Paul Bremer

Paspoort van Paul Bremer:
Paul Bremer (1953), sinds 2008 met vroegpensioen, woont sindsdien in Jomtien. Hij studeerde in Nijmegen en Amsterdam en werkte als psychotherapeut in de Geestelijke Gezondheidszorg. Hij was werkzaam in een observatiekliniek voor jongeren met een lichamelijke handicap en in een behandelcentrum voor autistische adolescenten.

In Amsterdam zette hij in de jaren ’80 met anderen een project op voor homoseksuele mannen met HIV/AIDS en bij een RIAGG werkte hij o.a. met adolescenten en gezinnen, zowel ambulant- als in dagbehandeling.
In zijn eigen praktijk werkte hij voornamelijk met homoseksuele mannen en met mensen met een psychotrauma. Sinds 1991 reist hij voornamelijk in Zuidoost-Azië. In 1996 zette hij voor het eerst voet aan wal in Thailand waar hij uiteindelijk wortel schoot. Paul is alweer sinds jaren een happy-single.

Over de pagina Paul Bremer:
Op deze pagina zijn Paul’s voorgaande verhalen gebundeld. Zijn laatste verhaal staat op de pagina Paul Bremer (nieuw).


 

Mijn Geweigerde Inzending Rent a friend, boys-bars in Thailand

Rent a friend, boys-bars in Thailand

Behalve de wereldberoemde lady-bars zijn er ook tientallen boys-bars in Thailand. Go-go bars zijn een typisch Thais fenomeen, op een podium in de bar staan of dansen jonge vrouwen, of in andere bars jonge mannen, leeftijd meestal zo tussen de 18 en de 30, meestal in ondergoed zodat hun vormen zo goed mogelijk tot hun recht komen.

Ieder draagt een duidelijk zichtbaar nummer en als je wilt kan je degene die je aanstaat, of zelf of via het personeel, uitnodigen om bij je te komen zitten en wat te drinken. Mocht je behoefte hebben aan meer ‘quality-time’ dan betaal je de bar een ‘off-fee’, tegenwoordig al gauw 400 baht plus de drankjes, en dan vertrek je samen naar een dancing, hotel of eigen onderkomen.

Het is aan de ‘customer’ om het met de betreffende ‘boy’ eens te worden over wat er van hem verwacht wordt. Vaak gaat het om seks maar sommige klanten willen eerst gezellig uitgaan, eten, dansen, en komen vanwege het late tijdstip en/of de drank niet meer toe aan verdere hoogstandjes.

De meeste klanten hebben genoeg aan één jongen, anderen hebben er het liefst twee of zelfs een groepje. In principe kan alles, als je maar betaalt.

Er zijn, naast de off-fee, wel een soort minimum prijzen, variërend van 1000 tot, steeds vaker, 1500 baht voor een ‘short-time’ van een paar uur tot 2000 baht voor een nacht over, maar uiteindelijk ligt het aan de onderhandelingskwaliteiten van de jongen en/of de generositeit van de klant wat er na de te verlenen diensten wordt betaald.

Misschien is het goed te weten dat het minimumloon 300 baht per dag, van vaak wel 10 uur, is. Zeker voor nieuwkomers speelt de uitbater m/v, MamaSan genaamd, vaak een bemiddelende rol.

De MamaSan heeft vrij veel macht, hij kan jongens aanraden of passeren. Hij kan ook toezeggingen doen aan de klant waar de jongen dan nog moeilijk onderuit kan. Zoals: die jongen is ‘gay’ dus die kan geneukt worden. Misschien kan of wil die jongen dat wel helemaal niet. Nee zeggen tegen een ‘meerdere’ is echter heel moeilijk.

Beter kun je als klant dus zelf je zaakjes regelen. De jongen van je dromen zelf een seintje geven dat je hem leuk vindt en dan onder het genot van een drankje proberen te polsen of die jongen kan leveren wat jij wilt. Nodig alleen een jongen uit die, meestal non-verbaal, duidelijk maakt dat hij je wel, om welke reden dan ook, ziet zitten.

De jongens die je negeren zijn om de een of andere reden niet geïnteresseerd. Andere voorkeur, ziek, moe of hebben hun kruit al verschoten. Als je je zaakjes regelt via MamaSan dan worden deze signalen van de jongens vaak genegeerd en krijgen ze gewoon opdracht te leveren, de zaken gaan voor immers. De zaken van MamaSan dus en die wil zo veel mogelijk omzet draaien.

Geen homo-bars
Je zou kunnen denken dat deze boys-bars dus homo-bars zijn maar dat is niet zonder meer het geval. Ook dames en transgenders komen hier kijken en hun slag slaan. Een aantal jongens in de bar zijn dan ook hetero- of biseksueel. Een oplettende klant kijkt dan ook goed welke jongens vooral aandacht schenken aan vrouwelijke klanten, zeker als deze net binnenkomen. Dan kan het gebeuren dat een jongen die net nog met jou stond te flirten opeens veel meer geïnteresseerd blijkt in dames. Ik hoorde van een Nederlandse vrouw dat ze de tijd van haar leven had gehad met een bar-boy.

De jongens hebben natuurlijk ook allemaal een reden om in een bar te werken, er moet gegeten worden, de huur betaald, de motorbike afbetaald, er moet een nieuwe iPhone of tablet komen en oh ja, de familie liefst ook nog maandelijks 2000 bah worden toegestopt.

Maar er zijn ook getrouwde mannen bij die een gezin draaiende moeten houden, vaak is het werk in de bar dan hun tweede baan. Of studenten die in hun vakantie het collegegeld voor het volgende trimester bij elkaar proberen te sprokkelen.

En jongens die wel homo zijn, komen naar de stad en gaan werken in bars om zo de mogelijkheid en de middelen te hebben om een openlijk homoleven te kunnen leiden. Iets dat in de provincie niet altijd mogelijk is omdat die jongens daar als beginnende homo’s te geïsoleerd leven of omdat het daar niet mogelijk is om voldoende geld te genereren om leuke kleren te kopen, uit te gaan in homo-discotheken, etc. Het leven in de stad is duur dus als ze geen goede opleiding en baan hebben dan ‘moeten’ ze dus wel in een bar werken, vinden ze zelf.

Daarnaast hopen sommige jongens, en klanten, dat de bar ook als een huwelijksmarkt dient en dat ze hier ‘onder de pannen’ geraken. Kortom, de boys-bars zijn een levendig gebeuren en er zijn wensen van de verschillende aard die liefst allemaal bevredigd moeten worden.

Allemaal rozengeur en maneschijn? Nee natuurlijk, een aantal minpunten op een rijtje. Tegenwoordig verstrekken bars vaak Viagra e.d. aan go-go boys die een klant hebben die ze niet aantrekkelijk vinden. Ook zijn er jongens die zichzelf drogeren met middelen om zin en energie te hebben, die ze alleen illegaal kunnen verkrijgen, met alle risico’s van dien.

Veel jongens raken met name in de eerste maanden in de stad besmet met HIV/Aids, Syfilis of andere SOA. Er zijn klinieken in een aantal grote steden waar ze, vaak gratis, getest en behandeld kunnen worden. Dan moeten ze er wel op tijd bijzijn.

Er zijn NGO’s die voorlichting geven maar dat blijft vaak steken bij alleen informatie- en condoom verstrekking. ‘In the heat of the moment’ hebben de jongens ook onderhandelingsvaardigheden nodig, het is niet makkelijk om tegen een klant, die vaak ouder is dan hun eigen vader, of grootvader, nee te zeggen. Dit leren ze vaak wel als ze meer ervaring hebben maar dan is het nogal eens te laat.

Ook kan er sprake zijn van uitbuiting door de MamaSans en de bareigenaars en als de jongen te weinig omzet draait, wordt hij ook zo weer op staat gezet. De laatste tijd zie ik steeds meer jongens uit de omliggende landen in de bars verschijnen, nogal eens illegaal en daardoor extra kwetsbaar.

Win-win situatie
In een meer ideale situatie kan het een win-win situatie zijn, de jongen verdient een periode een flink inkomen, heeft een leuke tijd en seks en de klant heeft seks- en/of intimiteit, waar hij door zijn leeftijd, door taboes op seksuele contacten tussen jongere en oudere mannen, in eigen land nooit meer toe in de gelegenheid zou zijn.

Dit kan gaan om enkel kortdurende contacten maar als beiden dit wensen kan zo’n contact ook een vakantie lang duren, of wat ook voorkomt, dat de jongens voor maanden of jaren met hun klant/vriend gaan samenwonen in binnen- of buitenland.

Geleidelijk aan raakt het verschijnsel ‘boys-bar’ een beetje over zijn hoogtepunt heen, meer en meer worden de contacten gelegd via datingsites. Dat is vaak goedkoper en de boys behouden hun vrijheid. Ook veel jongens met een baantje zoeken zo contact in de hoop op seks en een flinke zakcent. In Thailand zijn seksuele contacten tussen jonge en oudere mannen niet taboe als er maar een financiële tegenprestatie tegenover staat. De oudere betalende vriend wordt gezien als een ‘goede partij’. Dit past ook in het in Thailand veel voorkomende sociale systeem van ‘patronage’ waarbij mensen ‘bescherming’ vinden bij personen met meer macht en geld en daarvoor dan als wederdienst velerlei vormen van zorg en andere diensten leveren.

Paul Bremer


 

Impulsiviteit

In zeven sloten tegelijk

Over impulsiviteit en ongedisciplineerdheid in Thailand

Iedereen die Thailand heeft bezocht, zal het opgevallen zijn dat veel mensen daar eten wanneer ze zin hebben. Niks geen drie maaltijden per dag. Slapen vaak idem dito, evenals bijvoorbeeld telefoneren. Regelmatig word ik midden in de nacht gebeld zonder dringende reden, vandaar dat ik nu mijn telefoon maar uitzet.

Ook in het verkeer voegt men vaak in of slaat men af zonder uit te kijken en rekening te houden met andere weggebruikers. Voorsorteren lijkt een onbekend verschijnsel. Zich kennelijk van geen gevaar bewust worden er levensgevaarlijke capriolen uitgevoerd, die dan ook heel vaak tot ongelukken leiden.

In de Lage Landen aan de Zee leren wij te anticiperen op mogelijk gevaar op de weg. In Thailand lijkt iedereen te doen wat in hem opkomt en moet je toeteren om gezien te worden, of veel bidden en geluk hebben. Voor ons westerlingen de omgekeerde wereld.

Ook in veel andere opzichten lijken Thai vaak impulsief en ongedisciplineerd. Men leeft bij de dag en kijkt letterlijk en figuurlijk niet vooruit. De huur moet vandaag betaald, nog geen baht opzij gelegd, help. Kan jij me geld lenen? De baas heeft kritiek, vaak te laat komen, te veel actief op Facebook tijdens het werk. Wat verbeeldt hij zich wel niet, ik geef er de brui aan. Nog geen andere baan? Dat zien we dan wel weer. Kan ik dan nog één keer geld van je lenen? Je krijgt het echt volgende week terug.

Impuls gestuurd gedrag
Impulsiviteit is de neiging tot handelen vanuit plotselinge opwellingen in plaats van volgens weloverwogen plannen. ‘Impuls gestuurd’ noemen pedagogen dit gedrag ook wel. Leerlingen die snel afgeleid zijn, hun aandacht er niet bij kunnen houden. Reagerend op iedere prikkel, zoals jonge honden die overal naar happen, ook in hun eigen staart. In Thailand lijkt dit gedrag eerder regel dan uitzondering, ook bij veel volwassenen.

Niet dat dit bij ons niet voor komt, steeds meer zelfs. Voor velen is het bedienen van hun SmartPhone belangrijker dan het bij de les blijven. Kijk maar eens in het gemiddelde klaslokaal of naar beelden van het Nederlandse parlement. Ook bij ons is ‘MultiTasking’ in, de hedendaagse jeugd en vrouwen zouden daar vooral goed in zijn. Onzin natuurlijk.

