Bericht uit Holland

5 (slot) Over ’t nieuwe paspoort, oranjegekte en hondenpoep
Op de dag dat ik jubelde over het voor Nederlandse begrippen ‘schitterende’ weer (zie Bericht uit Holland 4) miezerde het en was het kil. Dus maakte mijn striptease een draai van 180 graden en ging de wintertrui weer aan. Tja, Dit Is Nederland. De ene dag mooi weer, de volgende dag straf. In Bangkok hoef ik nooit naar buiten te kijken en mij af te vragen: wat zal ik vandaag eens aantrekken? In Nederland is dat wel gewenst. Nog beter zou zijn wanneer wij Nederlanders een geïmplanteerde paraplu hadden.
Aftellen
Met aftellen naar mijn vertrek ben ik al begonnen, sinds mijn laatste taak erop zit: het vernieuwen van mijn paspoort. De paspoortmakers hebben hun werk goed gedaan: het paspoort is nu 10 jaar geldig, de handtekening en foto zijn groter dan in het oude paspoort; er is een tweede fotootje bijgekomen, een hologram, en het Burgerservicenummer (BSN) staat op een andere pagina, zodat er geen verwarring kan ontstaan wat het paspoortnummer is.
Voor die verhuizing is nog een tweede reden, legde een kennis mij uit. Zo wordt identiteitsfraude voorkomen. Fraudeurs gebruiken namelijk vaak een kopie van iemands paspoort. Met een kopie kunnen zij bijvoorbeeld een lening aanvragen of een telefoonabonnement afsluiten op naam van een ander. Het slachtoffer krijgt de rekeningen en vervolgens de deurwaarder aan de deur.
Gemene staven en hondenpoep
Ik loop veel in Nederland, meer dan ik in Thailand doe ondanks het advies van een bevriende huisarts in ruste om minstens 1 uur per dag te lopen. Lopen in Bangkok vereist voor lange mensen zoals ik een dubbel focus, want de gevaren liggen op twee niveaus op de loer.
Enerzijds is het zaak de blik omhoog gericht te houden waar afdakjes, buizen en loshangende elektriciteitsdraden zich onvermijdelijk ter hoogte van mijn hoofd bevinden. Eén moment van onachtzaamheid of ik stoot mijn hoofd – of nog erger: zo’n gemene staaf boort zich in mijn hoofd.
Anderzijds dient de blik naar beneden gericht te zijn. Stoeptegels – als ze er al zijn – liggen los of ongelijk, de stoep bestaat uit heuvelachtig beton of asfalt, er zijn gaten in het trottoir gevallen, een putdeksel ligt lager of een afgebroken voet van een straatlantaarn vormt een gemene horde.
In Nederland is de blik naar beneden gericht, want de route naar mijn woning ligt bezaaid met hondenpoep. Het vereist heel wat stuurmanskunst om er tussendoor te laveren. Niets ergers dan hondenpoep die zich vastgezet heeft in de groeven van je schoenzool.
Oranjegekte en nieuwe haring
Tot nu toe slechts één woning gezien die gepavoiseerd was met oranje vlaggetje. Er hing ook een groot spandoek met de tekst Holland House. Alhoewel ik geen voetbalhater ben – ook geen liefhebber trouwens – zal het daar wel bij blijven, want op 5 juni laat ik Nederland achter me en de WK begint wanneer ik hoog en droog in Thailand zit. Droog tussen aanhalingstekens, want het regenseizoen is begonnen.
Een minpuntje van mijn vertrekdatum is dat ik de nieuwe haring mis. Kan dus geen oordeel geven over de kwaliteit. De haring die thans verkrijgbaar is, valt een beetje tegen. Die is te zout naar mijn smaak. Maar ja, zoals de Engelsen zeggen: You can’t have your cake and eat it.
Hemelvaartsdag
Op de dag dat Onze Lieve Heer het hogerop zocht, Hemelvaartsdag, loop ik door de stad op weg naar een cafeetje waar koffie, Trouw, NRC Handelsblad en de Volkskrant op mij wachten. Ik zie niemand, zelfs geen overijverige mannen die hun Heilige Koe een wasbeurt geven. Ik zou met gesloten ogen kunnen lopen, wat je alleen in Bangkok doet als je levensmoe bent.
Het contrast met mijn Thaise verblijfplaats of vergelijkbaar provincieplaatsje kan nauwelijks groter zijn. In mijn woonplaats geen straathandel, geen voetgangersverkeer, geen voorbijscheurende motorfietsers, geen autoverkeer, geen geuren van maïskolven die geroosterd worden, geen karretjes met mango, watermeloen en ander fruit, geen getingel van ijscokarretjes. Er heerst de rust van een begraafplaats. Vindt u het gek dat ik iets van heimwee voel?
Thailand in Nederland
Is het toeval of spelen de geesten een spelletje met me? Terwijl ik aan de koffie zit in mijn ochtendstamcafé valt mijn oog op het juni-augustus nummer van de Waalkrant – vers van de pers. De ‘krant’, tevens menukaart, opent met een artikel over een Thaise massagesalon die in december 2013 in mijn woonplaats is gevestigd. Rare gewaarwording want over vier dagen stap ik op het vliegtuig en heb ik de keuze uit duizenden massasalons.
Niet dat ik er voet over de drempel zet. Massages doen me pijn; zal wel te weinig vet hebben. Bovendien zijn niet alle masseuses vakbekwaam. Maar dat geldt niet voor de vier vrouwen die in Chokdee masseren. Die zijn opgeleid in Wat Pho, wat een garantie voor kwaliteit is. Dat weet ik van een vroegere vriendin die er een cursus heeft gevolgd. Ik heb het cursusboek gezien en dat was een lijvig boekwerkje.
Eveneens vier dagen voor mijn vertrek las ik een artikel in Trouw over fraude, zelfverrijking, financieel wanbeheer, te ambitieuze projecten en risicovolle beleggingen. Niet in Thailand, mocht u dat denken, maar bij woningcorporaties in Nederland, dat keurige aangeharkte land dat zo graag het domineesvingertje heft bij wantoestanden in het buitenland. Een parlementaire enquêtecommissie zet het mes erin. Komt helemaal goed, om eens een uitdrukking te gebruiken die ik de laatste tijd tot vervelens toe hoor. (3 juni 2014)

