Hoofdstuk 3 Uitwerking vragen en opdrachten

2.8 Een goede interviewer 

Scherp instinct
De interviewer gaat ervan uit dat Frénk een goede interviewer is én dat Frénk zichzelf ook als een goede interviewer beschouwt. Eigenlijk hoort aan deze vraag de vraag ‘Vind jij jezelf een goede interviewer’ vooraf te gaan. Vergelijk ook de volgende passage in paragraaf 2.8 van het boek: ‘Wie vind jij goede interviewers?’ vraagt Thomas van den Bergh aan interviewer Jeroen Pauw. ‘Moeilijk’, antwoordt hij. ‘Er zijn eigenlijk geen interviewers die ik altijd goed vind. Er zijn interviewers die soms goed zijn, er zijn er die nooit goed zijn, maar er is niemand die altijd goed is.’ 

2.8 Een goede interviewer, 4.5.1 Doorvragen 

Vastslaan en strakhouden
Vastslaan en strakhouden is de titel van een boekje over de hengelsport en dat doet Clairy in dit interview.

1 Het interview is een fraai voorbeeld van een trechter, waarin ze geleidelijk Cohen, die het zichtbaar moeilijk heeft, in de hoek duwt. Lees nog eens paragraaf 4.3.4 hoe zo’n trechter werkt.
2 Clairy luistert goed blijkens ‘een belangrijke gezichtsbepalende wethouder, zegt u zelf’ en ‘U hebt het geprobeerd, zegt u’.
3 Ze kent vroegere uitspraken van hem, zoals ‘U bent de man van de boel bij elkaar houden’.
4 Ze is vasthoudend en blijft doorvragen. Wanneer Cohen de eerste vraag ontwijkend beantwoordt, stelt ze hem nog een keer, maar nu iets scherper geformuleerd.
5 Ze vraagt door op vage antwoorden: ‘Met mensen bezig geweest?’ Dit is ook een mooi voorbeeld van papegaaien.
6 Ze onderbreekt de trechter en komt er na een algemeen gesprek over de dreigende overheidsbezuinigingen op terug, want nog steeds is niet duidelijk of Cohen heeft geprobeerd de PvdA-wethouder te behouden.
7  Met een prachtige uitsmijter beëindigt ze de martelgang van Cohen, want anders kunnen we het niet noemen. Gelukkig stopt ze dan  – de conclusie is trouwens wel duidelijk  – en doorgaan zou werkelijk tot lynchjournalistiek (zie pagina 343 in het boek) hebben geleid.

3.3 Research, 4.3.1 Soorten interviewvragen 

Dalrymple
1 Dit is wel een erg voor de hand liggende vraag en eentje die je ook kan stellen zonder het boek of eerdere boeken van Dalrymple te hebben gelezen. Dat geldt ook voor vraag 2.
3, 4 Deze vragen zijn van een betere kwaliteit. Uit vraag 4 zou je kunnen concluderen dat de interviewster zijn cv heeft bestudeerd.
5 Maar vraag 5 is daarmee weer in strijd, want dan had de interviewster geweten dat zijn oom en broer priester waren.  

3.4.2 Locatie, 4.2 Gespreksintroductie 

Een stroef begin
Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een interview in het begin stroef loopt. Als interviewer heb je daar niet altijd greep op. Dit interview ging niet over haar werk maar over haar ontwikkeling van een ‘over-inflated ego’, die bulkte van het geld maar niet gelukkig was, tot een persoon die via meditatie tot zelfinzicht komt. Gezien de aard van het interview is de locatie nogal ongelukkig: een zakelijke vergaderzaal. Dat is nu niet een ruimte die uitnodigt tot een vertrouwelijk gesprek.

Hoe de interviewer heeft gereageerd op haar teruggetrokken en zwijgzame houding, vermeldt het artikel niet. Je kunt in zo’n geval twee dingen doen: negeren of erover metacommuniceren, dus iets zeggen in de trant van: u praat liever niet over uw kindertijd hè? of: Zullen we het over iets anders hebben? Maar zo’n opmerking kan ook verkeerd vallen en als een aanval worden beschouwd.
Zie ook de paragrafen in het boek over gespreksleiding, en report en command.

