Nog meer achtergrondartikelen

Bijna was een meer dan 100 jaar oude weeftechniek verdwenen. Vijf vrouwen uit Ban Puek gingen in de leer bij grootmoeder Nguan (93). Nu kunnen ze de katoendraden ook de unieke behandeling geven, vereist voor het weven van Ang Sila.

Dankzij grootmoeder Nguan (93) blijft Ang Sila bestaan
Men neme een kom en doet er katoendraden en gekookte rijst in, giet er water overheen en knede alles goed door elkaar. Men droge de draden een dag en verwijdert de klein stukjes rijst met een kam, gemaakt van de kokosnootschil. En zie hier: een duurzame katoendraad waarmee een stof geweven kan worden die Ang Sila heet.

Wat: nooit van gehoord? Dat is niet zo vreemd want tot zes maanden geleden was een 93-jarige vrouw in Ban Puek (Chon Buri) de enige die de meer dan 100-jaar oude techniek beheerste. Maar gelukkig heeft ze haar kennis kunnen overdragen aan enkele vrouwen uit haar dorp, zodat het procedé niet verloren gaat.
Grootmoeder Nguan Sermsri leerde de techniek als meisje van 12 jaar van haar moeder. Haar familie weefde Ang Sila wanneer het planten en oogsten van rijst voorbij was. De dorpelingen verbouwden zelf geen katoen, maar kochten het garen op een plaatselijke markt om het daarna te verven en ermee te weven. Populaire kleuren waren wit, licht en donker rood, diep paars zoals de bloemen van de aubergine, blauw, geel zoals betelnoten en geel zoals champak bloemen.
Een specifiek motief of patroon was er niet in het verleden. Later namen de dorpelingen bepaalde motieven over van outsiders en grootmoeder Nguan creëerde zelf ook enkele motieven. Eén motief ontleende ze aan een patroon op de broek van de koning die hij droeg tijdens een bezoek aan Chon Buri. Ze zegt ook het phikul worasa (bullet wood flowers) motief te kunnen weven, dat nog door koningin Savang Vadhana, de echtgenote van koning Chulalongkorm, die regelmatig in Si Ratcha verbleef, was onderwezen aan dorpelingen.
Malin Inthachote, leidster van de Ban Puek Women’s Group, waarvan vijf leden de techniek van grootmoeder Nguan hebben geleerd, zegt dat prinses Maha Chakri Sirindhorn dit speciale motief herkende toen ze een doek van Ang Sila kreeg tijdens een bezoek eerder dit jaar aan het Savang Vadhana Memorial ziekenhuis. De prinses moedigde de dorpelingen aan de weeftechniek nieuw leven in te blazen en te behouden.
Tijdens WOII stopte grootmoeder Nguan noodgedwongen met weven omdat er geen katoendraden waren, maar na de oorlog pikte ze draad weer op. Om een extra centje te verdienen, huurde ze enkele vrouwen in om Ang Sila te weven en de geweven stoffen op lokale markten te verkopen. De prijs steeg geleidelijk van 28 à 30 naar 130 baht per stuk van 3 meter. Toen ze 70 was, stopte ze ermee.
Grootmoeder Nguan heeft twee zonen en drie kleinkinderen, maar geen van hen heeft belangstelling voor weven. Dus de vijf vrouwen van de vrouwengroep kwamen als geroepen. Een van hen, inmiddels overleden,  onderwees een aantal lokale vrouwen en leerlingen de weeftechniek dus de kans is groot dat Ang Sila blijft bestaan.
‘Ik zou het erg vinden als er niet meer geweven wordt, omdat ik van weven houd’, zegt grootmoeder Nguan. ‘Vroeger weefden alle families in dit dorp textiel voor gebruik als pha khao ma (lendedoek), sarongs en shirts. ‘
Malin beaamt dat: elke vrouw in Ban Puek weefde vroeger. De meesten hadden geen weefgetouw en weefden tussen twee pilaren onder hun houten huizen. Later kwamen de eerste nog primitieve weefgetouwen. Inmiddels beschikt de vrouwengroep over zes weefgetouwen. De vijf vrouwen kregen er zes maanden les op van grootmoeder Nguan. Stoffen die door haar zijn geweven, dienden als voorbeeld.
Wanneer ze de techniek volledig onder de knie hebben, willen ze stoffen en kleding gaan verkopen. Als nu alle ambtenaren in Chon Buri één keer per week een Ang Sila shirt zouden dragen, zoals hun idee is, moet dat vast en zeker lukken.
(Bron: Bangkok Post, 16 juli 2013)

De Asean Economic Community, die op 31 december 2015 van kracht zou moeten worden, is verder weg dan ooit. Die droom botst op de harde werkelijkheid. De vraag is: hoe serieus zijn de tien deelnemende landen? Een analyse.

