Verzamelde achtergrondartikelen

Dit document is sinds 2013 niet meer aangevuld. Het wordt hoog tijd dat ik de draad oppik en de achtergrondartikelen toevoeg, die ik sindsdien heb geschreven. Dat zijn er inmiddels 86. Misschien komt het er ooit nog van. (15 juli 2015)

Het had iets weg van Zwaan kleef aan, de wandeltocht van Sasin Chalermsap van Nakhon Sawan naar Bangkok. Hij begon met enkele mensen en toen hij tien dagen in Bangkok arriveerde waren het er duizenden. Wat heeft het protest opgeleverd?

Wandeltocht tegen Mae Wong dam was Zwaan kleef aan
Het had iets weg van Zwaan kleef aan, de wandeltocht van Sasin Chalermsap van de provincie Nakhon Sawan naar Bangkok. Hij begon met enkele mensen en toen hij tien dagen later op 22 september in Bangkok arriveerde waren het er duizenden. Nu eens geen wegblokkade, brandstichting of bezetting van regeringsgebouwen als protestdaad, maar een vreedzaam protest dat veel media-aandacht genereerde.

Maar of het uiteindelijk succes zal hebben, moet natuurlijk nog blijken. Want waar gaat het om? De regering heeft een oud plan uit de kast gehaald om in nationaal park Mae Wong een dam te bouwen om zo een stuwmeer te creëren. Daardoor zouden bewoners benedenstrooms van de Mae Wong rivier voortaan gevrijwaard zijn van overstromingen. Ik schrijf met opzet ‘zouden’, want niet iedereen is daarvan overtuigd.
De habitat van tijgers wordt verkleind
Maar het belangrijkste bezwaar tegen de bouw is dat het ten koste van eeuwenoud bos gaat en dat de habitat van tijgers wordt verkleind. Wilde tijgers zijn er niet veel meer in Thailand. Ze zijn voornamelijk te vinden in wildreservaat Huai Kha Kaeng, een gebied dat de werelderfgoedstatus heeft, en tot verrassing van wetenschappers is een aantal weken geleden een tijgermoeder met haar welp gesignaleerd in nationaal park Mae Wong.
Dat weten ze omdat in het gebied cameravallen zijn geplaatst. Uit die vallen en observaties op de grond blijkt dat minstens elf en mogelijk twintig tijgers in Mae Wong en Khlong Lan leven. ‘Deze gegevens maken het moeilijk om het belang van beide gebieden te negeren’, zegt Petch Manopawitr, conservation programme manager bij het World Wildlife Fund for Nature Thailand.
De regering Yingluck stofte het plan uit 1982 af
De eerste keer dat de Mae Wong dam opdook was in 1982. Daarna werd geen enkele milieu-effectrapportage goedgekeurd, waardoor het plan langzaam in de vergetelheid raakte tot de regering Yingluck het na de overstromingen van 2011 weer afstofte. Het werd opgenomen in de watermanagementplannen, waarvoor de regering 350 miljard baht heeft uitgetrokken. Minister Plodprasop Suraswadi, voorzitter van het National Water and Flood Management Committee, is een warm pleitbezorger van de dam.
Petch zegt dat het hoogtijd wordt dat de regering haar beleid ten aanzien van oerbossen herziet. Slechts 17 procent van Thailands oppervlakte is nog bedekt met bos en veel van die bossen liggen verspreid. En slechts 7 procent is groot genoeg voor diersoorten als de tijger.
De Mae Wong dam is nog steeds een plan
Heeft wandelaar Sasin, secretaris-generaal van de Seub Nakhasatien stichting, iets bereikt met zijn wandeltocht? Sasin: ‘Op de eerste dag waren we met enkelen, maar geleidelijk kwamen er mensen bij, die begaan zijn met het milieu. Dat hebben we bereikt. We hebben de kans gekregen met de samenleving te communiceren. We weten nu dat we medestanders hebben, netwerken van milieuactivisten, die het met ons eens zijn. Dat kan dienen als basis voor meer uitdagende taken alhoewel het niet onmiddellijk het plan om de Mae Wong dam te bouwen om zeep zal helpen.
Maar het feit is dat de Mae Wong dam nog steeds een plan is.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 13 oktober 2013)

Krathom is zowel geneeskrachtig als verslavend. De vraag is: moet het blad verboden blijven? Justitie en de Narcotics Control Board vinden van niet. Het ministerie van Volksgezondheid mag de knoop doorhakken.

Krathom: Drug of medicijn?
Drug of medicijn: dat is de vraag. Zeventig jaar was het gebruik van het blad van de krathom boom (Mitragyna speciosa) verboden en in 1979 werd het gebruik in de Narcotics Act gelijk gesteld aan het gebruik van cannabis en hallucinogene paddestoelen. Maar erg veel effect heeft die maatregel niet gehad, want 404.548 mensen kauwen regelmatig op het blad (2011) en vorig jaar werden 10.454 verslaafden in ziekenhuizen behandeld. Een jaar eerder waren dat er 1.977.

Een commissie van het ministerie van Justitie heeft voorgesteld het verbod op te heffen. Het gebruik van krathom is deel van de volkscultuur en het heeft bewezen geneeskrachtige eigenschappen. De Narcotics Control Board ondersteunt het advies, nu moet het ministerie van Volksgezondheid nog om.
Het probleem met krathom, zegt de politie, is wanneer gebruikers de bladeren koken en mengen met hoestsiroop, soda en andere ingrediënten. Daardoor ontstaat een drug die in straattaal bekend staat als 4×100. En dat is niet het enige probleem: grote en langdurige gebruikers raken eraan verslaafd, het lichaam vraagt om een steeds hogere doses en ze kunnen allerlei gezondheidsproblemen ontwikkelen, zoals tremoren, paranoia, hallucinaties, depressies, enzovoort.
Daar tegenover staan medicinale eigenschappen bij diarree, hoofdpijn, spierpijn, regulering van de bloedsuikerspiegel, herpes, slaapproblemen, enzovoort. De bladeren lijken ook geschikt als pijnstillend middel, hoestdrank en gebruik bij diabetes, maar er moet nog veel wetenschappelijk onderzoek naar worden gedaan en daar ontbrak het lange tijd aan omdat krathom verboden was.
Bij verstandig gebruik heeft krathom geen ernstige bijwerkingen
 ‘Wanneer het op een bescheiden en verstandige manier wordt gebruikt, heeft het kruid geen ernstige bijwerkingen’, zegt Supaporn Pitiporn, hoofd-apotheker in het Chao Phya Abhaibhubejhr ziekenhuis, ’s lands leidend medisch centrum op het gebied van traditionele Thaise medicijnen en kruiden.

Krathom, vertelt ze, wordt in het hele land gebruikt en is een onlosmakelijk deel van de traditionele cultuur in het zuiden van Thailand. Maar niet alleen Thaise moslims gebruiken het  om de dag door te komen; ook bouwvakkers in de Isaan, die de hele dag in de zon moeten werken.
Een 63-jarige moslim die in Bangkok woont, heeft een krathomboom in zijn tuin staan. Elke ochtend voordat hij op zijn boerderij gaat werken, plukt hij een blad en gedurende de dag kauwt hij nog eens op drie tot vier bladeren. De politie tolereert de boom, mits de takken zo nu en dan worden gesnoeid zodat de boom er niet verdacht uitziet. De krathom helpt hem de hele dag fris te blijven en ook zijn dieren profiteren ervan. ‘Wanneer mijn geiten ziek zijn, vooral als ze diarree hebben, voer ik ze krathom en elke keer worden ze beter.’
(Bron: Bangkok Post, 22 oktober 2013)

De kapper is een hair-stylist en de kapsalon een trefpunt waar je ideeën uitwisselt, terwijl je geknipt wordt. Dat geldt althans voor een aantal trendy kapsalons in Bangkok. Bangkok Post belicht er vier: Never Say Gutz, Blue Harbour, Three Brothers en Wave Haircutz.

De kapper is meer dan een kapper

Three Brothers
Three Brothers heet niet alleen zo, maar er staan ook drie ‘broers’ te knippen en alhoewel de klanten een dag tevoren moeten reserveren, is Udomkiat ‘Kui’ Thong-Rattana (bolhoed over een bandana, tattoos, Hawaiian shirt) niet van plan personeel aan te nemen. De salon is gevestigd in de (ondergrondse) Metro Mall van MRT-station Chatuchak. Kui’s specialisme is de rockabilly (a sliced back quiff with short back and sides – vertaling?).
Kui was eerder pubzanger. Hij rolde het vak in omdat een vriend hem vroeg samen naar een kappersschool te gaan en hij opende de kapsalon omdat zijn moeder hem aanspoorde iets met zijn leven te doen. ‘Ik knip graag het haar van vrienden en kennissen; mensen die elkaar begrijpen. Ik houd van dit soort kapsalons. Het is lekker rustig en ontspannend. Ik denk dat de mensen ervan houden omdat we heel grondig zijn en veel tijd aan elke klant besteden. We doen zeven of acht klanten per dag.’
Never Say Gutz

In Never Say Gutz klinkt beatmuziek, de T-shirts van de klanten en kappers flodderen om hun lijf en hun broek hangt halverwege hun billen. Eigenaar van deze kapsalon, op loopafstand van BTS-station Thong Lor, is rapper Way van de hiphopgroep Thaitanium. ’t Is niet alleen een plaats om je haar te laten knippen, maar het is ook een trefpunt van like-minded mensen.
 ‘Hier maken we een praatje en wisselen ideeën uit’’, zegt kapper Samai Sudsaeng (zeg maar Jack). Alsof je naar het restaurant van je vriend gaat, waar je je op je gemak voelt. We doen alles: ouderwetse kapsels, maar ook nieuwe en hedendaagse kapsels. Tegenwoordig hebben stedelingen een verschillende leefstijl en individualiteit.’
‘Onze klanten variëren van 70-jarigen tot kinderen die met hun ouders komen. Als je naar binnen kijkt, denk je misschien dat we alleen hip hop kapsels doen. Maar we hebben verschillende types klanten, of het nou rock of indie is. Veel van onze klanten zijn mensen die zichzelf zijn en hun eigen leefstijl hebben.’
Wave Haircutz
‘Klanten zijn niet zo maar klanten, maar ze zijn als broers en vrienden’, zegt eigenaar Nattapon ‘Daeng’ Jankarn van Wave Haircutz. Zijn kapsalon staat temidden van oude gebouwen en flats bij de Mansri kruising in Pomprap Sattuphrai. ‘Ik vraag altijd hoe het met hen gaat en hoe het is op hun werk.’

Daeng nam de kapsalon over zijn vader, maar de salon lijkt niet meer op die van zijn vader. En het personeel ziet er ook wat anders uit. De kappers bij Wave Haircutz hebben tattoos en oorpiercings, waar met gemak vier of vijf strootjes in passen.
Daeng: ‘Dit is een nieuwe generatie kapsalon. We kunnen elke haarstijl doen en niet alleen voor mannen. Ik kan heel goed opschieten met mijn klanten, die net als ik into tattoos zijn. De aantrekkingskracht van dit soort kappers is meer dat je er kunt praten over tattoos, kleren en leefstijl. Ik wissel altijd ideeën uit met mijn klanten.’
Blue Harbour
Voor Sawad La-art heeft een kapsalon alles te maken met comfort en gedegenheid. Hij knipt al 40 jaar en heeft Amerikaanse soldaten geknipt die tijdens de Vietnamoorlog op R&R waren in Bangkok. Blue Harbour in gevestigd in K-Village en heeft een cliëntèle van hoger kantoorpersoneel en ministers, die er vaak al 20 jaar komen.

In deze kapsalon ontbreekt de harde muziek en hectiek die andere salons vaak kenmerken. De kapsalon biedt comfort en privacy; daar gaat het volgens Sawad om. Zo heeft iedere kapper zijn eigen compartiment. Tot de service behoort ook het trimmen van neus- en oorharen, iets dat elders zelden gebeurt, manicure, gezichtsmassage en peels. Sawad vindt Thaise kappers de beste en grondigste kappers (hij zegt nog net niet: ter wereld) en hij kan het weten want hij heeft tal van kapsalons in het buitenland bezocht.
(Bron: Bangkok Post, 27 september 2013)

Sinds drie maanden is een dorp in Chumphon een toeristische attractie rijker: een wilde gaur. Elke dag komen zo’n honderd bezoekers naar het dier kijken. De dorpelingen hopen dat de gaur gaat paren met een van hun koeien.

Een wilde gaur als toeristische trekpleister
Elke dag trekken zo’n honderd bezoekers naar een dorp in Chumphon. Ze komen er kijken naar een wilde gaur die drie maanden geleden ineens opdook. De dorpelingen zijn blij met de toestroom. Er wordt zelfs overwogen een observatiepost te bouwen en ze willen een hek om het gebied plaatsen waar het dier zich ophoudt, om te voorkomen dat het door stropers wordt gedood of er vandoor gaat.

De belangstelling van buitenstaanders is niet zo vreemd, want gaurs zijn vrij zeldzaam in Thailand. Een recent onderzoek wees uit dat zo’n veertig tot vijftig gaurs in kleine kuddes van vier of vijf leven in nationaal park Ngao Waterfall, een beschermd bosgebied dat zich uitstrekt over Chumphon en Ranong.
Vermoed wordt dat de gaur of krating, zoals hij in het Thais heet, uit zo’n kudde komt. Volgens Kriangsak Sribuarod, hoofd van het Khlong Saeng Wildlife Research Centre in Surat Thani, is het dier een mannetje, een jaar of vier, vijf en weegt het zo’n 600 kilo. Volwassen gaurs kunnen wel meer een ton wegen. De gaur is een beschermde diersoort en dat is ook wel nodig ook, want hij wordt constant bedreigd door stropers.
Niet alleen vanwege het toerisme zijn de dorpelingen blij met de gaur, maar ze hopen dat hij gaat paren met de koeien die ze houden. Dat is niet onmogelijk, want het is gemeld uit Myanmar, Maleisië en Indonesië. ‘Uit het oogpunt van de conservering van wild is dat nadelig want het bederft een zuiver ras’, zegt Kriangsak. ‘Maar het is mogelijk dat de kruising economisch voordeel oplevert omdat het een nieuw ras van groter vee met meer vlees voortbrengt.’ En daar hebben de dorpelingen hun hoop op gevestigd.
De gaur lijkt het wel naar zijn zin te hebben in het kleine buurtschap Moo 8 van tambon Tako. Gaurs leven doorgaans in dun beboste gebieden met een mix van grote en kleine bomen. Van open graslanden houden ze niet vanwege de zon. Het dier lijkt al vertrouwd te zijn met zowel de dorpelingen als het vee. Het fourageert ook in de oliepalmplantage van het Chumphon College of Agriculture and Technology, een gebied van 600 rai. De plantage is een ideale voederplaats voor de gaur en het lokale vee; het is een groen gebied met veel water.
Direct nadat het dier was gesignaleerd, stuurde het centrum in Surat Thani dertig ambtenaren van het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation (DNP) naar het dorp om het rond de klok te observeren. Kringsak weet niet wat de plannen van de DNP zijn. Het dier verdoven en terugbrengen naar zijn habitat, is riskant. Wanneer het verdovingsmiddel te sterk is, krijgt het een hartaanval; wanneer het te zwak is, verzet het zich en vlucht de bossen in.
Intussen blijven de bezoekers komen en hopen dorpelingen dat ze een keer beschuit met muisjes kunnen eten.
(Bron: Bangkok Post, 5 oktober 2013)

Chiang Mai wordt overstroomd door Chinese toeristen. Ze zijn goed voor 50 miljard baht per jaar. Maar ze spugen op straat, trekken de wc niet door, dringen voor en bestellen met zijn vieren twee kommetjes soep.

Chinezen houden van Chiang Mai, maar andersom…
Ze trekken de wc niet door, spugen op straat, dringen voor, zijn gierig, praten hard op straat: dat zijn slechts enkele klachten over Chinese toeristen, die sinds de film Lost in Thailand Chiang Mai overstromen. Ze zijn goed voor 50 miljard baht per jaar, maar horeca-ondernemers zien ze liever gaan dan komen en tuktuk en song taew bestuurders balen omdat ze altijd pingelen.

