Lexicon

Ieder vak heeft zijn jargon: vaktaal die door de beoefenaren wordt gesproken en begrepen. Dit lexicon bevat de vaktaal van journalisten. Bij de selectie van de lemma’s heb ik mij beperkt tot de termen die door het overgrote deel van de collega’s worden gebruikt. Wanneer ze mij ter ore kwamen, heb ik een enkele keer ook aardige uitdrukkingen opgenomen, die minder courant zijn. Bij verschil van mening over de betekenis van een term, bijvoorbeeld streamer, is dit aangegeven.
Behalve termen uit de journalistiek zijn ook enkele uitdrukkingen opgenomen uit randgebieden als voorlichting, reclame, marketing en public-relations, die journalisten wel eens tegenkomen. Hetzelfde geldt voor personen, programma’s, periodieken en historische begrippen.
De basis voor dit lexicon werd vele jaren geleden gelegd, waardoor sommige lemma’s zwaar verouderd zijn en schreeuwen om geactualiseerd te worden. Dat gaat ook gebeuren, maar ik kan geen ijzer met handen breken: dat is een tijdrovend karwei.
Alhoewel volledigheid en nauwkeurigheid het streven was, ben ik mij ervan bewust dat lezers wellicht  lacunes en fouten zullen ontdekken. Geen kritischer publiek immers dan (aspirant-)journalisten. Ik nodig hen gaarne uit te reageren.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.