Tino Kuis

Paspoort van Tino Kuis:
Tino Kuis (70) woont sinds 1999 in Thailand. Na zijn opleiding tot arts in Groningen werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. De laatste tien jaar daarvan verdeelde hij zijn tijd tussen het huisartsenwerk en de huisartsenopleiding aan de Erasmus Universiteit. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Hij scheidde twee jaar geleden van zijn Thaise vrouw en woont nu met zijn zoon Anoerak (14) in Chiang Mai. Zijn interesse gaat uit naar de Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

Over de pagina Tino Kuis:
Op deze pagina zijn Tino’s voorgaande verhalen gebundeld. Zijn laatste verhaal staat op de pagina Tino Kuis (nieuw), te vinden in het rolmenu onder het vakje Thailand in de zwarte menubalk.


 

Sarit Thanarat

Veldmaarschalk Sarit Thanarat

en de twee verschillende visies op democratie in Thailand

Het dagblad The Nation citeerde op 21 augustus 2014 voormalig oppositieleider Abhisit Vejjajiva (Democraten):

‘De coup van 22 mei is heel verschillend van die van 2006 of 1992. Deze door Prayut geleide coup lijkt meer op die van veldmaarschalk Sarit Thanarat die na de coup van 1957 als premier diende.’

Anderen hebben diezelfde vergelijking tussen Prayut en Sarit gemaakt. Maar wie was Sarit dan wel en waar stond hij voor? En wat zegt deze vergelijking over de twee verschillende Thaise zienswijzen op democratie?

Korte biografie
Sarit werd geboren in 1908, groeide op in de Isaan, maakte carrière in het leger en werd in 1954 opperbevelhebber. Hij pleegde zijn eerste coup in september 1957 om Plaek Phibunsongkraam af te zetten die herkozen was na zeer betwiste verkiezingen. Hij bracht vervolgens een jaar door in de Verenigde Staten voor behandeling van een leveraandoening en keerde in september 1958 terug naar Thailand waar hij in oktober een nieuwe coup pleegde en de volledige macht in handen nam.

Hij beloofde een revolutie die de oude Thaise waarden van orde, harmonie en respect zou herstellen na het gekissebis en de wanorde van de voorafgaande gekozen regeringen. Hij herstelde het aanzien en vooral de invloed van het koningshuis, bestreedt het communisme, of wat daarvoor doorging, en knoopte hechte banden aan met de Verenigde Staten. Economische ontwikkeling was een speerpunt van zijn beleid. Hij overleed in 1963. Pas na zijn dood bleek de enorme corruptie waaraan hij zich schuldig had gemaakt.

Wat aan Sarit vooraf ging
Ananda MahidolDe revolutie in juni 1932 zetten de absolute monarchie om in een constitutionele monarchie. Ze werd uitgedacht en uitgevoerd door de burger Pridi Phanomyong (Pridi) en de militair Plaek Phibunsongkhraam (Phibun) als leiders van de ‘Volkspartij’ met een twintigtal anderen waarvan de meesten waren opgeleid in het Westen.

In 1934 deed koning Prajadhipok (Rama VII) afstand van de troon. Zijn opvolger was zijn 10-jarige neef Ananda Mahidol (foto) die met zijn jongere broer Bhumibol en hun moeder in Lausanne woonden.

Tijdens een bezoek aan Thailand in 1946 werd koning Ananda onder mysterieuze omstandigheden dood aangetroffen in zijn slaapkamer met een schotwond in zijn hoofd. Hij werd opgevolgd door Bhumibol Adulyadej, de huidige vorst.

In de periode 1932 tot 1957 werd Thailand geregeerd door meest militaire groepen afgewisseld met korte perioden van een burgerlijke democratie. In 1947 verjoeg Phibun na een staatsgreep Pridi met de beschuldiging betrokken te zijn geweest bij de dood van Ananda en het uitdragen van communistische sympathieën. De royalisten probeerden de invloed van het koningshuis te herstellen, aanvankelijk met weinig succes.

Phibun regeerde tot 1957. Hij slaagde erin de rol van de koning te beperken maar kreeg op andere gebieden steeds meer tegenwind. De steeds chaotischer strijd tussen de militaire, de democratische en de royalistische facties leidden tot de staatsgreep van Sarit in 1957. Phibun vluchtte naar Japan.

Sarit vertrok naar de Verenigde Staten voor een behandeling van zijn levercirrose door overmatig alcoholgebruik en pleegde na zijn terugkeer in Thailand in oktober 1958 een tweede coup.

Sarit’s bewind, 1958-1963
Zoals bij de meeste coups werd ogenblikkelijk een staat van beleg uitgeroepen. Sarit zette de grondwet opzij, verbood politieke partijen en vakbonden en stelde een strikte censuur in. Hij zette parlementsleden gevangen terwijl sommigen werden vermoord.

Sarit Thanarat portretEchte communisten waren zeldzaam in Thailand maar onder die vlag werden honderden linkse en neutrale intellectuelen en schrijvers gevangen bezet, onder wie Jit Phumisak (wel een Marxist) en Kulap Saipradit. Zij werden vaak zonder aanklacht of proces opgesloten in een vijftal kampen verspreid over Thailand.

Sarit legitimeerde zijn coup door te wijzen op de politieke chaos van de voorgaande jaren en het verlangen naar het herstel van de oude Thaise waarden van orde, harmonie en eenheid. De toestemming van de koning achteraf voor de coup werd prominent ten toon gesteld.

‘Pattana’ (ontwikkeling) was het devies van de regering. De Amerikanen, die Sarit aanvankelijk maar een onbeduidende dronkenlap vonden, reageerden enthousiast vooral over de strikt anti-communistische houding van Sarit en zijn volledig volgen van de Amerikaanse politieke wensen. Zij stelden, samen met de Wereldbank, een economisch plan op dat vrije marktwerking en particuliere investeringen ondersteunde. Infrastructuur als wegen, elektriciteit en scholen werden verbeterd. Democratie moest nog even wachten.

Sarit’s bewind toverde Thailand geleidelijk om tot een Amerikaanse militaire basis. De financiële hulp voor de economie, maar ook en vooral voor de militairen, nam jaarlijks toe. Amerika speelde ook onder de vlag van USIS (United States Information Service) een belangrijke rol bij de alom aanwezige propaganda van het regime. Deze economische politiek was redelijk succesvol en was, naast het herstel van orde en vrede, een belangrijke reden waarom Sarit nog vaak wordt geprezen.

De militaire en civiele machthebbers vóór Sarit probeerden de invloed van het koningshuis te beperken hoewel ze niet naar een republiek streefden. Sarit gooide het over een andere boeg. Hij zorgde ervoor dat de eer, het charisma en de invloed van de monarchie werden hersteld. Men sprak over het Triumviraat: Sarit, de monarchie en de Amerikanen. Een onverslaanbare combinatie.

De Sangha wet van 1962 bond het boeddhistische monnikendom nog sterker aan de staat; zij werd in wezen een verlengstuk daarvan.

Sarit legde sterk de nadruk op khwaamriaproy (orde en properheid). De samloh’s (fietstaxi) werden verboden, hooligans naar opvoedingskampen gestuurd en prostituees opgepakt. Sarit bestreed intensief de opiumhandel waar hij vóór 1957 als opperbevelhebber intensief bij was betrokken. Hij executeerde persoonlijk en ter plekke brandstichters en vermeende communisten.

Sarit presenteerde zich als man van het volk, als rechtsschapen vader. Eén van zijn eerste bevelen gold het omlaag brengen van de prijs van ijskoffie van 70 naar 50 satang hetgeen de verkopers ondermijnden door kleinere bekers en meer ijs te gebruiken.

Zijn bewind was gebaseerd op traditionele opvattingen over paternalisme, zoals de vroegere absolute monarchie, maar was daarnaast ook duidelijk despotisch in zijn beleid.

Sarit’s politieke denkwijze
Sarit was van mening dat Thailand’s politieke problemen veroorzaakt werden doordat westerse en liberale ideeën waren overgeplant naar een land dat er een totaal andere gedachtewereld op nahield. Een terugkeer naar oude Thaise waarden zou het land vooruit helpen, politiek maar vooral economisch. Bovendien waren de Thais nog niet politiek bewust. Zoals Asan Changklip daarover opmerkte in een Master Thesis (1971):

‘Thais willen in het algemeen niet deelnemen aaan het politieke proces.Ze willen alleen maar een leider met khuntham (morele verantwoordelijkheid) en bekwaamheid. Een meerderheid van de bevolking meent dat de regeringsmacht toebehoort aan de monarch die aangeboren intellectuele en morele gaven bezit en aan de chao nai (meesters, heersers) die wassana (verdienste) hebben. De sociale kloof tussen de heersers en de onderdanen in absoluut…en deze twee klassen zullen nimmer elkaars gelijken zijn.’

Sarit en zijn regering (de ‘Revolutionaire Raad’ genoemd) brachten deze gedachtegang in praktijk door de nadruk te leggen op op politieke stabiliteit, juist sociaal gedrag en een sterke uitvoerende macht die de volkswil vertegenwoordigde en nationale ontwikkeling bevorderde.

De bevolking bestond uit de rattabaan (de regering), de kharachakaan (de bureaucratie) en de prachachon (de rest van de bevolking).

De praktische uitwerking van deze opvatting wordt het paternalisme genoemd. Sarit benadrukte steeds dat hij als leider een vader was met als de onderdanen zijn kinderen. Dat gold op elk niveau: van de leider van het land tot en met de leider van het gezin. Sarit was een phôkhun, een rechtschapen vader. Hij zorgde goed voor zijn kinderen als zijn kinderen deden wat hij wilde.

Iedereen moest zijn plaats kennen en sociale mobiliteit moest worden beperkt want dat zou tot een uiteenvallen van de traditionele instellingen leiden. Dat is de paradox: de ontwikkeling die Sarit in gang had gezet zou een nieuwe sociale orde in het leven roepen die uiteindelijk zou uitmonden in de volksopstand van oktober 1973.

De gebeurtenissen na Sarit’s overlijden in 1963
Pas na zijn overlijden kwam d corruptie van Sarit naar voren. Een publiekelijk uitgevochten strijd tussen zijn wettige echtgenote en zijn kinderen over zijn erfenis maakte duidelijk dat Sarit een kapitaal van 100 miljoen dollar had vergaard (misschien 1 miljard dollar in huidige geldwaarde). Smeuïge verhalen over zijn honderd mia noi’s (maîtressen), ieder voorzien van een huis, land en vervoer, deden de ronde. Voor velen was dat een extra reden om Sarit te bewonderen.

Prayuth wijst met zijn vingerConclusie: de twee soorten ‘democratie’
Sinds de revolutie van 1932 kent Thailand twee zeer tegengestelde en onverenigbare visies op de Thaise staat en de rol van democratie daarin. Ze worden beide prachathípatai (democratie), genoemd waarin pracha ‘volk’ betekent en (o)thípatai ‘macht of soevereiniteit’ maar verschillen dramatisch.

