‘Loyaliteit vereist verschil van inzicht’

Sulak Sivaraksa

Tino Kuis belicht enkele momenten uit het leven en werk van Sulak Sivaraksa (1933), een van Thailands leidende intellectuelen. Meer geëerd in het buitenland dan in zijn geboorteland waar hij als een zeer controversiële en tegendraadse sociale activist bekend staat.

Mijn vader († 1946) leerde mij onafhankelijk te zijn en niet toe te geven aan autoriteit of traditie als dat niet behulpzaam of nuttig was.

Sulak Sivaraksa (spreek uit: sòelák sìewárák) is één van de leidende intellectuelen en actievoerders in Thailand. Hij is misschien meer geëerd in het buitenland dan in zijn geboorteland waar hij als een zeer controversiële en tegendraadse sociale activist bekend staat. Hij wordt altijd aangesproken als Achaan (leraar) Sulak, soms wat ironisch want hij is vaak een eigenwijze doordrammer.

In de tempel al een onruststoker
Sulak Sivaraksa werd geboren op 23 maart 1933 in het toenmalige Siam. ‘Ik moet verwekt zijn tijdens de Revolutie van juni 1932’, grapt hij vaak.  Zijn mannelijke voorouders zijn allen van Chinese afkomst, de vrouwelijke kant is Thais, zoals vaak in die tijd. De familie was rijk (hoewel veel zaken in de volgende jaren failliet gingen) en woonde met zo’n honderd mensen samen in één ‘dorp’:  (groot)ouders, neven, nichten, (half)broers en zusters, ooms en tantes, wat hij later als geweldig mooi omschrijft.

Als novice volgde hij onderwijs op een tempelschool, later op het christelijke Assumption College in Bangkok en op de Lampeter Universiteit in Wales. Hij kijkt met groot genoegen terug op zijn achttien maanden als novice in een tempel. ‘Daar werd ik als volwassene behandeld’, herinnert hij zich.’Ik werd niet geslagen en hoefde niet alles uit het hoofd te leren.’

In de tempel was hij al een onruststoker. Toen een monnik zijn plichten verzaakte, hing hij overal notities op die zijn fouten beschreven. Hij wilde in de tempel blijven maar zijn vader haalde hem er uit: ‘Wat ga je doen als je straks verliefd wordt?’ Op het Assumption College deed hij mee aan een clandestiene schoolkrant, vol seks en schuine grappen, schrijft hij vergenoegd.

Tomeloze energie
Tussen 1956 en 1961 verdeelt hij zijn tijd tussen Engeland en Thailand, in beide landen werkt hij voor de BBC en vergezelt enige tijd het Thaise koningspaar op hun reis door Europa. In 1961 keert hij terug naar Thailand waar hij het Social Science Review magazine opricht dat in de jaren daarna hét intellectuele forum in Thailand zou worden.

In alle jaren daarna geeft Sulak blijkt van een tomeloze energie. Hij schrijft boeken, bezoekt conferenties in binnen- en buitenland en  probeert verschillende godsdienstige groepen bij elkaar te krijgen. Het is te veel om op te noemen en daarom licht ik er drie belangrijke gebeurtenissen uit: Pridi en Sulak, Sulak en majesteitsschennis en Sulak en het boeddhisme.

Hij is nu 82 jaar maar nog steeds zeer actief, zoals op Facebook, waar hij onlangs nog een storm van verontwaardiging ontketende door de junta (die hij haat) toch beter te noemen dan het regime Thaksin.

Pridi BanomyongDramatische omslag
In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw vindt er een totale en dramatische omslag plaats in Sulak’s denken over Thailand, zijn geschiedenis, zijn samenleving en zijn politiek.

Die intellectuele  aardverschuiving plaatst Sulak in zijn boek Powers That Be vooral rond zijn herwaardering van de rol en de gedachtewereld van Pridi Banomyong, de leider van de burgerlijke fractie van de ‘Volkspartij’ die in juni 1932 de absolute monarchie omzette in een constitutionele.

Sulak omschrijft met bijtende eerlijkheid zijn gedachtewereld vóór 1980 toen hij een conservatieve royalist was. Hij deelde de opvatting van de elite dat ‘het volk onwetend en gevaarlijk is en dat zij verdrinken in de ongelukkige gevolgen van hun armoede omdat zij lui en verkwistend zijn’. ‘Armoede’, dacht hij in die tijd, ‘is het gevolg van persoonlijke gebreken en niet van structurele onvolkomenheden.’