Pee, eigenaar van een bekend restaurant in Chiang Mai, vermaard om de krabbetjessoep, vertelt dat ze in groepjes van vier komen, één kommetje noodlesoep en één kommetje krabbetjessoep bestellen, die ze dan delen. De afgekloven botjes laten ze achteloos op tafel achter.
In mu kata (barbecue à la Thai) restaurants mogen ze al niet meer komen. Ze propten zich er vol en wanneer ze vertrokken, plunderden ze het buffet en vulden hun tas met vlees.
Surachai Benjasathaporn, eigenaar van een koffieshop, vertelt dat soms grote groepen komen, die dan één kopje koffie bestellen. De rest bestelt niets en soms brengen ze zelfs hun eigen eten mee om in zijn zaak op te eten. Daar heeft hij overigens geen probleem mee. Surachai profiteert van de nabijheid van de Chiang Mai universiteit, die in de film voorkomt en die veel Chinese toeristen wel eens in het echt willen zien.
Kijken, kijken, niet kopen
We gaan nog even door met de klaagzangen. De eigenaar van een juwelierszaak: ‘Ze komen naar mijn winkel en doen net of ze belangstelling hebben voor mijn sieraden. Ze raken ze aan, passen ze, maar ze kopen nooit iets. Als ik ze betrap op stelen, schelden ze me uit en doen net of ze onschuldig zijn en lopen weg.’
Een tuktukbestuurder: ‘Meestal proberen ze over de prijs te onderhandelen. Ze zijn behoorlijk gierig. Maak ik met een groep van vier of vijf een tour door de stad, willen ze niet meer dan 5 baht per persoon betalen. En als ik dan zeg dat het tarief 100 baht is, proberen ze er 40 baht van te maken. Soms breng ik ze naar attracties buiten de stad en dan schelden ze me uit omdat ze toegangsgeld moeten betalen.’
Ook de politie klaagt: ‘Ze stoppen soms midden op de weg om met elkaar te praten of nemen foto’s, terwijl andere auto’s er niet door kunnen. Er zijn veel ongelukken met Chinezen, vooral op de weg naar Doi Suthep. De taal is een probleem. Veel spreken geen Engels, wat het oplossen van conflicten lastig maakt. Song taew chauffeurs doen vaak een beroep op ons omdat ze weigeren de vastgestelde prijs te betalen.’
Spugen, voordringen en hard praten zijn in China vrij normaal
Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Jonge Chinese toeristen en stedelingen, beter opgeleid, weten zich wel te gedragen. Cherry (21): ‘Het is heel goed mogelijk dat de oudere generatie Chinezen zich gedragen op een manier die Thais stoort. Maar spugen, voordringen en hard praten zijn in China vrij normaal en die houding verandert maar langzaam.’
Dat zegt ook Wenyu Zhou (37), die na tientallen jaren heen en weer gereisd te hebben voor werk en vakantie, in Chiang Mai is neergestreken: ‘Het niet doortrekken van een wc is echt een Chinees ding. Zelfs in de grote steden kom je toiletten tegen die niet schoon zijn. Daar zijn ze mee opgegroeid. Ik ben opgegroeid met een ouderwetse wc, die je niet hoefde door te trekken.’
In China zelf zijn de klachten niet onopgemerkt gebleven. Een week geleden publiceerde de Chinese National Tourism Administration het Guidebook for Civilised Tourism. Geen lullig boekje, want het telt 64 geïllistreerde pagina’s met do’s en don’ts. De Tourism Authority of Thailand, die er alles aan doet om het Chinese toerisme te stimuleren, bracht eerder brochures uit in het Engels en Chinees.
Aan de toestroom van Chinese toeristen lijkt voorlopig geen einde te komen. In 2012 waren het er 2,5 miljoen, dit jaar worden 4 miljoen Chinezen verwacht. Wellicht komt daar binnenkort een dipje in, want de Chinese overheid heeft de verkoop van zogeheten ‘zero-dollar tours’ verboden. Dat zijn goedkope pakketreizen, waarbij een toerist in Thailand nog voor allerlei extra uitgaven komt te staan. Voortaan moet een all-in prijs worden berekend.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 13 oktober 2013)

In Engeland is het gebruikelijk in de Tube dat reizigers op roltrappen rechts stilstaan en links lopen. Chatcharapon Penchom voert via de website Change.org actie om dat gebruik ook bij de BTS te introduceren. Bangkok Post belicht vijf acties van het afgelopen jaar, die op de Thaistalige site werden gevoerd.

Thais gebruiken Change.org om actie te voeren
De Thaise tak van Change.org bestaat 1 jaar. Op het digitale platform kunnen burgers petities plaatsen en steun zoeken. Sommige acties hebben succes, sommige worden genegeerd. Bangkok Post belicht er vijf ‘that have made an impact in the past year’.
Lopen en stilstaan op roltrappen
Chatcharapon Penchom (37) gebruikt de site om campagne te voeren voor twee reizigersstromen op de roltrappen van de metro. Aan de ene kant de mensen die stilstaan, aan de andere kant de mensen die naar beneden of boven lopen. Binnen enkele maanden tekenden 6.032 mensen een petitie, die in april naar de BTS ging. Chatcharapon wijst erop dat op de perrons pijlen aangeven waar reizigers moeten wachten, zodat het in- en uitstappen ordelijk en snel verloopt. Waarom ook niet pijlen op de roltrap? De BTS heeft tot op heden niet gereageerd.

Gewelddadige films in interliner
Sajin Prachason voert actie tegen het vertonen van gewelddadige films in interliners. Ze reist vaak van het Noordoosten naar Bangkok en zag steeds dezelfde film met veel bloed, een doorgesneden keel en een meisje dat verkracht wordt. De chauffeur zei geen andere films te hebben, de maatschappij reageerde pas nadat Sajin 300 handtekeningen had verzameld. Ze zou de chauffeur vragen de film niet meer te vertonen. Of dat gebeurd is en ook voor andere bussen geldt, vermeldt het artikel niet.

Elk artikel bij 7-Eleven in plastic zakje
Personeel van 7-Eleven stopt elk artikel, hoe klein ook, in een plastic zakje. Warankana Rattanarat vindt dat de klanten gevraagd moet worden of de boodschappen moeten worden ingepakt. Een klein gebaar om de afvalberg te verkleinen.  Ze begon een online campagne op Change.org en had na een jaar 3.000 handtekeningen. De klantenservice van het bedrijf heeft nog niets van zich laten horen.

Homoseksualiteit is een ziekte
‘Homeseksualiteit is een ziekte waarbij mensen niet volgens hun seksuele geaardheid handelen’ en ‘Homeseksuele relaties duren doorgaans niet lang en eindigen meestal met jaloezie en geweld’. Dit valt te lezen in een schoolboek dat in de eerste klas van de middelbare school wordt gebruikt. Op een foto hebben deelneemsters aan een transgender schoonheidswedstrijd een zwart balkje over hun ogen. Rattanawat Janamnuaysook vindt tekst en foto beledigend en misleidend. Een coördinator van de Thai Transgender Alliance startte voor haar een campagne op Change.org, maar daarover geen woord in het artikel.

Exotische dieren op bovenste verdieping winkelmall
De particuliere dierentuin Pata Zoo met exotische dieren op de bovenste verdieping van een winkelmall in Pin Klao heeft de irritatie gewekt van Sinjira Apitan. Ze startte twee maanden geleden een campagne op Change.org. Alhoewel de dierentuin een vergunning heeft, vindt ze het niet juist wilde dieren op deze manier te huisvesten. Tweeduizend mensen zijn het met haar eens en tekenden haar petitie. Recent hebben de Thaise tv-zender PBS en enkele buitenlandse media aandacht aan de zaak besteed.

Achtergrondinformatie
Change.org is een op winst gerichte website, in 2007 opgericht door twee Amerikanen, met het doel ‘iedereen en overal de gelegenheid te geven campagnes voor sociale veranderingen te beginnen, te ondersteunen en te winnen’. ‘Zaken doen voor een goed doel’ is de leus op de website. Populaire onderwerpen zijn: economisch recht en strafrecht, mensenrechten, onderwijs, milieu, dierenbescherming, gezondheid en duurzaam voedsel. Geld wordt verdiend aan gesponsorde petities van bijvoorbeeld Amnesty International.

Bij de site werken 100 werknemers en 170 stafleden in 18 landen. Er zijn 10 miljoen leden en een veelvoud daarvan aan bezoekers uit 196 landen. Er wordt streng gemodereerd met een duidelijke uitleg op de website wat wel en niet mag en kan. De site is ervan beschuldigd dat ze haar gebruikers misleidt omdat ze het feit dat ze op winst gericht is, verhult.
Change.org hanteert een systeem voor het verbergen van de afzender, maar dat werkt alleen als de gebruiker een account op de site heeft. De Thaistalige site bestaat sinds een jaar.
(Bronnen: Bangkok Post, 23 september 2013, en.wikipedia.org/wiki/change.org, met dank aan Tino Kuis die de Thaistalige website bekeek)

Methylbromide, formaline, groeihormonen, conserveringsmiddelen, insecticide, ammoniak, roze slijk en wat zit er nog meer in ons voedsel, waarvan we geen weet hebben? Op de Boerenmarkten, die steeds populairder worden, koop je onbespoten voedsel.

‘Dit is geen markt, maar het is een community
Waarom zien vis, inktvis en garnalen er zo vers uit als ze op de markt uren op smeltend ijs hebben gelegen? Omdat ze behandeld zijn met formaline en dat geldt voor de meeste vis die in Bangkok wordt verkocht. Met één uitzondering: op de Boerenmarkt, die op het laatste weekend van elke maand in K Village wordt gehouden, wordt formalinevrij zeebanket verkocht, rechtstreeks gekocht van kleine vissermannen in het Zuiden en pijlsnel naar de hoofdstad vervoerd.

Boerenmarkten in Bangkok en andere steden zijn tegenwoordig trendy na alle berichten over verontreinigd voedsel. Methylbromide, formaline, groeihormonen, conserveringsmiddelen, insecticide, ammoniak, roze slijk en wat zit er nog meer in ons voedsel, waarvan we geen weet hebben?
Het idee om onbespoten voedsel te gaan verkopen, is niet nieuw, maar de lancering van Bangkok’s  Boerenmarkt heeft het wel een enorme stimulans gegeven en de markt trekt dan ook een toenemend aantal stedelingen. De Boerenmarkt in K Village, die in maart open ging, is niet de enige. Andere markten zijn Spring Epicurean Market (laatste zaterdagochtend van elke maand), Riva Surya Farmers’ Market (regelmatig), Green Fair Market (eenmaal per jaar), Green Market (elke donderdag) en Kin Plian Lok (eenmaal per jaar).
‘Organisch voedsel is dé oplossing’, zegt Kingkorn Narintarakul Na Ayutdhaya, assistent-directeur van de Bio Thai Foundation, die chemischvrije landbouw propageert. Maar op de Boerenmarkt gaat het niet alleen om de producten, de markt stimuleert het contact tussen koper en verkoper, die vaak zelf het voedsel verbouwt.
 ‘Dit is geen markt, maar het is een community. Mensen met verschillende visies op voedsel ontmoeten elkaar hier’, zegt een van de organisatoren. Suraporn Anuchiracheeva, lid van Earth Net en toezichthouder op het visproject, zegt: ‘Doordat je de voedselverkopers of de kwekers leert kennen, leer je het voedsel kennen.’
Eigenlijk lijkt de markt een beetje op markten op het platteland waar bewoners een praatje met elkaar maken. Een grotestads supermarkt functioneert niet als dorpspomp; je rekent af bij de caissière die alleen vraagt of je een lidmaatschapskaart hebt. Zo niet de Boerenmarkt, en de verkopers worden dan ook doorgezaagd door de organisatie, voordat ze worden toegelaten. Die informeert naar hun visie op eten en maakt duidelijk dat winstmaken op de markt niet voorop staat.
Evenals in Nederland is in Thailand organisch voedsel duurder dan ander voer. De klantenkring van de Boerenmarkt bestaat dan ook voornamelijk uit de wat beter gesitueerde Bangkokians. De producten zijn buiten bereik van handarbeiders en ook veel gezinnen met kinderen in de middenklasse. De organisatie denkt na over oplossingen, zoals de uitgifte van voedselbonnen. Kingkorn vindt hier een taak liggen voor de gemeente Bangkok. Elk stadsdistrict zou een boerenmarkt moeten hebben, waardoor de producten voor iedereen beschikbaar komen.
Ten slotte waarschuwt ze dat consumenten voorzichtig moeten zijn als ze iets kopen. De organisatie controleert niet of het voedsel chemischvrij is verbouwd. ‘Vraag het niet aan mij, vraag het aan de verkoper’, zegt de naamloze organisator die we eerder citeerden. Kingkorn weer: ‘Kijk de verkoper diep in de ogen wanneer je informeert naar details. De verkoper verraadt zichzelf, wanneer het product niet organisch of chemischvrij is verbouwd. Maar wanneer je elkaar eenmaal kent, kun je meer vertrouwen op de kwaliteit. Een verkoper wil geen slechte spullen aan zijn vrienden verkopen.’
(Bron: Bangkok Post, 20 september 2013)
Where to buy chemical-free products
Bangkok Farmers’ Market: held at K Village, Sukhumvit Soi 26 (behind Big C Rama IV) on the last weekend of every month and at other community malls on a regular basis. To keep updated on events, visit www.facebook.com/bkkfm
Spring Epicurean Market: held at Spring/Summer restaurant, 199 Sukhumvit Soi 39 on the morning of the last Saturday of every month. For updates, visit Spring Epicurean Market on Facebook.
Riva Surya Farmers’ Market: held at Riva Surya, 23 Phra Athit Road on a regular basis. The next one is tomorrow. For updates on future markets, visit Riva Surya Farmers’ Market on Facebook.
Green Fair Market: organised once a year by the Thai Green Market network in conjunction with a seminar on chemical-free food. For updates, visit www.thaigreenmarket.com. The website also features a list of “green” markets held weekly in the Bangkok area.
Green Market: hosted every Thursday by Regent House, 183 Ratchadamri Road.
Kin Plian Lok (Food for Change): held once a year. There are plans under way to expand it to twice a year, starting in 2014. For updates, visit www.facebook.com/food4change

Eind juli brak een verbindingsslang tussen een tanker en het vasteland van Rayong. Zo’n 50 ton ruwe olie stroomde de zee in en spoelde aan op het Ao Phrao strand van Koh Samet. Het strand is inmiddels schoon, maar milieudeskundigen betwijfelen of het ecosysteem volledig zal herstellen.

Het strand is schoon, maar het milieu niet
Op het eerste oog ziet Ao Phrao op Koh Samet er maagdelijk uit. Parelwit strand, azuurblauwe zee, helder water, rondscharrelende krabbetjes en kleine visjes die tussen de rotsen bescherming zoeken.
Maar schijn bedriegt: het strand, door sommigen al ‘paradise lost’ gedoopt, is tot eind oktober verboden terrein voor toeristen en het milieu is nog niet hersteld van de olielaag die eind juli aanspoelde. De schoonmaakoperatie mag dan afgerond zijn, op wat olierestanten in rotsspleetjes na; het duurt zeker jaren voor de maritieme ecologie de ramp te boven is. Sommige milieudeskundigen betwijfelen zelfs of 100 procent herstel mogelijk is.
Het drama, want zo mogen we het wel noemen, zowel voor de toeristenindustrie als de kleine visserij, begon met 50 ton ruwe olie die in zee stroomde. Het verantwoordelijk bedrijf, PTT Global Chemical, een dochter van PTT, reageerde traag. Het geeft dit ook toe, maar schrijft dit toe aan het feit dat het moest wachten op een schip van de marine en een vliegtuig voor het sproeien van oplosmiddel. Plus dat het geen ervaring had met dit soort lekkages.
PTTCG overweegt nu wel een eigen schip te kopen en een vliegtuigje. Verder probeert het met alle macht het vertrouwen van de toeristen te herwinnen. De tv-commercial ‘Better Samed’ moet toeristen overtuigen dat het strand is schoongemaakt en het eiland veilig is. Media en reisagenten worden door het bedrijf uitgenodigd om ter plaatse een kijkje te nemen en het organiseert elke week op het strand en in Rayong een feestje voor het personeel en daar profiteren de plaatselijke hotels en horeca weer van. Wichit Chatpaisit, gouverneur van Rayong, wijst er bovendien op dat Ao Phrao slechts 5 procent van het eiland uitmaakt en dat er altijd nog tien andere stranden zijn, die niet zijn aangetast.
Maar de natuur laat zich niet voor de gek houden door een tv-spotje. De Green World Foundation deed enkele malen onderzoek op het strand. Direct na de lekkage vond ze 1,6 krabbetjes en garnalen per vierkante meter onder de rotsen; een maand later waren ze allemaal verdwenen. Buiten de inham op het strand was de situatie iets gunstiger, maar ook daar was het gebruikelijk aantal van 24 afgenomen tot 9,6.
De situatie op het strand begint echter te verbeteren. De ghost crabs en bubble crabs, die verdwenen waren, keren weer terug naar hun oude habitat. Een maand na de ramp telde de stichting 0,8 gaten per vierkante meter, wat een indicatie geeft van de omvang van de krabpopulatie. Maar dat aantal is wel ongebruikelijk laag, vergeleken met andere stranden waar 50 tot 100 gaten zijn gevonden. Of hierin verbetering komt, weet het onderzoeksteam pas over een paar maanden.
(Bron: Bangkok Post, 25 september 2013)

Het Department of National Parks, Wildife and Plant Conservation is een mannenwereld. Met één uitzondering. Aan het hoofd van het Thung Yai Naresuan wildreservaat in Kanchanaburi staat de 43-jarige Weraya O-chakull. Maar van een leien dakje ging het niet.

Weraya O-chakull: Een vrouw in een mannenwereld
This is a man’s world, zingt James Brown en dat geldt zeker voor het Department of National Parks, Wildife and Plant Conservation. Er is één uitzondering: aan het hoofd van het Thung Yai Naresuan wildreservaat in Kanchanaburi staat een vrouw: de 43-jarige Weraya O-chakull. Ze heeft de leiding over tweehonderd rangers, die een gebied van twee miljoen rai beschermen tegen stropers en illegale houtkap.

