Jo-de-la-hi-ti

O, die hemelse Uithof. Elke ochtend vecht ik mij jodelend naar binnen in bus 11 of 12, de knopen van mijn jas verliezend.
Ik laat mij in de bus, gelijk een tosti in een tosti-ijzer, verwarmen tussen een studente, gehuld in een dwangbuis van HEMA eau de toilette, en een pokdalige student, die zijn vetpuistjes staat uit te knijpen.
Ik neem de marmeren trappen van het faculteitsgebouw met twee treden tegelijk om daar mijn favoriete receptioniste (een van de zes) zwierig te begroeten.
Ik vul met een vlotte pen formulier A in, waarop ik voor de volgende les zes extra stoelen aanvraag; formulier B (toestemming voor het uitnodigen van een gastdocent) en formulier C (beamer met afstandsbediening).
Ik pak met een geroutineerd gebaar mijn pieper-de-piep uit de oplaadkast en clip Big Brother met een even geroutineerd gebaar aan mijn riem.
Ik dans pirouettes draaiend door het immense complex op weg naar lokaal ZR 4.001 (vleugel zuid-rechts, vierde verdieping, lokaal 1), waar de zon al ondeugend naar binnen schijnt.
Ik heet alle studenten enthousiast welkom en prijs hen uitbundig dat ze allemaal op tijd zijn gekomen, hun ‘papers’ op tijd hebben ingeleverd en hun ‘lockers’, die ik als mentor heb moeten controleren, zo netjes houden.
Ik leg met behulp van whiteboard, overheadprojector en videobeam mijn studenten gedreven uit dat ‘in de moderne journalistiek nieuws steeds meer amusement wordt’. ‘Dat noemen we infotainement, beste jongens en meisjes.’
Ik laat mij de pittige koffie goed smaken uit het computergestuurde koffieapparaat van Douwe Egberts, dat werkt op een chip-card die dagelijks tussen 11 en 11.45 uur te bekomen is bij de balie in het Centrale Gebouw.
Ik verbreed mijn horizon, leg dwarsverbanden en verdiep mij professioneel dankzij al die spontane ontmoetingen in de gang met collega’s van de FSAO, FGO, WAO en ABC.
Ik converseer, integreer en epibreer tijdens de interfaculteitsborrel op de derde vrijdag van elke maand met studenten uit alle windstreken.
Ik bezoek het boeiende Studium Generale over literaire journalistiek, wetenschapsjournalistiek, metaphysica der journalistiek en journalistiek op weg naar het jaar 3000.
Ik publiceer doorwrochte analyses, verkenningen, notities, praatstukken, nota’s, beslispapieren, schetsen en visies teneinde ‘het vak’ op een hoger plan te brengen.
Ik verheug mij op het ergonomisch verantwoord bedrijfsrestaurant, geschilderd in pasteltinten, met achter de counter propere dames (petjes op het hoofd vanwege de hygiëne), waar op vrijdag nasi goreng op het menu staat.
Ik voel liters water in mijn mond lopen bij de gedachte aan de nasi uit blik, in plakken gesneden, opgewarmd in een magnetron, versierd met een schijfje augurk en een zilveruitje, op een voorverwarmd faculteitsbord met design-logo.
Zo’n droomfabriek van FSAO’ers, FGO’ers en FJCO’ers mag natuurlijk niet gewoon faculteit of school heten. Deze intellectuele broedplaats verdient een betere naam.
Ik stel voor: hogescholerie.

  1. No comments yet.

  1. No trackbacks yet.