K-O

kabelkrant
Televisiekrant die wordt verspreid via een kabelnetwerk. In tegenstelling tot Teletekst kan een kijker niet met de afstandsbediening bladeren, maar rollen de pagina’s voorbij. De roulerende schermen van een kabelkrant vormen tezamen een caroussel. Een caroussel duurt gemiddeld 15 tot 20 minuten. Op 18 november 1984 verscheen in Zwolle de eerste kabelkrant, uitgegeven door de Koninklijke Tijl bv. De meeste kabelkranten in Nederland zijn georganiseerd in de Nederlandse Kabelkrant Pers (NKP). De NKP telde in februari 1991 25 uitgevers, verantwoordelijk voor 87 kabelkranten met een totaal bereik van 3.048.000 aansluitingen. Daarnaast maken zo’n 21 lokale omroepen een kabelkrant. Door leuke mensen ook wel kabeltjeskrant genoemd
Zie ook:  NKP (Nederlandse Kabelkrantpers).

kabeltekst
Televisietekst die wordt verspreid via een kabelnetwerk en alleen te ontvangen is met een teletekstdecoder. Met de afstandsbediening kan net als bij Teletekst door een informatiebestand worden gebladerd.
Zie ook: interactieve dienst.

kaderblad

kanaal
Zie:  communicatiekanaal.

kanaalzwemmen
Zie:  zappen.

Kansas city milkman
Naam van de gemiddelde lezer bij UPI. Ook bij Nederlandse kranten komt dit soort termen voor om de lezer, niet altijd even vleiend, te typeren. Zo sprak men bij het inmiddels opgeheven Vrije Volk van ‘tante Truus op Zuid’, bij Dagblad Tubantia heeft een eindredacteur het over ‘mijn moeder’ en bij het Nieuwsblad van het Noorden figureert ‘tante Mien uit de Lindenlaan’. In alle gevallen wordt de uitdrukking gebruikt om redacteuren die te moeilijk schrijven, op de vingers te tikken.

KAP-study
Onderzoek naar kennis (Knowledge), attitude (Attitude) en gedrag (Practice) om te bepalen in hoeverre deze zijn beïnvloed door een communicatieve uiting of campagne.

KAP studies
De studies naar de trits ‘Knowledge, Attitude en Practise’, een veel aangehangen trits binnen de voorlichting, wat inhoudt dat de ontvanger eerst geïnformeerd moet worden, waardoor hij zijn houding verandert, wat weer moet uitmonden in gedragsverandering.

kapotschrijven
Ook: de grond in schrijven, neersabelen. Uit oprechte verontwaardiging of rancune iemand of iets buitengewoon sterk kritiseren. Gevreesd door mensen, die voor hun publiciteit sterk afhankelijk zijn van de pers, zoals theatermakers, filmers, auteurs. Of dit terecht is, is de vraag want talloos zijn de voorbeelden dat de desbetreffende publicatie geen enkel of juist het tegenovergestelde effect had. Vooral columnisten en recensenten wordt deze schrijfstijl toegedicht, maar ze wordt toch minder vaak toegepast dan men denkt.
Zie ook: column; journalist; monsier, le journal c’est un; morgen wordt de vis erin verpakt; muckraker; persmuskiet; recensie.

kennis- en informatiesysteem

kennis

kennisdimensie

kenniskloof hypothese
Stelling van onder andere Tichner, die inhoudt dat de media ertoe bijdragen, dat er een steeds grotere kenniskloof groeit tussen de informatie rijken (de media) en de informatie armen (de massa).

kennismakingsbijeenkomst

kennismakingsgesprek

kennismanagement

kennisstelsel

kennissysteem

kenweg
Vormt samen met de keuzeweg een model dat als checklist kan dienen voor de besluitvorming over voorlichting. de kenweg houdt in, dat men eerst het probleem moet analyseren en de oorzaken ervan, het kennen van het probleem.

kerkespraak
Prejournalistieke nieuwsvoorziening op het platteland, waar de dominee na de preek allerlei berichten voorlas over verpachtingen, boerenboeldagen, verkoop van varkens, het schouwen van sloten, belasting, loting dienstplicht, kermis. Werd besloten met de oproep ‘Zegt het voort’. De dominee kreeg hiervoor een vergoeding van drie stuivers per bericht.
Zie: dr. H.J. Prakke, Kerkgang om Nieuws, De Kerkespraak.

kernmedium

keuzeweg
Vormt samen met de kenweg een model dat als checklist kan dienen voor de besluitvorming over voorlichting. de keuzeweg volgt na het kennen van het probleem en houdt het kiezen van het doel en de doelcategorie in.

Kidsweek Junior
Wekelijkse krant voor kinderen van 7-12 jaar.
Zie ook: 7Days.

kijkcijfers

kijkdichtheid
Het percentage van alle personen met een TV-toestel in huis, dat geconfronteerd wordt met een specifieke televisie-uitzending, te weten STER-blok of ander TV-programma.
Zie ook: knoppenmeter.

klachtenbehandeling

klantenvoorlichting

kleinoffset

kleurzweem

knipsel-interview

knipsel
Uitgeknipt bericht. Niet alleen professionele knipseldiensten en voorlichters die voor intern gebruik een knipselkrant maken, maar ook tal van particulieren knippen stukken uit de krant. De meest geschikte krant daarvoor is Trouw, die – toen ze nog op braodsheet verscheen – sinds 1986 een pagina-indeling met blok-opmaak had, waarbij er naar gestreefd werd om artikelen nooit langer of breder te maken dan een kwart van de pagina. Ook handig is als de datum erbij staat, zoals in NRC Handelsblad. Wie wel eens in de spits met de trein reist, zal overigens de Trouw-vormgever eeuwig dankbaar zijn geweest voor zijn vondst.

knipseldienst
Bedrijf dat de media volgt en voor klanten relevante stukken uitknipt dan wel bij rtv-programma’s op band kopieert. Een bekende is Vaz Diaz Knipselservice in Amsterdam, die knipt uit alle Nederlandse dag-, week- en nieuwsbladen, publiekstijdschriften en een groot aantal vakbladen. Adres: Singel 91-93, postbus 491, 1000 AL Amsterdam.

knipselkrant
1 Regelmatig verschijnende interne uitgave, die bestaat uit gekopiërde artikelen uit verschillende media die direct verband houden met de organisatie of het vakgebied, waarin deze zich beweegt.
2 Verzameling nieuwsberichten en actuele artikelen (Auteurswet 30 mei 1985).

knoppenmeter
Apparaat dat bij circa 700 huishoudens in Nederland is aangesloten zowel aan een TV-toestel als via de telefoon aan een computer, waarmee circa 1600 personen in die huishoudingen aangeven hoe vaak en hoe lang ze naar binnen- en buitenlandse zenders en programma’s kijken. Ook is het mogelijk na te gaan of er gebruik is gemaakt van Teletekst of abonnee-TV, danwel of er programma’s op video zijn opgenomen c.q. via het TV-toestel weer zijn afgespeeld.
Zie ook:  kijkdichtheid.

komkommertijd

In de zomermaanden – de  tijd dat de kom­kommers rijp zijn – is er meestal weinig nieuws te melden. Behalve dan wie de grootste (kom­kommer dus) heeft gekweekt. Of de grootste pompoem of watermeloen of aubergine, maar ook die behoren tot de komkommerfamilie, de cucurbitacea.
Eigenlijk is komkommertijd een verouderd begrip, want in Nederland is de komkommer zo ongeveer het hele jaar door verkrijgbaar. Interessant is dat het woord cucumbertime in Engeland al rond 1700 in zwang was. Kom­kommertijd viel toen in augustus, de tijd dat met name de kleermakers niets te doen hadden. Vreemd genoeg wordt de uitdrukking, net als het vergelijkbare season of the very smallest potatoes, daar allang niet meer ge­bruikt. Tegenwoordig spreekt men over the silly season en in Amerika over the goose­berry season (het kruisbessenseizoen). De Duitsers kennen een vergelijkbaar woord: Sauergurkenzeit. Reeds gebezigd in 1828 in een brief aan Goethe. ‘Het is hier in Berlijn erg stilletjes, de kooplieden noemen het Sauergurkenzeit, naar het favoriete gerecht van de Berlijners in deze periode.’
In Frankrijk bestaat wel een saison de con­combre. Maar een veel leukere is saison de serpent de mer: het seizoen waarin kranten bij gebrek aan beter alles afdrukken, bijvoor­beeld over le serpent de mer, ofwel: het monster van Loch Ness. Maar dat is weer een ander verhaal. (RAILS)

Koninklijk Huis, Vereniging Verslaggevers
De Vereniging Verslaggevers Koninklijk Huis is een in
2002 door journalisten opgerichte vereniging van journalisten met als aandachtsgebieden het Koninklijk Huis en de monarchie.
De vereniging stelt zich ten doel de kennis over het vak te vergroten en wil in structureel overleg met de
Rijksvoorlichtingsdienst praten over verbetering van faciliteiten en gezamenlijk gebruikmaken van fotomateriaal. In de praktijk komt het er op neer dat de journalisten zich sterk maken voor grotere persvakken tijdens officiële ontvangsten en staatsbezoeken.
Voor de leden van het Koninklijk Huis biedt het de mogelijkheid om informeel met journalisten van gedachten te wisselen en een betere band met de pers op te bouwen.
Vooral het
kroonprinselijk paar hecht grote waarde aan deze gesprekken, teneinde ervoor te zorgen dat hun kinderen zoveel mogelijk zonder al te veel media-aandacht op kunnen groeien.
In samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst worden er ‘persmomenten’ georganiseerd, waarbij de
audiovisuele media in de gelegenheid worden gesteld beeldmateriaal te maken van diverse leden van het Koninklijk Huis.
Tijdens zo’n ontmoeting met de pers op
18 juni 2003 kondigden prins Willem-Alexander en prinses Máxima aan dat de prinses in verwachting was van, zoals later zou blijken, prinses Amalia.
(Bron: Wikipedia)

De zichzelf serieus noemende pers richtte in 2002 de Vereniging Verslaggevers Koninklijk Huis op. Dit clubje hofjournalisten, waarvan Jan Hoedeman van de Volkskrant voorzitter is, heeft tweemaal per jaar een informeel gesprek met Willem-Alexander en Máxima.
In die koninklijke mediacode, die door de meeste media gedwee wordt opgevolgd, staat onder meer: ‘De persoonlijke levenssfeer van de leden van het koninklijk huis wordt gerespecteerd, dat wil zeggen, dat zij er op mogen vertrouwen met rust gelaten te worden op de momenten dat zij niet op grond van hun officiële functies naar buiten treden. Dit geldt derhalve ook voor de minderjarige leden van het koninklijk huis (tot en met schooltijd; eventuele vervolgopleidingen).’
(Bron: http://www.ravagedigitaal.org/2007/deel1/hofjournaille/hofjournaille.php)

kop
Opschrift boven een artikel. Een goede nieuwskop  bevat de essentie van het nieuws, niet-nieuwskoppen dienen vooral als blikvanger. Een kop die nog menigeen in het geheugen staat gegrift is: ‘Van pijpen word ik echt helemaal hotel-de-botel’ in De Havenloods van 12 januari 1978 boven een interview met een pijpenverzamelaar in de serie Hobby van de maand.

kopblad
Editie die onder een eigen titel verschijnt. Vaak een voormalige kleine zelfstandige krant die gefuseerd is met een grotere.

koperdiepdruk

kopij
Alle getypte, geschreven of gedrukte tekst die moet worden gezet.

kopijpapier
Met een aanduiding voor de interlinie voorbedrukt standaardvel ten behoeve van redactionele kopij. Doel: makkelijk meten van tekstvolume voordat kopij naar zetterij gaat of in de tekstverwerking wordt ingevoerd.

kopijwacht
Medewerker die de telefoon, fax, fotocopier en telex in de gaten houdt op uren dat de redactie is gesloten.

koploper
Personen waar de voorlichter zich vaak op richt, omdat zij vernieuwingen snel oppikken en toepassen. dit vanwege grotere bedrijven, eerdere ervaringen met vernieuwingen, toegang tot de middelen(arbeid en kapitaal) en vaak een opleidingsniveau gelijkwaardig aan die van de voorlichter.

koppensnellen
Snel een krant doornemen of een selectie maken van berichten en verslagen door alleen de koppen te lezen.

kopwit
Bovenste marge van een pagina (het stukje wit bovenaan de pagina).