4 Over ongemakken, zonneschijn en een crematie
Treinen in Thailand willen nog wel eens ontsporen. Wel eens? Dat gebeurt aan de lopende band. De Nederlandse Spoorwegen kunnen er ook wat van. Hier geen ontsporingen, maar wisselstoringen en in het weekend werkzaamheden die de reistijd opstuwen tot soms wel een uur extra.
Op de terugweg van Schiphol naar mijn woonplaats, na een bezoek aan kennissen, was ik zelf dinsdagavond het slachtoffer van een wisselstoring tussen Delft en Rotterdam. Gevolg: de trein ging niet verder dan Den Haag HS. Het reisadvies luidde: overstappen op de trein naar Den Haag CS, daar de trein pakken naar Gouda en in Gouda overstappen op de trein naar Rotterdam. Daar had ik dan moeten overstappen op de halfuur dienst naar Hoek van Holland, met in mijn woonplaats nog een wandeling van 20 minuten voor de boeg naar mijn woning.
Toen het vertrekbord aangaf dat de trein naar CS nog minstens een half uur op zich liet wachten, gaf ik het op. Naar buiten gelopen en een taxi genomen om op een beetje redelijk tijdstip thuis te komen. Daar ging een deel van mijn vakantiegeld. Onderweg begon het te gieten en te bliksemen, wat het ritje over de rijksweg een enigszins macaber tintje gaf. Aangekomen een sprintje getrokken naar mijn voordeur. Leuk hoor, zo’n vakantie in Nederland.
Mijn striptease
In mijn vorige Bericht uit Holland vertelde ik over mijn striptease. Begonnen met overhemd, wintertrui en winterjack is die inmiddels gevorderd tot overhemd met open winterjack en soms zelfs trek ik mijn jack uit en draag ik het nonchalant over mijn schouder.
Verder ga ik niet. Alhoewel ik Thailand-gebruinde benen heb, ga ik niet in korte broek en hemd over straat lopen, zoals ik tal van mannen zie doen. Maar die hebben allemaal melkwitte benen. Ik wil ze niet een minderwaardigheidscomplex bezorgen. Die korte broek komt er wel weer als ik terug ben in Thailand. Plus T-shirt en slippers. Zou het nog heet zijn in Bangkok (35-40 graden) of is het kwik er al wat gezakt? Nog een paar weekjes, dan weet ik het.
Staatsgreep
Toen de Noodtoestand in Bangkok werd uitgeroepen, zat ik niet op mijn post. Hans Geleijnse was toen zo attent een nieuwbericht te maken. En nu weer. Er wordt een staatsgreep afgekondigd en ik zit niet voor mijn laptop. Dus schreef Khun Peter, inmiddels terug van vakantie in Thailand, het coupbericht.
Ik woonde op dat moment de crematie bij van een bekende, jarenlang huisvriend van mijn ouderlijk gezin. Een van zijn zonen is getrouwd met een Thaise. In de aula van het crematorium telde ik behalve haar drie Thaise vrouwen, geheel volgens Thaise traditie in het zwart gekleed. Bij de Nederlandse aanwezigen was zwart een uitzondering.
Ik heb in Thailand enkele crematies bijgewoond. Ik wil niet zeggen dat er sprake was van een feeststemming, maar de ernst en stilte van onze Nederlandse uitvaartdiensten ontbrak er toch wel. Er was eten en drank in overvloed en bij één was zelfs een podium opgetuigd waarop gezongen en gedanst werd. En dat gedurende drie dagen met elke ochtend bezoek van monniken.
Ik weet niet aan welke vorm van rouwverwerking – want dat is het – ik de voorkeur geef. Misschien toch aan de Thaise omdat die meer rituelen kent en de nabestaanden geen seconde alleen worden gelaten. Daar moet een troostende werking van uitgaan, vermoed ik. (27 mei 2014)

