Achtergrondartikelen

De prachtige muurschilderingen van Suphan Buri
De provincie Suphan Buri telt 31 tempels met prachtige muurschilderingen uit de tijd van koning Rama V en later. Beelden uit het leven van Boeddha, alledaagse taferelen en mythische dieren. Een lust voor het oog.

Mae Kampong: een lustoord voor eco-toeristen
In Mae Kampong zijn geen jetski’s te huur, maar je kunt er wel biken. Er zijn geen hotelkamers met flatscreen en Wifi, maar de toeristen logeren er bij bewoners. Het ecotoerisme heeft de bewoners een nieuwe bron van inkomsten opgeleverd én onderscheidingen.

Kledingverhuur is een booming business
Het is een nieuwe trend: uitgaanskleding huren. Want wie wil nou op een party of bruiloft gezien worden in eerder gedragen kleding? Kledingverhuurwinkels spelen op die trend in. Ook kleding van celebrity’s is te huur. Kost 3.000 baht, maar dan heb je ook wat.

Een curieus geval van een boosaardige poltergeist in Phuket
Maandag 1 juli na de ochtendbijeenkomst van de Way Suwan Khiri Wong school in Phuket: een stel leerlingen valt flauw, gilt, geeft over en begint te stuiptrekken. De 12-jarige Nonny uit Mathayom 1 vertelt wat er tijdens een werkweek een week eerder in Phangnga gebeurde.

Luang Pu reist met een privéjet en rijdt in een Rolls-Royce Phantom
De bewijzen van het witwassen van geld, fraude en seksueel wangedrag tegen ‘jet-set’monnik Luang Pu Nen Khwam stapelen zich op. Of de monnik ooit terugkeert uit Frankrijk, waar hij momenteel verblijft, is nog maar de vraag. Zijn volgelingen – goedgelovig als ze zijn – blijven hem verdedigen. 

Raknam; ‘Met dit programma voel ik dat mijn leven terug is’
Ban Limthong in Buri Ram was jarenlang het grootste deel van het jaar een dorre streek. Dankzij het watermanagementproject Raknam (Love Water) hebben de boeren nu het hele jaar genoeg water. Dus hoeft boer Pairat Sangrum na het oogsten van de rijst niet meer naar de grote stad om een baantje te zoeken. Hij kan nu thuisblijven.

Ze werken in de huishouding, in de horeca of ze bedelen
Elke maand steken twintig kinderen uit Myanmar de grens over op zoek naar werk. Ze komen terecht in theehuizen, restaurants, massagesalons, karaoke bars en bordelen; zowel in de grote stad als op het platteland. Doorgaans onderbetaald worden velen ook nog eens mishandeld.

‘Kun je voorstellen wat voor leven we hebben?’
Boeren voelen zich in de steek gelaten door de regering, die ze 2 jaar geleden in het zadel geholpen hebben. De garantieprijs voor rijst gaat met 3.000 baht omlaag. Maar met de prijs van 15.000 baht konden ze al amper de touwtjes aan elkaar vastknopen.

Mahout Pairote is trots dat hij voor Khun Phra mag zorgen
In het verleden trokken Thaise koningen op een witte olifant ten strijde, maar die tijd is al lang voorbij. Ze worden ook niet meer bij het Chitralada paleis gehouden. Maar nog altijd brengen ze, zo wil het geloof, de koning en het land voorspoed.

Illustrator Tatchamapan (32) kreeg het niet cadeau
Op het dieptepunt van haar verblijf in Engeland moest ze haar mobieltje verkopen om in leven te blijven, maar inmiddels heeft de Thaise illustrator Tatchamapan Chanchamrassaeng (32) een indrukwekkende portfolio opgebouwd met beroemde namen als Marc Jacobs, Nike en MTV. Het geheim? Doorzetten en leren van je fouten. 

‘Moet ik doodgaan voordat ik aangifte kan doen?’
Met het begin van het nieuwe schooljaar zijn de gevechten tussen studenten van rivaliserende beroepsopleidingen weer begonnen. Drie studenten van twee opleidingen in Samut Prakan vertellen hoe ze die proberen te vermijden.

De blender is taboe in de keuken van Bo.Ian
Voor Duangporn Songvisava (33), vorige maand uitgeroepen tot Veuve Clicquot Asia’s Best Female Chef, is niet alleen de smaak van de gerechten van belang, maar ook de gezondheid van de klanten en boeren. Daarom komen er in restaurant Bo.Ian alleen organische producten op tafel.

‘Waarom is deze gozer zo recht voor zijn raap?’
Tv-interviewer Woody is een buitenbeentje. Hij stelt harde vragen en dat zijn Thais niet gewend. Maar toch lopen ze met hem weg. Zijn interviewprogrammma Woody Talk scoort hoge kijkcijfers.

Hoe een reclameman gegrepen werd door hoonkrabok
Nivet Waevsamana had ooit baht-tekens in zijn ogen. Maar sinds 1997 heeft hij zijn leven gewijd aan het in stand houden van het traditionele poppenspel met hoonkrabok (bamboepoppen). Hij heeft een museum, geeft voorstellingen en draagt zijn kennis in workshops en cursussen over.

‘Het was een fantastisch verjaardagsgeschenk’
Witapan Pawitayalarp is een van de weinige endurance paardrijdsters in Thailand. Met haar paard Mulawa Angelus heeft ze al heel wat prijzen gewonnen. ‘Je kunt niet even op een paard springen en verwachten dat het doet wat je wilt.’

Rijst kan zwart, bruin, bruinpaars, rozerood, goudgeel, groen en zelfs blauw zijn
Vormen nieuwe rijstsoorten een bedreiging voor de Thaise witte en jasmijnrijst?, vraagt Bangkok Post zich af. De meeste Thais houden het echter bij gewone rijst; een feest voor smaakpapillen en maag.

Modestudenten trekken het land in voor hun afstudeeropdracht
36 modestudenten van de Srinakharinwirot universiteit trokken voor hun afstudeeropdracht het land in om een traditioneel ambacht in hun creaties te verwerken. De kennismaking bleek een eye-opener. Onlangs presenteerden ze hun creaties op een modeshow in Siam Center.

Somchit zit niet bij de pakken neer
Wat doe je, als je eerst je ene en daarna je andere been verliest? Ga je in een hoekje zitten kniezen? Somchit Duangtakham (59) ging tuinieren en hij spreekt lotgenoten moed in.

Een ziekenhuis, bijgenaamd ‘Het abattoir’
De bewoners van Klong Toey, een van de achterbuurten van Bangkok, klagen over de slechte behandeling die ze in een ziekenhuis in hun wijk krijgen. Maar niemand durft een klacht in te dienen.

Yollada, een vrouw in een mannenlichaam, heeft het druk
Yollada Suanyot (30) vecht voor gelijkberechtiging van transgenders. Ze richtte de Transfemale Association of Thailand op, is lid van Provinciale Staten van Nan en studeert aan de Ramkhamhaeng universiteit. Een druk baasje dus. Pardon: bazinnetje.

Modejournaliste Sulada houdt niet van fussy
Het kan raar lopen in het leven. Als jong meisje vond Sula Limpichart de modewereld pretentieus, maar sinds een jaar is ze modejournaliste bij Skyloto.com. Hoe is dat mogelijk?

2000x Meneer de Uil in Thailand
Wat ontbreekt in dit rijtje: Kindermuseum, Lotusmuseum, Rijwielmuseum, Miniatuurmuseum, Museum of the Human Body, Bloemsierkunstmuseum, Poppenmuseum? Antwoord: het Owl Art Museum in Nakhon Pathom, want daar heb ik nog niet over geschreven en dat gaan we nu doen.
‘Het begon met verhaaltjes die ik mijn dochter vertelde voor het slapen gaan. Maar op een gegeven moment raakte ik door de sprookjes heen. Toen heb ik zelf een figuur bedacht. Uilen staan voor mysterie en wijsheid, dus bedacht ik nieuwe verhaaltjes met de uil als hoofdrolspeler’, vertelt Preecha Punklum.
En van het één kwam het ander; de verhaaltjes leidden tot het verzamelen van uilen. En nu is Preecha eigenaar van 2000 uilen in tal van verschillende vormen: speelgoed, maskers, vliegers, ornamenten, handwerk, beeldjes, schilderijen en nog veel meer. Vorig jaar huurde hij een ruimte in Nakhon Chaisi en bracht zijn collectie er onder.
Met het museum wil Preecha, docent aan de faculteit DecorativeArts van de Silpakorn universiteit, vooral aandacht vragen voor design en minder voor de verzameling. Bezoekers krijgen inzicht hoe een idee op creatieve wijze kan worden ontwikkeld tot een veelheid van kunstvormen en designs.
Daarnaast informeert het museum bezoekers over de uil en de eigenschappen die aan het dier worden toegeschreven. Zo wil het Thaise bijgeloof dat een uil ongeluk brengt wanneer die over het dak van je huis vliegt. Voor Indiërs staat de uil voor gunst en geluk en in Myanmar voor fortuin. Daarom hebben winkeliers een gouden uil in hun winkel, zodat de zaken goed gaan.
En in Nederland kennen we Meneer de Uil uit de Fabeltjeskrant, een ietwat vergeetachtige uil die met de gevleugde uitspraak ‘Oogjes dicht en snaveltjes toe’ kinderen liet weten dat het tijd werd om naar bed te gaan. Dus zo gek was het idee van Preecha niet eens.
Het Owl Art Museum is van dinsdag tot vrijdag geopend van 10 tot 18 uur en in het weekend van 10 tot 19 uur. Toegang 40 baht voor volwassenen en 20 baht voor kinderen. Dagelijks kunnen kinderen er een kunstklas volgen. Tel. 034-339-721.
(Bron: Bangkok Post, 28 maart 2013)

Een achterbuurtjongen schopt het tot fabrieksdirecteur
Het verhaal lijkt een beetje op het cliché ‘Van krantenjongen tot miljonair’, maar het klopt wel. Kritsada Jangchaimonta (66) groeide op in een achterbuurt in Bangkok en leefde met zeven anderen in een kamer van drie bij vier meter. Nu is hij directeur van NatureGift, een bedrijf dat met 70 werknemers voedingssupplementen produceert, zoals collageen capsules, cocoa en ginger drankjes en – wat goed is voor 80 procent van de omzet – dieetkoffie.
Het verhaal in een notendop: Kritsada haalde een engineering graad aan de Chulalongkorn universiteit, werkte bij de Metropolitan Electricity Authority en een particulier bedrijf, en zette in 1976 zijn eigen bedrijf op. Hij begon elektrische apparaten te verkopen en daarna tal van andere producten, zoals garnalenvoer en hydrocultuur groenten.
In 2002 lanceerde zijn bedrijf voedingssupplement capsules. Het was geen onmiddellijk succes dus probeerde hij andere producten als koffie, zeep en tandpasta. Krisada had toen een schuld van 20 miljoen baht. Het gouden idee was de combinatie van de bekende 3-in-1 oploskoffie, het gegeven dat veel mensen koffie dronken en de grote belangstelling voor het verliezen van een paar overtollige kilootjes.
200.000 pakjes dieetkoffie per uur
Eind 2003 kwam het bedrijf met een eigen recept en nu is de dieetkoffie op tal van plaatsen te koop: voor 11 baht per pakje bij 7-Eleven en 7 baht bij Tesco Lotus. Ze komen uit een fabriek in Nakhon Pathom, die een capaciteit van 200.000 pakjes per uur heeft. Vijf procent van de omzet gaat naar Australië, het Midden Oosten, Afrika, Europa en de VS. Op het verlanglijstje staan Laos en Myanmar, want ook daar steekt obesitas de kop op.
Kritsada heeft zo zijn eigen ideeën hoe overgewicht te lijf te gaan. ‘Het verliezen van gewicht is moeilijk. Als mensen obese worden, is hun eerste impuls minder eten, wat erg pijnlijk is want dat lukt niet. De frustratie drijft hen naar klinieken. Daar krijgen ze pillen om gewicht te verliezen, maar die veroorzaken een tekort aan energie. De beste manier om gewicht te verliezen, is om driemaal per dag na de maaltijd NatureGift producten te consumeren in combinatie met oefeningen.’
Elk jaar organiseert het bedrijf een wedstrijd, waarbij degene die het meeste gewicht heeft verloren, 100.000 baht mee naar huis mag nemen. De eerste drie jaar waren alle deelnemers vrouwen, maar inmiddels treden ook mannen in het strijdperk.
(Bron: Bangkok Post, 26 maart 2013)

‘Ik zei tegen mezelf: als het niet lukt, dan lukt het maar niet’
Je moet maar durven. Je bankrekening leeghalen en in het diepe duiken van een ambacht, waarvoor je niet eens bent opgeleid. Suphakanya Tripwatana (31) deed het en slaagde.

‘Ik had niet eens een back-up plan gemaakt. Ik dacht gewoon: als ik het nu niet doe, wanneer heb ik dan iets van mezelf? Ik wist dat ik het moest doen. Ik zei tegen mezelf: als het niet lukt, dan lukt het maar niet en moet ik opnieuw beginnen mijn spaargeld op te bouwen.’
Maar het lukte, want de schoenen – daar hebben we het over – die Suphakanya ontwerpt, zijn onder de merknaam Croon te koop bij Brown (Londen), Little Black Dress (Hong Kong) en Modern Naked (Spanje). Voorlopig nog drie modellen in Oxford en flat style, gemaakt van een goede kwaliteit leer met glitter, onberispelijk ontworpen en geproduceerd.
Waarom schoenen, terwijl ze grafisch design aan de Silpakorn universiteit had gestudeerd en al acht jaar als ontwerper bij het uiterst feminiene modemerk Kloset werkt (onlangs nog te zien op de Elle Fashion Week)?
Suphakanya: ‘Ik houd van schoenen en het lukte me nooit om iets te vinden dat goed bij me paste. Soms zijn schoenen die er leuk uitzien, te dressy en niet comfortabel. Ik wilde iets dat ik bij een heleboel verschillende gelegenheden kon dragen, maar dat toch fancy genoeg was zonder dat je altijd op hoge hakken moet lopen.’
‘Als een schoen niet goed genoeg is, verkoop ik hem niet’
Suphakanya, die pas vorig jaar begon, had het geluk dat haar schoenen in de smaak vielen bij social influencers en trendsetters. Die maakten Croon bekend via de social media, waardoor het prille merk de exposure kreeg die het nodig had.
‘Ik heb niets tegen steun van celebrities. Da’s gewoon een andere manier om je product in de markt te zetten. Maar je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat je producten een hoge kwaliteit hebben. Je moet er zeker van zijn dat je ze kunt verkopen vanwege de kwaliteit en het ontwerp en niet omdat een een of andere beroemdheid ze draagt, waardoor iedereen ze nou wil. Daar moet je een balans in vinden.’
Voor Suphakanya en haar vriend tevens zakenpartner komt kwaliteit op de eerste plaats. ‘Ik controleer persoonlijk elk paar. Als iets niet goed genoeg is, verkoop ik het niet. Mijn vriend en ik doen alles zelf. ’t Is veel werk omdat we willen dat onze schoenen tegemoet komen aan de wensen van échte girls. Want die willen iets dat ze bij elke gelegenheid kunnen dragen zonder bang te hoeven zijn dat het kapot gaat.’
(Bron: Muse, Bangkok Post, 16 maart 2013) 

Dao zal nooit in de mooie praatjes van mamasan Fon trappen
Jaren geleden verliet Fon (niet haar echte naam) haar dorp in het district Mae Lao (Chiang Rai), nadat ze aan een zakenman was verkocht. Onlangs keerde ze terug en vestigde zich als mamasan (hoerenmadam). Ze probeert meisjes in te palmen met mooie praatjes over de kapitalen die ze kunnen verdienen door elders te gaan werken. Sommigen trappen erin, maar Dao niet.

‘Als iemand me vraagt of ik belangstelling heb elders te werken, neem ik aan dat hij of zij een mensenhandelaar is, want daar zijn er veel van hier’, zegt Dao (15), die enkele jaren geleden haar ouders verloor. ‘Wanneer meisjes vertrekken, weten we dat ze het seksbedrijf in gaan. Als ze terugkomen, hebben ze zoveel geld verdiend dat ze een nieuw huis voor hun ouders kunnen bouwen. Dat klinkt goed, maar de werkelijkheid erachter is niet zo mooi als ze lijkt.’
Dao is een van de honderdvijftig kinderen die een studietoelage krijgen van het Sold Project, een liefdadigheidsorganisatie die tot doel heeft kinderprostitutie te voorkomen en de kans te verminderen dat jongens en meisjes het slachtoffer van mensenhandel worden.
Sold Project geeft niet alleen een studietoelage, maar houdt de kinderen ook in de gaten
Sold Project werd in 2007 opgericht door een groep Amerikanen en Thais, die een documentaire wilde maken over mensenhandel. Tijdens de productie besloten ze een kind te helpen dat grote kans liep verhandeld te worden. Inmiddels zijn het er 150, en elk jaar komen er 20 bij. Vaak kinderen die hun ouders hebben verloren en bij familie wonen of kinderen uit arme gezinnen, waarin aan onderwijs weinig waarde wordt gehecht. Ze kunnen nu niet alleen aan hun toekomst werken, maar Sold Project houdt hen ook in de gaten.
‘De beurzen zijn bedoeld hen in school te houden en tegelijkertijd stelt het ons in staat in contact met hen te blijven zodat we weten wat voor risico’s ze lopen’, zegt Tawee Donchai, een van de oprichters.
Het olifantenprogramma maakt de kinderen weerbaar; het verlicht hun stress
Sinds kort is Sold Project in samenwerking met de Golden Triangle Elephant Foundation het programma Elephants for Kids begonnen. Aanvankelijk een dagje uit heeft het project zich ontwikkeld tot een trainingsprogramma tot mahout. De kinderen leren commando’s geven, ze leren hoe de dieren te voederen en baden, wat de rol van een mahout is, hoe ze in contact kunnen komen met olifanten en ze krijgen les over het belang van natuurbehoud.
‘Het maakt hen weerbaar’, zegt Tawee. ‘Het geeft ze kracht en vertrouwen. In het begin zijn ze bang van olifanten. Durven ze een olifant nauwelijks aan te raken. Maar nu hebben ze de dieren leren kennen. Op de een of andere manier wordt hun stress verlicht door hun ervaringen met olifanten. Stress die misschien veroorzaakt wordt door samenleving, gezin enzovoort. Als ze terugkeren van het olifantenkamp, zijn ze veel extraverter.’
Dao bevestigt Tawee’s woorden. ‘In het begin vond ik olifanten heel beangstigend. Maar nu vind ik ze een van de mooiste dieren die ik ooit ben tegengekomen. Ik was ze en praat met ze. En ze begrijpen mijn taal. Door met olifanten om te gaan, krijg ik meer moed en vertrouwen. Ik denk dat ik me er sterker door voel.’
(Bron: Bangkok Post, 18 maart 2013)

De Golden Triangle Elephant Foundation heeft een bankrekening bij de Siam Commercial Bank, nr. 639-229093-5. Het Sold Project heeft een rekening bij de Bangkok Bank, nr. 629-022035-6 t.n.v. Tawee Donchai en Ruttikarn Chermua.