Mijn eigen moeder zei altijd al: ‘Je kunt geen twee dingen tegelijkertijd doen.’ Gelijk had ze. Onderzoek heeft uitgewezen dat een mens maar echt gefocust kan zijn op één activiteit tegelijkertijd. Verdeel je je aandacht over meerdere onderwerpen, dan doe je alles maar half.

Is er een verklaring waarom velen zo weinig geconcentreerd zijn en zo impulsief? Mijn vermoeden is dat dit eigenlijk natuurlijk en ongepolijste gedrag is. Als mannen gaan jagen, vissen of versieren dan zijn ze impulsief om alert te kunnen reageren en zo geconcentreerd als nodig om op dat moment succes te hebben. Verder lummel je wat rond met alle kans op verveling en gebrek aan verdere ambities van dien.

Impuls

Het ontbreekt vaak aan identificatie figuren
Het gros van vooral de Thaise mannen staat bloot aan veel verleidingen; ze hebben niet veel mogelijkheden te leren hun impulsen onder controle te houden. Het ontbreekt vaak aan mannelijke identificatie figuren van wie ze dat wel zouden kunnen leren. Vaders, ooms, broers, neven en buurjongens zitten vaak in hetzelfde schuitje.

De mannen die het maatschappelijk wel wat verder geschopt hebben, zijn dan vaak weer op die posities terechtgekomen door middel van vriendjespolitiek en corruptie. Dit betreft vooral ook politie, leger en andere overheidsdienaren die normaal gesproken het goede voorbeeld zouden moeten geven en externe controle verschaffen. Niet in Thailand, daar is iedereen vooral bezig extra inkomsten te verwerven en zijn blazoen op te poetsen.

Voor vrouwen ligt het meestal wat anders. Zij moeten het huishouden draaiend houden en leren zo van moeder op dochter de eindjes wel aan elkaar te knopen. Regeren is vooruitzien. Het is geen toeval dat juist in Thailand veel vrouwen leidinggevende posities hebben bij de overheid en in het bedrijfsleven.

Impulsiviteit en discipline zijn de keerzijden van dezelfde medaille. Impulsiviteit kan nuttig zijn om alert te reageren, maar discipline is nodig om ook op termijn iets op te bouwen. Dat vergt ambitie en enig arbeidsethos en dat moet je wel ergens opdoen. In de westerse opvoeding is het min of meer gebruikelijk om kinderen te leren dat behoeftenbevrediging vaak even uitgesteld moet worden. Nu op tijd naar bed, want morgen weer vroeg op. Niet te veel snoepen want dat is slecht voor je tanden. Nu studeren, straks een diploma. Dat lijkt in Thailand vaak heel anders te gaan.

Vrijheid blijheid
Meestal leer je discipline van je opvoeders, in de ruimere betekenis van het woord. Langere tijd werken in één en hetzelfde bedrijf en daar vertrouwd raken met meer verantwoordelijkheden, als gezel een beroep leren van een meester, een voortgezette studie volgen waarin je gestructureerd leert presteren of in het leger waar je al doende carrière maakt.

Hoeveel mannen in Thailand komen daar aan toe? Mijn inschatting is een kleine minderheid. Velen zijn laag opgeleid en hebben los-vast werk. Vrijheid blijheid en dus veel ruimte voor impulsieve acties. Overigens zullen ook in De Lage Landen ongetwijfeld problemen vanwege impulsiviteit en ongedisciplineerdheid meer voorkomen in milieus waar laaggeschooldheid en werkloosheid meer voorkomt.

Uitzonderingen in Thailand zijn nog wel eens slimme jongens uit arme families die op twaalfjarige leeftijd monnik worden om zo middelbaar onderwijs te kunnen volgen. Ik ken er verschillende die zo, na het weer verlaten van de monnikenorde, heel gedisciplineerd een carrière hebben opgebouwd.

Alcohol- en drugsmisbruik
Echtelijke ruzie
Een ander belangrijk aspect is alcohol- en drugsmisbruik. ‘Sanuk’ en ‘sabaai sabaai’, heel gezellig allemaal, maar veel gewelddadigheid en ongelukken worden mede veroorzaakt door middelenmisbruik. Alcoholmisbruik is zeer veel voorkomend in Thailand, evenals het gebruik van amfetaminen en andere drugs.

Op het platteland wordt geschat dat vaak wel 50 tot 90 procent van de jonge mannen verslaafd is aan amfetaminen, hier ‘Ya Ba’ genaamd, de ‘gekke pil’. Alcohol- en drugsmisbruik hebben desastreuze effecten op de mogelijkheid je impulsen voldoende onder controle te houden.

Bij jongeren heeft middelenmisbruik ook nog een schadelijke invloed op hun nog in ontwikkeling zijnde brein. Nog een andere factor van belang zijn de mogelijke negatieve effecten op het brein van de ongeborene van roken en het gebruik van alcohol door de moeder.

Veel jongeren en opvoeders in Oost en West realiseren zich sowieso niet dat het brein van jongeren pas rond het vierentwintigste levensjaar is uitontwikkeld. Tot die tijd zijn jongeren extra vatbaar voor impulsen en is het des te belangrijker dat geleidelijk geleerd wordt deze in goede banen te leiden. Deze ontwikkeling wordt dan ‘vastgelegd’ in het brein. Het leren omgaan met impulsen is voor iedereen een hele opgave, gezien alle beperkingen en risico’s in Thailand daar des te meer.

Het is natuurlijk in dit opzicht niet alleen maar kommer en kwel. Er zijn ook veel personen en families die hun leven wel in goede banen weten te leiden. Verder heeft impulsiviteit ook spontane kanten die het leven juist kunnen veraangenamen. Regelmatig komt bezoek even langs en als ik een klusjesman of leverancier bel of ze misschien deze week even tijd hebben dan gebeurt het wel dat ze binnen het uur al op de stoep staan. De cynicus zal zeggen dat de geldnood kennelijk hoog is, maar het is ook reuze gemakkelijk.

Pattaya geeft mogelijk een wat vertekend beeld doordat hier veel vakantiegangers en seizoenswerkers zijn die het vaak beiden niet zo nauw nemen. Minder sociale controle, terwijl geld hier verhoudingsgewijs snel is verdiend. De Thaise dames en heren waar ik regelmatig mee te maken heb zijn over het algemeen betrouwbare en harde werkers. Zo niet dan heeft dat consequenties en dat merken ze waar nodig vlug genoeg. (18 september 2015)


 

‘De stelling dat mensen niet verschillen maar alleen de spelregels is naar mijn idee te simplistisch’, stelt Paul Bremer in ‘Verschillende tinten grijs’. Een beschouwing over schaamte- en schuldculturen.

Verschillende tinten grijs

Ik sta er regelmatig versteld van hoe gewoon het hier in Thailand lijkt om iemand wat op de mouw te spelden of te belazeren. De meest gewiekste verzinsels worden voor waarheid verkocht met als doel om je gunstig te stemmen of te bewegen met geld over de brug te komen. Ik heb de indruk dat het eigen gewin en het redden van het gezicht hier verreweg op nummer 1 staan en dat al die leugens en malversaties worden gepraktiseerd zonder veel gewetenswroeging of schuldbesef. 

Ik schrijf deze waarneming toe aan een belangrijk verschil in cultuurontwikkeling in Aziatische en westerse landen. Azië kent een zogenaamde schaamtecultuur. Je treft die ook aan in andere delen van de wereld. Met name daar waar de overstap van agrarische samenleving naar een meer industriële samenleving nog niet of relatief recent is gemaakt.

In een schaamte- of wij-cultuur staat de groep centraal. Zij streven naar harmonieuze relaties met hun groepsleden, conformeren zich aan de normen en waarden van de groep, hechten aan status en prestige, en vermijden gezichtsverlies. Betrapt worden op het overtreden van de regels leidt tot schaamtegevoel. 
In schuld- of individualistische culturen ligt de nadruk op individuele vrijheid, persoonlijke ambities, emotionele zelfstandigheid en openheid in communicatie.

Nu zijn zowel schaamte als schuld algemeen menselijk gevoelens en zullen dus, althans bij mentaal gezonde personen, bij een ieder in verschillende gradaties voorkomen. Wel afhankelijk van de persoon en de omstandigheden maar ongeacht het milieu en de cultuur waar zij deel vanuit maken. De mate waarin deze gevoelens voorkomen, en een cultuur als het ware kleuren, kunnen echter wel vrij sterk verschillen. Het verschil tussen Thailand en bijvoorbeeld Nederland is volgens mij niet zwart wit maar wel het verschil tussen donkergrijs en lichtgrijs en dat zijn toch aanzienlijke verschillen. 

Schaamtegevoel
In de ontwikkelingspsychologie gaat men er vanuit dat er al op heel jonge leeftijd schaamtegevoel aanwezig is. Het hebben van schuldbesef is gekoppeld aan het ontwikkelen van een geweten. Dit is een langdurig en complex proces. Er wordt ook vanuit gegaan dat het ontwikkelen van het besef van schuld getuigt van een meer gevorderde psychologische ontwikkeling en dat niet iedereen in zijn ontwikkeling hieraan (voldoende) toekomt. Veel personen ontwikkelen een lacunair geweten, zeg maar een niet compleet geweten. Stelen of het vermoorden van clan-genoten is dan bijvoorbeeld taboe maar het leven van buitenstaanders heeft echter weinig of geen waarde.

Het is een misvatting dat een ieder een zelfde psychologische ‘make-up’ heeft als bijvoorbeeld je eigen vrienden of vakgenoten. Dit is vaak zeer afhankelijk van tijd, plaats en omstandigheden. Bij bijvoorbeeld tegenslag en spanningen kunnen normaal gesproken goed functionerende personen toch heel verschillend reageren. Bijvoorbeeld al of niet leugenachtig of gewelddadig. 

Als we naar de verschillen in culturen kijken dan is het denk ik waarschijnlijk dat het onderscheid tussen schaamte- en schuldculturen minder met geografische verschillen te maken heeft maar meer met plattelandsculturen versus meer verstedelijkte,  liberale en moderne culturen. Voor de volledigheid, behalve op het platteland zijn er natuurlijk ook in steden, buurten en milieus, met name als deze vrij gesloten zijn of waar veel personen vanuit het platteland naar toe trekken, die nog veel kenmerken van een schaamtecultuur hebben.

In groepsverband, ook in het westen, zie je soms dat het individuele geweten en het bijbehorende schuldbesef lijkt te zijn uitgeschakeld. Dan wordt door de eigen groep geweld tegen de ‘tegenpartij’ opeens normaal gevonden. Het meedoen met de eigen groep of clan wordt dan het belangrijkste. Het collectieve geweten van de rechtsstaat, door middel van politie en justitie, moet dan ingrijpen om grenzen te stellen en een ieder aan te spreken op zijn individuele verantwoordelijkheid. 

Schaamteculturen
Kenmerkend voor schaamteculturen is dat mensen vaak in gemeenschappen leven van enkele honderden tot enkele duizenden personen. Gemeenschappen dus waar iedereen elkaar kent en men ook sterk afhankelijk is van elkaar. Zo wordt er samen voor het vee gezorgd, het land bebouwd en voor voedsel gezorgd. In deze gemeenschappen is veel sociale controle om zo de omgeving voorspelbaar en veilig te houden. Belangrijk is dat men zich aanpast aan de groep. Het belang van de groep wordt belangrijker gevonden dan het belang van de individuele personen. De angst om buiten de groep te komen te staan en dus niet meer gevoed en beschermd te worden is groot.

In een cultuur waar schaamte de dominante emotie is zijn angst voor gezichtsverlies, afwijzing en uitstoting nauw met elkaar verbonden. Men doet er vaak alles aan om zichzelf en de ander de schaamte voor het gezichtsverlies te besparen. Dit zegt veel over hoe belangrijk het wordt gevonden om maar sociaal aangepast te zijn. Liever mogelijke misstappen ‘met de mantel der liefde bedekken’ dan ‘voor schut gezet te worden’ met de kans uitgestoten te worden.