Van een leien dakje ging het allemaal niet. Ze verwierf respect omdat ze net als de mannen op patrouille ging, controleposten bemande en bewees fysiek even sterk te zijn. Bovendien verdiepte ze zich in de wetgeving, zodat ze hen kan assisteren bij rechtzaken. Maar ze waakte er tegelijk voor haar zachtere ‘feminiene eigenschappen’ niet te verwaarlozen, zoals de bereidheid om compromissen te sluiten.
Het begon allemaal toen een studentenmentor haar adviseerde bosbouw te gaan studeren aan de Kasetsart universiteit. Nadat ze was afgestudeerd, trok ze naar het Phu Kradung National Park waar ze 2 jaar onder andere in het bezoekerscentrum werkte.
In een van haar volgende banen, in wildreservaat Huay Kha Khaeng, ze was inmiddels 30 jaar, hoorde ze het verhaal van natuurbeschermer Sueb Nakhasathien. Een bevlogen man, die dezelfde functie bekleedde die ze thans inneemt. Dankzij zijn inspanningen verwierven de wildreservaten Thung Yai Naresuan en Huai Kha Kaeng in 1991 de status van Unesco Werelderfgoed.
Sueb voerde in 1987 met succes actie tegen de constructie van een 580 megawatt dam in het reservaat. In september 1990 sloeg hij de hand aan zichzelf nadat twee van zijn boswachters door stropers waren doodgeschoten. Vermoedelijk speelden ook frustraties een rol bij zijn pogingen het ongerepte milieu te beschermen.
In een volgend wildreservaat, Phu Mieng Phu Thong, werkte Weraya vier jaar. Ze verrichtte er vijftig arrestaties, een absoluut recordaantal in de dienst. Haar tomeloze inzet tegen het stropen van wild leverde haar een doodsbedreiging op, waarna haar superieuren het verstandig vonden haar over te plaatsen naar het Noordoosten. Na 18 maanden volgden een ander wildreservaat en een leidinggevende functie op een regionaal kantoor.
In 2008 begon ze als assistent-hoofd van Thung Yai Naresuan en daar werkt ze nu dan als hoofd. Sueb is haar rolmodel. Weraya beschouwt het als een enorme eer dat ze in zijn voetsporen mag treden. Maar dat schept ook verplichtingen. ‘Sueb was een echte denker’, zegt ze. ‘Enorm vastbesloten. Hij werkte heel hard. Wat ik doe, heeft misschien niet hetzelfde niveau, maar ik probeer mijn best te doen.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 1 september 2013)
Foto: Thung Yai-hoofd Weraya O-chakull bij de Nam Chone stroomversnelling, waar ooit een gigantische dam had moeten komen.

Thailand vergrijst in hoog tempo. Wanneer geen maatregelen worden genomen, stevent het land af op een tekort aan arbeidskrachten, stagnerende economie en hogere uitgaven aan gezondheidszorg, waarschuwt econoom Terdsak Chomtohsuwan.

Vrijgezellenbelasting tegen vergrijzende samenleving
Toen econoom Terdsak Chomtohsuwan voorstelde dat alleenstaanden meer belasting zouden moeten betalen, was de wereld te klein. Terdsak werd bespot in de social media. Belachelijk en absurd waren nog de minst onvriendelijke reacties.

Maar Terdsak was bloedserieus, begin deze maand op een seminar. Want Thailand vergrijst. Thans is 14,8 procent van de bevolking ouder dan 60 jaar en dat maakt van het land in demografische termen een ‘aged society’. Wanneer dat percentage boven de 20 procent stijgt, mag Thailand zich een ‘complete aged society’ noemen en die toestand wordt verwacht in 2021.
De ‘vrijgezellenbelasting’, zoals die in de wandeling wordt genoemd, kan een manier zijn om ‘de senioren te subsidiëren en de last van mensen met kinderen te verlichten’, zegt Terdsak. ‘Want het land stevent af op een tekort aan arbeidskrachten als gevolg van de vergrijzende bevolking en een afname van het geboortecijfer. Dat kan leiden tot een stagnerende economie en hogere uitgaven aan gezondheidszorg.’
Belastingverhoging is voor Terdsak niet heilig, er zijn ook andere opties
Overigens was het belastingideetje een van de vijf voorstellen die Terdsak op het seminar deed, maar de andere vier kregen nauwelijks aandacht. Dus het verhogen van de belasting is wat hem betreft niet heilig. Wel is het een middel voor de regering om mogelijk toekomstige structurele tekorten in de begroting op te vangen. ‘Tezelfder tijd maakt het vruchtbare mensen ervan bewust dat het geboortecijfer terugloopt en spoort hen aan een gezin te stichten.’
Terdsak legt uit dat niet alle alleenstaanden de belasting behoeven te betalen. Doelgroep zijn de ongetrouwde mannen en vrouwen met een bovenmodaal inkomen. En het systeem zou bepaalde mensen van de belasting kunnen vrijstellen. Het grappige is trouwens dat Thailand al een keer zo’n belasting heeft gehad, namelijk in 1944. Maar na een jaar werd die geschrapt.
Kosten van gezondheidszorg nemen niet toe, zegt geriater
Of de kosten van gezondheidszorg in de toekomst toenemen, wordt bestreden door geriater Sirintorn Chansirikarnjana. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was de levensverwachting ongeveer 50 jaar, thans 74 jaar. Volgens Sirintorn leidt die langere levensverwachting niet noodzakelijkerwijs tot hogere uitgaven.
‘Zolang senioren een goede gezondheid hebben en fysiek en geestelijk niet gehandicapt zijn, vormen ze geen last. De biologische leeftijd komt niet altijd overeen met de kalenderleeftijd. Een vrouw van 70 kan 60 jaar zijn. De mensen moeten gezond leven. Dat is iets wat we allemaal kunnen doen.’
Sirintorn wijst erop dat palliatieve en hospice zorg slechts een gering deel van de totale uitgaven aan gezondheidzorg vormen. De zorg die in een hospice en thuis kan worden verleend, vereist bij een chronische ziekte minder uitgaven dan een ziekenhuisopname. Een andere manier om de kosten te reduceren is het opzetten van een netwerk van vrijwillige hulpverleners. Jongeren kunnen gestimuleerd worden voor hun oudere familieleden te zorgen, vrienden of buren.
Sirintorn: ‘Het is een kwestie van geven en nemen. De hulpverleners van vandaag zijn de ontvangers van morgen. Dat systeem zou ideaal zijn in onze sociale context.’
(Bron: Bangkok Post, 17 september 2013)

Naschrift: Ik vroeg Tino Kuis, huisarts en huisartsenopleider in ruste te Chiang Mai, te reageren op de geriater. Dit schreef hij:
Ik denk dat de geriater gelijk heeft dat een verouderende samenleving niet noodzakelijkerwijs meer kosten voor de gezondheidszorg met zich mee hoeft te brengen mits je ervoor zorgt dat alle mensen op een gezondere wijze dan tevoren oud worden. Dat zal zeker tot op zekere hoogte gebeuren maar niet zoveel dat de kosten van de gezondheidszorg gelijk zullen blijven. Dat lijkt mij een utopie. Daarnaast zal door toenemende welvaart een groter beroep op de gezondheidszorg worden gedaan. Wat ook zeker zal toenemen is de welzijnszorg, de ouderenzorg, zeker bij de huidige veranderingen in de Thaise samenleving.  Ik denk dat al deze kosten de komende jaren behoorlijk zullen toenemen. De belastingen en premies zullen omhoog moeten, dat is zeker, hoe is een tweede.

Wajuppa Tossa heeft het behoud van regionale volksverhalen tot haar levenstaak gemaakt. Dat zijn niet zo maar verhalen, ze vormen de verbinding met de lokale cultuur, tradities en levenswijzen. En die dreigen verloren te gaan.

Waarom de mensen driemaal per dag eten
Een buffel moet van de regengod Phaya Taen een boodschap afleveren bij de mensen. Maar de buffel is wat vergeetachtig. Hij vertelt de mensen dat ze drie maaltijden per dag moeten eten en vergeet dat de boodschap luidde: één maaltijd per drie dagen. Gevolg: hij moet gaan buffelen op de rijstvelden zodat de mensen genoeg te eten hebben.

Zie hier een volksverhaal dat gepensioneerd lector Engels aan de Mahasarakham universiteit Wajuppa Tossa (62) onlangs vertelde tijdens de Satellite Meeting 2013 van de International Federation of Library Associations and Institutions in Bangkok. Niet in het dialect van het Noordoosten, zoals ze doorgaans doet, maar in het Engels en begeleid door muziek uit de Isaan.
Wajuppa heeft het behoud van regionale volksverhalen tot haar levenstaak gemaakt. Ze begon er al mee toen ze nog doceerde. Als afsluitende opdracht van haar vertaalcursus moesten de studenten in hun eigen dorp verhalen verzamelen en die in het Engels vertalen. Zo sneed het mes aan drie kanten: ze bouwde een verzameling van volksverhalen op vanuit het hele land, de ouden van dagen voelden zich niet uitgesloten en de studenten leerden het nodige van de ouderen.
De verzameling telt inmiddels meer dan honderd volksverhalen uit het hele land, zowel in audio als video en talloze zijn gedigitaliseerd. In haar Engelse klassen hebben de studenten research gedaan naar de verhalen, ze her-interpreteerden ze en de studenten vertelden ze in de klas. Wanneer Wajuppa ze tegenwoordig vertelt, wordt de vertelling omlijst door muziek.
Het idee om de folklore nieuw leven in te blazen, ontstond in 1991 toen Wajuppa ontdekte dat veel kinderen in de kleuterleeftijd niet het dialect van de Isaan spraken. Daardoor konden ze ook niet goed met hun grootouders communiceren.
‘Wanneer de jongere generaties hun eigen dialect niet spreken en die volksverhalen niet horen, gaan de lokale cultuur, tradities en levenswijzen verloren. Want die zitten verborgen tussen de regels. In plaats van dat ze over hun folklore leerden, vermaakten de kinderen zich met Assepoester en Sneeuwwitje. ’
Wajuppa zelf hoorde, toen ze jong was, veel verhalen van haar ouders en grootouders. Het was in die tijd normaal dat kinderen thuis het Isaanse dialect spraken en op school Thais leerden. Maar de laatste tiental jaren verdwijnt het noordoostelijk dialect, zegt ze. Ouders denken dat dit kinderen op achterstand zet. ‘Ze vinden het niet “cool” als hun kinderen in het openbaar dialect spreken.’
(Bron: Bangkok Post, 17 september 2013).

Ineens hingen ze er vorige week op de Rangsit campus van de Thammasat universiteit. Vier posters met studenten in uniform die seksuele handelingen simuleren. De maakster, een studente vrije kunsten, wil ermee een discussie ontlokken, niet alleen over het uniform maar ook over thema’s als vrijheid en keuze en de liberale waarden waar Thammasat voor staat.

Seksposters op Thammasat gaan ook over de waarde waar de universiteit voor staat
Ineens hingen ze er vorige week op de Rangsit campus van de Thammasat universiteit, de meest liberale universiteit van Thailand. Vier posters met studenten in uniform die seksuele handelingen simuleren. In provocerende houding, met gespreide benen, knopen losgemaakt, maar niet naakt.

Een studente vrije kunsten had ze gemaakt uit protest tegen een docent die van zijn studenten in klas TU 130 eiste dat ze in uniform naar college komen. Zo niet, dan konden ze geen examen doen. De studente, Aum Neko, wilde met haar actie een discussie ontlokken, niet alleen over het uniform maar ook over thema’s als vrijheid en keuze en de waarden waar Thammasat voor staat.
‘Ik wil geen eind maken aan het dragen van een uniform, maar aan de dwang. Thammasat heeft duidelijke regels dat studenten geen uniform hoeven te dragen. Ze kunnen kiezen: of in uniform of in kleding naar eigen keuze. De studenten in klas TU130 wordt een basisrecht onthouden. Waar blijven dan de democratische wortels van Thammasat?’
‘Persoonlijk geloof ik in liberalisme. Ik geloof dat het dwingen van studenten om op universitair niveau een uniform te dragen een belediging is voor hun intellect en menselijkheid. Het uniform wordt misbruikt om te heersen, niet alleen over hun lichaam, maar ook over het gedrag en de gedachten van studenten.’
Zoals te verwachten was, lopen twee discussies door elkaar. Vice-rector voor studentzaken Prinya Thaewanarumkitkul erkent dat: waar protesteert Aum tegen en heeft ze de juiste methode gekozen? Die laatste vraag beantwoordt hij ontkennend. ‘Het tonen van seksueel provocerende inhoud in het openbaar is onacceptabel, niet alleen in Thailand, maar overal in de wereld. Dus de anti-uniform posters hebben de grenzen van uitingsvrijheid overschreden. Rechten en vrijheid hebben altijd beperkingen. Ze moeten andere mensen niet in problemen brengen, niet tegen de moraliteit ingaan of de rechten van anderen schenden.’
Prinya is het wel eens met Aum dat het dragen van een uniform discipline niet bevordert, zoals de docent van klas TU 130 zijn kledingvoorschrift verdedigt. ‘Als uniformen in staat waren mensen meer discipline of verantwoordelijkheid bij te brengen, dan zou Thailand gevuld zijn met uiterst gedisplineerde en verantwoordelijke burgers, want onze kinderen moeten vanaf kindergarten tot het eind van de middelbare school een uniform dragen.’
Zoals ook te verwachten was, roept de actie van Aum steun en afkeuring op. Aum beseft terdege dat ‘de strijd nog niet over is’. ‘Ik realiseer me dat er mensen zijn die mijn actie goedkeuren en mensen die dat niet doen. Maar ik kan mensen niet dwingen om te denken zoals ik denk. Ik heb me zorgen gemaakt dat de Thaise samenleving niet zou proberen mijn actie te begrijpen. Ik hoop dat ze een heleboel leert van mijn initiatief. Echte vrijheid begint met het accepteren van diversiteit in gedachten en het gebruik van je intellect in discussies.’
(Bron: Bangkok Post, 11 september 2013)

In Rayong, dé industrieprovincie van Thailand, hebben ze een vermetel plan: Rayong moet een groene en duurzame provincie worden. Drie projecten op het gebied van water, fruitteelt en visserij wijzen de weg. ‘Dit is een test voor het hele land’, zegt de projectleider.

Industrieprovincie Rayong gaat voor groen en duurzaam
Is dit een foto van de Rotterdamse Maasvlakte? Of een stukje Pernis? Nee, dit is Rayong, de provincie met 19 industrieterreinen, waaronder de beruchte Map Ta Phut Industrial Estate. Een provincie, getekend door sociale conflicten en milieuproblemen. Maar ook de provincie met het hoogste per capita inkomen, voor 50 procent verdiend door de chemische industrie, 30 procent door andere industrieën en 3,4 en 0,4 procent verdiend door respectievelijk de landbouw en visserij.

Het is een provincie waar het areaal aan landbouwgrond voortdurend krimpt, mangrove bossen moeten plaatsmaken voor vakantieparken en fabrieken en vissers niet meer binnen 5 kilometer uit de kust hun net kunnen uitgooien, maar zo’n 50 tot 100 kilometer moeten uitvaren om nog iets van hun gading te vangen.
Uitgerekend in dze provincie hebben ze een vermetel plan: Rayong moet een groene en duurzame provincie worden. ‘Dit is een test voor het hele land of Thailand wel of niet kan ontsnappen uit wat de Development Trap heet’, zegt Supranee Jongdeepaisarl, directeur van de Public Well-Being Division van het Thailand Research Fund (TRF). ‘Als we de samenleving niet kunnen laten zien dat Rayong milieuvriendelijk kan worden, zullen vele ontwikkelingsprojecten in Thailand ook mislukken.’
Het plan voor de periode 2014 tot 2017 is gemaakt door Rayong en de National Economic and Social Development Board. Het doel is de kwaliteit van leven te verbeteren en een duurzame en milieuvriendelijke industrie met goed bestuur te creëren. Dat klinkt nog vrij abstract. Drie studies van het TRF, begonnen in 2007, illustreren hoe die fraaie doelstelling te bereiken.
Watervoorraadplan
De eerste studie bestaat uit een inventarisatie, het opzetten van een database van waterbronnen en waterbeheer in Tahpong (district Muang). De dorpelingen is gevraagd de waterbronnen in het gebied in kaart te brengen; ze vonden 3.000 kleine waterbronnen. Na de survey maakten dorpelingen en een team van de Chulalongkorn universiteit een watervoorraadplan. De provincie is om een budget gevraagd voor de aanleg van een extra reservoir en pijpleiding om de distributie te verbeteren, zodat er geen herhaling komt van de situatie in 2005 toen de provincie met een tekort aan water kampte vanwege de dorst van de industrie.
Organische landbouw
De tweede studie heeft betrekking op de ontwikkeling van organische landbouw, evenens in Muang. Fruittelers hebben er te maken met stijgende kosten van pesticiden en kunstmest, waardoor ze moeilijker kunnen concurreren. In samenwerking met researchers hebben ze gegevens verzameld over de grond en beplanting en een kostenberekening gemaakt. De telers die meededen, zijn overgestapt op organische landbouw. Een van hen zegt dat zijn kosten hierdoor met 50 procent zijn gedaald en dat hij meer vangt voor zijn producten. Hij verkoopt zijn longans aan Siam Paragon Shopping Complex in Bangkok.
Duurzame visserij
De derde studie houdt zich bezig met de visserij in het district Klang. De visserij heeft het al lang moeilijk en de olielekkage van vorige maand deed er nog een schepje bovenop. Door het verdwijnen van de mangrove bossen verminderde de visstand. Het project stimuleert vissers seung te creëren, viskraamkamers gemaakt van kokosnootbladen, waarin vissen kunnen paaien. Verder werken de vissers aan een plan om hulpbronnen te delen en de kunstmatige viskwekerijen op een duurzame wijze te gebruiken.
(Bron: Bangkok Post, 4 september 2013)

Negen jaar geleden verdween de bekende mensenrechten advocaat Somchai Neelapaijit spoorloos. Zijn dochter Pratubjit (30) zet zich in voor de slachtoffers van ontvoeringen. Tegen de nabestaanden zegt ze: Vertel je verhaal. Laat de daders zien dat ze hun doel niet kunnen bereiken door je het zwijgen op te leggen.