Pornpatr: galeriehoudster, huisvrouw, trendwatcher, kunstenares
Pornpatr Witoonchart staat bekend als een hi-so. Haar gezicht siert regelmatig de mediapagina’s van kranten en ze heeft gewerkt als presentatrice van schoonheidsproducten.  Maar zelf beschouwt ze zich niet als een hi-so celebrity.
‘Ik gebruik niet elke dag merkartikelen en ik heb geen extravagant leven. Ik houd ervan op straat te eten en ik geef me niet over aan allerlei begeertes. De meeste van die zogenaamde hi-so party’s waar ik naartoe ben geweest, werden gegeven door vrienden.’
Tien jaar runde Pornpatr een chique kunstgalerie in Thong Lor, maar drie jaar geleden trok ze de deur achter zich dicht en beslooot fulltime huisvrouw te worden. Maar ze zit niet stil. Ze is directeur en voorzitter van het dagelijks bestuur van Siam Future Development (SF), eigendom van haar echtgenoot Nopporn. SF houdt zich bezig met het ontwikkelen van wijkwinkelcentra, sommige megagroot zoals Esplanade aan de Ratchadaphisek Road en Mega Bangna, die onderdak biedt aan de allereerste Ikea in Thailand, en andere kleiner.
Twee tot drie keer per jaar gaan Pornpatr en Nopporn naar het buitenland om andere exploitanten van winkelmalls te ontmoeten en om een idee te krijgen wat de trends zijn, vooral in de VS. ‘Wanneer ik met mijn echtgenoot naar andere landen ga, ben ik altijd op zoek naar trendy winkels en producten, waarvan ik denk dat ze hem in zijn bedrijf kunnen helpen’, vertelt ze.
Een community mall is een markt voor stedelingen
Wijkwinkelcentra zijn populair in Thailand. Dat verbaast Pornpatr niet. ‘Ze zijn geworteld in de levensstijl van Thais en gaan generaties terug. Het concept is niet nieuw of iets bijzonders. Een community mall is een markt – een markt voor stedelingen. Vroeger gingen onze ouders naar de markt om eten te kopen. Die gewoonte is tot op de dag van vandaag gebleven. Een community mall heeft een markt, in dit geval een supermarkt. En heeft restaurants, plaatsen om te eten en hangplekken.’
De switch van galeriehoudster naar huisvrouw en compagnon van haar echtgenoot heeft niet haar liefde voor kunst gedoofd. Acht jaar geleden begon ze schilderlessen te nemen. Ze werkte eerst met acrylverf en nu maakt ze alleen nog maar aquarellen. Vorig jaar exposeerde ze voor het eerst 41 kunstwerken onder de titel ‘Let’s Fall in Love’ in Esplanade. De expositie leverde 500.000 baht op voor een boeddhistisch college in Ayutthaya.
En verder is er nog het liefdadigheidswerk: ze steunt vijf kinderen via de CCF Foundation en World Vision Foundation.  Initiatieven om jongeren te helpen zijn haar dierbaar. ’Wanneer ze opgroeien zullen ze zich realiseren dat ze zo ver zijn gekomen dankzij de hulp van andere mensen. Ik denk dat ze dat later zullen teruggeven aan anderen die minder mogelijkheden hebben.’
(Bron: Brunch, Bangkok Post, 10 maart 2013)

Studenten bedenken slimme oplossingen voor verkeersknelpunten
Wat doe je als overheid wanneer je stad één groot verkeersinfarct is? Er zijn twee vormen van bestuur: top-down en bottom-up. Voor dat laatste kiest de gemeente Bangkok.

 ‘De lokale bevolking kent de problemen beter dan anderen. Hun dagelijkse ervaringen met de verkeerschaos kunnen een belangrijke input vormen voor deze bottom-up benadering’, zegt vice-gemeentesecretaris Jumpol Sumpaopal.
Als beginnetje heeft de gemeente aan studenten van vijftien lokale universiteiten gevraagd knelpunten te bestuderen en oplossingen te suggereren. Studenten techniek van de Sripatum universiteit namen de afgelopen twee maanden deel aan een serie workshops, waarin ze gevoed werden met gegevens en statistieken. Daarna trokken ze het veld in, in hun geval de Phahon Yothin Road, een drukke weg met tal van knelpunten die ze ook kennen uit eigen ervaring want hun universiteit in Chatuchak is eraan gevestigd. Puntsgewijs de oplossingen die ze bedachten:

  • Direct na de tunnel bij het Lak Si plein doet zich het probleem voor dat bussen en auto’s van rijstrook wisselen, waarbij ze elkaar in de weg zitten. Oplossing: verplaats de bushalte na de tunnel verder naar achteren.
  • Bij de verkeerslichten op het Kasetsart kruispunt zitten ook twee verkeersstromen elkaar in de weg. Oplossing: Zet de lichten ’s avonds uit en verbiedt rechtsafslaand verkeer. Laat het doorrijden naar een U-bocht onder de Kaset flyover.
  • De wagens die uit de uitrit van het Royal Thai Army Chemical Department mogen zowel naar links als rechts afslaan. Oplossing: Sta alleen linksafslaand verkeer toe en maak een U-bocht.
  • Ten slotte een bekend probleem dat ik uit eigen ervaring ken. Bussen en taxi’s stellen zich niet netjes op in de rijstrook die naar een flyover leidt, maar rijden er langs en persen zich op het laatste moment tussen de rij wachtende auto’s. Dat probleem doet zich voor bij de Kasetsart flyover. Oplossing: Camera’s ophangen en overtreders beboeten.

De voorstellen worden momenteel op het stadhuis bestudeerd. Op 22 maart presenteren alle deelnemende universiteiten hun voorstellen. De gemeente hoopt dat andere overheidsdiensten een voorbeeld nemen aan deze werkwijze. ‘Voordat ze een project beginnen, moeten ze eerst luisteren naar wat de mensen vinden, anders krijgen ze te maken met protesten’, zegt Jumpol.
(Bron: Bangkok Post, 9 maart 2013)

Tieners leren in workshop over seks en relaties
Hoe doe je een condoom om, hoe voorkom je een SOA, hoe gebruik je de anticonceptiepil, hoe zeg je ‘Nee’ wanneer je vriend met je naar bed wil en jij er niet klaar voor bent, op wat voor problemen kun je tijdens een zwangerschap stuiten? Al deze vragen komen spelenderwijs en in rollenspelen aan de orde tijdens een workshop van vijf bijeenkomsten, gegeven door studenten van de Thammasat universiteit.
De workshop Wairoon Mai Jued Chued Cheewit Tong Yued Yaw (For Teens’ Colourful And Prolonged Life) is ontwikkeld door Plan (Thailand) in samenwerking met de faculteit journalistiek en massacommunicatie van de Thammasat universiteit. Leerlingen van 13 en 14 jaar van de Suankularbwittayalai Rangsit school volgden de workshop.
De 14-jarige Jittreenuch Puangyod vindt het een goed idee dat de lessen worden gegeven door studenten van zo’n jaar of 21 en 22 en niet door leraren. ‘Wanneer een leraar dat doet, voelen we ons geïntimideerd en durven geen vragen te stellen’, zegt ze. ‘Door activiteiten zoals deze voel ik me meer op mijn gemak wanneer ik over seks leer.’
Maar ouders zijn de beste adviseur, vindt ze. ‘Ouders hebben veel ervaring en zijn bezorgd over hun kinderen. Dus wanneer we problemen over iets hebben in ons leven, vind ik dat we in de eerste plaats bij onze ouders moeten zijn.’
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Tal van ouders zullen tegen hun dochter zeggen dat ze nog te jong is voor een vriendje en verzetten zich tegen tienerseks. En over seksuele voorlichting op school zijn ze ook al niet erg enthousiast.
‘Een aantal volwassenen beschouwt seksuele voorlichting als iets wat kinderen aanmoedigt om seks te hebben’, zegt Mantana Tienchaitat, een van de Thammasat-studenten. ‘Maar zo is het helemaal niet. Seksuele voorlichting geeft kinderen nuttige kennis over seks en relaties, zodat ze bijvoorbeeld weten hoe ze een gast die wil seksen kunnen afwijzen. Of hoe ze zichzelf moeten beschermen tegen ongewenste zwangerschap.’
En dat laatste kan geen kwaad want vergeleken met andere landen telt Thailand een hoog aantal tienerzwangerschappen. Maar nadat je op een komkommer (zie foto) hebt geleerd een condoom om te doen, moet het lukken dat te voorkomen.
(Bron: Bangkok Post, 5 maart 2013)

Welkom in het Chiang Mai Dolls Making Museum
Poppen uit Taiwan, Bolivia, Australië, Frankrijk, Zwitserland, Hongarije, Brazilië en tal van andere plaatsen, 50.000 in totaal. Prachtige muziekpoppen uit China, angstaanjagende krijgers uit Nieuw Zeeland, tovenaars en clowns in levensechte gewaden. Schattige porseleinen poppen met verfijnde kleding, stoffen poppen in zoete kleuren, uiterst vakkundig gemaakt. Sommige lijken op echte mensen, andere hebben theatrale trekken. Sommige zijn leuk speelgoed voor kinderen, andere zijn delicaat en gratieus en passen beter in een vitrinekast.
In een rustig uiteinde van San Pa Tong in Chiang Mai heeft een man zijn leven gewijd aan poppen. Hij verzamelt ze, stelt ze ten toon en een staf van 20 mensen produceert er duizenden per maand voor de binnenlandse markt en de export.
Youthana Boonprakong is de man achter het Chiang Mai Dolls Making Museum. Poppen zijn zijn lust en zijn leven. Hij maakt elke pop zelf schoon, want ‘mijn schoonmaakster weet niet hoe ze dat het best kan doen en zou ze beschadigen. Bovendien, valt het mij dan op wanneer een pop niet op zijn vaste plaats staat.’
Vientiane – Udon Thani – Bangkok – Chiang Mai
Youthana’s moeder leerde hem poppen maken. Ze had een poppenwinkel in Vientiane (Laos). Toen de revolutie en burgeroorlog uitbrak in Laos, besloot het gezin de Mekong over te trekken. Het streek neer in Udon Thani, in het noordoosten van Thailand. Zijn tante ging daarna naar Bangkok en Youthana volgde haar. Ze zetten een fabriekje op en leverden poppen aan souvenirwinkels, luxe warenhuizen en verkooppunten in hotels.
Toen hij zijn vrouw leerde kennen, die uit Chiang Mai kwam, verhuisde de fabriek naar haar geboorteplaats, mede vanwege de lagere productiekosten. Ze maken er poppen van stof, keramiek en porselein. De porseleinen poppen hebben een huid die de menselijke huid het meest benadert. Dat zijn de mooiste, maar ook het moeilijkst te maken en het duurst.
Wanneer Youthana op reis gaat om klanten te bezoeken, neemt hij poppen uit hun plaats mee. Hij kijkt hoe ze er poppen maken en bestudeert de traditionele kleding die mensen er dragen. ‘Ik heb lange tijd in de bergen bij de hilltribe mensen gewoond en alles geleerd over hun tradionele kleding. De patronen op de kleding van de poppen worden door hunzelf gemaakt.’
Trots is Youthana op een serie Ramayana poppen. Ze dragen dezelfde kleding als de spelers in een khon, de Thaise gemaskerde dans. Elke pop kostte maanden werk.
(Bron: Bangkok Post, 28 februari 2013)

Thailand zit met geredde exotische dieren in zijn maag
Om een bekende uitspraak van Johan  Cruyff om te draaien: Elk voordeel heeft z’n nadeel. De afgelopen twee jaar werden 46.000 exotische dieren inbeslaggenomen van handelaren, verkopers en stropers, meer dan het dubbele van de twee jaar ervoor. Dat is mooi, maar nu stuit Thailand op het probleem: wat te doen met al die dieren? Want de opvangmogelijkheden zijn beperkt, de verzorging kost veel geld en terugzetten in de natuur is in veel gevallen geen optie.
Het gaat onder meer om olifanten, tijgers, beren, apen. ‘Des te meer we er in beslag nemen, voor des te meer dieren moeten we zorgen’, zegt Theerapat Prayurasiddhi, adjunct-directeur-generaal van het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation.
Die last werd vorig jaar oktober nog eens onderstreept toen zestien ondervoede tijgerwelpen werden gered uit de laadbak van de truck van een smokkelaar. De dieren werden ondergebracht in het Khao Pratubchang Wildlife Breeding Centre in Ratchaburi. Maar daar moeten ze wel 24 uur per etmaal verzorgd worden en ze hebben speciaal voedsel en medicijnen nodig.
´Het is net alsof je een kind hebt – er zijn zoveel details waar je op moet letten’, zegt Sathit Pinkul, hoofd van het centrum. ‘Je moet altijd in de buurt zijn, wanneer ze honger hebben. We zijn hun persooonlijke assistent geworden.’
De dierenasiels zitten overal in het land zo goed als vol
Het centrum biedt onderdak aan 45 andere tijgers, 10 panters en 13 kleine katachtigen, zoals de fishing cat en Asian golden cat, die iets groter zijn dan de huispoes maar wel veel wilder. Ook dierenasiels elders in het land zitten zo goed als vol. Een asiel vlakbij Bangkok huisvest meer dan 400 krijsende apen, een asiel in Chon Buri 99 beren (Eén heet Airport, omdat die op Suvarnabhumi gered is uit de koffer van een passagier).
De Thaise wet vereist dat die dieren als bewijsmateriaal worden vastgehouden totdat de juridische procedures zijn afgerond of vijf jaar wanneer geen verdachte is gearresteerd. Sommge dieren kunnen teruggezet worden in de natuur, zoals gewone apensoorten, slangen en schubdieren (waarvan het vlees zeer gewild is in China).
Maar de tijgerwelpen zullen tot hun dood in gevangenschap moeten blijven. ‘Ik heb veel internationale bijeenkomsten bijgewoond, maar ik heb nog nooit gehoord dat het terugzetten van een tijger in het wild succes had. Ze hebben nauwelijks een roofinstinct’, zegt Sathit. Onderbrengen in dierentuinen is ook al geen optie, want maar weinig dierentuinen hebben belangstelling en euthanasie wordt niet overwogen.
Het voederen van de dieren in alle asiels bij elkaar kost de overheid circa 1,7 miljoen baht per maand. Het Department of National Parks heeft een fonds gesticht om wat extra geld te hebben voor de verzorging. Het wordt gevoed door donaties van celebrities en rijke Thais.
(Bron: Bangkok Post, 2 maart 2013)

Van 3 tot 14 maart wordt in Bangkok de 16de Conference of the Parties to the Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (Cites) gehouden.

Stuwdammen veroorzaken meer problemen dan ze oplossen
De knieval ‘we hebben dammen nodig om overstromingen te voorkomen’ is volledig naïef en foutief. Grote dammen veroorzaken meer problemen dan ze oplossen. Dit schrijft Warren Y Brockelman, die voor de Wereldbank de ecologische gevolgen van de Kaeng Sua Ten dam bestudeerde, in Bangkok Post. Evenals Sanitsuda Ekachai (zie mijn artikel De kleur van geld is allesbehalve groen) wast hij minister Plodprasop Suraswadi, die onlangs een pleidooi voor de dam hield, de oren.

De minister zei dat de regering milieuonderzoeken zou laten doen, maar Brockelman wijst erop dat de milieugevolgen en het nut van de dam al tot vervelens toe zijn onderzocht, ook in de periode dat Plodprasop directeur-generaal was van het Royal Forest Department. Die onderzoeken werden uitgevoerd door de forest inventory division van het Royal Forest Department, TEAM Consulting Engineers Co, Chiang Mai University, Food and Agricultural Organisation, Mahidol University en Wereldbank. De Wereldbank weigerde op basis van enkele aanvullende studies een lening voor het project.
Teak, palissander, vis en andere dieren: ze lopen allemaal gevaar
Waar gaat het om? De Kaeng Sua Ten dam is gepland in de Yom rivier met een stuwmeer van 65 vierkante kilometer in het Mae Yom National Park. De belangrijkste ecologische waarde van dat gebied is een natuurlijk teakbos, het grootste en rijkste van het land. Bomen zijn weliswaar al in het verleden gekapt, waardoor er nog maar weinig bomen staan met een diameter van meer dan 500 cm, maar het bos heeft een hoge regeneratie potentie, waardoor het – wanneer het wordt beschermd – kan herstellen.

Andere ecologische factoren waar Brockelman op wijst zijn de aanwezigheid van palissander en ander hardhout, de migratie van vis in de Yom rivier en de diersoorten die gevaar lopen door de aanleg van de dam, zoals de green peafowl, green imperial pidgeon en Asian wild dog.
Maar Brockelman legt vooral uitgebreid en gedocumenteerd uit in zijn artikel dat de dam niet het probleem van overstromingen en droogte oplost. Dat deel van het artikel laat ik onvermeld; het is weliswaar helder, maar nogal technisch en uitgebreid. Wie ervoor belangstelling heeft, kan het gehele pleidooi vinden op de website van de krant.
Het artikel draagt als kop de verzuchting ‘It’s time to lay the Kaeng Sua Ten Dam project to rest’. Aan het eind schrijft Brockelman dat hij bijna alle geloof heeft verloren in de mogelijkheid met een rationele analyse het regeringsbeleid op het gebied van dammen te beïnvloeden, want zakelijke belangen zullen prevaleren. Dus gerust is hij niet op een laatste rustplaats voor de dam.
(Bron: Bangkok Post, 14 februari 2013)

Mae Sot groeit spectaculair, maar migranten sappelen voor een hongerloontje
Mae Sot maakt een ongekende hausse door. In de grensplaats met Myanmar gingen de afgelopen twee jaar twintig nieuwe hotels open, bioscopen draaien de laatste films, warenhuizen verkopen internationale merken, Tesco Lotus is er neergestreken en Big C staat in de steigers. Maar de gastarbeiders uit Myanmar profiteren er niet van. De meesten sappelen voor een hongerloontje van 60 baht per dag. En waag het niet er iets van te zeggen, want ‘voor jou tien anderen’.
Ma Tway (24) verdient 1000 baht per maand
Neem de 24-jarige Ma Tway, die in een naaiatelier werkt. Ze kwam in 2007 en verdiende toen 60 baht per dag. Na 2 jaar kreeg ze een loonsverhoging van 10 baht, na 3 jaar verdiende ze 80 baht en nu vangt ze 100 baht. Ze is illegaal en probeert nog steeds een werkvergunning en een paspoort te bemachtigen. Wanneer dat lukt, gaat ze ergens anders werken, waar ze meer verdient. Nu maakt ze 1.000 baht per maand, waarvan het meeste aan eten opgaat.
Zij en de andere werkers in het atelier zijn gedwongen om in een krappe behuizing te wonen met kleine stapelbedden. Voor water en elektriciteit vraagt hun baas 50 baht per nacht. ‘Daar moeten we wonen. Het is er vuil en er is niet genoeg water. En het is ook slecht voor je gezondheid. Vorig jaar heb ik tbc opgelopen vanwege de slechte omstandigheden.’
De stad groeit explosief, maar kan de overheid dat behappen?
Dat is één kant van het Mae Sot-verhaal. De andere kant bulkt van de pretenties en hoge verwachtingen. Vorige maand besloot het kabinet van Mae Sot een zogeheten speciale economische zone te maken, te beginnen met de tambons Mae Pa en Tha Sai Luad. Er komt een industrietterein, er verrijzen loodsen, magazijnen, distributiecentra en er komen douaneposten. Maar dat is nog niet alles, want Mae Sot ontvangt ook geld voor de aanleg van een tunnel, spoorbanen, een vierbaansweg Tak-Mae Sot en de regering is van plan een tweede Thailand-Myanmar vriendschapsbrug over de Moei rivier aan te leggen.
Binnen 2 jaar groeit de bevolking van Mae Sot naar verwachting van 130.000 naar 200.000 en dat aantal is exclusief de gastarbeiders uit Myanmar. Prasert Chungkitrungroj, secretaris-generaal van de Tak Chamber of Commerce, betwijfelt of de overheid die enorme toename kan behappen. De luchtverontreiniging zal toenemen, het wegennet moet dringend verbeterd worden en de misdaad zal ook een probleem worden. De groeiende bevolking trekt ook een zware wissel op de openbare voorzieningen. De stad heeft één ziekenhuis dat nu al nauwelijks de toestroom van patiënten aan kan. Er is grote behoefte aan geschoolde werkers, zoals onderwijzers, verpleegsters en artsen.
Eenderde van de migranten woont in onveilige of ongezonde behuizing
Aan de 150.000 à 200.000 gastarbeiders uit Myanmar gaat dat allemaal voorbij. Zij vormen een goedkoop arbeidsleger dat niet profiteert van het per 1 januari naar 300 baht opgetrokken minimumdagloon. De cijfers stemmen ook tot weinig vrolijkheid. Vorig jaar bleek uit een onderzoek van het International Rescue Committee en Tufts universiteit onder 800 migranten één op de vijf uitgezet te zijn, één op de tien was mishandeld en één op de zes was bestolen. Ruim eenderde leefde in onveilige of ongezonde behuizing.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 17 februari 2013)

Verbod op bosbranden bevordert bosbranden
Elk jaar in het droge seizoen wordt het Noorden bedekt met een deken van rook, het regent as en bewoners klagen over loopneuzen, geïrriteerde ogen en ademhalingsproblemen. De regering heeft daarom in negen van de tien noordelijke provincies voor 100 dagen een totaal verbod op bosbranden afgekondigd. Velen prijzen de overheid voor deze maatregel en veronderstellen dat de ellende verleden tijd is. Maar dat is ze niet. In tegendeel, een absoluut verbod vergroot de kans op bosbranden.