Tussen de droom en daad van de Asean Economic Community
De Asean Economic Community, die op 31 december 2015 van kracht zou moeten worden, is verder weg dan ooit. Die droom botst op de harde werkelijkheid. De vraag is: hoe serieus zijn de deelnemende landen om een gemeenschappelijk doel te bereiken, schrijft Nithi Kaveevivitchai in de Asia Focus bijlage van Bangkok Post.
Veel economen, academici en diplomaten twijfelen al jaren of zo’n diverse groep van tien landen bereid is een economische unie te vormen. Inderdaad divers, want het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking bedraagt in Singapore, een van de rijkste landen ter wereld, US$43.929 en in Myanmar, een van de armste landen, $715. De verhouding tussen het hoogste en laagste bbp is in Asean 1:61 tegen 1:8 in de Europese Unie.
Gebrek aan politieke wil in enkele lidstaten
De belangrijkste horden op weg naar de AEC zijn een discrepantie tussen politieke ambities, een gebrek aan mogelijkheden en vaak een gebrek aan politieke wil in enkele lidstaten, analyseert een recent rapport van het CIMB Asean Research Institute (CARI).
‘De politieke nadruk op intraregionale handel correspondeert niet met de economische realiteit’, zegt Jörn Dosch, de belangrijkste auteur van het CARI-rapport. Kijken we naar de huidige praktijk dan valt op dat sinds 2003 de intra-Asean handel nauwelijks gestegen is en sinds 1998 met slechts 4,4 procent. Ze blijft steken op circa 25 procent van het totaal aan het handelsvolume in Asean.
Veelzeggend is ook dat nauwelijks gebruik wordt gemaakt van bestaande vrijhandelsvoorzieningen in Asean en 46 procent van de door CARI ondervraagde bedrijven zegt geen plannen te hebben dit in de toekomst te gaan doen. Dat is zorgelijk want 99 procent van de goederenstroom tussen de zes grote economieën van Asean is tariefvrij. Concurrentie belemmert bovendien de vrijhandel. Veel landen in de regio produceren dezelfde producten, dus die zijn per definitie niet geïnteresseerd om de grenzen open te stellen.
De grote bedrijven lonken naar de VS, EU en China
Maar is er meer: zo’n 95 tot 98 procent van alle bedrijven in de Aseanmarkt zijn kleine en middelgrote bedrijven. De meeste hebben weinig belangstelling en mogelijkheden om hun vleugels buiten de grenzen uit te slaan. De grote bedrijven in de regio zijn daarentegen naar buiten gericht. Ze concentreren zich op en beconcurreren elkaar om toegang te krijgen tot de VS, EU en China.
Zijn er dan geen lichtpuntjes? Jawel, de afgelopen jaren zijn de intra-regionale investeringen toegenomen. Blijkbaar investeren de Aseanlanden graag in hun buurlanden.
Conclusie van Jörn Dosch: ‘Gegeven de stand van zaken op dit moment en de weerstanden die tussen ledenlanden op nationaal niveau bestaan, is het onwaarschijnlijk dat alle doelen bereikt kunnen worden. De AEC 2015 is een proces, geen eindpunt.’
(Bron: Asia Focus, Bangkok Post, 15 juli 2013)

Dit jaar is Bangkok World Book Capital. Boekenliefhebbers hekelen de aanpak van de gemeente. ‘Een filmster huren om een liedje te zingen is nutteloos.’

Bangkok World Book Capital: Leescampagne is een farce
Een farce. Zo noemt David Brown in een ingezonden brief in Bangkok Post de promotie van Bangkok als World Book Capital. Hij reageert op een artikel van een dag eerder, waarin de tweede gemeentesecretaris zegt dat de gemeente (BMA) het aantal boeken van vijf dat Bangkokians per jaar lezen, binnen een jaar op 15 tot 20 wil brengen. Brown noemt die opmerking ‘a pie in the sky’.

Boekenliefhebbers, aldus het desbetreffende artikel, zijn allerminst te spreken over de activiteiten die de BMA organiseert. Een verspilling van geld, want ze bevorderen niet een leescultuur. De Writer’s Association of Thailand heeft zich teruggetrokken uit het project omdat de BMA alleen maar onnodige evenementen organiseert.
‘Een filmster huren om een liedje te zingen is nutteloos’, zegt Charun Hormthienghong, president van de Publisher’s and Booksellers Association of Thailand. ‘Het geld kan beter worden gebruikt om een bibliotheek te bouwen of goede boeken te kopen en die op scholen te distribueren. De BMA zou een boekenbeurs moeten organiseren. Die heb ik nog nooit in het stadhuis gezien of in districtskantoren.’
Op 14 juli protesteerde een groep bibliofielen op de skywalk die het Bangkok Art and Culture Centre en het BTS-station National Stadium verbindt. Ze zaten rustig een boek te lezen als symbolisch protest tegen het Arn Kan Sanan Muang project (reading all through the city). ‘Te veel geld wordt gespendeerd aan wat niet meer dan een public relations stunt is’, zegt een van hen. ‘Verbeter de bestaande openbare bibliotheken van de BMA en maak die plaatsen aantrekkelijk voor de mensen. Maak boeken beschikbaar op openbare plaatsen, zoals bussen, treinen, buurten, scholen en werkplekken.’
De tweede gemeentesecretaris zegt dat er binnenkort boekenhoekjes komen in warenhuizen, buurten, scholen, wooncomplexen en condominiums. Eerder lagen boeken in bussen, maar die werden door de passagiers meegenomen. Gepland zijn verder de bouw van een gemeentebibliotheek en een cartoonmuseum.
(Bron: Bangkok Post, 20 en 21 juli 2013)

Overal in Bangkok en andere steden zwerven geestelijk gestoorde daklozen. De Mirror Foundation doet wat ze kan. De overheid laat het grotendeels afweten.

