Dokter Kees trekt de stoute schoenen aan

1 Het Christian Hospital in Bangkok had een uitwisselingsprogramma met diaconessenhuizen in Nederland, waaronder ook het ziekenhuis waar Kees was gaan werken, de zaalarts uit het Amalia ziekenhuis dat Dick geloosd had. Dick was tijdens zijn retraite in het vakantieoord waar hij wel eens kwam, Kees tegen het lijf gelopen. Later hadden ze elkaar nog een keer ontmoet toen Dick en Annemarie op vakantie in Nederland waren. Het contact tussen beiden stond sindsdien op een laag pitje en beperkte zich tot felicitaties bij verjaardagen. Maar toen Dick las dat Kees nu in een diaconessenhuis werkte, maakte hij hem attent op het uitwisselingsprogramma. ‘Lijkt me iets voor jou Kees’, schreef hij. ‘Ik draag je wel voor.’

2 Dokter Kees sprong niet direct een gat in de lucht. Hij was geen avontuurlijk type. Sinds zijn afstuderen had hij alleen gewerkt in het Amalia ziekenhuis, de overstap naar het diaconessenhuis had hij alleen maar gemaakt om na zijn verhuizing dichter bij zijn werkplek te zijn. Kees was gehecht aan regelmaat en een vertrouwde omgeving. Hij besprak Dick’s suggestie met zijn vrouw Annetje, want de detachering in Thailand zou betekenen dat hij drie maanden van huis weg was. Annetje sprong wel een gat in de lucht. ‘Moet je doen, joh. Zo’n kans krijg je nooit meer. Ik kom wel een keer op vakantie en we kunnen toch elke dag skypen.’ Kees’ kinderen vielen hun moeder bij. ‘Hartstikke gaaf pa.’ Daarmee was het pleit beslecht. Kees antwoordde Dick dat hij graag wilde komen en Dick schreef een mooie aanbevelingsbrief aan de selectiecommissie.

3 Nadat Kees het groene licht had gekregen van de commissie, begon hij zich voor te bereiden op zijn nieuwe standplaats. Hij nam Thaise les bij een Nederlander die jaren in Thailand had gewoond, Thais sprak en kon lezen, want hij wilde niet met zijn mond vol tanden staan. Het duurde nog drie maanden voordat hij zou vertrekken, wat voldoende tijd was om de taal op een basisniveau te leren. Wat hielp: Kees had zich op school vrij gemakkelijk andere talen eigen gemaakt. Hij had zelfs een jaar Chinees gestudeerd, evenals Thais een toontaal. Verder verdiepte hij zich in het land aan de hand van boeken. Thailandblogs vermeed hij het liefst want die bevatten veel clichés en geouwehoer.

4 Vervelend waren reacties van sommige kennissen die Thailand beschouwden als één grote hoerenkast. Sommige reacties waren uitermate grof en ze getuigden van een pijnlijke onwetendheid. Na een tijdje deed Kees geen moeite meer dat beeld te ontkrachten want redelijke argumenten winnen nooit van vooroordelen. Hij bleef ook het liefst uit hun buurt. Maar de meeste kennissen waren blij voor hem en zijn collega’s in het ziekenhuis waren misschien wel een beetje jaloers. Kees nam zich voor als hij er eenmaal werkte hen wekelijks een nieuwsbrief te sturen.

5 Het eerste wat Kees bij zijn voorbereidingen opviel was dat het leek of er twee Thailanden zijn. Het Thais Verkeersbureau en de reisbureaus schetsten een beeld van een land, overvloeiend van melk en honing. Hij las over parelwitte stranden en azuurblauwe zeeën. Maar het nieuws riep het beeld op van een land dat is doortrokken van corruptie, waarin het milieu het kind van de rekening is en zelfs de mildste kritiek op het koningshuis goed is voor vele jaren gevangenschap. Kees vond de berichten over de Mekong het meest deprimerend. Voor deze majestueuze rivier met een rijk ecosysteem zag de toekomst er somber uit. China had al enkele dammen gebouwd, in Laos was één in aanbouw en twee in voorbereiding en er zouden meer volgen.