Zo vader, zo dochter: op de bres voor mensenrechten
‘Toen ik klein was, hield ik me niet zo bezig met mensenrechten kwesties. Deels omdat ik dacht dat ik tot de middenklasse behoorde en schendingen van mensenrechten bij etnische minderheden gebeurden, zoals de bergvolkeren en boeren. Ik dacht: dit soort problemen overkomt mij niet.’

Maar daar kwam voor Pratubjit Neelapaijit (30) negen jaar geleden abrupt een eind aan toen haar vader, een befaamde mensenrechten advocaat, spoorloos verdween. Ze was toen laatstejaars aan de Chulalongkorn universiteit. Het eerste jaar na zijn verdwijning was ze diep ongelukkig. Ze nam aan geen enkele activiteit deel. Door te lijden betoon ik mijn vader respect, meende ze, en rouw is dé manier herinneringen aan hem te bewaren. Na dat jaar begon ze vanuit een politiek perspectief over haar vaders zaak na te denken.
‘Als student politicologie ben ik getraind om in termen van politieke motivatie te denken. Ik realiseerde me dat de daders mijn vader het zwijgen wilden opleggen en dat ze wilden dat wij in angst zouden leven en verder ons mond zouden houden. Dus besloot ik mij te verzetten.’ Ze vergezelde haar moeder, die al die jaren aandacht is blijven vragen voor de verdwijning van haar echtgenoot, naar rechtbanken, politiebureaus en bijeenkomsten.
Haar afstudeerscriptie ging over de rechtspleging en conflicten in het Tak Bai incident in 2004. Zeven zuidelijke demonstranten werden toen door soldaten doodgeschoten en 78 stikten in een truck, waarin ze naar een militair kamp werden gebracht. Er is nooit iemand voor berecht.
Inmiddels is Baen, zoals haar bijnaam luidt, docent aan het Institution of Human Rights and Peace Studies van de Mahidol universiteit. ‘Er is een gezegde dat luidt: je kunt de betekenis van mensenrechten niet echt begrijpen totdat je rechten worden geschonden. Ik denk dat ik nu de betekenis ervan begrijp.’
Vorig jaar maakte Baen haar debuut als belangenbehartigster door zich aan te sluiten bij ‘Sombath Somphone & Beyond’, een campagne om de Laotiaanse regering onder druk te zetten onderzoek te doen naar de verdwijning van Sombath Somphone, opbouwwerker en onderscheiden met de Ramon Magsaysay Award. Hij werd in december vorig jaar voor het laatst gezien nadat hij zich tegen de constructie van dammen in de Mekong had verzet. Baen voelt zich emotioneel betrokken bij de zaak omdat haar vader, evenals Sombath, voor het laatst in een auto is gezien.
Wat Baen het meest schokt als het gaat om verdwijningen en ontvoeringen is de houding jegens de slachtoffers. ‘De Thaise samenleving gelooft nog steeds dat degenen die gekidnapt worden, slechte mensen zijn en dat ze hun verdiende loon krijgen.’ Zo werd haar vader geportretteerd als ‘verdediger van dieven’. Hij had immers zuidelijke separatisten verdedigd en vermeende drugsdealers, die zeiden tijdens Thaksin’s war on drugs door de politie vals beschuldigd en/of gemarteld te zijn.
‘Over de meeste slachtoffers wordt ook beweerd dat het om persoonlijke problemen gaat. Thaksin heeft bijvoorbeeld over mijn vader tegen de media gezegd dat hij ruzie met mijn moeder had gehad en daarom van huis was weggelopen.’
Tegen de gezinnen van andere slachtoffers zegt Baen: ‘Maak van je hart geen moordkuil en vertel je verhaal. Laat de daders zien dat ze hun doel niet kunnen bereiken door ons het zwijgen op te leggen. Ze kunnen gezinsleden wegnemen en laten verdwijnen, maar ze kunnen ons niet laten verdwijnen en samen met de slachtoffers doodgaan.’
(Bron: Muse, Bangkok Post, 7 september 2013)

De simpele vraag ‘Waarom’ heeft de 16-jarige Netiwit Chotiphatphaisal veel supporters opgeleverd maar nog meer tegenstanders. Netiwit kwam eerder dit jaar in het nieuws omdat hij een petitie had georganiseerd ter afschaffing van de verplichte haardrachtregels. Maar hij wil meer: het ‘dictatoriale’ onderwijs moet helemaal op de schop.

Netiwit: Lastpak of bevlogen leerling?
De simpele vraag ‘Waarom’ heeft de 16-jarige Netiwit Chotiphatphaisal veel supporters opgeleverd maar nog meer tegenstanders. Waarom moeten leerlingen kort haar dragen, waarom begint de schooldag met het zingen van het volkslied en gebed, waarom moeten leerlingen tijdens de wai khru ceremonie op hun knieën voor de leraar buigen, waarom krijgen we een uitbrander wanneer we een vraag stellen, waarom word ik de klas uitgestuurd als ik tegen mijn leraar zeg dat hij het boeddhisme niet begrijpt, waarom wordt in geschiedenisboekjes de geschiedenis verdraaid?

Het zal duidelijk zijn: deze kritische leerling van de Nawaminthrachinuthit Triamudomsuksapattanakarn school (een hele mond vol) maakt zich met dit soort vragen niet erg geliefd in een samenleving die doorgaans collectivisme boven individualisme stelt. Netiwit kwam eerder dit jaar in het nieuws omdat hij een petitie had georganiseerd ter afschaffing van de verplichte haardrachtregels. Hij boekte een succesje, want het ministerie van Onderwijs versoepelde de stringente regels in mei, alhoewel sommige scholen nog steeds de oude regels toepassen: millimeter haar voor de jongens, geen lang haar voor de meisjes.
Na de petitie en een pleidooi op tv-kanaal 3 sloten vrienden zich bij hem aan en werd de Thai Student for Educational System Revolution Association opgericht, een netwerk van dertig leerlingen uit Bangkok en tien uit het Noorden. Ze komen in principe eenmaal per maand bij elkaar en hebben contact via de social media. Doel is een algemene revisie van het onderwijs. Want het huidige Thaise onderwijs is ‘dictatoriaal’ vindt Netiwit.
‘Scholen in Thailand hebben een autoritaire houding. Ze houden er niet van dat leerlingen vragen stellen want dat tast hun macht en stabiliteit aan. Soms, als een leerling een eenvoudige vraag stelt, wordt hij berispt, waardoor ze bang worden vragen te stellen. Ik weet dit omdat ik al jaren vragen stel.’
Netiwit vindt dat de relatie tussen leraar en leerling dient te veranderen. ‘Kruipen [zoals in de wai khru ceremonie] is geen goede manier om respect te tonen. De meeste leerlingen houden niet eens van hun leraar. De enige goede manier om respect te tonen, is discussiëren, praten en kritiseren. Op die manier krijg je respect voor elkaars standpunten.’
Wordt het ooit wat met het Thaise onderwijs? ‘Misschien hebben we niet onmiddellijk succes, maar gebeurt het in de volgend generatie. Zij kunnen leren van wat wij doen en het beter in de toekomst doen. Ik kan alleen mijn mening geven om de volgende generatie te helpen. Als hetgeen ik zeg ertoe leidt dat ze om verandering vragen, dan hebben we succes.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 8 september 2013)

Tino Kuis vertaalde de ‘oorlogsverklaring’ die op de Facebookpagina Netiwit Ntw staat:
Gij, volwassenen. Gij woont al lang genoeg in deze wereld en gij zult hier nog maar een korte tijd verblijven. Kinderen, de jeugd, de jongens en de meisjes, zij zullen nog veel tijd doorbrengen op deze wereld. Daarom is toch het geheel juist, nietwaar, dat zij zich een mening vormen over hoe zich voor te bereiden op hun plaats in deze gemeenschap en in deze wereld; om een lichtende rots te worden en naar eigen inzicht en kracht te handelen, los van hen die al bijna deze wereld hebben verlaten.
Laat hen daarom gaan en geef hen alstublieft de vrijheid hun eigen weg in het leven te kiezen.
…Maar loslaten of niet loslaten, dat maakt niet uit, want zij zullen toch hun eigen weg gaan zoeken….

Gaat er in Kanchanaburi weer lood worden gedolven? De bewoners van Klity zien de toekomst met angst en beven tegemoet. Nog steeds lijden ze onder loodvergiftiging. Een milieuonderzoek moet uitkomst brengen. Wie wint: de commercie of het milieu en omwonenden?

Loodvergiftiging: Herhaalt de geschiedenis zich in Kanchanaburi?
Het vooruitzicht dat er in Kanchanaburi weer op grote schaal lood gaat worden gedolven, wordt met angst en beven tegemoet gezien door de bewoners van Klity. De afgelopen 20 jaar werden er gekenmerkt door onverklaarbare sterfgevallen, geboorteafwijkingen en ziektes. Na een lange en taaie juridische strijd sleepten ze weliswaar smartegeld voor de loodvergiftiging in de wacht, maar de schoonmaakoperatie van de Klity Creek duurt zeker nog drie jaar.

De Klity-zaak heeft geen eind gemaakt aan Thailand’s goudkoorts. In de bodem van Kanchanaburi ligt naar schatting 7,68 miljoen ton looderts. Dat tonnage is voldoende om de industrie een eeuw lang van lood te voorzien. Alhoewel de marktprijs van het erts sinds 2000 aan schommelingen onderhevig is, wordt het nu geschat op US$2.500 per ton.
Thans moet Thailand 70 procent van zijn lood uit China importeren, voornamelijk voor de productie van autoaccu’s. Per jaar is 150.000 ton nodig om aan de vraag uit de auto-industrie te voldoen. Economen vrezen dat China zijn loodexport gaat stoppen omdat het het erts zelf hard nodig heeft.
Strategic Environmental Assessment
Twee jaar geleden gaf het Department of Mineral Resources (DMR) opdracht aan de Chulalongkorn universiteit voor een zogeheten Strategic Environmental Assessment (SEA). Het Department of Mining and Petroleum Engineering van de universiteit werd gevraagd onderzoek te doen naar ‘mineral resources management’, in het bijzonder lood en zink. Zo’n SEA is relatief nieuw in Thailand, dat al wel milieu-effectrapportages kent. Binnenkort wordt het DMR-rapport verwacht.
Voor de SEA zijn drie van de vijfentwintig mijnen in Kanchanaburi gekozen: twee, de Bor Yai en Song Thor, die gesloten zijn en de derde, Kerng Kravia, die onlangs een concessie kreeg. Ze werden geselecteerd omdat ze niet in een beschermd gebied liggen. ‘De uitkomst van de SEA gaat een indicatie geven of we de mijnen [in Kanchanaburi] moeten conserveren of dat we ze moeten ontwikkelen. Als delven kan, weten we dankzij de SEA hoe’, zegt Chamlong Pintawong, directeur van de divisie Conservation and Management van het Department of Mineral Resources.
Volgens Thitisak Boonpramote, een academicus die de SEA uitvoert, is het doel van de SEA niet om bij voorbaat goedkeuring te verkrijgen voor de loodmijnbouw in Kanchanaburi. Het doel is om de sector een accuraat inzicht te geven in de gevolgen, en om opties voor te stellen die zo goed mogelijk te reduceren. ‘Tot nu toe zijn we tot de conclusie gekomen dat  lood delven mogelijk is, maar voordat we doorgaan moeten we naar alle mogelijke sociale en milieu-aspecten kijken om de beste optie te kiezen.’
Hij voegt daaraan toe dat de SEA gevolgd zal moeten worden door een milieu-effect en gezondheidseffect rapportage wanneer de SEA het pad effent voor de hervatting van de loodmijnbouw in Kanchanaburi.
Inmiddels zijn vier forums gehouden, waarin drie opties zijn besproken: preservation, conservation en development. Preservation betekent een totale stop, conservation wachten tot betere tijden en development groen licht voor de mijnbouw. Bij die laatste optie zijn al voorstellen gedaan de negatieve gevolgen te minimaliseren, zoals de vorming van milieuteams en een bewonersfonds, dat gevoed wordt door de regering.
De SEA stelt niet de juiste vragen
Dat klinkt allemaal mooi en aardig, maar degenen die nauw betrokken zijn bij het wel en wee van de provincie hebben minder vertrouwen in de SEA. Arpa Wangkiat, assistent-deken van het Engineering College van de Rangsit universiteit, vindt het verdacht dat de vier forums alleen maar positieve antwoorden hebben opgeleverd. Belangrijke vragen zijn vermeden, zegt ze, of de vragen zelf waren sturend. ‘Wanneer de SEA niet grondig wordt uitgevoerd, ontstaat er geen compleet beeld.’
Ze vindt dat beter van de SEA kan worden afgezien. ‘De SEA moet niet op één sector zijn gebaseerd, maar zich daarentegen richten op de behoeften van een gemeenschap in wording en alle grondstoffen in ogenschouw nemen.’
Phong Vichaphaiboon, voormalig hoofd van een dorp vlakbij bij de mijn Bor Yai, is het met Arpa eens. De SEA stelt niet de juiste vragen. De SEA moet de dorpelingen helpen en niet een set antwoorden leveren voor investeerders van buiten. Phong weet wat voor ellende de Bot Yai mijn heeft veroorzaakt. ‘De gevolgen die de mijn heeft gehad voor de dorpelingen tonen duidelijk aan dat development niet het risico waard is. De Klity dorpelingen lijden nog steeds onder de loodverontreiniging. De geschiedenis mag zich niet herhalen.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 15 september 2013)

Thailand is een paradijs voor homo’s en lesbiennes. Thailand is geen paradijs voor homo’s en lesbiennes. Welk van de twee beweringen is waar? Onder het vernisje van tolerantie schuilt conservatisme en discriminatie, schrijft Spectrum, de zondagbijlage van Bangkok Post.

De Januskop van Thaise tolerantie
De 51-jarige Richard uit Singapore komt met zijn biseksuele vriend Li uit Maleisië graag in Thailand. Want hier ‘kan ik mezelf zijn’. ‘We voelen ons elke keer als we in Thailand zijn, welkom. Als ik mocht kiezen, zou ik graag hier als gay worden geboren.’

Zo zullen wel meer gay toeristen erover denken, moet de Tourism Authority of Thailand (TAT) gedacht hebben toen ze onlangs de campagne ‘Go Thai Be Free’ lanceerde. Kom maar binnen met je geld, want dat hebben ze. Gay worden niet voor niets aangeduid als Dink: dual income, no kids. Uit een Amerikaans onderzoek in 2011 bleek dat LGBT’s (Lesbians, Gay, Bisexual, Transgender) gemiddeld 3,9 keer per jaar op vakantie gaan.
De reiswebsite lovepattaya.com trekt 500 unieke bezoekers per dag en dat zijn volgens oprichter Khun May mensen die wel een paar centen kunnen stukslaan, want ze logeren in vijfsterren hotels. ‘Ze hebben geen kinderen en hebben een dubbel budget, dus ze geven over het algemeen meer uit dan heteroparen.’
De wet en de publieke opinie zijn niet zo liberaal
Alhoewel Thailand wordt gezien als een paradijs voor same-sex paren, zijn de wet en de publieke opinie niet zo liberaal. Homo’s en lesbiennes kunnen niet trouwen en Thailand kent ook geen partnerschapsregistratie. Maar daar komt misschien verandering in. Begin dit jaar begonnen actievoerders met een campagne voor een Civil Partnership Bill. Ze beroepen zich op artikel 30 van de grondwet, dat discriminatie op basis van sekse verbiedt.
Via de National Human Rights Commission (NHRC) belandde een voorstel bij de kamercommissie Justice and Human Rights. Het voorstel is al vijf keer bediscussieerd en veranderd en in vier regio’s zijn al hoorzittingen gehouden. Wanneer 20 parlementsleden hun handtekening eronder zetten, kan het naar het parlement. Dat is gelukt, maar het voorstel staat nog niet op de parlementsagenda omdat ook 10.000 handtekeningen van burgers nodig zijn. Helaas staat de teller pas op 4.000.
‘Mensen met een andere seksuele oriëntatie hebben zich altijd in een grijs gebied bevonden. De samenleving accepteert ze op een zeker onofficieel niveau, maar als ze dat willen legaliseren, is dat niet zo gemakkelijk. De publieke opinie is nog niet in hun voordeel’, zegt NHRC-commissaris Tairjing Sirophanich.
Gay en transgender hebben elke dag te maken met pesterijen
Niet alleen geldt dat voor de publieke opinie, maar ook voor sommige families. De Foundation for Sexual Orientation and Gender Identity Rights and Justice interviewde vorig jaar 868 gay, lesbian en transgender in zeven provincies. 15 procent van de geïnterviewden zei niet en 8 procent onder zekere voorwaarden geaccepteerd te worden; 13 procent mocht niet met de partner samenwonen. Nog meer cijfers: 14 procent werd uitgescholden; 2,5 procent was het huis uitgeschopt; 1,3 procent was gedwongen zich psychologisch te laten behandelen; 2,4 procent was fysiek aangevallen en 3,3 procent was door vrienden aangerand.
Naiyana Supapung, coördinator van de Teeranat Kanjanaauksorn Foundation, zegt dat gay en transgender mensen in Thailand elke dag te maken hebben met pesterijen. Thais zijn volgens haar geconditioneerd te denken dat de samenleving uitsluitend uit mannen en vrouwen bestaat. ‘Veel mensen raken gefrustreerd als ze jongens zien die zich als meisjes gedragen, meisjes in jongenskleding of een seksuele relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht.’ Zulke mensen worden volgens haar als ‘freaks of nature’ beschouwd.
Naiyana vertelt over een schoolboek waarin gewaarschuwd wordt voor mensen die zich als de andere sekse gedragen en op een padvinderskamp wilde niemand de tent met een gay jongen delen. Enkele jaren geleden probeerde een gay jongen zichzelf van het leven te beroven, nadat hij tijdens het ochtendappel terwijl de hele school toekeek, geslagen werd omdat hij zich als een meisje gedroeg.
Naiyana: ‘Ik neem het de onderwijzers niet per se kwalijk; ze onderwijzen wat ze zelf geleerd hebben. Maar dat is niet goed. Die houding moet veranderen. Onzichtbaar geweld kwetst meer dan zichtbaar geweld. Fysiek geweld kun je voorkomen, maar onzichtbaar geweld valt niet te voorkomen. Als het hart verwond is, is het moeilijk het te genezen.’
LGBT-toeristen zien alleen de romantische kant van Thailand
Maar toeristen hebben daar allemaal geen last van. Dat LGBT-toeristen zich thuisvoelen in Thailand, verwondert Jetsada ‘Note’ Taesombat, coördinator van de Thai Transgender Alliance, niet. ‘Ze zijn hier als toeristen; ze zien alleen de romantische kant van onze cultuur en traditie. En natuurlijk wil de lokale bevolking hun geld. Toeristen voelen zich vrijer om hun seksuele identiteit te tonen, omdat ze hier niet wonen en ze tot op zekere hoogte anoniem zijn. Wanneer ze hier zouden werken en wonen, zouden ze begrijpen dat ze veel dingen niet kunnen doen.’
Naiyana vindt dat de focus op roze toerisme aan één ding voorbij gaat: begrip van de mensenrechten. ‘Als we same-sex marriage alleen vanuit een economisch standpunt bekijken, worden de problemen alleen maar groter omdat we niet echt de aard van seksule diversiteit begrijpen. Als we nog steeds denken dat gay en transgender anders zijn dan “normale” mensen, begrijpen we hen niet.’
Anjana Suvarnananda, president van de Anjaree lesborechten groep, memoreert een uitspraak van een expert: de Thaise samenleving accepteert onofficieel gay en lesbian en wijst hen officieel af. ‘Volgens mij klopt het wel dat Thais gay en lesbian oppervlakkig accepteren, zoals de wijze waarop ze zich gedragen en kleden. Maar als het op belangrijke dingen aankomt, zijn ze bevooroordeeld jegens hen.’
Note voegt daaraan toe: ‘Wanneer mensen negatief denken over gay en transgender mensen, heeft de wet voor niemand enige betekenis. Het wordt tijd onze wet, cultuur en sociale waarden te herzien zodat er meer begrip is voor seksuele diversiteit. Partnerregistratie is slechts de eerste stap op weg naar gelijkheid der seksen.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 8 september 2013)