Son had geluk, maar de meeste daklozen worden aan hun lot overgelaten
Ze praten in zichzelf, soms lachen ze, soms lijken ze woedend. Ze slapen in bushaltes, op het trottoir, onder bruggen. Overal in Bangkok en andere steden zwerven geestelijk gestoorde daklozen. Ze zijn doorgaans vuil, leven van wat ze kunnen vinden en worden door de goegemeente gemeden als de pest.

Een enkeling heeft geluk; Son bijvoorbeeld. Hij zwierf in Rangsit en sliep in een tempel. Hulpverleners ontfermden zich over hem en brachten hem naar een psychiatrisch ziekenhuis. Langzaam kwam hij tot zijn zinnen. Hij wist zich niets meer te herinneren van zijn familie, maar zijn familie was hem niet vergeten. Nu is hij veilig en komt in zijn huis in Chaiyaphum op verhaal.
Volgens Sittipol Chuprajon van ‘Patients on Street’s, een onderdeel van de Mirror Foundation, zijn er veel vermiste personen onder de daklozen. Sommigen die als vermist zijn opgegeven, zijn gekidnapt, maar veel meer verdwijnen als gevolg van geestelijke problemen of druk en conflicten die ze niet kunnen hanteren. Bijna alle vermisten die bij de stichting zijn gemeld, hebben een geschiedenis van psychiatrische aandoeningen.
‘Sommigen van deze mensen worden door hun familie opgespoord, door regeringsdiensten of groepen zoals de onze, maar velen worden nooit gevonden en blijven over straat zwerven. Mensen met onbehandelde ernstige aandoeningen ontwikkelen vaak ernstiger aandoeningen omdat ze in een onhygiënische en stressvolle omgeving leven en slecht eten. Velen leven in vrees en sommigen worden fysiek misbruikt.’
Het aantal daklozen in Bangkok is onbekend; vermoedelijk zijn er twee in elke straat
Daklozen laten zich moeilijk benaderen. Vertrouwen komt niet vanzelf. De hulpverleners moeten de tijd nemen om hun vertrouwen te winnen en hen te begrijpen. Daarna kan medische verzorging en onderdak worden geboden. Indien mogelijk worden ze terug naar huis gestuurd.
Hoeveel daklozen er in Bangkok zijn, is lastig te schatten, omdat ze voortdurend van plaats wisselen. Een onderzoekje van de stichting op dertien drukke plaatsen in Bangkok kwam in 2009 op twintig personen die in meer of mindere mate geestelijk gestoord waren. De schatting is nu dat er twee in elke straat in Bangkok zijn.
Volgens Sittipol staat het buiten kijf dat de diensten die zich met daklozen moeten bezighouden, doorgaans ineffectief zijn. Als ze al iets doen, is dat alleen in een situatie waarin een dakloze overlast veroorzaakt. Ze worden meegenomen naar het ziekenhuis, krijgen medicatie om hen tot rust te brengen en snel weer ontslagen. Wat er verder met hen gebeurt, interesseert de ziekenhuizen niet.
Sittipol verwacht dat het probleem alleen maar zal toenemen tenzij er één overheidsdienst komt, die voor deze groep mensen verantwoordelijk is. Wanneer ze adequaat worden geholpen, herstellen ze vaak en zijn ze in weer in staat om zelfstandig het leven aan te kunnen. Zonder hulp verslechtert hun situatie en dat gaat ten koste van hen en de gemeenschap.
Voor arme families zijn geestelijk gestoorden vaak een te grote last
Bemoedigend is dat het publiek meer dan vroeger bereid is gevallen te rapporteren in de hoop dat ze geholpen worden. Maar als die meldingen geen goede follow-up krijgen, zijn ze nutteloos, zegt Sittipol. Veel politieagenten weten niet eens dat de wet hen verplicht geestelijke gestoorde daklozen te helpen.
De psychiatrische staatsziekenhuizen zitten barstensvol. Er zijn ook zogeheten ‘welfare houses’, maar die kampen weer met een gebrek aan personeel. In een tehuis in Thanyaburi zijn dertien personeelsleden verantwoordelijk voor meer dan vijfhonderd personen en ze hebben geen specifieke opleiding gevolgd om geestelijke gestoorden te verzorgen. En dan zijn er ook nog twee overheids ‘half-way houses’ tussen psychiatrisch ziekenhuis en een normaal leven. Er verblijven 570 vrouwen en 480 mannen.
En de familie? ‘Veel families, vooral arme families, willen ze niet terug omdat ze een te grote last zijn’, aldus Sittipol.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 21 juli 2013)

Reisagent David Kevan (Chic Locations) houdt niet van massatoerisme. Pattaya, Samui en Phuket hebben hun verzadigingspunt bereikt, vindt hij. Maar Thailand blijft een aantrekkelijke bestemming.

Reisagent David Kevan houdt niet van massatoerisme
‘Pattaya, Samui en Phuket hebben hun verzadigingspunt bereikt. Koh Samui is zonder dat er goed over is nagedacht, overontwikkeld; het heeft veel van zijn charme verloren. Hetzelfde geldt voor Phuket en persoonlijk heb ik Pattaya nooit iets gevonden, zelfs toen ik jonger was.’