6 Via zijn leraar Thais kwam Kees in contact met een Nederlands-Thais echtpaar. Jacques en Soj waren al meer dan tien jaar getrouwd. Ze overwinterden in Thailand, waar Jacques in de noordelijke provincie Phrae een villaatje had laten bouwen. Daar verbleven ze van december tot en met april. In Nederland woonden ze in een ruime woning in een vakantiepark, waar permanente bewoning toegestaan was. Jacques was er voorzitter van de bewonersvereniging. Jacques sprak nauwelijks Thais, Soj sprak een beetje Nederlands. Jacques nodigde Kees uit om een dagje op bezoek te komen. ‘Zullen we je eens lekker verwennen met een verrukkelijke Thaise maaltijd’, maar die aansporing had Kees niet eens nodig.

7 Jacques zou hem met zijn auto van het dichtstbijzijnde station afhalen. Maar wie er ook uit de trein stapte, geen Kees. Hij was in slaap gevallen en schrok wakker toen de trein het station al was gepasseerd. Na een belletje haalde Jacques hem bij het volgende station op. ‘Wakker blijven hè’, waarschuwde hij. Later die middag maakten ze een wandeling langs de Oosterschelde en namen een kijkje in de jachthaven. ‘Hier ligt zeker het zwarte geld van Nederland’, veronderstelde Kees toen hij al die dure jachten zag. ‘Welke boot is van jou?’ ‘Ik moet je teleurstellen, ik heb geen zwart geld.’ Ze liepen ook langs de tuinderij waar Soj haar vakantiegeld verdiende met het plukken van frambozen, maar daarover betaalden ze keurig inkomstenbelasting.

8 Na de maaltijd, ze zaten aan de koffie, vertelde Jacques liever in Nederland dan in Thailand te zijn. Afgezien van de loom makende hitte, vooral in april, speelde voor Jacques een rol dat hij in Thailand geen bezigheden had. Na in het begin de tuin op orde te hebben gebracht en kleine reparaties aan het huis te hebben verricht, zat hij met zijn duimen te draaien en doodde de tijd met het maken van Sudoka’s. Hij was er vrij bedreven in. Het liefst wilde hij zijn verblijf in Thailand inkorten, maar Soj wilde dat niet. En ze wilde ook niet dat hij alleen eerder naar Nederland terugging. Jacques had er zich met tegenzin in geschikt.

9 ’t Is een bekend probleem’, zei Dick toen hij er maanden later met Kees over sprak. ‘Pensionades die in Spanje overwinteren, hebben hetzelfde. Afgesneden van hun sociale omgeving in eigen land, spreken doorgaans de taal niet, voelen zich eenzaam. In Thailand zie ik tal van farangs verloederen. Ze beginnen ’s ochtends al te drinken omdat ze niets te doen hebben. Terwijl er toch tal van mogelijkheden zijn om je tijd zinvol door te brengen. Tuinieren, koken, de Thaise taal leren. Ik ken een man die een eigen website heeft en daarop elke dag een rubriek schrijft met het belangrijkste Thaise nieuws. Dat haalt hij uit de Bangkok Post. Die man zal echt niet verloederen.’

10 De datum van Kees’ vertrek naderde. Hij had een vlucht geboekt bij Emirates met een tussenstop in Dubai. Een non-stop vlucht zou zeker elf uur duren, maar dat vond Kees te lang. Zo’n tussenstop breekt de reis, je kunt even je benen strekken, leek hem wel zo plezierig. Kees had op internet al foto’s bekeken van de luchthaven. ‘Wat een luxe, moet je zien’, zei hij tegen Annetje. ‘Vergeleken daarmee is Schiphol , ik wil niet zeggen armoedig, maar gewoontjes. Zal wel Hollandse zuinigheid zijn. Wij zijn meer van: Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’ Ook een vergelijking tussen Kees’ diaconessenhuis en het Christian Hospital leverde dezelfde tegenstelling op; en het Christian was niet eens het meest luxueuze ziekenhuis in Bangkok.