Korrelatie, stichting
Stichting voor ‘media-publieksopvang’, die gebeld kan worden nadat op de televisie een gevoelig onderwerp is behandeld. In 1991 draaiden 12.471 het nummer van de stichting, 030-331335. Het nummer werd dat jaar 93 keer na een programma genoemd. Uit een onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt, dat 90 procent van de bellers naar tevredenheid hulp en informatie krijgt. Onderwerpen waren onder meer: angsten, fobieën, faalangst, seksueel misbruik van kinderen, psychiatrische ziekten. Adres: Maliebaan 113, 3581 CJ Utrecht.

KPR
Kommunikatiecentrum voor Public Relations Pressiegroep ontstaan tijdens een minirevolte in de PR en voorlichtingswereld in Nederland.

kraantje open, kraantje dicht
Uitdrukking van Volkskrant-columnist Jan Blokker, die duidt op de gemakzucht van journalisten om iemand te interviewen, het interview uit te werken en vervolgens te menen een behoorlijk journalistiek product te leveren. Soortgelijke kritiek, maar dan ten aanzien van de oprukkende invloed van voorlichters, heeft Jan Kuitenbrouwer, publicist over modern taalgebruik: ‘De nieuwe generaties journalisten vinden het al heel wat als ze drie mensen hebben gesproken voor een stuk. Dan zijn ze al echt heel diep gegaan. Het is allemaal even oppervlakkig als de tv geworden. Voorlichtertje hier, voorlichtertje daar, en hup, weer een stuk in de krant.’ (De Groene Amsterdammer, 31 maart 1993)

krant
Je kunt de krant voor veel doeleinden gebruiken behalve hem lezen natuurlijk. Margreeth Steenhuis beplakte de wanden en het plafond van haar café in Veendam met kranten uit de periode half juli tot half oktober 1940. Ze wilde af van de country- en western-aankleding van haar café en besloot uit een soort ‘gemakzucht’ de oude NRC’s te gebruiken, die ze van een boer cadeau had gekregen. Het café ontleende zijn nieuwe naam er zelfs aan: SwingIn News Café. (Bron: NRC Handelsblad, 25 oktober 2000)

Krant in de Klas, stichting
Stichting, begin 1976 opgericht door vertegenwoordigers uit het Nederlands onderwijs en de wereld van de Nederlandse dagbladen, met als doel ‘het helpen ontwikkelen van de vaardigheid tot lezen en hanteren van het dagblad bij leerlingen van 10 tot 18 jaar’. De stichting vervaardigt onder meer lesmateriaal en ondersteunt educatieve diensten van dagbladen.
Zie ook: jeugdpagina.

krantenvormgeving
Vormgeving van de krant als basis voor de dagelijkse variabele opmaak. Sommige kranten werken met vaste stramienen, waarbinnen weinig tot geen variatie mogelijk is; andere hebben een lossere lay-out, maar in alle gevallen hebben ze qua lettering en pagina-opbouw een herkenbare vormgeving. De Amerikaanse vormgevingsadviseur Mario Garcia vindt de meeste Europese dagbladen te typografisch van opzet. Hij pleit voor meer beeld (foto’s, logo’s en visuals), minder tekst, goed gedoseerd kleurgebruik en maximaal vijf tot zes kolommen per pagina. Alhoewel het gebruik van graphics in de Nederlandse bladen de laatste jaren is toegenomen, zijn Europese krantevormgevers voorzichtig met kleur, omdat ze dat te veel naar sensatiejournalistiek vinden rieken.

kringlooppapier

Kromekote
Merknaam van een speciaal gestreken papier, waarop een harde, hoogglanzende laag is aangebracht, wat een haarzuivere druk mogelijk maakt.

Kuifje
Stripfiguur, symbool van de journalist, ook wel badinerend gebruikt. Eigenlijk is Kuifje alleen actief als verslaggever in het eerste album, De avonturen van Kuifje, reporter van de ‘PETIT VINGTIEME, in het land van de Sovjets (1929). In latere albums gaat het nog alleen maar om zijn avonturen. Een andere fraaie strip, met de media als onderwerp, is het Lucky Luke album The Daily Star. Schiet Lucky Luke sneller dan zijn schaduw, de Daily Star brengt het nieuws eerder dan het gebeurt. Ook Sjors en Sjimmie (van de rebellenclub) waren actief als journalist.
Zie ook: journalist; persmuskiet.

kunstsponsoring

kwalificatie

kwalitatief onderzoek

kwantitatief onderzoek

kwartjesman
Negentiende eeuwse term voor tipgever, die per tip een kwartje kreeg.

L+F=0,5L
Oude vuistregel die zegt dat je iedere keer de helft van je lezers verliest, wanneer je een formule in een stuk gebruikt. Dat komt niet omdat lezers zo’n formule niet zouden begrijpen, maar de uitleg van een complexe formule vraagt veel ruimte. Bovendien betekent het opnemen van een formule in een artikel een voor veel lezers hinderlijke wisseling van register: je leest een krantenstuk nu eenmaal in een natuurlijke taal en dan komt er ineens een formule. Dan moet de lezer overschakelen, wat het leesritme verstoort. (NRC Handelsblad, 19-20 december 2009)
Zie ook: Bernstein, wet van

landbouwvoorlichting
Een van de eerste toepassingen van voorlichting in Nederland, die vooral gebruik maakt van leden uit de doelgroep om zo effectief mogelijk te zijn.

landelijke dagbladen
Dagbladen die verkrijgbaar zijn en verspreid worden in het gehele land. De Media-Atlas van Nederland (SDU-uitgeverij, Den Haag 1989) hanteert als definitie: dagbladen die inhoudelijk zijn gericht op het gehele land. Nederland kent zeven landelijke dagbladen: Algemeen Dagblad, De Telegraaf, NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw, Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad. Daarnaast bestaan in Nederland enkele vakdagbladen, die echter vanwege hun specialistisch karakter als een aparte categorie worden beschouwd. Dit zijn: Het Financieele Dagblad, Economisch Dagblad, Cobouw en Schuttevaer.
Het onderscheid tussen landelijke en regionale bladen geeft eigenlijk een vertekend beeld. Kenmerkend voor Nederland is dat regionale dagbladen over het hele land gezien veel sterker vertegenwoordigd zijn dan landelijke dagbladen. Ze verschijnen in verreweg het grootste deel van de gemeenten met een gemiddelde dekking van 51,8 procent tegen een doorsnee dekkingspercentage van slechts 34,5 van de verzamelde landelijke dagbladen. Opvallend is de zeer hoge dekkingsgraad van regionale dagbladen in Limburg. De landelijke dagbladen zijn het sterkst vertegenwoordigd in de stedelijke gebieden in het midden en westen van Nederland. [actualiseren]
Zie ook:  oplagecijfers; regionale dagbladen.

laptop
Schootcomputer. Draagbare computer met oplaadbare accu om mee te werken in vliegtuig, trein en stadion.

lasercomp
Elektronische zetmachine die afdrukt met een laser.

lay-out

lead
Eerste alinea van een artikel, die het nieuws bevat of het thema aangeeft. De lead kan vet gezet zijn, over meer kolommen, en/of in een groter letterkorps. Een nieuwslead geeft een samenvatting van wat in het nieuws het belangrijkste is. Hij geeft de lezer een idee van hetgeen verder in het bericht nog volgt en wordt uitgewerkt. Vrijwel alle dagbladen beginnen de lead met de dateline, soms gevolgd door de datum en (indien van toepassing) tussen haakjes de naam van het persbureau, waarvan het bericht is overgenomen.
Zie ook: aanhef; intro.

leader
Opening van een RTV-programma met een voor dat programma kenmerkend geluid (soms ook ‘jingle’), herkenningsmelodie (‘station call’) of geluid en beeld, vaak vergezeld van een titel en ‘voice over’. Ook: impressie van wat een ‘televisie-avond’ te bieden heeft.
Zie ook: trailer.

leaflet
Drukwerk bestaande uit één enkel ongevouwen vel.
Zie ook: folder.

leesbaarheid
De leesbaarheid van een tekst wordt bepaald door het gebezigde taalgebruik en de vormgeving. Watbetreft de vormgeving is het goed te bedenken dat het oog een gewoontedier is. Mensen zijn gewend boeken, kranten en tijdschriften op een bepaalde manier te lezen. Een regel gezet in kapitalen is bij voorbeeld een onding, omdat die letter voor letter moet worden gelezen. Andere typografische grappen, zoals het drukken van een tekst over een illustratie, een brede tekstkolom en schreefloze letters (lettertype dat geen dwarsstreepjes heeft aan het uiteinde van de letters) bemoeilijken eveneens de leesbaarheid. Over de tweede leesbaarheidsfactor, het taalgebruik, zijn tal van boeken geschreven, zoals R. Flesch, Helder schrijven, spreken, denken; Deventer 1977. In dit boek wordt een leesbaarheids-index gegeven aan de hand waarvan men de leesbaarheid van een tekst kan beoordelen. Literatuur: Aleid Truijens, Arthur van Leeuwen; Een artikel schrijven, compositiecursus voor aankomende journalisten, Groningen 1987; Henk Asbreuk, Addie de Moor; Basisboek Journalistiek Schrijven, Groningen/Houten 2007.
Zie ook: krantenvormgeving; regelval; schreef.

leesbaarheidsformule
Kwalitatieve en kwantitatieve methode waarbij enerzijds het menselijk element van een tekst wordt bepaald aan de hand van het gebruik van onpersoonlijke, vreemde of abstracte woorden (human interest score) en anderzijds via steekproeven het leesgemak van een tekst wordt gemeten door de bepaling van het gemiddeld aantal woorden per zin en het gemiddeld aantal lettergrepen per woord. De formule van Rudolf Flesch (1949), bijgesteld door W.H. Douma (1960) luidt: 206,84 – 0,77 x woordlengte – 0,93 x zinslengte. Andere metingen: Brouwer, Langer en de Cloze-procedure. De formule van Langer, Schulz von Thun en Tausch geeft vier kriteria aan: eenvoud, opbouw, beknoptheid en extra stimulans.

leesbaarheidsonderzoek

leesbereik
Het percentage van een doelgroep personen dat door een gedrukt medium wordt bereikt.

leesintensiteit
De hoeveelheid die een lezer van een persmedium (gewoonlijk) leest in relatie tot de gehele inhoud daarvan. Onder dit begrip dient men dus niet te verstaan: de mate waarin de lezer in het gelezene is verdiept. Leesintensiteitsgegevens leveren een schatting op van de paginaconfrontatiekans.
Zie ook: mediumgebruiksintensiteit.

leesonderzoek
Onderzoek naar leesgewoonte(n). In 1985 stelde de Nederlandse Stichting voor Statistiek vast dat de Nederlander dagelijks 32 minuten besteedt aan het lezen van zijn krant. Veertien procent leest de krant van het begin tot het einde en 32 procent leest eerst wat hem of haar het meest interesseert en daarna de rest. Vijftien procent van de lezers is koppensneller: zij lezen de koppen en soms nog enkele regels.

leestekens
Tekens die de verschillende delen van een zin van elkaar scheiden en het lezen vergemakkelijken: . , : – ? ! ‘ ‘ ” “.
Zie ook: accenten.

legenda
Tekst die tekens, kleuren en afkortingen in een illustratie verklaart.

legger
Opbergmap met alle gedrukte edities van een krant, met bovenop de laatste editie.