Creatief toerisme is een van de nieuwe producten van de Tourism Authority of Thailand. Doel is toeristen keer op keer te laten terugkomen. Twintig dorpen laten de bezoekers kennismaken met de lokale leefstijl.

Creatief toerisme laat je terugkomen – keer op keer
Creatief toerisme is een van de nieuwe producten van de Tourism Authority of Thailand. Doel is repeat travellers te trekken.
‘Creatief toerisme is heel iets anders dan de conventionele toeristische attractie’, legt Pataraporn Sithivanich, directeur van de TAT-afdeling Attractions Promotion, uit. ‘Daar nemen reizigers een kijkje, ze nemen foto’s, ze geven geld uit en ze gaan terug. Dit programma stelt ze in staat kennis te maken met de lokale leefstijl en “de andere jij te ontdekken”. Er zijn veel reizigers die Thailand talloze malen bezoeken. We hopen dat deze “Thainess” activiteiten ervoor zorgen dat ze keer op keer terugkomen.’
TAT heeft twintig dorpen voor het project uitgekozen.Ter voorbereiding bezoeken webontwerpers, creatief staf, lokale academici, architecten en anderen die zich met toerisme bezighouden de dorpen om uit eerste hand ervaringen op te doen zodat ze creatieve tourprogramma’s kunnen samenstellen, advertenties ontwerpen en producten bedenken die typerend zijn voor elk dorp. In november zijn gidsen beschikbaar in het Engels en Thai, en daarna volgen brochures, een website en videoclips.
Een voorbeeld van een ‘creatieve’ bestemming bestaat al in Kanchanaburi. Bezoekers maken op de Rai Khun Mon boerderij kennis met de verbouw van maïs. Ze rijden op een tractor door de velden, plukken rijpe maïskolven, ze zien hoe maïsmelk wordt gekarnd en verwerkt tot ijs en de kinderen spelen verstoppertje op de plantage. En ’s avonds na het voeren van het vee verzamelen ze zich rond de barbecue om maïskolven te grillen. [Het artikel vermeldt niet of ze er ook logeren.]
(Bron: Bangkok Post, 12 september 2013)

Gaan we nog op vakantie naar Thailand?
Is Thailand een riskante bestemming voor buitenlandse toeristen aan het worden? Wie naar de cijfers van de toeristenpolitie kijkt (en die heeft er geen enkel belang bij om ze te overdrijven) moet de vraag bevestigend beantwoorden. Vorig jaar behandelde de politie 3.119 zaken: 26,6 procent meer dan in 2011.

De zaken betreffen verlies en diefstal (82 pct), oplichting door juweliers, kleermakers en reisagenten (15 pct) en mishandeling (3 pct). Dat was dan vorig jaar, maar het aantal gevallen van fysieke aanvallen op toeristen heeft de eerste vier maanden van dit jaar het totaal aantal van vorig jaar al overschreden.
Aan sussende woorden geen gebrek. ‘De situatie is gespannen, maar nog steeds onder controle’, zegt Roy Inkapairoj, commandant van de Tourist Police Division. ‘Terwijl ons personeelsbestand gelijk is gebleven, stijgt het aantal buitenlandse toeristen elk jaar. Maar we hebben kans gezien de verhouding te beperken tot minder dan twintig criminele zaken per honderdduizend toeristen.’
Roy speelt ook de bal terug. ‘Toeristen zouden moeten weten hoe risico’s te voorkomen. Ze moeten bijvoorbeeld niet ’s avonds laat op uitgestorven plaatsen gaan lopen of met compleet vreemden omgaan.’
Toeristen die een motorfiets huren, krijgen een tik op de vingers van Pawinee Iamtrakul, verbonden aan de Thammasat universiteit. Uit een onderzoek van de universiteit onder achthonderd personen (toeristen, serviceverleners en ambtenaren) bleek dat de meerderheid van hen geen (internationaal) rijbewijs had, weinig rijervaring had, de Thaise verkeersregels niet kende en niet wist welke boetes er op verkeersovertredingen staan. Eenvijfde had geen reisverzekering, de helft zei op de motorfiets te stappen nadat ze gedronken hadden, trokken zich niets aan van de maximumsnelheid, 58 procent reed zonder helm.
Dat zijn verontrustende cijfers, vooral omdat Thailand op plaats 10 staat van meest verkeersonveilige landen. Wereldwijd vormen motorfietsers de helft van de verkeersdoden, in Thailand 74 procent, meestal als gevolg van alcoholgebruik.
Laten we eens een aantal incidenten op een rijtje zetten, waarbij we niet de illusie hebben dat het lijstje compleet is.
In juni opende een dronken student het vuur in een restaurant. Drie buitenlanders werden gewond.
In Phuket kreeg een Rus een pistool tegen zijn hoofd geduwd door de jaloerse vriend van een Thaise vrouw met wie de Rus was omgegaan. Het pistool was overigens nep, maar dat wist de Rus niet.
In Saraburi kwam een tourbus in botsing met een vrachtwagen. Negentien personen kwamen daarbij om het leven. Weliswaar geen buitenlanders, maar de buitenlandse media berichtten er wel uitgebreid over.
Deze maand ontspoorde de nachttrein naar Chiang Mai; 18 buitenlandse toeristen liepen verwondingen op.
In april stortte in Phitsanulok een touringcar van een bergweg. Vijf personen kwamen om het leven, waaronder een Belgische vrouw.
Een Nederlandse jonge vrouw  werd verkracht. Haar vader zette de protestsong Evil Man of Krabi op YouTube.
Twee speedboten crashten in Pattaya. Drie Koreanen raakten gewond, een verloor zijn been.
En zo zouden we nog wel een tijdje kunnen doorgaan. Vraag aan de overheid: wat doet u?
‘De veiligheid van toeristen is een van de topprioriteiten van de regering’, zeggen de de ministers van Buitenlandse Zaken en Toerisme en Sport in koor. De laatste voegt daaraan toe: ‘Het belangrijkste is niet geen enkele misdaad te hebben, maar zo snel mogelijk hulp te verlenen, zowel fysiek als mentaal.’ Het enige concrete dat hij te melden heeft is de instelling van een speciale kamer voor toeristenzaken bij de rechtbank. ‘We gaan proberen het juridisch proces te stroomlijnen.’
En daar moeten buitenlandse toeristen het dan maar mee doen.
(Bron: Bangkok Post, 30 juli 2013)

Oi en O, twee Akha jongens, belandden op jonge leeftijd in Chiang Mai in de seksindustrie. Inloopcentrum Urban Light biedt een escape. O heeft zijn leven weer op de rails. Met Oi leek het goed te gaan totdat….

Niemand wil het, maar we moeten
Toen Oi, een Akha jongen, 6 jaar was, verdronk zijn vader. Twee jaar later stierf zijn moeder aan een overdosis drugs. Na haar dood stuurde zijn stiefvader hem naar Chiang Mai om rozen in bars te verkopen.  Omdat hij daar niet genoeg mee verdiende om zijn jongere broer en zuster te onderhouden, belandde hij in de seksindustrie. Hij werkte er van zijn 11de tot zijn 16de.

‘Oi is de reden dat ik met Urban Light ben begonnen’, vertelt de Amerikaanse Alezandra Russel (31). Zij kwam met hem in contact toen ze onderzoek deed naar mensenhandel in de seksindustrie en een compleet red light district met jongens in Chiang Mai ontdekte. Nadat Alezandra Oi’s levensverhaal had gehoord, was ze vastbesloten jongens als Oi te helpen. Ze verkocht haar verlovings- en trouwring  en met het geld dat de verkoop opbracht, stichtte ze Urban Light, een inloopcentrum voor jongens tussen 14 en 24 jaar. Ze kunnen er cursussen volgen, een gezondheidscontrole krijgen of ze komen gewoon voor een warme maaltijd en een douche.
Vorig jaar wisten honderd jongeren het centrum te vinden. Dankzij Urban Light zag Oi kans de seksbar te ontvluchten, maar zijn leven nam vier jaar geleden een dramatische wending toen zijn stiefvader zijn vier jaar oude zusje verkocht omdat Oi niet genoeg geld inbracht. Sindsdien is ze spoorloos. Oi begon te drinken, hij raakte aan de drugs en zijn jongere broertje belandde ook in de prostitutie. Oi zit nu een gevangenisstraf van 3 jaar uit omdat hij een klant, die hem naar zijn huis had meegenomen, had bestolen.
Het verhaal van O
Maar er zijn ook verhalen met een happy ending. O bijvoorbeeld, ook een Akha. Nadat zijn vader was gedood, stuurde zijn moeder zijn zus naar een karaokebar in Chiang Mai. Vier jaar geleden – zijn zus ging trouwen – was het O’s beurt om geld te verdienen. Hij ging naar Chiang Mai om een baan te zoeken. Vrienden uit zijn dorp haalden hem over in een bar te werken. Hij was toen 19 jaar.
‘Ik had niet verwacht dit soort werk te doen. Maar ik had het geld nodig om mijn familie te onderhouden. Ander werk verdiende niet genoeg. Mijn familie krijgt zes- tot achtduizend baht per maand. Een massagesalon of een bar zijn de enige mogelijkheden. Daar kun je tien- tot vijftienduizend baht per maand verdienen. Niemand wil het, maar we moeten. Ik voelde me erg rot. Soms had ik het gevoel dat ik een object was, geen mens.’
Het was Oi die O bij Urban Light introduceerde. Hij ging naar een Engelse taalschool, spreekt nu vloeiend Engels en werkt in de preventie van mensenhandel in noord-Thailand. Zijn zussen gaan naar school en de universiteit, hij speelt fanatiek frisbee en hij is van plan in zijn geboortedorp campagne te gaan voeren voor het belang van onderwijs.
‘Ik heb nieuwe vrienden en een nieuwe wereld. Ik kan nu de andere kant van de wereld zien die ik eerder niet zag. Ik weet zeker dat ik nu een betere toekomst heb dan vroeger.’
O misschien wel, talloze anderen niet. Sommige organisaties zeggen dat de prostitutie is verminderd, maar volgens O is die verhuld. Sommige bars zijn weliswaar gesloten, maar internetshops dienen nu als dekmantel. Ze hebben achterkamertjes waar hetzelfde gebeurt. ‘Mensen zeggen dat het er niet is – het is er nog volop.’
(Bron: Bangkok Post, 13 augustus 2013)

Zo’n 10 jaar geleden maakte de Samurai Gang ’s avonds Chiang Mai onveilig. Dankzij een grootmoeder kwam daar een einde aan. Ze trok zich het lot van de losgeslagen hangjongeren aan. ‘De situatie is nu weer normaal’, zegt ze.

Chiang Mai en de Samurai Gang
Op 24 juni om 10 minuten voor 1 ’s nachts liep de 19-jarige Somnuek Torbue het politiebureau Mae Ping in Chiang Mai binnen. Zijn gezicht en lichaam zaten onder het bloed; zijn hoofd en schouder hadden lange snijwonden. Somnuek vertelde te zijn aangevallen door twee personen op een motorfiets. Zijn aanvallers dropen af toen hij het politiebureau bereikte.

Wat de aanval bijzonder maakte, was het wapen van de bijrijder: een machete. Het leek erop alsof de beruchte Samurai Gang terug was. Maar dat was niet het geval. Somnuek was aangevallen door Tai Yai, oftewel Shan teenagers, die in het kielzog van hun ouders naar Chiang Mai waren gekomen, en de Samurai Gang naäapten.
De Samurai Gang, een bijnaam die de media op een groep jongeren plakte, maakte Chiang Mai zo’n 10 jaar geleden enkele jaren onveilig. De groep begon onschuldig met enkele jongeren die ‘s avonds in downtown Chiang Mai op motorfietsjes rondreden. Allengs breidde de groep zich uit en werden ze gewelddadiger. Ze jaagden onschuldige mensen op en bewerkten hen met machetes. Begonnen drugs te gebruiken en te verhandelen.
Zo nu en dan arresteerde de politie groepsleden; dan was het even rustig, maar na een tijdje stak het geweld weer de kop op. De Samurai Gang was niet de enige bende die de stad onveilig maakte. Op zeker moment waren er vijftig verschillende bendes, sommige met enkele honderden leden. Ze raakten regelmatig slaags, waarbij de nodige gewonden en zelfs doden vielen. Er vormden zich ook meidengroepen, die betrokken waren bij prostitutie.
Tot er opeens een eind aan kwam. Op mysterieuze wijze, zegt adjunct-politiecommissaris Chamnan Ruadrew. Maar zo mysterieus was dat niet. Een bezorgde grootmoeder bracht de leden van de bendes op het rechte pad.
Laddawan Chaininpan, een 69-jarige voormalige lerares Engels aan een bekende particuliere school, trok zich het lot van de jongeren aan, waaronder haar kleinzoon. Simpel door hen op te zoeken en met hen te praten.
‘Ik realiseerde me dat veel kids een slechte relatie met hun ouders hadden. Hun ouders luisterden nooit naar hen en schreeuwden en straften hen als ze iets verkeerds hadden gedaan. Ze wilden niet thuis zijn en hingen liever rond met hun vrienden.’
Yai Aew, zoals ze plaatselijk bekend staat, begon voetbalwedstrijden te organiseren en ging met de bendeleiders op kamp. En geleidelijk aan wist ze de vechtgroepen om te vormen tot groepen die zich nuttig maken door bijvoorbeeld vissen en vogels uit te zetten, bomen te planten en sommige gaan naar de tempel om te mediteren.
Yai Aew’s inzet is niet onopgemerkt gebleven. Dankzij financiële steun van enkele NGO’s en de Health Promotion Foundation kon ze het Chiang Youth Community Centre opzetten, gevestigd in het Municipality Stadium.
Gaan de voormalige vechtersbaasjes nog steeds op hun motorfiets in groepen uit? ‘Ja’, zegt Yai Aew, ‘daar zijn het kids voor. Ik zal ze nooit tegenhouden om zichzelf te zijn. Het enige wat ik van hen vraag is niet meer te doen wat ze vroeger deden. Zeven tot acht jaar geleden waren de mensen in Chiang Mai doodsbang ’s avonds uit te gaan. Maar de situatie is nu weer normaal.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 11 augustus 2013)

Rat Burana, een vredig district in het zuidwesten van Bangkok, was in de negentiende eeuw beroemd om de betelnoten die er vandaan kwamen. Maar sinds de vorige eeuw loopt het gebruik terug. De enige die nu nog in Rat Burana betelnoten verbouwt, is de 60-jarige voormalig dorpshoofdman Sant Ketthongruang.

Van betelnoten, de dingen die voorbij gaan
Rat Burana, een vredig district in het zuidwesten van Bangkok, was in de negentiende eeuw beroemd om de betelnoten die er vandaan kwamen. De noot stond bekend om zijn opvallend fijne smaak en textuur. In vroeger tijden was het gebruik wijdverspreid in Zuidoost Azië; de vrucht van de arecapalm werd gekauwd vanwege zijn licht euforisch en stimulerend effect. Maar sinds de vorige eeuw loopt het gebruik terug en tegenwoordig zie je voornamelijk oude vrouwen op de vrucht kauwen of beter gezegd pruimen, want daar lijkt het meer op.