Dit zegt David Kevan, partner van de in Engeland gevestigde touroperator Chic Locations.Kevan kreeg dit jaar de ‘Friends of Thailand’ onderscheiding van de Tourism Authority of Thailand voor zijn jarenlang promotie van Thailand in het
Verenigd Koninkrijk.
Kevan is dan ook niet de eerste de beste. Hij introduceerde het concept van boutique hotel lang voordat iemand ervan gehoord had. Veel van zijn concurrenten geven toe dat ze kopiëren wat hij doet, wat hij achteraf als een compliment beschouwt.
Van massatoerisme moet Kevan niets hebben. Vandaar de opmerking over verzadiging. Zijn advies: ‘Conserveer gebieden met een ongerepte schoonheid, zowel voor internationale toeristen, maar belangrijker voor je eigen toekomstige generatie.’
Verbetering behoeft ook de veiligheid van toeristen. De instelling van een speciale kamer voor toeristenzaken bij de rechtbank noemt hij een stap in de goede richting, maar meer is nodig. De toeristenpolitie dient zichtbaar aanwezig te zijn en er moet meer aandacht zijn voor de veiligheid van veerboten en motorfietsen.
Thailand heeft nog steeds een positief image in Engeland, zegt Kevan. Het land wordt beschouwd als een goedkope bestemming, wat feitelijk niet juist is. De prijzen zijn gestegen, meer als gevolg van de waardedaling van de sterling dan door prijsverhogingen in Thailand. Maar je krijgt er wel waar voor je geld.
Kevan komt sinds 1970 in Thailand.’I still get a great buzz visiting Bangkok, which I think is one of the most fantastic cities in the world. I also enjoy Chiang Mai, and despite some rapid developments, it still has a wonderful quality and charm.’
(Bron: Muse, Bangkok Post, 13 juli 2013)

Geen condoom? Dan geen seks.
Scène uit een tv-serie: Leeg klaslokaal, twee paar voeten, ineen gestrengeld. Geen gezichten, geen lichamen. De uniformschoenen zijn van een meisje en een jongen. Het meisje zegt: Heb je ze? Stilte. Daarna: Geef maar aan mij, ik doe hem wel om. Dan rent het meisje het lokaal uit. Ze houdt wel van een geintje, maar ze is niet dom. Geen condoom? Dan geen seks.

Seks in een klaslokaal is niet iets wat je verwacht te zien op de Thaise televisie. Klopt: daarop is de scène niet te zien. Ze komt voor in de 13-delige serie Hormones The Series, die sinds mei op zaterdag wordt uitgezonden op het kabelkanaal GMM One en op zondag op YouTube wordt geplaatst.
Geen gepreek, geen gemoraliseer, maar ongepolijst en heel herkenbaar voor tieners. De serie scoort dan ook als een gek. Sommige afleveringen op YouTube scoorden 6 miljoen views.
Hormonen volgt negen tieners in een school in Bangkok: een Casanova, een meisje dat gepest wordt, een wannabe rockster, een jongen die Haruki Murakami leest.
´Het gaat werkelijk over ons´, zegt de 16-jarige Vasupon Itthipornvanich, die een fan van de serie is. ‘Wij doen al die gekke dingen net als in de show.’
Tieners zijn gek op de serie omdat die zo realistisch is, maar ouders moeten soms wel een paar keer slikken als ze zien hoe schoolkinderen zich buitenshuis gedragen. ‘Ik keek naar een aflevering’, zegt een moeder, ‘en mijn dochter keek naar mij en zei “Ik wist dat dat je zo’n gezicht zou trekken”.  Als ik die kids zie, maak ik me zorgen.’
Bewonderd en verguisd
Regisseur Songyos Sukmakanan denkt dat de serie niet alleen aanslaat omdat die over de ervaringen van de (jonge) kijkers gaat, maar ook vanwege de kwaliteit en het feit dat die afwijkt van de gebruikelijke man-en-vrouw soaps op de (gratis) televisie. ‘Als je wil dat mensen op een betaald kanaal afstemmen, moet je iets bieden wat ze niet op de gratis tv vinden. Door het succes dat we tot nu toe hebben gehad, praten we nu over de mogelijkheid om de serie volgend seizoen voort zetten.’
De serie wordt zowel bewonderd als verguisd. Behalve de (bijna) sekscène hebben verschillende andere scènes tot felle debatten geleid. Zoals leerlingen die roken (omdat de serie via een betaalkanaal wordt uitzonden, hoeven die beelden niet te worden afgedekt), een bitchfight tussen meisjes die gefilmd wordt waarna de clip online wordt gezet, leerlingen die in een jongenstoilet proberen seks te hebben en een jonge noviet die in een tempel door leerlingen van een rivaliserende school in elkaar wordt geslagen.
In een andere scène raakt een alleenstaande moeder zwanger. Haar dochter vraagt recht voor zijn raap: Mam, waarom gebruik je geen bescherming?
Songyos zegt: ‘Ja, we zijn bang voor kritiek. Maar we willen nu eenmaal niet de typische tienerverhalen doen, die niets nieuws bieden. […] Verrassend genoeg is de feedback meer positief dan negatief. Mensen zijn toch blijkbaar open-minded over zaken, die gevoelig liggen.’
(Bron: Bangkok Post, 12 juli 2013)

Voorstanders van bouw van de Kaeng Sua Ten Dam zijn niet welkom in Sa-iab. Dat laten de bewoners bij de ingang van het dorp op een spandoek weten. De dam gaat ten koste van een uniek bos met teakbomen. Het nu door de regering voorgestelde alternatief van twee kleinere dammen stuit ook op verzet.