Leidraad over de positie van de pers
Uiteenzetting over de grondrechten waarop de pers zich kan beroepen en over de bevoegdheden om deze ten behoeve van politieoptreden te beperken, in 1980 opgesteld door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken. De in 1981 door de procureurs-generaal bij de gerechtshoven vastgestelde richtlijn ‘Journalisten in actiesituaties’ maakt inmiddels deel uit van de leidraad. In een afzonderlijke paragraaf wordt ingegaan op het inbeslagnemen van foto- en filmmateriaal. Tevens wordt vermeld wie bevoegd zijn journalistiek materiaal in beslag te nemen. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de vernieuwde landelijke politieperskaart die op 1 januari 1988 is ingevoerd.

lek
Zie: tipgever.

letterproef
Overzicht van de op een drukkerij of via een zetcomputer beschikbare lettertypes en lettergroottes. Ook koppenboek genoemd.

Letters to the Editor
Zie: brievenrubriek.

lexicon
Lijst van begrippen. Meestal samengesteld door gepensioneerde onderwijzers die dromen van een boek waarin alle kennis ter wereld is gebundeld.
Zie ook: Thomas van Acquino; Diderot.

lezersbinding
Zie: binding.

lezerskring
Groep van personen die op grond van een bepaalde definitie van lezen geacht wordt lezer van een persmedium te zijn.

lezersonderzoek

lezing

licensering
Het tegen betaling rechtgeven op het gebruik van merknaam c.q. vignet. Voorbeelden: de Olympische ringen, Coca-Cola en Lacoste. De term wordt vooral gebruikt in de samenstelling brand licensing en logo licensing.
Zie ook: merchandising.

lichtdruk

lichtkrant
Het laatste nieuws, dat op het gebouw van de krant met lichtende letters wordt weergegeven (van Dale).

lichtpen
Beweeglijk, zeer gevoelig, foto-elektrisch hulpstuk dat op een pen lijkt en bij sommige beeldschermstations wordt gebruikt om beelden op te roepen uit het computergeheugen door de pen over het oppervlak van het beeldscherm te laten gaan; hij kan ook worden gebruikt om beelden te veranderen of bij te stellen. (Grafisch Woordenboek)

lichtreclame
Reclame, bestaande uit objecten, die veelal aan of op huizen, winkels en gebouwen (en op andere gebouwen waar veel mensen langskomen) zijn aangebracht en die vooral bedoeld zijn om in verlichte  vorm te worden waargenomen. Veelal bestaat deze reclame uitsluitend uit een merknaam, vignet of logo.

Lieve Lita
Zie ook: agony aunt; hartsrubriek.

lifestyle blad
Categorie bladen waarin voornamelijk aandacht wordt besteed aan ‘de goede dingen van het leven’, zoals shopping, vakantie, mode, gezondheid, woninginrichting en beauty. Tot de lifestyle bladen kunnen gerekend worden Nouveau, Elle, Avenue, Elegance, Avantgarde, Cosmo en Harper’s Bazaar, maar ook sponsored magazines als Expression, Signature en Motief.

liggende foto
Foto waarvan de breedte aanzienlijk groter is dan de hoogte in tegenstelling tot een staande foto.

lijfblad
Term die erop duidt dat de lezer een vertrouwensrelatie met de krant van zijn keuze heeft. Een typisch Nederlandse uitdrukking, die in andere talen niet voorkomt. Misschien heeft dit te maken met het feit dat in Nederland in tegenstelling tot andere landen de meeste kranten per abonnement worden verkocht.

lijnend, rechts/links
Als één zijkant van een blok regels zetsel in vrije regelval of niet-uitgevuld is, is de andere meestal lijnend gemaakt.

lilliputterkrant
Bijnaam voor de kranten met een geringe afmeting (en kritische inhoud) die in 1844 en 1845 verschenen om de zegelbelasting te ontlopen.
Zie ook: dagbladzegel.

linkage model
Model van Havelock, dat de verbinding(linkage) legt tussen mensen die informatie zoeken en mensen die informatie hebben.

linotron
Zie: zetcomputer.

lithografie (afk.: litho)
Vlakdruktechniek waarbij het oppervlak van een steen of een metalen plaat met chemicaliën zodanig wordt behandeld dat de delen die moeten afdrukken inkt opnemen en de andere delen die afstoten. (Grafisch Woordenboek)

lobby
Laatste stap in het langdurige proces van belangenbehartiging, waarbij een organisatie door het   verstrekken van informatie invloed uitoefent op de belangenafweging tijdens politieke besluitvormingsprocessen.

lobbyen

lobbyist

logo
1 Combinatie van letters of woord(en) die een kenmerkend geheel vormen en daarom in één herkenbaar teken worden weergegeven. 2 Beeldmerk zonder woord of letter. Gerrit Komrij omschrijft een logo als ‘een geabstraheerde symbolische krabbel, een soort doodle dus, die een kind van tien op de achterkant van een luciferdoosje kan tekenen’. (NRC Handelsblad, 24 juni 1992)

lokale omroep
Zie: OLON.

lokale televisie
Zie: lokale omroep; OLON.

Lokatel

lokatie
Plaats voor een AV-opname buiten een studio. ‘Op lokatie filmen’.

long shot
Opname veraf, meestal met meer voorwerpen en personen in beeld; overzichtsbeeld.

loonzetterij

luchtreclame
Reclame via luchtobjecten, zoals een vliegtuig met sleepnet, een ballon of zeppelin met reclame-opdruk, het op wolken projecteren van boodschappen, het schrijven van rookletters die afsteken tegen de blauwe lucht.

luisterdichtheid
Het percentage van alle personen met een radiotoestel in huis, die geconfronteerd zijn met een specifieke radio-uitzending dan wel met een bepaalde periode waarin wordt uitgezonden. Eventueel kan dit begrip ook voor andere auditieve media worden gebruikt.

luisteren

lumbecke

Maandblad PR en Voorlichting

maandblad

Maarten Rooij-stichting
Stichting, opgericht door de hoofdredactie van NRC Handelsblad, die sinds 1990 een bijzondere leerstoel in de persgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam beheert. Vernoemd naar wijlen mr. dr. M. Rooij (1906-1986), van 1945 tot 1958 hoofdredacteur van de NRC en nadien tot 1971 hoogleraar in de leer der communicatiemiddelen aan de Universiteit van Amsterdam.

machine-coated papier

macht
Hebben de media macht of invloed? Over deze vraag zijn deskundigen het hartgrondig oneens. Zeker is dat de media invloed hebben. Toen de Vervoersbond FNV in november 1991 bekend maakte dat de KLM op een volledige fusie met British Airways aankoerste, steeg de KLM-koers op de beurs met 40 cent tot 39,80 gulden en daalde de koers van British Airways in Londen met tweepence tot 214 pence. Bekend is ook dat na bomaanslagen een golf van valse bommeldingen over het land spoelt.
In haar afstudeeronderzoek ‘De rol van publiciteit bij straftoemeting’ aan de Vrije Universiteit te Amsterdam concludeert drs. M. Wesseling dat verdachten in strafzaken waaraan de pers veel aandacht besteedt, meestal een lagere straf krijgen dan verdachten in zaken waaraan minder of geen publiciteit wordt gegeven. 
De macht van de media wordt evenwel dikwijls overschat. Op politiek terrein is de krant vaak van zeer geringe betekenis. Adolf Hitler kreeg de stemmen van bijna de meerderheid van de kiezers niettegenstaande het feit dat de grote kranten in Duitsland van voor 1933 in verregaande mate een liberaal stempel droegen. Iets soortgelijks deed zich voor bij de derde herverkiezing van Rooseveld in 1945 en de overwinning van De Gaulle in 1958.
In de Angelsaksische landen is het gebruikelijk de pers (schertsend) aan te duiden als de Fourth Estate. Literatuur: Media en publiek, Connie de Boer en Swantje Brennecke; Amsterdam 2009.
Zie ook: agenda-setting; Science Citation Index; Watergate.

magaloque

magazine

mailing
Eenmalige verzending per post van een een brief, folder, brochure, cassette- of videoband etc, eventueel vergezeld van een monster.

mailinglist
Verzendlijst met adressen. Onder andere gebruikt voor het standaard verzenden van persberichten en uitnodigingen voor bijeenkomsten en briefings.

mainframe
Zeer grote computer die vaak in grote bedrijven en bij de overheid wordt gebruikt om grote hoeveelheden informatie te verwerken. Microcomputers worden vaak als intelligente werkstations van zo’n mainframe ingezet.

man bijt hond
Oorspronkelijk: ‘When a dog bites a man, that is not news; but when a man bites a dog, that is news.’ De uitspraak wordt meestal toegeschreven aan Charles A. Dana, hoofdredacteur van de New York Sun. Andere bronnen vermelden John B. Bogart of Amos Cummings, beiden redacteur van deze krant, als bron (zie Carlin Romano in Reading the news, 1987). De uitspraak is een illustratie van het nieuwscriterium afwijking: nieuws is alles wat afwijkt van wat voorspeld of normaal is.

manifestatie

mannenblad
Zie: blootblad

mannetjesmaker
Zie: imagemaker; spincontrol.

marketing

marktonderzoek
Verzamelbegrip voor alle technieken en handelingen die nodig zijn om een bevolkingsgroep ‘doorzichtig’ te maken. In het Nederlands wordt onder de term marktonderzoek zowel ‘market research’ als ‘marketing research’ begrepen. Market research houdt zich vooral bezig met het beschrijven van personen, terwijl marketing research zich ook bezighoudt met de effectiviteit van de marketinginstrumenten. Marktonderzoek kan gedefinieerd worden als ‘Het op wetenschappelijke wijze verzamelen, ordenen en interpreteren van intern of extern feitenmateriaal ten behoeve van het oplossen van één of meer marketingproblemen’.

marktsegmentatie
Het indelen van bevolkingsgroepen in zo homogeen (gelijksoortig) mogelijke delen die elkaar niet overlappen. Wat als een homogene deelmarkt kan worden aangemerkt is afhankelijk van het gezichtspunt dat men kiest. Teenagers in Maastricht vormen bijvoorbeeld een homogene deelmarkt, gezien vanuit het gezichtspunt van de woonplaats. Het is echter allesbehalve zeker dat vanuit andere gezichtshoeken die gelijksoortigheid er ook zal zijn. Zo zullen er onder de teenagers van Maastricht verschillen zijn in opleiding, sociale klasse, koopmotieven, smaken enz.

mascotte
Een als symbool gehanteerd beeldmerk, bestaande uit een persoon, dier of ander concreet object, zoals bijvoorbeeld het Michelin-mannetje of het Robijn-beertje.

maskeren
Afdekken van een deel van een foto, bijvoorbeeld de achtergrond.

mass culture
Zie: massacultuur.

mass behavior
Zie: massagedrag.

massacommunicatie
De term massacommunicatie suggereert dat een massa mensen tegelijk wordt be‹nvloed, terwijl de waarneming van de uitingen veeleer individueel plaatsvindt. Zelfs kranten of tijdschriften met een grote oplage worden individueel gelezen of ingezien. Andere media, zoals televisie, bioscoop en omroepinstallaties worden doorgaans wel in groepsverband waargenomen, maar massaverschijnselen (hysterie, paniek en dergelijke) treden daarbij niet op.

massacultuur

massagedrag

massamedia

massamediale voorlichting

Matla
Maandelijkse kalender met vermelding van historische gebeurtenissen, jubilea, verjaardagen en sterfdagen van notabelen, hoogleraren, kunstenaars en predikanten, op handen zijnde vakbeurzen, tentoonstellingen en sportmanifestaties, op onderwerp en datum geordend, uitgegeven door het Haagsch Persbureau. Het bureau, opgericht in 1927 door de Haagse journalist Matla en opgeheven in 19xx, betrok zijn informatie uit landelijke en regionale dagbladen, weekbladen en vakbladen. Het was gevestigd in een voormalige woonhuis aan de Riouwstraat, waarvan de wanden van de vloer tot aan het plafond volgetimmerd zijn met houten kasten met duizenden laatjes. In die laatjes bevonden zich duizenden krantenknipsels over de meest uiteenlopende onderwerpen. De verzameling bevindt zich thans […].

matrixprinter
Zie: printer.