Dat komt: de meeste bossen in het Noorden zijn gemengde bossen van dennen en dipterocarp. In januari ligt de grond bezaaid met kurkdroge bladeren en hars. Het minste of geringste vonkje kan een bosbrand veroorzaken. De Sustainable Development Foundation pleit daarom voor gecontroleerde branden, die beheersbaar zijn.
Die branden hebben nog een tweede belangrijker functie, iets wat de bergstammen al lang weten: wanneer de bladeren verbrand zijn, blijft een aslaag over met rijke voedingsstoffen voor bacteriën die ammonium en nitraat produceren als mest voor het bos. Het jaar daarop zijn de nieuwe bomen vruchtbaar en gezond. Belangrijk want het bladerdak is essentieel voor het gras en de planten die op de grond groeien.
Een bosbrand vernielt dus niet het ecosysteem. Sommige in het wild levende dieren hebben branden nodig om te overleven, want die houden insecten en ongedierte uit de buurt. Uit een studie in het Huai Kha Khaeng Huay Kha Keang wildreservaat is zelfs gebleken dat sommige herbivoren graag op die asvelden leven.
In een artikel in Bangkok Post legt Jita Prasertsup het allemaal haarfijn uit onder de kop: Zero tolerance [van bosbranden] is playing with fire. En hij wijst de stadsbewoners met hun koolmonoxide producerende air-conditioned wagens en huizen er fijntjes op dat de bergstammen bossen verbranden om te overleven en niet om ze te vernielen.
(Bron: Bangkok Post, 17 februari 2013)

Muay Thai is niet zomaar een sport; het is een manier van leven
Eerst maar eens een misverstand wegwerken. ‘Muay Thai maakt kinderen niet agressief. In Europa denken ze dat een kind een vechtersbaas wordt, wanneer hij in Muay Thai wordt getraind. Zo is het helemaal niet. Iedereen die goed traint, weet dat hij iemand kan verwonden en dat hij nooit buiten de sportzaal behoort te vechten. Dat is een van de eerste dingen die kinderen wordt geleerd.’

Dit zeg Stefania Picelli (26), model, Muay Thai bokser maar bovenal sinds 2008 organisator van Muay Thai wedstrijden, zowel in Italië als in Thailand. De bekendste is Muay Thai Combat Mania, in beide landen een groot succes, en in december vorig jaar georganiseerd in Pattaya.
Omdat ik jong en knap ben, nemen de mensen me niet altijd serieus
Stefania is, zoals dat in Engels heet, een head-turner (een vrouw waar je je hoofd voor omdraait) en ze is zich daarvan meer dan bewust. ‘Omdat ik jong en knap ben, nemen mensen me niet altijd serieus.’ Haar jeugd bracht ze grotendeels in Italië door met regelmatige bezoekjes aan Thailand. Op 8-jarige leeftijd begon ze met Muay Thai en toen ze 13 jaar was, deed ze haar eerste modellenwerk.

Wat begon als een hobby, Muay Thai, werd een bedrijf. ‘Omdat ik half Thais en Italiaans ben, dacht ik dat ik een verbinding zou kunnen zijn tussen die twee werelden. Ik weet hoe dingen in Europa werken en ik begrijp ook de Thaise wereld.’
Dus ging ze op pad in Thailand, op zoek naar Muay Thai-vechters. Maar van een leien dakje ging het in het begin niet ondanks haar knappe verschijning. Het was als jonge vrouw niet gemakkelijk om de Muay Thai wereld binnen te komen. De vechters twijfelden. Maar ze gaf niet op en nu heeft iedereen, denkt ze, een ander idee van haar.
Voor Muay Thai heb je veel toewijding en discipline nodig
Voor Stefania is Muay Thai niet zomaar een sport, maar het is een manier van leven. Ze heeft gezien hoe de vechters, vaak al vanaf vijf- of zesjarige leeftijd zijn getraind en hoe ze opgroeien met een diep respect voor Muay Thai en hun trainers.

Stefania: ‘Je hebt er veel toewijding en discipline voor nodig. Elke ochtend hard trainen en daarna naar school, net als alle andere kinderen. Muay Thai training maakt iemand volgroeid, en in de juiste richting. Daarmee bedoel ik dat een kind leert mensen te respecteren. Je hoeft niet op te groeien om een vechter te worden. Als je alleen maar weet, wat je wil: dat maakt je al een beter mens.’
Inmiddels staat Stefania’s bedrijf op de rails en ze heeft medewerkers, want het organiseren van een wedstrijd is een flinke klus, die zes maanden in beslag neemt. Bovendien probeert ze er elke keer iets anders van te maken, zodat het publiek iets nieuws te zien krijgt. Haar modellenwerk schiet er wel bij in. Daar zou ze meer tijd aan willen besteden. Maar Muay Thai blijft op de eerste plaats staan.
(Bron: Muse, Bangkok Post, 16 februari 2013)

Acht unieke eetgelegenheden in Bangkok
Op zoek naar een bijzondere eetgelegenheid? Guru, de vrijdagbijlage van Bangkok Post, zocht er acht in Bangkok uit, van intieme huiskamer tot boerderij-restaurant. Ook voor poezen- en natuurliefhebbers.

1 Nang Gin Kui oftewel Private Dining is het geesteskind van een Australische architect en ontwerper en diens Thaise echtgenote Goy. In december 2011 openden ze een huiskamerrestaurant in hun appartement op de 14de verdieping van een flatgebouw met uitzicht op de Chao Praya. Vrienden en vreemden zijn welkom om te genieten van een 7-gangenmenu van Goy. Tel. 085-904-6996, facebook.com/nang.gin.kui

2 Bankampu Tropical Cafe is een eetgelegenheid, gevestigd temidden van bomen, planten en heesters. Niet een paar armoedige bloempotten, maar 4 rai volgestouwd met exotische en zeldzame planten. De vers gezette koffie kost 70 à 90 baht, dus dat kan bruin wel trekken, evenals thee, salades (125 bht) en spaghetti  (125 bht). Bankampu is een initiatief van de nu 70-jarige Surath Vanno, een man met groene vingers. Tel. 02-946-7223; 02-946-6016.

3 Chico Interior Products & Cafe is het geesteskind van een Japanse binnenhuisarchitecte. In het café lopen tien poezen rond, dus poezenliefhebbers moeten zich er thuis voelen. Aanraken mag. Het menu biedt dranken, desserts, milkshakes en lichte lunchmaaltijden. Tel. 02-258-6557, www.chico.co.th.

4 + 5 The Bloc, een wijkwinkelcentrum in Thon Buri waar alle winkels de vorm van een zeecontainer hebben, herbergt twee eetgelegenheden: Think Cafe en Tree Box Restaurant. Architect en eigenaar Apichart Wongkitikamjohn verklaart de afwijkende architectuur met ´Ik vind het leuk om dingen te maken die mensen het minst verwachten´. The Bloc, Ratchaphruek Road, geen telefoonnummer, facebook.com/treeboxthailand.

6 Dek Liang Kae Farm & Restaurant is evenals de volgende twee eetgelegenheden een boerderij-restaurant met schapen, kippen, eenden en konijnen. Er zijn karaokeruimtes en je kunt er speelgoeddieren kopen. Evenals in Sheep Village (nummer 7) wordt de Thaise keuken geserveerd met als specialiteit Hong Kong-style stewed beef en Spicy yen ta fo. Tel. 083-888-8765, facebook.com/dekliangkae.

7 Sheep Village in Thon Buri is twee maanden oud. Het biedt een soortgelijke ervaring als de vorige met als bonus uitzicht op de rivier. Er zijn vijf karaokeruimtes, een souvenirwinkel en veel stoelen om buiten te zitten. De menagerie is iets bescheidener dan nummer 6.  Tel. 085-777-5544, facebook.com/sheepvillage2012.

8 Alpaca View is het grootste van de drie boerderij-restaurants en telt ook de meeste dieren: eenden, konijnen, vogels, varkens, schapen, paarden, koeien en alpaca uit Australië. Je kunt er zowel binnen als buiten eten. Keuken voornamelijk Thais. Een ideale plaats voor gezinnen met kinderen die niet kunnen stilzitten.
Tel. 081-406-6400, 081-884-1443, facebook.com/alpacaview.

(Bron: Guru, Bangkok Post, 15 februari 2013)

De kleur van geld is allesbehalve groen
Zo’n 30 jaar geleden had Thailand talloze mangrove bossen die de kust verrijkten en de bron vormden van vissen en zeevruchten voor het hele land. In de jaren negentig werden ze vernietigd om het kweken van garnalen voor de export te bevorderen. Wat eens weelderige mangroves waren, is nu kaal land met verlaten, lege vijvers.

De man die zijn ogen sloot voor de illegale aantasting van de mangrove was niemand minder dan de toenmalige directeur-generaal van het Fisheries Department, Plodprasop Suraswadi. Hij is nu minister en pleitte onlangs voor de constructie van zestien dammen, waaronder de controversiële Kaeng Sua Ten en Mae Wong dam.
Hij is dezelfde man die als directeur van het Forest Department aangetaste bossen aan investeerders  verhuurde tegen de belachelijk lage prijs van 10 baht per rai en toeliet dat natuurlijke bossen vrijgemaakt werden voor dubieuze herbebossingsprogramma’s van de overheid.
Hak dam pra duay khao
In haar wekelijkse column neemt Sanitsuda Ekachai de milieubarbaar Plodprasop de maat. Op hem is het Thaise gezegde hak dam pra duay khao (breaking the axe handle with one’s knee; bij eigen zin is geen gewin) van toepassing, oftewel het gebruik van zinloze kracht door een egoïstisch persoon, die zijn eigen zin doordrijft ongeacht de negatieve gevolgen.

De Kaeng Sua Ten dam wordt aangelegd op een actieve breuklijn, gaat ten koste van zeldzame teakbossen en dient geen enkel doel, want overstromingen worden er benedenstrooms niet door voorkomen.
De Mae Wong dam in nationaal park Mae Wong vernielt de habitat van talrijke dieren die in het wild leven, zoals tijgers, en zal Nakhon Sawan niet van overstromingen vrijwaren.
Maar er is meer mis met Plodprasop. Voor die projecten is een milieueffectrapportage vereist. De minister heeft al geprobeerd een commissie van experts die overheidsprojecten op milieueffecten beoordeelt, te ontbinden.
Om een lang verhaal kort te maken: de man die dammen wil bouwen is dezelfde man die de regels opstelt om ze mogelijk te maken. Maar dat ligt niet alleen aan Plodprasop, schrijft Sanitsuda. Zijn beleid is een afspiegeling van de tegenwoordige geld-komt-eerst doctrine, die we van opeenvolgende regeringen hebben gezien. Zoals de kop van het artikel zegt: De kleur van geld is allesbehalve groen.
(Bron: Bangkok Post, 13 februari 2013)
NB Sanitsuda noemt in in haar column nog meer streken van Plodprasop, maar ik heb me beperkt tot de belangrijkste. De column is te vinden op de website van de krant.

Stadsboerderij propageert duurzame levensstijl
Er was eens een koe die opschepte dat ze groot was en melk voor de mensen produceerde. De koe vroeg een aardworm: ‘Wat kun jij doen als een klein roze buisje?’ De worm antwoordde:  ‘Ik maak met mijn lange uitgestrekte lichaam gangetjes in de aarde. Lucht en water kunnen dan gemakkelijker door die kanaaltjes passeren.’

Deze scène komt uit The Earthworm Miracle, een sprookje dat met behulp van handpoppen aan kleine kinderen wordt verteld die een bezoek brengen aan de Organic Way City Farm, een stadsboerderij van 1 rai aan Rat Burana 30.
Het sprookje maakt in een notendop duidelijk wat de boerderij beoogt: het bevorderen van de verbouw van voedsel zonder gebruik van kunstmest en pesticiden. Door middel van onderwijsprogramma’s en workshops probeert de boerderij deze boodschap te verspreiden.
Gezonde producten met een snufje trots
De boerderij is een initiatief van Portip Pechporee, voormalig assistente van de directeur van een particuliere school. Twee jaar geleden huurde ze het stuk grond, dat voorheen dienst deed als busdepot. Met hulp van de Thai Health Promotion Foundation toverde ze het gebied om in een Hof van Eden: vissen zwemmen in een vijver, konijnen huppelen vrolijk rond, er groeien groentes, fruit, bloemen, bomen, heesters en dat ecosysteem wordt in stand gehouden door kevers, bijen, vogels, insecten en aardwormen.

Inmiddels produceert de boerderij tal van organische groentes en vruchten. Ze worden gebruikt voor de samenstelling van een groentebox, als ingrediënten voor de schotels in Portip’s organisch gezondheidscafé naast de boerderij en voor een bezorgdienst met gezonde kant-en-klare maaltijden.
Portip zegt dat ze lekkerder zijn dan de producten die lang op markten in voorraad liggen. En ze hebben volgens haar een hogere voedingswaarde. ‘Maar bovenal zijn mijn producten het smakelijkst omdat er een snufje trots aan toegevoegd is.’
(Bron: Bangkok Post, 13 februari 2013)

Thailand’s fauna wordt belaagd door jagers en stropers
‘Als je het mij vraagt zullen sommige diersoorten verdwijnen wanneer jagen en stropen doorgaan’, zegt Chaiwat Limlikhitaksorn, hoofd van ’s lands grootste nationaal park Kaeng Krachan. Daar zal het land een eind aan moeten maken, vooral omdat het van plan is Kaeng Krachan voor te dragen voor de Werelderfgoedlijst van Unesco.
In november hielden Chawat en zijn team van vijftien mannen een groep van negen mannen aan, die als sport ruim honderd zeldzame giant Asian river frogs en een krachong (mouse deer) hadden gedood.
De zaak werd groot nieuws toen de politie besloot acht mannen te vervolgen en één, een politieofficier alleen een boete van 1.000 baht te geven omdat hij zonder toestemming het nationaal park had betreden. De storm van kritiek noopte de Royal Thai Police het onderzoek over te nemen en het districtspolitiehoofd werd overgeplaatst.
In Thailand wordt minder gestroopt dan in buurlanden. ‘Dat heeft, denk ik, te maken met de economische situatie. Niemand hoeft voor zijn levensonderhoud te stropen’, zegt Tim Redford, van de Freeland Foundation, een organisatie die strijdt tegen mensenhandel en de jacht op wild.
De jacht is een groter probleem. In Kaeng Krachan komt de recreatiejacht minder voor dan in andere gebieden, maar als er gejaagd wordt gebeurt dat door invloedrijke personen met geavanceerde wapens. Er zijn ook bendes actief die op bestelling bepaalde dieren of delen van grote dieren, zoals olifanten en tijgers, leveren.

Kaeng Krachan is de habitat van 720 diersoorten
Kaeng Krachan beslaat een oppervlakte van 291.470 hectare. Het bevat diverse ecosystemen die garant staan voor een rijke diversiteit in flora en fauna. Tenminste 720 diersoorten leven in het bos, waarvan 91 zoogdieren met een status die varieert van kwetsbaar tot met uitsterven bedreigd. Er zijn ook zeldzame zoetwaterkrokodillen, die maar op twee andere plaatsen in de wereld worden aangetroffen, hua daeng (wild red bull) olifanten en tijgers. Kleinere diersoorten, zoals de krachong en rivierkikkers, worden ook beschermd onder de Wildlife Preservation and Protection Law 1992.
Maar daarvan trekken de jagers zich niets aan. Vorig jaar verrichtten de boswachters 26 arrestaties, waarvan twaalf voor jagen en stropen. Meestal vinden ze echter slechts karkassen en zijn de vogels gevlogen.
Of de politieofficier de dans ontspringt, lijkt onwaarschijnlijk. Het bewijs is er in de vorm van foto’s en video’s. Op één foto staat hij naast een bord met in stukken gehakte Aziatische kikkers een eitje te bakken. Dus zijn verweer dat hij toevallig de andere mannen volgde, snijdt weinig hout. Maar je weet het nooit in Thailand. Geld en relaties doen wonderen.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 10 februari 2013)

Bizarre romantiek in Thailand
Omdat Valentijnsdag eraan zit te komen, besteedt Guru, het ondeugende vrijdagzusje van Bangkok Post aandacht aan wat ze noemt ´de bizarre kant van romantiek in Thailand´. Of de volgende tips ook werken voor farang, weet ik niet, maar bizar zijn ze zeker.

 > In koo is een klein beeldje van een copulerend paar. Het wordt van verschillende soorten metaal gemaakt. Wie deze liefdesamulet draagt, wordt onweerstaanbaar voor de andere sekse. De beeldjes kunnen vrij onschuldig zijn: een man en een vrouw die elkaar omhelzen, maar ook expliciet en omdat mijn site wellicht ook door kinderen wordt gelezen, zal ik daarover niet uitweiden. Er zijn ook homoseksuele versies.
> Nam man prai is olie die je krijgt als je vuur onder de kin houdt van het lichaam van een vrouw die in het kraambed is overleden. Het drankje wordt beschouwd als zwarte magie. Tegenwoordig is het verkrijgbaar in een kokertje. Wanneer een man een meisje wil, hoeft hij alleen maar wat druppels op haar te sprenkelen en ze valt ter plekke voor zijn charmes. Of het omgekeerd ook werkt, vermeldt Guru niet.
> Paladkik (fallus) is een amulet in de vorm van een penis. In het verleden werden ze door jongens om hun middel of nek gedragen om het kwaad op een afstand te houden.Tegenwoordig dient de amulet om klanten naar een winkel te lokken. Soms zijn er afbeeldingen in gekerfd. Een aap wijst op snelheid en beweeglijkheid om gevaar te vermijden en een naakte vrouw trekt liefde en vriendelijkheid aan.
> Ya dong is een afrodisiacum oftewel een lustopwekkend middel. Ze wordt gemaakt door alcohol in kruiden te laten trekken die in een witte doek zijn gewikkeld. Behalve als geneesmiddel kan het ook gebruikt worden om het libido te vergroten.
Ya dong is in verschillende recepturen te koop, zoals doh mai roo lom (never go down), kamlung seua khrong (strength of a Bengal tiger) en naree rumphueng (a woman’s groan). De Botanical Garden Organization adviseert niet vaker dan tweemaal per dag 33 cc te drinken.

