Zuster Petra weet ’t niet meer (alle afleveringen)

1 Na zijn vertrek naar Thailand had dokter Dick zich nooit meer beziggehouden met de affaire die destijds leidde tot zijn gedwongen vertrek uit het ziekenhuis. Hij wilde er niet meer aan denken, ook niet aan zijn zwerversbestaan. Met uitzondering van zaalarts Kees had hij ook nooit meer contact gehad met collega’s. De ziekenhuisdirectie had hem nooit genoegdoening verschaft, de vereniging van chirurgen had hem destijds geschorst als lid, een besluit dat nooit herroepen was. Nee, gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer. Het was voor Dick een afgesloten hoofdstuk. Een periode in zijn leven die hij overwonnen had.

2 Een advocaat had Dick eens gevraagd waarom hij geen actie had ondernomen. Hij had toch zuster Petra kunnen aanklagen voor smaad, hij had smartengeld kunnen eisen van het ziekenhuis. Waarom had hij dat niet gedaan? Maar Dick had geen zin in juridische procedures die ongetwijfeld veel tijd hadden gevergd. En moeite, want dan had hij zijn claim moeten onderbouwen met bewijs en getuigenverklaringen. ‘No way’, zei hij tegen de advocaat die misschien een goed betaalde klus aan zijn neus voorbij zag gaan. Enig eigenbelang zal de advocaat niet vreemd zijn geweest. Tenslotte moet ook bij advocaten de schoorsteen roken.

3 Toen Dick aan het zwerven was geraakt, had hij eens een psychiater geraadpleegd. Die wist niet goed raad met zijn geval. Dick leed niet aan een depressie, hij gewoon de weg kwijt, zoals de zielenknijper het formuleerde. Hij adviseerde hem met de ziekenhuisdirectie contact op te nemen, die Petra’s beschuldiging had geloofd. Dat zou bevorderlijk zijn voor zijn herstel, maar ook dat advies sloeg Dick in de wind. Hij zat liever in de kroeg aan de gin tonic. Dat hij onder een viaduct sliep in een grote kartonnen doos deerde hem niet. Hij was verlost  van alle eisen die aan hem als chirurg werden gesteld. Hij was vrij: zo keek hij tegen zijn leefwijze aan. Hoe anderen erover dachten, interesseerde hem niet.

4 Op zekere dag kreeg Dick een brief van de vereniging van chirurgen, ondertekend door de voorzitter himself. Die maakte uitgebreid zijn excuses voor het feit dat Dick’s schorsing niet ongedaan was gemaakt, nadat duidelijk was geworden dat hij onterecht beschuldigd was van aanranding. De brief bevatte ook een verrassing. Er lag een onderscheiding op hem te wachten van drie jaar terug, het jaar waarin hij geschorst was. Hij was dat jaar verkozen tot outstanding surgeon of the year, maar die onderscheiding was begrijpelijkerwijs nooit uitgereikt. De voorzitter nodigde Dick uit om hem alsnog op de komende jaarvergadering in ontvangst te nemen. Reis- en verblijfkosten waren voor rekening van de vereniging.

5 Zo werd Dick toch weer gefronteerd met de zwarte bladzijde in zijn leven, een periode die hij het liefst wilde vergeten. Maar het excuus deed hem goed. Dick kende de voorzitter goed. Die maakte niet snel voor iets excuses, dus dat betekende wel wat. En die onderscheiding was een grote eer. Dick liet de brief aan Annemarie lezen. Die werd er emotioneel van. Ze bedekte Dick’s gezicht met kussen. Een jaar had ze verlangd naar Dick nadat ze hem had zien liggen onder het viaduct. ‘Wat heerlijk voor je. Gerehabiliteerd en een onderscheiding. Dat gaan we vieren, vind je niet?’ En dat deden  ze in een Spaans tapasrestaurant in de buurt van het ziekenhuis. De keuze lag voor de hand: Was de eerste vonk in Nederland immers niet overgeslagen bij de paella?