Maxwell, Robert
Britse persmagnaat, op 5 november 1991 in de buurt van de Canarische eilanden verdronken. Zijn dood maakte veel tongen los in de Engelse en anderstalige pers. Geboren op 10 juni 1923 in Slowakije als Jan Ludvik Hoch. Vluchtte voor de nazi’s naar Engeland en bouwde na de Duitse kapitulatie de  wetenschappelijke uitgeverij Pergamon op. In de jaren tachtig zette hij een keten van drukkerijen op en in 1984 kocht hij de verlieslijdende Daily Mirror, het vlaggeschip van de linkse Britse pers. Volgens een Nederlandse uitgever was zijn belangrijkste drijfveer ‘om iedere dag in de krant te komen’.

mededelingenbord

medewerker

media-onderzoek
Vorm van marktonderzoek waarbij men de eigenschappen van media en de personen die met die media worden geconfronteerd, analyseert. Het onderzoek omvat dus ook de eigenschappen van het medium als drager van reclame-uitingen en redactionele artikelen c.q. programma’s, en de maatschappelijke functie van de media. Het onderzoek kan zowel kwantitatief als kwalitatief zijn.

media-adviseur
Adviseur, vaak een ex-journalist, die politici, hoge ambtenaren en managers media-adviezen geeft en hen traint in omgang met de pers.
Zie ook: mediatraining; spincontrol.

media

Mediabelangen, vereniging
Vereniging, in 2007 opgericht door Rotterdamse en Haagse fotojournalisten en cameramensen uit onvrede met de invoering van C2000. Dit communicatiesysteem tussen hulpdiensten is ontoegankelijk voor de pers, waardoor de vrije nieuwgaring ernstig wordt belemmerd, aldus voorzitter Roel Dijkstra (Villa Media, 7 januari 2010). De vereniging pleit ervoor om geaccrediteerde pers toegang tot het systeem te verlenen.

mediacommunicatie
Communicatie die gebruik maakt van één of meer media, in tegenstelling tot communicatie van persoon tot persoon (personal selling).

mediagebruik als sociaal handelen

Mediagids, De
Nederlandse Handboek voor de informatie- en communicatie-industrie. Losbladige uitgave van Kluwers Bedrijfswetenschappen met 1500 pagina’s aan diepgaande beschouwingen over verschillende aspecten van de media. Daarnaast bevat de gids veel registers.

mediagroep

mediahype
De oudste mediahype dateert van 1542. In Antwerpen verspreidde zich het gerucht dat roofridder Maarten van Rossem (op prenten afgebeeld zonder nek en met doorgegroeide wenkbrauwen) op weg naar de stad was. Als voorzorgsmaatregel werd de halve stad plantgebrand, een nachtwake ingesteld en vreemdelingen werdeen de stad uitgezet of vastgezet.

mediamix
Het feit dat een uitgever of organisatie meer gedrukte media verzendt naar externe groepen als abonnees, cliënten.

mediaplanner

mediaplanning
Kiezen van een medium om in te adverteren. Van belang is het mediumtype, dekking, doelgroep, communicatievermogen, beschikbaarheid, periode, kosten.
Zie ook: reclameplanning.

Mediaraad
Op 21 september 1992 ingesteld adviesorgaan met de taak ‘de regering, zowel daartoe strekkend op verzoek van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, danwel een andere minister, als eigener beweging, van advies te dienen omtrent alle met radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie in verband staande onderwerpen’. Adres: Lange Voorhout 19, 2514 EB Den Haag.

mediarechter
Bijnaam van de president van de rechtbank in Amsterdam, die zoals de mediawet voorschrijft exclusiefalle Hilversumse mediazaken behandelt, en vaak ook andere zaken op het gebied van de media, omdat de meeste hun zetel hebben in het arrondissement Amsterdam. Doorgaans beoordeelt hij in kort geding of een publicatie of uitzending rechtmatig is.

mediastop

mediathon
Term, bedacht door Frank Rich, columnist en commentator van de New York Times. Hij bedoelt daarmee marathon tv-spektakels zoals de oorlog in de Golf, de zaak O.J. Simpson, de dood van prinses Diana, het Cubaanse jongetje Elian en de Monica Lewinsky affaire: allemaal journalistiek die volgens hem op de rand balanceert van (verzonnen) vermaak.
Zie ook: mediahype.

mediating factors theorie

mediatraining
Training, waarin de deelnemers leren omgaan met de media, in het bijzonder antwoorden tijdens interviews. Trainingen worden vaak gegeven door (ex) journalisten die door ex-collega’s soms als overlopers worden beschouwd.
Zie ook: media-adviseur; spincontrol.

medium
Middel om informatie over te dragen. TV-scherm, buizenpost, krant, stem, bierviltje, brievenbus, ether, telefoon. Soms vallen medium en uiting samen: bierviltje, folder, mailing. Meervoud: media.

mediumbereik
Het aantal personen dat met een specifiek medium wordt bereikt.
Zie ook: bereik.

medium shot
Opnameshot tussen close up en long shot in.

mediumconsumptie
Alle media waarmee een persoon (gewoonlijk) wordt geconfronteerd.

mediumgebruiksintensiteit 
De hoeveelheid van een medium-eenheid waarmee een persoon wordt geconfronteerd in relatie tot de gehele inhoud van deze medium-eenheid. Deze intensiteit kan oplopen tot enkele procenten  bijvoorbeeld een enkel artikel van een krant gelezen of een klein deel van een TV-programma gezien.) tot 100 procent. Afhankelijk van het medium spreekt men van leesintensiteit, kijkintensiteit en luisterintensiteit. De intensiteit betekent niet de mate van verdieptheid of concentratie. Om misverstanden te vermijden wordt daarom ook wel het woord ‘volume’ gehanteerd in plaats van intensiteit.
Zie ook: bereik.

mediumprofiel
Een aantal vrij constante eigenschappen die een media kenmerken. Deze term wordt voornamelijk voor persmedia gebruikt. Het mediumprofiel wordt mede bepaald door de verschijningsvorm, de redactie-omvang, de advertentiebezetting, de plaats van de advertenties (gegroepeerd of verspreid, advertentie of IM), de formaten van de advertenties, de inhoud en vormgeving, alsmede de verschijningsfrequentie en de verschijningsintervallen.

mediumreclame
Reclame waarbij de adverteerder een bestaand object als medium kiest. Dit medium is meestal in beheer van een ander (uitgever of exploitant), in tegenstelling tot de situatie bij rechtstreekse reclame.

mediumtype
Groep van gelijksoortige media die niet identiek zijn maar grote overeenkomst vertonen in de manier waarop zij zintuiglijk worden waargenomen, zodat ze in beginsel dezelfde communicatieve uiting kunnen dragen. Media kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdtypen: – visuele media (pers, vrachtwagen, peperbus) – auditieve media (radio, omroepinstallatie in de supermarkt) – audiovisuele media (TV, bioscoop, video).

meneer, de krant is een
Zie: monsieur, le journal c’est un.

meningsvorming

metacommunicatie 
Communicatie over de communicatie, in sommige omschrijvingen nog wel eens verward met non-verbale communicatie en paralinguïstische communicatie. Metacommunicatie (‘meta’ is Grieks voor ‘boven’) wil zeggen dat men over het gesprek dat plaatsvindt iets zegt. Wanneer bijvoorbeeld een nterview niet goed loopt, kan het heel doeltreffend zijn wanneer de interviewer dat aan de orde stelt. Een bekende metacommunicatieve, maar beslist af te raden eindvraag bij interviews in schoolkranten luidt: Wat vond u van dit interview?
Zie ook: verbale communicatie.

microfiche

microfilm

middenpagina
De twee middelste pagina’s van een katern of een tijdschrift. Lenen zich bij uitstek voor bijzondere vormgeving, bijvoorbeeld voor een double-spread foto.

middentafel
Centrale bureauredactie bij een dagblad.

Migranten en Media, werkgroep
Werkgroep van de Nederlandse vereniging van Journalisten, in 1984 opgericht, met als voornaamste doel discriminatie en ongenuanceerde berichtgeving ten aanzien van etnische groepen te voorkomen. Zij organiseerde daarover verschillende symposia. In een later stadium richtte de werkgroep zich ook op verbetering van de arbeidsmarktsituatie van allochtone journalisten. De werkgroep beschikt over namen van een kleine 250 allochtonen die werkzaam zijn in de verschillende sectoren van de journalistiek. De werkgroep wordt gesubsidieerd door het ministerie van WVC.

mike
Microfoon.

mimegesprek
Interview in NRC Handelsblad van 6 december 1992, waarin de geïnterviewde door middel van gebaren, al mimend, antwoord geeft. De vragen en intro werden in geschreven tekst weergegeven, de antwoorden van mimespeler Rob van Reijn werden vastgelegd door fotograaf Maurice Boyer.

ministorial

miscommunicatie

misdaadverslaggeving
Tak van de journalistiek die zich bezighoudt met moord en doodslag, ontvoeringen, fraude, oplichting, drugshandel, georganiseerde misdaad, corruptie enzovoort. In tegenstelling tot in de Verenigde Staten is een misdaadverslaggever in Nederland niet bepaald een geroemd journalist. Slechts enkele kranten, zoals De Telegraaf en Aktueel, hebben gespecialiseerde crime-reporters in dienst, die ook contacten onderhouden met de onderwereld. Over hen wordt wel eens gezegd: ‘Misdaadverslaggevers zijn de schoorsteenmantelrovers van de journalistiek’, omdat ze foto’s zouden pikken uit huizen waar iemand is vermoord. De bekendste Nederlandse misdaadverslaggever is Peter R. de Vries.

misleidende reclame
Reclame die opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Op grond van de Wet Misleidende Reclame kan een adverteerder worden verplicht een rectificatie te plaatsen.