Met andere woorden: de schone schijn wordt opgehouden om de indruk te wekken dat men het binnen de groep geaccepteerd gedrag heeft en men netjes aangepast is. Roddel en pesten komen veel voor om elkaar zo in het gareel te houden en elkaar te straffen voor afwijkend gedrag. Dit kan zo ver gaan dat de groep voor eigen rechter speelt, zogenaamde volksgerichten, om gedrag dat als bedreigend wordt ervaren voor de gemeenschap, zoals diefstal of seks buiten het huwelijk, kunnen worden bestraft met lijfstraffen, moord of verstoting. 

Om te voorkomen dat de spanningen te hoog oplopen zijn er vaak wel sociale uitlaatkleppen zoals alcohol ge(mis-)bruik en feesten waarbij ander sociaal gedrag is toegestaan dan in het dagelijks leven. Denk in Thailand bijvoorbeeld aan Songkran, of in andere landen kermissen en carnaval. 

Als de grootte van de gemeenschappen waarin men leeft zodanig zijn dat niet iedereen elkaar meer kent dan krijgt godsdienst vaak de functie van het bewaken van de moraal en de leefregels. Hoe meer men het gevoel heeft dat er een god is die over je schouder meekijkt des te meer er ook schuldgevoelens zullen ontstaan bij afwijkende (verboden) gevoelens en gedragingen. 

Persoonlijk geweten
Zoals al gesteld, zonder geweten geen besef van schuld. Aanvankelijk zal dit geweten gerelateerd zijn aan de opvattingen van de opvoeders. In een later stadium is een god of een ideologie hierbij vaak bepalend. In meer ontwikkelde en moderne samenlevingen ontstaat er echter steeds meer ruimte voor het ontwikkelen van een persoonlijk geweten door te gaan praten, te leren, te denken en je zo cognitief en emotioneel te ontwikkelen.

In meer moderne en stedelijke samenlevingen is aanpassing aan de groep of milieu ook belangrijk maar wel van minder belang voor het overleven. Er is meer ruimte voor persoonlijke gevoelens en gedrag. Er ontstaat ook individuele keuzevrijheid en personen ontwikkelen dan ook meer eigen opvattingen over wat in het leven belangrijk is en hoe men zijn leven wil inrichten. Het geweten kan en moet daar een belangrijke plaats innemen als richtsnoer in het persoonlijke leven. 

Bij afwijken van de eigen opvattingen over goed en kwaad kunnen schuldgevoelens helpen om na te denken over ons gedrag en ons ook zonodig doen besluiten ons gedrag en opvattingen alsnog meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Het kunnen erkennen van gemaakte fouten, het spijt en berouw kunnen voelen en dit delen met anderen zijn belangrijk om in sociaal opzicht goed te functioneren in een moderne samenleving met veel individuele verantwoordelijkheden.

Gevoelens van schaamte zullen dan ook nog veel voorkomen maar zullen toch vaak wat minder belangrijk worden. Er is namelijk meer ruimte ontstaan om af te wijken van wat anderen goed of fout vinden. We hebben immers een eigen geweten ontwikkeld dat ons zo goed mogelijk de weg wijst. 

Zie hier een aantal verschillen tussen enerzijds kleinschalige agrarische samenlevingen waarin schaamte zo’n dominante rol speelt om individuen te disciplineren, en zo als groep te kunnen overleven. Tegenover een meer moderne, liberale samenleving waar personen meer op zichzelf zijn aangewezen en waarin het nemen van individuele verantwoordelijkheid juist noodzakelijk is. En waarin men ook als individu aangesproken wordt op keuzes en gedrag en als individu schuldig kan worden bevonden bij misstappen.

Tot op heden zijn in veel Aziatische landen plattelandsculturen en de daarmee gepaard gaande normen en waarden, nog dominant aanwezig. Sterk hiërarchische machtsstructuren zijn hier vaak deel van. Daardoor drukken deze een groter stempel op de gehele cultuur dan in het westen. Daar hebben de welvaart en de individualisering al langere tijd de kans gekregen de cultuur te veranderen en bijvoorbeeld democratischer te maken. 

Daarnaast zullen de verschillende geloven, filosofieën en ontwikkelingen, zoals het Confucianisme in het Oosten, en het christendom en de Renaissance in het Westen, hierbij tevens een grote rol spelen.

Liegen en bedriegen
Nu weet ik wel dat ik mijn bovengenoemde indrukken over liegen en bedriegen niet zonder meer kan generaliseren naar een hele bevolkingsgroep, maar het valt me toch steeds weer op. Bijvoorbeeld ook de Thaise schrijver Pira Sudham, afkomstig uit een arme boerenfamilie in de Isan en opgeleid in zowel Bangkok als in het westen, stelt in zijn sociaal bewogen boeken dat het de Thais ontbreekt aan een geweten. Het lijkt er dan ook op dat in ieder geval in Thailand veel mensen door een combinatie van armoede, gebrekkig onderwijs (waar ook de nadruk ligt op aanpassing) plus lokale normen en waarden zeer opportunistisch handelen zonder dat hun geweten en schuldgevoelens hen hierbij kennelijk in de weg staan. 

Mede daarom denk ik dat het in landen als Thailand veel moeilijker is in je persoonlijke ontwikkeling toe te komen aan het ontwikkelen van een volwaardig geweten en dienovereenkomstige schuldbesef. Als dit voor veel volwassen geldt, door de generaties heen, dan kan het logischerwijs niet anders dan dat dit ook op cultureel niveau zijn sporen nalaat en vice versa.

Discussie
De stelling dat mensen niet verschillen maar alleen de spelregels is misschien een sympathieke stellingname maar naar mijn idee te simplistisch. De opvatting dat alleen de hogere sociale klassen behept zijn met deze manco’s is mijns inziens kortzichtig.

Met het standpunt van de organisatiepsycholoog Geert Hofstede, die onderzoek deed naar cultuurverschillen, dat je zijn culturele dimensies niet op individuen mag toepassen maar alleen op grote groepen, het tuin en bloem principe, ben ik het op zich eens. Maar als de tuin rood kleurt kan je er gevoegelijk van uitgaan dat er veel rode- bloemen en gewassen in die tuin staan.

Als het in een samenleving collectief ontbreekt aan het ontwikkelen van een volwaardig geweten en schuldbesef, dan ontbreekt in die cultuur een belangrijk maatschappelijk en psychologisch mechanisme op basis waarvan in die samenleving personen individuele verantwoordelijk nemen en daarop aangesproken en afgerekend kunnen worden. Dit werkt uitwassen als machtsmisbruik, vriendjespolitiek en corruptie in de hand. 

Dit collectief ontbreken is waarschijnlijk ook een verklaring voor het gegeven dat er in schaamteculturen vaak minder belang wordt gehecht aan democratie en 
(individuele-)mensenrechten.

Ondanks de vele overeenkomsten tussen mensen en tussen culturen zijn er ook grote verschillen. Deze verschillen zijn meestal niet zwart wit maar vaker verschillende tinten grijs. De spelregels kunnen verschillen maar ook deze ontstaan als gevolg van waarden en normen in een bepaalde cultuur en worden ook weer aangepast als een cultuuromslag dit noodzakelijk maakt. (31 maart 2015) 

De reacties zijn gebundeld op een aparte pagina. Klik hier.


 

Paul Bremer bezoekt de Kraton, het paleis van de sultan van Yogyakarta. Een mystieke en sfeervolle plaats. En passant krijgt hij een lesje gamelan spelen.

De Sultan, de vuurberg en een prins

Liggend op een vlonder in de schamele aanbouw loop ik helemaal leeg, van boven. Ik heb me bij een plaatselijke kruidendokter onderworpen aan het zogenoemde ‘hoofdspoelen’. Na de inname van het juiste obat ga je op je buik liggen, boven een kom, en dan gaat het meteen lopen. Snot, slijm en tranen en dat houd zeker het eerste half uur niet meer op. Ondertussen word ik geklopt, gekneed en moed ingesproken door één van de assistenten. Gezien mijn jarenlang bestaande klachten van de voorhoofdsholten leek het mij de moeite waard deze behandeling eens te proberen. 

De kruidendokter houdt praktijk in een dorp ten zuiden van Yogyakarta (voorheen Djokjakarta, afgekort tot Djokja). Na afloop voel ik me opgelucht. Meer vanwege het beëindigen van de ongemakken dan vanwege de behaalde resultaten. Voor een goed resultaat zou ik nog zeker tweemaal terug moeten komen, zo wordt mij verzekerd. 

Na alle ontberingen snak ik naar een douche en ga mij vervoegen bij het gerenommeerde Phoenix Hotel in hartje Djokja. Tegenwoordig stikt het hier van de Europeanen verlangend naar Tempo Doeloe. Voorheen overnachtten daar veel planters en handelaren op doorreis. Het personeel knipt en buigt en het Gamalan Orkest speelt zwoele deuntjes op de binnenplaats.

De prins op het rode paard
‘s Avonds wacht mij Anwar, de prins op het rode paard. Hij beloofde mij een maaltijd in een restaurant waar alle gerechten bereid worden met paddestoelen. Heerlijk en avontuurlijk, vooral ook de rit op zijn rode Honda. Een beetje tegen mijn natuur in laat ik mij wegvoeren achterop zijn grote motorfiets, het duister in met onbekende bestemming. Nog geen maand later logeer ik bij hem in zijn droompaleis aan de voet van de woeste Merapi. (Javaans: Meru, berg. Api, vuur)

Een jaar daarvoor is de Merapi nog vreselijk uitgebarsten met een enorme eruptie en grote lavastromen. Ondanks de evacuaties vielen er toch honderden doden. Onder hen ook Mbah (grootvader) Marijan, hij was door de Sultan hoogstpersoonlijk aangewezen als hoeder van de spirituele geesten die op de berg huizen. In de stad en omstreken heeft iedereen het dan ook nog over deze uitbarsting en de verwoestende gevolgen. Er worden grote betekenissen aan toegedicht.

Anwar is jong en pienter en zijn academisch opleiding helpt hem zich niet helemaal te verliezen in alle verhalen en bijbehorende angsten. Hoewel zijn hypermoderne onderkomen grotendeels bestaat uit enorme glazen wanden moet je geluk hebben de vreselijke vuurberg te kunnen aanschouwen. ‘s Morgens in alle vroegte wil het vaak wel lukken. Wat een angstaanjagende schoonheid wordt dan zichtbaar. 

Anders is het wel genieten van de boeren en buffels die aan het ploegen zijn in de rijstvelden aan de voet van de Merapi, omzoomd door kokospalmen en bananenbomen. De witte koereigers paraderen in het rond en storten zich hongerig op al het lekkers dat bovengewoeld wordt. Dit alles vanuit bed of vanaf de sofa te aanschouwen. Een sprookje zo wonderbaarlijk.

De Sultan van Yogyakarta
Anwar, een pracht van een Javaansche jongen, blijkt ook bekend in de Kraton, het paleis van de Sultan. Een vorst en zijn voorgeslacht die sinds lang vervlogen tijden één van de vier Vorstenlanden in Midden-Java besturen. En vroeger dit rijk ook bezaten, totdat de Hollanders daar met koloniale dwang een einde aan maakten. Nu is de Sultan van Yogyakarta nog de enige vorst die tevens gouverneur is van ‘zijn’ provincie en nog veel macht heeft. Ook Anwar voelt zich in de eerste plaats een onderdaan van zijn vorst. Jakarta en de president zijn hiervandaan, letterlijk en figuurlijk, ver weg.