4.2.1 De eerste indruk, zitplaats

Naast elkaar op de bank
Gezien het doel van het interview, een ‘gezellig’ portret schetsen van Laura, maakte de interviewster terecht geen bezwaar tegen de bank. Maar naast elkaar op de bank heeft wel twee nadelen: je moet telkens je hoofd draaien om de ander te kunnen aankijken en het is lastig aantekeningen te maken als je met een bloknote werkt. Door het initiatief aan de geïnterviewde te laten, geeft de interviewster bovendien de gespreksleiding uit handen.

Dat aankijken is een belangrijk onderdeel van het interviewproces, want je kunt er een non-verbaal signaal mee afgeven: verbazing, instemming, onbegrip enzovoort. Lees paragraaf 4.7.1 nog eens na over non-verbale communicatie. Daar schrijven we: ‘Door middel van je gezichtsuitdrukking, oogcontact en lichaamshouding zend je een boodschap uit. Blikken regelen wie aan het woord mag zijn. Door de geïnterviewde even aan te kijken, te knikken enzovoort laat je hem weten: gaat u door, dat is interessant. Wegkijken, met je pen spelen, onderuitzakken heeft het tegenovergestelde effect.’

4.3 Vragen stellen

Kee Chatametikool
1 De interviewer geeft een voorbeeldantwoord. De vraag had moeten luiden: Do you think editing and montage make cinema unique, or at least different from other art?

2 De vraag begint met een stelling. Het zou interessant zijn de mening van de geïnterviewde daarover te vernemen alvorens te vragen of hij een actiefilm zou kunnen monteren.
3 Een typische of-vraag die het risico inhoudt dat andere antwoordmogelijkheden worden afgesneden. In dit geval gebeurt dat gelukkig niet. De geïnterviewde negeert de twee gegeven mogelijkheden: ‘Primarily, I think it is emotion.’ Niettemin is een betere vraag: What is the most important thing to you when you make each editing decision?, om daarna eventueel door te vragen naar andere aspecten.

Stella McCartney
Drie meervoudige vragen op een rij en ook nog eens of-vragen. Bovendien zijn het erg lange vragen, die in het algemeen worden afgeraden. De vragen doen nogal wijsneuzerig aan, alsof de interviewster wil demonstreren: kijk eens hoe goed ik op de hoogte ben.

Het is de vraag of dit de vragen zijn, die ook bij de lezers(essen) van Muse leven. De interviewster maakt dezelfde fout die andere gespecialiseerde interviewers wel vaker maken: ze weten zoveel van het onderwerp dat ze niet meer communiceren met hun lezers(essen).
Een minpuntje is ook, maar dit blijkt uit de rest van het artikel, dat in het artikel zegge en schrijve één regeltje wordt gewijd aan de winkel. Over Stella’s veganisme wordt één korte vraag gesteld, die een weinig informatief antwoord oplevert.
Voor of-vragen zie subparagraaf 4.3.1, punt 3 in het boek; meervoudige vragen 4.3.3; korte vragen 4.3.3 en bij Larry King in de Kleine encyclopedie van interviewers.

4.3.1 Soorten interviewvragen

Uitgesproken
Een typisch voorbeeld van een leading question. Beter is: Wil je weer terug naar Nederland?, alhoewel ook daarin een zekere sturing zit. Of: Waar woon je liever: in Irak of in Nederland? De interviewer vergeet overigens ook door te vragen, zoals: hoe kan het dat de jongste jongens hun moedertaal zo slecht beheersen dat ze nu niet meer naar school kunnen?

4.4 Antwoorden beoordelen

Vooroordelen over kathoeys
Weten we nu of Baramee vindt dat mensen minder bevooroordeeld zijn over kathoeys? Nee, die vraag beantwoordt ze niet. Ze geeft eigenlijk antwoord op de vraag: Wat doe je als mensen je gedrag afwijzen? Een andere vraag beantwoorden dan de gestelde noemen we in subparagraaf 4.4.3 een cognitieswitch.

4.4.3 Relevantie 

Ramsey Nasr
Ramsey Nasr geeft geen antwoord op de vraag, want het simpele ‘Ja’ kun je nauwelijks als een antwoord beschouwen. De interviewer had moeten doorvragen naar de verschillen. 

4.5.1 Doorvragen 

Arie Boomsma
De interviewer vraagt niet door. Hij zou bijvoorbeeld kunnen vragen: En wat ben je te weten gekomen over Niehe? Of: Lukte het door die façade heen te breken? 