MMO
Migranten Media Opleiding. Sinds 1985 bestaande audiovisuele opleiding te Amsterdam voor werkloze migranten. Toelatingseisen: Mavo en een redelijke beheersing van het Nederlands.
Zie ook: Werkgroep Migranten en Media; vijfprocentsregeling.

modem
Omzetter van digitale signalen naar analoge signalen en andersom. Nodig voor datatransmissie per telefoonlijn.

mofo koranti
Sranang, letterlijk: mondkrant.
Zie radio trottoir.

moiré
Ongewenst effect dat het gevolg is van het over elkaar heen afdrukken van twee of meer rasteropnamen.

mond-tot-mond-reclame 
Vorm van reclame waarbij de ene consument tegen de andere de lof zingt van een product of dienst. Van alle reclame-uitingen is dit de op één na meest effectieve vorm van beïnvloeding. Op de eerste plaats staat de eigen ervaring van de consument. Op de derde en vierde plaats volgen redactionele artikelen en de invloed van het verkooppersoneel. Pas daarna komt reclame. In het dagelijks spraakgebruik wordt vaak gesproken van mond-op-mond-reclame.

mondelinge enquête

mondelinge informatie

monitor

monitorfunctie

monografie
Zelfstandige publikatie over één onderwerp.

monsieur, le journal c’est un
De krant is een meneer, uitdrukking om het gezag van de geschreven media aan te duiden. Ook wordt de pers wel ‘de Koningin der aarde’ genoemd, maar deze aanduiding is meer meesmuilend dan complimenteus bedoeld. Vermoedelijk was de oorspronkelijke uitdrukking: de krant is één meneer. De uitspraak wordt toegeschreven aan een Parijse modekoningin, die dit lakoniek opmerkte toen een krant haar nieuwe collectie had afgekraakt. D. Hans, voorzitter van de Nederlandschen Journalisten-kring, gebruikt de oorspronkelijke betekenis in Journalistiek (circa 1932) en refereert niet aan de andere betekenis.

monteren
Plakken van foto’s en kolommen tekst op pagina’s. Onderscheid wordt gemaakt tussen micro- en macromontage.

morele code

morgen wordt de vis erin verpakt
Uitdrukking om het  tijdelijk karakter van de krant aan te geven. Wordt door slechte journalisten misbruikt om kritiek op gemaakte fouten weg te wuiven. Overigens wordt vis, zelfs op de markt, bijna niet meer in de krant verpakt.
Zie ook: rectificatie.

Moskou watcher
Aanduiding voor journalist of andere deskundige die – toen de USSR nog bestond – geacht werd verstand te hebben van de gebeurtenissen in het Kremlin, het regeringscentrum van de USSR. Enigszins vergelijkbaar met de redelijk vage krantentermen als ‘in de wandelgangen’ en ‘volgens welingelichte kringen in Den Haag’.

muckraker
Scheldnaam voor journalisten die schatrijke politici en boosdoeners ontmaskeren. Thans een geuzennaam. De term wordt toegeschreven aan president Theodore Roosevelt, die in 1906, naar aanleiding van twee grote onthullingen over corrupte Amerikaanse senatoren en misstanden in de vleesverwerkende industrie, opmerkte: Deze muckrakers turen te veel in de mest en kijken niet genoeg omhoog naar de hemel. (Robert Miraldi; Muckraking, democratie en vooruitgang, in: Onthullingsjournalistiek, Groningen 1991.).
Zie ook: onthullingsjournalistiek.

muis
Apparaat dat over een tafelblad wordt geschoven om de cursor op het beeldscherm van een computer te verplaatsen. Meestal uitgerust met een commandoknop waarmee commando’s kunnen worden gegeven.

multimedia

multimediale benadering

multimediale voorlichting

multinationale organisatie

multiple-step-flow theorie

Murdoch, Rupert

muurkrant

Naäapprijs
Jaarlijks door de Publicity Club Rotterdam uitgereikte prijs voor een commercial, die nageaapt is van een andere. De prijs werd tien jaar geleden naar Duits voorbeeld ingesteld. In de reclamewereld tilt men niet zo zwaar aan naäpen. Zo luidt een bekende uitspraak: ‘Zie je een goed idee bij een ander – gebruik het.’ De winnaar van 1992: ‘Die Naäap is natuurlijk best vervelend, maar wij zijn niet beschaamd.’ (De Groene Amsterdammer, 15 juli 1992)

naslagwerk
Verzamelnaam voor boek, almanak, gids, agenda enz. Belangrijke journalistieke naslagwerken zijn Pyttersen’s Nederlandse Almanak (jaarlijks register met niet-commerciële organisaties), Handboek van de Nederlandse Pers en Publiciteit (halfjaarlijks adresboek), Staatsalmanak voor het Koninkrijk der Nederlanden, Keesing’s Historisch Archief, Europese Almanak, Parlement en Kiezer en natuurlijk telefoonboek, Gouden Gids, gemeentegids, woordenboek enz.

nasynchroniseren
Opnemen van geluid na het opnemen van de film en wel zo dat het geluid synchroon loopt met het beeld. Onder andere in Duitsland en Frankrijk worden buitenlandse films in de eigen taal  nagesynchroniseerd, met bijvoorbeeld als merkwaardig resultaat: ‘Grüss Gott, cowboy!’

National Geographic
Maandblad van de (Amerikaanse) National Geographic Society, een van de meest prestigieuze wetenschappelijke en educatieve instituten ter wereld. De NGS werd in 188 opgericht met het doel ‘geografische kennis te vergroten en te verspreiden’. Het instituut sponsort en begeleidt wetenschappelijke expedities naar alle uithoeken op aarde. Het blad wordt verspreid in 170 landen en telt meer dan tien miljoen lezers.

NDP
Vereniging De Nederlandse DagbladpersVereniging van dagbladondernemingen, opgericht op 21 december 1908, met als doel ‘het ontwikkelen en in stand houden van een dagbladpers, die volledig aan haar ten opzichte van gemeenschap en individu te vervullen taak beantwoordt, alsmede het bevorderen van de belangen van haar leden en van degenen die bij deze leden werkzaam zijn…’ (art. 2 statuten). De vereniging richtte in 1935 het Cebuco op om de dagbladreclame te propageren. De NDP telde ultimo 1991 41 dagbladondernemingen als lid met een totale betaalde oplage van 4.574.700 en een omzet van 2.970 miljoen guldens.

necro
Letterlijk: lijkrede. Geschreven portret van een overleden persoon, waarin zijn of haar leven en verdiensten worden beschreven. De meeste kranten hebben in het archief van allerlei belangrijke personen de necrologieën klaarliggen; zeker als ze enigszins op leeftijd komen. Deze worden in de omermaanden geactualiseerd. Een enkele keer zijn necro’s in kranten verschenen van personen die nog in leven waren.
Zie: Kussendrager en Van der Lugt, Basisboek journalistiek, Groningen/Houten 2007.

Nederlandse Persdatabank
Host (distributeur) van de databanken van NRC Handelsblad (artikelen sinds januari 1990), Inter Press Service Amsterdam (persberichten van het persbureau IPS dat zich specialiseert op nieuws over de Derde Wereld en ontwikkelingssamenwerking. De databank gaat terug tot 1987 en de berichten zijn minimaal 24 uur oud), Damiate (Leids Dagblad, Haarlems Dagblad, sinds 1 november 1991), Clara Wichmann Instituut (jurispredentie en literatuur over de rechtspositie van vrouwen), ANP sportberichten (binnen- en buitenlandse sportberichten en uitslagen van de belangrijkste sportevenementen sinds januari 1988. Ook een aantal sportbiografieën), ANP nieuwsberichten (alle ANP nieuwsberichten sinds januari 1988. De berichten zijn minimaal 24 uur oud), ANP biografieën (biografieën van 4500 bekende Nederlanders uit het economisch, politiek en maatschappelijk leven. De biografieën bestaan ook in druk), Bijeen (bibliografische informatie over artikelen over de Derde Wereld uit ruim 200 tijdschriften, periodieken uit de Derde Wereld en algemene Nederlandse tijdschriften). Adres: Nassauplein 27, 2585 EC Den Haag.

Netherlander, The
Wekelijks Engelstalig magazine met nieuws over de financieel-economische ontwikkelingen in Nederland. Verschijnt sinds 7 mei 1992. De redactie is in handen van zeven Britse en Amerikaanse redacteuren die verbonden zijn aan Het Financieele Dagblad, dat sinds 1985 de Engelstalige rubriek In Brief had en sinds 1991 een speciale pagina Weekend Page.

netwerk

neutrale bladen
Bladen die niet gebonden zijn aan een bepaalde geestelijke en/of maatschappelijke stroming; ter onderscheiding van richtingsbladen. In het algemeen geldt dit voor de regionale pers. Bij de landelijke pers kunnen De Telegraaf en het Algemeen Dagblad worden gerekend tot deze categorie.

NEVO
Nederlandse Vereniging van Voorlichters.

new journalism
Type verslaggeving waarin aan het fictie-schrijven ontleende technieken een belangrijke rol spelen, zoals de dialoog en de monologue intérieur. De term wordt vaak geassocieerd met de naam Hunter S. Thompson, onder meer politiek verslaggever bij het Amerikaanse jongerenblad Rolling Stone. Zijn beste verslagen werden gebundeld in Fear and loathing on the campaign trail ‘72. Thompson beschreef hierin de verkiezingscampagne van Richard Nixon en lardeerde zijn verslagen met eigen woede-uitbarstingen, verwensingen en bespiegelingen over de gigantische hoeveelheid drugs en drank, die hij achter de kiezen had of zich voornam zich te slikken. Sinds zijn landelijke doorbraak in 1972 heeft Thompson nauwelijks nog een noemenswaardig artikel afgeleverd. Zie Paul Perry, Fear and Loathing. The Strange and Terrible Saga of Hunter S. Thompson. An unauthorized biografy, Thunder’s Mouth Press 1992.

newsletter

Newsnight
Dagelijks nieuwsprogramma van de BBC met dagelijks 1,2 miljoen kijkers en een wekelijks bereik van 7 miljoen, dat met name tijdens de Golfoorlog ook in het buitenland een zekere faam heeft verworven. De redactie haalt de neus op voor incidenten en ongelukken, en besteedt geen of weinig aandacht aan misdaad. De rechtstreekse studiodiscussies tussen voor- en tegenstanders van actuele onderwerpen, maken het programma een genoegen om naar te kijken.

newsroom

NGO

NGPR
Nederlands Genootschap voor Public Relations en VoorlichtingAdres: Raamweg 44, 2596 HN Den Haag.

NIC
Nederlandse Illustratoren ClubBeroepsvereniging van tekenaars en schilders die publiceren in de media. Postbus 15183, 1001 MD Amsterdam.

Nielsen-cijfers
Onder auspiciën van gelijknamig Amerikaans bureau standaard gepresenteerde onderzoeksgegevens omtrent het consumptie- en tijdbestedingspatroon van lezers, het bereik per medium en de medium-dichtheid per persoon (bijv. 110 dagbladabonnementen per 100 huishoudens = 1,1). Nederland is verdeeld in vijf Nielsen-gebieden: Amsterdam-Rotterdam-Den Haag, Utrecht-Noord en Zuid Holland, Zeeland-N.Brabant-Limburg, Gelderland-Overijssel-Flevoland, Groningen-Friesland-Drenthe.

Nielsen-gebied
Zie: Nielsen-cijfers.

Nieuwe
Fictieweekblad (hoofdredacteur Peter J. Muller, o.a. ex-Candy, Weekend, Hitweek) met berichten in de trant van ‘Meisje geeft nier om lievelingsaap te redden’, ‘Trouwzieke vrouw voor 114e keer naar altaar’ en ‘Man blaast rook uit gat in zijn rug’. Verschijnt in Nederland wekelijks sinds begin april 1991 in een oplage van 30.000 exemplaren en in Duitsland als Neue Spezial in een oplage van 100.000 exemplaren. Volgens Muller wordt het blad vooral gelezen door hoger opgeleiden. Afgekeken van soortgelijke bladen in de Verenigde Staten, zoals Weekly World News (opl. 1 miljoen), maar wat nuchterder dan haar Amerikaanse zusjes, die bijvoorbeeld schrijven dat Elvis Presley is gere‹ncarneerd als kakkerlak.

nieuwe media
Media waarbij gebruik wordt gemaakt van computertechnologie, zoals teletekst, kabelkrant, kabeltekst en videotex. Eigenlijk is het beter te spreken van nieuwe mediatechnieken. Zie: Piet Kaashoek, Wiel Schmetz, Tekstschrijven voor nieuwe media, Muiderberg 1993.

nieuws voor doven en slechthorenden
Nieuwsrubriek op de televisie. In 1979 begonnen als onderdeel van het journaal en sinds 1980 gemaakt door een deelredactie van de Teletekst-redactie. De rubriek verschijnt vier keer per dag op de televisie en bestaat uit telkens 13 ‘kaarten’ (pagina’s) van 8 regels, die 20 seconden in beeld blijven. De totale lengte van een bulletin is 5 minuten. Karakteristiek is het gebruik van koppeltekens bij lange woorden. Dit wordt gedaan om de leesbaarheid te vergroten. Voorbeelden uit één uitzending: bevolkings-groepen, vredes-troepen, schier-eiland. Ook bij zinsbouw, woordkeus en spelling wordt rekening gehouden met het feit dat de leesvaardigheid van de doelgroep kleiner is dan die van horenden.
Zie ook: Teletekst.

