Pleisterplaats

Pleisterplaats is een zusje van de rubriek Kort & Krachtig. De rubriek is bestemd voor gelegenheidsschrijvers: personen die een (wat langer) verhaal in portefeuille hebben, maar niet regelmatig Dick’s blog kunnen voeden. 

Inhoudsopgave
Femme fatale, Chris Ebbe
De kunst als vrucht van de romantiek, Peter van Nuijsenburg
Sarina en het blauwe huis, Chris Ebbe
Want de Thai kijkt ernaar en…, Ronald Kroes
Ich will dir mein Herze schenken, Ronald van Veen
Vals licht, Alphonse Wijnants
Whitening cream, David Diamant
De Heilige Waringin, Chris Ebbe

 

Femme fatale

femme fataleWaarom hij juist op háár viel begreep hij zelf ook niet goed. Zijn toenaderingen had zij aanvankelijk nogal bruusk afgewezen, maar toen hij kwam aanzetten met een verlokkelijk cadeau had ze wel toegehapt en hem enigszins getolereerd, zij het op afstand. Tot zijn verdriet was haar toegeeflijkheid van korte duur geweest en tot enige intimiteit was het niet gekomen. Zij eiste meer, veel meer, van het materiële dan en rustte niet voor zij hem een poot had uitgedraaid.

‘Eigen schuld’, zeiden zijn vrienden, ‘wat zie je toch in dat valse wijf. Dik en groot is ze ook, dikker en groter dan jij’, zeiden ze er nog bij.

‘Als je zo doorgaat heb je geen poot meer om op te staan’, riep zijn neef, ‘dit soort wijven gaat tot het uiterste.’

De bezorgdheid van zijn vrienden, de hartenkreet van zijn neef raakten hem niet. In zijn blinde verliefdheid zag hij in haar de vrouw van zijn dromen, zijn prinses, zijn schat. Nee, hoe meer men tegen hem aanpraatte, hoe groter zijn hunkering naar haar werd. Hij zou en moest haar bezitten.

Op een mooie avond in de late zomer zocht hij haar weer op. Hij had een groot pakket bij zich, dat hij met enige moeite meezeulde. ‘Dit kan ze niet weigeren’, ging het door hem heen, ‘zo’n mooi cadeau heeft zij nog nooit gekregen.’ Hij dacht aan de inspanning die het had gekost om het te pakken te krijgen, doorvoelde opnieuw de wanhoop dat het bijna was mislukt, onderging nogmaals het gelukzalige gevoel geslaagd te zijn.

Tot zijn opluchting was de vrouw van zijn aanbidding thuis. Vol verwachting bood hij haar het cadeau aan, dat zij zonder dank te zeggen aannam. Zij pakte het uit waarna hij toestemming kreeg haar te bestijgen en beleefde het ultieme moment van vervoering. Hier had hij zo lang naar uitgezien, zo koortsachtig naar verlangd, maar nauwelijks aan zijn gerief gekomen, schudde zij hem van zich af, sprong boven op hem en beet hem met haar kaken waarna het verterende gif zijn lichaam binnendrong. Terwijl in een laatste siddering door hem heenging: waarom?, zocht zij de centrale plaats in haar web weer op. (19 juni 2015)

Chris Ebbe
18 april 2014


 

Rembrandt was geen kunstenaar maar hij bedreef een ambacht zoals een schoen- en ketellapper. Pas met de Romantiek werd de kunstenaar geboren. Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg schetst de ontwikkeling van ambachtsman tot kunstenaar.

De kunst als vrucht van de romantiek

Voor de Romantiek tegen het einde van de 18de eeuw haar onstuimige kop opstak, bestond de kunst niet en bijgevolg de kunstenaar evenmin. De grootse kunstwerken die wij tot de hoogtepunten van de westerse beschaving rekenen, de kathedralen, de Sixtijnse Kapel, de Mona Lisa, de David, de zelfportretten van Rembrandt, het Meisje met de parel, de opera’s van Mozart –  u kunt het lijstje naar believen aanvullen –, zijn niet gemaakt door mannen (vrouwen deden in die periode niet mee) die zich als kunstenaar presenteerden of door hun omgeving als kunstenaar werden gezien.

ketellapperEr zaten wel figuren tussen die beantwoorden aan het romantische cliché van het getormenteerde en miskende genie (Caravaggio, Mozart) maar de meesten waren eerzame burgers.

Ze waren lid van een gilde (Rembrandt zat bij de schilders en pottenbakkers, Vermeer was bakker, Jan Steen dreef een kroeg) of lieten zich ondersteunen door een maecenas (Haydn). Ze bedreven een ambacht dat in wezen niet verschilde van dat van de schoen-  en ketellapper.

Ze schreven geen manifesten, wilden de gevestigde orde niet omver werpen en konden het woord ‘subsidie’ niet eens spellen.

Als je ze naar hun mening zou hebben kunnen vragen over de uitspraak van de Duitse romantische dichter Novalis dat een kunstenaar ‘het gewone ongewoon moet maken en het banale in een geheim moet veranderen’, hadden ze vermoedelijk de schouders opgehaald of op het voorhoofd getikt.

Romantische Revolutie
Dat veranderde met de Romantische Revolutie. De Romantiek was voornamelijk een Duitse aangelegenheid maar ook in andere landen openden jonge hemelbestormers, – het was vooral een jeugdbeweging –, de aanval op de muffe pruikekoppen. Er moest groots en meeslepend geleefd worden. En er werd voor het eerst Kunst gemaakt. Door jongens die zichzelf als kunstenaar zagen en als zodanig door de buitenwereld werden erkend.

Die kunstenaar maakte kunst omwille van de kunst (l’art pour l’art), niet omdat een opdrachtgever zijn portret boven de schoorsteenmantel wilde. Het ging om de ‘allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’, zoals de dichtervorst Kloos met enige vertraging schreef.

Een van de opvallendste aspecten van de Romantische Revolutie was dat de kunst ‘een sacraal karakter’  kreeg, aldus de Britse historicus Tim Blanning. Kunst werd iets verhevens. Dat had een paar verstrekkende consequenties.

In de eerste plaats was kunstgenot niet langer iets dat uitsluitend beleefd werd in de salons van de rijken en machtigen. De kunst moest haar eigen tempel krijgen waar de gegoede burgerij, de verheffing van de arbeider kwam later, haar wonderen kon aanschouwen (museum) of kon beluisteren (concertzaal).

En ten tweede: er ontstond een cultus rond de kunstenaar. Hij werd een ziener die dankzij zijn gave toegang had tot werelden die voor een gewone sterveling ontoegankelijk bleven. En dat niet alleen. Kunstenaars als de dichter Byron en de componist Liszt die ook als klavierleeuw triomfen vierde, werden idolen voor wie menig nette en gefortuneerde dame in katzwijm viel. Ze waren helaas uitzonderingen.

