Drie allerheerlijkste weken

In het schooljaar 2002-2003 hebben in Vlaardingen 308 kinderen van school gespijbeld, 68 meer dan in het jaar ervoor. Het college vindt de stijging ‘zorgwekkend’ en heeft een ‘plan van aanpak’ opgesteld. Laat ik, ter lering van deze Farizeeërs eens citeren uit het boek ‘Jeugdherinneringen’ van de grote pedagoog Jan Ligthart (1859-1916).
‘Het spreekt vanzelf dat we niet alleen het nablijven ontvluchtten, maar ook aan de kwelling van de school zelf trachtten te ontkomen. Daartoe waren maar twee middelen: ziekte voorwenden en bommelen, spijbelen, stukjesdraaien of hoe dit genot meer heeten mocht.’
Drie weken spijbelde Jan Ligthart als kleine jongen van school. ‘Ik dank daaraan drie der allerheerlijkste weken uit mijn schoolleven. We noemden ze later de bommelweken, en nu nog is dat onwelluidende woord voor mij synoniem met oase, paradijs, vrijheid, en al zulke vertegenwoordigers van iets zonnigs en lieflijks te midden van de grijze ellende.’
Die ‘allerheerlijkste’ weken scharrelden kleine Jan, zijn broer en twee klasgenoten door het Vondelpark, ze gingen vliegeren, speelden bij een houtzaagmolen en stoeiden bij en in sloten. Toen zijn moeder uiteindelijk het verzuim ontdekte, was de straf ‘aanstonds uitkleeden en zonder eten naar bed’. Naar het verjaardagspartijtje van zijn vriendje Piet die avond mocht Jan niet. ‘Dat was een groote straf voor me, want van dat partijtje had ik me heel veel voorgesteld.’
Maar wat gebeurde er? Let op. ‘Toen ik tot acht uur of half negen of negen uur – ik weet het niet precies meer – stil in mijn bed had gelegen, telkens schreiend van diep berouw, maar wellicht nog meer uit medelijden met mijn arme zelf in mijn bitter treurige toestand, kwam mijn Moeder bij mijn bed.’ Ze vroeg: ‘Zou je nog graag een uurtje naar Piet gaan.’
Zo geschiedde en dat was een wijs besluit, want legt Ligthart uit: de officiële pedagogiek mag dan wel konsekwent gedrag prediken (als een opvoeder straft, dan moet hij ook doorzetten; als een kind een uur nablijven moet, dan moet het ook een uurtje nablijven), maar de pedagogiek vergeet altijd één ding.
‘Ze vergeet de Stille Kracht. Den wonderbaren invloed van de persoonlijkheid, de overweldigende macht des Harten. De Paedagogiek werkt met maatregelen. Ze geeft altijd antwoord op de vraag van wanhopige opvoeders: ‘Wat moet ik doen?’ En ze moet antwoorden op de vraag: ‘Hoe moet ik zijn?’
Wat was het gevolg van Moeders inkonsekwentie? ‘Dat ik nu nog in gedachten de hand kus, die mij vrijwillig uit mijn banden losmaakte. Dat ik reeds toen en mijn heele leven lang voor niets zoo bang was, als om Moeder verdriet te doen – al deed ik het natuurlijk ook vaak.’

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.