De enige die nu nog in Rat Burana betelnoten verbouwt, is de 60-jarige voormalig dorpshoofdman Sant Ketthongruang. Hij verkoopt tweemaal per maand gemiddeld vierduizend noten aan handelaren in Ratchaburi. In de aanloop naar Songkran, het Thaise Nieuwjaar, brengen ze het meeste op; later zakt de prijs als gevolg van het grote aanbod tussen april en eind september. Tegenwoordig komen de meeste noten uit Om Noi (Samut Sakhon), Nakhon Chaisi (Nakhon Pathom) en Chachoengsao.
Sant begon al op 12-jarige leeftijd met het verbouwen van betelnoten. In het begin keek hij hoe andere mensen het deden en daarna probeerde hij zelf de bomen goed te verzorgen. Inmiddels is hij voor velen een vraagbaak op het gebied van geïntegreerde landbouwmethoden en het gebruik van effectieve micro-organismen om de vruchtbaarheid van de grond te verbeteren.
Rat Burana stond vroeger vol met betelnootpalmen, maar twee incidenten waren de genadeslag. In 1942 liepen de boomgaarden tijdens de grote overstroming van Bangkok onder water en gingen veel kostare bomen verloren. En de dictatoriale premier veldmaarschalk Plaek Phibulsongkhram, die tussen 1939 en 1942 het land in een ijzeren greep hield, verbood het kauwen op betelnoot. De vraag zakte in en veel boeren in Rat Burana moesten noodgedwongen hun bomen kappen en overstappen op andere gewassen.
Alhoewel de landbouw er nog steeds een belangrijke bron van inkomsten is met boomgaarden en markttuinen waar stadsbewoners verse producten kopen, rukt de industrie op in Rat Burana. En er worden woonwijken aangelegd voor stedelingen die in een landelijke omgeving willen wonen en niet opzien tegen de lange reistijden naar en van het werk.  Ook de boomgaard van Sant, 27 rai groot, wordt nu omringd door woonwijken. In tegenstelling tot veel van zijn voormalige buren is hij niet van plan zijn grond te verkopen – ondanks de aantrekkelijke prijs die dat zou opbrengen. Sant gaat onvermoeibaar door met zijn betelnoten, bananen, doerian, pomelo en mangosteen.
Wie een indruk wil krijgen van het oude Rat Burana kan terecht in het Rat Burana Local Museum, gehuisvest op het terrein van Wat Prasert Sutthawat. Oude foto’s tonen het leven van Chinese arbeiders die ooit in Rat Bureana zwoegden. Het pronkstuk is een model op ware grootte van een arecapalm, compleet met een man die in de boom klimt.
(Bron: Bangkok Post, 22 augustus 2013)

Auteur Orasom Suddhisakorn (53) geeft in de Bang Kwang gevangenis in Bangkok schrijfles aan gedetineerden. Ze hoopt dat die lessen hen helpen hun leven een nieuwe wending te geven als de straf erop zit.

Wie schrijft die blijft, maar niet in de gevangenis
‘Mijn oprechte wens is een veilige maatschappij. Wanneer slechts één gevangene besluit zijn leven een nieuwe wending te geven nadat hij zijn straf heeft uitgezeten, heb ik het gevoel dat mijn missie geslaagd is.’

Orasom Suddhisakorn (53), auteur van non-fictie boeken over sociale kwesties, geeft sinds drie jaar in de Bang Kwang gevangenis in Bangkok schrijfles aan gedetineerden. ‘Schrijven kan dienen als uitlaatklep voor opgekropte emoties’, zegt ze. ‘Het programma helpt hen zichzelf vergiffenis te schenken en geeft hen een gevoel van eigenwaarde, dat hen hopelijk helpt de waarde van het leven in te zien.‘
Het schrijfprogramma begint met de opdracht over hun levenservaringen te schrijven. Als vader van kinderen, als echtgenoot en als zoon van hun ouders. Die verhalen openen een stroom van emoties, vertelt ze, waardoor de opdracht als catharsis fungeert.
De gedetineerden krijgen eenmaal per week les van Orasom en drie collega’s. De schrijflessen hebben tot nu toe geresulteerd in drie pockets en momenteel is een vierde boekje in voorbereiding met kinderverhalen. ‘Ik ben erg onder de indruk van wat ik heb gelezen. Hun creatieve kant heeft me ook zeer verbaasd. Ze hebben een fantastische taak verricht door hun perceptie van de liefde van een moeder, natuur, populaire cartoonfiguren, dieren en flora en fauna.’
Orasom denkt niet dat haar werk met de gevangenen haar emotioneel kwetsbaar maakt of dat ze het risico loopt door hen te worden gemanipuleerd. ‘Ik heb genoeg levenservaring om niet het slachtoffer te worden van trucjes.’ Maar ze voelt zich ook niet verheven boven hen. Een ‘holier-than-thou’ benadering past niet, want je kan nooit weten of je op zekere dag niet in hun schoenen staat. Orasom zegt dat ze de gevangenen heel erg graag mag. ‘Ik houd van ze als van mijn familie en mijn zorg voor hen is niet aan voorwaarden gebonden. Voor hen ben ik niet gewoon hun lerares, maar ook een zuster, een moeder en iemand die oprecht met hen begaan is.’
(Bron: Bangkok Post, 27 augustus 2013)

Een eeuw geleden telde Thailand meer dan honderdduizend olifanten. Nu drieduizend (plus vierduizend gedemosticeerde). Stropers loeren op hun slagtanden en baby olifantjes. Zelfs in nationale parken zijn ze niet veilig. Kan de Thaise wilde olifant overleven?

En toen kwam er een olifant…
Een eeuw geleden, toen Thailand nog voor 75 procent bedekt was met bossen, telde het land meer dan honderdduizend olifanten. Urbanisatie, wegen- en spoorwegen, landbouwgronden, golfbanen, industrietereinen, vakantieparken hebben sindsdien de habitat van olifanten aanzienlijk verkleind. Tien jaar geleden waren het er nog tweeduizend, althans wilde olifanten, en nu wordt het aantal geschat op drieduizend plus vierduizend gedomesticeerde jumbo’s.

Dat succesje, want zo mogen we het toch wel noemen, is te danken aan het stichten van nationale parken – de eerste Khao Yai in 1962 – , het verbod op houtkap in 1989 (alhoewel er nog steeds illegaal gekapt wordt, maar op veel kleinere schaal) en het optuigen van het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation in 1992. Nu zijn er in het hele land tweehonderd beschermde gebieden.
Toegegeven: het gebied dat de boswachters moeten bestrijken is immens groot, de budgetten zijn beperkt, de jacht op stropers is niet zonder risico’s en de wetgeving is verouderd. Maar de olifant heeft ervan geprofiteerd ondanks het misbruik dat van het dier wordt gemaakt als bedelende straatzwerver en toeristische attractie in olifantenkampen.
De grootste dreiging voor de wilde olifant blijft intussen de jacht op ivoor en olifantenbaby’s, die op de zwarte markt worden verkocht. Het nationaal park Kaeng Krachan in het zuidwesten kampt al enige tijd met een zekere slachting als gevolg van een tekortschietende controle en wetshandhaving. Het aantal olifanten is er dan ook afgenomen, maar ze zouden ook gemigreerd kunnen zijn naar nationaal park Kui Buri verder naar het zuiden. De situatie is daar al niet veel beter want in de afgelopen 5 tot 10 jaar is het aantal olifanten er met 100 procent afgenomen.
In het wildreservaat Khao Ang Rue Nai in oost-Thailand doemt een ander gevaar op. Er leven zo’n 170 olifanten. De weg door het park is verbreed en van een nieuw wegdek voorzien, waardoor er sneller kan worden gereden. In mei 2002 [?] in het avondduister botste been pickup truck op een 5-jarige olifant. Het dier overleefde het niet; de chauffeur trouwens ook niet. De olifant was niet het eerste verkeersslachtoffer en ook niet het laatste. Uiteindelijk besloten de autoriteiten de weg van 21 tot 5 uur te sluiten en sindsdien is het aantal ongelukken drastisch gedaald.
Er zijn nog meer dreigingen: de aanleg van ananas, suikerriet en cassave plantages. Waar vroeger olifanten leefden, kwamen dorpen. De dorpelingen verwachten dat de olifanten in het bos oplossen, wat ze natuurlijk niet doen. Bovendien houden de jumbo’s wel van de lekkere hapjes die de dorpelingen verbouwen.
Er zijn al van conflicten geweest. De dorpelingen vergiftigen de drinkplaatsen van olifanten, zetten puntige stokken neer, schieten ze af of electrocuteren ze. Een enkele keer vallen bij de dorpelingen slachtoffers.
Ten slotte één lichtpunt: de straatolifant is verboden in Bangkok, maar zelf heb ze nog gesignaleerd in Rangsit en dat ligt net buiten Bangkok. Olifanten waren vroeger onmisbaar bij het voeren van oorlogen. Ze zijn een nationaal symbool van trots en vreugde, aldus L. Bruce Kekule in Bangkok Post. Zou het?
(Bron: Bangkok Post, 31 juli 2013)

Foto: Toeristen oog in oog met een mannetjesolifant in nationaal park Khao Yai.

Zijn de koraalriffen voor de kust van Rayong aangetast door de olielekkage van vorige maand? Maritiem biologen zeggen van wel, overheidsdiensten zeggen: tot nu toe niet.

Over gelekte olie en stervende koralen
Maritiem biologen en overheidsdiensten zijn het oneens over de gevolgen van de olielekkage voor de maritieme fauna. Duikers van het Department of Marine Science van de Kasetsart universiteit hebben geconstateerd dat het koraal in ondiep water voor de kust van Rayong wit is uitgeslagen. Op de stranden Khao Laem Ya en Had Ma Pim bij Rayong zijn teerballen gevonden, en rotsen zijn nog bedekt met olie. Een gebied van vijf rai met zeegras is niet aangetast.
Het koraal dat wit is uitgeslagen (bleaching) bevindt zich op een diepte van 10 tot 20 meter. Thon Thamrongnawasawat, hoofd van het Department of Marine Science, denkt dat het koraal bij eb is bedekt geweest met olie waardoor het koraal niet kon ademen. Het kan jaren duren voor het zich herstelt, want het groeit met slechts 1 procent per jaar tegen 5 procent bij andere soorten.
De teerballen zijn aan de oppervlakte van het water gevormd uit olie die verweerd is tot een vaste of semi-vaste substantie en aan land is gespoeld. Thon verwacht dat er de komende twee weken nog meer aan land zullen spoelen. ‘Het is belangrijk ze op te ruimen. Ten eerste omdat ze de stranden vervuilen; ten tweede omdat we niet weten hoe ze het ecosysteem beïnvloeden wanneer ze op of onder het zand blijven liggen.’
Teams van de universiteit hebben ook watermonsters genomen: op drie verschillende plaatsen en op verschillende dieptes. Sediment dat is verzameld van en onder de zeebodem, wordt onderzocht op zware metalen. Verder worden vissen, schelpdieren en verschillende soorten plankton voor laboratoriumtesten verzameld. Thon zegt dat elke diersoort in het gebied, inclusief wormen, getest moet worden omdat ze allemaal een rol spelen in het ecosysteem. ‘Dat proces is arbeidsintensief en kostbaar, maar nodig.’
Voorlopig is nog geen schade vastgesteld op grotere diepte, maar dat zegt niets over de effecten op lange termijn. Het kan maanden of jaren duren voordat de schadelijke gevolgen van de gelekte olie en het gebruikte oplosmiddel zichtbaar worden. ‘We moeten blijven controleren. Niet alleen op en rond het strand Ao Phrao, omdat golven, getijde en wind allemaal een rol spelen bij de verspreiding van de olie.’
Geen schade aan koraal
In tegenstelling tot de bevindingen van Thon en zijn teams zegt een topambtenaar van het Marine and Coastal Resources Department (MCRD) dat het koraal bij Ao Phrao geen schade heeft opgelopen. Hij verklaarde dit vorige week tijdens een hearing door een parlementscommissie. De MCRD heeft twaalf lokaties geïnspecteerd bij de eilanden Koh Samet, drie andere eilanden en Lam Ya cape op het vasteland. Slechts een deel van de koraalriffen scheidde slijm af, aldus het rapport dat de MCRD van de inspecties heeft opgemaakt.
De wateren rond Rayong bevatten 3.000 rai aan koraalriffen, waarvan 1.400 in nationaal park Khao Lam Ya-Samed, waar het Ao Phrao strand zich bevindt. Het gebied bevat ook 3.800 rai aan zeegras, waarvan 824 in het nationaal park. Volgens het MCRD-rapport is het koraal in sommige gebieden niet erg vruchtbaar en heeft het een dichtheid van 30 tot 50 procent.
Ook het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation heeft een onderzoeksteam naar het gebied gestuurd, vier dagen na de lekkage. Het team kon geen onderzoek doen in water dat minder dan 3 meter diep was, omdat het nog bedekt was met olie, maar wel op grotere diepte en daar zag het koraal er normaal uit.
En dan hebben we nog het Pollution Control Department, dat belast is met de controle op het schoonmaken van het strand en de lucht-, water- en zandkwaliteit in de gaten houdt. De PCD heeft ook watermonsters genomen, op 23 plaatsen, maar daarvan zijn de resultaten nog niet bekend. Gezocht wordt naar zware metalen en polycyclic aromatic hydrocarbons. Als ze gevonden worden, kan het minstens een jaar duren voordat duidelijke sporen van contaminatie, met name door zware metalen, worden geconstateerd.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 11 augustus 2013)

Wie was schuldig aan de 91 doden en 200 gewonden die in april en mei 2010 vielen? Een rapport van de nationale mensenrechtencommissie pleit de autoriteiten vrij, zeggen roodhemden. Maar is dat zo?

Roodhemdprotesten 2010: Mannen in het zwart lokten geweld uit
Voordat het uitkwam was het rapport al controversieel omdat het twee jaar heeft geduurd voordat het uitgebracht werd en nu het uitgebracht is, wordt de commissie overladen met kritiek. Door het rode kamp uiteraard; hoe geel erover denkt, vermeldt Spectrum, de zondagbijlage van Bangkok Post, niet.

Dat rapport heet ‘Examination for Policy Review on the UDD-led Demonstration 12 March-19 May 2010’, het telt 88 pagina’s en het werd op 8 augustus op de website van de National Human Rights Commission (NHRC) gepubliceerd. Geen persconferentie, zoals gebruikelijk, want ‘We hebben al te veel kritiek gehad en willen niet langer geërgerd worden’, zegt voorzitter Amara Pongsapich.
Volgens Spectrum lijkt het rapport [let op het woordje ‘lijkt’] toenmalig premier Abhisit en zijn rechterhand Suthep Thaugsuban vrij te pleiten van verantwoordelijkheid voor de dodelijke gevolgen van de protesten. Het wekt dan ook geen verwondering dat vorige week twee rode groepen naar het kantoor van de NHRC trokken om het ontslag van de commissarissen te eisen. De Students’ Federation of Thailand noemde het rapport hypocriet. De NHRC zou met twee maten meten door de militaire operatie te legitimeren met een verwijzing naar de mysterieuze ‘mannen in het zwart’, zwaar bewapende mannen die zich tussen de roodhemden bevonden.
Minder eenzijdig dan beweerd?
Het Spectrum-artikel gaat in detail in op de totstandkoming van het rapport en enkele willekeurige incidenten, wat het lastig maakt het hier samen te vatten. Bijvoorbeeld de gebeurtenissen op 10 april 2010 op twee lokaties op de Ratchadamnoen Avenue (890 gewonden, 27 doden). Het rapport zegt dat het UDD-protest in strijd was met de grondwet en de rechten van de bevolking en het werk van de autoriteiten belemmerde.
De mannen in het zwart ontketenden geweld en gebruikten oorlogswapens tegen de autoriteiten met als gevolg doden, gewonden en schade aan openbaar en particulier bezit. Het rapport meldt ook dat de roodhemden ‘indecently’ vrouwen en kinderen als menselijk schild inzetten en met lasermarkeringen op soldaten schuldig waren aan het beramen van moord.
Toch is mijn indruk dat het rapport minder eenzijdig is dan de tegenstanders beweren. Over de gebeurtenissen bijvoorbeeld op 22 april in Sala Daeng (100 gewonden, 1 dode) wordt gezegd dat de politie ‘te weinig deed en te laat in actie kwam om de incidenten te voorkomen, alhoewel ze voorkennis had van de gewelddadige bedoelingen van het UDD’.
De kern van het rapport, als ik het Spectrum-artikel goed lees, is de constatering dat de gevechten zoveel schade hebben veroorzaakt en slachtoffers hebben gemaakt vanwege gewapende mannen die zich tussen de demonstranten gevonden. De brandstichting in winkelcentra op 19 mei, onder andere CentralWorld, is volgens het rapport exemplarisch voor de roodhemd  beweging.
Volgens Kittisak Prokati, docent recht aan de Thammasat universiteit, gaat het rapport voorbij aan de kernvraag: gebruikte de overheid excessief geweld?
(Bron: Specrum, Bangkok Post, 18 augustus 2013)

Thailand heeft 148 nationale parken, zowel op het land als op zee. Maar die status vormt geen garantie voor natuurbehoud. Talloos zijn de bedreigingen waaraan ze bloot staan. Bangkok Post neemt vier parken onder de loep.

Vier nationale parken, vier bedreigingen
Thailand heeft 148 nationale parken, zowel op het land als op zee. Maar die status vormt geen garantie voor natuurbehoud. Er wordt gestroopt, illegaal hout gekapt, er worden vakantieparken aangelegd en vakantiehuizen gebouwd, er wordt ruzie gemaakt over grondeigendom, wilde dieren zijn er niet veilig – talloos zijn de bedreigingen waaraan ze bloot staan.