De meeste kunstbroeders moesten maar zien hoe ze het rooiden. Dat kwam vaak neer op sappelen en miskenning die op hun beurt  de voedingsbodem werden voor een ander cliché, de kunstenaar als bohemien. Arm als de luizen in zijn afgedragen jas en meestal  postuum geëerd als iemand die zijn tijd ver vooruit was. Vaak tot genoegen trouwens van de nazaten.

Modigliani

De kunstenaar als tragische held
Deze stoet van tragische helden is lang: Van Gogh, Modigliani, Soutine, Camille Claudel, om er maar een paar te noemen en wie wil staat vrij  ook hier zijn  namen aan toe te voegen. Het waren levens waaruit legenden werden geweven zoals iedereen die ooit de film over Leven en Lijden van Van Gogh, Lust for Life, met Kirk Douglas in de hoofdrol (1956) heeft gezien, zal beamen.

Het beeld van de kunstenaar als tragische held is een van de belangrijkste romantische motieven en werd met terugwerkende kracht ook geprojecteerd op de grote namen uit het verleden zodat ook Rembrandt en Michelangelo Romantisch Genieën werden.

Als beweging was de Romantiek in de eerste helft van de 19de eeuw uitgewoed, maar ze bleef als een krachtige onderstroom doorwerken niet alleen in de moderne kunst zelf maar ook in de opvattingen over de positie van de kunst en de rol van de kunstenaar.

Misschien zit er in dit postmodernistische tijdvak wat sleet op de rol van de hedendaagse kunstenaar als profeet, maatschappijcriticus en gesel van het filistijnendom. Het is inderdaad moeilijk om iemand als Tinkerbell serieus te nemen. Dat neemt niet weg dat met name in Duitsland kunstenaars nog steeds worden gerespecteerd als hoeders van de publieke moraal en bewakers van de culturele zeden. Maar Duitsland is dan ook de bakermat van de Romantiek. (9 mei 2015)

Illustratie midden: Nude, Looking Over Her Right Shoulder, Modigliani

Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was parlementair en economisch redacteur, maar tevens zeer geïnteresseerd in kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.


 

Doekoen

De doekoen had Sarina gewaarschuwd: Pas op voor het blauwe huis. En dat deed ze. Chris Ebbe over een voorspelling die uitkwam.

Sarina en het blauwe huis

Na enige aarzeling schoof Sarina de gebatikte* doek, die voor de hut van de doekoen hing, opzij. Vele malen was zij er voorbij gelopen op weg naar of van school, maar nu zij haar diploma had gehaald, wilde zij weten wat er voor haar in het verschiet lag. De waarschuwingen van haar moeder om zich niet in te laten met witte, zwarte of wat voor magie dan ook schoof zij van zich af. Baat het niet, het schaadt ook niet, dacht zij luchthartig. Haar vriendinnen waren haar voor gegaan en hadden giechelend de mooie mannen besproken, die hen beloofd waren.

Toen haar ogen gewend waren aan het schemerdonker in de hut, zag zij de doekoen met gekruiste benen op een mat van gevlochten riet zitten. Zijn handen lagen ineengevouwen in zijn schoot, zijn kris stak schuin achterin zijn lendendoek. Zwijgend gebaarde hij Sarina voor hem plaats te nemen. Selamat sore, goede middag, wilde zij zeggen, maar de doekoen legde zijn vinger op zijn lippen.

In de stilte schoof zij onrustig heen en weer, voelde zich ongemakkelijk onder de starende blik van het houten beeldje achterin, Naga Padoha, de mythische slang uit de oerwateren, de schepster van de wereld, die om het geringste onmin in woede kon uitbarsten. Sarina keek verbaasd, toen de doekoen uit het niets een smeulend bosje rijststro tevoorschijn haalde. Hij strooide er wierook op, de hut vulde zich met zoet geurende rook. ‘Geef me je hand Sarina’, zei hij.

Hij weet hoe ik heet, dacht zij verwonderd, niet wetend dat hij haar honderden keren met haar vriendinnen kletsend langs had horen lopen.

‘Ik zie water, veel water, ik zie een boot, een lange reis naar een ver en koud land, een man slaat zijn arm om je heen, de vader van je kinderen, drie jongens en twee meisjes.’

De doekoen pakte zijn wichelboek met handgeschreven teksten op bladen van boombast. Ritmisch met zijn bovenlijf wiegend las hij prevelend de magische spreuken. Buiten betrok de lucht, de zon verdween achter donkere wolken, een flits, een klap en de regen kletterde neer op het golfplaten dak. Door het ratelen heen klonk als van verre de stem van de doekoen: ‘De voorouders zullen je oudste dochter tot zich roepen nog voor zij veertig jaar is.’

Hij sloot het wichelboek en zei: ‘Ga nu.’

Bij de deuropening riep hij haar tot haar verwondering na: ‘Vermijd het blauwe huis, betreed het niet.’

We gaan naar Holland
De jaren gingen voorbij en Sarina vond haar man, kreeg haar zonen en dochters. Zij verdrong haar angst om de voorspellingen van de doekoen. Nadat de Jap verdreven was, stelden zij zich een mooie toekomst voor in het naoorlogse Indië. Maar helaas. Op een dag zei Freddy, haar man: ‘Het ziet er niet goed voor ons uit Sarina. Soekarno en Hatta hebben de Republik Indonesia uitgeroepen en wij Indo’s lopen gevaar, wij krijgen de schuld van het koloniale verleden. De bendes revolutionaire jongeren zijn levensgevaarlijk. We gaan naar Holland.’

De familie reisde af naar Batavia, meer dan een dag rijden over onverharde wegen, langs sawa’s en klapperplantages, door kampongs en desa’s. De zon was lang onder, toen zij aankwamen in het buitengebied van Bandung. Freddy stopte de oude legerjeep bij het adres, dat hij van een collega had gekregen, het huis was nauwelijks zichtbaar in de maanloze nacht.

Op de waranda zat een man te roken, bij iedere haal aan zijn sigaret lichtte het puntje op, als een baken in de nacht. Hij stond op, begroette Freddy, die was uitgestapt: ‘Selamat malam, jullie zijn laat, de andere families zijn al binnen.’

Sarina bukte om haar handtas, die onder haar stoel was geschoven, te pakken. Zij richtte zich op, van achter de wolken kwam de maan en verlichtte het huis. Zij zag de waranda, de getraliede ramen, de vogelkooien tegen de wand, de planten in de potten, de blauwe gevel. Uit haar onderbewustzijn welden verdrongen beelden op, de doekoen, die gelijk had gekregen met zijn voorspellingen: een man om mee te trouwen, drie jongens, twee meisjes, een reis over het water naar een ver en koud land, het blauwe huis, dat zij moest vermijden… en daar stond het… het blauwe huis… Zij zocht steun bij het geopende portier, haalde diep adem, hervond haar kracht.