De droom van Thaksin
Nadat Thaksin heeft gezegd geen ambitie te hebben om het land weer te leiden, vraagt interviewer Zoe Daniel: ‘So never, never would you come back and be prime minister again?’

Thaksin: ‘If it’s not extremely necessary for me, for the benefit of the country. If not, I will not go.’
Daniel: ‘Why would it be necessary for you?’
Thaksin: ‘If the country needs me because of some situation, that I can be a solution, I will. If not, please, I don’t want to.’
Je ziet in deze passage dat je nooit tevreden moet zijn met een gegeven antwoord, zeker als het gegeven wordt door een politicus. Doorvragen is het devies van een goede interviewer, en dat doet Daniel, zodat we nu weten dat Thaksin de mogelijkheid van terugkeer in het pluche openlaat.

4.8 Gesprek leiden 

Oh oh Cherso
Boos worden, weglopen, zwijgen zijn slechte reacties. Robert speelde de bal terug met de wedervraag: ‘Wat deed jíj toen je jong was?’ Een prima reactie, want de angel is dan gelijk uit de vraag. Je moet er maar opkomen. 

Vervolgopdracht
Hoe zou jij reageren op die wedervraag? Vergelijk wat wij in paragraaf 4.8 schrijven over de drie manieren van reageren: aanvaarden, negeren of verwerpen. Hoe kun je als interviewer de leiding over het gesprek behouden? 

5.3.3 Gesimuleerd spreektaal 

Brainpower
Dit citaat is wel erg gelikt. Van gesproken taal is schrijftaal gemaakt. In dit soort volzinnen spreekt een geïnterviewde niet.

5.3.4 Nauwkeurigheid van het citaat

Hardnekkig verkeerde citaten
1 Klopt, dat heeft hij gezegd.

2 Dit zou hij gezegd hebben nadat per abuis een necro van hem was gepubliceerd, maar een necro was helemaal niet gepubliceerd. Hij kreeg bezoek van een journalist die op geruchten afging dat hij ernstig ziek was. Twain vermeldde het incident later in de New York Journal. Hij schreef: ‘The report of my death was an exaggeration’.
3 Bette Davis zei dit inderdaad, toen geruchten in Hollywood de ronde deden dat ze was overleden. Kranten verschenen toen niet vanwege een industrieel conflict.
4 Greta Garbo hechtte aan haar privacy en zocht zelden de publiciteit, maar ze zei het niet. Ze zei: I want to be left alone.
5 Een van de meest bekende citaten, maar die quote komt in de film niet in deze vorm voor. Wel zegt Ingrid Bergmann: ‘Play it Sam, play As Time Goes By.’ En later zegt Humphrey Bogart: ‘You played it for her, you can play it for me.’
6 Ook al zo’n bekende quote. In de film wijst Jane naar zichzelf en zegt ‘Jane’ waarna Tarzan naar zichzelf wijst en ‘Tarzan’ zegt.
7 Het citaat dat het dichtsbij komt, luidt: ‘Excellent’, I cried. ‘Elementary’, said he.
8 Churchill zei het nooit, maar hij vertelde zijn secretaresse dat hij het wel graag had willen zeggen.
9 Nee, dat zei ze niet.
10 Dit antwoordde Marilyn op de vraag of ze naakt had geposeerd voor een kalender.

6.2 Politici 

Antwoord van 10 minuten
Politici en in dit geval een oud-policus zijn niet de gemakkelijkste personen om te interviewen. De vraag is: interrumperen of uit laten praten? Interrumperen heeft als risico dat je wellicht belangrijke informatie mist; bovendien komt het de gespreksambiance niet ten goede. Uit laten praten heeft als risico dat je kostbare tijd kwijt bent, wat vooral vervelend is als de beschikbare tijd beperkt is. De keuze hangt ook af van de ‘breedte’ van het gespreksonderwerp. Dit interview ging uitsluitend over de handelsbetrekkingen tussen beide landen en toerisme en misschien was er alle tijd voor interview, dus uit laten praten was beslist niet verkeerd. 

6.5 Onwillige geïnterviewden 

Interview loopt uit de hand
Een interview is geen gevecht. het heeft primair tot doel informatie te verzamelen. Uiteraard is het niet verboden confronterende vragen te stellen of door te vragen, maar wanneer als gevolg daarvan de geïnterviewde geïrriteerd raakt, nukkig doet of in de tegenaanval gaat, mislukt het interview. Als dat dreigt, dient de interviewer zijn aanpak te wijzigen: van confronterend naar harmonisch.