De ene visie vindt dat Thailand moet worden geregeerd door ‘de goede mensen’. Het is de royalistische visie die hiërarchie benadrukt. Men spreekt ook wel van een ‘Thai-style Democratie’ of ‘Democratie met de Koning als Staatshoofd’. Sarit Thanarat, Suthep Thauksuban en Prayut Chan-o-cha (coupleider en huidig premier, foto) zijn aanhangers van deze visie. Ook de militairen in het algemeen hebben deze opvatting bijna altijd onderschreven. Buiten Thailand wordt dit ‘aristocratie’ genoemd.

De andere visie is meer gericht op de bevolking in het algemeen en benadrukt de essentiële gelijkheid van alle burgers tegenover de staat met een representatieve democratie als gevolg. Pridi Phanomyong, Chuan Leekpai en Yingluck Shinawatra onderschrijven deze opvatting.

Deze twee benaderingen hebben ook een historische en regionale component. Het Noorden en Noordoosten gingen pas aan het eind van de negentiende eeuw, en niet zonder tegenstand, deel uitmaken van de Thaise staat. Deze twee gebieden volgen in meerderheid de visie van Pridi: de gelijkheid van alle burgers tegenover de staat.

De hiërarchische visie zien we meer zien in Bangkok, de Centrale Vlakte en het Zuiden waar de Thaise staat een langere traditie heeft. Als het woord ‘democratie’ in Thailand valt, moeten we dus allereerst nagaan welke van deze twee opvattingen wordt bedoeld.

Het is de strijd tussen deze twee zienswijzen over ‘democratie’ die heeft geleid tot de vicieuze cyclus van de vele coups, militaire regeringen, nieuwe grondwetten, volksopstanden en meestal kortdurende democratische perioden.

De grondwet die nu in de steigers staat, is een kruising van deze twee visies: een gekozen parlement maar met angstig om zich heen kijkende leden die in de gaten worden gehouden en worden overschaduwd door een machtige benoemde senaat en twaalf zogenaamd onafhankelijke instellingen. Dit parlement zal niet soeverein zijn, want het wordt op vele manieren beperkt in zijn macht. Sommigen noemen het de ‘baby-sitter’ of de ‘father-knows-best’ grondwet.

Daarbij komt nog dat de strijd tussen de twee opvattingen in het verleden beperkt bleef tot betrekkelijk kleine groeperingen binnen de Thaise samenleving, terwijl de strijd nu als het ware is genationaliseerd: iedereen doet er in meer of mindere mate aan mee.

Het is de moeder van alle conflicten: politiek maar vooral ideologisch geladen. Deze twee visies zijn niet te verzoenen zoals we zien rond het gehakketak over het ontwerp van de nieuwe grondwet. Thailand zal, liefst vreedzaam, moeten besluiten met welke visie ze verder wil, die van Pridi of die van Prayut. Anders is een revolutie onontkoombaar. (9 juni 2015)

Foto: Sarit Tanarat bezoekt een markt in Khon Kaen (1961).

Bronnen
Thak Chaloemtiarana, Thailand, The Politics of Despotic Paternalisme, Silkworm Books, 2007

Paul M. Handley, The King Never Smiles, A Biography of Thailand’s Bhumibol Adulyadej, 2006

Phimmasone Michael Rattanasengchanh, Thailand’s Second Triumvirate: Sarit Thanarat and the military, King Bhumibol Adulyadej and the monarchy and the United States, 1957-1963, University of Washington, 2012 (Master Thesis)


 

Lim keerde nooit weerom
Op 7 augustus 1972 werd Lim Phaosen, onderwijzer in de provincie Phatthalung, meegenomen van zijn huis om nooit meer terug te keren. Lim verliet zijn huis die morgen om een school in een ander district te bezoeken. Een soldaat kwam naar hem vragen. Lim’s schoonmoeder, Kloy Ketsang, zei dat hij niet thuis was en vroeg de soldaat later terug te komen.

De soldaat vond Lim in het andere district en dwong hem mee naar huis te gaan, zijn sarong voor andere kleding te verwisselen en nam Lim toen mee naar een nabijgelegen legerkamp. Chaweewan, Lim’s acht-jarige dochter, en haar grootmoeder huilden en smeekten de soldaat mee te mogen naar het kamp wat werd geweigerd. Toen Lim’s vrouw, Khruawan, thuiskwam was ze zeer bezorgd. Maar de soldaat had Kloy en Chaweewan niet precies verteld waar hij Lim mee naar toe had genomen.

Chom Kaewpong, een man uit hetzelfde dorp, was ook opgepakt die dag maar werd een paar dagen later vrijgelaten. Hij vertelde dat hij Lim in het kamp had gezien. Khruawan haastte zich met zijn medicijnen naar het kamp maar de soldaten vertelden haar dat zij Lim niet hadden gearresteerd en dat hij niet in het kamp was.

Khruawan bezocht een aantal kampen en stadjes in de omtrek maar slaagde er niet in Lim te vinden. Tenslotte ontmoette ze een overlevende van het Thachiet kamp die haar vertelde dat Lim in een ‘thang daeng’ (rood olievat) was verbrand. Deze man vertelde ook dat Lim werd gedood omdat hij zich verzette tegen de corrupte plannen van een invloedrijk persoon die een contract had een school te bouwen.

Lim was al tien jaar een ambtenaar maar zijn vrouw Khruawan kreeg geen pensioen en niet eens zijn laatste salaris omdat er geen lijk was en geen overlijdensverklaring (getuigenis in Thairat dagblad, 7 februari 1975)

 

De geur van brandend mensenvlees

Staatsgeweld en straffeloosheid: de ‘Red Drum’ moorden in Phatthalung, 1969-1974

De strijd tegen het communisme in Thailand  tussen de jaren 1949 en 1980 ging gepaard met veel schendingen van de mensenrechten, executies, moordpartijen, gevangenisstraffen en verbanningen.  Een schrijnend en weinig bekend voorbeeld zijn de ‘Red Drum’ moorden in Phatthalung  waar naar schatting 3.000 personen op gruwelijke wijze werden omgebracht.

monument phatthalung murders Srinakarin dstrict

3000 vermeende communisten vermoord
Tussen 1969 en 1975 werden in de provincie Patthalung ongeveer 3.000 mensen, die er van verdacht werden communist te zijn, vermoord. Dat gebeurde door ze, levend maar soms half-bewusteloos, in olievaten te stoppen en te verbranden. Een olievat werd aan de onderkant voorzien van een rooster, iemand werd in het vat geplaatst en het geheel werd boven op een ander brandend olievat gezet.

Dat werd gedaan door soldaten in diverse kampen verspreid over de provincie zoals in Baan Kho Lung. Een plantage daar herbergde twee compagnieën soldaten uit de Senanarong barakken in Songkhla en de Ingkayuth Borihan barakken in Pattani.

‘Het was de politiek van de Thanom Kittikachorn regering om de communistische opstandelingen definitief te verjagen’, zegt een vroegere ‘special branche’ politieofficier.  Maar de regering gaf nooit aan wat dat ‘definitief’ betekende. Terwijl de soldaten verdachten in olievaten verbrandden, doodden andere soldaten hele gezinnen in Nakhorn Si Thammaraat en lieten de lijken gewoon liggen, voegt hij er aan toe. ‘De ondergeschikten voerden alleen orders uit. Vergissingen waren onvermijdelijk’.

De politie speelde ook een rol in de drastische onderdrukking, bevestigt hij. Inlichtingendiensten stuurden lijsten met namen van verdachte personen die dan werden gedood of naar het militaire kamp in Baan Kho Lung werden gestuurd.

De angst deed Fon vluchten
De onderdrukking door de politie en de militairen dreef duizenden dorpelingen in de armen van de vogelvrij verklaarde Communistische Partij. Fon Silamul, nu een Provinciale Statenlid, was er één van. Hij herinnert zich hoe angst hem deed vluchten naar de Phu Banthat bergrug nadat soldaten en politie de huizen van zijn familieleden hadden bezocht en alle mannen mee hadden genomen naar het Baan Kho Lung kamp.

Toen familieleden het kamp een paar dagen later bezochten werd hen verteld dat sommigen waren vrijgelaten en dat anderen dood waren. Niemand keerde meer naar huis terug.

Fon zegt dat hij zich geen enkele man, jong en oud, kan herinneren die nog woonde in de dorpen Baan Na, Lamsin, Khao Khram, Baan Tone, Baan Loh Kwai, Baan Lam Nai, Baan Na Wong, Baan Rai Nua en Baan Kongla nadat het nieuws zich verspreidde dat mensen verdacht van hulp aan de communisten levend verbrand werden.

De Communistische partij beloofde bescherming
‘Wat kunnen dorpelingen zoals wij doen wanneer we ingeklemd zitten tussen regeringsfunctionarissen en de Partij? Als we weigerden samen te werken met één van hen verkeerden we in groot gevaar.  De kant kiezen van de communisten leek nog de beste manier om te overleven nu de politie en de soldaten ons niet konden beschermen en alles een enorme knoeiboel was.’

Als mensen niet konden vertrouwen op regeringsfunctionarissen, wendden ze zich tot leden van de Communistische Partij die zich al negen jaar eerder, begin jaren zestig, in dat gebied had gevestigd. Ze beloofde de dorpelingen te beschermen tegen de wreedheden van de militairen en recht en orde te handhaven.

Zaken werden nog verergerd doordat dorpshoofden namen van mensen waarmee ze een verschil van mening hadden toevoegden aan de naamlijsten van verdachte communisten.

Toen aan Fon en andere dorpelingen werd gevraagd hoe ze wisten dat de gearresteerden levend werden verbrand in olievaten vertelden ze dat ze de hele avond het schreeuwen van de slachtoffers konden horen boven het geraas van de militaire trucks nadat verdachten naar het kamp waren gebracht.  De dorpelingen konden brandend menselijk vlees ruiken en ze zagen de rookpluimen opstijgen tegen de nachtelijke hemel.

‘In diezelfde tijd werden sommige arrestanten uit helikopters gegooid boven de Phu Banthad bergrug’, beweert Fon.

Op de vraag of ze ook bewijzen hadden van de massamoord zeiden Fon en andere dorpelingen dat ze schedels en botten hadden gevonden langs de Klong Muay, dicht bij het Baan Kho Lung kamp, nadat het kamp in 1975 was gesloten.  ‘Kinderen voetbalden met de schedels en ons werd verteld dat as en andere overblijfselen werden gedumpt in Lampham, een deel van Thlae Luang in Phatthalung’, voegt Fon er nog aan toe.

Duizenden studenten voegden zich bij de guerilla’s
De communistische opstand 1965-1983 had niet veel om het lijf. De angst voor het communisme, niet geheel onbegrijpelijk gezien de opmars in Laos en Vietnam, was veel groter dan het werkelijke gevaar.