‘Zitten blijven’, beval ze de kinderen. ‘Freddy kom terug’, riep zij. Zo vreemd en schril had hij haar stem nooit gehoord. Geschrokken rende hij naar haar toe. ‘We moeten hier weg, nu meteen’, zei ze. Hij vroeg of ze wel goed wijs was, ze hadden de hele dag gereden, de kinderen waren bek af, het was bijna middernacht. Zij duldde geen tegenspraak. ‘Het moet, geloof me, ik vertel je onderweg waarom.’

Freddy kende zijn vrouw, altijd verstandig, nooit in paniek, maar nu… Hij deed wat zij vroeg en terwijl de maan achter de wolken verdween, reden zij donkere nacht in.

Jaren later hoorden zij wat er was gebeurd. Nog geen uur, nadat zij waren vertrokken, hadden jonge revolutionairen het blauwe huis omsingeld. Onder het roepen van bersiap en merdeka hadden zij de deur ingebeukt, wie zich verzetten werd met klewang en bamboe speer omgebracht, een te verkiezen dood zo bleek later. De vrouwen en meisjes werden verkracht, de mannen en jongens verminkt en daarna allemaal in de waterput op de binnenplaats gegooid.

Rotterdam
De familie vestigde zich in Rotterdam, Freddy ging bij de Shell werken, Sarina zorgde voor het gezin. De kinderen maakten hun school af, kregen goede banen, vlogen uit. Joyce, het oudste meisje, trouwde met Wim Jaarsveld, een ambitieuze man die studeerde voor accountant. Ze kregen een dochter. Op een mooi zondag in mei wilden ze een tochtje maken in de Lopikerwaard. ‘Doe alsjeblieft voorzichtig’, had Sarina over de telefoon gezegd.

‘Maak je geen zorgen moeder’, had Joyce geantwoord. ‘Ik ben bijna veertig, daarna ben ik voorbij de gevaarlijke leeftijd.’ Met een beklemd hart hing Sarina de hoorn op de haak.

*

Zaterdagavond was zijn vaste zuipavond, maar deze keer had hij wel heel erg diep in het glas gekeken, vierentwintig bier en een stuk of acht neutjes. De volgende morgen werd hij uit bed gebeld door de aanvoerder van zijn voetbalelftal: ‘Waar blijf je man, over drie kwartier moeten we het veld op.’ Hij had een uur of vier geslapen.

Onder de douche probeerde hij zich te herinneren hoe hij thuis was gekomen. Hij wist het niet. Onvast kleedde hij zich aan, pakte zijn tas met sportspullen en liep naar zijn auto. Oeps, daar ging hij bijna. Na lang morrelen duwde hij de sleutel in het contactslot. In de achteruitkijkspiegel zag hij zijn gezicht, bleek en pafferig, het wit van zijn ogen vaalgeel. ‘Straks eerst een kop koffie, dan ben je weer het mannetje, Rob Benschop’, zei hij tegen zichzelf en startte de motor.

Doekoen 2‘Hier rechtsaf,’ zei Joyce. Rob Benschop zag de auto van rechts met Wim Jaarsveld met vrouw en kind niet en knalde er bovenop. De aangereden auto tolde in het rond en kwam tot stilstand tegen de wegwijzer van de ANWB. Wim kwam bij zijn positieven, stapte uit en trok het achterportier open. De auto vloog in brand, Joyce wierp zich op haar kind en redde het daarmee. De ambulance bracht Joyce naar het brandwondencentrum waar zij na een week geroepen werd tot haar voorouders.

De wegwerkers hadden de wrakstukken opgeruimd en de wegwijzer van de ANWB weer overeind gezet, zodat je duidelijk de plaatsnamen kon zien: Benschop naar links, Jaarsveld naar rechts. (2 mei 2015)


Batikken (van: veel puntjes in het Javaans) is een manier om lappen textiel met verf van een decoratie te voorzien, waarna deze lappen als kleding kunnen dienen. Batik kan echter ook een kunstvorm zijn voor wandkleden.
Doekoen Medicijnman, tovenaar.
Een kris is een dolk met dubbele, vaak gegolfde kling waar mystieke krachten aan worden toegeschreven. De kris wordt dikwijls gedragen als teken van gezag of waardigheid.
Een sawa (rijstveld) is een stuk grond, omdijkt of ommuurd door lage lemen walletjes voor het verbouwen van rijst. De velden worden, waar noodzakelijk in een heuvelachtig landschap, in terrasvorm aangelegd.
Kampong is een woord in het Maleis voor een omheind erf, een verzameling woningen die zichtbaar door een omheining bij elkaar horen, een bijeenhorend stadsgedeelte (wijk), of een klein dorp. Grotere eenheden van bewoning (desa’s ) zijn opgesplitst in kampongs.
Bersiap betekent letterlijk ‘Wees paraat’. De Bersiap-periode was een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis die duurde van ongeveer oktober 1945 tot begin 1946.
Merdeka (onafhankelijk, vrijheid) is een Javaanse vrijheidskreet.
(Bron: Wikipedia en andere websites)


 

‘Er was een periode dat ik Thailand op handen droeg’, schrijft Ronald Kroes. Maar zijn ogen zijn open gegaan. Een kritische beschouwing met als motto ‘De Thai, een aardig mens met de ruggengraat van een mossel’.

Want de Thai kijkt ernaar en…

Het is 5 jaar geleden dat ik voor het eerst Thailand bezocht. Ben er getrouwd en heb een huis laten bouwen. Denk nog vaak aan die onbekommerde wandelingen op Yomtien Beach en voor iemand, waarbij de calvinistische leer met de paplepel is ingegeven, shockerende beeldvorming van ‘Walking Street’.

Er was een periode dat ik Thailand op handen droeg. Zag met ontroering de tolerante inslag ingegeven door de boeddhistische leer en de minzame maar, voor de westerling, o zo charmante ‘Wai’. Helaas is dat beeld langzaam weggeëbd en daarvoor in de plaats gekomen een kritische benadering van de Thaise samenleving. De ‘Wai’ ervaar ik steeds meer als een hypocriet gebaar en de zo beroemde Thaise glimlach meer als een grijns.

Ik las eens een Thaise mop.
Waarom zijn de Amerikaanse autobussen zo veilig?
Omdat in één daarvan de toekomstige Amerikaanse president kan zitten.
Waarom zijn de Thaise autobussen zo krakkemikkig?
Omdat de kans nul is dat je daarin de toekomstige leider van Thailand aantreft. Die wordt door de chauffeur van Thaksin naar zijn privéschool gereden.

De moraal van dit grapje is dat Thailand voor een belangrijke uitdaging staat maar met de ruggengraat van een mossel deze uitdaging aan zich voorbij laat gaan.