Nu was in dit geval meer aan de hand. Enait had voor de uitzending met Pauw gesproken, die hem had verteld niet in de multiculturele samenleving te geloven. De advocaat had dus zijn messen al geslepen voordat hij aan tafel plaatsnam. Bovendien had hij al eens eerder een fikse aanvaring met Clairy Polak gehad in het programma Nova.
Een criterium voor een goed interview is de informatieve waarde van het gebodene: wat weet ik na het interview dat ik voordien niet wist? Het interview met Enait leverde spektakel op; niet meer dan dat. 

6.14 Anonieme bronnen 

Geen toestemming om met de pers te praten
Het gebruik van anonieme bronnen vereist grote zorgvuldigheid. De betrokkenen staan weliswaar niet met hun naam in de krant, maar aan de hand van de vermelde details kunnen de desbetreffende antikraakbureaus gemakkelijk nagaan wie uit de school heeft geklapt. Slechte beurt voor NRC, maar de krant bestrijdt dat.

In een e-mail schrijft adjunct-hoofdredacteur Hans Steketee: ‘Het is inderdaad mogelijk dat antikraakbureaus de identiteit van de anoniem opgevoerde mensen uit het stuk ‘Wonen met wildwestpraktijken’ van 6 november kunnen achterhalen. Als de geïnterviewden dat tot elke prijs hadden willen voorkomen, hadden ze niet met onze journalisten moeten praten.
Onze regels daarover zijn glashelder. Ons Stijlboek schrijft: ‘Het achterhouden van de identiteit van een bron is alleen toegestaan indien de bron ernstige beroepsmatige of fysieke schade zou kunnen oplopen bij het bekend worden van zijn naam (zoals ontslag of bedreiging met geweld). De krant moet met de grootste terughoudendheid van dit middel gebruik maken. Want verificatie wordt erdoor belemmerd en manipulatie van de verslaggever wordt makkelijker.’ Dit is zo’n geval. De krant is zo zorgvuldig mogelijk geweest. Een eventueel verzoek om meer details weg te laten, zoals een locatie, zouden we sowieso niet hebben ingewilligd omdat het stuk dan volstrekt willekeurig zou zijn geworden. De geïnterviewden hebben de risico’s afgewogen en hiermee ingestemd.’ 

7.1 Macht en invloed van de media 

 Verdonk: Ik kwam niet aan de beurt
Verdonk overschat de invloed van de media. Een historisch voorbeeld is het Algemeen Ouderen Verbond dat bij de kamerverkiezingen van 1994 zes zetels in de wacht sleepte. Toch hadden de media nauwelijks aandacht aan de partij besteed. Verklaring? De plaatselijke afdelingen beschikten over eigen clubblaadjes waarin ze hun leden opriepen op het AOV te stemmen. Dus soms heb je de landelijke media helemaal niet nodig om stemmen te trekken. Overigens viel de AOV-fractie al snel uiteen door onderling geruzie. 

7.3 Contact met de media
Enkele suggesties:

- Als u nou zo hier bent, staat u dan wat steviger in uw schoenen, nu u uh een spindoctor heeft.
‘Ja.’ 

* Ik zou een kort antwoord geven. Journalisten weten daar nooit raad mee. Zie bijvoorbeeld wat Wouke Scherrenburg daarover zegt in paragraaf 2.6.1 (boek), geciteerd door Gerrit Zalm. 

- U heeft een nieuwe spindoctor.
‘Inderdaad, alhoewel ik hem liever media-adviseur zou willen noemen.’ 

Vogelaar draait zich om. Van Castricum loopt achter haar aan.
* Nooit weglopen. Blijven staan en de interviewer recht in de ogen kijken. 

- Ik vroeg me namelijk vooral af of u dat niet als gênant ervaart dat u als minister een spindoctor nodig heeft.
‘Nee, waarom zou ik. Istha is een professional. Ieder zijn vak. Ja toch? U heeft toch ook een cameraman nodig.’ 

* Niet boos worden over suggestieve vragen. Gewoon zakelijk beantwoorden. Een goede taktiek is ook om de bal terug te spelen en een wedervraag te stellen.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.