11 Annetje en de kinderen zwaaiden Kees op Schiphol uit. ‘Stuur je even een sms-je als je veilig geland bent’, vroeg Annetje. ‘Tuurlijk schat, doe ik.’ Voor de laatste keer at Kees een saucijzenbroodje, een lekkernij waarop hij gek was en die wel niet te koop zou zijn in Thailand, vermoedde hij. Ze namen afscheid van elkaar, Kees’ avontuur was begonnen, want zo beschouwde hij zijn detachering. Hij was ook een beetje gespannen, want had nog niet veel gevlogen in zijn leven. Maar de vlucht verliep vlekkeloos. Zelfs boven de Golf van Bengalen bleef de gebruikelijke turbulentie uit. Niettemin was Kees blij toen hij voet op vaste grond kon zetten.

12 Dick haalde hem op. Ook nu weer was de wachttijd bij Immigration extreem lang ondanks alle verzekeringen van de Thaise autoriteiten dat ze de problemen van onderbezetting en inroostering onder de knie hadden. ‘Pfft’, wat duurde dat lang’, verzuchtte Kees. ‘En wat was die douanebeambte chagrijnig. Op Schiphol wensten ze mij een goede reis, maar bij deze man kon er geen vriendelijk woord vanaf. En dit land verkoopt zichzelf als het land van de glimlach. Laat me niet lachen.’ Ze namen de Airport Rail Link want, zo zei Dick: ‘Bij de taxistandplaats zal wel een lange rij wachtenden staan en die chauffeurs zijn niet allemaal te vertrouwen. Een collega vertelde me laatst dat een chauffeur bij een van zijn kennissen die op vakantie was gekomen, halverwege de meter uitzette en 700 baht eiste. Ja, voor een rit die hooguit 200 à 300 baht kostte.’

13 De ARL was een prima verbinding met het centrum: snel, airconditioned en op dit tijdstip van de dag nog niet mudjevol. Vanaf het eindstation Phaya Thai namen ze een taxi naar Surawong waar Dick een klein serviced apartment voor Kees had gehuurd in de buurt van het ziekenhuis. Hij zou hem de volgende dag introduceren bij de ziekenhuisstaf. Vandaag was een dag om te acclimatiseren en het begin van een jetlag weg te werken. Kees nam een douche, verkleedde zich en gezamenlijk gingen ze naar The Green Parrot, een zaak die wordt uitgebaat door twee Nederlanders. Echte horecakaffers, nooit verlegen om een praatje. Dick zei: ‘Net kappers, die praten ook met iedereen mee.’ Kees vond: ‘Het is een talent. Ik beheers dat soort small talk niet.’

14 Na de verhuizing van The Green Parrot was Dick er nog eenmaal geweest. Hij vond de nieuwe locatie geen succes. De zaak was nu onderdeel van een hotel en had een inpandige ruimte en een dakterras in gebruik. Op de oude locatie had ze een eigen ruimte op de begane grond met een smal terras ervoor en ernaast en uitzicht op de straat. Hij had er wel eens chili con carne gegeten, bereid door tweede man Piet. Piet maakte ook regelmatig Hollandse potten, maar die had Dick nog nooit geproefd. Dan had hij er vaker moeten komen, want Piet bereidde nooit grote hoeveelheden, waardoor Dick een paar keer de hond in de pot vond.

15 De kennismaking met de ziekenhuisstaf verliep uiterst plezierig. Ze hadden bewondering voor zijn beheersing van de Thaise taal. Getipt door Dick had Kees voor de directeur een kist sigaren meegenomen: Nicaraguaanse, volgens de sigarenboer betere sigaren dan Cubaanse. Hij kreeg een rondleiding door het ziekenhuis en verbaasde zich evenals Dick bij diens kennismaking met het ziekenhuis over de moderne apparatuur waarover het ziekenhuis beschikte. Apparatuur waarvoor zijn diaconessenhuis het geld niet had. Tijdens zijn inwerkperiode zou hij meelopen met Thaise zaalartsen, daarna zouden hem enkele zalen worden toegewezen waarvoor hij verantwoordelijk was wanneer de zaalarts een vrije dag had.