Een dochter van de Sultan houdt erg van koken en we gaan die avond bij haar eten. Weer op het rode monster dalen wij de vuurberg af en spoeden ons richting het hof. Na een onnavolgbare gang door de vele straatjes van de Kraton wordt er ergens een poort geopend en staan we op een binnenhof waar we worden onthaald op een heerlijke maaltijd bij kaarslicht onder een baldakijn. De prinses blijkt een echte keukenprinses, het diner was voortreffelijk.

Deze Kraton heeft een lange en roemruchte historie. Met al zijn kroonluchters, ornamenten en decoraties is het, vooral ‘s avonds, mystiek en bijzonder sfeervol. Overdag lijkt de Kraton meer een groot en soms wat rommelig dorp met lage witgepleisterde huizen. Alle hovelingen en hun families, sinds jaren her, wonen in de omliggende straatjes. Zo ook de vele ambachtslieden met hun werkplaatsen waar ornamenten, muziekinstrumenten en wajangpoppen voor het hof worden gemaakt en onderhouden. 

De Pendopo
Bij een eerder bezoek aan de Kraton raakte ik in gesprek met een wat oudere Javaan die mij vroeg waar ik vandaan kwam. Bahasa Belanda was mijn antwoord en de man begon te stralen. De hele Kraton bleek in blijde verwachting van een aanstaande bruiloft en van de komst van ons (nog net) kroonprinselijk paar Willem-Alexander en Máxima.

Hij openbaarde dat hij één van de orkestleden van het koninklijke Gamalan Orkest was. De week daarop zou een (andere) dochter van de Sultan trouwen. Op dat moment stond het halve paleis leeg in verband met de voorbereidingen van het huwelijk. De koninklijke familie was daarom die dagen niet aanwezig. 

Kom maar mee, zei hij, dan laat ik je de Pendopo, de ontvangsthal, en de gastenverblijven zien, nu kan het. Zo gezegd, zo gedaan. En passant kreeg ik ook nog een lesje Gamelan spelen. Heel exotisch en prachtig allemaal maar toch wat moeilijk voorstelbaar dat ons toekomstig koningspaar binnenkort hier zouden logeren in één van de, weliswaar royale, maar in mijn ogen niet echt vorstelijke logeerkamers rond een gedeeld zwembad. Of zouden WA & Máxima zich des avonds toch schielijk terugtrekken in de koninklijke suite van het Phoenix Hotel. Ik voel me daar in ieder geval de koning te rijk, ook in een ‘standaard’ kamer. 

Jalan Jalan, op met de nachttrein naar Malang. Selamat Jalan…. (22 maart 2015)


 

Paul Bremer gaat op zoek naar Hollands lekkers in de stad van F. Springer: Bandung – Bandoeng.

Bandung – Bandoeng

Op reis van West- naar Oost-Java. Van Bogor, het vroegere Buitenzorg, naar Sukabumi, Bandung en vervolgens via Semarang en Jogjakarta naar Malang en Surabaya. Waar mogelijk met de trein en anders met de auto. 

‘Zijn benen waren stijf en pijnlijk. Hij wurmde zich moeizaam de auto uit. 
‘Herken je het hier Chrissie?’ 
Minuscule veranda –  wazig groen door de dichte struiken en varens die Otto als een gordijn opzij schoof. Orchideeën neerhangend van de dakgoot, boompjes die lichtoranje papaja’s torsten. Een zwaar zwangere hond kroop kwispelend naar hen toe. Een vrouwenstem riep iets uit het achterhuis. 
‘Doe alsof je thuis bent, Chrissie, net als toen.’
Otto verdween in de schemerdonkere kamer achter de veranda. Regensburg keek naar de gele bloemen in de struiken, de papaja’s, de rotan stoeltjes. Uit de kamer verscheen een bruine kleuter, gitzwart ponykopje, blote voetjes, grote snottebel aan het neusje. Ze staarde hem aan, duim in de mond. ‘Dag’. Zei hij. ‘Hoe heet je?’’

Fragment uit Bandoeng – Bandung
F. Springer (1932 – 2011)

Inmiddels aanbeland in Bandung, de stad met een geschiedenis, waar F. Springer zo meeslepend over geschreven heeft. Het is half september en heerlijk weer.  ‘s Morgens ben ik vertrokken vanuit Hotel Savoy Homann, een Art-Deco beauty, gelegen aan Jalan Asia-Africa, voorheen de Grote Posweg geheten (foto beneden).

Na een flinke stadswandeling strijk ik tegen lunchtijd neer op het ruime terras van restaurant annex patisserie ‘Braga Permai’ in het hartje van de oude stad. Op de menukaart ontdek ik onder andere uitsmijter, kroket en bitterballen, naast een keur aan Indonesische gerechten. Vanwege het Indische verleden ben ik niet echt verrast maar ik verwachtte het hier toch niet direct. En bij alleen deze oud-Hollandse verrassingen blijft het niet.

Bandoeng: Parijs van Java
Bandung, toen nog Bandoeng, werd in de koloniale tijd ook wel het ‘Parijs van Java’ en ‘de meest Europese stad van Indië’ genoemd. De stad ontstond in de 19de eeuw als centrum voor cultuurondernemingen, oftewel plantages, in de Preanger, de naam van de hoogvlakte rond de stad.

Herman Willem Daendels, van 1808-1811 Gouverneur Generaal, had opdracht tot het aanleggen van de Grote Posweg gegeven. Deze is 1000 km lang en loopt, ook nu nog, van het uiterste westen van Java naar de oostkant van het eiland en verbond Bandoeng met Batavia (nu Jakarta) Semarang en Surabaya.

In 1894 werd ook de spoorlijn uit Batavia, via Buitenzorg, doorgetrokken naar Bandoeng en begon pas echt de groei van het toenmalige dorp. Sinds het begin van de 20ste eeuw kreeg Bandoeng een nieuwe economische impuls. Dit in verband met het besluit van Bandoeng de nieuwe hoofdstad van het toenmalige Nederlands-Indië te maken.

Een belangrijke reden was het gunstige klimaat in de bergen, dit in tegenstelling tot de hitte en ziektes in Batavia. Er werd in relatief korte tijd in Bandoeng-Noord een nieuwe en groene woon- en werkstad uit de grond gestampt aan de hand van voor die tijd heel moderne uitbreidingsplannen.

Bandung: De bloemenstad
Tegenwoordig heeft Bandung meer dan 2,5 miljoen inwoners. Het is de hoofdstad van de provincie West-Java. Haar bijnaam is nu ‘de bloemenstad’. Bandung is ook de informele hoofdstad van de Soendanezen, de in West-Java dominante bevolkingsgroep. De ruime opzet van de stad is flink aangetast door de bevolkingsgroei en bevolkingsdichtheid. Toch is de oorspronkelijke opzet van de oude stad nog intact en bezit Bandung één van de grootste concentraties Art-Deco gebouwen van de wereld.

Toko ‘Braga Permai’ ligt in Jalan Braga, de sfeervolle hoofdstraat van het vooroorlogse Bandung. Deze straat staat nog vol met bebouwing uit de eerste helft van de vorige eeuw. Behalve de in meer koloniale stijl gebouwde panden is er, door vooral Nederlandse architecten als Aalbers, Macleine Pont en Wolff Schoemaker, voor de oorlog veel ge- en verbouwd in de Nieuw Bouwen stijl van de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw.

Deze kenmerkt zich door opvallende horizontale lijnen, ruime balkons en Art-Deco elementen. In de hele stad, maar zeker in Jl. Braga en omgeving, is er nog veel te zien aan indrukwekkende oude overheids en particuliere gebouwen die ook nu vaak nog een moderne indruk maken en zeker hier in Indonesië extra opvallen.

Nu blijkt dat waar nu Braga Permai is, voorheen Maison Bogerijen gevestigd was. Dit was in het verleden al een befaamde eetgelegenheid. In advertenties werd in die tijd geschreven: Hofleverancier van H.M. de Koningin der Nederlanden en Zijne Excellentie G.G. van Nederlands Indië. Dit maakt wel duidelijk dat het Koninkrijk der Nederlanden in het algemeen en de Gouverneur Generaal in het bijzonder geziene klanten waren van deze Toko, oftewel onderneming.

Het restaurant was dan ook in die tijd de meest internationaal georiënteerde gelegenheid in West-Java om te dineren. Alle menu’s in Bogerijen werden bijvoorbeeld behalve in het Nederlands ook in het Frans geschreven. Behalve deze gerenommeerde eetgelegenheid waren er ook modemagazijnen die rechtstreeks hun kleding uit Parijs betrokken en enige autosalons die internationaal vermaarde automerken verkochten. In combinatie met de moderne architectuur, was dit alles bij elkaar de reden dat Bandung in die tijd dan ook de bijnaam ‘Parijs van Java’ wel verdiende.

Maison Bogerijen
Terug naar het lekkers. Maison Bogerijen werd op dit adres geopend in 1918. Tot aan 1980 was er aan de achterzijde van het pand een winkel waar brood en cake werd verkocht. Voor de klanten die verder weg woonden werd er tot die tijd ook thuisbezorgd. Het huidige pand is grotendeels nieuwbouw alleen aan de achterzijde is er nog wat te zien van de oorspronkelijke behuizing. 

Nu is het een vrij modern Grand Café met aan de straatkant een ruim terras onder een grote luifel en met een aantal parasols. Het rechterdeel van de eetzaal is tevens winkel met grote vitrines en een toonbank. In het restaurant hangen nog een aantal schilderijen en foto’s van het voormalige Maison Bogerijen. Deze herinneren de klanten aan de nostalgie van de gloriedagen van Nederlandsch-Indië.

Binnen blijkt er nog veel meer lekkers in gekoelde vitrines en op schappen. Behalve bokkepootjes, zijn er ook krakelingen, speculaasjes, gevulde speculaas, boterstaaf en ontbijtkoek te koop. Verder nog annanastaart, chocoladetaart, moccataart en tompoesjes.

Dit alles is dan ook nog eens prachtig verpakt. Deze lekkernijen uit Tempo Doeloe, de goede oude tijd, zijn nu nog verkrijgbaar doordat de recepten uit die periode zijn bewaard gebleven. De ingrediënten worden geïmporteerd uit Nederland maar alles wordt nog steeds gebakken in de eigen banketbakkerij. 

Jalan Jalan, op naar de Vorstenlanden, Selamat (veilig) Jalan (gaan), oftewel: goede reis… (20 maart 2015)


 

Wie kent niet de begrippen Warung, Toko en Shophouse, maar wat is nu precies wat? Paul Bremer legt uit.

Over Warungs, Toko’s en Shophouses

In Zuid-Oost Azië, maar zeker in Indonesië, verdienen veel mensen de kost met handel en er wordt dan ook op velerlei plaatsen verkocht en gekocht. Er wordt veel meer geleefd en gehandeld op straat dan in het koele en welvarende westen. Dat maakt het straatbeeld veel levendiger en gevarieerder dan in het gereguleerde Nederland. 

Het begint al met de verkoop vanaf een matje of geïmproviseerd stalletje op straat. Verder is er veel ambulante handel. Vanaf manden, of zelfs ingenieuze stellages, aan een lat gedragen over de schouder, tot aan mobiele uitstalkasten op drie wielen. Deze laatsten heten in het Bahasa Indonesia ‘Kaki Lima’, letterlijk: vijf voeten. Eigenlijk twee voeten plus twee wielen plus een extra wieltje of een steun. Verder zie je dan nog de verkoop vanaf constructies op een fiets of motorbike.

Daarnaast zijn er tal van Warungs. Meer permanente maar vaak simpele bouwsels. De Warung Makan, de eetstalletjes, en de Warung Kalongton, de kleine winkeltjes waar van alles en nog wat te koop is. In deze warungs wordt bij gebrek aan andere woonruimte vaak ook geleefd en zelfs geslapen. ‘Hutje bij mutje’ dus.