Iedere econoom is het er over eens dat Thailand alles in zich heeft om een formidabele economische macht te worden. Maar dan moet het wel hervormen. Moet het werkelijk iets doen aan de diep gewortelde corruptie die je van hoog tot laag aantreft en de verderfelijke moraal van de ‘Mia Noi’. Maar de grootste hervorming zal moeten plaatsvinden om het ‘patronagesysteem’, relatief één van de grootste die de wereld kent en waar de werkelijk macht ligt, met wortel en tak uit te roeien

De Thai vindt zichzelf het middelpunt van de wereld
Er zijn nog veel Thai die hun eigen pis moeten drinken. De kloof tussen arm en rijk is, op die van Zuid Amerika na, de grootste ter wereld, het milieu is verziekt, de Thaise ‘landscaping’ wordt verkracht door spuuglelijke, onrendabele, palm- en rubberplantages. De Thai, ze bouwen duizenden, nutteloze, tempels maar een fatsoenlijk product ontwikkelen – ho maar.

De huizenmarkt, de rommelhypotheken, de grondspeculaties zijn latente ‘airbubbles’ van formaat die eens tot barsten zal komen. Kortom, er zijn grote economische en maatschappelijke problemen maar de Thai vindt zichzelf het middelpunt van de wereld met de wijsheid in pacht.

Als je de Thai hoort praten dan is er een vertrouwenscrisis, dat zij de leugens, de valse voorlichting en de censuur zat zijn, kortom zij vertrouwen de overheid voor geen meter. Maar wat doen ze er aan? Helemaal niets. Zij accepteren zonder slag of stoot dat een ‘democratisch’ gekozen regering omver wordt geworpen en zien met gelatenheid toe dat de huidige machthebbers onderdeel worden van het patronagesysteem om zich te verrijken over de ruggen van de Thai.

Ik zie Prayut regelmatig als een ‘Fidel Castro’ het volk toespreken maar wat mij opvalt is dat geen Thai er naar kijkt of luistert. De Thai begrijpt niet of wil niet begrijpen dat eerst het machtige patronagesysteem met wortel en tak uitgeroeid moet worden als Thailand een rechtstaat wil worden.

Verder moeten hun kinderen leren kritisch te zijn en niet, zoals nu het geval is, de kinderen indoctrineren dat kritiek gezichtsverlies is. Wat mij betreft mogen ze die onderdanige ‘Wai’ afschaffen. Over de adoratie van het koningshuis zal ik het niet hebben om te voorkomen dat ik, als ik Thailand weer bezoek, 5 jaar de (als onmenselijk beschreven) bak in moet.

Thans hoor je weer voorzichtig geluiden dat het moet veranderen, anders de ‘revolutie’. Holle woorden want tot nu toe zijn de demonstraties nooit tegen het patronagesysteem geweest maar tegen het machtsmisbruik van vigerende machthebbers.

Hiërarchie is diep geworteld in de Thaise cultuur. Ik noem het ‘kadaverdiscipline’ waarbinnen onvrijheden en corruptie klakkeloos worden geaccepteerd. De huidige machthebbers roepen om het hardst dat de corruptie en interne problemen zullen worden overwonnen. Hoe lang zal het duren voordat de Thai door heeft dat zij daarvan deel zullen gaan uitmaken. Ik denk nooit, de Thai kijkt het weg.

Natuurlijk zal de geschiedenis zich herhalen. Vandaag of morgen zal de (volks)woede weer losbarsten, en staan de ‘reds’ en de ‘yellows’ weer tegenover elkaar. Hoeveel doden zullen er vallen? Nutteloos bloedvergieten. Want de Thai kijkt ernaar en gaat weer over tot de orde van de dag. Van kritiek willen ze niet leren. (7 april 2015)

N.B. Lees ook ‘Thailand, het land van dromen en illusies’ van Paul Bremer.


 

Ronald van Veen (60) was vier maanden getrouwd met een Thaise en spendeerde 1 miljoen baht.  Een dag voor Pasen 2011 keerde hij gedesillusioneerd terug in Nederland. ‘Hoe kon ik zo stom zijn?’

Ich will dir mein Herze schenken*

Ieder Pasen dwalen mijn gedachten weer af naar Weera (haar eigenlijke naam was Weeraporn), een Thaise vrouw met wie ik  vier maanden getrouwd ben geweest. Nu hoor ik u denken: Wat heeft dat met elkaar te maken?

Ik, een man van 60 jaar oud, drie jaar gescheiden en weer toe aan een nieuwe relatie, ontmoette Weera voor het eerst op Thai Love Link. Een prachtige vrouw van 44 jaar oud uit de Isaan (Sisaket). Goede baan bij één van de ‘Healthcenters’ in Bangkok (Klong Toei). Na zes maanden met haar te hebben ‘gechat’en ‘geskypt’ stapte ik op 12 december 2010 op het vliegtuig naar Thailand.

Daar stond zij dan, in haar verpleegstersuniform, mij op te wachten bij uitgang 3 (meeting point) op Suvarnabhumi Airport.  Mijn Weera was, met het knotje in haar donkere haren, het toonbeeld van mijn betere-ik. Wij hadden het al over trouwen gehad en ze had mij informatie gezonden welke documenten ik moest meenemen uit Nederland. 

Mijn Weera had een compleet programma van twee hele weken in elkaar geknutseld. De volgende dag al naar de Nederlandse ambassade voor het ‘Certificate of Capacity to Contract Marriage’. Dat was binnen een halve dag voor elkaar. Met dit ‘Certificate’ naar het vertaalbureau tegenover de ambassade om het te laten vertalen in het Thais. De dag daarop volgend naar Ministry of Foreign Affairs in Chaeng Wattana voor de legalisatie. Ja u raadt het al, binnen vier dagen getrouwd in de Amphur Bang Rak, de plek bij uitstek, waar vele ‘farangs’ letterlijk en figuurlijk het (huwelijks)bootje in gaan.

Weera had een huis in een ‘Mo Baan’ in Bangpli. Gekocht voor vier miljoen Thai bath met een hypotheek voor hetzelfde bedrag met een maandelijkse annuïteit van 28.000 Thai bath. Ze had een schuld bij de government van 600.000 Thai bath. Aflossing 16.000 Thai bath per maand, maandelijks in te houden op haar loon. Ze bleek twee dochters te hebben die studeerden aan een ‘Private School’ (Scared Heart) in Bangkok. Kosten 20.000 Thai bath per maand.

Weera had, voor Thaise begrippen, een goede baan. Zij zat bij de overheid in functiegroep 8 met een loon van meer dan 30.000 Thai bath per maand. U voelt hem al. Haar loon was bij lange na niet voldoende om haar kosten te betalen. Vanuit mijn diepgewortelde liefde en genegenheid voor haar sprong ik bij. Meer dan 1 miljoen Thai bath in vier maanden. Ik was voor haar niet meer dan een vleesgeworden ATM.

Op vrijdag 22 april 2011 van Weera gescheiden in de Amphur van Samut Prakan. 23 april 2011 gedesillusioneerd naar Nederland terug. 24 April 2011 eerste Paasdag.

De Matthäus Passion schalt nu weer door de kerken en het kruis van Jezus wordt weer afgestoft. Telkens eindigt deze vrome mijmering met hetzelfde beeld: hoe kon ik zo stom zijn? Geloof mij, dat is ook een vorm van lijden. (5 april 2015)

Ronald van Veen (pseudoniem, echte naam bij Dick’s blog bekend)

* De titel is een regel uit een aria van de Matthäus Passion.