Nieuwezijds
Nieuwezijds Voorburgwal, de Nederlandse Fleet Street. Straat in Amsterdam waar tot de jaren zeventig acht landelijke dagbladen waren gevestigd alsmede nieuwsagentschappen, fotopersbureaus en het bekende journalistencafé Scheltema, nog steeds te vinden op nummer 242. Als eerste vestigde het Algemeen Handelsblad in 1831 zich in de Nieuwezijds, de dagbladredactie van Trouw vertrok als laatste in 1976.
Zie ook: journalistencafé; Fleet Street.

nieuws
Het belangrijkste produkt van de media, maar een sluitende definitie geven is niet zo eenvoudig. Een klassieke omschrijving luidt: ‘Als een hond een man bijt is dat geen nieuws, maar als een man een hond bijt dan is dat nieuws.’ (Charles A. Dana in de New York Sun, 1882). Enkele moderner definities: Nieuws is alles wat een groot deel van de gemeenschap interesseert en wat nooit eerder onder haar aandacht is gebracht (Snyman). Feiten en gedachten, alles wat nu, eenmalig, ongewoon, voor die dag belangrijk en actueel is (Hagemann). Wat nog niet gehoord werd of nooit ‘da gewesen’ is (Van der Meiden). Bevrediging van behoeften aan informatie over politiek, ongelukken, seks, misdaad, geld, avontuur en varia (Van der Meiden). Nieuws is wat in de krant staat (Blokker). Wat nieuws is, bepaal ik (Van der Meyden). J. Kleinnijenhuis stelde in 1990 in zijn proefschrift Op zoek naar nieuws vast dat de ‘media-agenda’ (waar de kranten over schrijven) voor een belangrijk deel wordt bepaald door ministers, politici, werkgevers en werknemers die met elkaar van mening verschillen.

nieuwsanalyse
Ook: situationer. Artikel waarin het nieuws wordt geanalyseerd. De nieuwsanalyse geeft antwoord op de vraag waardoor iets kon gebeuren en waartoe de gebeurtenis kan leiden, en bevindt zich qua genre tussen bericht en commentaar. Ze moet behalve goed gedocumenteerd ook beknopt en leesbaar zijn. De feiten mogen bekend verondersteld worden, maar het stuk mag geen vragen oproepen.

nieuwsblad
Abonnementsblad dat minimaal eenmaal, maar minder dan zes keer per week wordt uitgebracht. Meestal verschijnen ze met een frequentie van eenmaal per week. In sommige streken komen ze twee of een enkele keer zelfs drie keer per week uit. Op basis van de inhoud wordt onderscheid gemaakt tussen regionale en lokale nieuwsbladen.

nieuwsbrief

nieuwsbulletin

nieuwsdienst
1 Deelredactie die de nieuwsstroom in de gaten houdt en het nieuwsaanbod organiseert. 2 radionieuwsdienst ANP.

nieuwsgaring
Proces van nieuws verzamelen. Onderscheid wordt gemaakt tussen passieve, actieve en eigen nieuwsgaring. Bij passieve nieuwsgaring beperkt de journalist zich tot het persklaar maken (redigeren, herschrijven) van door derden aangeleverde kopij. Bij actieve nieuwsgaring wordt aan deze kopij informatie uit andere bronnen toegevoegd, bijvoorbeeld door archiefonderzoek, het raadplegen van deskundigen enz. Bij eigen nieuwsgaring, gevat in het gezegde ‘Het nieuws ligt op straat’, neemt de journalist zelf het initiatief voor een artikel, doordat hij op iets stuit dat de moeite van het onderzoeken en publiceren waard is.
Zie ook: onthullingsjournalistiek; primeur.

nieuwslezer
Medewerker die het nieuws vanaf een autocue voorleest. In Amerika verdient een anchorman een fortuin. De Amerikaanse communicatiedeskundige Neil Postman schrijft over dit volk in Amusing Ourselves to Death (New York, 1985): ‘Most American television news casters spend more time with their hair dryers than with their scripts, with the result that they comprise the most glamorous group of people this side of Las Vegas.’

Nieuwspoort
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort: werkplaats en ontmoetingspunt voor de binnen- en buitenlandse persvertegenwoordigers met hun relaties. Geopend op 5 maart 1962 met een bijeenkomst in de Ridderzaal. Aanvankelijk gevestigd in een voormalig vioolbouwershuisje uit de 17e eeuw aan de Hofcingel 12, aanleunende tegen het oude gebouw van de Tweede Kamer aan het Binnenhof, en sinds 30 november 1992 in het voormalige Hotel Centraal aan de Lange Poten. Nederland was vrij traag met dit perscentrum, want alle ons omringende landen hadden al vele jaren een perscentrum. De eerste voorzitter van de Raad van Bestuur van Nieuwspoort was mede-oprichter dr Nico Cramer, destijds parlementair redacteur van Het Parool. In Nieuwspoort wordt gemiddeld één persconferentie per dag gehouden, met uitschieters tot vijf of zelfs zeven. Beroemd was de wekelijkse persconferentie op vrijdagavond door de minister-president na afloop van het kabinetsberaad.
Met de jaren is het perscentrum steeds meer een trefpunt geworden van public-relations of public-affairs deskundigen. Kamerleden of ministers laten zich er zelden of nooit meer zien. Een bekende Nieuwspoortbezoeker was de vroegere PvdA-parlementariër en minister van defensie, Henk Vredeling. ‘Ik at er dikwijls en at er veel, want de Kamer begon me wel eens flink te vervelen. Je had er een sfeer van kameraderie, ja, zo mag je het wel noemen. We hebben er heel wat gelachen, maar je had er ook de erecode dat wat je met elkaar besprak, vertrouwelijk bleef en dat je dat niet meteen de volgende morgen in de krant zou vinden. Aan die code is men zich later steeds minder gaan houden. Ik heb daar vervelende ervaringen mee gehad; dus kwam ik er toen niet vaak meer.’ (NRC Handelsblad, 30 november 1992).

NieuwsTribune
Adverteerdersvakblad. Adres: Wisselweg 1, 1314 CA Almere.

nieuwsuitzending

nieuwsvitrine

nieuwsvoorziening

nieuwswaarde
Waarde die een onderwerp als nieuws heeft. Algemeen aanvaard zijn de volgende criteria: actualiteit, belang voor de doelgroep, iets uit de directe omgeving van de doelgroep (nabijheid), bekendheid (namen maken nieuws), afwijking, ‘de eerste de beste’ en omvang. Onderscheid wordt gemaakt tussen hard en zacht nieuws. Bij zacht nieuws is het belangrijkste criterium human interest: curiositeit, humor, vermaak, spanning, leeftijd, seks, avontuur, tragedie enzovoort.
Zie ook: OB-nieuws; VB-nieuws.

Nipkowschijf
Prijs voor televisiemakers die ‘een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bevordering van de kwaliteit van het televisieaanbod’. De jury bestaat uit journalisten die zich met radio en televisie bezighouden. De prijs, vernoemd naar de tv-pionier […], werd voor het eerst in 1961 uitgereikt. Voor de radio bestaat sinds 1966 de Reissmicrofoon, vernoemd naar […]. Adres: Stichting Nipkow, postbus 503, 1200 AM Hilversum.
Zie ook: persprijzen.

NJK
Nederlandse Journalisten Kring. Op 1 februari 1884 opgerichte vereniging van journalisten. Aanvankelijke een gezelligheidsvereniging van hoofdredacteuren en directeuren, aangevuld met enkele hoger gekwalificeerde redacteuren. Later een echte vakvereniging. In 1946 voortgezet als Federatie van Nederlandse Journalisten, de voorloper van de huidige NVJ.

NKP
Nederlandse Kabelkrantpers. Organisatie van uitgevers van kabelkranten. In 1991 waren bij de NKP circa 26 uitgevers aangesloten die gezamenlijk ruim honderd kabelkranten exploiteren. Hiermede worden ongeveer 3,8 miljoen huishoudens bereikt. Het gemiddeld dagbereik bedroeg in 1991 14,5 procent en de totale omzet 22 miljoen gulden. Adres: Dijkhof 48, 6715 DZ Ede.

NNP
Nederlandse Nieuwsblad PersVereniging van uitgevers van nieuwsbladen.

nodaal gebied

NOLU
Nederlandse Organisatie van Leesportefeuille Uitgevers.

non-communicatie

non-directiviteit

non-profit organisatie
Organisatie die opereert zonder winstoogmerk.

non-verbale communicatie
Vorm van communicatie door middel van bewegingen, pantomime en kijkrichting, zoals: handenschudden, ja-knikken, wuiven, gesticuleringen, roodworden, fronsen, oogcontact, krabben. Ook het uiterlijk (lichaamsbouw, lichaamsgeur, kleding) is een vorm van nonverbaal gedrag. Onderzoek heeft aangetoond dat in goede communicatie maar twintig procent wordt overgedragen door wat wordt gezegd. Zie: Jan Renkema, Onder woorden, SDU 1992.
Zie ook: interview; metacommunicatie; paralinguïstische communicatie; verbale communicatie.

noot
Nadere verklaring van een tekst of verwijzing naar literatuur. Ook referentie of citatie genoemd.

norm

normatieve ethiek

normatieve kaders van de media
De regels die gelden voor de wijze waarop de media behoren te functioneren.

normatieve besluitvormingsmodellen

normen

NOS

NOT

NOTU
Nederlandse Organisatie van Tijdschrift-Uitgevers. Organisatie met 125 leden, die circa 90 procent van de tijdschriftenomzet in Nederland vertegenwoordigen. Gezamenlijk produceren de NOTU-leden met hun 643 titels per jaar meer dan 550 miljoen exemplaren met een geschatte omzet van ruim 2 miljard gulden. De uitgeversorganisatie hanteert de volgende schematische bladenindeling: 1 grote  publiekstijdschriften, 2 selectieve en specialistische publieksbladen, 3 jongerentijdschriften, 4 wereldbeschouwelijke tijdschriften, 5 professionele tijdschriften, 6 diversen. Adres: Herengracht 257, 1016 BJ Amsterdam.
Zie ook: publiekstijdschriften.

NOZEMA
Nederlandse Omroep Zendermaatschappij NV. Bedrijf dat radio- en televisiesignalen doorgeeft van de landelijke en regionale omroep en Radio Nederland Wereldomroep. Bij het bedrijf werken 140 mensen. Adres: postbus 104, 2700 AA Zoetermeer.

NSP
Stichting Nederlandse Sport Pers.

NTS

nulmeting
Meting voorafgaand aan een publiekscampagne om na afloop te kunnen vaststellen of de campagne succes heeft gehad.
Zie ook: éénmeting.