> Mah hui  (mucuna pruriens) is een plant die je maar beter kunt mijden, want wanneer de haren van de plant in contact komen met je huid levert dat een branderig gevoel op. De zaden van de plant brengen echtparen nauwer samen, zowel fysiek als emotioneel en verhogen hun seksuele driften.
> De cicade (krekel) wordt door Thais als het liefdesinsect beschouwd. In augustus 2011 schreef de Thaise krant Thai Rath (de Telegraaf van Thailand) dat de eitjes op een markt in Lampang voor 1.900 baht per kilo werden verkocht. De prijs was omhoog gegaan van 500 baht na geruchten dat de eitjes het libido stimuleren. Je eet ze gekookt of gestoomd. Of ze effectief zijn, wordt betwijfeld, maar ze zijn wel vitaminerijk.
> Ten slotte zijn er drie tempels, waar je bovennatuurlijke entiteiten kunt vragen om geluk in de liefde.
Mae Nak Shrine (Wat Mahabut, Sukhumvit Soi 77) is vernoemd naar Mae Nak, de vrouw die tijdens de bevalling stierf en als geest terugkeerde om voor haar echtgenoot te zorgen. Nadat ze je wensen in vervulling heeft laten gaan, moet je guirlandes, Thaise kleding of speelgoed offeren.
Chao Mae Sam Muk Shrine (Chon Buri) is vernoemd naar Sam Muk. Zij en haar lover Sean mochten van Sean’s vader, een dorpshoofd, niet trouwen. Ze sprongen beiden van een klif. De zwaar bekritiseerde vader begon offerandes te brengen naar de plaats waar ze gesprongen hadden.
Chao Mae Soi Dok Mak Shrine (Wat Phananchoeng, Ayutthaya) is gebouwd ter nagedachtenis aan een Chinese prinses. Een beetje ingewikkeld verhaal, maar het komt erop neer dat de prinses stierf door haar adem in te houden, waarna een Thaise koning het heiligdom bouwde. Singles vragen er om een soul mate, echtparen om kinderen. Uit dank dien je zijde, een miniatuur Chinese jonk of een leeuwendans te offeren.
(Bron: Guru, Bangkok Post, 8 februari 2013)

‘Geen doerian, geen honden, geen ladyboys’
Pattaya heeft als bijnaam ‘ladyboy hoofdstad van de wereld’, maar in veel hotels hangt een bordje met de tekst ‘No durian, no dog, no ladyboy’. Volgens Sisters is discriminatie van ladyboys niet iets van de laatste tijd.
‘Het bestaat al tientallen jaren’, zegt Thitiyanun ‘Doi’ Nakpor, manager van het gezondheidsadviescentrum Sisters. Ze mogen sommige nachtclubs en restaurants niet in, en worden in openbare ruimtes geweerd, zoals de strandboulevard en de beroemde Walking Street. Vijfsterren hotels weigeren geen ladyboys, veel driesterrenhotels wel.
Pattaya telt circa vijfduizend ladyboys, pre-op en post-op (zonder en met geslachtsveranderende operatie). Daarvan werkt 75 procent als entertainer of sekswerker, 10 procent treedt op in een cabaret, 10 procent is student en 5 procent heeft een ‘normale’ baan. 7,5 procent is seropositief.
Gasten worden gewaarschuwd, ladyboy moet ID-kaart afgeven
Een receptionist in een hotel in zuid Pattaya vertelt dat ladyboys weliswaar worden toegelaten, maar gasten die een ladyboy mee naar hun kamer willen nemen, worden wel gewaarschuwd. ‘Dat doen we omdat soms de gasten te dronken zijn om het verschil te zien’, zegt hij. De ladyboy moet zijn ID-kaart afgeven en wanneer hij vertrekt, wordt bij de gast gecheckt of er niets ontbreekt.
Volgens Thitiyanun heeft de hotelstaf geen recht om de gasten te waarschuwen. ‘Het gaat om een overeenkomst tussen twee personen. Het onthullen van iemands seksuele identiteit is een schending van persoonsrechten.’
Luitenant-kolonel Aroon Promphan van de Pattaya Tourist Police wijst erop dat het innemen van de ID-kaart geen garantie vormt, want er zijn veel valse ID-kaarten in omloop. ‘In veel gevallen kunnen we ze niet opsporen omdat we geen bewijs hebben dat naar hen leidt.’
In Walking Street jaagt de politie op ladyboy sekswerkers
Verschil van mening bestaat over de toegang tot Walking Street. Thitiyanun zegt dat de toeristenpolitie en vrijwilligers bij de toegang van de straat een buitenproportionele aandacht voor transseksuele sekswerkers hebben.
‘In Walking Street arresteren ze alleen freelance ladyboy sekswerkers, geen vrouwen’, zegt ze. ‘Het is vrij gebruikelijk dat de politie de tasjes van sekswerkers doorzoekt. Vinden ze meer dan twee condooms, dan is de conclusie: sekswerker en moeten ze een boete van 200 tot 500 baht betalen. Sommige ladyboys nemen dat voor lief, wanneer ze 2.000 baht kunnen verdienen. Maar mijn grootste zorg zijn de niet-sekswerkers. De toeristenpolitie en de vrijwilligers maken daarin geen onderscheid.’
Ladyboys die geen sekswerker zijn, zijn welkom in Walking Street
Aroon daarentegen zegt dat ladyboys die geen sekswerker zijn, welkom zijn in Walking Street. De politie zou zich niet schuldig maken aan seksediscriminatie. Maar hij geeft toe dat de meeste misdrijven in Walking Street door transseksuele sekswerkers worden gepleegd.: zakkenrollen, drankjes manipuleren, stelen en geweldpleging.
Aroon: ‘We houden ladyboys niet aan die naar Walking Street komen. Meestal zien we wel wie toerist is en wie sekswerker. Maar als we ontdekken dat ze overlast veroorzaken of klanten zoeken, arresteren we hen. Soms komen de ladyboys die we arresteren niet naar Walking Street om klanten te zoeken, maar komen ze met hun vriend. Onze standaardprocedure is: eerst arresteren en daarna vragen stellen. Maar als ze onschuldig zijn, maken we onze excuses en laten hen gaan.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 3 februari 2013)

Ladyboys zijn in de gevangenis gelukkiger dan erbuiten
Het lijkt een contradictie: een ladyboy, die in de gevangenis gelukkiger is dan erbuiten. Ladyboy Bee die gevangen zit in de provinciale gevangenis van Phuket wegens drugsvergrijpen, schreef het aan zijn vriend Mee, ook een ladyboy.
‘Alle ladyboys hier leven samen met de mannelijke gevangenen. Ze isoleren ons niet… In het begin voelde ik me geïntimideerd, maar dat is niet meer het geval. Buiten de gevangenis kijken de mensen naar ons alsof we deel zijn van een freakshow en ze behandelen ons als misdadiger. Ze veroordelen ons zelfs voordat ze ons kennen. Maar hier behandelen de mannelijke gevangenen ons als koningin. We krijgen veel respect en ze willen met ons praten.’
Volgens Sompol Sitthiwatch, vice-president van Andaman Power, een groep die zich inzet voor de LGBT-gemeenschap in Phuket, is Bee’s zaak niet uniek. [LBGT=lesbian, gay, bisexual, transgender] ‘Ik heb veel verhalen gehoord van ladyboys die in de gevangenis geluk hebben gevonden. Ik denk dat ze zich in de gevangenis bevrijd voelen. Vrij om zichzelf te zijn, vrij om te leven en te denken, en ze krijgen meer respect van anderen. Achter de tralies is liefde en romantiek niet ongebruikelijk tussen gedetineerden en ladyboys.’
5 procent van de mannelijke gevangenen is ladyboy
De provinciale gevangenis van Phuket telt 1.798 gevangenen; 87 daarvan zijn ladyboys, op 2 na allemaal pre-op (zonder geslachtsveranderende operatie). Ze slapen in dezelfde cellen als mannelijke gedetineerden, behalve de twee omgebouwde ladyboys, die hebben een eigen cel. Landelijk telt Thailand 209.776 mannelijke en 37.919 vrouwelijke gevangenen. De ladyboys worden als man geregistreerd; ze vormen naar schatting 5 procent van de mannelijke gevangenisbevolking. Enkele gevangenissen maken wel onderscheid.
Patong rond Soi Bangla is het centrum van Phuket’s nachtleven. Het gebied trekt steeds meer toeristen en meer toeristen betekent meer problemen. Elke dag worden mensen beroofd in Patong. Wanneer een hetero dat doet, waait het over; wanneer een ladyboy de dader is, is het groot nieuws. Jaren geleden begon de politie van Kathu ladyboys die in de entertainment industrie werken, te registreren. Degenen die zich niet lieten registreren, mochten er niet werken.
‘De politie denkt dat ladyboys herrieschoppers zijn’, zegt Sompol.  Andaman Power maakte bezwaar tegen de verplichte registratie en nu wordt hen ‘gevraagd’ zich te registreren om ongewenste problemen te voorkomen. Mannelijke entertainers krijgen een blauwe kaart, vrouwen en ladyboys een roze kaart. Wie geen ‘paspoort’ heeft, zoals de kaarten worden genoemd, riskeert een boete van 1.000 baht.
Door de media denken de mensen dat ladyboys gevaarlijk zijn
Inspecteur Nikorn Chutchong, die al heel wat jaartje in Patong werkt, erkent dat het beeld bestaat dat ladyboys verantwoordelijk zijn voor een groot aantal misdrijven. Hij noemt die perceptie onjuist. ‘Door de media denken mensen dat ladyboys gevaarlijk zijn. Een verhaal is altijd interessanter als de hoofdpersoon een ladyboy is.’
De 21-jarige Som uit Nong Khai, die als sekswerker op straat werkt, zat één maand gevangen omdat ze een gouden ketting van een klant had gestolen. ‘Ik had toen geld nodig en kon het niet op een andere manier verdienen. De gevangenis was niet zo slecht als ik had gedacht. Gevangenen hebben nooit de draak met me gestoken. Ze respecteerden me en lieten me een echte lady voelen. Natuurlijk wil ik niet in de gevangenis zitten, maar als ik terug moet, kan me dat niet schelen.’
Sommige transseksuelen in andere delen van het land hebben geklaagd over seksuele intimidatie. Sindsdien worden post-op ladyboys ondergebracht in een aparte afdeling van de Klong Prem gevangenis in Bangkok. ‘Dat hebben we gedaan om te voorkomen dat mannelijke gevangenen hen verkrachten’, zegt Kobkiat Kasiwiwat, adjunct-directeur van het Corrections Department.
Ik voelde me in de gevangenis een filmster
Suma (45) zat anderhalf jaar gevangen. Ongelukkig was ze niet in de gevangenis en ze verdiende in de weekends wanneer ze in het mannendeel van de gevangenis werd toegelaten, een aardig centje bij met seks. Betaald met sigaretten, want geld is niet toegestaan in de gevangenis, maar die ruilde ze met bewaarders voor geld.
Ze zegt die anderhalf jaar 60.000 baht te hebben gemaakt. Een vriend van haar zou na 10 jaar cel met 1 miljoen baht en ongelukkigerwijs HIV naar buiten zijn gewandeld. Suma had geluk, alhoewel condooms erg moeilijk te krijgen waren.
‘Als je me vraagt naar mijn ervaringen: ik voelde me in de gevangenis een filmster. Iedereen hield van me, iedereen wilde me en ik kon er mijn gang gaan. Zo’n plaats bestaat niet in de wereld buiten de gevangenis.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 3 februari 2013)

De martelgang van de bewoners van Klity Lang
Ma Aung Seng (50) is blind, Kamthorn Srisuwanmala (44) heeft last van gewrichtspijn, misselijkheid en hoofdpijn. Ze wonen in Klity Lang, een 100 jaar oud dorp met zo’n twee- tot driehonderd etnische Karen, verscholen in dichtbegroeide bossen in de provincie Kanchanaburi.

In de jaren tachtig begon vee van de bewoners dood te gaan, bewoners stierven, bij sommigen begon het lichaam op te zwellen en anderen klaagden over zware hoofdpijn. De bewoners merkten dat het water van de kreek bij het dorp troebel en smerig werd. In die kreek visten ze, namen een bad en soms dronken ze het water.
In april 1998 werd voor het eerst vastgesteld dat de bewoners een veel te hoge concentratie lood in hun bloed hadden. De boosdoener was snel gevonden: de Lead Concentrate Company, die sinds 1970 bovenstrooms van het dorp lood had gedolven en verwerkt in een bedrijfsgebouw dat 30 meter vanaf de kreek stond. Het bedrijf loosde het met lood vergiftigde water rechtstreeks in de kreek.
De martelgang die daarna volgde, laat zich moeilijk in een paar zinnen beschrijven. Hoogtepunten waren de sluiting van de mijn in 1998 en op 10 januari van dit jaar de toekenning van een schadevergoeding van 4 miljoen baht aan de bewoners door het Supreme Administrative Court. Maar aan adequate en snelle maatregelen ontbrak het grotendeels al die jaren. En nog steeds vermoeden de bewoners dat de kreek verontreinigd is ondanks verzekeringen van regeringsdiensten dat het oppervlaktewater nu drinkbaar is.
Ma Aung Seng heeft geen keus. Ze heeft geen waterleiding en ook geen geld om flessenwater te kopen. Wanneer ze water nodig heeft, vraagt ze haar zoon naar de kreek te lopen en water te halen. Ze gebruikt het om te drinken, te koken en te wassen.
Kamthorn reisde een jaar tussen zijn dorp en het Rajavithi ziekenhuis in Bangkok voor behandeling. Zijn toestand is verbeterd, maar volledig genezen zal hij waarschijnlijk nooit.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 27 januari 2013)

Uit Nieuws uit Thailand van 11 januari:
– Blije gezichten bij de 22 etnische Karen die langs de Klity Creek in Kanchanaburi wonen. Na 9 jaar van taaie juridische strijd krijgen ze eindelijk een schadevergoeding van 177.199 baht per persoon wegens de verontreiniging van de kreek met lood. De Supreme Administrative Court kende het bedrag gisteren toe en overlaadde het Pollution Control Department (PCD) met kritiek.
De PCD, aldus de hoogste bestuursrechter, vroeg pas 9 maanden nadat het gehoord had over de loodvergiftiging, het Royal Forest Department om toestemming te kreek te reinigen. Bovendien deed de PCD 3 jaar niets, nadat de National Environment Board toestemming had verleend voor de constructie van een dijk. Die dijk werd pas in 2004 aangelegd met als doel de verspreiding van het met lood gecontamineerde sediment verder te voorkomen.
Bron van de loodvergiftiging, waarvan tal van kinderen het slachtoffer zijn geworden (bij de zitting gisteren hadden de Karen foto’s van hen bij zich), was Lead Concentrate Co. Het bedrijf begon zijn werkzaamheden in 1967 en moest in 1998 op last van het ministerie van Natural Resources zijn deuren sluiten. In dat jaar werd ook de loodvergiftiging ontdekt.
Behalve betaling van de schadevergoeding heeft de rechtbank de PCD ook gelast de loodconcentratie van de kreek snel op een acceptabel niveau te brengen. Verder werd de PCD verplicht gedurende een jaar de loodconcentratie te meten van het water, sediment, vissen en planten, en de resultaten aan de bewoners te laten weten.
PCD directeur-generaal Wichien Jungrungruang zei na afloop van de zitting dat zijn afdeling vasthoudt aan haar strategie om het lood op natuurlijke wijze te laten verdunnen, alhoewel loodoverblijfselen die bij de kreek liggen, wel worden verwijderd.

‘Zojuist in Bangkok geland en ik wil een namaak Rolex kopen’
‘Ik ben zojuist in Bangkok geland baby! Klaar voor 50.000 gillende Thaise monsters. […] en ik wil een namaak Rolex kopen.’ Deze tweet van Lady Gaga, eind mei vorig jaar, zorgde voor behoorlijk wat commotie.

De Intellectual Property Department diende een klacht in bij de Amerikaanse ambassade en op de social media bliezen duizenden stoom af vanwege deze geringschatting van Thailand. In de erop volgende weken verrichtte de politie diverse arrestaties, maar inmiddels is het weer business as usual.
Wie een namaak product zoekt, kan terecht op Sukumvit, Silom, Khlong Tom, Saphan Lek, Ban Mor, Mahboonkrong (MBK), Fortune Town, Fashion Island en Pantip Plaza. Keuze te over: de laatste CD’s en DVD’s, software, merktassen, horloges, merkkleding – Thailand heeft het allemaal.
In haar beste jaren verdiende Jasmine 10 miljoen baht per jaar
Jasmine (niet haar echte naam) zit al 20 jaar in de namaakbusiness. In haar beste jaren had ze een winkel en diverse straatkramen en verdiende ze 10 miljoen baht per jaar. Zelfs na het betalen van steekpenningen, overheadkosten en tripjes naar China om inkopen te doen, was het een lucratieve business. De politie kneep een oogje dicht, de douane deed niet moeilijk.
Ook Jasmine werd na de Gaga-rel aangehouden. Maar ze kreeg al haar inbeslaggenomen artikelen terug en hoefde niet voor te komen. Aanvankelijk moest ze daarvoor 200.000 baht neertellen, maar uiteindelijk kwam ze weg met 8.000 baht.
De hoge verdiensten van vroeger zitten er niet meer in
Na een tijdje legaal gehandeld te hebben – tot ongenoegen van de politie – is ze nu weer terug, en dankzij smeergeld ad 400.000 baht, betaald aan een hoge politiefunctionaris, wordt ze getipt als een inval op handen is.

De hoge verdiensten van vroeger zitten er niet meer in. De concurrentie is toegenomen, de steekpenningen zijn gestegen, de klanten uit het Midden-Oosten die haar vroeger wisten te vinden, vliegen nu direct door naar Phuket en de nieuwe klanten zijn kritischer geworden. Ze hebben een foto bij zich van wat ze willen hebben en ze hebben een prijs in gedachten. Onderhandelen doen ze niet meer.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 20 januari 2013)

Uit Thais nieuws van 20 januari:
– Het lijkt wel Nieuwjaarsdag met al die goede voornemens van de Thaise regering: ze wil niet alleen een eind maken aan het witwassen van geld, aan mensenhandel, aan kinderarbeid, maar ze heeft zich nu ook voorgenomen software piraterij van 70 naar 68 procent terug te dringen. Want Thailand staat op de Priority Watch List als IPR oftewel ‘most serious intellectual property rights violator’.
De VS hebben Thailand in 2007 op de lijst gezet. In tegenstelling tot de andere lijsten (mensenhandel en witwassen) kent deze lijst echter geen sancties, maar moet het simpele feit van plaatsing op de lijst het schaamrood naar de kaken van de regering doen stijgen.
De politie heeft vorig jaar bij 182 groepen invallen gedaan en daar illegale software op 4.573 PC’s aangetroffen, wat in geld uitgedrukt neerkomt op 448 miljoen baht. 80 procent van de overtredingen kwam voor rekening van Thaise bedrijven, Japanse bedrijven waren goed voor 7 procent.
Dit jaar richt de politie haar pijlen op de automobiel- en auto-onderdelenindustrie, voedsel, vastgoed en constructie.