De Toko’s zijn dan weer de grotere zaken en winkels. Befaamd bijvoorbeeld ‘Toko Oen’ in zowel Jogjakarta, Semarang en Malang. Koloniaal aandoende, sfeervolle restaurants met een keur aan Nederlandse en Indische gerechten. Kroketten, huzarensalade of slagroomtaart eten in de tropen, het ware Tempoe Doeloe. In Bandung heb je ook zo’n gerenommeerde Toko, ‘Braga Permai’ genaamd, waar zelfs de Nederlandse Gouverneur Generaal graag aanschoof, maar daarover een volgende keer meer. 

Shophouse: Beneden verkopen, boven slapen
Een andere categorie zijn de in heel Azië veel voorkomende ‘Shophouses’. Beneden wordt verkocht, boven geslapen. Voor het eerst werd ik met het begrip Shophouse geconfronteerd in 1991 toen mij, bij mijn eerste bezoek aan Azië, in Singapore werd verteld dat de Shophouses daar toen al grotendeels uit het straatbeeld waren verdwenen. Dit vanwege de voortschrijdende en van bovenaf opgelegde moderniseringen.

Eerlijk gezegd wist ik toen niet precies wat ik mij bij een Shophouse moest voorstellen. Bij een volgend bezoek aan Azië, aan Thailand en Laos die keer, wilde ik voordat ik de volgende morgen de Mekong zou oversteken mijn reisapotheek aanvullen. 

Ik liep ‘s avonds in Chiang Rai nog een apotheek binnen en trof daar de Four-Wheel Drive, die bij het donker worden binnen werd gestald, naast de toonbank en daar achter de oma’s op een matje voor de tv. Een kleuter slapend tussen hen in. Tegen de wand het verlichte huisaltaar om de geesten gunstig te stemmen en een goede omzet af te smeken. 

Op dat moment realiseerde ik me: dit is nou zo’n Shophouse. Ook hier wordt de ruimte meestal tegelijkertijd voor heel verschillende activiteiten gebruikt. Niet gescheiden voor werken, wonen en slapen zoals we dat in meer welvarende landen tegenwoordig gewend zijn. Het klassieke Shophouse heeft geen ramen aan de voorkant, alleen een rolluik.

Een vriend die in Bangkok in een middenstandsgezin opgroeide vertelde me dat, hoewel alle kinderen boven een eigen slaapkamer hadden, er meestal toch samen in één kamer geslapen werd. Dit uit gewoonte maar vast ook vanwege mogelijke boze geesten en andere angsten die een mens zo kunnen belagen. 

Mijn eigentijdse en typische middleclass tandarts in Jomtien, met een voornamelijk buitenlandse clientèle, woont en werkt in een modern Shophouse, met een glazen voorwand, aan een drukke doorgaande weg. ‘s Avonds worden de mountainbikes in de kleine wachtkamer annex receptie gestald. ‘s Morgens vroeg zie ik hem, vaak nog in boxershort, in dezelfde ruimte weer achter de computer zitten.

Het zou me niet verbazen als hier ‘s avonds ook nog televisie wordt gekeken achter het gesloten rolluik. Zijn boekenverzameling, eigenlijk alleen maar fotoboeken over sport, landen en steden, staan op planken langs de muur aangevuld met souvenirs uit bezochte landen. Hij is niet van de straat, dat is wel duidelijk. Voor de 4WD is hier binnen geen plaats, die blijft in dit geval dus maar buiten staan. (19 maart 2015)


Stempel, apotik, dokter Gigi, bakar, kulkas: wat is de overeenkomst tussen deze woorden? Het zijn van oorsprong Nederlandse woorden in het hedendaags Indonesië.

Over Nederlandse woorden

Als je in Indonesië oplet dan zie en hoor je overal Nederlandse woorden of Indonesische varianten daarvan. Een woord dat je veel op straat tegenkomt is Stempel. Dit vaak bij eenvoudige kraampjes langs de weg waar je ouderwetse rubberen stempels kunt laten maken maar bijvoorbeeld ook naamplaatjes. Toilet en Station zie je ook overal. Sepor is spoor. Eveneens overal te zien op borden en in advertenties is Gratis, in Semarang bij een eetgelegenheid zelfs Parkir Gratis. Zouden zij de liefde voor het aloude Hollandse gratis van ons overgenomen hebben? Of wij misschien wel van hen?

Dokter en Doctorandus, maar Apotik en Advocat. Dokter Gigi is een tandarts. Mooie combinatie van een van oorsprong Nederlands woord en waarschijnlijk een Maleis woord. Niet te vergeten ook Diskreti, heel belangrijk, ‘don’t ask, don’t tell’. Praktek voor praktijk.

Tarif is natuurlijk tarief. Insinyur is ons ingenieur. Kwalitet staat voor kwaliteit, Amatir voor amateur en Otomatis voor automatisch. Verder spreken Informati, Fotokopi en Faximile voor zichzelf. 

Skripsi, Tesis en Analisis zijn niet bepaald bargoens en je kunt ook niet kan stellen dat dit nu onvervalste Nederlandse woorden zijn. Ik zag dit echter een aantal maal op uithangborden in Semarang. Hoe hoger, dus rijker, je daar op de berg Candi komt des te sjieker de borden en het aangeprezene worden.

Losmen is ons aloude logement. Bakar is bakker, Kulkas is koelkast en Lampu is lamp. Fabrik is gewoon onze fabriek. Sop is ons soep. De E wordt vaak weggelaten. Zo ook de T in Pos, onze post dus en Kantor Pos is dus postkantoor. Pos kan ook een andere betekenis van post hebben zoals in politiepost, Pos Polis. Een heel mooie vind ik ook het uithangbord dat ik zag met Vermak met de betekenis van vermaken, kleding vermaken door een kleermaker dus. Herkenbaar is nog wel Semen voor ons cement. En Berok is een verbastering van brug.

De benaming van onderdelen van een auto zijn, al of niet met weglating van letters, ook heel herkenbaar: Motor, Radiator, Spatbord, Dashboard, Handrem, Pedal voor pedaal, Spion voor spiegel, Knalpot voor uitlaat, Stir voor stuur, Ban voor band, Sokbreker voor schokbreker, Persneling voor versnelling. Versneller voor versnellingspook, Demper voor bumper. Benzin voor benzine, Tangki voor tank, Pelek voor velg. Garasi voor garage. Doorsmeer voor wasbeurt. Plat Nomor is nummerbord. Sadel is natuurlijk zadel. 

Kursi voor (auto-) stoel, mogelijk afgeleid van de zitplaats van de koetsier, wat Kursir is in het Indonesisch. En dan opeens hoor ik Kambik voor richtingaanwijzer, onnavolgbaar. Soms ook wel Arah genoemd. Mogelijk zijn dit Sundanese (West-Java) woorden. Een knipperlicht wordt dan weer Flasher genoemd.

Nu gebruikten wij thuis nog wel eens, wat wij dan noemden, ‘Maleise’ woorden. Mijn vader, mijn grootvader en verschillende andere familieleden van beide kanten zijn voor kortere of langere tijd in Indië en later in Indonesië geweest. Dus werd er wel gesproken over Barang voor bagage, Panas voor heet en Kaki voor blote voeten. Evenals natuurlijk woorden als Nasi, Nasi Goreng en Pisang Goreng. 

Mijn vader had het als geintje ook wel over ‘koppie kopi’ oftewel een kopje koffie. En zo waren er meer gangbare woorden die oorspronkelijk uit het Indisch afkomstig waren zoals Branie en Patjakker. Enfin, er slopen ‘überhaupt’ in de verschillende perioden vele Franse, Duitse en Engelse woorden in de Nederlandse taal. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet, nietwaar. Wat dat betreft kan je de historie van een land aardig afmeten aan de leenwoorden die er gebezigd worden in de landstaal. 

Mijn vermoeden is dat in Indonesië juist die Nederlandse woorden werden gebruikt waar op dat moment, gezien de snelle technische ontwikkeling, nog geen Indische woorden voor waren. Zoals Spatbord, Handrem, Versneller en Demper. Motor en Dashboard noem ik in dit verband maar even in tweede instantie omdat wij deze woorden eerst zelf ook al ‘leenden’ uit het Engels. En dat er om die reden dus vooral veel, voor die tijd moderne, technische woorden uit het Nederlandse vocabulaire werden ingelijfd in het Indisch. Zoals dat nu over de hele wereld in toenemende mate gebeurd met nieuwe Engelstalige woorden voor bijvoorbeeld digitale begrippen en met betrekking tot lifestyle en ICT.

Zo zie je nu dus steeds meer eigentijdse Engelse woorden opduiken in Indonesië. Zoals dat eigenlijk over de hele wereld in toenemende mate het geval is. Woorden als Shopping, Shopping Mall, Spa en Entertainment. Evenals Downloaden, Surfer, Router en vele ander woorden en begrippen uit het digitale tijdperk.

Naar verluidt werden sinds de onafhankelijkheid van Indonesië Nederlandse woorden stelselmatig verindonesischt. Zoals dat nu ook met Engelse woorden gebeurd. Het is mij niet duidelijk welke van de door mij opgesomde woorden nu nog oorspronkelijk Indisch zijn en welke later pas verindonesischt zijn.

Bovenstaande betoog is een simpele verhandeling naar aanleiding van observaties tijdens mijn reizen. Het is een opsomming en een poging tot verklaring naar aanleiding van mijn verbazing over de vele ‘Nederlandse’ woorden die ik overal nog tegenkom en waarom nu juist bepaalde woorden werden geleend uit het Nederlands. (9 maart 2015)


 

Paul Bremer kijkt om zich heen op ‘Haat DongTan’ (Sugar Palm Beach) te Jomtien. Over paradijsvogels, kippen en ander grut.

Amazing Thailand

Vive la France
Ze mag er zijn. Leuke verschijning en een nog vrij jeugdig voorkomen. Gebruinde huid, blond met lichte lokken, lichtelijk bollende buik, pikante bikini. Ze zit schuin voor me op het strand aan de andere kant van het gangpad.

Ze wordt gefrequenteerd door voornamelijk luidruchtige oudere nichten van de zogenaamde ‘France Connection’. Deze heren worden allemaal begroet en gezoend en die begroeten, zoenen, knijpen of strelen elkaar dan ook allemaal weer.

De hele dag is ze druk met onderhoud. Als er niet uitgebreid wordt geluncht, in groepsverband in een aanpalende gelegenheid, dan is haar favoriete tijdverdrijf zonnen. Handdoek op een matje, insmeren en liggen maar.

Dan begint haar ritueel; broekje naar beneden, vetertje los, na een aantal minuten vetertje weer vast, broekje optrekken, draaien en daar gaat ze weer van voren af aan. Ik schat haar 65 plus. Goed geconserveerd. Mijn grootvader zou zeggen: ‘Oud scheepje maar zit nog goed in de verf’.

Kerst
Het is inmiddels Kerst. Veel toeristen op het strand. De meesten ouder en flink aan de maat. Velerlei nationaliteiten maar de Russen springen er wel een beetje uit. Of het zijn vrij elegante– of juist gespierde jongemannen met veelal een bierfles in hun hand. Of ze zijn oud, wit, zwaar, gezellig en luidruchtig.

Daar tussendoor de gebruinde ranke verkopers van beiderlei kunnen, met moois en lekkers voor spotprijzen. Van top tot teen gehuld in kleding om zoveel mogelijk het zonlicht te ontwijken.

De Russen houden wel van een handeltje. Veel loven en bieden dus. De garnalenverkoper spreekt zelfs een flink mondje Russisch. De voluptueuze Mamoesjka’s in hun ‘oud-modische’ badpakken, in frisse kleuren, doen mij denken aan rollende kerstballen. Vrolijke kerst en lang leve de badpakken.

Christopher & Alex
Een stel afkomstig uit Londen. De één zeker tien jaar ouder dan de ander. De oudste van de twee beweegt of hij een bezemsteel heeft ingeslikt en spreekt Oxford English. De jongste is meer het type van een civil servant. Die zal niet gauw in zeven sloten tegelijk lopen.