Phu Kradueng
Een van de meest controversiële projecten is de constructie van een kabelbaan naar de top van Phu Kradueng in nationaal park Phu Kradueng in de provincie Loei. Het plan werd 30 jaar geleden gelanceerd en zou een tweeledig doel moeten dienen: de afvoer van afval en het vervoer van bezoekers voor wie de klim van 6 uur te veel is. Die klim is bij Thaise teenagers populair als rite de passage als ze aan een universiteit gaan studeren.
Milieuactievoerders, de lokale bevolking en zelfs toeristen verzetten zich. Niet alleen omdat een smalle strook moet worden kaalgeslagen, maar ook omdat de eettentjes langs de route bang zijn klanten te verliezen en dat geldt ook voor de look harb, Sherpa-achtige dorpelingen die bagage dragen tegen betaling van 30 baht per kilo.
Daarnaast bestaat de angst dat een precedent wordt geschapen en na deze kabelbaan ook andere nationale parken ten prooi vallen aan aanslagen. Zo is er al sprake van een kabelbaan naar de Doi Chiang Dao in nationaal park Pha Daeng in de provincie Chiang Mai.
Voorlopig lijkt het alsof het plan in de koelkast ligt, maar het kan er elk ogenblik uitkomen als politici aan de bel trekken en proberen het nieuw leven in te blazen.
Maya Bay
De opnamen voor de film The Beach in januari en februari 1999 in de Maya Bay in nationaal park Nopparathara werden voor dorpelingen, milieuactievoerders, de productiecrew en zelfs hoofdrolspeler Leonardo Di Caprio een nachtmerrie, nadat milieuactievoerders tegen het project hadden geprotesteerd en de autoriteiten die toestemming hadden gegeven, voor de rechter sleepten.

Ondanks de toepassing van computeranimatie ging de bijl in het landschap oftewel vernietigde een bulldozer de planten die essentieel zijn voor de complexe ecologie van de baai. Wie gaf daarvoor toestemming? Het toenmalige hoofd van het Royal Forestry Department Plodprasop Suraswadi. Jawel, de huidige vice-minister-president en minister van Science and Technology.
Vijftien jaar na dato sleept de juridische procedure zich nog steeds voort. In 2006 vonniste de Hoge Raad dat de productiemaatschappij het herstel van het strand diende te betalen. De zaak werd teruggestuurd naar de rechtbank in eerste aanleg om de schade te bepalen en vorig jaar hervatte de rechtbank de verhoren.
Kaeng Sua Ten dam
Evenals de kabelbaan ook al een project waarover tientallen jaren wordt gebakkeleid. Doel: de bouw van een dam in de enige rivier in Thailand die damloos is, de Yom rivier. De bouw zou ten koste gaan van 40.000 rai van een uniek bos met teakbomen. Het plan dateert van 1973, werd in 1989 door de toenmalige regering geschrapt, maar is door de huidige regering weer van stal gehaald.

Om de omwonenden te paaien is er nu sprake van de aanleg van twee kleinere dammen, maar nog steeds gaat een deel van het teakbos eraan en moeten dorpelingen wijken. Ook hier regeert de angst dat de bouw van de dammen een precedent schept en dat die gevolgd door de bouw van de Mae Wong dam in nationaal park Mae Wong in de provincie Nakhon Sawan.
Koh Samet olielekkage
Tja, wat moeten we daar nog over zeggen. De zaak is uitgebreid in het nieuws geweest. Eind vorige maand lekte 54.341 liter ruwe olie uit een gebroken pijpleiding en verontreinigde het strand Ao Phrao op Koh Samet, dat deel uitmaakt van nationaal park Khao Laem Ya-Mu Ko Samet. De gevolgen voor de ecologie van de lekkage plus de bestrijding met oplosmiddelen worden door de autoriteiten gebagatelliseerd.

Het Pollution Control Department liet vorige week weten dat het zeewater rond het eiland 29 maal de limiet aan kwik bevatte. Vice-minister-president Plodprasop (ja, die weer) heeft de dienst bevolen  geen testresultaten meer bekend te maken.
(Bron: Bangkok Post, 19 augustus 2013)

Naschrift van Dick van der Lugt: Ik mopper wel eens op Bangkok Post, maar dit verhaal krijgt van mij een tien met een griffel.

Bloempotkapsels en millimeterhaar zijn niet langer de verplichte haardracht voor jongens en meisjes mogen nu lang haar dragen. Niet alle ouders en leraren zijn even enthousiast. Sommige ouders denken zelfs dat hun kinderen zich op jongere leeftijd tot het andere geslacht voelen aangetrokken.

Na 41 jaar komt een einde aan haarvoorschriften voor leerlingen
Bloempotkapsels en millimeterhaar voor jongens en voor meisjes een kapsel niet langer dan onder de oorlel was sinds 1972 de enige toegestane haardracht in scholen. In mei schrapte het ministerie van Onderwijs de regel, alhoewel scholen zelf mogen bepalen of ze een lossere haardracht toestaan.

De kwestie werd actueel toen in 2011 een 15-jarige leerling bij de National Human Rights Commission in Thailand een klacht indiende. De strikte regels waren volgens hem in strijd met de mensenrechten en vrijheid. ‘Leerlingen verliezen vertrouwen en concentratie bij de studie’, schreef hij in een brief, die op de social media grote steun kreeg, vooral van teenagers.
En zo ging het balletje rollen in een natie die collectivisme boven individualisme stelt. Jongens mogen voortaan hun haar laten groeien tot hun nek; meisjes mogen lang haar dragen, maar ze moeten het wel in een paardenstaart binden.
De Makutkasatriyaram school in Bangkok doet niet aan die moderne gekkigheid mee. ‘Alhoewel de haarstijl niets met onderwijs te maken heeft, zien we het als een soort discipline voor het samenleven in de maatschappij’, zegt directeur Ratchanee Prapasapong. ‘Er blijkt ook uit dat jongeren de traditionele cultuur van de oudere generaties respecteren en willen behouden.’
Sommige leraren en ouderen vrezen voor een glijdende schaal: de tradionele haardracht loslaten is het begin van het verder afbreken van het belang dat Thailand aan conformisme hecht. De bezwaren grenzen soms aan het absurde. Leerlingen zouden sneller afgeleid zijn door de funky nieuwe kapsels en sommige ouders denken zelfs dat hun kinderen zich op jongere leeftijd tot het andere geslacht voelen aangetrokken.
Somphong Chitradub, onderwijsexpert aan de Chulalongkorn universiteit, vindt dat die ideeën rieken naar paranoia. Niet de haarstijl maar de ‘innerlijke discipline’ bepaalt het gedrag van kinderen op school. ‘Ouders en onderwijzers begrijpen niet wat de werkelijke behoeftes van kinderen zijn, alhoewel ze het beste met hen voor hebben. Ze zouden kinderen moeten onderwijzen in levensvaardigheden en het ontwikkelen van zelfdiscipline.’
En de kinderen? De 14-jarige Visarut Rungrod, die nu nog millimeterhaar heeft, is blij dat hij zijn haar kan laten groeien. ‘Ik zal meer vertrouwen hebben als ik uitga.’ Maar de 14-jarige Pattanotai Tungsuwan, die een zijdeachtige zwarte paardenstaart heeft, zal het een zorg zijn. ‘Ik besteed liever aandacht aan mijn studie.’
(Bron: Bangkok Post, 9 augustus 2013)

Saipin Hathirat, verbonden aan de faculteit gezinsgeneeskunde van de Mahidol universiteit en het Ramathibodi ziekenhuis, deed onderzoek naar de kwaliteit van de gezondheidscontroles, waarvoor particuliere ziekenhuizen reclame maken. Haar conclusie: patiënten worden soms onderworpen aan onnodige en zelfs gevaarlijke testen.

Gezond en toch ziek!?
De 70-jarige Yuth (niet zijn echte naam) kreeg op vaderdag een gezondheidscontrole van zijn zoon cadeau. Alhoewel Yuth gezond was, werd er bij een elektrocardiogram geconstateerd dat zijn hartslag onregelmatig was. De arts vermoedde dat hij een aandoening aan zijn hartslagader had. Yuth moest vervogens een inspanningstest doen, waarvoor hij met vlag en wimpel slaagde. Maar de arts was nog niet tevreden. Hij probeerde een andere methode, hartkatheterisatie genoemd. Daarbij wordt via een katheter een contrastvloeistof in de bloedstroom ingebracht om de hartslagader zichtbaar te maken op een röntgenfoto. De arts raakte echter een slagader en Yuth stierf.

Saipin Hathirat, verbonden aan de faculteit gezinsgeneeskunde van de Mahidol universiteit en het Ramathibodi ziekenhuis, deed onlangs onderzoek naar de kwaliteit van de gezondheidscontroles, die worden aangeboden. Ze geeft het voorbeeld als illustratie van haar conclusie: patiënten worden soms onderworpen aan onnodige en zelfs gevaarlijke testen.
‘De mensen denken dat ze een goede gezondheid kunnen kopen’, zegt ze. ‘Maar hun gezondheid wordt soms ondermijnd door doelloze controles. Patiënten hebben er vaak enorme hoeveelheden geld voor over, maar ze worden zelden geïnformeerd over de risico’s. In sommige ziekenhuizen kosten die controles tienduizenden baht.’
Veel ziekenhuizen gebruiken uiterst gevoelige apparatuur die zelfs de miniemste afwijking kan vaststellen, zoals in het geval van Yuth’s hartslag. Maar de keerzijde van deze uiterst gevoelige testen is dat ze minder gemakkelijk kunnen vaststellen dat er juist geen sprake is van ziekte. De apparatuur ziet vaak ‘afwijkingen’ die in werkelijkheid geen echte ziektes zijn.
Ook het Health Intervention and Technology Assessment Programma (Hitap), de researchtak van het ministerie van Volksgezondheid, stelt vast dat slechts weinig controles nut hebben voor de klant. Veel ziekenhuizen voeren standaardcontroles uit ongeacht de leeftijd van de persoon en ondanks het feit dat sommige testen voor bepaalde leeftijdsgroepen niet nodig zijn.
Het is niet zo moeilijk om te bedenken waarom dat gebeurt. Er valt goed geld mee te verdienen. In 2009 gaven Thais 1,5 miljard baht uit aan controles; drie jaar later was dat 2,2 miljard baht. De reclamecampagnes van de ziekenhuizen waren niet voor niets geweest.
Volgens een onderzoek van het National Statistical Office in 2011 verdienden particuliere ziekenhuizen 9,4 miljard baht aan het gebruik van medische apparatuur, 9,6 miljard baht aan laboratoriumonderzoeken en 6,6 miljard baht aan röntgenfoto’s. Dat geld komt uit twee ziektekostenverzekeringen: het civil service healthcare scheme (voor ambtenaren) en het 30-baht universal healthcare scheme (volksverzekering, zeg maar ons oude ziekenfonds).
Aan die geldklopperij komt mogelijk een eind, nu Hitap een lijst heeft opgesteld van standaardcontroles voor gezonde mensen, die iedere Thai kan kopen. Het ministerie van Volksgezondheid bestudeert momenteel het voorstel en in december staat het op de agenda van de jaarlijkse National Health Assembly.

Dat is dan de aanbodkant; de vraagkant is een ander verhaal. Een medewerker van het National Health Commission Office zegt: ‘Het zal nog moeilijk worden om de mythe te ontkrachten dat iedereen elk jaar op elke ziekte moet worden gecontroleerd. Controles zijn alleen maar goed als ze gebaseerd zijn op kennis over een specifieke ziekte en de gezondheidsconditie van elke persoon.’
(Bron: Bangkok Post, 25 augustus 2013)

Het goede nieuws na 20 jaar ontwikkeling: Gezinnen verdienen meer en de toegang tot onderwijs en gezondheidzorg is verbeterd. Het slechte nieuws: gezinnen wonen gescheiden en de kloof tussen rijk en arm is nog steeds erg groot. Het Thailand Research Development Institute deed onderzoek naar gezinsleven en levenstandaard in Thailand.

Gezinsleven en levensstandaard
De afgelopen twintig jaar is de gezinsstructuur ingrijpend gewijzigd. In het rapport ‘The Life of Thai People During the Two Decades of Development’ van het Thailand Research Development Institute worden zes hoofdtypes onderscheiden:
1 Eenpersoonshuishouden.
2 Gezin plus niet-gezinsleden (vrienden en partners)
3 Eén-generatie gezin (echtgenoot en echtgenote)
4 Twee-generaties gezin (man/vrouw en kinderen)
5 Drie-generaties gezin (man/vrouw, kinderen, grootouders)
6 Gezin met een generatiekloof (kleinkinderen en grootouders; ouders werken elders)
1 miljoen gezinnen met een generatiekloof
De afgelopen 20 jaar zijn Thaise gezinnen kleiner geworden: minder kinderen, minder oudere gezinsleden. Een belangrijke verandering is de sterke toename van huishoudens met een generatiekloof naar 1 miljoen, voornamelijk in het Noordoosten en Noorden. Het rapport noemt dit een zorgelijke ontwikkeling omdat de doorgaans slecht opgeleide grootouders de zorg hebben over jonge kinderen.
In stedelijke gebieden neemt het aantal drie-generaties huishoudens toe. Verder is het aantal eenpersoonshuishoudens toegenomen van 20 naar 34 procent. De meeste van deze huishoudens zijn oudere vrouwen.
Levensstandaard toegenomen sinds 1986
Sinds 1986 is de levensstandaard van Thaise huishoudens toegenomen. Jonge arbeiders zijn beter opgeleid, terwijl de toegang tot het onderwijs aanzienlijk is verbeterd, met name op het platteland. Maar tussen rijk en arm gaapt wel een onderwijskloof.
De levensverwachting van Thais is voor mannen toegenomen naar 70 jaar en voor vrouwen 78 jaar. Huishoudens beschikken over betere voorzieningen, zoals televisie, mobiele telefoons en verbeterde watertoevoer.
Inkomen en besparingen zijn toegenomen en het armoedeniveau is gedaald. Het gezinsinkomen is naar verhouding sterker gestegen dan het bruto binnenlands product, en naar verhouding sterker dan het inkomen per hoofd van de bevolking.
Gezinnen sparen meer – het aantal gezinnen dat niet spaart, is gezakt van 48 naar 25 procent.
Dientengevolge is het armoedeniveau gezakt. Een andere factor die heeft bijgedragen aan het lagere armoedeniveau is de introductie van de universal health care insurance in 1990 (gratis gezondheidszorg).
Kloof tussen rijk en arm is erg groot
Het slechte nieuws is dat de ongelijkheid tussen rijk en arm nog steeds erg groot is. Die kloof is met een slakkengang kleiner geworden. Terwijl de armen meer zijn gaan verdienen als gevolg van beter onderwijs en een betere gezondheid, is de kloof tussen de middeninkomens en rijke huishoudens toegenomen.
Twintig procent van de rijkste huishoudens verdiende in 2009 meer dan 54 procent van het huishoudinkomen. De rijkste groep spaart gemiddeld 6.300 baht per maand, de armste groep spaart niets.
Dertig procent van de rijkste huishoudens heeft een netto waarde van meer dan 100.000 baht; 94 procent van de armste huishoudens heeft een netto waarde van minder dan 50.000 baht.
Tussen de haves en have-nots bestaat een grote discrepantie in het vermogen om te sparen, te investeren en te floreren.
Platteland loopt leeg
Het arbeidsleger verandert: jonge werkers verlaten in grote aantallen de agrarische sector en zoeken werk in de industrie en servicesector. Die verandering had tot een betere inkomensverdeling moeten leiden, maar dat is niet gebeurd omdat de lonen relatief laag zijn.

Dus terwijl het aantal loonverdieners is toegenomen, is het totale bedrag dat aan lonen wordt uitbetaald niet toegenomen. Dit heeft de nivellering vertraagd en in sommige gevallen de inkomensongelijkheid zelfs vergroot.
Het rapport concludeert dat Thailand erin is geslaagd zichzelf uit de armoede te verheffen. Thais krijgen betere en vollediger gezondheidszorg en onderwijs. Maar de schaduwzijde is dat veel gezinnen niet meer bij elkaar wonen, omdat de werkende gezinsleden vaak elders werken. Desondanks blijft het probleem van ongelijkheid zorgelijk.
(Bron: Nipon Poapongsakorn, distinguished fellow aan het TRDI. Bangkok Post, 31 juli 2013)

Ganesh, de hindoegod met het olifantenhoofd, is populair in Thailand. De commercie maakt er gretig gebruik dan wel misbruik van. Wat maakt deze godheid zo aantrekkelijk: zijn excentrieke voorkomen?

Ganesh: Geloof, bijgeloof, commercie
Ganesh, de hindoegod met het olifantenhoofd, is een van de meest aanbeden godheden in Thailand – ooit alleen in kringen van kunstenaars en artiesten – maar tegenwoordig is hij overal aanwezig.