Dammen houden water tegen, maar geen overstromingen
Eerst was die nodig om elektriciteit op te wekken, daarna voor irrigatiedoeleinden en nu om overstromingen benedenstrooms te voorkomen. In 1973 verwelkomden de dorpelingen van Sa-iab (Phrae) de Kaeng Sua Ten dam in de Yom rivier als symbool van welvaart en ontwikkeling, maar ze weten al lang beter. Zeker nadat ze boeren hadden gesproken die moesten wijken voor de aanleg van andere dammen,zoals de Sirikit dam, Sirindhorn dam en Pak Moon dam. Die raakten hun land kwijt en werken sindsdien als losse arbeider of moeten land huren.

Wie nu het dorp binnenrijdt, wordt verwelkomd door een spandoek waarop ambtenaren en voorstanders van de dam, en ook het nieuwste alternatief twee kleinere dammen, worden gewaarschuwd dat ze weg moeten blijven.
In 1989 schrapte het toenmalige kabinet de plannen, maar de regering Yingluck heeft ze weer van stal gehaald. Zondag maakte vice-premier Plodprasop Suraswadi bekend dat het kabinet had besloten af te zien van de bouw van de Kaeng Sua Ten dam, maar ten noorden en ten zuiden daarvan twee dammen wil bouwen. Ze zouden minder schadelijk voor het milieu zijn, waaronder een uniek bos met teakbomen (waarvan de economische waarde is geschat op 4 miljard baht).
Maar voor de dorpelingen maakt het alternatief geen verschil. Weliswaar overstroomt 37.000 rai in plaats van 45.000 rai, maar het teakbos in het Mae Yom National Park en enkele dorpen komen nog steeds onder water te staan. En ook die twee dammen staan op een actieve breuklijn. Dat is allemaal nog daaraan toe, maar het belangrijkste punt is dat die dammen overstromingen benedenstrooms niet voorkomen.
‘Het wordt tijd dat de samenleving zich realiseert dat overstromingen niet plaatsvinden vanwege een gebrek aan dammen’, zegt Somming Muengrong, leider van de Sa-iab Community Conservation Group. ‘Steden overstromen vaker omdat gebieden die van oudsher water absorbeerden, zoals wetlands, en kanalen, waardoor water werd afgevoerd, niet meer functioneren omdat ze ontgonnen zijn.’
De dorpelingen en milieugroepen stellen daarom voor langs de 735 km lange rivier 77 kleine waterreservoirs aan te leggen. Dat is de goedkoopste en meest effectieve oplossing. Behoud van het teakbos past in dit plaatje, want bossen kunnen water absorberen, wanneer er te veel is, en water leveren wanneer er te weinig is.
Mocht de overheid toch haar damplannen door willen zetten, dan kiezen ze voor een dam meer stroomafwaarts, dichter bij grote steden. Maar dat is plan B.
(Bron: Bangkok Post, 24 juli 2013)

Schrijver, componist en dirigent Somtow Sucharitkul is weer terug in Thailand. In de jaren zeventig werd zijn fusion muziek niet gepruimd en vertrok hij naar de VS. Maar nu lopen de concertzalen vol.

Somtow Sucharitkul wordt eindelijk gewaardeerd. ‘Daarom ben ik nog steeds hier.’
Het Siam Sinfonietta jeugdorkest won in 2012 met de Eerste Symfonie van Mahler de eerste prijs op het Summa Cum Laude Festival in Wenen en onlangs sleepte het in Los Angeles een Gold Award in de wacht. Brompotten zeggen dat het orkest alleen gewaardeerd wordt vanwege zijn exotische Aziatische wortels.

‘In Oostenrijk wonnen ze de eerste prijs’, zegt dirigent Somtow Sucharitkul, ‘niet omdat ze een groep musicerende apen waren, maar omdat ze gewoon beter speelden dan de Oostenrijkers.’
Dat is te danken aan de ’Somtow methode’. Voorafgaand aan de uitvoering in Wenen nam Somtow het orkest mee naar de geboortestad van Mahler in Tsjechoslovakije, naar een nabijgelegen bos om ’naturlaut’ te ervaren en het orkest speelde in kleine Tsjechische kerkjes en herbergen ‘om de essentie van de muziek te absorberen’.
Na een lang verblijf in de VS is Somtow weer terug in Thailand en dat niet alleen: hij verruilde de schrijverspen ook voor het dirigeerstokje. Eind jaren zeventig keerde Somtow, na zijn opleiding in Eaton en Cambridge, Thailand de rug toe omdat hij met zijn fusion van Thaise en Europese melodieën de handen niet op elkaar kreeg.
In de VS schreef hij dertig romans, waaronder het onofficieel verboden Ripper of Siam en het semi-autobiografische Jasmine Nights. Hij won er diverse prijzen mee. Maar Thailand bleef lonken. In 2011 keerde hij terug. ‘Ik had plotseling een visioen dat ik het klooster in moest.’ De aanval op de Twin Towers inspireerde hem tot een requiem dat werd uitgevoerd door het Mahidol University Orchstra. Een baan aan Mahidol zat er niet in (jalousie de metier, zegt Somtow), maar hij bleef in Thailand en vormde de Bangkok Opera, het Siam Philarmonic Orchstra en in 2009 het Siam Sinfonietta jeugdorkest.
En in tegenstelling tot ruim dertig jaar geleden lopen de zalen nu wel vol. Bijvoorbeeld bij een recente uitvoering van The Silent Prince. ‘De zaal was gevuld met mensen die nooit eerder zo’n uitvoering hadden meegemaakt. Ze werden er werkelijk emotioneel door geraakt. Ik word nu echt gewaardeerd. Daarom ben ik nog steeds hier.’
Zijn musici lopen met hem weg. Nath Khamnark, tweede trombonist in het Sinfonietta: ‘Hij is mijn idool. Onder zijn dirigeerstokje voel ik dat alles fris en levendig is. We maken als het ware samen een schilderij.’
Het schrijverschap heeft Somtow niet geheel opgegeven. Momenteel werkt hij aan de triologie The Dragon’s Stones, waarin een Hindoegod in een katholiek weeshuis in de achterbuurten van Khlong Toey wordt geboren. ‘Het meest bevredigende in de wereld is toch om in een kamer te zitten en iets te creëren.’
(Bron: Brunch, Bangkok Post, 21 juli 2013)