Ik zie ze altijd samen. Je zou denken dat ze ook al jaren samenwonen. De jongste van de twee blijkt echter nog thuis te wonen bij zijn stokoude ouders. De ander bewoont een appartement niet ver van Buckingham Palace.

In Pattaya hebben ze samen een appartementje. De jongste slaapt op de bank. De oudste, met zijn ‘boy’ sinds jaren, in de master bedroom. Als ze niet in het land zijn dan woont de boy daar alleen. Naar verluidt kijkt hij reikhalzend uit naar het moment dat hij het rijk weer alleen heeft. Het stel reist wat af dus hij kan vaak lekker zijn gang gaan.

De heren geven niet graag kleingeld uit. Op het strand betalen ze alleen voor hun stoel en voor een emmertje met ijs. De rest nemen ze zelf wel mee. Het hoogtepunt van de middag; een sandwich uit hun eigen Tupperware trommeltje. Een fooi zit er niet in.

Op reis altijd in de weer met gespaarde mijlen en voordelige arrangementen. Hun favoriete tijdverdrijf is driemaal in de week lunchen bij het Hilton, tegen een gereduceerd tarief, aan hun vaste tafel. Penny wise and pound foolish? Hoe dan ook, vreemde kostgangers.

René 
Nog zo’n portret. René heeft het voorkomen van een oude chimpansee met bril. Vriendelijk en erg Frans. Druk en precies. Zeult altijd een grote weekendtas mee naar het strand, vol met handdoeken en lotions. Hij lijkt zo met tas aan zijn arm vast op zijn moeder.

De favoriete masseur van dat moment krijgt instructies over de juiste technieken. Komt er zo te zien op neer dat pijn en een beetje knijpen ongewenst is maar dat aaien daarentegen zeer op prijs wordt gesteld. Als de geleverde prestaties toch niet helemaal beantwoorden aan de hooggestemde verwachtingen dan begint het hele circus opnieuw met weer een nieuwe fantastische masseur.

Deze Adonis René verbaast nog het meest vanwege zijn kleine zwembroekjes. Iedere dag een ander. Altijd fleurig. Hij loopt vaak even de zee in. Ik heb me wel eens afgevraagd wat hij daar precies uitspookt. Zou hij iedere keer vijf baht voor toiletbezoek uitsparen?

De Bisschop en de Gravin
Het is ‘The Bishop’ voor en ‘The Bishop’ na. Zo ook ‘The Countess’ voor en na. Verwarrend want de bisschop wordt ook nog Bob genoemd terwijl dat ook al niet zijn eigenlijke naam is. Het lijkt daardoor wel een spiegelpaleis waarbij je de kluts makkelijk kwijtraakt. Wie is wie en wat is wat?

Dat was ook eigenlijk de bedoeling want toen die generatie opgroeide in het Verenigde Koninkrijk was het verdacht als mannen het steeds over hun intieme vrienden hadden. Spreken over Alice of Elisabeth was een stuk minder verdacht. Oudere homomannen uit die contreien spreken elkaar ook nu nog graag aan met hun nicknames. The Countess, met uw welnemen.

Toupetten en pruiken
In Nederland zie je ze tegenwoordig niet veel meer. Kaal is daar in. Hier niet. Onder de badgasten is veel opvallends te zien. Ook toupetjes en zelfs nog hele pruiken. Ook mannen die hun schaarse haar zorgvuldig over hun verder kale bol positioneren. Of misschien is het meer dresseren, met lak en wat dies meer zij.

Iedereen ziet dat het nep is maar de heren lijken er zelf redelijk content mee. Op een dag even verderop een flink misbaar. Een oude Fransoos, gelijkend op Prikkebeen, en gezegend met een volle kop met pikzwart haar, grijpt naar zijn gehavende hoofd.

Een hier alom bekende ice cream verkoper van het meer feminiene soort heeft in het voorbij gaan een greep gedaan in zijn zwarte krullen en daarbij zowat zijn schedel gelicht. Waarschijnlijk had de verkoper er al lange tijd over gedroomd dit ooit eens lekker te doen. Nu was het moment kennelijk daar. Enfin, het was die dag nog lang onrustig op het strand.

Geplaatst 11 januari 2015.

Illustratie: Paradijsvogels, Balletschool Raymonda – Move Company.


 

Paul Bremer vestigde zich zes jaar geleden in Thailand.‘Er zijn veel raakpunten tussen verliefd worden op een nieuwe geliefde en op een land. Na de wittebroodsweken volgt eigenlijk pas de werkelijke kennismaking’, schrijft hij in zijn tweede bijdrage op Dick’s blog. Wat heeft die kennismaking met hem gedaan?

Thailand, het land van dromen en illusies

In verhalen van Nederlanders en Belgen die De Lage Landen definitief verruild hebben voor een bestaan in Thailand valt mij regelmatig op dat na een aantal jaren de teleurstellingen over hun nieuwe woonland fors zijn toegenomen. Het ‘Land van de Glimlach’ wordt voor een flink aantal het land van de grimlach en de valse beloften. Wat maakt nou dat de verschillen tussen het paradijs dat men verwachtte en de ontnuchterende werkelijkheid zo groot zijn? En is er een verklaring voor die forse emotionele omslag? Hierbij doe ik een poging tot verklaring.

Ik emigreerde medio 2008 nadat ik op 56-jarige leeftijd met vroegpensioen was gegaan. Daarvoor verbleef ik ruim twaalf jaar zeer regelmatig in Thailand tijdens reizen en vakanties. Je bent vaak al verliefd voordat je vertrekt, of je wordt wel verliefd als je eenmaal gesetteld bent, op een nieuwe vlam en/of op het land. Mijn eerste jaren hier waren uitdagend en ik was heel tevreden. Het lukte me om mijn leven op de rails te krijgen. Veel mensen die daarbij graag hielpen. Zeker als er wat extra’s te verdienen viel. Dat ik als farang bijvoorbeeld vaak veel meer betaalde dan de locals nam ik maar voor lief.

Na de wittebroodsweken volgt de werkelijke kennismaking
Na een jaar of zes trad er echter steeds meer gewenning op aan het wonen in Thailand. Een aantal zaken gingen mij ook in toenemende mate storen. De beruchte ‘seven years itch’ diende zich aan. De dingen die mijn leven hier eerder zo bijzonder maakten, de kick van in een Aziatisch land te wonen, het liefelijke, het exotische, de indrukken van het land en volk, werden geleidelijk aan gewoner en voor een deel ook wel banaler. Bijvoorbeeld de glimlach die mij eerst meestal vertederde, verloor een deel van zijn positieve betekenis toen bleek dat deze zoveel verschillende betekenissen kan hebben. Zoals die van bijvoorbeeld: ‘Dat zeg ik lekker niet’ of ‘Daar ben je mooi ingetrapt’.

Er zijn veel raakpunten tussen verliefd worden op een nieuwe geliefde en op een land. Na de wittebroodsweken volgt eigenlijk pas de werkelijke kennismaking. Bij een nieuwe liefde leer je vaak na verloop van tijd elkaars minpunten echt kennen. Of raak je na een aantal jaren langzamerhand uitgepraat met elkaar. Ook de communicatie blijkt soms vrij moeizaam. Zelfs al spreek je dezelfde taal, vaak begrijp je elkaar toch niet helemaal. Wil na de verliefdheid de werkelijke liefde een kans krijgen dan moeten er lijkt mij op zijn minst voldoende raakvlakken zijn plus genegenheid, bewondering en respect voor elkaar.

En net als in een relatie wordt je blik of perspectief op verder leven in Thailand anders na teleurstellingen en desillusies. Mijn ‘verliefdheid’ op het land en de samenleving is in ieder geval geleidelijk minder geworden. Dat werd misschien ook wel tijd. Ik moet nu meer moeite doen om nog genegenheid, bewondering en respect te voelen. Kortom: mijn verliefdheid op Thailand werd minder en de voorwaarde voor een ware liefde waren niet gunstig.

Eerst het vreten, dan de moraal
Volgens mij valt de Thaise bevolking niet zoveel te verwijten. Ze doen wat ze altijd al doen, waar ze goed in zijn en wat als bekend verondersteld mag worden. Ze glimlachen vaak, hebben respect voor onze blanke huid, onze gevulde portemonnee, onze staat van dienst en onze gevorderde leeftijd. Zeker degenen die zelf weinig onderwijs hebben genoten en hard moeten werken tegen een karig loon. Voor financiële zekerheid zijn veel van hen graag bereid ons en ons huishouden te verzorgen.

Nogal eens geldt, om met Berthold Brecht te spreken: ‘Eerst het vreten en dan de moraal’. ‘Draaien’ is dan vaak voordelig en een ‘leugentje om bestwil’ makkelijk gemaakt. Heel vervelend, zeker als het geliefden of vrienden betreft als ze het ook nog eens ogenschijnlijk schaamteloos doen. Maar een gewaarschuwd man geldt voor twee en als je je verstand gebruikt, dan kan je dit waarschijnlijk redelijk in goede banen leiden. Blijft staan dat de hypocrisie hier mij regelmatig tegen de borst stuit. Het ‘niet krijgen wat je ziet’ lijkt wel een onvervreemdbaar onderdeel van de Thaise cultuur.

Mijn grootste ontnuchtering is echter de zogenaamde Januskop die Thailand blijkt te hebben. Het dubbele gezicht dus: land van de glimlach en de goede zorgen aan de ene kant, maar ook het gezicht van de rechteloosheid en de strijd om de macht. Op straat en in het verkeer, waar vaak zeer impulsief en primair wordt gereageerd. ‘Ieder voor zich’ is vaak het dominante principe. Zo ook in de politiek maar nog veel meer bijna onzichtbaar achter de schermen en tot in de hoogste kringen.

Het land heeft nog veel weg van een feodaal rijk
Het land lijkt vrij modern en welvarend maar heeft goed beschouwd nog veel weg van een feodaal rijk dat, ondanks de jarenlange roep om meer democratie, in feite nog bestuurd wordt door rijke families en ondernemingen die zich het land en de bewoners ‘toe-eigenen’. Hierbij worden omkoping, corruptie maar ook onderdrukking en grof geweld niet geschuwd. Dit is echter vaak niet zo zichtbaar, en nu nog minder vanwege de gecensureerde media. Al helemaal niet voor toeristen of mensen die voornamelijk geïnteresseerd zijn in ‘hun natje en hun droogje’ en vooral hun vakantiegevoel niet willen kwijtraken.

Daarbij blijven buitenlanders ‘alien’ die geld mogen binnenbrengen maar verder geen of weinig rechten hebben en ieder jaar weer een visum moeten verwerven. Naar verluidt is het zelfs zo dat mocht je in dit nogal rechteloze land om het één of ander veroordeeld worden voor een gevangenisstraf van twee weken of meer. Door eigen schuld, domme pech of misschien zelfs wel boze opzet. Dan kun je het land uitgezet worden en kan al je bezit worden geconfiskeerd.

Nadat ik me dit allemaal ging realiseren kwam mijn gevoel van veiligheid en geborgenheid soms flink onder druk te staan. Teleurstellingen en verwijten staken de kop op. Ik wist al wel één en ander maar de optelsom van feiten en gebeurtenissen maakten het massaal, dreigend en regelmatig ook beangstigend. Dit is mij vooral het afgelopen jaar steeds duidelijker geworden.

Met open ogen ingetuind
De kater die daarop volgde is wel een groot contrast met die heerlijke roes van de beginjaren. Bij nader inzien ben ik er dus kennelijk met open ogen ingetuind. Terwijl ik toen toch dacht Thailand al vrij goed te kennen. Dit jaar voelde ik me soms somberder en eenzamer dan dat ik zou willen toegeven. Je kan en wil echter ook niet zomaar weer terugkeren.