16 Mac ontfermde zich over Kees. Hij maakte hem wegwijs in de wijk waar hij woonde en nam hem hem mee naar enkele bezienswaardigheden in de stad. Bij het Grand Palace en Wat Phra Kaeo werden ze tegengehouden door een man die zei dat het paleis gesloten was wegens hoog buitenlands bezoek. Maar daar trapte Mac niet in, hij kende de truc. De slachtoffers werd dan een rondrit per tuktuk voorgesteld, die erop neerkwam dat ze bij kledingzaken en juweliers geprest werden inkopen te doen. Natuurlijk bezochten ze ook Wat Arun aan de overkant van de rivier, en Wat Pho die onderdak bood aan een massageschool. En zondags gingen ze samen met Theresia en zoontje Mac II naar het Lumpinipark voor een picknick.

17 Mac spreidde de meegenomen matjes op het gras aan de waterkant uit en Theresia pakte haar picknickmand uit. Ze had viscakejes gekocht, spring rolls (Thaise loempia’s) en kanom krok, een op poffertjes lijkende zoete lekkernij gevuld met kokosnootroom. Die waren het lekkerst als ze nog warm waren. Verder hotdogs, kippenboutjes, sushi, hardgekookte eieren en speciaal voor Kees kaas uit Nederland. Voor Mac had ze een Big Mac gekocht, maar dat was meer een grapje alhoewel Mac er wel zijn tanden in zette. Tot besluit aten ze een ijsje, gekocht bij een ijscoman die met zijn karretje aan de rand van het park stond. Theresia nam een kadetje gevuld met ijs, een combinatie typisch voor Thailand.

18 Annetje kwam op vakantie naar Thailand. Ze had een pakketreis geboekt omdat Kees gebonden was aan zijn werk. Alleen de laatste dagen die in het pakket waren uitgetrokken voor strandbezoek, konden ze samen doorbrengen. Annetje liet de reisleider weten dat ze met Kees op eigen gelegenheid naar Cha-am zou gaan. In Cha-am zou ze zich weer bij het reisgezelschap aansluiten, ditmaal in het gezelschap van Kees, en Theresia en Mac II die ook meegingen. Ze reisden per trein en arriveerden in de loop van de avond in Cha-am. De reis verliep traag, maar wie klaagt daarover als hij op vakantie is? Ze hadden alle tijd.

19 De volgende dag brachten ze door op het strand. Huurden strandstoelen en lieten drank en eten aanrukken. Voortdurend kwamen verkopers langs met inktvis, garnalen, mosselen, pinda’s. Kees vond de mosselen niet lekker, ze waren hard en smakeloos. De pinda’s die niet gebrand maar gekookt leken, vond hij ook al niks. En de garnalen vond hij te droog. Maar een gefrituurd visje ging er wel in. Soms kwamen masseuses langs, geen schaars geklede jonge deernen zoals in Phuket en Pattaya, die op iets anders uit zijn, maar oude vrouwen: gepokt en gemazeld in het masseren. Theresia liet zich door één onderhanden nemen. Goeie massage, vond ze.

20 Kleine Mac had nog nooit de zee gezien. In het begin durfde hij het water niet in, want zei hij: De zee is te groot. Soms kunnen kleine kinderen verbazingwekkend verrassende opmerkingen maken. Maar aan de hand van Theresia en Annetje overwon hij zijn angst. Kees kocht een zwemband, emmertje, schepje, zeef en nog wat dingen voor hem. Hij bouwde voor Mac II een zandkasteel aan de waterkant. Mac kraaide van plezier toen een golf het kasteel in aanbouw verzwolg. Maar Kees liet zich niet kennen. Hij begon opnieuw, een stukje verder vanaf de branding. Maar de zee rukte op, ’t was vechten tegen de bierkaai.