Foto: Op 24 juli dirigeert Somtow Mahler’s Symfonie no 8 (Symphony of a Thousand).

De thang chao of rupszwam is een van de meest gewilde medicinale zwammen. De zwam is een hype, sinds bekend is dat de staatssecretaris van Defensie hem gebruikt. Maar opgelet: de zwam is duur en zeldzaam en er is veel namaak in de handel.

Thang chao: Medicijn en afrodisiacum
Staatssecretaris Yuthasak Sasiprasa (Defensie) blijft in conditie dankzij thang chao. Dat weten we omdat hij dat vertelde op een uitgelekte YouTube audioclip. De thang chao oftewel rupszwam is een afrodisiacum, maar of de bewindsman de zwam om die reden gebruikt, weten we niet, want de sporenplant heeft ook nog andere medicinale eigenschappen.

En we weten ook niet of hij de wilde zwam consumeert, een nepzwam of de kunstmatig gekweekte gouden rupszwam. Het verschil: de echte thang chao kost 2 miljoen baht per kilo en de kunstmatig gekweekte een paar duizend duizend baht. Bovendien is de wilde zwam uiterst zeldzaam. De nepzwammen komen voornamelijk uit Guangzhou; die heeft een lichtere kleur en als je hem breekt, zie je geen sporen, maar een mengsel van meelpasta en gelatine.
De rupszwam, de echte dus, is een parasitaire zwam die ontkiemt in de larve van de highland ghost moth. ’s Winters wanneer de rups onder de grond overwintert, gedraagt de zwam zich als parasiet en doodt en mummificeert de larf, voordat hij als een stengel-achtige paddestoel uit de kop van de rups opschiet. Zomers komt de donkerbruine stengel tussen het alpine gras tevoorschijn.
In Bhutan en Tibet werd de zwam van oudsher gevoerd aan de yaks en ezels, die daardoor langer hun werk konden doen. De zwam helpt namelijk om de opname van zuurstof te vergroten. In 1993 werd de zwam bekend, doordat drie Chinese vrouwen tijdens de Olympische Spelen in Beijing vijf wereldrecords hardlopen braken. Ze testten negatief op het gebruik van anabole steroïden. Die hadden ze dan ook niet gebruikt, wel de rupszwam. Dat had de coach hen geadviseerd.
Sindsdien is thang chao een van de meest gewilde medicinale zwammen, vooral in China, Thailand, Vietnam, Korea en Japan, zegt dr. Anon Auetragul, een voormalige VN-expert die in de jaren tachtig in Bhutan werkte. De run op thang chao legde de dorpelingen in Bhutan geen windeieren. Sommigen hielden er een Mercedes aan over. Tegenwoordig verkopen ook duizenden dorpelingen in Tibet en Xining de zwam. Anon zelf kweekt de gouden variant in zijn Thai Biotec Centre en exporteert maandelijks duizend kilo.
Volgens Anon heeft de rupszwam bewezen medicinale eigenschappen. De zwam bevat betaglucan die het immuunsysteem kan activeren en een normaal cholesterolgehalte bevordert. Hij zou heilzaam zijn voor patiënten met diabetes, nierstoornis, kanker, griep, SLE, reumatische artritis en multiple sclerose. Een aantal jaar geleden gaven Thaise artsen hoog op van de voordelen bij nierstoornissen in een kritiek stadium.
Sinds de audioclip wordt Anon overstelpt met telefoontjes van mensen die vragen naar thang chao. Hij waarschuwt hen voor de neppers die op de markt zijn. Het moeten er veel zijn, want de vraag overtreft verre het aanbod. ‘Tibet en Bhutan zijn heel kleine landen en de rupszwam wordt alleen in sommige afgelegen delen van de Himalaya en het Tibetaanse plateau gevonden. Ik schat dat er minder dan 4 miljoen zijn.’
(Bron: Bangkok Post, 19 juli 2013)

Illegaal aangelegde vakantieparken worden niet meer gesloopt in nationaal park Thap Lan. Maar de huidige staf zit niet stil. Tien in 2011 kaalgeslagen vakantieparken zijn herbebost. Een klein, hoopvol teken in een taaie strijd.

De taaie strijd tegen illegale vakantieparken in beschermde bossen
Een foto zegt meer dan duizend woorden, is een bekende uitdrukking. De foto bij dit artikel vat het probleem in een notendop samen. De borden wijzen naar vakantieparken in nationaal park Thap Lan. De meeste illegaal aangelegd en met de sloop ervan wordt geen haast meer gemaakt, sinds in september het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation (zeg maar Staatsbosbeheer) een nieuw hoofd kreeg.