In 1961 zouden kleine groepen Pathet Lao (de Laotiaanse communisten) in Noord-Thailand infiltreren. Ze rekruteerden er onder de vaak onderdrukte groepen, zoals de bergvolkeren. Mensen werden naar China gestuurd voor een opleiding. Pas in 1965 kwam het tot werkelijke gewelddadigheden toen guerillastrijders de veiligheidstroepen begonnen aan te vallen.

De meeste strijders zouden Vietnamezen en Laotianen zijn geweest, een grote aanhang onder de Thaise bevolking kreeg de beweging aanvankelijk niet. Dat veranderde na de gruwelijke massamoord op de Thammasaat Universiteit op 6 oktober 1976 toen duizenden studenten de ‘zuivering’ in Bangkok ontvluchtten en zich bij de guerilla’s voegden.

De meesten kampen lagen in het Noordoosten, enige in het Noorden en het Zuiden. Veel meer dan 6.000 mannen en vrouwen zullen er niet aan deelgenomen hebben, misschien waren er 3.000 gewapende strijders. Het Thaise leger heeft de opstandelingen kunnen isoleren maar de tienduizenden soldaten hebben de bases nooit kunnen veroveren.

Algehele amnestie
In 1980, toen de opstand al door interne verdeeldheid (strijd tussen de echte maoïsten die zich op China richtten en de meer nationalistische Thais) op zijn gat lag, kondigde premier Prem Tinsulanonda een algehele amnestie af. In 1983 was de opstand over. Veel ex-guerillastrijders bekleden tot heden belangrijke posities in beide politieke kampen en op de universiteiten.

‘Communist’ was in die jaren tussen 1965 en 1980 meer een scheldwoord voor iedereen die als staatsgevaarlijk werd gezien en daardoor de nationale veiligheid bedreigde dan een werkelijke betiteling. Communist was was iedere kritische persoon die zich niet neerlegde bij de militaire dictatoren als Sarit en Thanom. Sommigen werden standrechtelijk in het openbaar geëxecuteerd, velen verdwenen in de gevangenis of gingen in ballingschap.

De angst voor het communisme, aangewakkerd door de Amerikanen, nam ziekelijke vormen aan en leidde tot een reeks van mensenrechtenschendingen zoals de Phatthalung ‘Red Drum’ moorden en de slachting op de Thammasaat Universiteit, 6 oktober 1976. Uit pas ontdekte documenten blijkt dat de Amerikanen, die in die jaren Thailand gedeeltelijk koloniseerden, wisten van de gruwelijkheden.

Periode van grote vrijheid
Op 14 oktober 1973 maakte een volksopstand, begonnen door groepen studenten, een einde aan het  bewind van de ‘Drie Tirannen’: Veldmaarschalk Thanom, Veldmaarschalk Phrapat en en hun zoon en schoonzoon kolonel Narong. Er brak een periode van grote vrijheid aan. Verboden boeken werden weer uitgeven, verkocht en gretig gelezen. Er waren veel stakingen, boerenopstanden, discussies en een zekere chaos.

In de loop van 1975 kwamen rechts-extremistische groepen als de Village Scouts, de Red Gaurs en Nawapol, aangezet door de militairen en de politie, naar voren om ‘linkse’ groepen te bestrijden wat uiteindelijk leidde tot de massamoord op de Thammasaat Universiteit (6 oktober 1976), een staatsgreep en hernieuwde onderdrukking van elke vrijheid tot diep in de tachtiger jaren

Maar in begin zeventiger jaren, 1973-1975, trokken veel studenten het land in om mensen voor te lichten over hun rechten, over democratie en vrijheden en hen te helpen bij hun strijd.

Zo kwam het een groepje studentenactivisten, werkzaam in het Zuiden, ter ore dat er in de voorgaande jaren brute moorden waren gepleegd in Phatthalung en omgevende provincies. Het was Phinij Jarusombat, hoofd van de politieke vleugel van het National Student Center of Thailand (NSCT) en vierdejaars student rechten aan de Ramkhamhaeng Universiteit die de eerste berichten meenam naar Bangkok en aan de  NSCT voorlegde.

Zij zorgden ervoor dat overlevenden en getuigen werden meegenomen naar Bangkok waar een levendig openbaar debat plaats ontstond over de gebeurtenissen in Phatthalung. Dat was niet altijd gemakkelijk. Getuigen en actievoerders werden regelmatig bedreigd wat Abdulmanee Abdullah deed opmerken dat hij leefde in de anachak haeng khwaamklua, het Koninkrijk van Angst. Thais-talige dagbladen als Thai Rath, Prachathipatai (Democratie), Prachachaat en Siang Puangchon besteden er in de maanden februari en maart 1975 vrijwel dagelijks aandacht aan.

De minister van Binnenlandse Zaken, Atthasit Sitthisunthorn, stelde midden-februari 1975 een commissie in om de aantijgingen te onderzoeken. De commissie kwam een maand later tot de conclusie dat er inderdaad onschuldige burgers waren gedood en dat regeringsfunctionarissen daarvoor verantwoordelijk waren maar dat het aantal doden niet in de honderden of duizenden liep maar ‘slechts’ zeventig of tachtig personen. Niemand werd gestraft. (In Thailand is een brede overtuiging dat staatsfunctionarissen nooit ter verantwoording kunnen worden geroepen, tenzij….vul maar in).

Het werk van de Internal Security Operations Command (ISOC), dat sinds 1973 een voortzetting was van de Communist Suppression Operations Command (CSOC), werd gewoon voortgezet tot op de dag van vandaag. Na de staatsgreep van oktober 1976 ging deze vreselijk gebeurtenis in de Thaise doofpot die ondertussen dreigt over te lopen. (10 mei 2015)

Illustraties
Tegen de aanvankelijke bezwaren in van regeringsfunctionarissen is er, ik meen in 2003, een monument opgericht in het district Srinakarin (Phatthalung) waar regelmatig de slachtoffers worden herdacht (zie foto boven). Om een indruk te krijgen hoe een Red Drum werkte, klik hier.

Bronnen
Tyrell Haberkorn, Getting Away with Murder in Thailand: State Violence and Impunity in Phatthalung, University Press of Kentucky, 2013

Prapaiparn Rathamarit, Red Drum Murders in Patthalung, Bangkok Post special publication magazine, 15 december 2006

Matthew Zipple, Thailand’s Red Drum Murders Through an Analysis of Declassified Documents, Southeast Review of Asian Studies, Volume 36 (2014 (bladz. 91-111)

Prachatai websiteCrime of the State: Enforced disappearance, killings and impunity, 25 maart 2014


 

Toegestaan sadisme

de barbaarse ontgroeningsrituelen op Thaise universiteiten

‘Het is een hel’, zei een universiteits student, toen hij vertelde over zijn deelname aan één van Thailand’s beruchte en blijkbaar onontkoombare ontgroeningspraktijken. Deze staan bekend onder het acroniem SOTUS (Seniority, Order,Tradition, Unity, Spirit) of ook wel Ráp Nóng (jongeren verwelkomen) genoemd.

Ze zouden in de jaren veertig van de vorige eeuw begonnen zijn op de Kasetsart Universiteit naar het voorbeeld van de Cornell Universiteit en andere universiteiten in de VS. Cornell heeft de ontgroening nu verboden, maar in Thailand vindt ze nog steeds plaats op vele universiteiten.

Meer sadisme dan een warm welkom
Deze maand werd bekend dat tussen 17 en 19 april nieuwe studenten werden geslagen op de Chiang Mai Universiteit. Beelden van hun kneuzingen en blauwe plekken, hoewel niet ernstig, verschenen op de sociale media. De universiteit beloofde een onderzoek en straffen als de senioren de ontgroening ‘zonder toestemming’ hadden gedaan.

Maar de goedgekeurde SOTUS met haar onbeschaamde wijze van studenten op een gewelddadige manier laten kennismaken met de nieuwe universiteit en haar hiërarchie zal wel niet verdwijnen want zij is het gevolg van een bredere Thaise ethische norm: jonge geesten verankeren in een hiërarchische orde.

In het ernstigste geval worden studenten naakt uitgekleed, geslagen, seksueel lastiggevallen, gedwongen door vervuild water te kruipen, en soms gedood (per ongeluk misschien). Op z’n minst wordt er tegen hen geschreeuwd en worden ze vernederd. Ontgroening lijkt soms meer op toegestaan sadisme dan op een warm welkom.

Overleden tijdens ontgroening
Phokhai Saengrojrat, een student op de Pathumthani Technische School stierf nadat hij gedwongen werd een alcoholische drank tot zich te nemen waarna zijn gezicht in het zand op het Sai Noi strand (provincie Prachuap Khiri Khan) werd geduwd. Zijn ouders vertelden de pers dat zij wilden dat dit de laatste keer was dat iemand stierf tijdens een ontgroening.

Er waren meer doden. In 2008 stierf een student van de Uthenthawai Universiteit aan zijn verwondingen, opgelopen tijdens een ontgroenings sessie. Studenten van de Chiang Mai universiteit beweren dat foto’s en video’s maken tijdens de ontgroeningsrituelen verboden zijn hoewel ze gelukkig toch verschijnen op de sociale media. Op de Maejo Universiteit in Chiang Mai werden studenten belaagd en gestraft die opnamen maakten van een ontgroening.

Een korte film, gemaakt door studenten en met Engelse ondertiteling, getiteld Vicieuze Cirkel (zie boven), laat de brutaliteit van de ontgroenings rituelen zien en  het lot van hen die zich er tegen verzetten. Er zijn Anti-Sotus Facebook pagina’s (zie hieronder: een Thaise en een Engels-internationale) die de barbaarsheid van de rituelen onder de aandacht willen brengen maar ze gaan desondanks door.

… ga dan staan en buig je hoofd
Het ministerie van Onderwijs heeft verklaard dat de studenten niet verplicht zijn deze rituelen bij te wonen en heeft enige richtsnoeren gegeven waaronder: ‘Volg moreel aanvaardbare tradities en de cultuur van de samenleving’ en ‘Geen fysieke of psychische intimidatie’. Ook de Nationale Commissie voor Mensenrechten in Thailand heeft zich met enig succes met de zaak beziggehouden maar toch gaat de praktijk door.

De student die op de Anti-SOTUS Facebook pagina schreef dat de ontgroening een levende hel was, noemt de bevelen die studenten te horen krijgen op de Maejo universiteit bij Chiang Mai, berucht om zijn strenge ontgroenings praktijken. Ze zijn:

  1. Respecteer de Maejo wet als de wet van het Koninkrijk.
  2. Doe wat juist is. Doe wat de senioren je vertellen te doen.
  3. Maak je zin af met ‘sir’ of ma’am’ telkens als je een senior aanspreekt.
  4. Als je het ‘Maejo lied’ hoort ga dan staan, buig je hoofd en breng een groet.