Dit kan natuurlijk iedere expat en pensionado in ieder land overkomen. Toch vind ik dat juist in Thailand het contrast tussen wat het land lijkt te beloven, als ‘land van de glimlach’ en vredelievend boeddhistisch oord, tegenover de vaak harde en ook hypocriete realiteit wel erg groot is. Met daardoor veel extra kansen op kwijtgeraakte dromen en doorgeprikte illusies. Ik realiseer mij dat ik vanwege die kater, waarvan ik nog niet helemaal hersteld ben, misschien wat zwart wit ben in mijn oordeel, maar toch….

Heerlijk rotland
Laatst werd mij gevraagd of ik nog wel een ‘ware Thailand-lover’ ben gezien mijn soms kritische uitlatingen. Mijn antwoord is dat ik dat nu niet meer echt zo voel. Als ik heel eerlijk ben, dan heb ik zelfs zo langzamerhand een soort van ‘haat- liefde verhouding’ gekregen met dit land en volk. Daarbij moet ik regelmatig de balans tussen de haat en de liefde weer proberen te herstellen en te bewaren.

Gelukkig vind ik hier nog steeds ook veel dat mijn liefde wél weer voedt en bevestigt. Met name het lijkt wel collectieve vermogen van de Thai te genieten van het leven, plus de overweldigende natuur, waardoor ik toch met voldoende plezier in Thailand kan wonen en reizen. Maar ik moet er wel meer moeite voor doen dan voorheen. Het regelmatig ‘mijn zegeningen tellen’ helpt me de zonzijde te blijven zien. Artikeltjes schrijven helpt trouwens ook.

Als ik zo mijn oren te luisteren leg dan sta ik hierin niet alleen. Veel farang (afgeleid van Farangi, oftewel Franken, wat synoniem was voor christenen) besluiten zich permanent of voor langere tijd in Thailand te vestigen. Vaak doen zij dat ook op basis van de heerlijke vakanties die ze eerder in Thailand hebben gehad. Vooral als je een farang bent, ouder bent en wat geld hebt te besteden dan is het leven hier vrij makkelijk. Niet alleen de Thai maar ook het leven lacht je hier weer tegemoet.

Een tweede jeugd in een tropisch paradijs
De meest verleidelijke illusies zijn dan dat een nieuw leven beginnen in Thailand gelijk staat aan een tweede jeugd in een tropisch paradijs. De wereld ligt weer voor je open, de warmte is goed tegen alle kwalen, je voelt weer begeerd, je wordt in de watten gelegd, het is allemaal betaalbaar, kortom je kunt helemaal opnieuw beginnen, lijkt het. Wie wil dat nu niet?

Het is hier altijd warm, de hotels en de horeca zijn in orde, de mensen zijn aardig en dienstvaardig, het eten is heerlijk, het leven hoeft hier niet duur te zijn en vergeleken met andere Zuid-Oost Aziatische landen lijkt Thailand vrij modern en welvarend.

Daar komt nog bij dat de vele ‘alleengaanden’, hetero-, homo of bi, hier makkelijk aan hun trekken komen. Er is een ruim aanbod van potentiële partners die, zeker ogenschijnlijk, niet zulke hoge eisen stellen behalve dat ze graag ‘onder de pannen’ willen zijn en dan graag ‘voor je zorgen’.

Als het te mooi is om waar te zijn dan is het meestal ook niet waar. Volop aanleiding voor prachtige dromen en dus ook voor grote teleurstellingen. Als er relatieproblemen ontstaan, het leven hier toch duurder is dan gedacht, met het klimmen van de jaren de kwalen toenemen, evenals de ziektekosten, terwijl de verzekering voor velen bijna onbetaalbaar wordt. Wat blijft er over van die tweede jeugd en het gedroomde paradijs?

Rouwen over het verloren paradijs
Zoals vaak na een persoonlijk verlies volgt er een periode van rouw waarin ongeloof, ontkenning, boosheid, marchanderen, somberheid en acceptatie elkaar afwisselen. Sommigen blijven steken in één van deze gevoelens en kunnen of willen hun illusies niet opgeven. Zij blijven hun ‘roze bril’ koste wat het kost ophouden en verwijten anderen kritisch te zijn.

Sommigen ‘schipperen’ of ‘marchanderen’. Een vriend met wie ik het er laatst over had gaf desgevraagd toe dat hij mijn kritiek wel deelt. Tegelijkertijd is hij bang spijt te krijgen van zijn eerder gemaakte keuze in Thailand te gaan wonen en wil daarom ook weer niet te hard oordelen.

Anderen zijn zo teleurgesteld, en kunnen zich hier niet overheen zetten, dat zij zuur en cynisch worden en doorlopend afgeven op de Thai en Thailand. Het is dan de makkelijkste weg om anderen maar de schuld te geven. Het onderzoeken van de eigen dromen en illusies, daar de verantwoordelijkheid voor nemen, en waar nodig deze op te geven of bij te stellen is niet iedereen gegeven. Dit vereist de confrontatie met jezelf en je toekomstplannen aan te gaan en dat kan pijnlijk zijn.

Volgens de Amerikaans-Duitse filosofe Susan Neiman moeten we eigenlijk voortdurend laveren tussen twee afgronden. Aan de ene kant moet de idealist en de dromer met teleurstelling leren omgaan. Iedere verbetering zal mondjesmaat zijn en gepaard gaan met desillusies. Dat is veel moeilijker dan het lijkt, geen grotere nihilist dan de teleurgestelde idealist. Aan de andere kant wordt werkelijkheidszin zonder idealen en dromen snel cynisme. Je schouders ophalen over de wereld, dat is misschien nog wel zorgelijker.

Wat te doen?

# Onderzoek eigen verwachtingen en dromen en geef waar nodig toe dat deze deels of geheel niet reëel illusies zijn.

# Zie onder ogen dat ook die tweede, of misschien wel derde, jeugd eindig is en dat het ouder worden zijn tol eist.

# Maak een nieuw toekomstplan voor de volgende- en misschien wel laatste fase van je leven genaamd; ‘Wijsheid komt met de jaren’ of misschien ook wel ‘Ouderdom’.

# Maak een plan van aanpak en schrijf dit op; welke oude denkbeelden en activiteiten schrappen? Welke nieuwe, mogelijk meer passende, denkbeelden, activiteiten en hobby’s verdienen een plaats in je leven.

# Neem jezelf voor goed voor jezelf te zorgen en/of stel anderen in staat dit te doen.

# Neem anderen hierover in vertrouwen, praat erover en vraag zo nodig om advies of om hulp. Aan de slag!

Illustratie: Willem’s Blogjes Het Verloren Paradijs


 


Paul Bremer verkent in zijn eerste artikel op Dick’s blog het gebruik om het mannelijk geslachtsdeel te versieren. Twee illustraties zijn niet geschikt voor jeugdige lezers. Daarom zijn ze niet in de tekst geplaatst, maar alleen te bekijken door op de gemarkeerde link te klikken.

Penisversieringen: Bewijs van mannelijkheid

Mijn verovering van die avond nam ik mee uit een GoGo Bar in Pattaya. Hij maakte een wat stoere maar ook innemende indruk. Verder zag hij er mooi strak uit, niets te weinig maar ook niets te veel, zo op het eerste oog. En hij had geen opvallende ‘plaatjes’ (tattoos) en geen piercings, die werken bij mij nou eenmaal niet bepaald lustverhogend.

Thuisgekomen en na enige voorbereidende werkzaamheden stond hij dan eindelijk in Adamskostuum. Daar trof ik op mijn ontdekkingsreis toch wel iets heel bijzonders aan. Eerst dacht ik nog even dat hij een paar littekens op zijn lid had maar het bleken een soort glazen kralen te zijn die onder de huid van zijn penis zaten.

Fang Muk
Op mijn verbaasde reactie vertelde hij het volgende. Hij zat een tijdje in het ‘monkeyhouse’, zoals ze dat hier noemen, in de cel dus, en daar had hij gezien dat andere mannen van deze bolletjes onder hun huid hadden. ‘Fang Muk’ worden deze genoemd. Hij vond dat er stoer uitzien en wilde dat ook wel. Vrouwen zouden het ook heel prettig en opwindend vinden zo werd er door de mannen daar verteld.

Deze kralen, ter grootte van een erwt, maakte hij zelf uit de bodem van een flesje. Een glasscherf wordt eindeloos geslepen op een steen of aan een muur totdat deze min of meer rond is en helemaal glad. Met een scherp voorwerp, dat ook zelf wordt geslepen, bijvoorbeeld van het handvat van een tandenborstel, worden inkepingen in de huid gemaakt en de kraal of kralen onder de huid ingebracht. Met een haar, vanwege de lengte liefst een paardenhaar, worden de wondjes gehecht.

Eerlijk gezegd vond ik het wel heel apart maar het lag nou niet echt lekker in de hand. Mocht ik dat al gewild hebben, dan leek mij zijn apparaat te mogen ‘ontvangen’ uitgesloten want ongetwijfeld pijnlijk. Mogelijk dat vrouwen er wel enig plezier aan zouden kunnen beleven. Er worden niet voor niets al jaren condooms verkocht met ribbels en andere uitsteeksels. Daarmee vergeleken is dit dan wel het echte werk, mits het met liefde en vakmanschap wordt bedreven.

Begraven parel
Ik ben ook bij anderen eens gaan vragen naar deze onderhuidse kralen en toen bleek dat veel Thaise mannen dit fenomeen wel kennen. Fang Muk, uitgesproken als Fang Moek. Begraven parel zou dat betekenen, ฝังมุก fang muk (ฝัง fang = begraven; มุก muk = parel). Behalve glazen kralen zouden er ook wel gouden, zilveren, tinnen en ivoren kralen worden gebruikt of zelfs echte parels.

Fang Muk zijn, ook bij niet bajesklanten, tegenwoordig in bepaalde kringen nogal ‘in’. Evenals tattoos en piercings. Voorheen zou dit inderdaad voornamelijk in gevangenissen worden gedaan. Nu zou het ook wel als gewone lichaamsversiering worden beschouwd die als een soort van huisvlijt worden gemaakt en ingebracht. Een informant vertelde mij dat deze Fa Muk ook regelmatig weer door artsen moeten worden verwijderd vanwege pijn, ontstekingen of zelfs vergroeiingen door littekenweefsel.

Yakuza Beads; pearling
Deze ‘begraven parels’ blijken ook in andere Aziatische landen bekend te zijn. In Japan hebben ze de Yakuza Beads. Dit schijnt daar van oudsher een ritueel gebruik te zijn. Voor elk jaar dat mannen in de gevangenis zitten één kraal.

Op internet blijken verschillende websites te zijn, in Oost en in West, waar Fang Muk of Pearl Muk worden aangeprezen. In Europa en America wordt het ‘pearling’ genoemd waarbij ‘echte’ parels worden gebruikt en wordt het aangeboden voor zowel mannen als vrouwen.

Maar we zijn er nog lang niet. Het kan nog veel gekker.

Linga Bell, Palang, peniskoker
De literatuur er eens op nageslagen blijkt dat penisversieringen een lange historie hebben in Azië. Zo zijn er de penisbelletjes, ook wel bekend als Linga Bell, een oud gebruik in Thailand, Birma en Atjeh. En de Palang, een piercing door de eikel, vooral bekend van Borneo en Sulawesi. In Papoea en Papoea Nieuw Guinea worden ook nu nog peniskokers gedragen.

Penisbelletjes
Jan Huygen van Linschoten (1563-1611) woonde sinds 1583 in Goa, India. Goa was toen al bijna driekwart eeuw de hoofdstad van het Portugese rijk in Azië. Van Linschoten werkte daar aanvankelijk voor de Portugezen. Na zijn terugkeer in Nederland heeft hij aan de wieg gestaan van de Nederlandse zeevaart naar Azië.

Hij werd beroemd door zijn boek ‘Intinerario, Voyagie ofte Schipvaert naer Oost ofte Portugaels Indiën’, dat verscheen in 1596 en waarin hij verslag doet van de overzeese ondernemingen en hij vertelt daarin ook ‘aardse verhalen over winstgevende- en sensuele avonturen’.