21 Terug in Bangkok vertelde Mac II zijn vader uitgebreid wat hij allemaal had meegemaakt in Cha-am. Dat het zandkasteel het voortdurend moest  afleggen tegen de zee, dat hij ‘gezwemd’ had wat feitelijk niet meer was dan pootje baden, dat hij achterop de fiets bij zijn moeder over de boulevard had gereden. Mac wist niet van ophouden, maar er was dan ook veel te vertellen. Mac senior hoorde het geamuseerd aan. ‘En Kees, how about you? Enjoyed the trip’?’ Kees knikte, hij was op uitnodiging van Theresia meegekomen naar hun appartement voor een cuppa tea. Het strandverblijf was hem bevallen, de terugrit per minibusje niet. Hij was blij nog te leven, want de bestuurder had als een dolleman gereden. Veel te snel en gevaarlijke inhaalmanoeuvres uitgehaald.

22 Het roekeloze rijgedrag, een aantal malen resulterend in dramatische ongelukken, was de Thaise autoriteiten ook een doorn in het oog. Ze besloten de minibusjes met tien zitplaatsen voor passagiers te gaan verbieden en gefaseerd te vervangen door midibusjes met twintig zitplaatsen. Alle busjes dienden ook uitgerust te zijn met GPS, zodat snelheidsovertredingen snel gesignaleerd konden worden. Vooruitlopend daarop dienden de minibusjes veiligheidsgordels te monteren. Mac had nooit begrepen waarom midibusjes veiliger zijn dan minibusjes, zoals de autoriteiten beweerden, want die zouden nog steeds door dezelfde brokkenpiloten bestuurd worden.

23 De werkelijkheid is soms onwaarschijnlijker dan de fantasie, want wie liep daar op de boulevard van Cha-am? Dokter Ronald, de longchirurg uit het Amalia ziekenhuis. De verbazing was groot om elkaar tienduizenden kilometers van het vaderland tegen te komen. Als je dat in een verhaal schrijft, zeggen de lezers: Dat kan niet, dat is té toevallig. Maar dit was geen verhaal, het gebeurde in de werkelijkheid. Dokter Ronald liep hand in hand met een mooie Thaise jongen te flaneren, want Ronald maakte geen geheim van zijn seksuele voorkeur. Kees wenkte Ronald naar het zitje, waar hij en zijn gezelschap zaten. ‘Kom erbij, kan ik je een biertje aanbieden?’ ‘Doe maar water’, zei Ronald. ‘Geen alcohol voor zonsondergang, zoals de oude tropenregel luidt.’

24 Die regel moet heel wat tropengangers voor de verloedering hebben behoed. Vooral degenen die niets omhanden hebben en zich stierlijk vervelen. De fles biedt dan uitkomst. Menen ze, want het gaat altijd van kwaad tot erger. Toen Dick het Amalia ziekenhuis werd uitgestuurd (zie feuilleton 1: Dokter Dick, chirurg) leek het ook die kant op te gaan, maar hij besloot tijdig de fles te laten staan en dronk lang geen druppel alcohol meer. Kees was geen grote drinker. Eén biertje vond hij meer dan genoeg en Ronald gaf de voorkeur aan witte wijn. Altijd één glas voor het slapen gaan, in het café hooguit drie glazen, want wijn maakte hem slaperig.

25 Ronald vertelde dat hij afwisselend in Nederland en Thailand woonde. ’s Winters overwinterde hij in een klein appartement in Cha-am op loopafstand van het strand. Daar hield Kasem hem gezelschap, in Nederland had hij geen vaste vriend. Ronald had een Engels grammaticaboek Thais in het Nederlands vertaald en bewerkt. Van de eerste druk waren al honderden exemplaren verkocht, hij was nu bezig aan de voorbereiding van de tweede druk. Kasem hielp hem vaak bij de uitspraak en notatie van Thaise woorden. Hij kon ook heel goed koken, Ronald was gek op de gerechten die hij bereidde. ‘Kom bij me eten’, zei Ronald tegen Kees. ‘Dan kun je vaststellen dat ik niet overdrijf. Wat dacht je van morgenavond?’