Angst voor uitsluiting
Studenten vertellen dat het vaak de druk van de peer-group en de angst voor uitsluiting is, die maken dat ze de ontgroening bijwonen. Een filosofie student vertelde Chiang Mai City News dat ‘senioren alle eerstejaars vertellen niet uit de school te klappen. Ze doen het alleen om niet als buitenbeentjes te boek te staan. Veel studenten willen juist wel een keuze maken maar ze zijn bang. Wij willen in staat zijn te kiezen en we hopen dat het binnenkort zal veranderen.’

Er zijn studenten die de ‘traditie’ ondersteunen, ondanks de protesten. Anderen zeggen dat SOTUS hen kracht en vertrouwen gaf en bewondering voor het instituut terwijl een ex-student op een Anti-Sotus pagina schreef: ‘SOTUS deed mij de universiteit voor altijd liefhebben. Het zal me mijn hele leven bijblijven.’

Sotus is niet altijd een laakbare gewelddadige activiteit zonder goede bedoelingen. Soms is het plezierig en lollig. Maar ook dan is er een onderliggende en duidelijke gedachte: iemands individuele vrijheid onderdrukken. Thaise dagbladen weeklagen vaak over het gebrek aan kritisch denken bij leerlingen en studenten. Het zou beter zijn als ze de ontgroeningsrituelen zouden veroordelen want daar wordt kritisch denken eruit gehamerd nog voordat ze hun studieboeken hebben betaald.

Studenten zijn het slachtoffer van een dictatoriaal systeem
De openhartige oud-docent aan de Chiang Mai Universiteit Tanet Charoenmuang schreef een artikel getiteld ‘Shouting The Creation and Inheritance of Dictatorship in University’ waarin hij schetst hoe SOTUS mensenrechten en vrijheden ondermijnt en zegt dat ‘studenten slachtoffers zijn van een dictatoriaal systeem’.

Laten we de hierboven genoemde vier ‘bevelen’ tijdens de ontgroening op de Maejo Universiteit eens vergelijken met vier van de twaalf kernwaarden die leerlingen elke dag op school moeten opzeggen:

  1. Handhaven van de drie sleutel instituten: de Natie, de Religies en de Monarchie – Respecteer de Maejo wetten.
  2. Wees dankbaar voor je ouders, voogden en leraren – Doe wat de senioren je vertellen.
  3. Handhaaf discipline, respecteer de wet, de ouders en andere senioren – Eindig je zin met ‘sir’ of ‘ma’am’.
  4. Stel het publieke en nationale belang boven je eigen belang – Buig en groet als je het ‘Maejo lied’ hoort.

Omdat SOTUS gelijk staat met een hiërarchisch en dictatoriaal systeem is het absoluut ondemocratisch. SOTUS is geen uitzondering, slechts beperkt tot slechte jongens en meisjes in de academische wereld. SOTUS is innig verbonden met de Thaise cultuur, met Thainess, dat wollige begrip dat alle Thais zou definiëren.

Ontgroening in het leger

Homo-erotische ontgroening in het leger
Ontgroening vindt niet alleen plaats in de academische wereld. Het Thaise leger heeft zijn eigen vorm van ontgroening waar dienstplichtingen worden onderworpen aan gewelddadige homo-erotische activiteiten zoals te zien op foto’s en video’s op Facebook pagina’s als NoConscript en Abolish Conscription.

Zoals in SOTUS is de vernedering en de vernietiging van waardigheid de werkwijze van alle onderdrukkers. Het dient om de status quo te handhaven en mensen op hun plaats te zetten. Hoewel de aanpak van het leger een stuk heftiger is dan die op de universiteiten dient het allemaal éénzelfde doel en komt het voort uit dezelfde motivatie: de individualiteit verzwakken en het geloof in een nauwkeurig opgebouwde hiërarchie versterken.

Uiteindelijk worden de onderdrukten de onderdrukkers, zoals de titel van de korte film Vicieuze Cirkel perfect weergeeft. En het zal niet ophouden totdat dit gedachtegoed in de Thaise geest wordt ontmanteld. En dat gedachtegoed zal pas worden ontmanteld als er een echte revolutie plaatsvindt, voeg ik er aan toe.

Het Thaise woord dat dit gedachtegoed perfect weergeeft is saǎmákkhie wat ‘eenheid, harmonie, uniformiteit’ betekent. Het staat in het Thaise volkslied, in de bovengenoemde 12 kernwaarden en komt in de dagelijkse propaganda praatjes van de junta op de televisie voortdurend langs. (7 mei 2015)

Illustraties
www.facebook.com/NoConscript

https://www.facebook.com/Conscription

Bronnen
Bovenstaand artikel is een vertaling van Sanctioned sadism: Thai universities’ barbaric hazing culture door James Austin op http://asiancorrespondent.com/ (1 mei 2015). De passage over ontgroening in het leger is toegevoegd door Tino.

De Anti-Sotus Facebook pagina’s:

https://www.facebook.com/AntiSOTUSPage?fref=ts (alleen Thais)

Internationaal (houdt begin 2014 op), de moeite waard om te lezen:

https://www.facebook.com/AntiSotusInternationalEdition?fref=ts&hc_location=ufi


 

rijst

‘The Isaan Record’ is een website met boeiende en vaak heel persoonlijke verhalen over diverse aspecten van de  Isaan. Tino Kuis vertaalde Thailand’s Drought Lets Rice Farmers’ Debt Grow (21 april 2015).

Droogte, rijstboeren en schuld in de Isaan

Veel rijstboeren in het door schulden geteisterde Noordoosten worstelen om rond te komen nadat de regering de irrigatiesystemen heeft afgesloten. Daardoor moeten ze de winst van een tweede rijstoogst missen. Maar voor de militaire regering kan de droogte helpen bij haar economische strategie.

Sumatra Sodatoom
Rijstboerin Sumatra Sodatoom zit in de schaduw van een longan boom bij haar huis in Khon Kaen. In april is zij meestal bezig haar tweede rijstoogst te verkopen. Maar dit jaar heeft de regering de irrigatiesystemen heel vroeg gesloten waardoor veel boeren in het droge Noordoosten geen tweede rijstoogst kunnen planten waarvan ze afhankelijk zijn geworden.

Eind vorig jaar kondigde de militaire regering via de dorpsluidsprekers in Nong Kha aan dat de kranen van het irrigatiesysteem zouden worden dichtgedraaid. In februari waarschuwde het Koninklijke Irrigatie Departement dat Thailand zou worden getroffen door de ernstigste droogte sinds 15 jaar.

Sumatra SodatoomAls de belangrijkste oogst binnen is planten veel rijstboeren met toegang tot irrigatie een tweede oogst. Zoals zoveel boeren heeft Sumatra een tweede oogst nodig om haar schulden af te lossen.

Haar familie staat voor 800.000 baht in het krijt bij de Bank voor Landbouw en Coöperaties (BAAC). Sumatra’s persoonlijke schuld van 280.000 baht vloeide voort uit leningen die ze opnam om haar studie voor een bachelor’s degree te betalen. ‘Volgend jaar zal onze schuld nog toenemen’, zegt Sumatra,’want dan moeten we betalen voor de huurovereenkomst van onze tractor.’

Haar familie raakte in de schulden door een mislukte investering in een kippenteelt overeenkomst. Volgens het Nong Kha dorpshoofd, Bua-ngoen Plamsin, zuchten bijna alle 165 huishoudens onder schulden bij de BAAC of bij het dorpsfonds programma.

‘Alles zou veel beter zijn geweest als de regering ons een prijsgarantie voor onze rijst had gegeven in plaats van te praten over goedkope leningen’, zegt de 31-jarige rijstboerin Sumatra Sodatoom.

Thonglam Thongnoi
Voor rijstboer Thonglam Thongnoi en zijn familie van vier zijn de vooruitzichten dit jaar wel heel somber.

‘Ik kan mijn schulden dit jaar niet betalen want ik heb geen inkomsten uit een tweede oogst’, zegt hij. ‘Ik ben er kapot van. Voor ons is er dit jaar geen enkele hoop wat geld betreft.’

In 2013 had het Noordoosten volgens het Nationale Statistisch Instituut de slechtste verhouding tussen inkomen en schuld: gemiddeld gaat 65 procent van het inkomen naar de aflossing van schulden. Ter vergelijking: in het Zuiden was dat getal 42 procent.

Khamphong Wongwai
Khamphong Wongwai, een 50 jaar oude rijstboerin en naaister uit Yasothon, zegt dat ze schulden heeft bij zowel de BAAC als het dorpsfonds. Ze gebruikt de leningen om te investeren in de rijstbouw, voor haar dagelijkse uitgaven en voor het onderwijs van haar kinderen.

Khamphong WongwaiKhamphong heeft voornamelijk korte-termijn leningen bij de BAAC die ze opneemt als het planten begint en die ze met rente na de oogst moet terugbetalen.

Ze is gevangen in een cyclus van leningen. Ze moet ieder seizoen een nieuwe lening aanvragen en is alleen in staat de rente te betalen.

‘Ik gebruik de hele winst van mijn rijst om de bank te betalen, maar mijn schuld neemt nooit af’, zegt Khamphong. ‘De prijs van rijst is niet goed en kunstmest blijft duur.’

Huishoudschuld
In de afgelopen jaren nam de huishoudschuld in Thailand toe van 61 procent van het bruto nationaal product in 2009 tot 85 procent eind 2014, het hoogste percentage in Zuidoost-Azië.

Eind maart kondigde de BAAC een programma aan voor 818.000 boeren ter verlichting van hun schuldenlast, ook voor hen die lijden onder de beperkingen van het verbod op een tweede oogst.

Dr. Titipol Phakdeewanich, een politicoloog aan de universiteit van Ubon Ratchathani die het rijstbeleid onderzoekt, suggereert dat de regering met de schuldenlast verlichting de plank misslaat.

’In het verleden zijn er meer programma’s geweest voor schuldsanering maar ik denk dat het belangrijker is om boeren te helpen meer inkomen te verwerven op een duurzame manier dan hun schulden te vergeven’, beweert hij.

Sommigen zeggen dat de toenemende schuldenlast van de boeren te wijten is aan de na-effecten van het controversiële rijsthypotheek programma van de vorige regering die rijst opkocht voor tweemaal de marktwaarde.

‘Onder dit programma investeerden de boeren alles om hun opbrengst te verhogen’, merkt Kunlapasorn Chuengrungruangphat, een rijstmolen medewerker, op. ‘Nu de prijzen dalen is hun gedrag niet veranderd. Ze blijven investeren en hun schulden groeien.’

Rijstprogramma populair in Noordoosten
Het rijstprogramma van de vorige regering was zeer populair onder de rijstboeren in het Noordoosten. Het verbeterde de inkomens en maakte velen schuldvrij, althans tijdelijk.

‘Mijn leven ging er zeer op vooruit’, herinnert Pai Kaewbunruang, een rijstboer uit Khon Kaen, zich. ‘Ik kocht niets maar betaalde mijn schulden aan de BAAC en gaf geld aan mijn kinderen. Een zware last viel van mijn schouders.’