Verhoging minimumdagloon is geen wondermiddel
Op 1 januari 2013 is het minimumdagloon in zeventig provincies omhoog gegaan naar 300 baht. In zeven provincies gebeurde dat al in april vorig jaar. Voor het eerst kent Thailand nu een landelijk minimumloon, want eerder verschilde dat per regio.
In de krant verschijnen regelmatig noodkreten over het midden- en kleinbedrijf dat de verhoging niet kan overleven. Maar interessanter is de vraag: hoeveel mensen profiteren eigenlijk van de maatregel? En ik doe er gelijk maar een tweede vraag bij: hoe populistisch is het hypotheeksysteem voor rijst waarbij boeren een bovenmarktprijs voor hun rijst krijgen?
In een artikel van Prapas Pintobtaeng, assistent-hoogleraar politicologie aan de Chulalongkorn universiteit vond ik enkele onthullende cijfers. Ik loop ze puntsgewijs langs.
1 Slechts eenderde van het arbeidspotentieel werkt in de landbouw. Die boeren produceren 12 procent van het bruto binnenlands product. In boerengezinnen komt slechts 10,9 procent van het inkomen uit landbouwactiviteiten; meer dan 60 procent komt uit andere werkzaamheden.
Conclusie 1: het boerenbedrijf is niet langer de basis van het levensonderhoud van plattelanders.
Conclusie 2: het hypotheeksysteem voor rijst heeft maar weinig invloed op hun leven.
2 Twee van de drie leden van een boerengezin gaan elders werken. Sommigen schrijven dit toe aan het zware werk onder de gloeiende zon; jongeren zouden daar geen trek in hebben. Een andere belangrijke reden is dat er een tekort is aan land, omdat het land in de loop van generaties zo vaak is verdeeld tot elk afzonderlijk perceel te klein is om een gezin van te onderhouden. Tenzij land wordt herverkaveld, blijft dit probleem bestaan.
3 Weliswaar kent Thailand nu een verplicht minimumdagloon, maar de regering laat toe dat bedrijven die via outsourcing werken, zich niet houden aan de rechten van werknemers. Indien de regering deze situatie laat voortduren, profiteert het merendeel van de werkers niet van de verhoging.
4 In de informele sector werken 24,1 miljoen personen oftewel 62,3 procent van het arbeidspotentieel. Daarvan werkt 60 procent (14,5 miljoen) in de agrarische sector; 31,4 procent in de servicesector en 8,6 procent in de productiesector. Dit gigantisch aantal werkers ontbeert de meest basale arbeidsrechten: geen werkzekerheid, geen behoorlijke salariëring, geen werkveiligheid, geen toegang tot sociale voorzieningen en geen recht om zich te organiseren. Dit komt omdat de Labour Protection Law 1998 alleen geldt voor werkers in de formele sector.
5 De verhoging van het minimumdagloon komt slechts ten goede aan 8 à 9 miljoen werkers in de formele sector.
6 Er bestaan zorgen dat werkgevers ter compensatie van het hogere minimumloon gaan bezuinigen op veiligheids- en milieumaatregelen. In de afgelopen 10 jaar hebben 1.836.411 werkers op het werk een ongeluk gehad: 7.710 zijn overleden of zijn vermist, 148 zijn gehandicapt en 30.370 verloren een of meer lichaamsdelen. Ze ontvingen 1.500 miljoen baht aan compensatie.
7 Slechts 500.000 van de 30 miljoen werkers zijn lid van een vakbond.
(Bron: Bangkok Post, 25 januari 2013)

Een zwart museum en een witte tempel
Chiang Rai is de thuisstad van de twee bekendste kunstenaars van Thailand: Thawan Duchanee (73) en Chalermchai Kositpipat (57). Beiden hebben over de jaren heen twee van de belangrijkste toeristische attracties gecreëerd: Thawan’s Black House museum (of tempel) en Chalermchai’s Wat Rong Khun of de witte tempel.

Het zwarte museum
Ban Daam (Black House) bestaat uit 40 gebouwen, de afgelopen 36 jaar door Thawan ontworpen en gebouwd, de meeste zwart van buiten en de meeste van teakhout. Ze bevatten een merkwaardige verzameling ‘junk’, zoals kunstwerken, meubels, handwerk, ditjes en datjes en skeletten, hoorns, huiden en opgezette koppen van dieren.
Voor die dode dieren heeft Thawan een even simpele als voor de hand liggende verklaring: ‘Iedereen moet sterven. Op deze planeet kan niemand de dood vermijden.’ Thawan omringt zich graag met de dood – om artistieke redenen. ‘I like the touch of it. Its form. The smell of it inspires me to draw, to paint animals.’
De witte tempel
Chalermchai begon in 1996 met de bouw van zijn Wat Rung Khun of Witte Tempel. De tempel is verblindend wit om de puurheid van de Boeddha uit te drukken. De muurschilderingen in de tempel bevatten donkerder waarschuwingen tegen lust, hebzucht en verslaving aan alcohol en drugs.

‘Mijn doel was een moderne, mooie tempel te creëren die mensen dieper laat nadenken over boeddhisme.’
Ín de tempel zijn ook schilderingen te zien van de aanslag op het WTC, en cartoonfiguren zoals Superman, Spider-man en andere striphelden. ‘Mijn boodschap is dat er in het echte leven geen helden zijn die je kunnen helpen. Je moet je eigen held worden, in je eigen hart op zoek gaan naar moraliteit, goedheid en liefdadigheid jegens de armen en vertrapten.’
Het zwarte museum is moeilijk te vinden; het staat circa 15 km ten noorden van Chiang Rai. De Witte Tempel staat 10 km ten zuiden van Chiang Rai.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 6 januari 2013)

’t Is bijna een obsessie: op zoek naar lucky numbers
Twee keer per maand zitten Thais gespannen voor de buis of luisteren naar de radio. Dan worden de winnende lotnummers bekend gemaakt van de staatsloterij. Voor zo’n 20 miljoen Thais betekent dat winst of verlies in een van de vele ondergrondse loterijen, die populairder zijn dan de staatsloterij omdat de winstkans 1 op 100 bedraagt tegen 1 op 1 miljoen in de staatsloterij.

Tussen de uitslagen op de 1e en de 16e maand (die de illegale loterijen overnemen) gaan Thais bijna obsessief op zoek naar ‘lucky numbers’. Dat kan op tal van manieren. In Thailand verschijnen drie tijdschriften over numerologie en enkele websites geven advies. Eén website bevat een lijst van 10 plaatsen in Bangkok waar winnende nummers zijn te vinden.
Bijvoorbeeld de ‘Boom van de 100 lijken’ aan de Ratchadaphisek Road. Die boom herinnert aan de vele voetgangers die er in het verkeer zijn omgekomen. De stam is omwikkeld met goudkleurig doek en er staan tientallen beeldjes bij. In de boom huizen geesten die een hint geven op welk nummer een prijs valt.
Uit ongeluk komen goede dingen voort
Velen geloven dat uit ongeluk goede dingen kunnen voortkomen, dus publiceren kranten de kentekens van auto’s die betrokken waren bij gruwelijke ongelukken. De nummers van de wegen waar ongelukken plaatsvonden, het aantal slachtoffers – niets is te gruwelijk of het vormt wel een bron van mogelijk geluk.

Maar de bron kan ook onschuldig zijn: een droom, de schors van een boom, het nummer van een hotelkamer waar een filmster heeft geslapen, de geboortedag van de premier of cijfers die een relatie hebben met de koninklijke familie.
De beste tips komen van machtige geesten
Maar de beste tips komen van machtige geesten, die vreselijke pijnen hebben gehad of veel hebben geleden. Mae Nak is zo’n beroemde geest. Ze wordt geëerd in een heiligdom in het zuidoosten van Bangkok naast een tempel. Volgens de legende stierf de vrouw in het kraambed, terwijl haar echtgenoot, een soldaat, op campagne was. Toen hij terug kwam, was ze veranderd in een geest die door het huis zweefde.

Mae Nak wordt om van alles geconsulteerd: jongemannen vragen haar ervoor te zorgen dat ze niet in dienst hoeven, vrouwen vragen hulp bij het zwanger raken, studenten vragen om steun bij hun examens. Degenen die naar het heiligdom gaan voor loterijnummers, trekken een genummerde bal uit een kleipot of ze krassen in de bast van een boom die er staat, op zoek naar cijfers.
’t Is allemaal bijgeloof en in een metropool als Bangkok zijn er tal van mensen die er niets van moeten hebben. Maar ook hierbij geldt het Thaise adagium: leven en laten leven, oftewel ‘If you don’t believe it,don’t insult it’.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 6 januari 2013)
Zie ook: Legaal of illegaal: er kan volop gegokt worden in Thailand.

Inhaalslag van vrouwen: eigen ‘Patpong’ en six-pack party’s
House, 18 Plus 1, Nice Club House, Mon Lady Club, Sha Sha Club. Wat is de overeenkomst tussen deze uitgaansgelegenheden? Het zijn allemaal ‘female-only clubs’. Ja, u leest het goed, clubs waar alleen vrouwen mogen komen. En niet om gezellig te babbelen over het weer, maar ze komen er op zoek naar seks.

De tweede sekse is bezig met een inhaalslag. Mannen hebben Patpong, Soi Cowboy, Nana en nog tal van andere plaatsen in Bangkok om hun seksuele lusten te bevredigen; vrouwen krijgen sinds een aantal jaar hun eigen clubs of clubs organiseren ‘six-pack’ party’s.
Agressieve vrouwen op six-pack party
Levels aan Sukhumvit soi 11 organiseerde zo’n avond. Miminaal geklede en goed geproportioneerde mannen stonden klaar om de dames te behagen. Chutima Ongsanthia, event-manager, vertelt over de hoofdzakelijk vrouwelijke cliëntèle: ‘De vrouwen waren werkelijk agressief. Er waren zelfs enkele gevechten tussen vrouwen die op dezelfde mannen vielen. Sommige modellen (zoals ze de gastheren noemt) werden lastig gevallen en kregen seksueel getinte voorstellen. Ons security-team had een moeilijke avond.’
Was de avond in Levels nog betrekkelijk onschuldig, de female-only clubs zijn de vrouwelijke tegenhanger van de go-go bars voor mannen. Ze bieden heteroseksuele vrouwen, die de aandacht missen van echtgenoot of minnaar, gescheiden vrouwen en vrouwen die geen date kunnen vinden, de mogelijkheid een lekkere kerel uit te zoeken.
Pornoshow in Soi Twilight
Een vrouwelijke Japanse expat gaat soms naar Soi Pratuchai, beter bekend als Soi Twilight, om een pornoshow te bekijken. De clubs daar zijn populair bij westerse homo’s en Aziatische vrouwen. Na de show lopen de dansers rond, gekleed in niets verhullend slipje of slechts met condoom om hun stijve lid, en laten het tegen betaling betasten. Wil de dame in kwestie meer? Geen probleem: 1.500 baht voor short-time seks plus 500 bar fine en over de rest valt te onderhandelen.
De meeste go-go boys komen uit het Noordoosten of Cambodja. Ze zijn gay, biseksueel of gewoon hetero, maar zolang de klant betaalt niet te beroerd om de eigen of andere sekse te verwennen. Velen geven de voorkeur aan vrouwen omdat ze vriendelijker zijn. ‘Vrouwen zijn het aardigst’, zegt een Thaise gigolo. ‘Sommigen zijn heel knap. Waarom ze hier komen, weet ik niet.’
Een regelmatige bezoekster: Ik heb ‘t voor het uitkiezen
Een regelmatige bezoekster van Prince Entertainment aan Rama IX Iegt uit wat haar drijft. Ze is eind dertig en heeft een goede baan in de financiële dienstverlening. ‘Ik ga ernaar toe om me te ontspannen. Doordeweeks werk ik hard. Ik pak er een drankje en de mannen komen naar me toe. Ik heb ‘t voor het uitkiezen. Het voelt een beetje alsof ik weer universiteitsstudent ben, toen ik bij de jongens populair was.  Als ik de volgende keer bij een andere “gastheer” zit, kijkt degeen die eerder bij me zat, gekwetst. Ik weet dat het een act is, maar het voelt alsof ze me mogen.’
Een ‘gastheer’ voor seks meenemen heeft ze nog niet gedaan. Misschien komt het er nog eens van. Een vriendin van haar betaalde 5.000 baht, inclusief de bar fine, voor een gehele nacht intiem. Maar de jongen wilde haar blijven ontmoeten en belde haar een paar keer. Dus gaat ze niet meer naar die club.
Vrouwen willen de situatie kunnen beheersen
Zijzelf mag er qua uiterlijk nog zijn, dus waarom zou ze betalen voor de aandacht van een man? ‘Als je met iemand meegaat die je in een bar of club ontmoet, kan het emotioneel worden, gênant en ranzig – alsof je in concurrentie met een prostituee bent, en anderen hebben hun mening erover klaar. De meeste mannen die je in een nachtclub proberen te versieren, zijn niet te vertrouwen. Vrouwen die een beetje geld hebben, willen de situatie kunnen beheersen.’
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 30 december 2012)

Naphat houdt van bloemen en bloemen houden van haar
Hoe het begon en zich ontwikkelde in een notendop: de oom van Naphat Boontanonda kweekte orchideeën op een stukje land in Prachinburi, er kwamen andere bloemen bij, Naphat en haar oom begonnen bloemen te exporteren, ze openden een bloemengalerie, er kwam een coffeeshop bij en een jaar geleden ging het resort Dasada the Flower Es’Senses open.

Naphat heeft het er maar druk mee, want ze werkt ook nog parttime bij een olieraffinaderij. ‘Dat werk is rechttoe, rechtaan – alles is systematisch, betrouwbaar en voorspelbaar. Het werken met bloemen is meer iets wat op kunst lijkt, net als het werken met mensen in het resort.’ 
Thee met een bloemensmaakje, ijs met bloemen
Naphat heeft gevoel voor detail. In coffeeshop La Lalla wordt thee geserveerd met een bloemensmaakje en het ijs wordt gemengd met echte bloemen. De ijsjes zijn ontworpen door de bekende ijscreator Prima Chakrabhandhu Na Ayudhya. Vanzelfsprekend domineren bloemen in het resort en er worden zelfs bloemen in het voedsel verwerkt.

Nog een opvallend kenmerk: op het menu staat vers zeebanket en dat zou je niet verwachten in een provincie die niet aan zee ligt. Maar dat komt omdat de vrachtwagens die de exportbloemen naar Bangkok brengen, op de terugweg in Samut Sakhon stoppen en daar vis laden, zodat ze niet leeg terugkeren. ‘We willen geen brandstofkosten verspillen’, legt Naphat uit. ’En zo kunnen onze gasten van heerlijk zeebanket genieten alhoewel ze op grote afstand van zee zijn.’
Naphat weet van elke bloem elk detail
Bloemen vormen voor Naphat van jongsafaan haar habitat. ‘Ik was er altijd bij wanneer mijn oom aan het werk was. Hij nam me mee op buitenlandse zakenreizen. Ik heb eigenlijk vanaf mijn jonge jaren stage gelopen.’ Tegenwoordig neemt ze vaak ’s ochtend een kijkje op bloemenmarkten of ze gaat naar het buitenland op zoek naar bloemen.
Dat maakt haar een lopende bloemenencyclopedie. Ze weet van elke bloem elk detail, hoe ze in Dasada terecht kwamen en van welke temperatuur en vochtigheid ze houden. De bloemen krijgen filterwater en alle omstandigheden moeten de hele dag in de gaten worden gehouden: temperatuur, vochtigheid, aarde, mest en zonlicht. ‘Alles moet precies goed zijn. Net als mensen hebben ze speciale zorg nodig om goed te gedijen.’
(Bron: Muse, Bangkok Post, 15 december 2012)

Een kopje koffie van 50 dollar
Kopi Loewak of civetkoffie heeft er sinds kort een geduchte concurrent bij van een ander dier, de olifant. Een kopje koffie kost 50 dollar maar koffielovers zijn laaiend enthousiast.

 ‘Er hangt een zweem van wild omheen waar ik geen woord voor kan bedenken’, zegt een Amerikaan die de koffie proefde. De Canadees Blake Dinkin (42) roemt de zachte smaak van de koffie die hij ontwikkelde – zonder de bitterheid van gewone koffie.
De olifantenmaag fungeert als stoofpot
Evenals bij de katachtige civet worden de koffiebonen uit de ontlasting gehaald. De olifanten krijgen een maaltje van arabica koffiebessen. In de maag wordt de proteïne afgebroken, die de bittere smaak van koffie veroorzaakt. De olifantenmaag fungeert als een soort van stoofpot: het duurt ongeveer 15 tot 30 uur om de bessen te verteren en andere ingrediënten uit de maaltijd trekken in de bessen, zoals bananen en suikerriet. Daardoor krijgt de koffie een licht gronderige en fruitige smaak.
Nadat de koffie uit de ontlasting is gehaald, wordt ze grondig gewassen, de koffiebessen worden bewerkt om de bonen eruit te halen en in Bangkok wordt de koffie gebrand. Daarna verhuist ze onder de merknaam Black Ivory Coffee naar enkele luxe hotels, onder andere op de Malediven, in Abu Dhabi en naar enkele Antara resorts in Thailand, waaronder het Antara Golden Triangle Resort in Chiang Rai. Erg efficiënt zijn de dieren niet, want om 1 kilo koffie te produceren, is 33 kilo koffiebessen nodig.
Aanvankelijk waren dierenbeschermers sceptisch
De twintig olifanten, die de koffie produceren, wonen in een kamp van de Golden Triangle Asian Elephant Foundation, een opvang van geredde olifanten. Aanvankelijk waren dierenbeschermers sceptisch, maar inmiddels is uit bloedtesten gebleken dat de cafeïne niet in het bloed wordt opgenomen. En de jumbo’s raken ook niet verslaafd aan koffie. Dus nu zijn de sceptici om, ook al omdat 8 procent van de omzet naar de verzorging van de dieren gaat.
Misschien helpt de koffie om de toekomst van olifanten veilig te stellen, zodat ze niet met houtstammen hoeven te slepen, kunstjes moeten doen in attractieparken en toeristen rond rijden.  Daar heeft een rechtgeaarde dierenliefhebber toch wel  50 dollar voor over?
(Bron: Bangkok Post, 10 december 2012)

Hondenvlees brengt geluk en houdt je warm
Vraagje: Wat is de overeenkomst tussen Zuid Korea, China, Vietnam, Indonesië, Cambodja, Laos en de provincie Sakon Nakhon in Thailand; in die volgorde? Antwoord: In deze landen wordt hondenvlees gegeten; het meeste in Zuid Korea, het minste in Thailand dat vooral berucht is vanwege de handel in en smokkel van honden.

Naar schatting gaan elke maand 30.000 honden de grens over richting Vietnam. Slechts 9.042 dieren werden tussen augustus 2011 en augustus 2012 gered. Gered tussen aanhalingstekens, want veel dieren stierven later alsnog in overvolle asiels, waarin ze werden overgebracht, of ze hadden onderweg al het loodje gelegd.
De smokkel en handel van honden en hondenhuiden stonden vorige maand centraal op het seminar ‘Directions to Ending Dog Meat and Skin Trade in Thailand’. De aanwezigen waren eensgezind en besloten de premier te vragen een ‘nationale agenda tegen de handel in hondenvlees en  –huiden’ af te kondigen.
In Vietnam is het vlees vooral populair in Hanoi
Hondenvlees wordt in veel landen als een delicatesse beschouwd. Het wordt in Vietnam gewoonlijk aan het eind van een maanmaand gegeten, want daar geloven ze dat het vlees geluk brengt. Sommige mensen eten het vlees, gewoon omdat ze het lekker vinden, of ze denken dat het helpt om het lichaam ’s winters warm te houden.