Tijdens zijn studie in Engeland was hij het eens met zijn vrienden dat ‘de aristocratie of de heersende elite gemakkelijk boven haar eigen klasse belangen kan uitstijgen om het algemeen belang te dienen’. Sulak zag Pridi in die tijd als een communist en aanstichter van de ‘moord’ op koning Ananda, Rama VIII.  Pridi liet zich niet onbetuigd en noemde Sulak ‘een gehaat overblijfsel van een corrupte aristocratie, een sociale parasiet en een zelfzuchtige aaseter’.

Ondanks bovengenoemde denkbeelden stak Sulak zijn kritiek op enige dictatoren, zoals Sarit Thanarat (regeerde van 1957 tot 1963) en Thanom Kittikachorn (1963-1973) niet onder stoelen of banken. Dat leidde er toe dat hij na de massaslachting op de Thammasaat Universiteit op 6 oktober 1976 als staatsgevaarlijk werd gezien.

Duizenden mensen werden toen gearresteerd en ook Sulak ontkwam niet aan een arrestatiebevel. Hij verbleef in 1976 in het buitenland en maakte toen 2 jaar lang een reis langs Amerikaanse universiteiten. Pas in 1978 keerde hij terug naar Thailand waar hij werd genegeerd. Hij ging zich verdiepen in het werk, de geschiften en het leven van Pridi.

Samenwerking en mededogen
Dat leidde er toe dat zijn vroegere denkbeelden op zijn kop worden gezet. Hij verloochent zijn vroegere opvattingen en slaat een geheel nieuw pad in. Hij noemt het zelf ‘een radicale en fundamentele verschuiving van mijn houding …ten opzichte van ‘Thainess…’. De conservatieve ideeën waarmee hij opgroeide in Thailand en Engeland, lopen stuk op de Thaise werkelijkheid.

Hij verwerpt dan het idee dat Pridi de ‘moord’ op koning Ananda heeft aangesticht en dat hij een communist zou zijn geweest.  Hij prijst Pridi’s geloof in het volk en in een democratie die samenwerking en mededogen als basis hebben. Hij ziet nu dat Pridi, net als hijzelf maar in veel grotere mate, slachtoffer was geweest van de ‘sadistische brutaliteit van de heersende klasse’.

Hij schrijft: ‘Vermomd als de armen en benen van de koning hebben de conservatieven, metaforisch gesproken, nectar gedronken uit de schedels van de onderdrukten.’ Hij voegt er nog aan toe dat hij gelooft dat ‘democratie niet kan worden onderwezen of van bovenaf opgelegd’. Voor Sulak is er nu geen weg terug meer.

In 1980 schrijft Sulak een brief aan Pridi met zijn ‘mea culpa’ die hij twee dagen geleden nog eens op Facebook publiceerde. Hij schrijft:

Ik vraag u om vergiffenis voor de manier waarop ik uw reputatie heb aangetast…..Als het mogelijk is en als de tijd het toelaat zou ik u graag persoonlijk mijn welgemeende verontschuldigingen willen aanbieden en eer bewijzen aan uw persoon…

Een paar weken later schrijft Pridi terug. Hij accepteert Sulak’s berouw en prijst hem daarvoor. Pridi erkent dat hij zelf ook op een foute manier Sulak heeft aangevallen en vraagt daarvoor om vergeving.

In 1982 zal Sulak Pridi voor het eerst en het laatst ontmoeten in Parijs. In 1983 overlijdt Pridi, 36 jaar na zijn verbanning uit Thailand waar hij ondanks zijn vele smeekbeden niet terug mocht keren.

De koning moet een dhammaraja zijn, geen devaraja
Hoewel Sulak een royalist is, vindt hij toch dat de Thaise samenleving anders moet omgaan met de monarchie en vrij moet zijn in haar gesprek daarover. Hij schrijft het volgende:

Net als Pridi ben ik van mening dat de monarchie een constitutionele moet zijn. De koning moet, in boeddhistische termen, een ‘dhammaraja’ zijn, een rechtvaardige heerser, en niet een ‘devaraja’, een god-koning.

Hoewel ons koningschap niet absoluut is, doen de militairen en het volk alsof dat wel zo is: ze gaan door het stof, kruipen en vereren hem. Dit is verkeerd. Ik vind dat de koning en zijn familie zich los moet maken van de militairen en van hun  economische basis als de kroondomeinen.