De militaire regering die vorig jaar via een coup aan de macht kwam, veroordeelde het rijsthypotheek programma als een ‘populistisch’ beleid en klaagde ex-premier Yingluck Shinawatra aan wegens haar vermeende betrokkenheid bij onregelmatigheden in het programma.

Pharat SaphrommaIn plaats van een subsidie op de rijst betaalde het militaire bewind aan kleinschalige boeren 1.000 baht per rai wat de regering ‘niet-populistisch’ noemde. Het maakte de boeren echter meer kwetsbaar voor het op en neer gaan van de markt.

‘Toen de regering aankondigde dat er niet genoeg water zou zijn voor irrigatie had ik al rijstzaden gekocht voor 15 baht per kilo. Maar ik moest ze met verlies verkopen voor 7 baht’, zegt Pharat Saphromma en rijstboer in de gemeente Nong Rua bij Khon Kaen.

Overaanbod aan rijst
De wereldmarktprijs voor rijst is op het laagste punt sinds juni vorig jaar. Met het huidige overaanbod aan rijst zullen de prijzen op korte termijn niet gaan stijgen.

Khampong, die jasmijnrijst (Hom Mali) en kleefrijst verbouwt op haar 12 rai meent dat de huidige regering de boeren niet steunt. ‘Ik denk niet dat ze ons met iets zullen helpen want de prijs van rijst is nog steeds laag.’

Tijdens het rijstprogramma van de vorige regering verdiende ze 70.000 tot 80.000 baht per jaar. Dat is nu gedaald tot 40.000 baht.

Terwijl de rijstboeren worstelen met schulden, lage marktprijzen en het ontbreken van staatssteun helpt de droogte en het indirecte verbod op een tweede oogst het economische plan van de militaire regering.

Als gevolg van de rijstsubsidies kijkt Thailand aan tegen een berg van 17,8 miljoen ton rijst. Door de geringere productie van rijst (min 45 procent voor de tweede oogst volgens het Landbouw-Economisch Instituut) kan de opgeslagen voorraad worden verminderd en gaan opslagkosten naar beneden.

Andere gewassen
Assistent dorpshoofd Prasit Thangwon van Nong Kha vraagt zich af waarom de regering gebruik van water voor irrigatie doeleinden heeft verboden. ‘Er is water’, zegt hij, ‘de mensen die bij de dam werken vertellen ons dat er genoeg water is voor een tweede oogst.’

Waterpomp Nong PheuZonder het inkomen van een tweede oogst zijn veel families afhankelijk van financiële steun van hun kinderen waarvan velen in de steden werken. Anderen werden er op uitgestuurd om te gaan werken in de suikerriet industrie of in nabijgelegen fabrieken.

Pharat zegt dat de regering de dorpelingen aanraadde over te schakelen op andere gewassen als chili of maïs die minder water verbruiken. ‘Maar hoe kan dat mijn verlies dit seizoen goedmaken?’ zegt hij. ‘En als iedereen maïs gaat planten zal de prijs daarvan ook gaan dalen.’ (23 april 2015)

Bron: http://isaanrecord.com/


 

Aardappeleters

Thailand is geen landbouwnatie. Het bosareaal is in 50 jaar dramatisch afgenomen en er zijn nog steeds vrij veel landloze boeren, schrijft Tino Kuis. Weer een gedegen verhaal van onze man uit Chiang Mai.

Bos, boeren, bezit en bedrog

Boer Khàjàn is nu 67 jaar. Hij is de vierde zoon van een gezin met zeven kinderen, rijstverbouwers in de Centrale Vlakte. Niet in staat daar zelf in zijn levensonderhoud te voorzien trok hij vijfenveertig jaar geleden, net als miljoenen anderen in die periode, de nabijgelegen heuvels in, rooide 30 rai bos en ging verbouwen.

Hij was een illegale landkraker. In 1985 kreeg hij, met vele anderen, een gebruiksdocument waardoor zijn boerenarbeid legaal werd. Maar het gaf geen eigendomsrechten en het land kon alleen toevallen aan zijn erfgenamen.

Hij is nu niet meer in staat zware arbeid te verrichten en zijn twee dochters in Bangkok zien een boerenbestaan niet zitten. Op een dag komt een man langs die zijn land wel wil kopen voor 1 miljoen baht. Khàjàn protesteert: hij kan zijn land immers niet verkopen, hij heeft alleen gebruiksrecht.

Maar de man zegt dat hij al een overeenstemming heeft bereikt met het kadaster (Land Office, thîe din in het Thais). Khàjàn accepeert de koopsom. De man blijkt een afgevaardigde te zijn van een papierbedrijf: niet veel jaren later is Khàjàn’s land, en veel omgevend land, één grote eucalyptusplantage.

Inleiding
Sommige mensen denken nog steeds dat Thailand een landbouwnatie is. De beelden van een gelukkige boerenfamilie die rijst plant en oogst, en zich verder nergens druk over maakt, beheerst niet alleen het beeld van veel buitenlanders maar is ook een onderdeel van het mystieke ‘Thainess’ gevoel, opgelegd door de Thaise heersende klasse.

Nog maar 10 procent van het Bruto Nationaal Product in Thailand komt uit de landbouw, de rest is industrie, diensten en toerisme, om de belangrijkste te noemen hoewel 30 procent van de Thais als beroep ‘boer’ opgeeft.

De landbouw is ook al lang niet meer die zelf-voorzienende boerenactiviteit zoals gepropageerd onder de ‘sufficiency-economy’. De Thaise landbouweconomie is onverbrekelijk verbonden met de wereldeconomie. Daarnaast kan maar een klein gedeelte van de boeren leven van hun land, de meerderheid voorziet ook op andere wijze in hun primaire levensbehoeften.

Een paar nieuwsberichten deden mij besluiten om het onderwerp ‘boer en bos’ nader te beschouwen. In de afgelopen maanden zijn duizenden boeren verdreven van land waar zij al tientallen jaren verbleven, vooral in het Zuiden en in de Isaan.

Een paar weken geleden gaf Prayut gebruiksdocumenten aan een paar duizend dankbare families in het Noorden die tot dan toe illegaal het land bewerkten, per familie 6 rai (1 rai is 40×40 meter). Een heel complex, Bonanza genoemd en liggend in de buurt van nationaal park Khao Yai, blijkbaar aangelegd door een roodhemdleider in zeer waarschijnlijk publiek gebied, wordt nu terdege op wettelijkheid doorgelicht.

De achtergrond
Dat Thailand tussen 1940 en 2000 op velerlei gebied drastisch veranderde hoeft geen betoog. Dat geldt in sterke mate voor het grondgebruik: het oppervlakte bos verminderde dramatisch en werd vervangen door landbouwgrond.

Percentage bosbedekking Thailand  1938-1988

jaar 1938 1954 1961 1973 1976 1982 1985 1988
percentage 72 60 53 43 39 31 29 28

We zien het bosareaal geleidelijk afnemen met zo’n 1 procent per jaar. In 1989 was er een ramp in Zuid-Thailand waar een pas gerooide berghelling tijdens een regenbui naar beneden kwam en een dorp wegvaagde met 300 doden als gevolg. Sindsdien geldt er een algemeen, publiek en privé, kapverbod in Thailand.

In principe moet nu voor iedere te kappen boom een vergunning worden aangevraagd. Sindsdien is het verlies aan bos sterk gedaald, men schat dat Thailand nu voor een 24 procent met bos is bedekt maar daar zijn ook de plantages van rubber etc. in mee gerekend.

Oorzaken
Wat zijn nu de oorzaken voor deze massale ontbossing en volksverhuizing die mij doet denken aan de Amerikaanse trek naar het Westen (de ‘American Frontier’)? Bevolkingsdruk was een belangrijke factor. Tussen 1950 en 2000 nam de bevolking toe van 20 miljoen tot 65 miljoen met de grootste stijging tussen 1960 en 1990. Men schat dat 30 procent van de bevolking verhuisde van de rijst verbouwende laagvlakte naar de hoger geleden bosgebieden.

Verder waren er vóór 1980, toen de industrialisatie doorzette, weinig andere banen. Tussen 1960 en 1980 waren de prijzen van landbouwproducten als cassave, suiker, rubber en palmolie relatief hoog. Verder wilde de regering de agro-industrie bevorderen.

Tussen 1960 en 1975 werd er door de militairen onder het mom van de ‘nationale veiligheid” (de bestrijding van communistische haarden) veel bos gekapt. Mede onder invloed van de Amerikaanse aanwezigheid werden er ook veel nieuwe wegen aangelegd, mat name in de Isaan waar zich grote bases bevonden.

Bos en grondbezit
Aanvankelijk waren al die boeren die zich vestigden is de hoger gelegen bosgebieden illegale boskrakers. Er was eigenlijk niemand die zich daar in de vijftiger-en zestiger jaren om bekommerde. Geleidelijk echter ontstonden er meer conflicten rondom landbezit.

Na het vertrek van de ‘Drie Tirannen’, Thanom, Praphat en Narong, de opstand van oktober 1973, brak er een democratische periode aan waarin meer naar de problemen van de boeren werd geluisterd. Dat resulteerde in de ‘Land Reform Act’ van 1975 waarin vrij revolutionaire plannen werden ontvouwd.

Land zou worden onteigend en verdeeld onder de boeren, niemand mocht meer dan 50 rai bezitten. Alle boeren zouden documenten krijgen (daarover hierna), en er werd paal en perk gesteld aan pachten.

Het probleem was dat de uitvoering van de wet grote gebreken vertoonde omdat die in handen was gelegd van plaatselijke machthebbers.

Thailand heeft een verwarrend grote hoeveelheid aan documenten die eigendom of gebruiksrecht betreffen. Je kunt echter drie groepen onderscheiden:

  1. Een chanoot (landtitel) met groene garuda geeft volledige eigendomsrechten;
  2. een chanoot met rode garuda geeft gebruiksrecht maar met uitzicht op eigendom na meestal 10 jaar (Mijn zoon heeft daar drie van);
  3. een document dat alleen gebruiksrecht geeft, zoals dat van boer Khàjàn en dat nimmer omgezet kan worden in volledig eigendom (tenzij…….vult u maar in).

Na de ‘Land Reform Act’ van 1975 zijn er op verschillende momenten pogingen gedaan landbouwers gedegen documentatie te verschaffen over land waar ze soms al hun hele leven ploegden. Een belangrijke uitgifte van documenten was het zogenaamde Sor Por Kor 4-01 programma, eind tachtiger- begin negentiger jaren. Dat strandde toen de regering Chuan Leekpai viel over de beschuldiging dat veel documenten, bedoeld voor arme boeren, naar rijke ondernemers gingen.

Suthep Thaugsuban was daar intensief bij betrokken. Ook Abhisit deed in 2009 een poging tot grootscheepse landhervorming; die ging niet door vanwege de vele protesten ertegen. Land zou weer in handen vallen van rijke lui, zei men.