6 Annemarie ging mee, dat kon bruin wel trekken. Ze zouden een week in Nederland blijven en van de gelegenheid gebruik maken om tante Mathilde op te zoeken. Toen Mathilde het emailberichtje las, wilde ze een gat in de lucht springen, maar helaas: dat zat er niet meer in op haar leeftijd. De jaarvergadering werd in Utrecht gehouden. De voorzitter had Dick gevraagd na het huishoudelijk deel te komen. Toen Dick en Annemarie de zaal in kwamen, stond iedereen op en kreeg Dick een ovationeel applaus. Als hij had kunnen blozen, had hij gebloosd. Nu slikte hij een paar keer extra. Annemarie ontging zijn reactie niet, ze kneep hem in zijn hand.

7 De voorzitter hield een korte toespraak, waarin hij Dick’s zwerversjaar vaag aanduidde als ‘Je hebt een moeilijke periode achter de rug, maar je hebt die overwonnen met Veni, vidi, vici.’ Hij loofde de ‘voortreffelijke’ artikelen die Dick had geschreven voor het chirurgenblad en zijn inzet in de ethische commissie. ‘Je hebt de prijs meer dan verdiend. Het zij je gegund’, om te eindigen met ‘Ik heb altijd gedacht dat die verhalen in verpleegsterrommannetjes over verhoudingen tussen artsen en verpleegsters pure fantasie waren, maar jij en Annemarie bewijzen het tegendeel. [Gelach in de zaal] Nog vele gelukkig jaren met zijn tweeën in Thailand.’ Dick’s handen trilden toen hij de onderscheiding, een glazen sculptuur met inscriptie, in ontvangst nam.

8 In zijn dankwoord citeerde Dick Saul Bellow, die toen hij de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, had gezegd: Het kind in mij is verrukt, maar de volwassene in mij is sceptisch. Later gaf Bellow een nadere toelichting, hij zei: Een zekere vernedering is verbonden met de prijs omdat enkele heel grote schrijvers van de eeuw hem niet hebben gekregen. Dick zei: ‘Ik draag de prijs op aan alle chirurgen in Nederland die elke dag weer lange werkdagen maken en hun beste beentje voorzetten.’ Opnieuw brak de zaal in een ovationeel applaus uit. ‘En nou vergeet ik mijn collega’s in Bangkok te noemen. Die ook dus.’

9 Na de uitreiking kwam de directeur van het ziekenhuis naar hem toe. Hij zei de hele affaire van destijds zeer te betreuren. De trap na die zuster Petra in het verpleegsterstijdschrift had gegeven, vond hij ver beneden de maat. ‘We moeten toch eens praten’, stelde hij voor, maar Dick zei de zaak liever te laten rusten. Dick had weinig respect voor hem. Hij vond dat de directeur te gemakkelijk was gezwicht voor het dreigement van Petra dat ze aangifte zou doen. Hij had toen een deal met haar gesloten: Dick vertrekt uit het ziekenhuis en zij doet geen aangifte, waardoor de reputatie van het ziekenhuis werd gered. Helaas had ze zich er niet aan gehouden en toch de ‘vuile was’ buiten gehangen, het loeder.

10 Het verpleegsterstijdschrift besteedde aandacht aan de jaarvergadering en de uitreiking van de onderscheiding. Een engeltje en een duiveltje begonnen ruzie te maken toen zuster Petra het artikel las. Het duiveltje zei: Goed wat je toen gedaan hebt door te vertellen dat dokter Dick probeerde je aan te randen. Artsen moeten zich niet verbeelden dat ze zich alles kunnen permitteren. Het engeltje zei: Je moest je schamen. Je hebt gelogen, hij heeft helemaal niet geprobeerd je aan te randen. Dat verbeeld je je maar. Maar Petra legde het engeltje het zwijgen op. Ze kon niet geloven dat ze het verkeerd had gezien. Dick had zijn handen op haar bips gelegd en haar borsten betast. Het was toch geen droom geweest, het was echt gebeurd.

Reacties niet mogelijk