprogramma. Enkele onderdelen zijn verplicht, bij de meeste kunnen de studenten kiezen. Verplicht bij projectweek 2 zijn een dagje Deadline, een videovoorstelling en een bijdrage aan een elektronische krant. Uit een ruim aanbod aan excursies naar diverse media, workshops en gastlessen kiezen ze er tenminste één uit en uit een serie van vijf Ontmoetingen tenminste twee.

Deadline is een populair tweedejaars vak, waarin de studenten een dagblad maken. In de projectweek krijgen de studenten een voorproefje van één dag. De reacties zijn altijd enthousiast: het is hard werken, maar het resultaat stemt tot tevredenheid, soms zelfs euforie. En een onvermoed bijkomend voordeel van deze werkvorm is dat de studenten voor het eerst samenwerken met eerstejaars uit andere groepen.

Ontmoetingen is eveneens een onderdeel van de reguliere opleiding. Eenmaal per week praten professionals in een forum over het vak. In de projectweek mogen de eerstejaars onder begeleiding van ouderejaars studenten zelf interviewen. Ze nodigen de gasten uit, researchen en nemen, met de zenuwen gierend in de keel, plaats achter de interviewtafel, op hun vingers gekeken door tientallen kritische jaargenoten. Alle media komen aan bod; elke dag één. In de laatste aflevering zijn eerstejaars, die al in de media werken, te gast.

Een aantal docenten bekijkt de formule ‘voor en door eerstejaars’ met argusogen, omdat de kwaliteit van de interviews te wensen over laat. Dit moge zo zijn, maar daar staan belangrijke voordelen tegenover: het publiek kan zich identificeren met de interviewers, de interviewers stellen vragen die ook bij het publiek leven en in tegenstelling tot de reguliere Ontmoetingen is het leereffect groter, omdat de luisteraars een verslag of interview-analyse moeten maken.

Viertrapsraket
De twee tweedejaars projectweken hebben tot doel de tweedejaars te helpen bij hun verdere schoolloopbaan. In de bovenbouw van de opleiding moeten ze namelijk een inhouds- en mediumdifferentiatie volgen. Maar wat houdt interculturele communicatie nu precies in? En moet je goed kunnen schrijven als je televisie kiest?

Ook nu weer excursies, Ontmoetingen, workshops en gastlessen. Een vast onderdeel is de Vlootschouw: een tour d’horizon van alle differentiaties. Doel is een globaal overzicht van de mogelijkheden te geven, maar ook de binding van de studenten met de school te versterken. Want de school is een beetje ‘zoekgeraakt’ na de verhuizing van een knus eigen gebouw op Kanaleneiland naar een gebouw dat met twee andere scholen wordt gedeeld op de Uithof.

Het programma van beide weken is een viertraps raket. In de Vlootschouw geven de docenten voorlichting, in de Ontmoetingen praten tweedejaars met oud-studenten van de differentiaties, in de workshops krijgen ze een voorproefje en bij de excursies (bijvoorbeeld naar de Tweede Kamer) en gastlessen maken ze kennis met de praktijk. Gaan de eerstejaars naar regionale media; de tweedejaars bezoeken landelijke media. Bij NRC Handelsblad mochten ze dit jaar zelfs de ochtendvergadering bijwonen.

‘De interviewers deden het leuk’, stelt een tweedejaars over een van de Ontmoetingen vast. ‘Je kan dus duidelijk het verschil zien tussen eerste- en tweedejaars. Ze vroegen goed door en stelde redelijk originele vragen.’ Een ander: ‘De gasten nemen het gesprek over en begonnen hun eigen discussies. Wel leuk om steeds meer te herkennen wat anderen fout doen.’ Als dat geen fraai voorbeeld van leren is.