Nog steeds zijn er vrij veel landloze boeren. Er zijn bovendien veel boeren zonder documentatie (Vooral onder de niet-etnische Thais zoals de bergvolkeren die steeds worden verjaagd). En er zijn nog veel boeren die alleen gebruiksrecht hebben (Ik kon geen goede cijfers vinden over boeren met onvoldoende documentatie maar 20-30 procent is een goede schatting). Dat zoiets gemakkelijk tot conflicten kan leiden, vooral tussen de boeren en de staat (die vaak bedrijven voordelen verschafte) laat zich raden.

Oplossing?
Vraag mij niet naar een goede oplossing van deze chaotische toestanden. Zeker, er moet meer bos komen, het land moet beter worden verdeeld, er moet ruilverkaveling komen, het aantal boeren moet afnemen, de kwaliteit van de producten moet toenemen, er moet meer afstemming komen op de wereldmarkt en de meeste landbouwers zullen financieel moeten worden ondersteund, zoals in alle beschaafde landen.

Dat alles kan alleen gebeuren met medewerking en instemming van de boeren zelf onder een democratisch bewind. De enige zekerheid is dat het hapsnap beleid van de junta, hoe goed bedoeld ook,  zal leiden tot grotere problemen en niet zal bijdragen aan een wezenlijke oplossing. (13 april 2015)

Illustratie: De aardappeleters, Vincent van Gogh, 1885.


 

Thailand gaat volgend jaar naar de stembus. Hoe worden de stemmen verdeeld? Tino Kuis legt uit en schetst een toekomst met zwakke, tijdelijke regeringen en met meer corruptie.

Thailand en de stembus

Thailand is druk bezig een nieuwe grondwet te ontwerpen, de twintigste na de revolutie van 1932. Het karwei is nog niet geheel geklaard maar de omtrekken en de twistpunten zijn al duidelijk: een mogelijk geheel benoemde Senaat met veel macht, een veelheid van onafhankelijke organisaties die de politici in de gaten moeten houden, de mogelijkheid voor een niet-partijlid zich kandidaat te stellen en een veranderd kiessysteem.

Over het kiessysteem hier een korte uitleg. De Bangkok Post van maandag 23 maart probeerde op de voorpagina een uitleg te geven die echter volstrekt onbegrijpelijk is. Ik geef hier een korte uitleg die de meest essentiële punten bevat maar geenszins volledig is. Ik denk dat de zaken die ik nog niet weet of niet begrijp, geen erg grote invloed zullen hebben op de resultaten van het kiessysteem.

Er zijn in grove lijnen drie kiessystemen te onderscheiden:

  1. Districtenstelsel (‘first past the post’ systeem) zoals dat wordt toegepast in het Verenigd Koninkrijk .
  2. Proportioneel systeem, zoals in Nederland gebruikt.
  3. Een menging van deze twee voorgaande systemen. In onderstaande tabel laat ik in theorie zien wat de invloed van elk van die systemen is op het aantal zetels in het parlement bij een gelijk blijvend stemmenpercentage.

Twee partijen. Partij A krijgt 51,5 procent van de stemmen en partij B 48,5 procent. De tabel laat zien hoeveel zetels iedere partij krijgt in het parlement van 400 zetels bij elk van de drie systemen

partij A partij B
volledig districtenstelsel 240 160
volledig proportioneel 206 194
half district/half proportioneel 220 180

Deze hypothetische tabel laat de trend zien, in de praktijk kan het wat anders uitvallen. We zien dat het geringe verschil in stemmenpercentage zich bij het districtensysteem vertaalt in een groot verschil in zetels, bij het proportionele systeem is het zetelverschil klein en het gemengde systeem zit daar tussenin.

Als voorbeeld van het volledig districtenstelsel neem ik de verkiezingen van het Lagerhuis in het Verenigd Koninkrijk in 2005.

  • Labour: 36 % van de stemmen;  56 % van de zetels.
  • Conservative:  33 % van de stemmen; 31 % van de zetels.
  • Liberaal-Democratic: 22 % van de stemmen; 10 % van de zetels.
  • Kleinere partijen van minder dan 10 % van de stemmen hebben vrijwel geen kans zetels te bemachtigen (tenzij geconcentreerd in bepaalde districten, zoals de Schotse Nationalisten).

Terug naar Thailand. De ontwerpers van de nieuwe grondwet zeggen dat ze een ‘mixed member proportional representation’ (MMP) willen invoeren naar het voorbeeld van Duitsland echter zonder de 5 procent kiesdrempel aldaar die kleine partijen weert.

Maar Thailand heeft altijd al een MMP systeem gehad waarbij  echter de grootste nadruk viel op het districtensysteem dat 400 zetels moest opleveren terwijl het proportionele systeem (de partij- of namenlijst genoemd) 100 zetels bevatte. Dat betekende dat de Pheu Thai Partij met 48 % van de stemmen toch een redelijke meerderheid had in het parlement. Dat geeft stabiliteit.

In de grondwet die nu in de steigers staat zullen 250 kamerzetels uit het districtenstelsel komen en 200 zetels uit de proportionele partijlijst (bijna half om half: zie de tabel hierboven).

Dat zou betekenen dat de Pheu Thai zou krimpen en heel moeilijk weer een (behoorlijke) meerderheid in het parlement zal kunnen veroveren, terwijl de Democraten er zetels bij krijgen. Verder zullen er wat meer kleinere partijen, met ieder ook wat meer zetels, in het parlement komen.

Hoogstwaarschijnlijk zal de nieuwe regering dus moeten gaan steunen op een coalitie, wat in Nederland en Duitsland heel gebruikelijk is en wat ook in Thailand vóór 2000 altijd nodig was. In die zeventiger tot negentiger jaren van de vorige eeuw steunde de regering vaak op wel vier tot zes kleinere partijen.

Zo’n regering is uiteraard weinig stabiel, de kleine partijen hebben veel macht door te dreigen zich terug te trekken en de regering ten val te brengen. Ze moesten vaak worden afgekocht met geld en ministersposten. Velen zijn bang dat dit scenario van zwakke, tijdelijke regeringen met meer corruptie mogelijkheden door het nieuwe voorgestelde kiessysteem opnieuw werkelijkheid wordt.

Dit is mijns inziens de kern van het nieuwe kiessysteem. Er zijn enkele andere veranderingen, zoals een andere indeling van de districten, die ik nog niet kan overzien maar die waarschijnlijk geen grote invloed op de zetelverdeling zal hebben. (25 maart 2015)


 

14 oktober 1973 staat bekend als de Dag van Groot Verdriet. Tijdens ongeregeldheden kwamen honderden mensen om en werden duizenden gewond. De opstand wordt uitgebreid belicht in een documentaire. Tino Kuis leidt de documentaire in.

De Dag van Groot Verdriet

‘Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd ze te herhalen.’ Deze wijze woorden van schrijver-filosoof George Santayana (1863-1952) schoten mij te binnen toen ik bezig was een verhaal te schrijven over de gebeurtenissen rond de opstand van 14 oktober 1973.

Deze opstand begon als studentenprotesten en breidde zich later uit tot een brede beweging die riep om een nieuwe grondwet, uitmondend in de gewelddadigheden op 14 oktober 1973. De Thais kennen deze dag als heetkaan sìepsie tòelaa ofwel ‘De gebeurtenissen van 14 oktober’. Soms wan mahǎapàjôok ‘De Dag van Groot Verdriet’ genoemd.

Helaas is geschiedenisonderwijs vaak een ondergeschoven kindje en dat geldt in versterkte mate voor Thailand waar niet veel meer aan de orde komt dan de heldendaden van koningen in heden en verleden. Alle kleinere en grotere smetten worden zorgvuldig weggepoetst opdat de jeugd toch vooral leert dat Thailand een uniek en groots land is, niet te vergelijken met andere landen. Maar de meeste oudere Thais kennen deze dag.

Wat er aan de Opstand vooraf ging
Van 1961 tot 1972 nam het aantal universitaire studenten toe van 15.000 tot 150.000. Tegelijkertijd raakten de studenten meer georganiseerd. Aanvankelijk richtten hun activiteiten zich op universitaire aangelegenheden maar na de stichting van het Nationale Studenten Centrum van Thailand (het NSCT) en de benoeming van Thirayuth Boonmee als secretaris-generaal van de NSCT (1972) werden hun eisen meer politiek: de roep om een grondwet en om de aftreding van de drie Tirannen: veldmaarschalk Thanom Kittikachon, de ongekozen premier en opperbevelhebber van het leger, veldmaarschalk Praphas Charusathien, vervangend premier en kolonel Narong Kittikachon, zoon van Thanom en schoonzoon van Praphas.

Op 6 oktober 1973 werden Thirayuth Boonmee en tien andere politieke activisten gearresteerd voor het verspreiden van pamfletten die een grondwet eisten en voor overtreding van een verbod op samenscholing van meer dan vijf personen. Ze werden ook beschuldigd van pogingen de regering omver te werpen. De studenten begonnen te protesteren.

In de dagen erna namen de protesten snel toe, vooral op de Thammasaat Universiteit, op 11 oktober zouden er 50.000 studenten aan deelgenomen hebben. De regering was de dag erna bereid de studenten op borgtocht vrij te laten, maar zij weigerden, ze wilden onvoorwaardelijk worden vrijgelaten.

Op 13 oktober was de menigte aangezwollen tot 400.000, waaronder nu veel andere burgers, die optrokken naar de Rachadamnoen Avenue en het Democracy Monument. De regering liet de studenten vrij. Maar een groot deel van de studenten was nog ontevreden over de toezeggingen van de regering en zo trokken zij op 14 oktober onder leiding van Seksan Prasertkul op naar het paleis van Koning Phumiphon. Daar onderhandelden ze met vertegenwoordigers van de koning en er werd uiteindelijk besloten de demonstraties te beëindigen.

De Drie Tirannen
De zich terugtrekkende studenten stuitten echter op barricades van de politie, er braken schermutselingen uit die zich snel verspreidden over de stad. De regering bracht helikopters, tanks en soldaten in die vooral op en rond de Rachadamnoen Avenue een slachting aanrichtten waarin meer dan honderd demonstranten werden gedood, en duizenden gewond.

Volgens sommige berichten schoot Narong vanuit een helikopter op de demonstranten. Vele gebouwen gingen in vlammen op. Het aantal demonstranten bleef echter groeien. De soldaten trokken zich in de avond van de 14e oktober terug, en om kwart over zeven ‘s avonds kondigde de koning het aftreden van de regering aan.

Maar de Drie Tirannen controleerden nog steeds het leger en de politie en de gewelddadigheden zetten zich de 15e voort totdat in het begin van de avond het bericht kwam dat de Drie Tirannen had land waren ontvlucht.

De nasleep
De jaren 1973 tot 1976 waren van een grote politieke vrijheid. Er was ruimte voor allerlei discussies, stakingen en betogingen, die veelal een links karakter droegen. Het waren ook de jaren dat een extreem-rechtse beweging op gang kwam in de vorm van de Village Scouts, Red Gaurs en Nawaphon.