Om de monarchie te behouden moet de koning apart staan en onberispelijk zijn. Ik dacht dat het mijn rol was deze opbouwende kritiek te geven. Ongelukkig genoeg was ik te luidruchtig en zei ik het te vaak. ( Loyalty, pag. 167)

Hij verwijst ook naar de periode tussen 1900 en 1957 in de Thaise geschiedenis toen kritiek op (leden van) het koningshuis heel wel mogelijk was, redelijk vaak voorkwam en in de pers verscheen. Ik heb spotprenten gezien uit die tijd die er niet om liegen. Sulak vindt dat artikel 112 van de Strafwet moet worden afgeschaft want het wordt te vaak om politieke redenen toegepast en verhindert rationele discussie.

Sulak heeft daar persoonlijk onder geleden. Hij werd vijf keer aangeklaagd wegens majesteitsschennis. Laat ik er drie wat uitvoeriger beschrijven.

  • In 1984 schreef hij een artikel dat milde kritiek bevatte op koning Rama II. Hij werd opgepakt, bracht een dag door in een cel maar de aanklacht werd later ingetrokken na internationale protesten en ingrijpen van het paleis.
  • In 1991 leverde hij in een toespraak op de Thammasaat Universiteit felle kritiek op generaal Suchinda Kraprayoon en zijn onderdrukking van de democratie na diens coup op 23 februari in dat jaar. Hij werd aangeklaagd wegens majesteitsschennis omdat de koning het regime van Suchinda had goedgekeurd. Hij vluchtte, net als in 1976, naar het buitenland. Na zijn terugkeer volgde een rechtsgang die Sulak uiteindelijk won (1995), een zeldzaamheid bij artikel 112 aanklachten die in bijna 100 procent op een veroordeling uitlopen. Hij werd opnieuw aangeklaagd in 2006 en 2008.

Naresuan in duel op olifant (monument)

  • In 2014 volgde de laatste aanklacht. Sulak claimde in een toespraak dat het beroemde gevecht op olifanten tussen de Thaise koning Naresuan en de Birmaanse koning Minchit Sra (1592) slechts een legende was. Deze zaak loopt volgens mij nog.

Pleidooi voor sociaal betrokken boeddhisme
Sulak heeft in zijn lange loopbaan gepleit voor een sociaal betrokken boeddhisme. ‘Religie’, schrijft hij, ‘is de kern van veranderingen op sociaal gebied, en deze veranderingen zijn de kern van een religie.’  Bescherming van het milieu en een duurzame economie naast een redelijke verdeling van inkomen vindt Sulak boeddhistisch principes. Boeddhisten moeten zich niet terugtrekken uit deze wereld.

Veranderingen moeten geweldloos tot stand komen maar dat betekent niet het afzien van actie. ‘Als we een geweldsdaad zien en we proberen het niet te voorkómen dan zijn we zelf gewelddadig want we handelen niet met compassie’, schrijft hij. Sulak wenst een Boeddhisme met een kleine ‘b’, los van andere instituten en zonder rituelen, mythen en zonder een band met de cultuur

Tot slot twee citaten:.

 Elke poging het boeddhisme te begrijpen los van zijn sociale dimensie is gedoemd te mislukken.

Het is beslist geen boeddhistische gedachte er van uit te gaan dat de wereld een betere plaats zou zijn als iedereen boeddhist werd. Dit soort ideeën leiden tot oorlogen en onderdrukking.

Het is jammer dat mensen als Pridi en Sulak in de Thaise samenleving niet meer als voorbeeld en rolmodel naar voren kunnen komen. Bijna alle geschiedenisboeken die ik in schoolbibliotheken inzag gaan uitsluitend over Thaise koningen en de meeste daarvan over koning Bhumiphon.

Belangrijkste bronnen:
Sulak Sivaraksa, Loyalty Demands Dissent, Bangkok, 1998, een autobiografie
Sulak Sivaraksa, Powers That Be, Pridi Banomyong through the Rise and Fall of Thai Democracy, Latern Books, 2000

  • Trackback are closed
  • Comments (1)
    • Rob V. (volledige naam bekend bij redactie)
    • July 29th, 2015 8:40pm

    Weer wat geleerd. Dankjewel Tino!

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );