Paul Bremer (nieuw)

Paspoort van Paul Bremer:
Paul Bremer (1953), sinds 2008 met vroegpensioen, woont sindsdien in Jomtien. Hij studeerde in Nijmegen en Amsterdam en werkte als psychotherapeut in de Geestelijke Gezondheidszorg. Hij was werkzaam in een observatiekliniek voor jongeren met een lichamelijke handicap en in een behandelcentrum voor autistische adolescenten.

In Amsterdam zette hij in de jaren ’80 met anderen een project op voor homoseksuele mannen met HIV/AIDS en bij een RIAGG werkte hij o.a. met adolescenten en gezinnen, zowel ambulant- als in dagbehandeling.
In zijn eigen praktijk werkte hij voornamelijk met homoseksuele mannen en met mensen met een psychotrauma. Sinds 1991 reist hij voornamelijk in Zuidoost-Azië. In 1996 zette hij voor het eerst voet aan wal in Thailand waar hij uiteindelijk wortel schoot. Paul is alweer sinds jaren een happy-single.

Over de pagina Paul Bremer (nieuw):
Op deze pagina staan Paul’s laatste verhalen. Zijn voorgaande verhalen zijn gebundeld op de sub-pagina Paul Bremer.


 

Ampera brug

Palembang, the place to be

Ga je ook naar de Ampera brug? Velen vragen mij dat. Iedereen gaat daar immers morgenochtend, 9 maart, naar toe. Die Bule (blanke) uit Negeri Belanda natuurlijk al helemaal. Zonder meer wordt er van uitgegaan dat ik naar Palembang ben gekomen om morgen de totale zonsverduistering op de vroege ochtend te aanschouwen. Wat overigens grotendeels klopt. De ware aanbidder doet dat hier kennelijk juist op die brug.

Nu ben ik iemand die tegenwoordig mensenmassa’s het liefst schuw. Hier al helemaal. Ik word niet alleen door bijna iedereen bekeken. Meestal ook zeer vriendelijk begroet. Handen worden geschud, de moderne mens wil een high five. Erger is dat ook velen een ‘selfie’ met mij willen maken. Een jongeman vertelde mij dat het maken van selfies zijn grootste hobby is. Daar zijn er waarschijnlijk velen van gezien het voortdurende gefotografeer.

Selfies en filmpjes maken
Vandaag tijdens mijn lunch verzamelde een groepje van vijf pubermeiden zich aan een tafeltje aan de andere kant van het raam aan de rand van het zwembad. Slinks in de gaten houdend of ik hun wel zie. Gedurende hun hele verblijf daar van zeker een uur zijn zij druk bezig met hun prachtige lange zwarte haar en met selfies en filmpjes maken. Het lijkt wel of het hier nog erger is dan elders.

Misschien wel een resultante van de macho moslim cultuur in Indonesië? Je moet hier een echte man zijn of een begerenswaardige vrouw. Wel opvallend dat hier relatief veel vrouwen zonder hoofddoek rondlopen en de jongens en meisje zo te zien vrij ontspannen met elkaar omgaan. In ieder geval in het zwembad van mijn hotel.

De lokale mens inmiddels een beetje kennende doet zeker hier een goed voorbeeld goed volgen. Met een beetje pech ben je in de kortste keren het middelpunt van een oploop met opdringerige mensen die gevraagd of ongevraagd hun ‘lusten’ op je botvieren.

Vriendelijk en behulpzaam
Om een uur of 07.00 is de zon, tussen de wolken door nog redelijk te zien. Ruim een half uur later is het buiten zo goed als donker. Echter geen zon en al helemaal geen corona te zien. Iedereen desondanks toch opgetogen. Het was heel gezellig zo met z’n allen.

Sumatra kaartje 2Velen hebben kennelijk een dag vrij. Als ik na afloop van de eclips een ommetje ga maken zijn de straten verstopt met stoeten auto’s en wandelaars. Iedereen even vriendelijk en behulpzaam. Waar ik naar toe ga, of ik misschien mee wil rijden en zo voort. Vergeleken met Medan een groot verschil. In beide steden is men weinig of geen Bule gewend maar in Palembang is men over het algemeen uiterst voorkomend en toeschietelijk.

Alleen een riksja rijder probeer er een slaatje uit te slaan. Als het na 10.00 erg benauwd is geworden bezwijk ik voor het aanbod naar mijn hotel gereden te worden. Hij start met een redelijk aanbod in roepia maar als ik belangstelling toon wordt de prijs wordt al gauw opgedreven naar $5. Luttele seconden later zelfs naar $10. Mooi niet dus.

Even later wordt mij door een ander INR 25.000 gevraagd (pakweg $2). Dat lijkt mij redelijker. Nog te veel waarschijnlijk maar goede man en zijn bloedjes van kinderen moeten ook eten. Met gezwinde spoed word ik op enige kilometers afstand bij mijn hotel afgeleverd. Hij straalt, ik tevreden.

Ik help je niet voor het geld
Na een laatste doorwaakte nacht in Medan, waarin ik niet kan liggen en zitten vanwege de rugpijn, word ik na een wel heel vroege vlucht, ‘s middags door een aardige portier van eind twintig, beetje type lefgozer, die redelijk Engels spreekt, achterop zijn motorbike naar een apotheek gereden. Ik kan daar kennelijk onvoldoende duidelijk maken dat ik niet nog meer Panedol of iets soortgelijks wil maar een sterkere pijnstiller en een middel als Diazepam om kramp van de rugspieren te voorkomen. Eenmaal terug in het hotel blijkt na wat Googelen dat de apotheker mij een ontstekingsremmer heeft meegegeven. Terug dus. Ja, dan blijkt dat ik toch bij de dokter moet zijn.

Zoals zo vaak in Indonesië houdt de arts praktijk in hetzelfde pand als de apotheek. Na een half uurtje wachten snapt de oudere arts meteen wat ik bedoel. Maar ja, die pillen moeten nog wel ‘gedraaid’ worden. Driemaal op en neer met de portier dus. Nu komt het; ook na aanhouden van mijn kant weigert hij een fooi aan nemen. Ala, na aandringen mag ik dan de INR 20.000 vergoeden die hij aan de parkeerwacht heeft betaald. Zijn verklaring is ‘Ik help je niet voor het geld’. Zo kan het ook. Sindsdien is het Paul voor en Paul na. Graag maakt hij in het voorbij gaan een praatje. Waarschijnlijk ook wel goed voor zijn reputatie bij zijn vele collega’s dat hij op goede voet met mij staat.

Een weet je: In heel Sumatra wonen net zoveel mensen als in Chili, Zimbabwe en Syrië tezamen. Over de rest van Indonesië nog maar te zwijgen.

Enorme belangstelling
Een waarneming: Op de favoriete datingsite voor homo’s hier krijg ik enorme belangstelling. Anders dan in Medan is men hier in Palembang veel voorkomender en niet of nauwelijks uit op geldelijk gewin. Wel blijkt al gauw dat men denkt dat mijn profielfoto fake is en dat ik mogelijk niet ben wie ik zeg te zijn. Er wordt zelfs vermoed dat ik niet een buitenlander ben maar een local die zich als buitenlander voordoet.

Mij wordt het hemd van het lijf gevraagd. Als ik daar een opmerking over maak dan krijg ik als reactie dat men meer zekerheid wil of wat ik op mijn profiel beweer wel klopt. Zelf gebruiken velen ook foto’s van anderen. Of foto’s van maar een gedeelte van het gezicht of allen de torso. De meesten doen er alles aan om te voorkomen dat anderen misbruik maken van het gegeven dat zij homo zijn. Zeker gezien de recente intimidaties en terreur tegen homo’s en de homovijandige reacties in het parlement een begrijpelijk iets. (13 maart 2016)

Paul Bremer


 

Trans Sumatra Highway leeg

De Trans Sumatra Highway

Na een lange rit aangekomen bij mijn hotel aan het Toba meer is het daar een enorme drukte. Buiten veel militairen, militaire politie, legervoertuigen, fotografen en een cameraploeg. In het hotel ook weer militairen en vooral veel chique dames van middelbare leeftijd in kleurige lange rokken, allemaal met hoofddoek. Alle aandacht gericht op een appartement waar kennelijk de persoon waar het allemaal om draait verblijft en op het punt staat naar buiten te komen.

Een wereldster, de gouverneur, de president himself misschien? Nuchtere Hollander dat ik ben ga ik niet staan wachten op de afloop. Als ik een half uur later voor mijn appartement zit te genieten van het schitterende uitzicht vertrekt de gast kennelijk. De sirenes galmen nog lang na tussen de bergen en over het meer.