Dat zou op 6 oktober 1976, nadat Thanom als monnik verkleed naar Thailand terug was gekeerd, leiden tot de gruwelijke slachting op de Thammasaat Universiteit door de drie voorgaande groepen, de militairen en de politie. (13 maart 2015)

Nog een citaat van George Qrwell, 1984:
‘Wie het heden beheerst, beheerst het verleden; wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst.’

Zie verder de documentaire over de opstand:
https://www.youtube.com/watch?v=KLgNO9KX_qA&feature=youtu.be

Meer lezen:
http://en.wikipedia.org/wiki/1973_Thai_popular_uprising


 

Koning Taksin, een fascinerende figuur

Hoe een eenvoudig Chinees jongetje het tot generaal en daarna tot koning schopte.

Koning Taksin de Grote (geb. 1734, geëxecuteerd 1782) was een bijzondere man. Van zeer eenvoudige komaf werd hij een briljante generaal die Thailand van de Birmezen bevrijdde en het land weer tot een eenheid maakte.

Hij kroonde zichzelf tot koning, herstelde de economie, bevorderde kunst en literatuur en hielp de armen. Hij was opvliegend van aard maar doelgericht en vasthoudend. Hij maakte ruzie met christenen en boeddhistische monniken en waande zich bijna een boeddha.

Hij werd afgezet door een edelman waarop zijn oudste vriend en tevens schoonzoon, generaal Chao Phraya Chakri, van een veldtocht tegen Cambodja terugkeerde naar Thonburi, hem voor het gerecht sleepte en liet executeren.

Generaal Chao Phraya Chakri kroonde vervolgens zichzelf tot koning Rama I, de eerste telg van de nog steeds regerende Chakri dynastie, en stichtte de nieuwe hoofdstad Krungthep Mahanakhorn.  Koning Taksin’s geschiedenis is in zekere zin exemplarisch voor de gebeurtenissen rond andere koningen en dynastiën in Thailand.

De Onoverwinnelijke Stad
De Birmezen hebben in de loop der eeuwen diverse pogingen ondernomen delen van Thailand bij hun rijk in te lijven, zoals eind van de 16e eeuw toen Koning Naresuan de Birmezen eigenhandig versloeg, zittend op een olifant, zoals de kronieken melden.

In 1760 sloegen ze weer toe en de Birmezen slaagden er vrij gemakkelijk in een groot deel van Zuid-Thailand te veroveren. Daarna rukten ze via Petchaburi en Ratchaburi op naar Ayutthaya. Bij die aanval werd de Birmese koning zwaar gewond en hij stierf niet lang daarna.

Dat, en de daarop volgende problemen met de Birmese troonsopvolging, dwong de Birmese troepen tot een tijdelijke terugtrekking. In 1765 vielen ze weer aan onder koning Hsinbyushin, vanuit het zuiden maar ook vanuit het noorden waar het koninkrijk Lanna, en veel omgevende vorstendommen als Laos, al sinds 1558 een vazalstaten waren van de Birmezen.

De Birmezen omsingelden Ayutthaya begin 1766, dat vervolgens ruim een jaar werd belegerd waarna Ayutthaya (letterlijk ‘De Onoverwinnerlijke Stad’) op 7 april 1776 werd ingenomen en vrijwel volledig verwoest. Het grootste deel van het Birmese leger trok zich terug met een grote buit en veel krijgsgevangenen.

Amoureuze verhoudingen
Troonsopvolgingen in het rijk van Ayutthaya (ongeveer 1350-1776) waren vaak bloederige aangelegenheden. De koning stelde zijn opvolger aan, dat kon een boer zijn of een zoon. Maar vaak kwam het er niet van door een onverwachts overlijden, of bestreden diverse facties elkaar na het overlijden van de koning. Vaders vermoordden hun zonen en omgekeerd, broers vermoordden elkaar.

Zo was het ook een beetje in Ayutthaya toen koning Boromakot (regeerde 1733-1758) overleed. In 1755 werd zijn zoon en de gedoodverfde opvolger, prins Thammathibet, een intelligente dichter, geëxecuteerd omdat hij amoreuze verhoudingen had aangeknoopt met vrouwen die al aan de koning waren toegewezen. Op zijn doodsbed benoemde Koning Boromakot zijn zoon Uthumpon als zijn opvolger, deze werd daarna gekroond en gezalfd. Maar zijn oudere broer Ekathat en zijn kliek accepteerden dit niet en kwamen in opstand.

In dit geval werd binnen een paar maanden een compromis bereikt: Uthumpon trad af en werd monnik en Ekathat besteeg de troon. Hij zuiverde daarna het hof door aanhangers van Uthumpon te verwijderen. Later zou Uthumpon (en zijn factie) zijn broer Ekathat nog enige tijd helpen vóór hij definitief in een tempel verdween. Algemeen wordt aangenomen dat deze verwikkelingen Ayutthaya hebben verzwakt en haar weerstand tegen de Birmezen hebben ondermijnd.

Page aan het hof
Wie zegt dat er in die ver vervlogen tijd nog geen sociale mobiliteit was of dat immigranten geen waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een land?

Taksin (ตากสิน, spreek uit: tàaksǐn) (noot 1) werd op 17 april 1734 geboren in Ayutthaya. Zijn vader, Yòng Sae Tâe, was een Teochew Chinese immigrant uit Guangdong en werkte als een belastinginner, een tollenaar. Zijn moeder heette Nók Iîang (naam van een soort zwaluw) en was puur Thais.

Sin, zoals hij toen nog heette, werd geadopteerd door een edelman die onder de indruk was van zijn intellectuele gaven. Hij volgde onderwijs op een tempelschool, waar hij vloeiend Chinees, Annamneees en Pali leerde.

Zijn stiefvader liet hem enige jaren als page werken aan het hof, een noodzakelijkheid om hogerop te komen. Hij sloot daar ook een vriendschap met Thong Duang, de latere generaal Chao Phraya Chakri, hij, die Taksin zou executeren en de troon zou bestijgen als Rama I.

In 1758, op 24-jarige leeftijd en vlak na de dood van koning Boromakot werd Taksin naar de kleine provinciale stad Tak gestuurd als hoge ambtenaar, later werd hij plaatsvervangend gouverneur en rond 1762 gouverneur (en voornaamste militaire bevelhebber aldaar).

Dapper en bekwaam soldaat
In 1764 werd Taksin als militaire officier met een aantal manschappen teruggeroepen naar Ayutthaya om bij de verdediging van de stad tegen de Birmezen te helpen. Hij bouwde daar een reputatie op als een dappere en bekwame soldaat hoewel wat impulsief. Zo schoot hij eens een kanon af op een Birmees doelwit zonder daarvoor de toestemming van het hof te vragen, wat hem op een koninklijk standje kwam te staan.

In november 1776 leidde hij een uitval uit de stad en bleef vervolgens op een versterkte plaats buiten Ayutthaya gelegerd. In januari daarop, tijdens een grote brand in de stad, nam Taksin de benen met een duizend soldaten en een aantal officieren. Waarom hij dat deed is nooit komen vast te staan. Mogelijk zag hij de situatie somber is en verwachtte hij de val van Ayutthaya en dacht op een andere manier de Birmezen beter te kunnen bestrijden.

Ayutthaya valt, geplunderd en verwoest
Op 17 april 1767 valt Ayutthaya. Ayutthaya wordt geplunderd, en verwoest. Een groot deel van de bevoking wordt als krijgsgevangenen afgevoerd naar Birma. Koning Ekathat raakt zwaargewond en overlijdt wat later. Niet lang daarna sterft oon zijn broer Uthumpon. Het koningsgeslacht van Ayutthaya is niet meer. Veel edelen in secundaire steden als Phitsanulog en Nakhorn Si Thammaraat verklaren zich onafhankelijk.

Taksin bevrijdt na vele veldtochten Thailand van de Birmezen
Ik ga hier kort op in, zij die meer willen weten moeten de Wikipedia in de link hieronder maar raadplegen.

Na kort naar het Noordoosten te zijn getrokken, wendde Taksin zich naar het Zuiden waar hij al snel de steden Chonburi, Rayong en Chantaburi onderwierp en een vloot liet bouwen. Hij vocht zich naar het centrum van Thailand waar hij in oktober 1767 de vesting Thonburi in handen kreeg en de door de Birmezen benoemde gouverneur liet onthoofden.

In november van dat jaar, zeven maanden na de val, neemt Taksin Ayutthaya weer in dat slechts door een handjevol Birmezen wordt verdedigd. In de jaren daarna breidt Taksin zijn macht uit in veldtochten naar Laos, Cambodje, en in 1774 wordt ook Chiang Mai bevrijd van de Birmezen. Een koning wordt daar als vazal van Taksin op de troon gezet.

1767: Taksin gekroond
Op 28 december 1767 liet Taksin zich tot koning kronen in Thonburi. Tussen alle veldtochten door werd de vesting Thonburi met behulp van veelal Chinese arbeiders uitgebreid en beveiligd. Hij bevorderde de handel en deelde rijst en kleding uit aan de hongerige en arme bevolking. Hij werd algemeen gezien als een ‘man van het volk’, streng (ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal onthoofdingen) maar rechtvaardig. Zo gaf hij tijdens alle veldtochten de soldaten opdracht om de de bevolking niet te plunderen.

Hij zorgde voor een goede registratie van het gewone volk, de horigen en de slaven door te verplichten dat al deze mensen door een tatoeage op hun pols lieten zien waar zij woonden en wie hun meester (nai) was. Hij bevorderde kunst en literatuur. Zo verzorgde hij een nieuwe uitgave van een beroemde Siamese tekst over de kosmologie: de Traiphumiphraruang. Hij organiseerde de crematie van Ekathat, de laatste koning van Ayutthaya.

Zijn voorkeur voor de Chinese gemeenschap gaf wel eens problemen, zoals met de van oorsprong Perzische familie Bunnag, die aan het hof van Ayutthaya en in het Zuiden van oudsher een belangrijke invloed had. Taksin haalde de banden aan met het Chinese Rijk, het Britse Rijk, de Portugezen in Goa en de Hollanders in Batavia.

Taksin’s gedrag wordt steeds grilliger
In de latere jaren van Taksins’s bewind werd zijn gedrag steeds grilliger. Misschien dat hij door zijn lage afkomst meende zich te moeten bewijzen. Hij maakte ruzie met missionarissen maar wat erger was, ook met boeddhistische monniken. Monniken staan hoger in rang dan de koning, ook nu nog begroet de koning monniken met een wai en ze groeten niet terug. Monniken zitten hoger dan de koning.

Maar Taksin eiste onderdanigheid van de monniken: ze moesten zich voor hem op de grond werpen en hem erkennen als een sodaban, een flinke stap in de richting van het boeddhaschap. Hij zou aan godsdienstwaanzin hebben geleden. Zijn te rigoreuze onderdrukking van illegale handel (waardoor hij inkomsten misliep), en corruptie waren ook aanleiding tot verzet.