 

Kung, de vriendin van Alphonse Wijnants, opent een Herbalife shop. De installatie van een router, nodig voor de internetverkoop, heeft heel wat voeten in de aarde. ‘Het was pokdalig werk.’

Vals licht

De halfwas jongen staat vandaag opnieuw voor onze shop. Hij haalt vooralsnog zijn volle draadrol met internetkabel op.

Een klos witgrenen grofgezaagd hout van beslist een halve meter doorsnede, loodzwaar, gisteren om drie uur eigenhandig door hem binnengerold. Ze was pas aangesproken, genoeg om nog een hele straat Thai-families een connectie op het web te geven. Hij was ze vergeten.

Die klos had ik al in de gang klaargelegd, maar ik verwachtte eigenlijk niet dat hij ze zou missen. We hadden erop ingestoken, Kung en ik – ik wedde tweehonderd tegen haar honderd baht dat hij ze zou vergeten. Noppes, hij kwam en ik verloor.

Waar ging ze mijn twee rode bankbiljetten uitgeven? Bij de Thai-Lao Friendship Bridge op die markt waar dat frivole gehaakte topje hing? Of integendeel dat oorjuweel van de slentermarkt aan de Mekong-oever, hartje Nong Khai, waar ze me op had gewezen?

Misschien had die jongen een flinke uitbrander van zijn baas gekregen. Gisteren toonde hij zich nogal afwezig tijdens de klus, helemaal niet bij de pinken, zijn stakerige knieën zaten hem in de weg.

Zoals de dag voor heden schiet hij uit zijn platgetrapte gummi slippers voor hij binnenkomt. Hij jaagt door de gang als de bliksem en ratelt in het Thais, tegen Kung. Gisteren kwam er geen woord uit hem.

Hij heeft een rood sportjack om en zijn haar staat wild alle kanten uit. Het zal zeker indruk op zijn beugelvriendinnetjes maken. Hij snelt in een ommezien weer weg. Dat ging vlug vandaag.

Het werd uiteindelijk True Internet, niet dat ze de beste prijs aanboden, wel kwam de meest overtuigende verkoper langs. Daar is Kung ongemeen sensibel voor, Kung staat zelf in de verkoop en apprecieert dat beetje meer.

Daarentegen is ze onverbiddelijk en hardvochtig voor niet-attente collega-verkopers. Stappen we een winkel binnen en schieten ze niet direct vanachter de schermen tevoorschijn, dan zegt ze botweg luidkeels: ‘Pah, we go, they not want to sell.’ In het Thai tegen zogezegd niemand en dan in het Engels tegen mij. Tsja, vierentwintighonderd baht gage per maand geeft een verkoopster niet echt een reden om te vliegen.

Daarbij, daarbij… Kung had op staande voet wifi nodig. Ik ook trouwens, maar ik schal dat niet luidop als zij door onze huiskamer. True Internet kon het waarmaken. Ze hingen nog dezelfde dag in de palen, ze stonden nog dezelfde dag met vier man in onze straat, in onze shop, in onze slaapkamer, onvoorstelbaar!

Kung staat al een tijd als mijn vaste vriendin geboekstaafd, zij heeft mijn familie al enkele keren ontmoet, maar ik de hare nooit – voor Thaise begrippen de omgekeerde wereld. Sinds gisteren opende ze haar Herbalife-shop – food nutrition – vlakbij het centrum van Nong Khai. Promoting Health, Weight Loss & Extra Income. Alle goede dingen bestaan uit drie!

Ik heb de supervisie. De hele rataplan heb ik gefinancierd, maar toegestemd, er is annex ruime slaap-en badkamer en kleine keuken. Dus ben ik er ook! Toe maar, het scheelt danig in de kosten. Kung stort zich graag in kleine avonturen waar ze het einde niet van ziet. Het zij zo, ik erken haar durf om nu en dan niet redelijk te zijn.

Gisteren heeft die jongen met zijn rode jack nagels in de muur van onze slaapkamer zitten slaan. Als je met je gedachten elders bent… dan duurt dat een eeuwigheid lang, nagels inslaan. Dat bleef duren. Onze eerste echte eigen slaapkamer in dit land. Tot nog toe hadden we het op cheap guesthouses gehouden.

Er zijn falang die het slimmer aan de dag leggen, zich een Thaise schoonheid zoeken die al een huisje heeft, of een appartement, of een annex bij baba en mama. Dat is slim. Hoewel… dan wordt het een techniek onder de knie leren krijgen waarbij je – buiten de slaapkamer – ook maar de minste schijnbeweging van genegenheid voor je liefste leert te vermijden. Ze vinden het nog altijd ongepast in de familiekring, aan het station, op de vlieghaven een knuffel te geven.  Ik vind het nog altijd onbegrijpelijk – deze cultuur van het vermijdingsgedrag.

Die jongen met zijn rood jack, ik dacht dat hij stond te dromen. Ik liep maar weer weg uit onze slaapkamer die nu helemaal overhoop lag. Tangen en schoevendraaiers, de kabelhaspel, routers, cutters, nagels, hamers, twee ladders, een korte en een voor aan het plafond. Hij begon telkens weer opnieuw – rafelige gaten – ze pokten de muur met centimeters tegelijk. Ik hield mijn hart vast.

Ik leidde honderd levens vol spanning. Ik nam maar een ijskoude Chang bij onze buurman, zit aan zijn betonnen terrastafel op zijn betonnen boomstam, in vurige hippiekleuren die in de gardenshops van heel Thailand nog altijd opgeld maken.

Wij hadden de voorbije dagen ons uiterste best gedaan om de muren in dat strak luchtig paars te verven en alle vroegere gaten te dichten. Het oogde bevredigend. Een paars resoluut door mij gekozen, de kleur heeft iets met ons voorhoofdschakra te maken, ons hogere brein.

Het punt bevindt zich tussen onze ogen. Doelbewust gekozen, ietwat venijnig en vals van mij. Ik hoop Kung iedere dag van ’s morgens vroeg – tijdens haar gezondheidssessies met de buurvrouwen, haar eerste klanten – tot als ze in slaap valt – al vroeg – in een bad van geestesverruiming te dompelen. Uur na uur, dag na dag, week na week paars.

Ik wacht af tot de violette zinderingen iets bij haar los beginnen te trillen. Zolang, zolang tot er een effect ontstaat. Vertaald naar de eigenzinnigheid van Kung: zolang tot ze eindelijk haar verstand zal gebruiken. Eerst moet er chaos zijn, aleer er vormen van orde voor de dag kunnen komen.

Onze slaapkamer zag er beroerd uit toen de slungel met zijn rood sportjack finaal als laatste vertrok. Daarvoor – hij klopte en klopte, hamerde en hamerde. Hij is nog erg jong, zeventien of zelfs mogelijk maar vijftien. Hij doet dat niet goed, zijn gehamer. Ik weet dat, ik leerde mijn jongste zoon jaren geleden al aan, hoe een hamer te hanteren.