De volgende morgen kan ik toch mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vraag ik bij de receptie wie de bewust persoon was. Wat blijkt, het was de vrouw van een generaal die samen met vriendinnen hier een nachtje heeft verbleven. Op mijn verbaasde reactie reageert de receptionist dat de bewuste echtgenote natuurlijk wel een V.I.P. Is.

Van Padang naar Medan
Maar laat ik niet op de zaken vooruitlopen en bij het begin beginnen.

Sumatra kaartje 2Ik ben eind februari 2016 vertrokken vanuit Padang op weg naar Medan. Padang ligt aan de westkust van Sumatra, Medan een 750 kilometer noordelijker aan de westkust. Globaal op dezelfde breedtegraad als Singapore en Kuala Lumpur; alleen de afstand is ruim het dubbele. Ik doorkruis midden Sumatra immers ook nog van west naar oost.

Deels voert mijn rit, in minivan met chauffeur, over de Trans Sumatra Highway. Nu klinkt dat mooi maar eigenlijk stelt die hele hoofdweg niet zoveel voor. Deze tweebaansweg slingert door een gebied met bergen en vulkanen, deels door secundair regenwoud, langs rijstvelden, akkers en plantages en wordt vaak geteisterd door hevige stortbuien.

Daarbij komt dat ook het intensieve vrachtvervoer over deze hoofdverbinding tussen noord en zuid dendert met als gevolg dat er hele delen van de weg verdwenen zijn of op zijn minst vol kuilen en gaten zit. Andere delen zijn dan opeens weer als nieuw, inclusief prachtige belijning, die echter meestal weer snel is verdwenen. Overdag zijn er eigenlijk niet eens zoveel auto’s op de weg. Het vrachtvervoer vindt deels ‘s nachts plaatsvind omdat de wegen dan een stuk rustiger zijn.

Met de schoenen in de hand
Veel huizen, scholen en warungs staan namelijk pal aan de weg. Vaak aan de één of beide kanten van de weg hoge bergen, jungle of akkers. Ook het lokale verkeer wurmt zich over deze weg. De bermen worden gebruikt als voetpad en als erf. Zo worden er veel betelnoten en cacaobonen te drogen gelegd. Als de ruimte daarvoor in de berm niet toereikend is, dan wordt er maar zo een halve meter van de highway ingepikt. Motorbikes, tuktuks en rickshaws worden er in de berm gestald want die moet je toch ergens kwijt.

Hele stoeten schoolkinderen lopen meerdere malen per dag door de berm. Keurig aangekleed, iedere streek heeft zijn eigen kleur shirtjes. De meisje eigenlijk altijd gehoofddoekt. De jongens afhankelijk van de plaatselijke overtuiging, of in broeken, in kaftans of hier en daar in sarongs. Veel jochies moeten kennelijk niets hebben van het lopen op de voorgeschreven lage canvas schoenen. Met de schoenen in de hand, op blote kaki’s, spoeden zij zich huiswaarts over de stenige berm en het hete asfalt.

Als de loopafstanden te groot zijn, dan wordt gebruik gemaakt van Bemo’s. Minibusjes die vaste trajecten rijden, vaak met open schuifdeuren. Na schooltijd vaak met trossen schooljongens in de open deur of op het dak. Vrouwen die naar of van de markt komen, beladen met koopwaar. Verder veel motorbikes op de weg. Vooral degenen die lange afstanden moeten afleggen, scheuren met hoge snelheid over ‘s heren wegen. Maximumsnelheids borden heb ik nergens kunnen ontdekken.

Veel oponthoud
Dan heb je nog de wegwerkzaamheden die veel oponthoud opleveren. Aardverschuivingen belemmeren regelmatig de doorgang. Ook leuk, collecteren midden op de weg. Moet er iets lokaals gefinancierd worden dan zet je gewoon een paar collectanten op de weg met een ton en een vlag. Zie het als vrijwillige tolheffing. En auto’s met pech staan half in de berm, een paar takken op de weg als waarschuwing. Dit kan natuurlijk ook een ander obstakel zijn, wat dacht je van een rode kruiwagen in verticale positie? Weer heel wat anders, een vrachtwagen met een rij planten op de cabine, in de betrekkelijke luwte van de laadruimte.

Veel autobanden begeven het al na een kilometer of 2000. Een band van een befaamd merk zoals Dunlop of Goodyear kost al gauw 1.200.000 Rupia (zo’n € 85) Een band van Indonesische makelij een tiende van dat bedrag. Dan is de keuze voor sappelaars gauw gemaakt. Met de vele kuilen, gaten en provisorische reparaties zijn die banden dus geen lang leven beschoren. Met alle panne en opstoppingen van dien.