Het vorige hoofd Damrong Pidech was streng. In 2011 lukte het hem na een vaak taaie juridische strijd een aantal met de grond gelijk te maken. Gemakkelijk was dat niet, want de eigenaren zijn vaak rijke en invloedrijke personen en de autoriteiten staan niet te trappelen om met hen ruzie te krijgen. Bovendien beschikken ze over voldoende middelen om juridische procedures te voeren.
Het nieuwe hoofd Manopat Huamuangkaew, benoemd door de regering Yingluck, staat een soepeler benadering voor en je kunt je afvragen – maar dat zeggen we niet hardop – wie hem dat ingefluisterd hebben.
Toch is Taywin Meesap, hoofd van Thap Lan, niet ontmoedigd. In het park zijn tien gesloopte parken inmiddels herbeplant. Het gras staat er hoog en de jonge boompjes zijn ‘een bewijs dat we onze plicht doen om het bos terug te geven aan het land’, zegt hij. ‘En dat niet alleen, we waarschuwen ook iedereen die overweegt om beschermd bosland te kopen, dat ze een verkeerde keus maken.’
Taywin kwam begin 2011 in functie. Op zijn bureau lag een aanwijzing van december 2010 dat alle regionale parken van bosbeheer artikel 22 van de National Park Act van 1961 strikt dienden te volgen. Dat artikel machtigt de autoriteiten harde actie tegen illegale bebouwing te ondernemen.
Taywin en zijn assistent togen aan het werk in ’s lands tweede grootste nationaal park (1,4 miljoen rai). Ze stuitten op 429 gevallen van mogelijk verdachte bebouwing. Van 50 had de rechtbank al vastgesteld dat ze illegaal waren. De eigenaren kregen drie maanden de tijd hun eigendom af te breken. Om een lang verhaal kort te maken: 27 eigendommen gingen tegen de grond en 23 eigenaren bleven de jurische weg bewandelen.
Bij zijn aantreden beloofde Manopat dat nieuwe kraakacties (laten we ze zo maar noemen) niet getolereerd zouden worden, maar de sloophamer van zijn voorganger hanteerde hij niet meer. Noodgedwongen concentreren Taywin en zijn mannen zich nu op herbebossing en het opruimen van wat er nog over is van de gesloopte vakantieparken. Maar een verzoek om een budget voor het werk, bleef tot op heden onbeantwoord.
In het verleden namen landloze boeren bezit van de grond; ze plantten er doorgaans cassave op. De huidige krakers zijn rijke investeerders en omdat ze hun gang lijken te kunnen gaan, trekken keuterboertjes nog steeds diep het bos in, hakken bomen om en planten er gewassen. ‘Het is een vicieuze cirkel’, zegt Taywin. ‘De enige manier om daar een eind aan te maken is de publieke perceptie van conservering te veranderen. En als we rijke mensen bang kunnen maken om beschermd land te kopen, zal de ontbossing verminderen. Het gaat niet alleen om Thap Lan, het gaat om het conserveren van de bossen in het hele land.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 14 juli 2013)

Nieuws uit Thailand meldde op 17 juli:
– Sinds het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation een nieuw hoofd kreeg, zijn illegaal aangelegde vakantieparken en gebouwde vakantiehuizen in nationale parken niet meer gesloopt, zoals onder zijn voorganger, maar de nieuwe minister van Natural Resources and Environment wil er nu toch korte metten mee maken.
Vichet Kasemthongsri zegt dat vanaf volgende maand de sloophamer gaat zwaaien. Daartoe heeft hij een commissie van twaalf leden opgetuigd, die haast moet maken met de sloop, mits jurisch in de haak. De minister zegt over een lijst van parken te beschikken, waarover de juridische procedure is afgerond. In nationaal park Thap Lan (Prachin Buri) gaat het om 27 illegale vakantieparken en in Khao Laem Ya-Mu Koh Samet om drie.

Vinai Dithajoh (48) werkte zich op van busconducteur tot toonaangevend fotojournalist. ‘Fotografie is meer dan een middel  van bestaan voor mij, het is een deel van mijn leven waar ik nooit zonder zou kunnen.’

Fotojournalist Vinai Dithajoh gaat nooit zonder camera op stap
Zijn eerste camera was een Pentax K1000. Hij had er vijf maanden voor moeten sparen. Een maand later had hij genoeg geld gespaard om een rolletje te kopen en nog een maand later om het te laten ontwikkelen en afdrukken.Tweeëntwintig jaar later fotografeert hij voor zijn werk met een Canon 5D Mark II en altijd heeft hij zijn digitale Fuji X-100 bij zich voor wanneer hij onderweg iets interessants ziet.