Ik wil naar hem toestappen en het voordoen. Ik doe het niet.  Ik weet niet hoe Thai reageren als je ze corrigeert. In feite weet ik ergens in mijn achterhoofd dat ze er giftig van kunnen zijn. Een Thai houdt niet zo van correcties, dan gaat hij af.

Deze jongen hamert met zijn onderarm en met de beweging vanuit zijn elleboog, zo kloppen Thaise vrouwen erop los als ze kwaad zijn, vermoed ik. Dan leg je het gewicht van je arm in de slag. Niet goed! Nee, nee, zo niet! Je moet het soepel vanuit je pols doen en de hamer zijn eigen gewicht op de nagelkop kracht laten geven. Een schuine slag of je iemand een oorveeg geeft.

Laat alles zijn eigen deel van het werk vervullen, ook deze hamerklauwkop. Help hem alleen maar. Wijs de weg. Dat is de ware lering. Het is een soort van vegen, zoals wij dat onder elkaar verwoorden, mijn zonen en ik. Ik heb er ooit nogal wat met plezier op los geveegd! Ik heb mijn hele huis verbouwd.

Maar ik weet het, dan moet je veel trefzekerder slaan, vrijelijker sturen en krijgt de hamer een zekere eigenzinnigheid. Die heb je niet in de hand. Je geeft de steel alleen het vertrouwen mee, dat je juist slaat, meer niet. Het vertrouwen dat alles de juiste richting uitgaat.

Ik heb alles achter me gelaten wat eigengereid of eigenzinnig is. Drukdoenerij, allemaal drama, het verkort alleen je leven en zet je op het verkeerde been. Schijnpaden die men zijn emoties opstuurt. Men houdt zichzelf voor het lapje en voor anderen wordt men een doolhof. De enige weg die we te gaan hebben heeft geen einder.

Niet zo Kung! Bij haar zit er nog altijd een fors koppetje dwars. Zij zoekt nog altijd een podium.

Gisteren moest de router nog met alle halsstarrigheid in onze slaapkamer en niet in de office-ruimte van haar shop. Want in bed doet ze veel internet-verkoop. Vandaag is ze erachter gekomen dat zo’n router schadelijke stralingen des nachts over onze slaap uitzendt. Pal in onze hoofden. Het verstoort onze dromen. Het wijzigt ons seksleven. Lap, daar gaan mijn paarse frequenties!

‘Tonight I ha-we bad dw-eams! Not sleep!’ Ze heeft in die tijd heel, heel veel met vriendinnen en collega’s over en weer getikt. Ze hebben haar hun meningen gratis doorgestuurd. Ze hebben stuk voor stuk in haar hoofd postgevat. Als er weer een fwiew-fwì-fwiew van Samsung binnenkomt, merk ik soms op: ‘They really try to help you night and day. Do you same for me?’

Mijn eigen goede raad weggeven? Mijn eigen goede raad weggeven – voor niks? Hahaha! Zij lacht mijn wenken weg. Pffff, met een flauw gebaar. In haar ogen ben ik een dilettant. Het had mijn ijdelheid kunnen strelen, dat ze me nog als zo jong ervaart.

Als we op onze blinkend nieuwe fietsen door Nong Khai rijden, als kalvertjes door de wei, rijdt ze nooit voorop. Nee, achter mij roept ze alleen voortdurend: ‘Take ca-we. Watch out. Be ca-wefull.’ Met schelle stem roept ze dat, ik hoor het nog, zelfs als er tegenwind is. Waarom is ze zo bezorgd om mij? Zo maakt ze me pas onzeker.

Vanmiddag had ik het even niet meer. We hadden de overdrukke zesvaksweg van Udon Thani naar centrum Nong Khai over te steken. In haar jachtigheid en haar opgekloptheid verstrikte ze haar voorwiel in mijn pedaal. Daar lagen we even op het naakte bestofte asfalt en de knotsgekke pick-ups stormden aan als de strijdwagens in de Ben Hur van 1959, originele versie.

Ik heb bij het rechtkrabbelen even ter plaatse serieus en heel hard gevloekt in mijn moedertaal, ik moet dat nog in het Thais leren. Maar ik had niet na te denken, ik moest onze fietsen ontwarren en inclusief Kung zo vlug ik kon achteruit slepen. Het waren vloeken als een reeks gesnauwde orders van een kolonel. De knotsgekke pick-ups raasden rakelings op een haar na voorbij. Mijn hart ging haast overstag.

Zwart als ziedend pek, met van die fonkelende ogen keek ze me aan, alsof ik haar dodelijk gekwetst had. En dat echte gevaar, dat ze dood had kunnen zijn en platgereden – dat was al uit haar hoofd vervlogen, daar denkt ze niet meer aan. Mij maakt dat niets meer uit – die woede. Het is drama.

Het is waar, die router heeft koelribben en vandaar viel er een eigenaardig groen licht op de muur tegenover ons bed vannacht – een vals licht – in drie strepen, stroboscopisch, zo’n kleurtje als in E.T. En oké, licht is ook een stralingsfrequentie, maar ik geloof zeker dat haar Samsung meer stralingsgevaar haar ene oor instuurt en het andere uit dan mijn stralende genegenheid voor haar kan doen.

Maar die router, daar is het allemaal mee begonnen. De jongen met dat rode jack en zijn dolle hamer, hij was eerst in de muur aan het voeteneinde van ons bed beginnen te nagelen. Hij kreeg ze moeilijk in het cement en ze volgden op hun beurt hun eigen willekeurige weg. Scheef dus.

Hij begon opnieuw en opnieuw. De halve muur ging eraan, zonder resultaat. Het was pokdalig werk. Zijn aandoenlijke volharding deed me wat en ik zocht koortsachtig naar mijn innerlijke balans.

Uiteindelijk lukte het, maar hij was met zijn gehamer al zo ver over onze mooie paarse muur heen gewandeld dat de toevoerdraad plots mysterieus te kort bleek. Dus pakte hij de tweede muur aan, de muur aan de kant waar ik in bed lig. Uiteindelijk lukte het, twee nagels op de juiste afstand van elkaar, mooi horizontaal. Good boy!

Zo hangt onze router er nu bij.

Zijn gifgroene stroboscopische lijnen in vals licht zijn het baken in mijn onrustige slaaphoudingen. Maar hij kan zijn onvolprezen werk doen: een publiek van vriendinnen doorheen heel Thailand bij ons binnenloodsen. Wees gerust, ik hou het been stijf. Loodsen zijn wel baas, maar niet de kapitein van het schip. (4 maart 2015)


 

Tal van Thais smeren crèmes op hun huid die wit zouden maken. David Diamant vindt het maar niets. Men is mooi zoals men geboren is; in de meeste gevallen, schrijft hij. 