3 Dingen die me opvallen
Kennissen maken zich zorgen over mijn veiligheid; ze menen dat in Thailand een burgeroorlog op het punt van uitbreken staat. Zelfs Trouw, die ik toch beschouw als een degelijke krant, maakte zich er een tijdje geleden schuldig aan.

Ik citeer: ‘Aanhangers van Yingluck hebben demonstraties aangekondigd. Daar treffen ze mogelijk duizenden oppositieaanhangers  die al maanden demonstreren tegen Yingluck – een recept, zo vrezen velen, voor grootschalig geweld.’
Lees eens goed wat er staat: ‘mogelijk’, ‘velen’, ‘grootschalig’. Welnu, ik moet de auteur teleurstellen. Dat ‘grootschalig geweld’ komt er niet en is er nog niet geweest. Er zijn kleinere incidenten geweest (granaataanvallen) en er is een paar keer, onder andere in Ramkhamhaeng, fors geknokt. Het zou me niet verbazen na het nuttigen van de nodige alcoholica.
Al even suggestief vind ik de veronderstelling dat ‘velen’ bang zijn voor een burgeroorlog. De ‘velen’ van Trouw houden zich volgens mij meer bezig met de stijgende kosten van levensonderhoud dan met wat er in Bangkok gebeurt.
Trouwens: wat gebeurt er eigenlijk in Bangkok? Ik beluister veel stoere taal en zie mensen die zich amuseren tijdens demonstraties. Dat handjevol hooligans die uit zijn op rellen, maakt geen schijn van kans. Maar ze zullen wel weer een prominente plaats in de media krijgen. Want zo zijn onze manieren, luidt het lijflied van het journaille.
Rokers abri
Voor het Maasstad ziekenhuis in Rotterdam staat een rokers abri met daarin twee tegelasbakken. Dat zijn in de grond ingegraven asbakken met een roostertje erop. In die abri is het aanzienlijk aangenamer roken dan in de rookruimtes van Schiphol en Suvarnabhumi. Want – hoe groot mijn verlangen naar een sigaret ook is – in die hokken krijg ik een hekel aan roken. Maar niet in die abri, want de rook blijft er niet hangen.
Een vraag die me bezighoudt, is: waar wacht de roker op? Tenslotte is een abri een wachtruimte, dus degeen die er staat, wacht op iets. De tekst op pakjes sigaretten, geeft vermoedelijk het antwoord: Roken tijdens de zwangerschap is slecht voor uw baby. Nooit geweten dat ik zwanger kan worden – maar dit terzijde. De Thaise pakjes sigaretten illustreren die toekomst ook met afschrikwekkende plaatjes. Veiligheidshalve heb ik de abri daarom maar niet bezocht. Je moet geen slapende kwade geesten wakker maken.
Winterjack
Voor het eerst valt er een lichtpuntje te melden over het weer. Donderdag bleef de ritssluiting van mijn winterjack voor de helft open, vrijdag ging hij helemaal open, zaterdag verwisselde ik mijn wintertrui voor een dunne pullover en zondag trok ik mijn jack uit toen ik neerstreek op een terrasje. Volgens de krant was het ‘prachtig’ c.q. ‘schitterend’ weer, want de temperatuur lag tussen de 17 en 22 graden. Ach ja, een kinderhand is gauw gevuld.