NVERA

NVFJ

NVJ
Nederlandse Vereniging van Journalisten. Vakbond en vakorganisatie voor dag-, weekblad-, radio- en televisiejournalisten enz. De NVJ sluit jaarlijks een reeks CAO’s af, helpt individuele leden die in moeilijkheden zijn geraakt en redacties die in de knel zitten enz. Opgericht op 1 juli 1968 als voortzetting van de NJK@. Het verenigingsorgaan De Journalist, dat twee keer per maand verscheen, werd vanaf 25 september 2009 voortgezet onder de titel Villamedia. Secties: huis-aan-huisblad […] Adres: Joh. Vermeerstraat 55, 1071 DM Amsterdam.
Zie ook: Journalist, De; Villamedia.

NVLJ
Nederlandse Vereniging van Luchtvaartjournalisten.

OB-nieuws
Nieuws met onmiddellijke beloning, zoals: misdaad, corruptie, rampen, ongelukken, sport, ontspanning, society nieuws enzovoort. Bij OB-nieuws hoeft de lezer geen enkele moeite te doen om het te verwerken. Het is het soort nieuws waar de populaire pers het vooral van moet hebben.
Zie ook: nieuwswaarde; VB-nieuws.

objectief
Zich bepalende tot de feiten, niet beïnvloed door eigen gevoel of door vooroordelen; niet subjectief. In het algemeen geldt bij de media, met uitzondering van de opiniepers, dat zij een onderscheid maken tussen (objectief) nieuws en (subjectieve) opinie. Niettemin beseffen de meeste journalisten dat volmaakte objectiviteit niet bestaat. Maar omdat het moeilijk is precies de lijn tussen subjectief en objectief te trekken, houdt dit nog niet in dat er zo’n grens helemaal niet is. Een verslag dat poogt zoveel als maar mogelijk is op controleerbare gegevens te stoelen, dat poogt zo objectief mogelijk te zijn en de lezer niet tendentieus of indoctrinerend tegemoet te treden benadert deze grens steeds weer en kan zo de basis zijn voor een evenwichtige communicatie in onze samenleving, zo heeft Isaiah Berlin betoogd (NRC Handelsblad 1970/1980). Waarschijnlijk is het net als met geluk: je streeft ernaar, maar je bereikt het nooit.

oblong
Horizontaal, langwerpig formaat drukwerk. Ook: drukwerk waarvan de breedte groter is dan de hoogte.

observatie

ochtendblad
Krant die ‘s ochtends verschijnt. In het algemeen doen de ochtendbladen het in Nederland beter dan de avondbladen. Dit was voor de Drents-Groningse Pers reden om vanaf 13 april 1992 haar dagbladen (Drentse Courant, Dagblad De Noord-Ooster en Winschoter Courant; de twee laatste heten sinds 29 augustus 1992 Groninger Dagblad) als ochtendblad uit te brengen. In België mag de dagbladlezer van geluk spreken als zijn ochtendblad voor het middaguur in de bus valt. Kranten worden er via de post verspreid en uiteraard via de losse-verkooppunten. Door de trage bezorging heeft slechts 39 procent van de lezers een abonnement. De krant wordt niet aan huis bezorgd, omdat de Belgische wetgeving mensen verbiedt minder dan twee uur per dag te werken en zo lang duurt een bezorgronde nu eenmaal niet.

off the record
Informatie niet voor publicatie bestemd, verschaft tijdens een interview of een informeel gesprek. Sommige journalisten laten direct weten van dit soort informatie niet gediend te zijn onder het motto ‘De best geïnformeerde journalist is vaak de minst informatieve’. Anderen publiceren toch. Soms gebruikt een informant de mededeling als lokkertje om er zeker van te zijn dat de informatie wordt gepubliceerd.
Zie ook: achtergrondgesprek.

offset
Vlakdruktechniek met scheiding van inkt en water waarbij het papier met rubberen rollen tegen de wals wordt gedrukt. Naast de vlakpers bestaat er ook rotatie-offset met meer-kleurendruk waarop veel dagbladen worden gedrukt.
Zie ook: drukkerij.

OLON
Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland. Overkoepelende organisatie van lokale omroepen met op 31 december 1991 321 lid-omroepen. Sinds 1 januari 1992 mogen de omroepen reclame uitzenden, maar daarvoor moeten ze wel samenwerken met de uitgevers van lokale kranten. Van de opbrengst is 50 procent voor de omroep en 50 procent voor de uitgever. Bij de regionale omroepen ligt deze verhouding op 75-25. Volgens de onderzoeken van de kijk- en luisterdiensten van de NOS leiden de lokale omroepen een zeer marginaal bestaan met een (landelijk) marktaandeel van 3 procent en een luisterdichtheid van 1,1 procent. Om de financiële lasten van de lokale omroepen enigszins te verlichten, is in 1990 de Stichting Nederlands Fonds voor de Lokale Omroep opgericht. Adres OLON: postbus 441, 6500 AK Nijmegen.
Zie ook: regionale omroep; ROOS.

omgevingsonderzoek

omroep

omroepbijdrage

omroepblad
Wekelijks verschijnend blad met programmagegevens van binnen- en buitenlandse radio- en televisiezenders, artikelen over en naar aanleiding van programma’s en verenigingsnieuws (o.a. TV-Magazine van de VARA, NCRV-gids, Televizier). De grote Nederlandse zendgemachtigden hebben een monopolie op de publicatie van deze gegevens. In 1990 waren de omroepbladen bij een oplage van 4.619.758 exemplaren samen goed voor een omzet van 312,5 miljoen gulden en een winst van 22,8 miljoen gulden. In 1991 bedroeg de oplage 4.659.477 exemplaren. De bladen beconcurreren elkaar met dumprijzen en extraatjes. Dankzij de enorme oplagen kunnen de gidsen de abonnementsprijs laag houden. Met name postorderbedrijven, instellingen voor schriftelijk onderwijs, verleners van snelkrediet of afslank en gezondheidsmiddeltjes adverteren erin vanwege het grote, algemene bereik.
Zie ook: Krant op Zondag.

omroepraad

omroepstructuur

omroepverkiezingen

omroepwet

on-line
Rechtstreekse tweewegverbinding, dialoog, tussen een terminal of personal computer en een externe database waarbij een modem een tussenschakel vormt. Methode om kopij direct per telefoonlijn of speciale datanet-lijn in te voeren vanuit onder meer mobiele pc’s die in gebruik zijn bij sportverslaggevers. De redactiechef of eindredacteur kan de kopij oproepen uit het zetgeheugen en vervolgens bewerken.

onaandoenlijk nieuws
Berichten die alleen door de opmaak worden bewerkt, zoals kerkdiensten, weekenddiensten, scheepvaartnieuws en beursberichten. Gebruikelijker is de term onaandoenlijke kopij.

ondergrondse pers
Verzamelnaam voor de bijna 1200 illegalen bladen (gedrukt, gestencild, getikt, handgeschreven) die in de Tweede Wereldoorlog verschenen. Volgens het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie speelde de ondergrondse pers in Nederland tijdens de oorlog ‘zowel in het totale beeld van het verzet als naar omvang, frequentie en betekenis, een belangrijker rol dan in alle andere door nazi’s bezette gebieden’. De ondergrondse pers 1940-1945, Veen uitgevers 1989 bevat een compleet overzicht van de bladen die in het bezit zijn van het RIOD. De bekendste verzetsbladen die na de oorlog doorgingen, zijn Trouw, De Waarheid, Het Parool en Vrij Nederland.

onderkast
Kleine letters, ter onderscheiding van kapitalen en kleinkapitalen.

onderkop
Kopregel onder de hoofdkop, die qua inhoud dezelfde functie heeft als het chapeau. Het Parool, Trouw en Algemeen Dagblad passen de onderkop toe. Een onderkop wordt gezet in een kleinere letter dan de hoofdkop.

onderschrift
Zie: bijschrift.

ondertitel
Tekst onder film- of televisiebeeld.

onderwijsredactie
Deelredactie die het nieuws en achtergronden verzorgt op alle terreinen van het onderwijs.

onderzoek

onderzoeksjournalistiek
Zie:onthullingsjournalistiek.

one paper city
Gemeente waar maar één regionaal of lokaal dagblad verschijnt. Van de Nederlandse gemeenten kan 42 procent als one paper city worden beschouwd (Piet Bakker, Regionale dagbladmonopolies in Nederland, in: Massacommunicatie 1990/2). Met name in de randstad, waar de positie van regionale kranten toch al relatief zwak was, verliest de regionale pers steeds meer terrein. Naar de invloed daarvan op de nieuwsvoorziening is in Nederland nauwelijks onderzoek gedaan. Journalisten zelf geven de voorkeur aan concurrentie: ‘Dat houdt ons alert en levendig.’
Jan van de Plasse wijst er in Tien jaar Landelijk versus Regionaal (De Journalist, 26 februari 1993) op dat de gezamenlijke oplage van de landelijke dagbladen van 1983 tot en met 1992 is gestegen met 188.566 exemplaren en die van de regionale dagbladen in dezelfde periode is gedaald met 60.377. Per 1000 inwoners liep de oplage-dichtheid voor de landelijke dagladen slechts in twee provincies terug en voor de regionale in zes. In de vier grootste steden lijden zowel de landelijke als de regionale kranten verlies.

one-step-flow theorie

ongevraagde kopij
Kopij die media ongevraagd van freelanvers ontvangen. Bij Vrij Nederland stromen er zoveel artikelen binnen dat niet iedereen persoonlijk kan worden bedankt.

online multimediamagazine
Combinatie van fotografie, video, geluid, muziek en tekst. In Nederland is de Volkskrant een voorloper op dit gebied (www.vkwebspecial.nl). Zie verder: Multimediapresentatie geen ‘moneymaker’, Villamedia, 21 oktober 2009.

onthullingsjournalistiek
Ook: onderzoeksjournalistiek, muchraking, investigative reporting, investigative journalism. Vorm van nieuwsgaring waarbij een journalist of een team van journalisten zich langdurig op een zaak concentreert, systematisch bronnenonderzoek doet, gericht op de openbaarmaking van (veelal bewust) achtergehouden informatie.
Volgens de vakliteratuur is deze vorm van journalistiek voor het eerst in 1906 in Amerika bedreven; in Nederland werkte de verzuiling als remmende factor. Niettemin hielden diverse kleine bladen zich aan het eind van de vorige eeuw in Nederland al bezig met een soort onthullingsjournalistiek. Ook in het begin van deze eeuw verschenen tal van reportages over de onderste lagen van de maatschappij. In 1925 publiceerde De Voorwaarts een beklemmende serie over Seks en Geweld, waarin het Rotterdamse nogal criminele rosse wereldje in kaart werd gebracht. De serie was het resultaat van maanden speurwerk. (Aangehaald in En niet vergeten, Herinneringen aan Het Vrije Volk, Amsterdam 1991.)
Dat onderzoeksjournalistiek wel eens wordt gevreesd door de autoriteiten, bleek in maart 1993 toen het Franse dagblad Libération documenten publiceerde, waaruit bleek dat veiligheidsagenten van president Mitterand halverwege de jaren tachtig de telefoon afluisterden van onderzoeksjournalist Edwy Plenel van Le Monde. Plenel was toen bezig met een verhaal over de anti-terrorisme eenheid van de Franse inlichtendienst, die zelf belastend bewijsmateriaal bleek te hebben gefabriceerd tegen drie IRA-verdachten. Plenel had zich eerder onderscheiden met onthullingen over de bomaanslag door de Franse geheime dienst op een Greenpeaceschip in Nieuw-Zeeland.
Literatuur: Onderzoeksjournalistiek, Nico Kussendrager (red), Groningen/Houten 2007. Over onder meer digitaal zoeken, archieven en netwerken.
Zie ook: muckraker; Watergate.