Het vlees is er vooral populair in Hanoi. Elke dag brengen vrachtwagens 100 honden naar de stad. Een klein deel komt van hondenfokkerijen, de meeste zijn gesmokkeld uit Thailand. Centrum van de hondenhandel in Thailand is de provincie Nakhon Phanom. Er opereren twee of drie grote handelaren van Vietnamese afkomst. De honden zijn gekocht of van straat gepikt, alhoewel magere straathonden de dans ontspringen. Vervolgens gaan de dieren in kooien, worden naar de Mekong vervoerd, waar ze via Laos richting Vietnam gaan.
Met 100 man 250 kilometer controleren
Honderd man van de marine-eenheid Me Khong Riverine Operation mag de gesmokkelde honden onderscheppen. Een lastig karwei want de 100 man moeten 250 kilometer grens in de gaten houden. Maar zo nu en dan wordt een succesje geboekt. In reactie daarop doen de smokkelbendes het nu soms anders: ze smokkelen niet de dieren, maar het vlees.

In augustus demonstreerden 500 hondenhandelaren uit tien provincies in Sakon Nakhon. Ze zeiden dat ze in hun levensonderhoud worden bedreigd sinds het kopen en verkopen van honden voor de consumptie is verboden. De handelaren riepen de provincie op de handel te legaliseren, vergunningen te verlenen en nieuwe banen voor hen te zoeken. Het zal dus nog wel even duren voordat de ‘nationale agenda’ succes heeft.
(Bron: Bangkok Post, 4 december 2012)

Geweld in het Zuiden traumatiseert kinderen
De 12-jarige Ahmad (niet zijn echte naam) durft nauwelijks een voet buiten de deur te zetten. Zes jaar geleden werd zijn vader doodgeschoten. Sinds de dood van hun moeder wonen hij en zijn zus Sunnah van 15 bij een tante. Aan hun jeugd kwam abrupt een einde. ‘Ik voel me niet veilig’, zegt Sunnah. ‘Vooral bij vreemden. Ik wantrouw mensen die naar me kijken. Soldaten zijn het ergst.’

Ahmad en Sunnah zijn twee van de duizenden kinderen in het Zuiden van Thailand die ernstig psychisch gewond zijn door het geweld dat al 8 jaar aan de gang is. ‘Angst is nummer 1. Sommige kinderen hebben gezien hoe hun ouders voor hun ogen werden doodgeschoten, hoe  de gezinswinkel werd verbrand, hoe familieleden werden geslagen of gemarteld’, zegt Pechdau Tohmeena, een expert op het gebied van psychische gezondheid. ‘Ze horen geruchten over het geweld, zien helicopters overvliegen met de kanonnen op hun gericht. Het is heel zwaar om elke dag als doelwit te moeten leven.’
Uit een onderzoek van het Rajanukul Institute in 2010 bleek dat 22 procent van de 11 tot 18-jarigen symptomen vertoonde van een post-traumatische stress stoornis, het dubbele van het landelijk gemiddelde. Iets minder dan 40 procent vertoonde tekenen van bezorgheid, verlies van vertrouwen, angst, agressie en had concentratieproblemen. Sommige lagere-schoolkinderen vertelden de onderzoekers dat ze het meest behoefte hadden aan een geweer om hun leven te verbeteren. Zelfs scholen vormen voor hen geen veilige haven.
Sinds 2004, toen het geweld weer oplaaide, zijn in de zuidelijke provincies 5.300 personen om het leven gekomen bij bomaanslagen, moorden, onthoofdingen, schietpartijen door opstandelingen en invallen door militairen die op zoek waren naar verdachten. Meer dan 150 onderwijzers zijn gedood, honderden scholen in brand gestoken. Het aantal weeskinderen is zorgelijk. Het Pattani Juvenile Observation and Protection Centre schat hun aantal op 5.000.
‘Conflictsituaties zijn uiterst schadelijk voor de ontwikkeling van een kind’, zegt Andrew Morris van het VN Kinderfonds. ‘En hoe langer conflicten zich voortslepen, hoe groter de impact wordt.’ De gevolgen worden op latere leeftijd zichtbaar: teenagers die zich buiten gaan aan drugs en alcohol. Of ze sluiten zich uit woede aan bij de opstandelingen. Het enige lichtpuntje in al deze ellende is dat er aandacht komt voor hun geestelijk gezondheid. Acht jaar geleden telde de regio één psychiater; nu zijn er veertig.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 9 december 2012)

De bendes, de meiden, de pistolen – straatraces in Bangkok
Woensdagnacht 5 december werd een 17-jarig meisje door een vrachtwagen overreden, nadat ze van een motorfiets was gevallen. Dat meisje was een zogehetenh sagoi girl. Ze zat achterop bij een van de honderd motorfietsers die op de Kanchaniphisek Road (Bangkok) aan het stunten waren.

Op 10 november werden drie jongelui doodgeschoten en vier anderen gewond. Ze maakten deel uit van een motorbende die door een rivaliserende bende achterna werd gezeten, nadat ze beledigingen naar elkaars hoofd hadden geslingerd.
In het weekend van 1 en 2 december werd voor het Rama II ziekenhuis in Bangkok een hulpverlener beschoten. Hij werd aangezien voor een rivaliserend bendelid. Een 17-jarig meisje in de ambulance die hij bestuurde, werd in haar nek geraakt.

Meiden en prestige
In al deze gevallen gaat het om groepen jongeren, die in het weekend en op feestdagen met hun opgevoerde motorfietsjes aan straatraces doen. Waarom? Twee redenen: meiden en aanzien binnen de groep. De jongens met de snelste fietsjes, sommige halen wel 160 km per uur, krijgen de mooiste meiden. De meiden zijn idolaat van de jongens.
De bekendste bende zijn de Vanz Boys (spreek uit: whaanz). Ze racen soms op de Rangsit-Nakorn Nayok Khlong 5, de enige weg in Bangkok waar dat van de politie mag. Andere populaire wegen zijn onder andere Kanchaniphisek, waar dat meisje omkwam, Ratchaphruek, Rama III en Vibhavadi-Rangsit.
De leiders, evenals die van andere bendes, dragen een vuurwapen. Handig als twee bendes met elkaar in de clinch raken en om in de lucht af te vuren als waarschuwing dat de politie een controlepost heeft opgezet. ‘No cops, no fun’, is het motto. De boys die het lukt uit de handen van de politie te blijven, worden beschouwd als helden.
De bende heeft ook een dresscode: de jongens dragen nauwsluitende jeans en een zwart T-shirt, de meiden jeans met afgeknipte pijpen en korte tops. Littekens worden beschouwd als een ereteken.
Voor 8.000 tot wel 40.000 baht worden de fietsen opgevoerd
Een voormalige Vanz Boy runt een werkplaats waar motorfietsen geschikt worden gemaakt voor straatraces. De motor wordt opgevoerd van 125 naar 150 tot 180 cc, alle overbodige toeters en bellen gaan er vanaf om de fietsen zo klein en licht mogelijk te maken. Kosten 30.000 tot 40.000 baht, maar daarvoor heb je dan ook een echte tua lek. De man wordt beschouwd als de beste in zijn branche.
Jeeradetch Jumpapan bediende aanvankelijk in Bang Mot (Bangkok) ook Vanz Boys. Per maand sleutelde hij aan zo’n tien fietsen ad 8.000 tot 10.000 baht per stuk. Maar hij is ermee gestopt. De buurt had genoeg van de herrie en de stank en de overige klanten begonnen hem te mijden. Nu hangt er op de pui van zijn werkplaats een spandoek van de politie met de mededeling dat opvoeren verboden is. De politie laat bij hem haar eigen motorfietsen repareren om de Vanz Boys af te schrikken.
Arrestaties zetten weinig zoden aan de dijk
In Bang Mot vormden de Vanz Boys een groot probleem. Ze maakten de Wutthakat Road onveilig. Op een avond maakte de politie er rigoreus een eind aan door alle straten, zijstraten en sluiproutes af te zetten. Tachtig motorfietsen werden inbeslaggenomen. Sindsdien zijn de boys naar elders uitgeweken.

Politieofficier Sanong Seanmanee van de Vibhavadi-Rangsit verkeersregelkamer heeft het Vanz Laew Pai Nai (Where do the Vanz go?) project opgezet. Hij merkte dat arrestaties weinig zoden aan de dijk zetten op de Vibhavadi-Rangsit Road. ‘De ene week arresteer je honderd man en een week later zijn er weer honderd anderen.’
Zijn mannen bezoeken nu scholen, waar ze de leerlingen uitleggen dat de ouders van straatracers het risico lopen op een gevangenisstraf van 3 maanden en een boete van 30.000 baht. En nadat straatracers zijn veroordeeld, praten ze met de ouders, die vaak geen weet hebben wat hun kids ’s nachts uitvreten.
Het zijn goedbedoelde pogingen maar of ze succes hebben? Teenagers hebben nu eenmaal behoefte aan kicks, leeftijdsgenoten zijn belangrijker dan de ouders. En dat komt allemaal door de vermaledijde hormoontjes die door hun lijf gieren.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 9 december 2012)

Een drijvende school met acht leerlingen
4 december – Acht jaar geleden arriveerde Samart Suta (33) in tambom Ko (Lamphun). ‘Toen ik aankwam, vroeg ik mezelf af: wat doe ik hier? Ik wilde gelijk weer teruggaan. Maar toen ik in de ogen van de kinderen in deze afgelegen streek keek, zag ik dat ze écht wilden leren. Dit haalde me over om te blijven. En na 8 jaar heb ik nog steeds geen plannen om weg te gaan.’

Samart is onderwijzer op een drijvend schooltje in het Mae Ping Lake. De school telt 8 leerlingen, van kindergarten tot grade 6. Toen hij arriveerde, hadden de kinderen acht maanden geen les gehad, want zijn voorgangers waren niet opgewassen tegen het ongemak. De school heeft geen elektriciteit, geen telefoon, geen internet, alleen een kleine elektrische generator.
De leerlingen komen uit arme gezinnen, die verderop in het meer van de visvangst leven. Ze slapen op school, omdat de drijvende huizen van hun ouders te ver weg zijn, en ze krijgen les in hetzelfde klaslokaal. Vaak tegelijk, bij sommige vakken afzonderlijk, zoals rekenen, natuurkunde, Thai en Engels. Met enige trots zegt Samart dat ze allemaal kunnen lezen en de tafels van vermenigvuldiging uit hun hoofd kennen.
‘De leerlingen leven als broer en zus’, vertelt Samart. ‘De ouderen zorgen voor de jongeren en geven hen les.’ Een groot probleem zijn de ouders. Zij begrijpen niet het belang van onderwijs. ‘De meesten vinden het niet nodig dat hun kinderen naar het vervolgonderwijs gaan, want uiteindelijk zullen ze toch hun brood gaan verdienen met vissen.’
De 12-jarige Maiprae Sumpong is maar wat blij met meester Samart. ‘Ik wil verder leren, en indien mogelijk onderwijzeres worden, net als khun Samart, en op deze drijvende school werken.’
Samart’s inzet is niet onopgemerkt gebleven. Hij ontving recent een ‘good teacher award’ van de Quality Learning Foundation en een bedrag van 250.000 baht voor een project om de prestaties van leerlingen te verbeteren.
(Bron: Bangkok Post, 2 december 2012)

Kledingfabriek verhuist naar Cambodja
6 december – Het minimumdagloon bedraagt in Cambodja 51 baht. Nou, dan hoef je niet lang na te denken als kledingfabrikant nu datzelfde loon op 1 januari in Thailand wordt verhoogd naar 300 baht. Dus vertrekt T.K. Garment Co Ltd na 32 jaar naar het buurland.

En behalve van goedkope arbeid profiteert het daar ook van Cambodja’s Generalised System of Preferences status, waardoor het goedkoper naar Europa kan exporteren. Daarmee stopte Garment 10 jaar geleden toen er niet meer tegen China was op te boksen.
Het bedrijf begon heel eenvoudig met 12 werknemers en zeven naaimachines. Nu telt het 1.200 werknemers in de fabriek in Bangkok en 2.500 in de fabriek in Mae Sot, meest migranten. De twee fabrieken spuwen elke maand 500.000 tot 600.000 kledingstukken uit in 80 merken, allemaal voor de binnenlandse markt.
Als eerste wordt de fabriek in Mae Sot ontmanteld wanneer de fabriek in Cambodja in juni volgend jaar in bedrijf komt. Die krijgt een productiecapaciteit van 1 miljoen stuks en zal uiteindelijk werk bieden aan 3.000 werknemers.
Voorzitter Thaveekij Jaturajaroenkhoen heeft er hard voor gewerkt. Afkomstig uit een arm Chinees gezin dat zich in leven hield met het kweken van groentes, vertrok hij naar Bangkok en kreeg een baan in een kledingfabriek. Twaalf jaar werkte hij er. ‘Ik heb over kleding alles geleerd door eigen ervaring, niet door boeken te lezen. Als je het me nou zou vragen, denk ik dat ik een PhD in kledingmaken heb.’
(Bron: Bangkok Post, 4 december 2012)

Hypotheeksysteem voor rijst: een nieuw geluid
Er is al veel gezegd en geschreven over het controversiële hypotheeksysteem voor rijst, waarbij vooral de nadruk lag op de financiële gevolgen voor de schatkist en Thailand’s positie als ’s werelds rijstexporteur nummer 1, omdat de regering de rijst opkoopt voor prijzen die zo’n 40 procent boven de marktprijzen liggen.

Ontwikkelingseconoom Sawai Boonma wijst in Bangkok Post op drie gevolgen die volgens hem minder aandacht hebben gekregen:
1 Rijstboeren nemen meer risico door te proberen meer rijst te verbouwen. Ze planten rijst op land dat niet of gedeeltelijk wordt geïrrigeerd. Normaal zou dat land braak liggen of het werd beplant met gewassen die minder water vergen. Ze nemen dat risico omdat ze weten dat ze de regering onder druk kunnen zetten, wanneer de oogst mislukt.
Een grote leverancier van kunstmest zegt dat de verkoop van kunstmest niet is toegenomen, wat erop zou wijzen dat boeren dat bewust doen. Omdat de boeren overschakelen van mixed farming op monocultuur, neemt bovendien het risico op plantenziektes toe.
2 De overheid die alle rijst opkoopt, krijgt een monopoliepositie. Omdat ze een veel hogere prijs betaalt dan de particuliere sector, maakt ze handelaren brodeloos die altijd een cruciale rol in de rijstsector speelden. Een monopoliepositie heeft bekende tekortkomingen, die verder worden verergerd door inefficiëntie en corruptie.
Sawai wijst op de Filippijnen waar de corrupte regering onder Marcos de kokosnoothandel overnam. Dat was volgens hem een van de redenen waarom de Filippijnen enige tijd ‘the sick man of Asia’ werden. Helaas wordt Sawai niet concreter dan deze nogal vage uitdrukking.
3 Het populistisch beleid versterkt de loyaliteit van met name rijstboeren in het arme Noordoosten aan politici. Die loyaliteit levert stemmen op en wordt ook misbruikt om demonstranten voor straatprotesten, zoals in 2010, te ronselen. Rijstboeren vormen een betrouwbare steunpilaar voor corrupte politici. Ze beschermen hen en proberen elke politieke rally van de belangrijkste oppositiepartij te verstoren.
Deze taktiek, schrijft Sawai, lijkt op de manier waarop Hitler en Mussolini de bruinhemden en de zwarthemden inzetten.
(Bron: Bangkok Post, 5 december 2012)

Rijstboeren in Suphan Buri verbouwen rijst voor rijstboeren
Rijstboeren die rijst verbouwen voor andere rijstboeren die rijst verbouwen: is dat niet een beetje raar? En toch gebeurt het. In de provincie Suphan Buri verbouwt een klein aantal boeren een lokale rijstsoort, die door de andere boeren in de provincie wordt gekocht en gegeten. Want die boeren verbouwen Hom Mali en daar houden ze niet van.

Hom Mali (jasmijnrijst) vinden ze ofwel te zacht ofwel te taai. De lokale rijstsoort khao ta klueb vinden ze wel lekker, want die heeft een unieke zachte textuur, is even aromatisch als Hom Mali en ze vormt een stevige maaltijd voor mensen die veel calorieën verbranden, zoals boeren.
De rijst waar om het gaat, wordt verkocht onder de merknaam ‘Khao Khwan Suphan’.  De organische rijst wordt uitsluitend voor de lokale markt in Suphan Buri verbouwd. De boeren die Hom Mali verbouwen, doen dat omdat de rijst een hogere prijs vangt. Voordat de lokale rijstsoort beschikbaar was, kochten ze voor eigen consumptie rijst van elders, waarbij zich de nogal merkwaardige situatie voordeed dat die rijst een lange omweg maakte: ze werd vervoerd naar verpakkingsbedrijven in het land en werd weer terugvervoerd naar supermarkten en winkels in de provincie.
Uit 180 variëteiten werden de beste twee geselecteerd
Khao Khwan Suphan is een initiatief van de Suphan Buri Industrial Federation, Suphan Buri Rice Mill Federation en de Khao Khwan stichting. Twee jaar geleden werden op proefveldjes 180 verschillende soorten rijst verbouwd. Twee groepen boeren selecteerden 30 soorten op basis van kwaliteit, sterkte en opbrengst. Die 30 variëteiten werden vervolgens uitgezet op chemisch-vrije veldjes, zonder gebruik van herbiciden. Daar rolden de 10 beste uit en uiteindelijk bleven er twee over:  khao ta klueb en jek schoey bao.

De eerste oogst vorig jaar leverde 80 ton khao ta klueb op, verbouwd door 14 boeren op circa 100 rai. Voor de volgende oogst hebben 30 boeren zich opgegeven en het areaal wordt uitgebreid naar 400 rai. De boeren kopen het zaad van de stichting en verbouwen de rijst chemicaliënvrij op hun eigen land. De andere rijstsoort wordt in de toekomst toegevoegd.
De stichting voert willekeurig steekproeven uit om te controleren of er toch niet stiekem wordt gespoten. Ze koopt de rijst op tegen een hogere prijs dan de marktprijs. Daarna wordt de rijst, gescheiden van andere rijst, gepeld door rijstmolenaars in de provincie. En ze wordt verpakt. [Het artikel vermeldt niet door wie. Ik neem aan door een lokaal bedrijf.]
En ten slotte belandt de rijst op het bordje van de andere boeren, zoals dat van Arkom Wongsamut. Hij is trots op het product uit zijn geboortestreek. Arkom koopt het niet alleen voor zijn gezin, maar hij geeft ook wel eens een zakje cadeau aan anderen. ‘De rijst wordt in mijn provincie verbouwd. Het vertegenwoordigt heel goed Suphan Buri.’
(Bron: Bangkok Post, 5 november 2012)

Met één op de drie kinderen is wel iets mis
Er tikt een sociale tijdbom in Thailand, schrijft Sanitsuda Ekachai in haar wekelijks column in Bangkok Post. Met één op de drie kinderen is wel iets mis.