Maar laat ik niet te vroeg juichen. Het weer in Nederland is net zo onvoorspelbaar als de Staatsloterij. Het kan morgen zo weer vriezen. Alhoewel… Thaise mensen denken daar anders over. Die geloven heilig in de voorspellende waarde van lucky numbers en dat geloof blijven ze trouw, zelfs als ze nooit of zelden iets winnen.
Douchen
Las in de krant dat Nederlanders minder vaak, maar wel langer zijn gaan douchen. Dat meldt de Vewin, de vereniging van waterbedrijven in Nederland. De frequentie is teuggelopen van 0,75 naar 0,72 keer per dag, maar de gebruiksduur nam fors toe: van 8,1 naar 8,9 minuut per keer. Kijk, dat zijn nou leuke dingen voor de mensen om te melden. Kopsuggestie: Nederlander staat langer onder douche, maar aardiger vind ik: Nederlander wordt schoner. Of is dat suggestief? (20 mei 2014)

2 Ik kan me weer scheren en andere belevenissen
In Nederland aangekomen voor een korte vakantie liep ik de volgende ochtend al te rillen van de kou, alhoewel mijn Nederlandse kennissen enthousiast waren over de milde lentetemperatuur. Over andere ongemakken zal ik het niet hebben, want dan wordt deze column zo’n klaagzang.
Nou ja, nog eentje dan. In Thailand liep ik altijd op slippers, maar nu ben ik weer geschoend. Schoenen? Het lijken wel betonblokken. Met moeite beweeg ik me voort. Ik denk dat gedetineerden in Bangkok Hilton hetzelfde gevoel hebben met die shackles om hun enkels.
Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes. Het meest opvallende is dat ik me weer behoorlijk kan scheren. Ik scheer me elektrisch en in Thailand is dat vaak een crime. Mijn huid is vochtig en de baardhaartjes willen maar niet opgegeten worden door mijn Philips scheerapparaat. Hoe anders is dat hier; de haartje vliegen er met de snelheid van het licht van af. Mensen, mensen, wat een feest. Mijn kin voelt als een babyhuidje.
Kou, regen en een ijzig kille wind
Waar ben ik beland: in Nederland of op de Noordpool? Want vorige week deden kou, regen en een ijzig kille wind een aanslag op mijn botten en humeur. Veel grijze luchten, twee uurtjes onderbroken door de Thaise zon toen blogmedewerker Bert van Balen en ik elkaar ontmoetten in café-restaurant Engels. Nederland schoof even weg, Thailand schoof voor.
Van waar we zaten, keken we uit op het nieuwe Centraal Station Rotterdam. Als rechtgeaarde Rotterdammer moet ik dat futuristisch gebouw natuurlijk mooi vinden en ik kan u bekennen: ik vind het inderdaad mooi. Het is echt Rotterdams en wat me nog het meest eraan bevalt: ondanks de grootte heeft het een zekere intimiteit.
Toen ik later bij het station (overdekt) een sigaretje stond te roken en het miezerde, werd mijn oog getrokken door een groot videoscherm op de kop van een gebouw aan de overkant. Een reclame van H&M toonde een vrouw in bikini, aan de rand van de zee. Achter het bikinitopje van € 4,95 gingen haar borsten schuil  (hoezo schuil?). Groter had het contrast niet kunnen zijn: regen contra zon. Ik voelde iets van heimwee.
Nog meer Thailand
Zondag brachten Jacques Koppert, aftredend penningmeester van stichting Thailandblog Charity, en ik een bezoek aan Gerrie Agterhuis, bekend van ‘Genoeg gelachen, nu humor’ en Jacques’ opvolger. Gerrie woont normaal in Thailand, maar is nu op vakantie in Koewacht, een dorp in Zeeuws Vlaanderen.