Toeval
Het aardige aan het hele bouwwerk is dat het eigenlijk toevallig is ontstaan. Er was een werkgroep, een lid riep in een balorige bui ‘Waarom organiseren we niet een projectweek?’, een ander lid had nog wat oude ideetjes op de plank liggen en zo kwam de eerste projectweek tot stand. Niet bedacht achter de schrijftafel, zonder ellenlange vergaderingen, maar gewoon in de praktijk en doorontwikkeld aan de hand van student- en medewerkersenquêtes.

Variatie aan werkvormen is het belangrijkste kenmerk van de projectweken. De School voor Journalistiek laat zich niet opjutten door zogenaamde onderwijsvernieuwers die een bepaald systeem heilig verklaren; of het nu ‘Studiehuis’, ‘projectonderwijs’ of ‘probleemgestuurd onderwijs’ heet. Het zijn maar een paar letters, maar wat een wereld van verschil ligt er tussen ‘vernieuwers’ en ‘vernielers’.

Aanvankelijk beschouwden de meeste collega’s de weken als spielerei. Dat is niet verwonderlijk: voor de directief ingestelde docent is het niet zo gemakkelijk om de eigen inbreng te relativeren. Bij deze vorm van onderwijs is het proces immers belangrijker dan het produkt. Maar langzamerhand begint bij de meesten, op een aantal diehards na, het besef door te dringen dat er sprake is van een serieuze onderwijsactiviteit.

Langzamerhand ook krijgen andere vakgebieden een plaats in het programma. De workshop ‘The usual suspects’, waarin over deze intrigerende thriller werd gediscussieerd, was een samenwerking tussen journalistiek en massacommunicatie. Persconferenties van (gespeelde) Nobelprijswinnaars werden door buitenlandse studenten in het Engels gegeven. Bijeenkomsten van de Dick Scherpenzeelstichting, een stichting die berichtgeving over de Derde Wereld bestudeert, werden in het excursieprogramma opgenomen.

Positief effect
De vraag is natuurlijk of al deze inspanningen effect hebben (gehad). Het doel van de werkgroep WESP was tweeledig: het eerste jaar niet alleen didactisch verbeteren, maar vooral ook representatief maken voor de rest van de opleiding en het beroep. De gedachte daarbij was: als studenten in het eerste jaar een realistisch beeld wordt voorgeschoteld van school en beroep, dan zijn ze heus wel in staat zelf te beoordelen of ze voor het juiste beroep hebben gekozen.

Dat doel is grotendeels bereikt: het aantal hoorcolleges is teruggebracht, het aantal praktijkvakken is toegenomen, bij de maatschappijvakken wordt gewerkt met een mix van klassikale instructie en groepswerk, en de projectweken geven een gevarieerd en concreet beeld van de journalistiek. Tel daarbij de introductie van het bindend negatief studieadvies en je zou verwachten dat de cijfers boekdelen spreken.

Misschien is dat ook wel zo. Bij veranderingen in het onderwijs dient de definitie van succes bescheiden te zijn; immers: alles hangt met alles samen. Inderdaad is het propedeuserendement toegenomen, de verblijfsduur in de propedeuse is afgenomen, maar het aantal studiestakers in het eerstejaar is niet spectaculair gegroeid. En conclusies over het effect op de rest van de opleiding kunnen al helemaal niet worden getrokken, gezien de versheid van de veranderingen.

Niettemin staat het motiverende effect van de intro- en projectweken buiten kijf. De volgende reactie van een student is illustratief: ‘lk dacht niet dat ik dit zou zeggen, maar het is waar: de projectweek heeft mijn studiemotivatie positief beïnvloed. Ik merk zelfs dat ik niet de enige ben. Na deze week probeert iedereen zich meer te ontplooien en te profileren. Het lijkt wel of iedereen meer zekerheid heeft over deze studie. ( … ) Wat een echte opsteker was, is dat ik heb ervaren dat niet elke projectweek hetzelfde is en soms zelfs leuk kan zijn.’

Dick van der Lugt
Utrecht, 2000.

 

 

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.