26 Ronald had geen woord te veel gezegd. De maaltijd die Kasem had bereid, was verrukkelijk. Kasem had vier verschillende gerechten bereid, maar Kees was de Thaise naam van die schotels al weer vergeten. Theresia en Annetje waren ook vol lof over Kasem’s culinaire prestaties. Theresia was zelfs een beetje jaloers. Ze kon weliswaar aardig koken, maar wat Kasem had bereid, had het niveau van een sterrrenkok. Na de maaltijd ging Theresia terug naar het hotel, waar een oppas zich had ontfermd over Mac II. Kees en Annetje maakten een wandeling over het strand. Alle ligstoelen en parasols waren inmiddels  verwijderd en opgeslagen. Bij het hotel zaten enkele gasten om een kampvuurtje op het strand, wat eigenlijk verboden was, maar daar had de hotelstaf zich niets van aangetrokken.

27 De ziekenhuisdirecteur liet Kees bij zich roepen. Kees begon zich al zorgen te maken. Had hij een fout gemaakt? Zou er over hem geklaagd zijn? Met knikkende knieën liep hij naar de directiekamer, waar hij werd binnen geleid door de secretaresse. Maar Kees had zich nodeloos ongerust gemaakt. De directeur vertelde goede berichten over hem gehoord te hebben. Hij werd op handen gedragen door het personeel van de zalen waarover hij de leiding had. Als blijk van waardering kreeg hij een grote bos bloemen. ‘Meer dan verdiend’, zei de directeur, om daaraan toe te voegen: ‘We hadden je graag gehouden, maar daarin voorziet de uitwisseling helaas niet.’

28 Toen hij terugkwam op de afdeling, stond er nog een bos bloemen voor hem klaar. Van het personeel. En thuisgekomen trof hij Dick en Annemarie aan, die hem met een derde bos verrasten. ‘Zo, hoe weten jullie dat?’ Maar Dick hield zich op de vlakte: ‘Ach, je hoort wel eens wat.’ Annemarie had bij de Coffee Club cheese cake gekocht, dezelfde die ze had meegenomen toen ze Peter en Marloes in Buriram hadden opgezocht en die inmiddels was doorgedrongen tot de menukaart van Cat’s lunchroom (zie feuilleton 8: Sasithorn heeft een droom). Ze had ook een thermoskan met koffie bij zich, zodat het een heel Hollandse koffievisite werd.

29 Aan alles komt een eind, dus ook aan de uitwisseling van drie maanden. Het was een intensieve periode geweest, waarin Kees veel had geleerd over de andere omgang met patiënten in Thailand. Thaise patiënten luisteren naar de dokter, ze vragen zelden iets en verwachten een pilletje van de dokter. Als dat geen effect heeft, gaan ze naar een andere arts. Als belangrijkste verschil zag Kees dat Thaise patiënten met meer zorg worden omringd, de Nederlandse benadering is vaak nogal technisch en weinig empathisch. En natuurlijk waren hem de hiërarchische verhoudingen niet ontgaan. Daar had hij niet aan kunnen wennen, komend uit een land waarin de omgangsvormen aanzienlijk informeler zijn.

30 Dick was het eens met Kees. ’t Is een holistische benadering van patiënten’, zei hij. ‘Lichaam en geest zijn één dynamisch geheel. De nadruk ligt hier op het welbevinden van de patiënt. Hoe beter de patiënt zich voelt, hoe sneller de genezing. Dat wil ik ook wel geloven. Er gebeuren in het genezingsproces soms onverklaarbare dingen. Patiënten die zijn opgegeven, blijven soms nog jaren leven. Hoe kan dat? Daar heeft de geneeskunde geen antwoord op.’ Kees was blij gewapend met die kennis terug te keren naar Nederland. Hij organiseerde een bescheiden send-off party voor intimi en dacht: Hoe waar is de uitdrukking Partir c’est mourir un peu.

31 Kees werd op Schiphol opgewacht door zijn vrouw en kinderen. Ze hadden zijn winterjas meegenomen, want het was vinnig koud. ‘Wanneer gaan wij op vakantie naar Thailand’, was het eerste wat ze vroegen.  ‘Als jullie de helft van het ticket betalen, valt dat te overwegen’, antwoordde Kees. ‘Ik zie een vakantie wel zitten. Maar voor vijf personen hangt er wel een fors prijskaartje aan. Dus kinders: sparen maar.’ De collega’s in het diaconessenhuis waren blij dat hij terug was. Ze noemden hem soms het zonnetje in huis omdat hij altijd opgewekt was. Kees was ook blij terug te zijn en zijn oude routine te kunnen  oppakken. Maar het duurde even voordat hij weer gewend was aan de twintig graden lagere temperatuur.