We hadden afgesproken in Doel, een spookstadje in België waar vijf bewoners kans hebben gezien de aanleg van een haven tegen te houden. De overige bewoners zijn vertrokken, dichtgetimmerde en met graffity bekladde woningen achterlatend. Spoken heb ik niet gezien, wel een overstekende eekhoorn, wat een leuker gezicht was dan de ratten die in mijn straatje in Bangkok oversteken.
Jacques haalde mij met zijn Blue Lady, de bijnaam van zijn auto, op in Rilland-Bath. Hoe symbolisch voor onze afspraak: ril-land plus bath. Dat ril-land klopte wel, want het weer was bar en boos. Het door Gerrie uitgestippelde programma met een bezoek aan de Hedwige polder moest daardoor vervallen. Tijdens de rit van Rilland-Bath naar Doel viel me weer eens op hoe georganiseerd het Nederlands landschap is. En hoe schoon. Ik denk dat de windmolens die er staan, elke dag afgestoft worden en het gras wordt er met een nagelschaartje geknipt. (12 mei 2014)

1 Confrontaties met Thailand in een Zuid-Hollands provincieplaatsje
Na elf uur verveling, onderbroken door hazenslaapjes, twee maaltijden, een bekertje water (dit keer geen ijsje) en filmpjes, het Nederlands luchtruim boven Enschede gepenetreerd en geland op Schiphol. Dat wil zeggen: na een doorstart, wat ik nooit eerder heb meegemaakt.
Volgens de piloot stond een vliegtuig in de weg. Nou ja, hij kan moeilijk zeggen dat het landingsgestel niet wilde uitklappen en dat we ons moesten voorbereiden op een buiklanding en het verlaten van het toestel via een glijbaan. Gelukkig begon niemand te gillen: we storten neer, we gaan dood. Maar dat deden we niet, alhoewel het toestel naar mijn gevoel wel harder neerkwam dan ik gewend ben.
De gevreesde temperatuurschok viel mee. Khun Peter van Thailandblog had me voorbereid op 4 graden, maar het werden er 19, wat voor Nederlandse begrippen een aangename temperatuur is, maar niet voor mij die uit de 35 tot 40 graden kwam.
Bij de douane werd ik eruit gepikt. De douanier was zowaar sympathiek en begon een praatje nadat hij het visitekaartje van mijn vorige baan had gezien: docent aan de Hogeschool Utrecht. Maar hij vond uiteraard niets, want de drugs die ik gebruik, nicotine en soms alcohol, zijn geen reden om me in de boeien te slaan.
Zondag al weer geconfronteerd met Thailand. Naast de tearoom, eigendom van kennissen van me, was nu een Thaise massagesalon gevestigd, Chockdee geheten Ze zullen mij er niet zien. Niet omdat het een ‘nette’ kneedplaats is zonder happy ending, maar omdat massages me altijd pijn doen – te weinig vet, begrijpt u wel. En de prijsstelling (30 euro voor een half uur) zal me ook niet naar binnen lokken.
De tweede confrontatie was Subway, een broodjeszaak die ik uit Bangkok ken. Een kopie van haar Thaise zusje met twee verschillen: de koffie was slootwater en de rekening was hoger. Ook hier dezelfde vragen: of er kaas op mijn sandwich moest, of die even de magnetron in moest, wat ik er verder nog op wilde hebben en welke saus ik wenste.
’s Avonds gedineerd in het Wokhouse. Een zaak met een ‘concept’, wat inhoudt dat je door drie ‘straatjes’ moet lopen om je bordje vol te scheppen en vervolgens in de rij moet staan om je vlees te laten wokken. Leuk hoor zo’n overdekt afhaalrestaurant, maar niet voor deze jongen.
Mihoen goreng Singapore besteld. Alleen al vanwege de naam. Tenslotte ligt Singapore dichter bij Bangkok dan de Indonesische rijsttafel en de Chinese foe yong hai. De zaak zat vol. Zag tal van mannen in overhemdjes met korte mouwen, maar zover gaat mijn inburgering nog niet. Was getooid in hemd, overhemd en wintertrui . En nog had ik het koud. (4 mei 2014)

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.