En zoo gaat alles z’n gangetje…

Volgens Jan Blokker lezen journalisten geen boeken en gaan ze nooit naar concerten. Hun niveau is te laag. Op de School voor Journalistiek, zegt hij, zitten ‘laag-voorhoofdige mulo-scholieren’. Hij geeft de voorkeur aan een doctorandus. Een doctorandus leest wel boeken en gaat ook naar concerten. (NRC Handelsblad, 12-10-1991)

Volgens Jan Blokker zijn docenten aan de School voor Journalistiek ‘niet de besten’. Er zouden journalisten als Henk Hofland moeten werken. Maar dat willen ze volgens Jan Blokker niet, want ‘de besten willen allemaal in de praktijk werken’. (Toestand 461)

Volgens Marten Brouwer uit Amsterdam is Jan Blokker ‘een nationale clown’, volgens Cor Nijmeijer uit Dronten ‘typisch een exponent van het arrogante Randstad-denken’ en volgens F. de Goede uit Amsterdam verkoopt hij ‘columnistenwijsheden als wetenschap’. (NRC Handelsblad, 19-10-1991)

Of Marc Belinfante, die Blokker voor Toestand interviewde, ‘dom’ is, zullen we nooit te weten komen, want op de die vraag gaf Blokker geen antwoord. Of Blokker ‘dom’ is, zullen we nooit te weten komen, want daarover laat Marc zich niet uit. Wat Blokker van mij vindt, weet ik niet, want hij kent me niet. Wat ik van Blokker vind, schrijf ik niet, want ik heb hem nog nooit gesproken.

Jan Blokker heeft een hoog voorhoofd, dat kan ik op de foto zien. Maar of hij op de mulo heeft gezeten, weet ik niet, want daarover heb ik nergens iets gelezen. Of ik op de mulo heb gezeten, weet ik wel. Of Marc op de mulo heeft gezeten, schrijft hij niet, en het interesseert me ook niet.

Of H. d’Ancona in de gaten had, dat speciaal voor haar een cateringbedrijf was gehuurd en in de hal van de school palmen en plantenbakken waren neergezet, weet ik niet. Want ik heb het haar niet gevraagd. Of Blokker D’Ancona dom vindt, en vice versa, weet ik niet, want daarover heb ik nog nooit iets gelezen.

En zoo gaat alles z’n gangetje en wee hem die vraagt: Waarom? (Titaantjes, Nescio, 1914)

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.