Op het platteland is de schooluitval hoog: 11 procent in het lager onderwijs, 21 procent in de eerste 3 jaar van het middelbaar onderwijs en 45 procent in de laatste 3 jaar van het middelbaar onderwijs.  Met deze cijfers (van Child Watch) moet het dan ook geen verbazing wekken dat de jeugdcriminaliteit tussen 2005 en 2009 is gestegen van 34.211 naar 46.981 jongeren en het aantal tienerzwangerschappen van 42.434 naar 67.958.
Sanitsuda wijst met de beschuldigende vinger naar het onderwijs dat ze ‘Bangkok-centred’ noemt. Het leerplan wordt centraal vastgesteld  en is voornamelijk gericht op ‘exam-smart’ leerlingen. Het ministerie van Onderwijs negeert alle oproepen om onderwijsvernieuwingen. Het weigert leerplannen toe te snijden op de verschillende behoeftes van leerlingen en het weigert scholen meer financiële en beleidsruimte te geven. Bovendien krijgen stadsscholen driemaal zo veel subsidie als plattelandsscholen.
Het dorp is geen veilige plaats meer voor kinderen
Sanitsuda’s huishoudster Nukid vertelde haar dat het dorp voor kinderen niet langer een veilige plaats is om op te groeien. De jongens weigeren naar school te gaan, ze drinken, gebruiken drugs, spelen online games, worden lid van een bende en de meisjes worden van school getrapt omdat ze zwanger zijn. ‘This is a real problem for most parents’, zegt Nukid.
Nukid’s zuster zou willen dat haar zoon minimaal 3 jaar middelbare school afmaakt, maar het kan de jongen niet schelen. Hij praat niet met haar, weigert op de boerderij te helpen en wordt gewelddadig wanneer hij op school onder druk staat. ‘De kinderen van nu leven in een andere wereld. Maar wat voor toekomst hebben ze wanneer ze op school in de steek worden gelaten?’
(Bron: Bangkok Post, 31 oktober 2012)

‘Naaien, borduren, printen; we doen alles zelf’
Talloze experts hebben het al tot vervelends toe gezegd: arbeidsintensieve bedrijven, zoals naaiateliers, hebben in Thailand geen toekomst. Ze kunnen beter naar een van de buurlanden verhuizen, waar de lonen lager zijn. Maar Kittipong Ruayfuphan (31) is helemaal niet van plan te verhuizen; sterker nog: hij is in de provincie Samut Sakhon op zoek naar een stuk grond om een tweede fabriek te bouwen.
Kittipong is directeur marketing van TTH Knitting (Thailand) Co in Bangkok. Na zijn studie business administration aan de California State University nam hij de leiding over van het bedrijf dat 20 jaar geleden door zijn vader werd gesticht. Het bedrijf telt 220 werknemers en dat is uitzonderlijk want soortgelijke bedrijven tellen 400 werknemers.
Geheim 1 en 2: automatisering en niets uitbesteden
Hoe flikt hij dat? Simpel: automatisering. Zo telde de afdeling die T-shirts bedrukt, voorheen 150 werknemers; nu bedienen 15 werknemers 3 machines. Als een werknemer in de verpakkingsafdeling weg is, kan een ander die persoon gemakkelijk vervangen want die hoeft niet meer te doen dan een paar knoppen in te drukken.
Tweede geheim: beheersing van de gehele productieketen en snelle levertijden. Werden in het oude businessmodel subcontractors ingehuurd, nu produceert TTH alles zelf. Het slaat de producten in magazijn op, waardoor de levertijd maximaal 25 dagen bedraagt en dat is snel voor een bedrijf van deze grootte. Thans heeft het bedrijf een voorraad ter waarde van 20 miljoen baht.
Geheim 3 en 4: alle textielbewerkingen en eigen merk
Derde geheim: het bedrijf is een zogeheten one-stop service company, dus doet alles: weven, naaien, digitaal printen, 3D borduurwerk, ontwerpen en verzending. Het enige wat het niet doet is het verven van textiel, omdat Bangkok strenge eisen stelt aan de afvoer van afvalwater.
Vierde geheim: het ontwikkelen van een eigen merk, want zo’n 10 jaar geleden kreeg het bedrijf, dat in opdracht shirts maakte met Doraemon, Sailor Moon en Pokemon, last van copycats. Onder het eigen merk Mixprint produceert TTH nu poloshirts, T-shirts, uniformen, onderbroeken, jasjes, hoeden, handdoeken en andere producten van textiel. Bovendien worden ook duurdere T-shirts gemaakt zoals het ventilerende Mix-Tech T-shirt.
Groot verloop onder Thais personeel
Alhoewel Kittipong liever niet met buitenlands personeel werkt, is hij wel verplicht dat te doen want het verloop onder het Thais personeel is groot. Dertig procent van het huidige personeelsbestand is buitenlands. Zowel buitenlanders als Thais ontvangen hetzelfde minimumdagloon van 300 baht; vakmensen verdienen 330 à 350 baht per dag.
Verhuizen naar het buitenland ziet Kittipong niet zitten. ‘Sommige collega’s die in Laos en Cambodja hebben geïnvesteerd, zijn al weer teruggekomen vanwege de loonkosten en een gebrekkige infrastructuur. De lonen in Cambodja zijn weliswaar lager dan in Thailand maar de kopers bepalen in feite de winstmarge, zolang lage lonen fabrieken in staat stellen producten tegen lage prijzen te verkopen.’
Nieuwe fabriek verdriedubbelt productie
Nee, met de huidige situatie heeft Kittipong vrede: 20 procent van de producten wordt geëxporteerd naar Japan, Singapore en Italië, terwijl met moeite aan de binnenlandse vraag kan worden voldaan. Vandaar de plannen voor een nieuwe fabriek. Als die in bedrijf komt, verdriedubbelt TTH de huidige productie van 900.000 stuks per maand.
(Bron: Bangkok Post, 30 oktober 2012)

De vis wordt duur betaald – met kinderarbeid
> Da (17) uit Myanmar werkt al sinds haar 13e in een visverwerkende fabriek in Samut Sakhon; zes dagen per week, van ’s ochtends 7 tot ’s avonds 7 uur. Daar verdient ze op een goede dag 400 baht mee. Ze is blij met die verdiensten, want vijf jaar geleden verdiende ze op een bouwplaats in Bangkok 150 baht per dag.

> Da’s neef (16) begon toen hij 10 jaar was. Hij werkt in dezelfde fabriek.
> Pai, een magere 17-jarige jongen, werkt ’s nachts in een fabriek van diepvries vis vlakbij bij zijn huis dat hij huurt met 10 andere gastarbeiders uit Myanmar. Hij arriveerde 3 jaar geleden in Thailand.
> Een paar huizen verder woont Pimpa (16). Zij werkt in de wasserij van die fabriek, van 4 uur ’s ochtends tot 4 uur ’s middags. Zij begon op 13-jarige leeftijd.
Al deze kinderen waren jonger dan de wettelijke minimumleeftijd van 15 jaar, toen ze begonnen te werken. De Labour Protection Act schrijft ook voor dat kinderen jonger dan 18 jaar niet tussen 22 en 6 uur mogen werken en ze mogen geen gevaarlijk werk verrichten.
Vooral kleine fabriekjes werken met kinderen
Hoeveel kinderen in de visserij en visverwerkende industrie werken, zal wel nooit precies bekend worden. Ze liegen over hun leeftijd en hebben ook geen papieren om hun leeftijd te verifiëren. Vooral kleine ongeregistreerde fabriekjes werken met minderjarigen. Verslaggevers van Spectrum, een bijlage van Bangkok Post, bezochten eind augustus de garnalenmarkt van Samut Sakhon. Een tiental kinderen, niet ouder dan 12 jaar, was er garnalen aan het pellen, sleepte met zware manden en maakte materialen schoon.

Op papier ziet het er allemaal mooi uit. Thailand heeft de Worst Forms of Child Labour Convention en de Minimum Age Convention van de ILO ondertekend en geratificeerd. Maar de mensenrechtengroep Solidarity Centre uit Washington onthulde in 2008 een geheel andere werkelijkheid.
In een onthullend rapport met interviews met werkers in de garnalenverwerkende industrie in Bangladesh en Thailand constateerde ze kinderarbeid, mensenhandel, dwangarbeid, onderbetaling en ‘debt bondage’, waarbij de migrant wordt opgezadeld met een torenhoge schuld.
Thailand doet te weinig aan mensenhandel
Ondanks ontkenningen van de Thaise regering en de garnalen- en visindustrie plaatste de VS Thailand op de zogeheten Tier 2 Watch List omdat het land te weinig aan mensenhandel deed. Wanneer Thailand naar de Tier 3-lijst zakt, heb je de poppen aan het dansen. Dan gaan de VS en andere markten op slot voor Thaise garnalen en dat zou rampzalig zijn voor een industrietak die jaarlijks goed is voor 100 miljard baht.  Want Thailand is wereldleider in de garnalenindustrie en de belangrijkste bron van garnalen voor de VS.

Dat risico is niet denkbeeldig , want wat zegt Arthorn Piboonthanapathana, secretaris-generaal van de Thai Frozen Foods Association met 200 aangesloten bedrijven? ‘Ik kan niet bevestigen dat kinderarbeid nog steeds bestaat in de industrie en ik kan ook niet bevestigen dat het niet bestaat. Wat ik alleen kan zeggen is dat de afgelopen 4 jaar de industrie meer pogingen doet om kinderarbeid uit te bannen, want we willen onze exportmarkten niet verliezen.’
Mooie woorden en mooie cijfers
Aan mooie woorden geen gebrek. Voormalig adjunct-secretaris van het ministerie van Labour Songsri Boonba zegt dat Thailand een bevredigende voortgang maakt bij de bestrijding van kinderarbeid, alhoewel het ministerie kampt met een schrijnend tekort aan inspecteurs. Ze wijst op bemoedigende cijfers van het National Statistic Office dat kinderarbeid is afgenomen van 334.207 in 2004
naar 227.013 in 2011. Maar wie zei ook alweer dat er twee soorten leugenaars zijn?
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 28 oktober 2012)

‘Hij gaat zijn gang maar, ik heb geen geheimen’
Het format is simpel. Je gaat met een microfoon en een camera de straat op en je vraagt aan jongeren: ‘Heb je wel eens stiekum gekeken naar de Facebookpagina van je vriend of vriendin? En als je faen dat doet?’ De antwoorden leveren een programma op waarbij volwassenen soms even moeten slikken. Maar eindelijk krijgen jongeren eens de gelegenheid vrijuit te spreken.

Het interviewprogramma VRZO is te zien op YouTube en wordt niet op vaste tijdstippen gedownload. Bedenker is Surabot Leekpai, de zoon van Thailands twintigste minister-president Chuan Leekpai. Pluem, zoals zijn bijnaam luidt, verwachtte niet dat het zo populair zou worden, toen hij ermee begon. Hij kwam op het idee omdat hij surfend op het internet ontdekte dat jongeren vaak openharig discussieerden over gevoelige onderwerpen.
De show is agressief, maar niet onbeschoft
Die jongeren geeft hij nu een forum met VRZO dat hij samen met Mallika Chongvatana , destijds presentatrice van Strawberry Cheesecake, presenteert. Het klikt tussen die twee, zo goed zelfs dat ze in november in het huwelijk treden. ‘De show is agressief’, geeft Pluem toe, ‘jazeker, maar niet onbeschoft. Wij praten op dezelfde manier als jonge Thais. We hoeven de show niet kunstmatig mooier te maken.’

Inmiddels heeft Pluem een studio, personeel en sponsors. In het begin betaalde Pluem alles uit eigen zak, maar sinds de 15e aflevering lukte het om sponsors te vinden. TrueVisions benaderde hem zelfs met het voorstel de show naar de kabeltv te laten verhuizen, maar Pluem besloot niet meer dan enkele afleveringen via de kabel uit te zenden. Is er geen sponsor, dan wordt er geen programma gemaakt en gewacht tot er zich één aandient. Inmiddels hebben 60 afleveringen het licht gezien.
Tino vertaalde enkele antwoorden
En wat antwoordden jongeren op de Facebook-vraag? Tino Kuis keek naar het programma en vertaalde enkele antwoorden (‘Sommige kon ik niet volgen, veel slang.’).

– Ja zeker (boze flinke tik van vriendin), maar er stond teleurstellend weinig interessants op (weer een tik).
– Zoiets doe ik niet (knipoog).
– Maakt niet uit, ik heb twee Facebookpagina’s, die een mag ze zien, van die ander heeft ze geen weet.
– Lukt bij mij niet, ik verander elke dag van wachtwoord.
– Ik wis heel veel.
– Nu niet meer (vriendin kijk sceptisch).
– มึงเสือกมาก
– Dat moet ie niet lappen!
– Goed idee, ga ik zeker doen!
– Hij gaat zijn gang maar, ik heb geen geheimen.
(Bron: Bangkok Post, Brunch, 21 oktober 2012; met dank aan Tino Kuis)

‘Je eindigt als lijk of je gaat de gevangenis in’
Op zijn 18e leerde hij lezen en schrijven, op zijn 26ste werd hij gevangen gezet en kreeg de doodstraf en nu, op zijn 38ste, heeft hij zijn bachelor’s graad rechten gehaald, studeert landbouwmanagement en heeft een boek geschreven over zijn ervaringen als drugshandelaar op ‘death row’ in de beruchte Bang Khwang gevangenis in Bangkok.

‘Ik wil dat mijn lezers, vooral de jonge generatie, weten dat je in een vicieuze cirkel terecht komt wanneer je je met drugs bezighoudt. Je eindigt als lijk of je gaat de gevangenis in, zoals ik. Uiteindelijk verlies je alles. En dat is het niet waard’, zegt Pummarin Pamorntrachukul (pseudoniem van Laojang, zijn achternaam wil hij niet zeggen).
Laojang groeide op in een dorpje in het noorden van Thailand temidden van weelderige klaproosvelden. Hij behoort tot het Lisor bergvolk, mocht niet naar school, maar moest zijn vader helpen. Als teenager raakte hij betrokken bij de drugswereld. Hij begon als runner en en klom in de bende van drugsbaron Khun Sa op tot een belangrijke drugsdealer.
De dag dat hij tot de doodstraf werd veroordeeld, herinnert hij zich nog heel goed. ‘Alles werd zwart voor mijn ogen toen de rechter mij de doodstraf gaf. Mijn moeder zat in de rechtzaal. Ze had een plastic tas met nieuwe kleren voor me bij zich, en wachtte tot ze me mee naar huis kon nemen. Maar dat gebeurde niet. Ik dacht dat een eind aan mijn leven was gekomen.’
In de gevangenis zat Laojang niet stil. Hij las alles wat los en vast zat, vooral biografieën van inspirerende persoonlijkheden zoals Mahatma Ghandi en Nelson Mandela, en studeerde recht via de Open Universiteit. Het schrijversvuur werd gewekt tijdens een workshop die eindigde met de opdracht een kort verhaal te schrijven. De docente stimuleerde hem om het uit te breiden tot een boek en zo zag Kamsarapap Sudtai Kon Khao Hong Prahan (The Last Confession Before The Execution Chamber) het licht.
Laojang’s doodstraf werd vorig jaar omgezet in levenslang en begin dit jaar in 20 jaar. Nog 8 jaar te gaan. Daarin wil hij behalve de landbouwgraad nog drie graden halen, zodat wanneer de poort van Bangkok Hilton achter hem dichtvalt, hij de wereld aan kan.
(Bron: Bangkok Post, 23 oktober 2012)

Legaal of illegaal: er kan volop gegokt worden in Thailand
Elke 1ste en 16e van de maand zitten 19 miljoen Thais gespannen voor de televisie. Lacht het geluk hun eindelijk toe? Op die twee dagen vindt de trekking plaats van de staatsloterij, maar die 19 miljoen hebben geen staatsloten gekocht. Zij hebben op een eindcijfer ingezet bij een huay tai din, een ondergronds loterijkantoor.

Die ondergrondse loterijen zouden volgens een onderzoek uit 2003 een winst maken van 92 miljard baht per jaar. Mevrouw T. runt zo’n kantoortje al 14 jaar. Wat heet kantoortje? Een vaste ruimte heeft ze niet. Haar 20 agenten faxen de inzetten door naar haar fax, die ze op haar mobiele telefoon kan aansluiten. Op deze manier kan ze gemakkelijk uit de handen van de politie blijven.
Vaste klanten hebben een streepje voor
Elke 14 dagen maakt ze een omzet van 4 miljoen baht. De zwaarste gokker, een fabriekseigenaar, zet telkens 400.000 tot 500.000 baht in, de kleinste gokker 20 baht. Vaste klanten hebben een streepje voor. Wie regelmatig grote inzetten doet, krijgt 30 procent korting. Betaling in termijnen is mogelijk en ze verleent soms krediet.
Inzetten op populaire cijfers sluist ze vaak door naar een groter gokhuis vanwege het risico. Soms wordt op een cijfer een limiet gezet, in het Thais een un. Dat is wel zo verstandig want een kennis van mevrouw T., die het grootste gokkantoor in het Zuiden had met een omzet van 40 miljoen baht, ging de mist in toen de gehele provincie op hetzelfde cijfer inzette en de jackpot erop viel.
Mevrouw T. is niet bang voor de online loterij
Om een eind te maken aan de illegale loterijen heeft de regering een oud plan van stal gehaald, gelanceerd tijdens de regering Thaksin: een online loterij waarbij op 2 of 3 cijfers kan worden ingezet. Die gaat volgend jaar draaien. De apparaten waarop de cijfers kunnen worden ingetoetst met daaraan gekoppeld een printertje zijn er al.
Mevrouw T. is niet bang voor de concurrentie. ‘Bij die loterij wordt de jackpot gedeeld. Dat betekent dat populaire cijfers een lage prijs opleveren.’ Bij haar is dat niet het geval; wie bijvoorbeeld 1 baht inzet op 3 cijfers beurt 500 baht en 450 baht wanneer via een agent is ingezet. Bovendien, zegt ze, gokken haar klanten graag bij haar, die lopen niet zo gemakkelijk weg.
De lotto is populair op versmarkten
Behalve de illegale gokkantoren (het artikel noemt geen aantal) zijn er ook nog de straat lotto’s. Populair op versmarkten is huay ping pong. Uit een zak met 10 genummerde pingpongballetjes trekken drie kooplui elk een balletje. Gokken is mogelijk op 1, 2 of 3 cijfers en de volgorde. Soms wordt ermee geknoeid, dan zijn de te trekken balletjes herkenbaar omdat ze warm of koud zijn gemaakt.
Ook populair op versmarkten is yee kee met 12 pingpongballetjes, maar nu wordt er 1 getrokken. Elk uur vindt een trekking plaats terwijl de andere lotto alleen aan het eind van de marktdag wordt gespeeld.
Huay hoon (stock market lotto) maakt gebruik van de cijfers van een aandelenbeurs bij sluiting. Dat kan de Thaise SET index zijn, maar ook de Nikkei, Dow Jones of een index van Europese beurzen. Er zijn tal van manieren om in te zetten: op 2 of 3 cijfers, hoge of lage cijfers, even of oneven enzovoort. De lotto wordt ook wel online gespeeld. Voordeel van deze lotto is dat er geen pingpongballetjes zijn om mee te knoeien.
(Bron: Bangkok Post, 22 oktober 2012)

Expositie ’ Verdwijnend Amphawa’ is geen protestactie
Amphawa Hai heet de tentoonstelling oftewel Verdwijnend Amphawa. In tientallen tekeningen, schilderijen en foto’s wordt een beeld geschetst van een gemeenschap die zich onlangs verzette tegen de bouw van een imposant hotel, waarvoor traditionele teakhuizen dreigden te moeten wijken.