ontlezing
Ook: leesuitval. Verschijnsel dat mensen steeds minder lezen. Uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat in 1975 Nederlanders per dag gemiddeld 52 minuten boeken en gedrukte media lazen, in 1985 45 minuten en in 1990 43 minuten. Ook jongeren laten kranten, tijdschriften en boeken steeds vaker liggen. Niet meer dan 17 procent van alle Nederlandse jongeren noemt lezen een normale hobby, aldus de Stichting Lezen. De gezamenlijke oplage van drie speciaal op schoolkinderen toegesneden actuele tijdschriften (Reflector, Blikopener en Antenne) is van 200.000 naar 60.000 gekelderd. De oplage van de populaire jongerenbladen blijft daarentegen stabiel; Donald Duck, Tina, Bobo en Disneyland groeien zelfs, aldus uitgeverij VNU in 1992.

ontvanger

ontvangsten

ontwerp

ontzuiling

onuitgevuld zetsel
Zie: uitvullen.

oor
Kleine te bedrukken ruimte aan weerszijden van de naam van de krant.

oorlogsverslaggeving
Ongetwijfeld de meest riskante tak van de journalistiek. Met 113 vermoorde journalisten en 24 ‘accidentele’ doden is 2009 een van de slechtste jaren zijn voor de pers, aldus de International Federation of Journalists (IFJ). De Federatie vraagt de VN om bescherming.Voor het tweede jaar op rij blijkt de regio Pacifisch Azië het dodelijkst. Na de Filipijnen (38 vermoorde journalisten) volgen Mexico (13), Somalië (9), Pakistan (7) en Rusland (6). Irak was lange tijd het gevaarlijkste land voor journalisten, maar daar daalde het aantal doden van 16 in 2008 naar 5 in het afgelopen jaar. In 2009 werden 31 journalisten afgeslacht in de Filipijnen. Ook in Mexico en Somalië zijn er geweldplegingen tegen journalisten. De IFJ hekelt de passieve houding van staten en van de VN, die in 2006 nochtans gevraagd werd om maatregelen te nemen voor de bescherming van journalisten en media in conflictgebieden. Vorig jaar werden ‘maar’ 109 journalisten vermoord. ‘Een daling van korte duur’, vreest IFJ.  (Bron: belga/edp, 31 december 2009)
‘The first and greatest’ oorlogscorrespondent was, aldus zijn grafsteen in St. Paul’s Cathedral, William Howard Russell. Voor de Krimoorlog (1853-1856) plukten Britse krantenuitgevers het oorlogsnieuws uit buitenlandse kranten of brieven van jonge officieren uit het oorlogsgebied. Russell ging voor The Times met de Britse troepen mee naar Malta en de Krim en berichtte genadeloos over de ontberingen van de manschappen, de tegenslagen en de onverschilligheid van de staf.
‘Oorlog was altijd erger dan ik het kon uitdrukken. Altijd.’ Aldus Martha Gellhorn (St. Louis, 1908), een van de weinige vrouwelijke oorlogscorrespondenten. Ze maakte naam met The Trouble I’ve Seen, maar werd beroemd met haar reportages van de burgeroorlog in Spanje, oorlogen in Finland en China, Tweede Wereldoorlog, de oorlog op Java, in Vietnam, de Zesdaagse oorlog en de oorlogen in Midden-Amerika. Werkte onder andere voor Collier’s, Atlantic Monthly, Granta en The Guardian. Op 83-jarige leeftijd stelde ze vast: ‘Ik heb niet het idee dat wat ik gedaan heb maar van het geringste nut was.’
Zie ook: Scoop.

opblazen
1 Vergroten van foto of illustratie. 2 Een artikel zodanig (her)schrijven dat het sensationeler is dan in werkelijkheid. Een bijpassende kop doet de rest.
Zie ook: incidentenjournalistiek.

opdikkend papier
Papier waaraan bepaalde vulstoffen zijn toegevoegd waardoor het meer volume heeft. Wordt weergegeven door de quotiënt dikte in microns : gramgewicht per cm2.

 open brief

open dag

open gespreksdag

open huis

openbaarheid

openbaarmaking

openheid

openheidsnorm
Ook: norm van gelijke toegang. Norm die stelt dat elke opvatting, ongeacht hoe veel/weinig ze voorkomt in de maatschappij, ook in de media-inhoud terug te vinden moet zijn.

opening
Belangrijkste artikel op een pagina. De opening van de voorpagina is automatisch de opening van de krant. Qua plaats verschillen openingen van kranten nogal, maar ze zijn altijd herkenbaar aan de grootte van de kopletters.

operations research

opinie

opiniebladen
Zie: opinieweekbladen.

opinieklimaat

opinieleiders
Zie: two step flow.

opiniepagina
Pagina in de krant met opiniërende artikelen van soms redacteuren maar meestal anderen, soms geschreven op uitnodiging van de redactie. Op initiatief van journalist en Pulitzer-prijswinnaar James Reston introduceerde The New York Times als eerste in september 1970 zo’n pagina. Inmiddels hebben de meeste serieuze kranten dit voorbeeld gevolgd.
Zie ook: brievenrubriek.

opinievormers
Groep mensen die geacht wordt de attitudes van de meerderheid in overwegende mate te beïnvloeden door hun als voorbeeld dienende uitspraken en gedragingen. Dit opinie-vormende proces speelt zich af in groepen van hoogstens enkele tientallen individuen, die veelvuldig op ongeveer gelijkwaardig niveau met elkaar omgaan.Voor de communicatie-theorie zijn deze opinievormers speciaal interessant omdat zij geacht worden meer dan gemiddeld van boodschappen in massamedia kennis te nemen en daar ook relatief sterk door te worden beïnvloed. Overigens lijken zij in alle opzichten op de groepsgenoten. Elke belangengroep kent dus zijn eigen opinievormers, die daarvan circa tien procent uitmaken. Naast dit   binnen een sociale groep verlopende horizontale proces wordt door een enkeling ook gesproken van verticale opinievormers.

opinieweekbladen
Categorie weekbladen, waartoe behoren Elsevier, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, Hervormd Nederland, HP/De Tijd. Een kleintje is het minder bekende full color Fries opinie- en familieblad Frysk en Frij (oplage 6000 exemplaren), dat sinds 1945 – met eind jaren zestig een onderbreking van vijf jaar – verschijnt. Door het intrekken van de provinciale subsidie dreigt het blad te verdwijnen.

opinion-leader

opinievormer

Opkamer
Kamer in Nieuwspoort, toen het nog was gevestigd aan de Hofsingel, waar persconferenties werden gegeven.

oplage
Het totaal aantal (grotendeels) identieke mediumeenheden, dat in een bepaalde tijdseenheid wordt uitgegeven. Onderscheid wordt gemaakt tussen gedrukte en verspreide (betaald of gratis) oplage. Media hoeven niet voor honderd procent identiek te zijn: kranten kunnen per regionale editie verschillen qua nieuws en advertenties.
Zie ook: bereik;  dekking.

oplagecijfers
Jaarlijks stelt de Cebuco de oplagecijfers van de Nederlandse gedrukte media vast. Ultimo 1992 was de betaalde oplage van de dagbladen 4.628.610 exemplaren, te verdelen over landelijke ochtendbladen, landelijke avondbladen en regionale bladen. Per 100 huishoudens werden […] dagbladen gelezen. Omdat […] procent van de betaalde oplage wordt doorgegeven, betekent dit dat het totale bereik op [..] procent lag. Het aandeel van de losse verkoop in de totale betaalde oplage bedroeg […] procent.
Zie ook: landelijke dagbladen; regionale dagbladen.

opmaak
1 Lay-out. 2 Opmaakredactie: redactieafdeling die de grafische vormgeving (lay-out) van artikelen en illustraties verzorgt, en de redactionele pagina’s produceert.
Zie ook: beeldschermopmaak; krantevormgeving; stramien.

Oprechte Haarlemse Courant
Rond 1800, ten tijde van de Franse Revolutie, werd in Nederland, Frankrijk en de Verenigde Staten formele vrijheid van drukpers ingesteld. Op donderdag 5 februari 1795 drukte de Haarlemse Courant, die zich tooide met het motto ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap’, de proclamatie van de Revolutie af. Daarin staat onder meer de bepaling ‘dat het ieder dus geoorloofd is zyne gedachten en gevoelens aan anderen te openbaren, het zy door de Drukpers of op eenige andere wyze’.

organisatie

oude kranten
Vanaf 28 mei 2010 kunnen een miljoen pagina’s uit 75 verschillende kranten uit de periode 1618-1940 digitaal geraadpleegd worden op de website van de Koninklijke Bibliotheek. In 2012 is dat aantal uitgebreid tot acht miljoen pagina’s uit de periode 1618-1995. Het merendeel bestaat uit Nederlande kranten, maar ook kranten uit voormalig Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen worden opgenomen.

ouderenbladen
Relatief jonge categorie bladen, die zich richten op mensen van vijftig jaar en ouder (senioren). Ontdekt als gat in de markt als gevolg van de toenemende vergrijzing. In het jaar 2000, zo is berekend, zal  Nederland 5 miljoen 50-plussers tellen.

outs
Zie: overs.

over de rand vallen
Nostalgische zegswijze voor het feit dat een bericht op het laatste moment niet met de krant is ‘meegegaan’ wegens een overvolle pagina. Verwijst naar historische situatie waarbij loodzetsel werd vergaard op het ‘steen’, de opmaaktafel waar overtollige regels vanaf vielen.
Zie ook: overstaand zetsel.

over-shoulder shot
Opname over de schouder van verslaggever, geïnterviewde of acteur. Vaak bedoeld voor de montage van een interview dat met één camera is opgenomen. Op de plek waar in het interview wordt gesneden, plakt men een overshoulder shot van de verslaggever, zodat het hoofd van de geïnterviewde niet WUK! FLITS! heen en weer schiet.

overheadprojector
Projector waarbij gebruik wordt gemaakt van transparante vellen of rollen en een overheadobjectief dat het beeld onder een hoek van 90 graden op een scherm projecteert. Het voordeel is dat de spreker niet met zijn rug naar het publiek staat.

overheidsvoorlichter

overheidsvoorlichting
Literatuur: Overheidscommunicatie; de binnenkant van het vak. Chiel Galjaard, Utrecht 1997.

overlees
Artikel dat op de voorpagina begint en elders in de krant wordt voortgezet. Soms klopt de paginaverwijzing onderaan niet. Dit komt omdat bij latere wijzigingen in de indeling van de krant c.q. pagina’s verzuimd is de verwijzing aan te passen of omdat daar geen gelegenheid meer voor was. In Nederland is het gebruikelijk het eerste deel van het artikel met een volledige zin te beëindigen; in buitenlandse kranten wordt de zin soms onderbroken.

overleg

overloop
Advertentiepagina die niet volloopt met advertenties en wordt opgevuld met redactionele tekst.

overlopende plaat
Illustratie die over een deel van de volgende pagina loopt.

overs
Ongebruikte opnamen. Ook wel ‘outs’ genoemd.

overstaand zetsel
Gezette tekst waarvoor geen ruimte was in de krant. Wordt weggegooid of gaat de volgende dag alsnog mee, eventueel geactualiseerd. In dat laatste geval dient de redacteur te controleren of de gebruikte tijdsaanduidingen (vandaag, gisteren) kloppen. Sommige kranten geven om deze reden de voorkeur aan het gebruik van de naam van de dag(en).
Zie ook: over de rand vallen; plankstuk.

overvloeier
Zie: cross fade.

overzicht shot
Beeldopname van een totale situatie bij een reportage of een studio-opname.

Zie ook: totaalshot.

OVJ
Onafhankelijke Vereniging van Journalisten. Gelieerd aan de Unie BHLP-centrale van middelbaar personeel. Zeer kleine beroepsvereniging.

ozalid
Copyproofprint van zetsel en van opgemaakte pagina’s.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.