Whitening cream

Je kan er niet naast kijken, de reclames voor witmakende crèmes. Hoe witter hoe liever. Nivea Whitening Cream, er is een heel gamma, voor alle huidtypes en beurzen, maar wit maken ze je allemaal. Snel naar Boots. Doet me denken aan Dash, al jaar en dag wast dat witter dan wit.

Zowel man als vrouw, de jongelingen in vooral in beide gevallen, kunnen niet weerstaan aan de reclame. Ze moeten er wit uit zien; bleek. Met een lichtbruin getaande, tot donkere huidskleur of tint, van nature uit, niet voor de hand liggend.

Gelukkig is er cosmetica. In elk glossy magazine, op elke hoek van de straat, in de metro zoals op het perron. Reclame om wit te worden. Laat het zijn loop maar gaan.

Maar, een mooie Thai(se). Wit gepoederd aangezicht, whitening cream. Geblondeerd haar, zuurstofwater. Blauwe ogen, azuurblauwe gekleurde contactlenzen. Waar is de natuurlijke schoonheid? Verder willen deze schoonheden – buiten er zo Westers mogelijk uit zien – ook nog een
westerse man.

Maar die vinden ze niet, om de voor hand liggende reden dat die liever een Pocahontas ziet. Natuurlijk bruin velletje, die diepe ondoordringbare donkere kijkers. Dat zwart/blauw zijde en satijn glanzend haar…

En heb je toch ‘n brief encounter met een ‘verfarangde’ Thai. Buiten het aangezicht, ziet alles er uit zoals moeder natuur dat hen heeft meegegeven. Mag een troost wezen!

Dus, nee, kijk niet naar reclame op de MRT voor whitening cream. Niet op tv, en niet op de displays bij Boots. En hoop heimelijk dat de lokale autochtone forenzen dat ook niet meer doen. Men is mooi zoals men geboren was. In de meeste gevallen. (3 maart 2015)


 

Bennie gaat voor het eerst zonder zijn moeder op vakantie. Naar Indonesië. Maar hij… afijn, leest u zelf maar. Waarschuwing: dit verhaal is alleen geschikt voor lezers met een sterke maag.

De Heilige Waringin

‘Nee ik ga niet mee’, zei zijn moeder beslist. ‘Ik ben te oud, ik kan niet meer goed tegen de warmte. Je zoekt maar een ander, Bennie.’

Dat was nou net het probleem, hij had geen ander, geen vriend, geen vrouw, geen vriendin. Achter in de veertig was hij en hij woonde nog bij zijn moeder in de galerijflat. Samen hadden ze heel wat afgereisd: langs de Rijn met een boot, geheel verzorgd, met leuke live muziek van Corrie en de Rekels en Willeke Alberti, naar Benidorm in een luxe hotel met een zwembad, zodat je niet naar het strand hoefde te sjokken en waar ’s avond gezellige karaoke- en bingoavonden werden georganiseerd en waar ze samen hadden gedanst, terwijl Imca Marina Viva España zong.

Bij het reisbureau had hij toch maar een geheel verzorgde groepsreis met Nederlands sprekende reisleiding naar Indonesië geboekt. De vliegreis had langer geduurd dan hij had verwacht en de transfer naar het hotel in de bus waarvan de airco was uitgevallen, was bloed verziekend heet geweest.

‘Morgen hebben we een andere bus’, had de reisleidster verzoenend gezegd.
‘Daar hebben we nou niks aan’, had hij geroepen en was mokkend onderuit gezakt.

Op zoek naar een koud biertje
Op zijn kamer in het viersterren hotel stak hij een sjekkie op en zocht vergeefs in het koelkastje naar een koud biertje. Boos beende hij zijn kamer uit. In de lounge deed hij zijn beklag bij de reisleidster, die bij de balie een andere bus aan het regelen was.

‘Er is geen bier op de kamer’, zei hij plompverloren.
‘Ik kom zo bij u meneer’, antwoordde de reisleidster, zodra ik hier klaar ben.
‘Ik wil nu bier’, eiste hij.
De reisleidster maakte een wuivend gebaar naar een van de rotan stoelen.
‘Wacht u daar, ik ben bijna klaar.’
‘U bent hier in een islamitisch land en bier is niet altijd te krijgen’, maakte de reisleidster duidelijk, toen zij tijd voor hem had en vervolgde: ‘Vanavond in de bar is er Bintang, maar wel een beetje discreet graag.’

Zijn bezoek aan de bar ’s avonds werd een gênante vertoning. Hij dronk te veel, viel het personeel lastig, zong luid een dronkenmanslied, kortom was een en al Hollandse lawaaierigheid en werd met zachte drang naar zijn kamer verwezen.

Bennie was de enige die alleen zat
De volgende morgen stond er een mooie bus met een werkende airconditioning voor het hotel. Zij reden langs de sawa’s die met de prille padi trapsgewijs op de hellingen lagen, bezochten een school waar de kinderen liedjes zongen waarbij zij zichzelf begeleidden met zelfgemaakte muziekinstrumenten, zij moesten lachen om de apen die handig over de daken van de schamele huizen in de desa’s klauterden.

In de namiddag bezochten zij een pasar waar Bennie na lang afdingen een dure Rolex van ongeveer tien euro kocht. In de bus showde hij trots zijn nieuwe bezit en loog dat hij er wel duizend euro voor had betaald.

‘Ja als je zo’n bedrag betaalt, dan heb je ook wat’, zei hij erbij.
‘Zo’n mooi horloge heb ik nog nooit gezien, goeie koop’, zei een medereiziger spottend, terwijl hij met dedain naar het stuk glimmende kitsch keek.
Bennie merkte niet dat hij in de maling werd genomen en ging weer op zijn plaats zitten, een beetje midden in de bus. Hij was de enige die alleen zat.

Bijgeloof, mij maak je niet bang
Na een uur of wat stopte de bus voor het nieuwe hotel. De reisleidster wees de reizigers op de machtige boom die opzij van het hotel groeide. Er hingen lange slierten aan de takken en de stam was een en al knoestig gekronkel. De groene bladeren glommen in het licht en een nauwelijks waarneembare wind veroorzaakte een ijl en geheimzinnig gesuis.

‘Daar ziet u de Waringinboom, of liever de Heilige Waringin’ zei de reisleidster. Benader hem met eerbied en heren, doe er zeker geen plasje tegenaan. U zult de geesten die erin wonen boos maken en onheil op u afroepen. Wee u als u gepakt wordt door Koentil Anak, de boze vrouwelijke geest met een gat in haar rug waar zij u met huid en haar en geest en ziel in zal stoppen.’

‘Bijgeloof’, riep Bennie, ‘mij maak je niet bang, ik heb van mijn moeder een goede roomse opvoeding gehad zonder zulke poespas, beter kan niet.’

Na de avondmaaltijd maakte hij een ommetje. De Waringin toonde zich glorieus in het zilveren schijnsel van de opkomende maan. Bennie kon het niet laten. Hij keek om zich heen, zag niemand en plaste met een ferme straal tegen de heilige boom. Plotseling, vlak bij, krijste een loeak, geschrokken haastte hij zich terug naar het hotel.