In veel huizen en kantoren staan kleine beeldjes, in de Saman Rattanaram tempel in Chachoengsao is een 24 meter lange, roze liggende Ganesh (foto) en op 10 minuten rijden afstand een bronzen, 39 meter hoog. Er wordt de laatste hand aan gelegd.
In Chiang Mai is onlangs een houten Ganesh van 6 meter verrezen en in dezelfde provincie is een museum geheel gewijd aan de olifantengod. Van ouder datum zijn het standbeeld voor CentralWorld, het standbeeld op de kruising Ratchada-Huai Khwang en het Ganesh Park in Nakhon Nayok met een 9 meter hoog beeld (foto homepagina) en een museum met kleine Ganesh-amuletten in 108 standen. Dit park wordt beheerd door een boeddhistische tempel.
Varin Sachdev, een hindoe die ieder jaar de verjaardag van de godheid, Ganesh Chaturthi, in Thailand organiseert, zegt dat het typisch Thais is om het ene jaar de ene en het andere jaar een andere godheid te aanbidden. ‘Maar wij als hindoes eerbiedigen Ganesh elke dag en elk jaar. Er is geen vrije dag.’
Thais denken ten onrechte dat Ganesh de beschermheilige van artiesten is, zegt Komkrit Uitekkeng, docent filosofie aan de Silpakorn universiteit. ‘Feitelijk is Ganesh de Heer van het ontstaan en hij ruimt obstakels op. Dat misverstand begon tijdens het bewind van Rama V. Die ging Ganesh gebruiken als symbool van de koninklijke literaire club. Later werd Ganesh het symbool van het Fine Arts Department en de Silpakorn universiteit en beschouwden kunstenaars en artiesten Ganesh als hun meester.’
Waarom Thais de laatste jaren Ganesh hebben omarmd, heeft volgens Komkrit alles te maken met de neiging van Thais om heilige objecten te verheerlijken en een trend te creëren voor religieus-gerelateerde zaken. ‘Nu de Jatukam Ramathep amulet zijn populariteit heeft verloren, begrijp ik dat de amulet industrie iets nieuws nodig heeft dat verkocht kan worden. Dus proberen ze Ganesh een speciale positie te geven, waarbij ze gebruik maken van de populariteit die Ganesh al in de media en entertainmentindustrie heeft.’
Archeoloog Siripoj Laomanacharoen gelooft dat het excentrieke voorkomen deels bijdraagt aan het aura van heiligheid. ‘Waarschijnlijk omdat Ganesh er anders uitziet dan andere godheden, met zijn olifantenhoofd. Tien jaar geleden waren veel mensen bezig met kunst omdat de artistieke types cool leken, dus trokken ze ook naar Ganesh. Misschien is het gewoon een trend.’
Waarom het beeld in Chachoengsao zo groot moet zijn, verklaart Siripoj uit commerciële motieven. ‘Ik heb geen idee waarom de afmeting te maken zou hebben met heiligheid. De traditie om grote beelden te bouwen komt misschien voort uit de traditie van de boeddhisten van de Mahayana school die de kosmische Boeddha aanbidden. Die beelden hebben grote afmetingen. Ze geloven dat de kosmische Boeddha alles in de wereld schiep. Misschien hebben Thais die traditie overgenomen. En het werkt ook commercieel.’
Ganesh wordt vaak afgebeeld als rat, zijn ‘rijpaard’. Sommige mensen geloven dat ze, wanneer ze iets vragen aan Ganesh, de wens ook in het oor van de rat de wens moeten fluisteren zodat hij Ganesh aan de wens herinnert. In de Saman Rattanaram tempel draagt elke rat een offerkist met de tekst ‘Give bribe to the all-seeing-eye rat, every wish will be granted’.
Het woord ‘bribe’ doet wat vreemd aan; volgens Siripoj bestaat er niet zoiets als het omkopen van de rat in de Ganesh mythologie. In India heet het donatie, legt Varin uit, de Thaise variant noemt hij een gimmick en faith marketing.
‘Het probleem met sommige Thaise boeddhisten is’, zegt Komkrit, ‘dat ze altijd naar iets speciaals als hun held zoeken, om ze te helpen hun problemen op te lossen, alhoewel het boeddhisme hen leert op zichzelf te vertrouwen.’
Of de tempel het grote Ganesh beeld als commerciële trekker gebruikt, vinden veel bezoekers niet belangrijk. De 22-jarige Wanantaya Phatthanapirom: ‘Het interesseert me niet of het commercieel is of niet. Daar heb ik nooit over nagedacht. Ik ben gewoon hier om verdienste te verwerven. Dat is alles.’
(Bron: Bangkok Post, 29 juli 2013)

We gebruiken allemaal mobiele telefoons en veel mensen willen graag gratis belminuten. Eureka, moet Artima Suraphongchai gedacht hebben en ze bedacht een uniek idee.

‘Je kunt een grap vertellen; dat kan ook heel effectief zijn’
Het idee is van een verbluffende eenvoud. We gebruiken allemaal mobiele telefoons en veel mensen willen graag gratis belminuten. Waarom vragen we bedrijven dan niet om de gesprekskosten te betalen in ruil voor reclame?

En dat deed Artima Suraphongchai. Het kostte haar en haar vrienden een jaar van voorbereidingen, maar deze maand staat haar bedrijf Echo 360 in de startblokken. Volgens Artima is het concept, dat Freebie heet, uniek. In Turkije en India hoort degene die wordt opgebeld een reclametekst, maar bij haar bedrijf is dat degene die belt. Dat is gunstiger voor de adverteerder want die kan op basis van leeftijd, geslacht, interesses en beroep vaststellen of de persoon tot zijn beoogde doelgroep behoort.
Artima maakte al op jonge leeftijd kennis met de reclamewereld. Haar vader was commissievoorzitter van Adfest, een reclamefestival in Azië en de Pacific. Zo kreeg ze oog voor de creativiteit die nodig is om een succesvolle reclamecampagne op te zetten. ‘Sinds ik een klein meisje was, ben ik altijd een analytische kijker geweest. Als ik een tv-commercial zag, dacht ik na over het idee, de uitvoering en of de boodschap goed werd overgedragen.’
In de wereld van vandaag is reclame onvermijdelijk, realiseert Artima zich maar al te goed; reclame maakt deel uit van ons leven. ‘De aandacht van de consument is nu beperkt omdat iedereen het druk heeft en er veel concurrenten zijn. Adverteerders moeten afstappen van hun traditionele reclameplatform en hun doelgroep op een aantrekkelijker en nieuwe wijze benaderen. Vooral ook omdat consumenten gebombardeerd worden met reclame en informatie.’
Artima studeerde elektronica aan het Imperial College of Science, Technology and Medicine in Engeland. Ze haalde er haar bachelor’s en master’s graad. Aan het Sasin Graduate Institute of Business Administration van de Chulalongkorn universiteit haalde ze haar MBA. Aanvankelijk werkte ze als business consultant. Totdat een vriend haar belde met een nieuw idee voor reclamemaken in Thailand. En zo ging het balletje rollen.
Vijftien seconden duurt een reclameboodschap. Omdat sommige reclames irritant en vervelend zijn, screent Echo 360 ze. Reclames die bellers vervelen, worden geweigerd. ‘Adverteren is vandaag de dag erg veranderd. Soms hoef je niet eens iets over je product te zeggen. Je kunt een grap vertellen en eindigen met de mededeling dat de advertentie gesponsord is door je merknaam. Dat kan ook heel effectief zijn.’
(Bron: Muse, Bangkok Post, 24 augustus 2013)

Buslijn 8 in Bangkok wordt wel vergeleken met de wagentjes in een achtbaan. Over de bus werd 10 jaar geleden al het meest geklaagd op de hotline van het openbaarvervoerbedrijf van Bangkok. Dit jaar gaven 1600 mensen de bus weer een zware onvoldoende op de Facebook-pagina van de minister van Transport.

Buslijn 8: al 10 jaar kampioen klachten van Bangkok
Buslijn 8 die van Lat Phrao naar Memorial Bridge rijdt, staat bekend als de ‘racer of Lat Phrao’.

Over de bus werd in 2003 het meest geklaagd bij het openbaarvervoerbedrijf van Bangkok  (BMTA).
In een peiling uit 2004 was de bus de derde grootste vervuiler.
Een peiling uit 2005 van het ministerie van Transport zette de bus op de achtste plaats van bussen met een slechte service.
De Royal Thai Police stelde in 2011 vast dat de meeste vechtpartijen tussen studenten van beroepsopleidingen in deze bus plaatsvinden.
Dit jaar deed de minister van Transport een onderzoekje op zijn Facebook-pagina: de 1.600 respondenten gaven de bus een zware onvoldoende.
Image of werkelijkheid? Zie hier, het klachtenlijstje van de mopperkonten. De chauffeurs trekken ruw op en remmen abrupt, ze vloeken, droppen passagiers in het midden van de weg, stoppen bij de verkeerde plaatsen, rijden te hard en halen andere bussen in.
Een willekeurige passagier: ‘Ik heb gezien dat een conducteur tegen een oude dame schreeuwde die op de verkeerde bus was gestapt. De bus sneed andere wagens vanaf de uiterste rijstrook aan de rechterkant naar de bushalte links. De chauffeur rookte ook. Ik zat vlak achter hem. Het was de hel.’
‘Het is niet waar’, zegt een ex-conducteur. ‘Ik neem al bijna zeven jaar elke dag die bus. Ik word echt pissig wanneer sommige mensen zeggen dat ze ontevreden over de bus zijn. Ze creëren alleen maar een slecht image alhoewel sommige andere bussen stukken slechter zijn. Het zijn de passagiers die tegen de chauffeur schelden als hij te langzaam rijdt. Soms zigzagt hij een beetje, maar dat gebeurt omdat de chauffeur geen tijd van de passagiers wil verspillen.’
Een conducteur van lijn 8 lacht om het onderzoekje van de minister. ‘De mensen hebben te veel tijd en die gebruiken ze om een beetje op Facebook te spelen. Andere bussen doen hetzelfde, maar daarover wordt niet geklaagd. Die rijden ook op de rechterrijbaan om voortdurend andere bussen in te halen. Wij kunnen gewoonweg niet in een rechte lijn rijden als er taxi’s en busjes staan geparkeerd. Soms zijn passagiers zo druk in de weer met hun smartphone dat ze te laat op de stopbel drukken. En dan wordt er geklaagd omdat we abrupt stoppen en krijgen we klachten dat we passagiers niet netjes laten uitstappen.’
Het gevecht van bussen om passagiers die staan te wachten bij een bushalte, noemt een chauffeur ‘niet geheel onbegrijpelijk’ vanuit het standpunt van chauffeurs en conducteurs. ‘We krijgen geen salaris. Ik krijg 10 procent van de kaartverkoop, de conducteur 5 procent. Als we 5.000 baht per dag maken, krijg ik 500 baht. Weet je wel hoe moeilijk het is 5.000 baht per dag te maken met een kaartje dat 8 baht kost.’
Buslijn 8 is een van de oudste lijnen in Bangkok en bestaat al sinds 1932, toen van de Royal Plaza naar Memorial Bridge. Zes particuliere bedrijven hebben een concessie van de BMTA. Dagelijks maken zo’n 50.000 tot 60.000 mensen gebruik van de bus. Er zijn meer dan 70 air-conditioned bussen, hoeveel niet ac-bussen er zijn, vermeldt het artikel niet.
(Bron: Bangkok Post, 21 augustus 2013)

Gedwarsboomd door de politie, onterecht beschuldigd? De Club for Justice helpt
Atchariya Rungrattanapong helpt anderen die vermalen worden door het rechtssysteem. Zelf heeft hij een nachtmerrie van twee jaar achter de rug. Zijn bouwbedrijf ging failliet, hij kwam nergens meer aan de bak en hij eindigde met een lege spaarrekening.

De nachtmerrie in een notendop: Na een conflict over een bouwwerk en een rechtzaak, die hij had gewonnen, bleek hij toch een strafblad te hebben, waardoor hij telkens bij sollicitaties werd afgewezen. Pas na 2 jaar lukte het hem zijn naam geschrapt te krijgen. Maar intussen had hij wel al zijn spaargeld opgesoupeerd, moest hij zijn auto verkopen, zijn huis en haalde hij zijn dochter van school. Hij moest van vrienden geld lenen en soms bij de buren om een gratis maaltijd bedelen.
‘Ik heb overwogen om mezelf en mijn gezin te doden, maar ik besefte dat ze niets verkeerds hadden gedaan. Zij konden niets doen aan de ellende.’
In een wanhoopspoging zijn zaak los te trekken ging hij naar het hoofdkantoor van de Royal Thai Police, maar de hoofdcommissaris weigerde hem te ontvangen. Dus ging hij met 2-jarig dochtertje op zijn schoot midden op straat zitten. Na drie uur maakten agenten een einde aan zijn protest. Daarna ging hij nog een keer terug met de media en supporters in zijn kielzog. Uiteindelijk kwam op 2 juli vorig jaar een einde aan zijn nachtmerrie.
Atchariya’s martelgang is niet tevergeefs geweest, want hij kan nu zijn ervaringen gebruiken om anderen te helpen. Mensen die gedwarsboomd worden door de politie of ten onrechte worden beschuldigd van vergrijpen. Atchariya richtte daartoe een jaar geleden de Club for Justice Under Investigation op. ‘Het draait allemaal om geld in onze maatschappij’, zegt hij. ‘If money talks, everything else can be silenced.’
Het artikel vervolgt met enkele casus. Eén beschreef ik al eerder in Nieuws uit Thailand van zondag 21 juli. Hier nog eenmaal de tekst:
– Het nieuwsaanbod vandaag in Bangkok Post is mager. Opvallend is het openingsartikel van de krant: een groot ‘Special report’ over de verdachte dood van een verpleegster. Volgens de politie heeft ze zichzelf in november opgehangen, maar de moeder vermoedt dat ze in koelen bloede is vermoord door haar toenmalige vriend, een collega op het werk met wie ze problemen had.
De moeder kreeg dat vermoeden toen ze voor het vereiste rituele bad de doeken weghaalde, waarin het lichaam was gewikkeld. Het lichaam van haar dochter zat vol met blauwe plekken, haar nek was gebroken en ze had een diepe snijwond op haar bovenlip. Dat had de politie haar niet verteld.
Sindsdien probeert de moeder haar recht te halen, een periode die de krant typeert als ‘acht frusterende maanden’. De politie van het bureau Bo Phut op Koh Samui, waar de dochter in het ziekenhuis werkte, weigerde foto’s vrij te geven en de Crime Suppression Division en de provinciale politie bevestigden de conclusie van de politie.
Maar de moeder gaf niet op en dankzij de Club for Justice wordt de zaak nu opnieuw onderzocht door een onderzoeksteam van de Provincial Police Region 8. Ook de agenten van Bo Phut worden aan de tand gevoeld. Wanneer blijkt dat ze nalatig zijn geweest, kunnen ze een disciplinaire straf verwachten. En het belangrijkste: wanneer moord wordt bewezen, draait de dader de gevangenis is. Moeder Nittaya Salae: ‘Dan kan mijn mijn dochter eindelijk in vrede rusten.’
(Bron artikel over Atchariya: Spectrum, Bangkok Post, 28 juli 2013)

Spirulina, een eetbare alg, is al eeuwen een belangrijke voedselbron. Op het dak van een hotel in Bangkok wordt de alg in tienvallen vaten gekweekt. De verse spirulina heeft zijn weg al naar de horeca gevonden. Bill Marinelli van de Oyster bar is er weg van.

Je kunt er van het dak eten

Op het dak van een hotel in Bangkok wordt in tientallen vaten spirulina gekweekt, een eetbare alg boordevol proteïne, waardoor het een goede vervanger kan zijn van vlees of vis. De algen worden gekweekt door EnerGaia, een bedrijf dat zegt als enige verse spirulina te leveren. Andere bedrijven verkopen alleen gedroogde en bewerkte soorten.
Het dak is een ideale lokatie voor de kwekerij: hoge temperatuur en altijd zonlicht.  Drie keer per week wordt geoogst, want de alg groeit snel en verdubbelt zich in 24 uur. Vergelijk dat eens met vlees. Het duurt zes maanden om een kilo vlees te produceren; de alg doet het in een week.
Nadat de alg is geoogst, wordt die gespoeld en gedroogd in een omgebouwde wasmachine. Daarna wordt ze in potten geduwd. Dat moet nog met de hand gebeuren omdat er geen machine is die overweg kan met de dikke gelei-achtige substantie. De alg blijft drie weken vers; een periode die het bedrijf wil uitbreiden zodat ze ook kan worden geëxporteerd.
Bil Marinelli, eigenaar van de Oyster Bar, gebruikt het spul. ‘Het is echt goed voor je’, zegt hij tussen twee happen groene pasta, gemaakt met de alg, door. ‘Wij voegen het aan gerechten toe om de voedingswaarde ervan te verhogen.’ Het enige nadeel is – nou ja: nadeel? – is de sterke kleur van de alg; elk gerecht waarin het verwerkt wordt, wordt groen. Maar ondanks dat en omdat de alg geen smaak heeft, is Bil er weg van.
Voedseldeskundigen noemen spirulina een supervoedsel en de populariteit ervan neemt wereldwijd toe. Rosa Rolle van de VN Voedsel- en Landbouworganisatie FAO zegt dat spirulina al eeuwen een belangrijke voedselbron is. In Mexico werd die al gegeten door de Inca’s. En in veel landen langs het Tsjaadmeer in West -Afrika is de alg een belangrijke proteïnebron.
Maar ze waarschuwt: mensen die lijden aan jicht, kunnen de alg maar beter mijden omdat die veel  urinezuur produceert. Voor gezonde mensen kan de alg daarentegen geen kwaad, beter gezegd: is ze heilzaam want ze bevat veel anti-oxidanten.
Spirulina wordt al tientallen jaren als voedselsupplement gebruikt en is populair bij bodybuilders. Maar of je er een goddelijk lichaam van krijgt, vermeldt het artikel niet.
(Bron: AFP/Bangkok Post, 29 augustus 2013)

  • Geen Trackbacks
  • Reacties (0)
  1. Nog geen reacties