Terwiel (pag. 79) zegt het zo: ‘Kwaliteiten, die deugden zijn voor een generaal die veldslagen moet winnen, worden een blok aan het been voor een zittend heerser….Hoewel Taksin als generaal zeer succesvol was kan dat niet gezegd worden van zijn koningschap.’

Taksin op 47-jarige leeftijd onthoofd
In maart 1782 kwam een edelman, Phraya San, in opstand en de rebellen marcheerden naar Taksin’s paleis dat verdedigd werd door christelijke bewakers. Onderhandelingen leidden er toe dat Taksin aftrad als koning en zich als monnik terugtrok in Wat Chaeng.

Zijn oude vriend Thong Duang, nu een generaal met de naam Chao Phraya Chakri en op veldtocht in Cambodja, haastte zich naar Thonburi toen hij het nieuws van het aftreden van Taksin vernam. Hij nam bezit van Thonburi, beval een zuivering, waar honderden ter dood werden veroordeeld waaronder ook een zoon van Taksin, Intharaphitak.

Taksin werd uit het klooster gehaald, voor een krijgsraad beschuldigd van on-boeddhistische activiteiten en executies zonder een eerlijk proces, werd schuldig bevonden en op 7 april 1782 onthoofd in het Fort Wichaiprasit. Hij was 47 jaar oud.

Chao Phraya Chakri, hoewel niet van koninklijke bloede, behoorde wel tot de oude adel van Ayutthaya. Hij trouwde met een dochter van Taksin en was zijn schoonzoon.  Chao Phraya Chakri kroonde zichzelf nog in hetzelfde jaar 1782 tot koning Rama I, de eerste van de nog steeds regerende Chakri dynastie, en verplaatste zijn hoofdstad naar Krungthep Mahanakhorn, de Stad der Engelen, de Grote Stad.

Echo’s uit het verleden
Rond al deze gebeurtenissen hebben zich vele legenden gevormd. Zij, die de nadruk leggen op de legitimiteit van Taksin als koning, beweren dat hij op één of andere manier toch afstamde van de koningen van Ayutthaya.

Omdat het bloed van een koning niet vergoten mag worden, zijn er sommige kronieken die zeggen dat Taksin in een fluwelen zak werd gestopt en met een stuk sandelhout werd doodgeknuppeld in de tempel waar hij verbleef.

Ik hoorde ook het verhaal dat niet Táksin in de zak werd gestopt en doodgeslagen maar een ander, en dat Taksin de rest van zijn leven doorbracht als monnik in Nakhorn Si Thamaraat of Surat Thani.

In de eerste ruim honderd jaar van de Chakri dynasti, tot de revolutie van 1932, die de absolute monarchie omzetten in een constitutionele, werd Taksin vrijwel niet genoemd, waarschijnlijk uit angst voor een verlies van legitimiteit van de Chakri dynastie. Onder de eerste nationalistische leiders, als Phibun Songkraam, verschenen de eerste standbeelden en werd hij ‘Taksin de Grote’ genoemd.

Een ondertussen al opgedoekt tijdschrift van de roodhemden heette, misschien niet toevallig, ‘The Voice of Taksin’. Er zijn aanwijzingen dat de roodhemden Taksin vereerden, misschien zagen zij Thaksin wel als de reïncarnatie van Taksin, een bijzondere koning, niet van koninklijke bloede, en meer een man van het volk.

Voor de (zwarte) magie, waar alle Thaise leiders gek op zijn, verwijs ik naar de laatst genoemde link, een interessant verhaal maar te lang voor dit artikel. (31 januari 2015)

Noten
1 Soms word ik duizelig van de vele namen die Thais kunnen hebben. In het verleden kreeg iedereen een andere naam als ze de sociale ladder bestegen. Het komt nogal eens voor dat ik een naam niet kan thuisbrengen. Taksin had er wel een stuk of zes.

Taksin is een samenstelling van Tak (tàak), het stadje in midden-Thailand waar hij enige tijd gouverneur was en sin (sǐn) wat ‘geld, rijkdom, welvaart’ betekent.

Bronnen:
B.J.Terwiel, Thailand’s Political History, From the 13th century to recent times, River Books, 2011

http://en.wikipedia.org/wiki/Taksin

Over (zwarte) magie in het Thaise politieke leven:

https://ce399esoterica.wordpress.com/2010/06/08/black-magic-politics-bangkok-post-16309/


 

Je suis Nattanan

Een Thaise scholiere gaat de strijd aan met het establishment
‘Wij zijn Nattawan omdat wij geen vragen kunnen stellen, of we dat nu prettig vinden of niet’, schrijft Anchalee Kongrut in een column in de Bangkok Post van 16 januari. Diezelfde dag staat in het dagblad Matichon een interview met Nattawan.

We weten nu allemaal wie Charlie Hebdo is, en wat ‘Je suis Charlie’ betekent. Maar wie is Nattanan? Waarom opeens deze belangstelling voor haar?

Een aantal dagen geleden werd er een forum georganiseerd door de National Reform Council (NRC, nationale hervormingsraad) en uitgezonden op kanaal 5 (eigendom van de militairen) waar studenten kritische vragen mochten stellen aan de voorzitter van de NRC, Thiengchai Kiranandara.

Nattanan legde twee vragen voor:

‘Hoe kan de NRC nu het probleem van corruptie aanpakken? De junta heeft de macht gestolen van het volk en de stem van het volk naast zich neer gelegd. Dat is volgens mij corruptie van de macht en niet minder erg dan financiële corruptie?’

‘Denkt u niet dat het op onwettige wijze grijpen van de macht een vorm van corruptie is?’

Haar werd vervolgens de toegang tot het forum geweigerd.

Wie is Nattanan?
Nattanan Warintarawet, bijnaam ‘Nice’, is een 17-jarige studente. Haar foto laat een heel gewoon, gezellig, vrolijk kind zien met bollige wangen en een beugel.

Zij is als secretaris betrokken bij de organisatie ‘Education for the Liberation of Siam’ (ELS) die in oktober vorig jaar in een open brief aan premier Prayut vroeg zijn onderwijspolitiek te veranderen door de van bovenaf opgelegde filosofie te verlaten en kritsche vragen van studenten toe te staan.

Er werd gedemonstreerd bij het ministerie van Onderwijs tegen de 12 kernwaarden, die dankbaarheid en gehoorzaamheid benadrukken terwijl kritische zin niet wordt genoemd. De staat moet zich niet bemoeien met de moraal van de burgers maar moet vrijheden waarborgen en er voor zorgen dat wetten worden nageleefd, zegt de groep.

Persoonlijk heeft ze al heel wat andere strijdpunten aangepakt: academische vrijheden, het rechtssysteem en een democratie waar iedereen aan deel kan nemen.

De minister van Onderwijs, admiraal Narong, noemde de groep ‘abnormaal’. Militairen belden de directeur van Nattanan’s school om te informeren naar haar activiteiten. De school heeft geen maatregelen genomen tegen haar, zegt Nattanan. Vóór het interwiew zegt ze nog: ‘Het is vreemd dat wij er van worden beschuldigd “roodhemden” te zijn wanneer we voor democratie kiezen.’

Enige passages uit de antwoorden van het interview met Nattanan in de Matichon van 17 januari:

‘Een open en eerlijke uitwisseling van ideeën bedreigt nooit de ‘nationale veiligheid.’

‘Vrijheid is noodzakelijk. De mond snoeren van het volk zal uiteindelijk de tegenstellingen en conflicten niet verminderen. Iedereen dwingen te zwijgen zal de problemen daarna alleen maar doen toenemen.’

‘Ik houd van discussies.’

‘Ons werd gezegd dat we alles ter sprake mochten brengen maar zo gauw we onze mond opendeden werden we verwijderd. We moeten aanvaarden dat niet alle Thais over alles hetzelfde denken zoals de junta wil.’

‘Willen we de problemen te lijf gaan dan moeten we naar elkaar luisteren.’

‘Mijn ouders zijn ruimdenkend en verbieden mij niets, maar vragen me wel voorzichtig te zijn. Mijn moeder schrok erg dat de militairen contact opnamen met de directeur van de school. Sommige van mijn vrienden zijn ook geschrokken, anderen waren al op de hoogte. Een aantal vrienden vragen zich af waarom ik elke dag zoveel risico’s neem.’ (Ze lacht).

‘Wat die 12 kernwaarden betreft vind ik dat de staat zich niet moet bemoeien met de moraal van haar burgers hoewel ik sommige van die waarden wel onderschrijf. Laat de staat zich alleen bezighouden met het handhaven van de vrijheden van haar burgers en de wet.’

‘Ik heb me altijd al voor politiek geïnteresseerd maar die interesse werd nog sterker toen ik me af ging vragen waarom mensen zo blindelings achter een bepaalde kleur aanlopen.’

‘Er zijn best een aantal andere studenten die erg uitgesproken zijn, zoals Am Neko en Netiwit. Veel, maar niet alle, studenten zijn het met mij eens maar durven zich niet te uiten.’

‘Ik zou willen dat volwassenen meer met ons zouden praten en ons niet steeds wegzetten als kinderen die nog nergens verstand van hebben.’

‘Ik zou willen dat de Thaise natie rust en geluk omarmt maar dat kan alleen als we erkennen en aanvaarden dat we verschillend zijn en dat we niet allemaal hetzelfde denken. Ik wil geen gemeenschap die zwart of wit is maar een gemeenschap die het hele kleurenspectrum omvat. De heksenjacht moet ophouden en we moeten ophouden te denken dat geluk alleen voortkomt uit eenheid van denken en voelen.’

Nattanan’s Facebook pagina
Ik noem een aantal opvallende postings:

23 mei 2014 (de dag na de coup)
Citaat van Victor Hugo: ‘When dictatorship is a fact, revolution becomes a right.’

23 november
Tyranny hates inquiry.

28 november
We are living in an invisible cage—feeling depressed.

30 november
I’m trying hard to convince myself it’s 2014 not 1984.

24 december
Thai junta leader threw a banana peel at the journalists. It is unbelievable that we are governed by this kind of person. Amusing, yet tragic truth.

2 januari 2015
Just think our dear leader deserves some criticisme. Hopefully, they won’t put me in jail because of this status.

6 januari
In antwoord op de opmerking: ‘Thaksin is just a fucking tycoon’, zegt ze: ‘I agree some people overly glorify him. The most challenging thing for Thai people is that they have to overcome the cult of personality in order to achieve true democracy.’

Bronnen:
Matichon 17 januari 2015, pagina 14: ‘Jeugd wijst de weg naar vrijheid van meningsuiting’, interview met Nattanan Warintarawet.

http://globalvoicesonline.org/2014/10/30/thailands-high-school-civic-activism-in-a-time-of-martial-law/

https://www.facebook.com/nattanan.warintarawet?fref=ts

http://www.prachatai.com/english/node/4434

Geplaatst: 22 januari 2015

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.