Tien reisregels

‘Kent u onze nieuwe reisregels al?’, informeren de spoorwegen belangstellend op posters. Nou, dat is inderdaad het geval, zoals uit onderstaand overzicht moge blijken.

1 Reizigers dienen bij het loket met de pet in de hand te staan en op gedempte toon te spreken. Bejaarde vrouwen die minutenlang onverstoorbaar in hun tasje zoeken naar hun bejaardenpasje en geld, vervolgens informeren op welk perron ze moeten zijn en daarna willen weten op welk perron ze hun overstaptrein kunnen vinden, moeten thuisblijven.

2 Het is reizigers niet toegestaan te kankeren over het stuitend gebrek aan comfort op de meeste stations. Kan de NS het helpen dat het altijd waait, regent, ijzelt, sneeuwt, hagelt enzovoort in Nederland? Moet de NS Heugafelttegels gaan leggen op het perron? Neem toch de auto en sta urenlang in de file, Jan Salie!

3 Vertragingen van korter dan 15 minuten worden niet meer omgeroepen. Ten slotte hebben reizigers recht op hun broodnodige rust (vooral ‘s ochtends als ze chagrijnig uit hun ogen kijken); waarom hen lastigvallen met mededelingen, die ze kunnen dromen? Wie verplicht trouwens de NS om de treinen op tijd te laten rijden? Alsof mensen die met personenauto’s reizen, altijd op tijd op afspraken komen.

4 Reizigers mogen zich voortaan niet meer massaal op de deur storten, wanneer er een trein aankomt. De trein zal heus niet wegrijden, terwijl er nog mensen in- en uitstappen. Al dat dringen heeft trouwens geen enkele zin, want alle zitplaatsen zijn even voortreffelijk – of beroerd, zo u wilt.

5 De walkman is verplicht voor reizigers met geringe intellectuele capaciteiten, die dat immer luidkeels demonstreren. Ach ja, waarom zouden ze ook een goed gesprek voeren of een goed boek lezen, dat volk dat praat over hun leuke vakantie van twee weken in ‘Tor-re-mo-li-nos’ en zwijmelt bij Eens lacht het geluk zuster Linda toe?

6 Studenten behoren te studeren, zoals het woord al zegt; ook in de trein. Zij dienen verdiept te zijn in te dure, slecht gekopieerde readers, die hoofdstukken bevatten van boeken, die evenmin door hun docenten zijn gelezen. En de OV-jaarkaart dient met de nodige dankbaarheid getoond te worden aan het controlerend personeel. Want waarom zouden studenten wel zo’n kaart hebben en docenten niet? Als het regent, worden beiden toch ook nat?

7 Kinderen hebben alleen toegang tot de trein indien de begeleidende ouders de baas zijn. Luidruchtig gemaakte opmerkingen als ‘Kijk, een boe’, waarmee ouders willen bewijzen dat ze hun kinderen opvoeden conform de voorschriften van Ouders van Nu, zijn uit den boze. En dat gevraag van kinderen ‘Waarom rijdt een trein vooruit en niet achteruit?’ getuigt absoluut niet van een diep filosofische instelling; zo’n vraag kan de eerste de beste student journalistiek bedenken.

8 Honden (door diezelfde ouders ‘Waf-waf’ genoemd) zijn in alle gevallen verboden; zelfs als ze niet verharen, niet kwijlen, niets doen (aldus hun baasje), lief voor kinderen zijn (alweer aldus hun baasje), zo gaan liggen dat de baas half-verontschuldigend vraagt ‘U heeft er toch geen last van’, medepassagiers die in de trein ontbijten niet aankijken met een blik van ‘Wat ben jij gierig’ of nog erger gelijktijdig kwispelen.

9 Reizigers die hun poten op de bank tegenover hen leggen, dienen in het bezit te zijn van twee vervoersbewijzen. Houden ze ook nog een derde plaats bezet met een sportieve tas gevuld met allerlei nutteloze spullen, dan moet een derde plaatsbewijs getoond kunnen worden. Zo niet, dan gaat de tas naar de afdeling geconfisqueerde voorwerpen.

10 Het is reizigers, die toch met hun voeten op de bank liggen, verboden spitsvondige opmerkingen tegen de conducteur te maken. Zo mag een reiziger na ‘Doe je dat thuis ook?’ niet grapjassen ‘Knipt u thuis ook kaartjes?’. Immers: NS’ers zijn niet geselecteerd op hun gevoel voor humor en een treinreis is geen cabaretvoorstelling.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.