Mahout Pairote is trots dat hij voor Khun Phra mag zorgen

In het verleden trokken Thaise koningen op een witte olifant ten strijde, maar die tijd is al lang voorbij. Ze worden ook niet meer bij het Chitralada paleis gehouden. Maar nog altijd brengen ze, zo wil het geloof, de koning en het land voorspoed.

 In het verleden trokken Thaise koningen op een witte olifant ten strijde, maar die tijd is voorbij. Ze worden ook niet meer bij het Chitralada paleis gehouden, maar zijn verhuisd naar het Elephant Conservation Centre in Lampang en de koninklijke residentie in Sakon Nakhon. Maar nog altijd brengen ze, zo wil het geloof, de koning en het land voorspoed.
In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is een witte olifant niet wit. Volgens de Wild Elephant Preservation Law van 1921 is daar sprake van als aan zeven criteria is voldaan: witte ogen, gehemelte, nagels, haar, genitaliën en een aardekleurige huid.
Bovendien wil het geloof dat voordat een witte olifant wordt ontdekt, een witte aap en een witte arend opduiken. Die zouden een paar maanden geleden in nationaal park Kaeng Krachan zijn gesignaleerd, waar volgens nog onbevestigde berichten een wit baby-olifantje leeft.
Wordt een witte olifant ontdekt, dan onderzoekt een dierenarts het dier om de authenticiteit vast te stellen. Hij informeert het centrum in Lampang, het districtskantoor van Umphang, het kantoor van het Umphang National Park en tenslotte de eigenaar van de olifant. Het dier wordt daarna eigendom van de koning en wordt aangeduid als Chang Ton (His Majesty’s Elephant). Een stapje hoger is Chang Phuek (witte olifant) meestal met de titel Khun Phra. Daarvoor is een koninklijke ceremonie nodig, maar die heeft vanwege de hoge kosten niet meer plaatsgevonden sinds 1978.
Koning Bhumibol heeft tien witte olifanten; ze worden niet meer bij het paleis gehouden
Koning Bhumibol heeft tien olifanten, meer dan enig ander vorst in het verleden. Vijf zijn Chang Puek, vijf Chang Ton. In 1987 vertrokken de eerste twee olifanten uit Bangkok, omdat hun gezondheid achteruit ging. Konden ze in het verleden rond het paleis zwerven, inmiddels kwamen ze niet verder dan hun stal.
In Lampang bleek dat ze weer moesten leren zichzelf te voederen. ‘We legden bundels gras voor hun slurf, maar ze wisten niet hoe die op te tillen’, vertelt Phipatanachatr Diskul, veearts verbonden aan het Royal Household Bureau. ‘Dus moesten we ze weer voederen.’ De oplossing bleek andere volwassen olifanten met hen in contact te brengen en die leerden hen hoe in een natuurlijke omgeving te overleven. Na een paar maanden begonnen ze zelf te eten. In 1997 hadden alle olifanten het Chitralada paleis verlaten.
In Lampang zorgt mahout Pairote Sapmak (30) sinds vijf jaar voor Phra Savet Phasurakachen. Hij zegt dat de mahouts de verdiensten van de witte olifanten kunnen voelen en daarom behandelen ze de dieren met groot respect.
Elke dag begint met het schoonmaken van het olifantenverblijf, een bad en ontbijt. Daarna leren de mahouts de olifanten op commando’s te reageren, ze brengen hen naar het bos waar ze vrijelijk kunnen rondlopen en ’s middags halen ze de dieren op voor weer een bad en het avondmaal.
‘Ik ben er trots op dat ik voor Khun Phra mag zorgen. Niet iedere mahout krijgt de kans om voor zo’n speciale olifant te zorgen’, zegt Pairote.
(Bron: Muse, Bangkok Post, 23 juni 2013)

Foto boven: De vijf Chang Ton in het Lampang Elephant Conservation Centre. Onder: de olifanten worden naar het bos gebracht om aan een natuurlijke omgeving te wennen. Op de andere foto krijgt een Chang Ton olifant een bad.

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.