Last but not least, veel ruimte op de smalle wegen wordt ook ingenomen door alle motorbikes met ingenieuze constructies achterop. Rekken van metaal of vaak ook van rotan om ‘jan en alleman’ mee te transporteren. Grote ronde plastic containers met drinkwater, hout, bananenbladeren, huishoudelijke artikelen, om maar wat te noemen.

Mijn chauffeur geeft iedere weggebruiker de benodigde ruimte maar verder wordt er hard gereden. Eigenlijk komt het er op neer dat hij altijd bezig is met achter een andere weggebruiker te hangen om in te kunnen halen. Zodra dat lukt, wordt hard gereden tot de volgende voorganger opdoemt en het hele ritueel weer van voren af aan begint. Maar het moet gezegd, op het hele traject heb ik niet één ongeluk of aanrijding gezien.

De lintbebouwing langs deze highway is voornamelijk opgetrokken uit eenvoudige bouwsels. Wat palen, planken en latten, golfplaten erop en het verblijf of warung is klaar.

Medan
Nee, dan Medan. Het voormalige centrum van het plantage wezen in Noordoost Sumatra staat vol met gebouwen uit eind 19de en begin 20ste eeuw. Vanuit mijn kamer in het Aston Hotel, in het centrum van de oude stad, kijk ik op het voormalige Hotel de Boer. Indertijd het meest luxueuze hotel van de stad. Verderop de herensociëteit, nog steeds als zodanig in gebruik. Hier kwamen de planters van onder andere de befaamde Deli Maatschappij bij elkaar om te drinken, te pochen en de laatste nieuwtjes uit te wissen.

Lees voor treffende sfeertekeningen van deze sociëteit en het primitieve plantage gebeuren indertijd, het indrukwekkende boek Rubber van Madelon Szekely Lulofs. Ook het fenomeen ‘Ngai’, de inlandse huishoudster, die ook seksuele diensten werd geacht te verlenen komt aan bod. Verwekte kinderen werden vaak bij vertrek naar Europa meegenomen, de moeder berooid achtergelaten. Indrukwekkende boek.

Naast mijn hotel, waar het voormalige stadhuis in is opgenomen, het onder Nederlandse architectuur gebouwde Kantor Pos. Iets verderop, ook grenzend aan Lampangan Merdeka (het Vrijheidsplein, de voormalige Esplanade) het station met nog een oude stoomlocomotief van de Deli Spoorweg Maatschappij.

Ook de andere gebouwen naast mijn hotel zijn Nederlands-Indische producten, ontworpen door Nederlandse architecten en nog steeds in gebruik waarvoor zij ontworpen zijn: banken en kantoren van ooit befaamde Nederlandse ondernemingen zoals de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Nederlands-Indische Handels Maatschappij, nu de Bank Mandiri Bank.

Ook de voormalige Java Bank, nu de Bank Indonesia. En wat dacht je van het RK ziekenhuis Santa Elisabeth, nog steeds als ziekenhuis in gebruik. Verder het indrukwekkende paleis van de Sultan, nog steeds bewoond door nazaten van de toenmalige Sultan. En dan nog de prachtige hoofdmoskee, met veel Moorse invloeden. Beide ontworpen door Nederlandse architecten.

Medan is zo te zien overwegend een arme stad, ondanks de vele groene lanen en prachtige gebouwen. Veel koloniale gebouwen zijn deels vervallen en gebruikt om de gewilde zwaluwnesten te oogsten. Koelies, in de engere zin van het woord, zullen er niet meer zijn maar de verschillen tussen de paupers en de rijke bovenlaag is nog steeds heel groot. Waarschijnlijk niet veel anders dan in de koloniale tijd. Onafhankelijkheid is toch een groot goed.

Dat de echtgenote van een generaal, louter vanwege die hoedanigheid, als een superstar wordt gezien en behandeld, zegt genoeg. Eigenlijk zijn de koloniale verhoudingen niet erg veranderd. (10 maart 2016)

Paul Bremer

Met dank aan Emile Leushuis en Peter Moerbeek van Antarin Reizen voor hun informatie en bemoeienis met betrekking tot mijn Indonesië Reizen. Emile schreef voor liefhebbers een zeer lezenswaardig boek met de titel: Historische Stadswandelingen in Indonesië.