Reizigers berichtten in de 16e eeuw dat sommige mannen in Zuidoost-Azië hun lid verfraaiden door er een staaf met knopjes aan de uiteinden doorheen te steken of door er belletjes in te zetten. Van Linschoten schreef dat veel mannen in Pegu, nu deel van Birma, en buurlanden ‘aan haar mannelijkheid een bel dragen, en sommigen twee, zo groot als een okernoot (walnoot, PB) die gehecht wordt tussen het vel en het vlees’.

Het waren ronde gladde kralen van goud, zilver of koper, gevuld met rammelsteentjes, die door een vakman via een sneetje onder het vel van de schacht werden geschoven, soms twee, soms hele trossen. Nadat het wondje was genezen kon de man met zijn lid rinkelen.

Belletjes met een wonderschoon geluid
Aanvankelijk meldden de Europeanen dat de Aziatische mannen het gebruik van de rinkelende roede levend hielden op aandrang van hun vrouwen, die de tintelingen van het vrijen ook konden horen.

Admiraal Jacob van Neck schreef in 1602:
‘Als men deze lieden vroeg waartoe de bellen dienden, zeiden zij dat wie op deze manier nooit gebeld had bij de vrouwen, de rechte wellust van de bijslaap niet gesmaakt had, en daarbij zeggen zij dat de vrouwen daar een onuitsprekelijk wellust in rapen. De belletjes maakten volgens van Linschoten “een wonderschoon geluid”.’

Ewald Van Vugt in ‘Zwartboek van Nederland overzee’ (2002):
‘Ruim 125 jaar na de geamuseerde verslaggeving door Van Linschoten en Van Neck over de Siamese roedebelletjes was het gebruik in heel Zuid-Oost Azië verdwenen of ondergronds gegaan. En in 1725 vertelde dominee Valentijn een heel ander verhaal over het gebruik van deze dingen: Dit volk placht tot de sodomie en het gebruik der schandjongens zeer geneigd te zijn; doch een zekere verstandige koningin (van Pegu, nu Birma, PB) bracht dit door twee middelen terug.

Zij verplichtte ‘alle mannen een zilveren of vergulde houten kogel tussen het vel en het vlees van hun roede te schuiven’. De exotische penis-piercings mochten niet langer de geile speeltjes zijn van vrolijke mensen, maar dominee Valentijn veranderde de wonderlijke dingen in een soort strafmiddelen.

De roedebelletjes getuigden niet langer van plezier maar van barbarij. Zelfs de eertijds vrolijke penisversieringen moesten bewijzen dat het maar goed was dat beschaafde Europeanen toezicht hielden op de ”sodemieters in Azië”.’

Naar verluidt bezit Het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden twee ‘bungkal’ of penissteentjes uit Atjeh, die voor een vergelijkbaar doel in gebruik of bedoeld zijn geweest. Ik heb geen informatie kunnen vinden over dat er nu nog mannen met penisbelletjes rondlopen.

De palang in Borneo
Nu naar Borneo. Ook hier was het gebruikelijk dat mensen hun lichaam versierden door bijvoorbeeld hoofden te vervormen, tattoos aan te brengen en tanden bij te slijpen en te kleuren. Immers: ‘Witte tanden hebben alleen honden en roofdieren.’

Over de palang en het aanbrengen daarvan schrijft antropoloog Dr. E. Mjoberg in zijn boek ‘Borneo’. Hij deed zijn observaties in de periode 1919 – 1922.

‘Op zeker dag (begin pubertijd, PB) wordt hem bevolen met enige oudere mannen mee te gaan. Men brengt hem op een hoogte, waar hij gedwongen wordt eenigen tijd in een koele bergstroom te gaan zitten. Twee mannen grijpen hem daarop vast en leggen hem languit op den grond.

Een van hen neemt dan den penis van het jonge mensch in de hand, snoert dien onder den eikel tussen twee houtjes vast en doorboort hem met een scherp bamboe-houtje, zodat een kanaaltje ontstaat. Met speciale middelen, waarschijnlijk asch vermengd met olie, wordt het opengehouden en men zorgt ervoor, dat het open blijft.

Het verblijf in den kouden bergstroom en het vastsnoeren dienen om de pijn op zulk een gevoelige plek te verzachten. Als de wond geheeld is, krijgt de jonge man zijn eerste palang, hetgeen beteekent, dat hij nu een man geworden is, en geslachtelijke omgang met een vrouw mag hebben. Met welke vrouw, komt er niet op aan, want tusschen ongetrouwden is de geslachtsgemeenschap vrij.

Op één van de foto’s ziet men zulke voorwerpen geteekend. Op de uiteinden schroeft men houten of beenen moertjes, die veelal mooi bewerkt zijn. De as is van hout of ijzer. Het eene sluitstuk zit vast met een staafje verbonden en het andere wordt erop geschroefd of gedrukt, nadat het staafje in het kanaaltje gevoerd is.

Mij werd verteld, dat de Kenjavrouwen op de hoogvlakte van Apo Kajan een man niet toelaten, wanneer hij van een dergelijk apparaat niet voorzien is. Iedere man heeft er eenige in voorraad. (…) De eenvoudigste modellen zonder sluitstuk zijn van hard stroo of been. Deze worden door arme menschen gedragen. Soms zijn de uiteinden van een borsteltje varkenshaar voorzien.

Enkele sluitstukken bestaan uit houten getande schijfjes of wieltjes, die om de as kunnen draaien. De mooiste worden gedragen door de opperhoofden of door vooraanstaanden in de maatschappij. Sommige sluitstukken zijn mooi bewerkt of met franje van parelen versierd of uit den horen van een Rusa-hert gesneden.

De palangstaafjes hebben een bijzondere beteekenis. Men zou ze kunnen vergelijken met lintjes en ridderkruisen. Het verschil bestaat daarin, dat men die dingen op Borneo niet zoo in het openbaar draagt en dat ze daar attributen zijn bij de geslachtelijke gemeenschap.’

Peniskokers van de Papoea’s
Tot slot naar de Papoea’s. Daar worden in de binnenlanden ook nu nog peniskokers gedragen, holim (dani) of koteka (Bahasa Indonesia) genoemd. Ik noem ze hier voor de volledigheid. Je kunt er over van mening verschillen of de peniskoker een versiering of een (verhullend-) kledingstuk is. Daar de drager verder altijd naakt is, beschouw ik het toch maar als een versiering.

Ook daar beginnen ze deze te dragen in de vroege pubertijd. Dat zijn dan nog kleine, dunne beginners kokertjes. Bij oudere mannen zie je ook heel lange, gedraaide of dikke kokers. Deze worden met een koordje om de balzak en vaak ook om het middel omhoog gehouden. De kokers groeien als kalebassen. Mogelijk is de vorm door de teelt wel enigszins aangepast.

Opvallend voor mij was dat deze, met name de dikke, holle peniskokers vaak ook gebruikt worden als een soort handtasje waar kleine benodigdheden in worden meegedragen. Via de opening bovenin worden spullen in en uit de koker gedaan. Met een prop mos of textiel wordt de koker afgesloten. Je zult ook maar je hele bestaan naakt door het leven gaan dan ben je natuurlijk blij met iedere opbergmogelijkheid.

Mythevorming
Het is goed om te beseffen dat dit vooral mannendingen en mannengebruiken zijn (geweest). Zeker de historische verhalen zijn deels gebaseerd op ‘van horen zeggen’ en mythevorming. Vaak lijken het rituelen geweest om de mannelijkheid te bewijzen en waar men min of meer vrijwillig aan kon deelnemen.

Zo hoorde ik een schatting dat uiteindelijk ‘maar’ een derde van de mannen in Thaise cellen fang muk aanbrachten/brengen. Soms waren het echter wel degelijk verplichte initiatie-riten met als doel de overgang van kind naar volwassene te bevestigen.

Het is nog maar de vraag of vrouwen plezier beleefden aan al deze versieringen, al wordt dat door de mannen vaak voor waar aangenomen. Zeker bij de grotere piercings moet ook de vaginale gemeenschap moeilijk, zo niet onmogelijk, en pijnlijk zijn geweest.

Maar ook wat de vrouwen er van gevonden zouden hebben horen wij via (witte) mannen die vaak geobsedeerd waren, en nog vaak zijn, door alle exotische erotiek terwijl ze zelf uit culturen kwamen waar ‘bloot’ vaak taboe was en waarin zelfs ‘echtelieden’ elkaar vaak zelden of niet naakt zagen. Zelfs tijdens de ‘seksuele gemeenschap’ gaf men zich meestal niet bloot. (Nacht)rokken werden opgetild en er werd dankbaar gebruik gemaakt van de ‘gulp’.

In het koele Westen hadden mensen kleding en andere rijkdommen waarmee zij hun stoerheid en status konden tonen. In tropische streken bleef er waarschijnlijk ook niet veel anders over dan het lichaam, de penis en de huid om ‘de stand op te houden’ en de ‘mannelijkheid’ te bewijzen. (25 december 2014)

  • Trackback are closed
  • Comments (7)
    • Gerrie Q8
    • December 25th, 2014 4:20pm

    Interessant verhaal, zal het nog eens op mijn gemak doornemen morgen. Voor in 1 keer is het een beetje lang. Maar dat ligt aan mij. Ga zo door Paul.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Andre van Leijen
    • December 27th, 2014 7:59am

    Mooi verhaal. Kortgeleden was ik in Nieuw Guinea. Het dragen van peniskokers is nog steeds een normale zaak.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Paul Bremer
    • December 27th, 2014 2:56pm

    Tenminste in de binnenlanden André. Mogelijk dat in de steden sommige Papoea’s hun peniskoker ook dragen onder hun kleding maar dat weet ik eigenlijk niet, lol. Iets heel anders maar ook opvallend. Regelmatig zag ik daar in moderne vliegtuigen netjes geklede Papoea’s, pantalon en overhemd, maar wel op blote voeten. Ook zonder slippers welteverstaan. En dat zijn dan vaak enorme voeten, nooit gehinderd door enig schoeisel.

    @Andre van Leijen

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • David
    • December 27th, 2014 9:07pm

    Dank voor deze verhelderende bijdrage over de Fang Muk’s. Ben er ‘in levende lijve’ wel eens enkele tegengekomen. Eerste interpretatie destijds was dat het een steenpuist zou kunnen geweest zijn. Er kwam me naderhand al wel eens ter ore als zou het een vrijwillige verminking zijn, ten behoeve van de ‘sanuk’ van het pittoreske grotje van het vrouwvolk. Als deze kerels dan maar ooit uit de gevangenis geraken, om deze vrouwen te plezieren.
    Waarom ondergetekende er dan mee werd geconfronteerd, dat is een misschien andere posting waard, *grin*. Bedankt voor jouw toelichtingen, en aangenaam verrast deze hier op Dick’s blog te mogen lezen!

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Lieven Kattestaart
    • December 29th, 2014 1:18pm

    Zeer interessant om te lezen.
    De eerste keer dat ik over het verschijnsel Fang Muk las, is al vele jaren geleden. Het werd beschreven in het Boek van Sjon Hauser ” Zacht als zijde “, maar dit is een stuk uitgebreider, en completer.
    Bedankt.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Ad de Groot
    • December 30th, 2014 10:32am

    Indrukwekkend verhaal, had er nog nooit van gehoord.
    65 jaar en nog steeds een groentje ?
    Weer iets geleerd maar aan mijn l…. f geen polonaise, haha.

    Met groet tot je volgend verhaal, Ad.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Tino Kuis
    • January 13th, 2015 7:32am

    Twee mooie verhalen, Paul. Mijn ervaringen met Thailand komen overeen met de jouwe. De hypocrisie in dit land zit bij de elite en niet bij het ‘gewone volk’.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );