Mijn drie vrouwen

Vroeger had je vieze boekjes. Als jongetje las je die stiekem onder de lakens. Bij het schaarse licht van een zaklantaarn bekeek je de plaatjes, die in het gunstigste geval alleen de bovenkant van de andere sekse onthulden. Trillend van opwinding (of was het de vrees dat je ouders je zouden betrappen?) ging je de nacht in, en de volgende ochtend was een gele vlek een stille getuige van hetgeen er gepasseerd moest zijn.
Tegenwoordig hangen die vieze plaatjes als poster in tram- en bushokjes. Ze begeleiden mij op de weg van huis naar station en wanneer ik op het perron arriveer, ben ik drie verschillende papieren vrouwen in schaarse kleding en opwindende poses tegengekomen. Een reprise van mijn puberale ontdekkingstocht zou ongetwijfeld tot aanhouding door de spoorwegpolitie leiden wegens schending van het een of ander. Maar ik houd mijn handen stil, want: ‘Je bent niet meer jong en je wilt niet meer wat’.

Mijn eerste vrouw heet Hunkemöller. Ze staat in een kanten slipje met haar blote rug naar mij toe. Over de tekst moet lang zijn nagedacht door de copywriters van het reclamebureau. Wellicht hebben ze zich zelfs enkele dagen in een duur conferentiecentrum te Noordwijkerhout teruggetrokken om onder leiding van een docent creatief schrijven te brainstormen over een passende regel. ‘Achter Kant’ rolde eruit. Over die briljante vondst hebben ze, terug bij moeder de vrouw, vast nog dagen door gezeurd.

Mijn tweede vrouw, H&M, lijkt een beetje op Tina Turner, maar dan twintig jaar terug. Ze draagt een push-up bikini, een push-up topje of een push-up badpak. Al dat ge-push-up leidt ertoe dat haar niet bescheiden chocolademelk bruine borsten dreigen over te koken. Misschien gebeurt dat ook wel wanneer de temperatuur zomerse hoogten krijgt. En anders wil ik haar wel een handje helpen. Eén klein duwtje, ze rollen over de grond en het straatvoetbal kan beginnen.

Mijn derde vrouw, Triumph, draagt een spierwitte, ik vermoed in OMO Power gewassen bh. De begeleidende tekst luidt ‘Vorstelijk’, ‘Majestueus’ of ‘Prinsheerlijk’. Een lokje haar hangt nonchalant voor haar rechter oog, haar mond toont een verleidelijke rij tanden en haar borsten hebben een cupmaat, die bij soepkommen groot genoeg is om een complete Chinese maaltijdsoep in te serveren. Maar wat haar onweerstaanbaar maakt, is haar Prinses Diana-houding. Net zoals haar gespeeld onschuldige evenknie houdt ze haar hoofd een beetje schuin en daartegen ben ik weerloos.

Maar eigenlijk wou ik daar helemaal niet over schrijven. Ik wou het hebben over die hond die, toen ik een wandelingetje maakte, aan mijn been begon te snuffelen en zijn natte neus tegen mijn dure merkpantalon duwde. Ik wou het hebben over zijn bazinnetje, dat mij verwijtend opnam toen ik verstoord naar dat mormel keek, en geen enkele aanstalten maakte om mij te redden van deze poging tot aanranding op klaarlichte dag. En ik wou het hebben over het vervolg.
Ik val op mijn knieën, kruip kwijlend op handen naar voeten naar de vrouw toe om net als haar ongemanierde kind-beestje aan haar benen te snuffelen. Na dit koekje van eigen deeg, terwijl zij geschrokken haar grote broer haalt (‘Die is heel sterk’), mag Fikkie spelen met de borsten van H&M, en ik ontvoer Triumph uit haar benaderde positie. We nemen de benen naar Noordwijkerhout, waar we lekker vroeg tussen de lakens kruipen. Met een zaklantaarn.
En mocht mijn moeder op de deur kloppen: ‘Wat ben je aan het doen, Dick?’, dan zeg ik net als vroeger: ‘Ik heb morgen een repetitie, ma’ en zij zal bezorgd waarschuwen: ‘Maak je het niet te laat?’ Want zo zijn moeders.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.