Trans Sumatra Highway

 


 

IMG_1771

Sawahlunto of all places

Het voormalige mijnwerkersstadje Sawahlunto in de binnenlanden van West-Sumatra is een in meerdere opzichten opmerkelijke plaats. Het bier is namelijk op en internet is maar mondjesmaat beschikbaar. Gisteren was het beer Bintang uitverkocht zodat ik me maar bezondigd heb aan de laatste twee flesjes ‘Guinness Extra Stout, Foreign edition, Indonesian version’. Dit in de verwachting dat de biervoorraad vandaag wel weer zou worden aangevuld. Mooi niet dus. Tot overmaat van ramp is het Parai Hotel de enige die hier nog bier verkoopt. Bij navraag elders word ik naar mijn eigen hotel verwezen. Zowel voor bier maar ook voor internet, buiten het dorpsplein althans.

Volgens goed Aziatisch gebruik werd mij zowel gisteren als vandaag gemeld dat morgen het internet weer zal werken. Dat zou heel mooi zijn maar dan ben ik al weer op weg naar Bukittinggi, mijn volgende bestemming op reis van Padang naar Medan op Sumatra.

Mijn verbazing over de afwezigheid van deze moderne geneugten wordt mede veroorzaakt na eerder vandaag te hebben rondgeneusd in de ‘wonderen’ die de Belanda’s hier al anderhalve eeuw geleden hebben verricht. Dan zouden het bier en het internet nu toch ook voor mekaar moeten kunnen komen, zou je zeggen.

Ombilin kolenmijn, elektriciteitscentrale, spoorlijn
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd er in Sawahlunto namelijk een mijn uit de grond gestampt nadat de ‘Dutch’ hier steenkool van goede kwaliteit ontdekten.

Sumatra kaartje 2Er werden mijnschachten gegraven, een aantal enorme ‘filters’ geconstrueerd (om de kolen te zuiveren) en een op kolen gestookte elektriciteitscentrale gebouwd.

Ook werd er een spoorlijn van pakweg honderd kilometer door de bergen aangelegd, die in 1892 gereed was, naar een daarvoor in gereedheid gebrachte haven in Padang aan de westkust.

Er werd daar in de jungle te midden van de bergen ook een stadje gebouwd met alles er op en eraan; behuizing voor de werkers uit alle windstreken, kantoorpersoneel en ingenieurs, een gaarkeuken, scholen, straten met shophouses, een gevangenis en een ziekenhuis. Dit ziekenhuis zou op dat moment het grootste zijn geweest van West-Sumatra. En deze Ombilin mijn was de eerste kolenmijn in heel Zuid-Oost Azië en van groot belang voor de hele economische ontwikkeling van Sumatra.

Hoewel de winning van steenkool in Sawahlunto sinds medio jaren ’30 al weer op zijn retour was, en sinds de jaren ’60 definitief een aflopende zaak, is het bijzonder dat dit hele complex er nu nog in redelijke staat bij ligt. Deels is het nu een goed onderhouden museum. Je kunt afdalen in de mijnschachten. Het stationnetje is eveneens een museum. De stoomlocomotief en een paar rijtuigen worden opgeknapt. Naar verluidt gaat er op afzienbare tijd op zondagen weer een treinverbinding worden onderhouden met Padang en het veel bekendere Bukittinggi.

Geen toerist te bekennen
Nu ik hier de laatste dag van februari 2016 rondloop, is er verder geen toerist te bekennen. Jammer want het alleraardigste plaatsje, omsloten door hoge beboste bergen, is er helemaal klaar voor. Aan het dorpsplein is een Tourist Information Center, nog zonder klanten maar met wi-fi. De jonge- dames en heren in een aantal modern aandoende eetgelegenheden, waar je voor een prikkie kunt eten, staren werkeloos op hun telefoonschermpjes. Klaar, op het bier en internet na dan, maar dat komt met de toeloop van bezoekers vast ook wel voor mekaar.

Naschrift
Het zal wel niet met elkaar verband houden maar de oproep voor gebed vanaf de tot minaret omgevormde torenhoge fabrieksschoorsteen is om even na halfzeven ‘s avonds nog niet afgelopen of het blijde nieuws bereikt mij dat er een nieuwe voorraad Bintang alsnog is gearriveerd. Niet veel later schalt het Sabat Mater van Pergolesi over het plein. Dit vast om mijn feestvreugde nog verder te vergroten. Wat kan het leven verrassend en toch heerlijk zijn.

Paul Bremer, maart 2016.

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.