De volgende morgen had Bennie zijn bravoure weer terug en zei in zijn beste Engels tegen het meisje dat hem aan tafel bediende, dat hij de vorige avond een vrouw met lang haar onder de Waringin had gezien.
‘She stood there all alone in the moonlight, stepped forward, but suddenly she had disappeared, completely gone, dissolved.’
Grinnikend keek hij naar het meisje, dat wit wegtrok en trillend zijn ontbijt voor hem op tafel zette.
‘Tea’, beval hij en schoof zijn kopje naar voren.
Bevend schonk zij de thee in uit de porseleinen pot waarbij zij op het witte tafelkleed morste.
‘Stupid girl’, schold Bennie waardoor het arme kind nog banger werd dan zij al was.

Na een dag vol excursies liepen de gasten het hotel weer in. De bediendes, vrouwen zowel als mannen, kwamen naar Bennie toe, angst in hun ogen. Of hij echt een vrouw onder de Waringin had gezien en of zij echt opeens was verdwenen.

‘That’s what I saw, really’, zei hij waarna hij zich met ingehouden lach omdraaide. Na het diner liet hij zich niet meer zien, geen zin om bij de andere gasten te zitten, ze schonken hem nauwelijks aandacht en hij verdween naar zijn kamer

‘Met Moeder erbij was het veel leuker’, ging het door hem heen, toen hij zonder zich uit te kleden op het bed neerplofte.

Bennie… Bennie… klonk het zacht en daarna iets harder: Bennie… Bennie…
Bennie schrok wakker en keek op zijn horloge. Kwart voor twaalf. De maan scheen door het raam van zijn kamer.
Bennie…
Daar was het weer. Het kwam van buiten. Hij stond op, liep naar het raam. Onder de Heilige Waringin stond een beeldschone vrouw. Haar ravenzwarte haar viel op haar fraaie achterste, haar stevige borsten welfden verlokkelijk onder haar witte gewaad. Zij keek hem aan met haar donkere ogen, verleidelijk, uitnodigend, wenkte hem. De adem stokte hem in zijn keel. Verwonderd wees hij op zichzelf. De vrouw knikte, tuitte haar lippen.

De volgende morgen…
De volgende morgen zaten de reizigers in de bus te luisteren naar de reisleidster, die het programma van die dag besprak. Een van de bediendes van het hotel kwam naar de bus toe lopen. De chauffeur deed de deur open en de bediende overhandigde de reisleidster het voorwerp dat hij in zijn hand had.

‘Gevonden onder de Waringin’, zei hij.

Met een mengeling van schrik en angst in haar ogen keek zij van de imitatie Rolex in haar hand naar de lege zitplaats van Bennie… (21 februari 2015)

Chris Ebbe, februari 2015

  • Trackback are closed
  • Comments (7)
    • Rob V.
    • March 3rd, 2015 10:29pm

    Geen genegenheid tonen in het openbaar kan ik nog wel plaatsen, wat voor mij meer onbegrijpelijk is, is dat mijn schoonfamilie blijkbaar dat hoofdstuk heeft gemist op school (schandalig zelfs, moeders is nog wel oud lerares). Bij eerdere bezoeken veilig thuis kregen we altijd al een knuffel en zoenen maar zo laatst ook op het vliegveld toen moeder ons twee kwam afhalen. Ik mezelf nog afvragend “zal ik een wai geven, of de handen schudden?” maar ik werd pardoes haast voorover gevloerd om een knuffelsessie te ondergaan. Vervolgens heb ik dacht ik toch nog een wai gegeven maar mijn gedachte was elders, nu zeker wetend dat ik nooit meer een gids met etiketten, gebruiken en gewoontes zou geloven. Al geef ik toe dat dit slechts een minder objectief bewijs is voor mijn gewoonte: achtergronden lezen is leuk en informatief maar in de praktijk kan het heel goed anders uitpakken en al die handleidingen zijn niet meer dan overversimpelde stereotype beelden over wat ‘juist’ en ‘normaal’ is. Ze schijnen managers en dergelijken hele studies te geven over hoe je iemand de hand moet schudden afhankelijk van je positie etc. Hah!
    (Achternaam bij Dick’s blog bekend.)

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Hans Geleijnse
    • April 5th, 2015 7:02am

    @Ronald van Veen, je verhaal bevestigt eens te meer dat het ATM-fenomeen zich niet beperkt tot Thaise partners uit de zgn. lagere sociale klassen. “Hoe heb ik zo stom kunnen zijn”, schrijf je. Ik vind het totaal menselijk én goed voorstelbaar. Ik had ruim tien jaar nodig voor eenzelfde soort ervaring. De scheiding kostte me een derde van m’n spaarcentjes. De kosten van onderhoud (ik was praktisch alleen-verdiener) niet meegerekend. Voor de goede orde: de gelukkige dame had niet de Thaise nationaliteit.
    Steek jezelf dus een hart onder de riem. Jij liet je niet door gevoelens weerhouden, had binnen vier maanden door hoe de vork in de steel zat en hebt meteen de knoop doorgehakt. Heel verstandig.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Paul Bremer
    • April 5th, 2015 7:44am

    Beste Ronald, de simpelste verklaring is lijkt mij dat je tot over je oren verliefd was. Dat heeft weinig te maken met handelen uit liefde. Zoals er wel gezegd wordt; verliefdheid is de enige vorm van gekte die zich bij alle gezonde mensen kan voordoen. Misschien heb je stomme dingen gedaan maar ik zou zeggen, verleng je lijden niet met zelfkwelling. Je was hoogst waarschijnlijk tijdelijk ontoerekeningsvatbaar vanwege de volksziekte verliefdheid. Het christelijk geloof predikt gelukkig ook de vergevingsgezindheid. Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Cor Verhoef
    • April 5th, 2015 10:07am

    Beste Ronald, ik sluit me aan bij Paul en Hans. Dit had iedereen kunnen overkomen. Het hele leven is een groot leerproces.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Andre van Leijen
    • April 5th, 2015 1:55pm

    Ronald,

    We kunnen hier allemaal van leren. Goed daarom, dat je het op deze blog hebt gezet.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Andre van Leijen
    • April 7th, 2015 5:04am

    Mijn vorig commentaar betreft Ronald van Veen, niet Ronald Kroes.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );
    • Hans Geleijnse
    • April 7th, 2015 4:14pm

    @Andre van Leijen

    Andre van Leijen :
    Mijn vorig commentaar betreft Ronald van Veen, niet Ronald Kroes.

    Voor mij van hetzelfde reageerlaken een commentaarpak.

    ## Code voor in de functions.php om site sneller te maken ## function saotn_removeQueryStrings( $src ) { if( strpos( $src, '?ver=' ) ) $src = remove_query_arg( 'ver', $src ); return $src; } add_filter( 'style_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 ); add_filter( 'script_loader_src', 'saotn_removeQueryStrings', 10, 2 );