32 Annetje zag een vakantie in Thailand ook wel zitten. De pakketreis was haar prima bevallen, de dagen met Kees in Cha-am waren hemels geweest. Ze maakte een grove berekening van de kosten en besloot op zoek te gaan naar een parttime baantje want Kees’ salaris, zijn vakantiegeld en de bijdragen van de kinderen waren ontoereikend voor twee weken Thailand. Ze had geluk: een plaatselijke bioscoop zocht een caissière voor drie dagen per week. Daarmee zou ze genoeg verdienen om het vakantiebudget rond te maken. Maar deze keer zou het geen pakketreis worden. Zij en Kees konden nu zelf wel hun weg vinden in Thailand.

33 Een half jaar later stonden ze bepakt en bezakt op Schiphol om te beginnen aan hun vakantieavontuur. Annetje had een globaal reisprogramma gemaakt. Ze zouden beginnen in Bangkok en na enkele dagen via Ayutthaya naar Chiang Mai reizen. In Nong Khai zouden ze op de boot stappen om de Mekong af te zakken naar Ubon Ratchathani. Vandaar zou de reis via Bangkok naar Cha-am gaan om de laatste dagen aan zee door te brengen. Voor de kinderen begon de vakantiepret al op internet. In Bangkok wilden ze naar Safari World, Dusit Zoo en het Vimanmek paleis; in Chiang Mai naar een snakefarm en olifantenkamp en in Ayutthaya naar het Historical Park. En verder zouden ze wel zien wat er op hun pad kwam. Met de Lonely Planet in de hand kon hen niets gebeuren.

34 De familie werd opgewacht door Annemarie. Dick was niet meegekomen, want hij had een operatie. Het was druk op het vliegveld. Hordes Chinezen zorgden voor lange wachttijden bij Immigration, maar daar had Annemarie al op geanticipeerd. Ze had berekend dat het een uur na aankomst zou duren voordat ze elkaar zouden treffen en dat bleek zelfs een lage schatting. Bij het meeting point begroette ze de vakantievierders die er enigszins verfomfaaid uitzagen. De kinderen keken met verbazing naar de Chinezen die in ganzenpas keurig achter elkaar liepen met een tourgids voorop die een vlaggetje omhoog hield. Ze riepen gak-gak-gak, maar dat zullen de Chinezen wel niet gehoord hebben. En als ze het wel hoorden, zouden ze niet begrepen hebben dat de spot met hen werd gedreven.

35 Zes personen plus koffers kun je niet in een taxi proppen, ook niet in een vijfdeurs taxi. Ze hadden de reis naar het centrum per Airport Rail Link kunnen maken, een light-rail verbinding tussen Suvarnabhumi en Phaya Thai, maar dat zou veel gesjouw betekenen en gedrang wanneer de trein vol was. Annemarie had daarom een minibusje gehuurd. Dat bracht hen in een vloek en een zucht naar Silom waar ze voor hen twee hotelkamers had gereserveerd. Een ideale uitvalsbasis met een BTS en MRT-station binnen loopafstand. Na zich opgefrist en verkleed te hebben trok de familie onder begeleiding van Annemarie de wijk in. Die leerde hen hoe ze zonder gevaar voor eigen leven konden oversteken. ‘Zwaar overdreven, al die verhalen op thailandblogs dat het verkeer in Bangkok LEVENSGEVAARLIJK is’, zei ze. ‘Ja, als je niet weet hoe je dat moet doen.’

36 Ze streken neer in een restaurant vlakbij Patpong en genoten van hun eerste Thaise maaltijd. Gelukkig waren de kinderen geen kieskeurige eters; die hadden geleerd: eten wat de pot schaft. Op de Night Bazaar op Patpong mochten de kinderen een T-shirt uitkiezen. Lange tijd twijfelden ze tussen een shirt met het opschrift I [rood hartje] love Bangkok, een afbeelding van een olifant en eentje met Muay Thai boksers. Omdat ze vaak kleding van elkaar leenden, kochten ze elk een ander. Annemarie hield de kinderen in de gaten. Kees en Annetje gingen intussen aan de koffie met cheese cake in de Coffee Club.