Vinai Dithajoh (48) werkte zich op van busconducteur tot toonaangevend fotojournalist. Negen jaar fotografeerde hij regelmatig in het Zuiden. Het mei-nummer van de Thaise National Geographic drukte een retrospectief van dat werk af. De coverfoto toont een moslimmeisje in gymnastiekkleding. Ze draagt een hijab en houdt een pagina met foto’s van beroemde Thaise acteurs in haar handen. Achter haar staat een soldaat op wacht.
Vinai: ‘Da’s een foto van een triest kijkend, onschuldig meisje en een strenge soldaat met een geweer. Het uniform met korte mouwen dat ze volgens voorschrift moet dragen, en de foto’s in haar handen zijn tegen islamitische regels. Het is een culturele botsing achter de bommen.’
Vinai heeft een lange weg afgelegd om zover te komen. Hij werkte als busconducteur en schoonmaker in een farmaceutische fabriek, diende als soldaat, volgde een fotocursus van de Sukothai Thammathisat universiteit, werd fotograaf van het toenmalige Sunday Magazine van Bangkok Post en leverde als freelancer foto’s aan Elle, Cleo, Signature, South China Morning Post, The Australian, Greenpeace en aan de persbureaus AP en OnAsia.
De toenmalige hoofdredacteur van het Sunday Magazine, Prapai Kraisornkovit, noemt zijn foto’s van destijds ‘scherp en artistiek’. Meestentijds scoorde hij er de cover mee. Inventief was hij zeker. Toen het blad een foto van Mars nodig had voor de cover, gebruikte hij de achterkant van een wok. ‘Fantastische foto. Zag er echt uit als het oppervlakte van Mars en ja, het was een van de meest fascinerende covers van het blad’, herinnert Prapai zich.
Na zeven jaar als freelancer te hebben gewerkt, kreeg Vinai de kans om het Thaise kantoor van epa (European Pressphoto Agency) op poten te zetten. Maar de vaste kantoortijden begonnen na een tijd te knellen, dus dook hij het ongewisse freeelance bestaan weer in.
Tussendoor werd hij ook nog betrapt op drugsgebruik – een foutje toen hij werkte aan een verhaal over drugsgebruik in Bangkok – en hij werd tijdens de roodhemdongeregeldheden in 2010 bij de Makkhawan brug in zijn been geschoten. De afgelopen jaren gaf hij workshops voor jonge fotografen en hij bleef zichzelf verder ontwikkelen als fotojournalist, want de concurrentie is moordend.
‘Je kunt nooit stoppen. Fotografie is meer dan een middel  van bestaan voor mij, het is een deel van mijn leven waar ik nooit zonder zou kunnen. Het freelance bestaan heeft voor- en nadelen. Ik bezit het copyright en kies wat ik wil doen. Aan de ene kant zijn de inkomsten onzeker, maar aan de andere kant stelt de vrijheid mij in staat artistiek en creatief te zijn. Het laatste is erg belangrijk voor me.’
(Bron: Brunch, Bangkok Post, 14 juli 2013)

Het museum staat bekend als paraffinedruklamp museum. Die bijnaam ligt ook wel voor de hand, want er hangen 13.001 van die lampen aan het plafond.  Net als veel (streek)musea in Nederland begon het Yusuksuwan museum in Prachin Buri met een particuliere verzameling.

Verzamelen gaat vanzelf
Zoals veel (streek)musea in Nederland is het Yusuksuwan museum ook begonnen met een particuliere verzameling. Veertig jaar geleden begon Narong Yusuksuwan, een oud-ijzerhandelaar, oude voorwerpen te verzamelen en sinds 2007 toont hij die in zijn museum in Muang (Prachin Buri).
Het eerste verzamelstuk was een Duitse Petromax 900 Little Baby, een kerosinelantaren gemaakt in 1950. Op eBay wordt die aangeboden voor 27.000 baht. En een Japanse bezoeker bood in het openingsjaar zelfs 1 miljoen baht voor een 100 jaar oude paraffinedruklamp (zie inzet foto). Het aanbod werd vriendelijk afgewezen, want zijn vader, vertelt zoon Kittipong, redeneerde dat dit wellicht het enige exemplaar in zijn soort was, dus wanneer hij het verkocht zou niemand het nog kunnen zien. De lamp doet het nog steeds.
De verzamelwoede van vader Narong begon, toen hij ontdekte dat er een grote vraag was naar oude paraffinelampen. Hij verkocht ze destijds, net als het oud ijzer, voor een paar baht per kilo. Liefhebbers boden hogere prijzen voor lampen die zich in goede staat bevonden; soms wel 50 tot 100 baht. Op een gegeven moment drong het tot Narong door dat er geen antieke lampen meer zouden zijn, wanneer hij zo doorging. Dus stopte hij met de verkoop en ging ze verzamelen.
Nu hangen er 13.001 tegen het plafond. De meeste komen uit Duitsland en Engeland. Met zoveel lampen wekt het dan ook geen verwondering dat het museum bekend staat als paraffinedruklamp museum. Maar er is uiteraard meer: oude typemachines, fietsen, weegschalen, tinnen speelgoed, keukengerei, servies, houtskool strijkijzers, oude Thaise kranten die 1 baht kostten en een paraffine koelkast. Ze zijn te zien in nagebouwde winkels, vitrines en vitrinekasten.
Verder zijn er fotogenieke punten, versierd met bloemen, en borden waar bezoekers voor kunnen staan om zich te laten vereeuwigen, waarna de foto verspreid kan worden via de social media. Een ideetje van Yusuksuwan junior, die vooral jonge bezoekers naar het museum wil lokken.
Yusuksuwan Museum, Prachintakham Road, 5 km ten oosten van Muang Prachin Buri. Geopend: 9-17 uur. Toegang volwassenen 150 baht, kinderen 100 baht. Tel. 037-217-551/2 of 081-295-8218. www.yusuksuwanmuseum.com.
(Bron: Bangkok Post¸25 juli 2013)

  • Geen Trackbacks
  • Reacties (0)
  1. Nog geen reacties