37 Dick kwam die avond laat thuis. Hij had een zware en lange operatie achter de rug. Het was op het nippertje of de patiënt het zou halen. Dick was tevreden dat het gelukt was hem in leven te houden. En nu maar hopen dat het herstel spoedig zou verlopen. Dick vroeg om een borrel. Hij dronk zelden maar deze afloop verdiende een traktatie. Annemarie schonk ook voor zichzelf een hartversterkertje in. ‘Gefeliciteerd schat. Ik ben trots op je’, zei ze. ‘Ad fundum’, zei Dick, hij proostte met Annemarie en leegde het glas in één teug. Annemarie nam kleine slokjes. ‘Verslik je niet’, waarschuwde ze hem. ‘Nou, dat zou een mooie dood zijn’, grapte Dick. ‘Ik zie de advertentie al: Met leedwezen geven wij u kennis dat onze geliefde dokter Dick is gestikt in een kelkje jonge klare…’ ‘Ja, zo kan die wel’, onderbrak  Annemarie hem.

38 Annemarie kon maar moeilijk wennen aan de zwarte humor van artsen. Vooral als ze onder elkaar waren, maakten ze de meest grove grappen over patiënten en ziektes. Bij Annemarie hield Dick zich doorgaans in, hij wist dat ze er niet van hield, maar een enkele keer vloog hij uit de bocht. De gewoonte om grappen te maken die in het dagelijks leven niet door de beugel kunnen, is geen exclusieve gewoonte van artsen, wist Dick. ’t Komt ook bij andere beroepen voor. Ze fungeren als een uitlaatklep voor de stress die met het werk gepaard gaat. Vooral in het begin van zijn loopbaan gaf Dick zich er vaak aan over, het was goed dat Annemarie hem dan tot de orde riep.

39 Het uitstapje naar Safari World begon al heel vroeg. Een minibusje haalde hen op bij het hotel en pikte daarna de andere deelnemers op bij hun hotel. Dankzij het vroege tijdstip was het nog niet erg druk op de weg. Vincent, de jongste van Kees’ drie kinderen, schreef ’s avonds een brief aan zijn oma. Dit is wat hij schreef:
Ik ben met mama naar de dieren geweest. We gingen eerst met een busje. Er was een meneer met een stokje, daar moesten we achter lopen. Er waren veel mensen.
We gingen eerst naar de vogels. Die waren heel knap. Een jongen moest geld omhoog houden. Toen pakte een vogel het geld. Maar hij gaf het ook weer terug. Dat vond ik wel eerlijk.
En toen gingen we naar de zeehonden. Die waren heel knap. Ze konden een bal op hun neus houden. Dat kan ik niet. En ze klapten ook.
En toen gingen we naar de cowboys. Die schoten mekaar dood. Dat vond ik niet leuk. Een cowboy viel in het water, toen werden de mensen nat. En ze maakten ook veel herrie. Een mevrouw stelde geld uit de bank. Dat mag niet hè oma? Maar die mevrouw ging niet naar de gevangenis.
En toen gingen we eten in een grote zaal. Dat vond ik niet lekker. Er zaten allemaal botjes in de kip.
En toen gingen we naar de dolfijnen. Die waren ook heel knap. Een meneer stond op twee dolfijnen, maar hij viel aan het eind in het water.
En toen gingen we naar de Spy War Show. Mama zegt: dat betekent spionen oorlog. Ik vind oorlog niet leuk. Toen kwamen er meneren aan een touw uit de lucht. Dat durf ik niet. En er was brand in het water. En er kwamen televisies uit de grond.
En toen gingen we naar de apen. Dat vond ik leuk. Een aap was stout. Die trok zijn broek uit. Toen moest ik lachen. En hij gaf die meneer een klap. Toen moest ik weer lachen.
Toen gingen we naar huis. Toen was ik heel moe.
Nou, dag oma.

Reacties niet mogelijk