Maar de tentoonstelling in educatief centrum Amphawa Chai Pattana Nurak is geen protestactie. De organisatoren benadrukken dat hun doel is om ‘een platform voor discussie tot stand te brengen en bewustzijn te stimuleren over cultureel behoud en milieubescherming’.
Amphawa in de kleine provincie Samut Songkhram staat vooral bekend vanwege haar drijvende markt, maar er is meer. Het stadje is rijk aan natuurlijke rijkdommen en cultuur. Unesco onderstreepte dat in 2008 door de plaats een ‘honourable mention’ toe te kennen bij de Unesco Asia-Pacific Awards for Cultural Heritage Conservation.
Het gevaar dat Amphawa de eervolle vermelding zou verliezen als gevolg van de bouw van het hotel, is inmiddels geweken. De eigenaar heeft toegezegd de teakhuizen te sparen en het ontwerp van het nogal dominante gebouw te wijzigen.
Geboorteplaats van Rama II
Amphawa staat om nog meer bekend. Het is de geboorteplaats van koning Rama II en het was ooit beroemd vanwege de vele vuurvliegjes. Maar daarvan zijn er niet veel meer over. Ze hebben het loodje gelegd door de vervuiling die motorboten veroorzaken; bovendien hakt de plaatselijke bevolking bomen om waardoor ze hun habitat kwijtraken.
Vanaf de zeventiende eeuw was Amphawa een belangrijke handelsplaats, die Bangkok en omringende provincies bediende. Michael Biedassek, een van de oprichters van Bangkok Vanguards, een groep jonge voorvechters van duurzaam toerisme, herinnert zich hoe zijn grootmoeder verhalen vertelde over haar tochten per boot naar Bangkok. ‘Ze verkocht kokosnoten en andere boerderijproducten. Het duurde 2 dagen om Bangkok te bereiken.’
Kunstenaar en autochtoon Chalit Nakphawan bewaart goede herinnering aan zijn kindertijd. ‘De mensen deelden elkaars producten. Als iemand een goede oogst had, deelde hij die met zijn buren. En als iemand hulp nodig had, kon hij altijd op zijn buren rekenen.’
Chalit zegt dat hij aan de tentoonstelling meedoet omdat hij van Amphawa houdt. ‘Dit is mijn thuis. Amphawa heeft grote kunstenaars voortgebracht, dichters en muzikanten omdat de plaats rijk is en een sterke cultuur heeft.’
(Bron: Bangkok Post, 26 september 2012. Zie ook: Luxueus hotel verdringt antieke houten huizen in Unesco-stadje)

Bewoners Koh Samet klem tussen overheidsdiensten
Generaties lang woonden de bewoners van Koh Samet in pais en vree. Ze gingen vissen en bewerkten hun akkertjes. Begin jaren zeventig kwamen de eerste backbackers naar het kleine eiland van 4.200 rai. Nu is het een populair vakantie-eiland met 63 vakantieparken en zitten de oorspronkelijke bewoners klem tussen twee overheidsdiensten.

De backpackers mengden zich nog met de lokale bevolking en namen genoegen met eenvoudige accommodaties. De eerste dreiging voor de eilandbevolking en hun visgronden vormde eind jaren zeventig de komst van commerciële trawlers.
1981: Koh Samet wordt National Park
In 1981 werd het hele eiland opgenomen in het Khao Laem Ya-Mu Koh Samet National Park en kwam het onder het beheer van het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation. De overheid beloofde de autochtone bevolking – zo’n 47 families – dat hun land, 700 rai groot, geen deel zou uitmaken van het nationaal park. Maar die belofte is nooit geformaliseerd waardoor sommige families verwikkeld zijn geraakt in conflicten over grondeigendom en jurische procedures.

2000: Treasury Department krijgt land in bezit
In 2000 werd de situatie pas echt gecompliceerd toen een regeringscommissie belast met de grondkwesties, vaststelde dat delen van het eiland overheidsland waren omdat ze in gebruik waren geweest van de marine. Dat land werd overgedragen aan het Treasury Department.

Het Treasury Department echter kan in tegenstelling tot National Parks wel land verhuren. Het onroerend goed dat erop gebouwd is, komt in haar bezit en wordt vervolgens weer voor een bepaalde contractperiode verhuurd. Op deze manier zijn gronden, oorspronkelijk bestemd voor de autotochtone bewoners, in andere handen gekomen. De grondprijzen zijn inmiddels tot fenomenale hoogte gestegen.
2012: Bouw futuristische pier stilgelegd
Intussen begint de angst bij investeerders toe te slaan omdat de National Parks-dienst elders bezig is illegaal aangelegde vakantieparken te slopen. Een aantal is al deels gesloopt op Koh Samet en drie vakantieparken kregen eerder deze maand twee maanden respijt. De dienst heeft ook de constructie van een futuristische pier stilgelegd omdat ze daarvoor geen toestemming had verleend.

Personeel van het Khao Laem Ya-Mu Koh Samet National Park staat echter niet te trappelen om in actie te komen tegen illegaal aangelegde vakantieparken vanwege de betrokkenheid van het Treasury Department. ‘Het land op het eiland bevindt zich in een grijs gebied omdat de exploitanten van de vakantieparken een huurcontract hebben.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 23 september 2012)

De naweeën van een fake bomdetector
‘Ik was op school aan het voetballen toen iemand op soldaten schoot die in de buurt waren. Ze kwamen bij ons naar de schutter zoeken. We moesten in een rij staan. Ze liepen langs met de GT200. Die wees naar mij… en ze namen me mee.’

Hassan werd 29 dagen gevangen gehouden. Hij is één van de ruim vierhonderd personen die in het Zuiden op basis van de omstreden bomdetector is aangehouden en gevangen gezet, sommigen tot twee jaar. Ze werden ingerekend omdat een bomdetector, die experts omschrijven als niet meer dan een radioantenne op een waardeloos stuk plastic, hen aanwees.
Na jaren het apparaat te hebben verkocht, werd de fabrikant in juli in Engeland aangehouden op beschuldiging van oplichting. Volgens hem was het speelgoedje in staat is minieme sporen van explosieven, kruit en zelfs drugs te detecteren, op honderden meter afstand. Een sensorcard in de handgreep zou de antenne laten uitslaan in de richting van de explosieven. Het apparaat heeft geen batterijen, maar zou op de statische elektriciteit van de gebruiker werken.
De autoriteiten weigerden om te luisteren
Uit een proef van de overheid bleek dat het apparaat een kwart van de tijd werkte, een succespercentage dat experts aan toeval toeschrijven. ‘Het tossen met een munt is accurater’, zegt Angkhana Neelapaijit van de Justice for Peace Foundation. ‘De mensen in het Zuiden wisten al vanaf de eerste keer dat het ding in 2007 werd gebruikt dat het fake was. Maar de Thaise autoriteiten weigerden om te luisteren.’
Het Thaise leger dat voor 20 miljoen dollar GT200 detectoren kocht, gelooft nog steeds in de effectiviteit van de wichelroede. Het weigert ook excuses te maken aan alle mensen die onschuldig gevangen hebben gezeten. ‘We hebben echte bewijzen gevonden – geweren, wapens, granaten – daarom hebben we hen gearresteerd’, zegt kolonel Pramote Promin, woordvoerder van het Internal Security Operations Command. Bewoners in Yala en Pattani zeggen dat het apparaat niet meer wordt gebruikt bij massa-arrestaties, maar auto’s en wegbermen worden er nog steeds mee gecontroleerd.
Slachtoffers wordt geen recht gedaan
Het Department of Special Investigation (DSI) dat onderzoek naar de zaak heeft gedaan, overweegt juridische actie te ondernemen tegen fabrikant Global Technical en de Thaise distributeurs. Maar of de DSI in staat zal zijn de ‘powerful people’ achter de aankoop te ontmaskeren, lijkt hoogst onwaarschijnlijk.
En zo lang de autoriteiten weigeren schuld te bekennen, wordt de slachtoffers geen recht gedaan, zegt de advocaat van Hassan en een andere leerling die 2 jaar onschuldig vast zat. ‘Deze mensen hebben nog nooit iemand horen zeggen: Het spijt me, dat we jullie je vrijheid hebben ontnomen. Dat is toch een kwestie van menselijke waardigheid.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 16 september 2012)
Krathom: drug of medicijn?
Na amphetamine en heroïne is 4×100 de meest gebruikte drug in het land. Door krathombomen te kappen probeert de overheid het gebruik te bestrijden. Maar het aantal gebruikers is de laatste jaren alleen maar toegenomen.

Van oudsher en vooral in Aziatische landen kauwen mensen op het krathomblad om wakker te blijven of ze gebruiken het als pijnstiller. In die lage dosering kan Mitragyna speciosa, zoals de Latijnse naam luidt, nauwelijks kwaad, maar als 4×100 cocktail heeft krathom hetzelfde effect als opiaten met bij veelvuldig gebruik dezelfde bijwerkingen en afkickverschijnselen.
De naam ontleent het drankje aan de vier bestanddelen: gekookte krathombladeren, cola, hoestsiroop en tranquillizers, zoals alprazolam en iazepam, of zelfs muskietenspiraal. Ook koffie en yoghurt worden soms toegevoegd. Volgens buitenlandse media zouden bij de autopsie van de twee Canadese zusters, die in juni op het eiland Phi Phi overleden zijn, grote hoeveelheden DEET gevonden zijn, een bestanddeel dat ook soms aan de cocktail wordt toegevoegd om de werking te versterken.
Het planten van de krathomboom is sinds 1943 verboden
Aan krathombomen geen gebrek in Thailand: vooral in de zuidelijke provincies Phatthalung, Satun, Nakhon Si Thammarat en Surat Thani. Hun natuurlijke habitat is het regenwoud, maar veel zuiderlingen planten de boom voor medicinaal gebruik ook in hun tuin of boomgaard.
Ze overtreden daarmee de Krathom Act van 1943, die het planten van de boom verbiedt, en bedoeld was een eind te maken aan het gebruik. In 1979 werd krathom toegevoegd aan artikel 5 van de narcoticawet en kreeg het dezelfde status als cannabis en psychotropische paddestoelen.
De afgelopen jaren zijn in de provincie Nakhon Si Thammarat al 20.000 krathombomen gekapt, maar veel effect hebben al die maatregelen niet gehad. Mensen blijven op het blad kauwen en jongeren hebben een goedkoop alternatief voor andere, dure drugs. Het aantal zware gebruikers dat behandeling zoekt, neemt de laatste jaren dan ook toe.
Het kappen van krathombomen is een omstreden maatregel
Of het kappen van bomen dé oplossing is wordt betwijfeld omdat het in strijd is met het beleid om bossen te behouden. Veel van die bomen groeien er van nature. Veel zuidelijke bewoners zijn evenmin enthousiast omdat het gebruik van krathom altijd deel heeft uitgemaakt van hun leven en een medicinaal gebruik kent. De lokale autoriteiten zeggen dat het kappen alleen maar heeft geleid tot de smokkel van krathom uit Maleisië.

Het Office of the Narcotics Control Board en andere betrokken diensten hebben eerder dit jaar gepraat over het legaliseren van krathom als traditioneel medicijn. De ONCB heeft sindsdien legalisering aanbevolen. Maar een medewerker erkent dat het niet gemakkelijk zal zijn misbruik te voorkomen. Een senaatscommissie steunde in 2003 in een rapport ook al legalisering. De senatoren hadden vooral oog voor wetenschappelijke research omdat het blad unieke alkaloiden bevat. Maar het rapport ligt te verstoffen en het ministerie van Volksgezondheid stelde zelfs voor de boetes op het bezit van krathom te verhogen.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 16 september 2012)

Wormen kweken op je balkonnetje: ’t kan
Met wormen valt aardig wat geld te verdienen. Ze vereisen weinig investeringen en met een training van een halve dag weet je al genoeg om wat in het Engels heet een vermiculture boerderij op te zetten. Nou ja boerderij, aan een ladenkast heb je al genoeg. Koeienpoep als bedje, want daar zijn die wormen gek op. En op seksueel gebied zitten ze niet stil, want 1 worm produceert binnen 2 weken 8 nakomelingen.

De Teetat Farm van Teetat Bamrungsad is één van de vijftig wormenboerderijen in Thailand. Ze kweken en verkopen verschillende soorten aardwormen en verkopen hun bijproducten zoals vermicompost kunstmest en wormthee. Beide aarde-vriendelijk en goed voor de grond. Tezamen exporteren de bedrijfjes jaarlijks voor 2 miljard baht, voornamelijk naar Japan en China.
De populairste wormen die worden gekweekt, zijn de tijgerworm (Eisenia foetida), African night crawler (Eudrilus eugeniae) en de rode worm (Lumbricus rubellus). Ze worden gebruikt als visaas, voer voor siervissen en ingezet voor het maken van compost.
Wormhoopjes bevorderen de groei
Nadat Teetat een graad in elektrotechniek had behaald, werkte hij bij een veevoederbedrijf, maar het boerenbedrijf trok meer. Hij nam ontslag en begon groentes te verbouwen. Zo kwam hij in contact met wormen. Hij merkte dat het gebruik van wormhoopjes de groei bevorderde.

Van het een kwam het ander. Hij volgde een training aan de Kasetsart universiteit, die in 2004 was begonnen het gebruik van aardwormen te promoten. Zo werd Teetat een fulltime vermiculture boer. Zijn boerderij ten westen van Bangkok fungeert nu als trainingscentrum.
Teetat verkocht al 200 wormencondo’s
Teetat doet nog meer dan belangstellenden trainen. Hij verkoopt condo’s voor aardwormen, een stapel plastic lades. Ideaal om op je balkon te zetten, in de achtertuin of de garage. Meer dan 200 zijn er al over de toonbank gegaan. Een ladenkast met vier laden kost 800 tot 2.500 baht per set. De 800 baht-set wordt geleverd met 1.000 wormen, de duurdere met 3.000 tot 4.000 wormen. En dat is dan inclusief een cursus van 3 à 4 uur.
De bovenste laden hebben gaatjes voor de ventilatie en gaatjes voor het afvoeren van de wormthee die in de onderste lade wordt opgevangen. Het is wel van belang de koeienmest zo nu en dan los te maken, anders loopt de temperatuur te hoog op. Ideaal is een temperatuur van 29 à 32 graden.
De marktprijs van wormen varieert. Aardwormen kosten 5 baht per stuk of 5.000 baht per kilo, vermicompost doet 35 à 40 baht per kilo en een liter wormthee 50 baht.
De meesterkweker zelf levert ook nog een speciale kunstmest die voor 7.000 baht per ton geëxporteerd wordt naar Frankrijk en Australië.
[Bangkok Post kan weer eens niet rekenen, dunkt me. Die speciale kunstmest zou dus aanzienlijk goedkoper zijn dan de vermicompost, want die komt op 35.000 à 40.000 baht per ton. Misschien weer eens een nulletje te weinig of wordt bedoeld 7.000 baht per kilo?]
(Bron: Bangkok Post, 11 september 2012)

Drugshandel vanuit gevangenissen moeilijk te bestrijden
Toezicht op 100 gevangenen, werkdagen van 12 uur en een matige beloning. Het beroep van gevangenbewaarder is zwaar. De verleiding is dan ook groot wanneer een gedetineerde geld aanbiedt om een mobieltje of drugs binnen te smokkelen.

Od Sae Pua, gevangenbewaarder in de gevangenis van Nakhon Si Thammarat, weigerde en rapporteerde de omkopingspoging aan zijn meerdere. In de vroege ochtend van 18 augustus werd hij op weg naar huis doodgeschoten. Ja, de heren drugshandelaren laten niet met zich spotten, ook al zitten ze achter slot en grendel. Het Corrections Department is nu bang dat ze met hulp van corrupte bewaarders in staat zullen zijn vanuit de gevangenis hun dodelijke handel ongestraft voort te zetten.
Gevangenissen zijn overbevolkt en komen personeel tekort
De belangrijkste problemen zijn de overbevolking van de gevangenissen en een schrijnend tekort aan bewaarders. De gevangenis van Nakhon Si Thammarat is ontworpen op 3.300 gevangenen en huisvest er nu 4.900. Elke bewaarder moet 100 gevangenen in de gaten houden. In andere gevangenissen worden 15 gevangenen in een kleine cel geplaatst , maar kleine cellen telt de gevangenis niet. Wel grote met 150 gevangenen of meer, zodat ze in nauw contact met elkaar komen en gemakkelijk toegang tot de bewaarders hebben.
Thailand telt 143 gevangenissen, waarvan negen inclusief die van Nakhon Si Thammarat een extra beveiligde inrichting (EBI) zijn. Landelijk zitten 159.000 gevangenen vast wegens drugsdelicten, oftewel 65 procent van de totale gevangenisbevolking van circa 246.000. Drugsdealers en –producenten krijgen doorgaans levenslang of de doodstraf. Ze komen zelden in aanmerking voor strafvermindering of gratie. En hun aantal blijft maar groeien.
De gedetineerden zijn gewiekst
De Corrections Department probeert contacten tussen gevangenen en handlangers buiten de gevangenis tegen te gaan. Zo krijgen gevangenissen stoorapparatuur die mobiel telefoonverkeer onmogelijk maakt, maar tot nu toe is die alleen in de gevangenis van Khao Bin in Ratchaburi geïnstalleerd. Er komen ook röntgenmachines en bewakingscamera’s in de EBI’s.
Voertuigen en goederen die in en uit de gevangenis gaan, en post worden beter gecontroleerd. Maar de gedetineerden zijn gewiekst. Zo zijn drugs gesmokkeld die met een magneet aan de onderkant van auto’s waren bevestigd. Dat werd ontdekt toen een grote hoeveelheid magneten in cellen werd gevonden. En een keer waren drugs verstopt in pakjes Lactasoy (sojamelk), die bij de gevangenis werden afgeleverd. Andere maatregelen bestaan uit het verdelen van gevangenissen in kleinere zones en het regelmatig overplaatsen van staf en gedetineerden.
Samenleving moet haar verantwoordelijkheid nemen
Maar volgens Padet Ringrawd, directeur van het Office of Drug Suppression and Prevention, zijn dat allemaal lapmiddelen zolang het grootste probleem, de overbevolking van de gevangenissen, niet is opgelost. Het zou al een stuk helpen om bij mindere vergrijpen opsluiting achterwege te laten. Japan bijvoorbeeld heeft maatregelen genomen om met hulp van de gemeenschap gevangenzetting uit te stellen en drugsverslaafden te rehabiliteren. ‘De sleutel is dat de samenleving een helpende hand biedt en haar verantwoordelijkheid neemt.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 9 september 2012)

Zes wijnen, champagne & cognac
370 elegant geklede filantropen en connaisseurs, 22 van Thailand’s topchefs afkomstig van 21 5-sterren hotels in Bangkok, Pattaya en Chiang Mai en Thai Airways International, verlokkende muziek van het Krungthep Light Orchestra en de blinde pianist Yuttana Srimoonchai, eregast prinses Maha Chakri Sirindhorn. Zie hier in een notendop het vierde Bangkok Chefs Charity Gala Dinner in de Royal Ballroom van het Mandarin Oriental Hotel.

Het crème de la crème van Thailand zat op 20 augustus aan een diner van negen gangen aan, besprenkeld met zes wijnen, champagne en cognac. Maar niemand hoefde zich schuldig te voelen, want het was voor een goed doel: de Border Patrol Police scholen en drie afgelegen scholen in Chiang Mai. Tien miljoen baht werd er opgehaald, waarvan 4 miljoen alleen al werd gedoneerd door echtgenote Daranee van Red Bull-eigenaar Chalerm Yoovidhya, wiens zoon Vorayuth (van de Ferrari) ook van de partij was.
De entree was al veelbelovend met artistieke canapés en hors d’oeuvres. Omdat ik het culinaire woordenboek niet bij de hand heb en een culinair analfabeet ben, geef ik de namen, zoals ze in de krant staan: Hokkaido scallop tartare met mascarpone mango sauce, cauliflower puree met Rougie smoked magret de canard, foie gras egg royal met tofu en shiitake mushrooms, spicy meringue met green mango en crispy lemongrass, leek en potato mousse in black truffle jelly en chilled duck liver in een rode Porto bonbon. Geserveerd met champagne van Louis Roederer.
De gerechten die tijdens het diner van 4 uur werden geserveerd, laat ik onvermeld. Ik beperk me tot de dranken. Bij de starter een Nieuw-Zeelandse Sauvignon Blanc, bij de eerste gang een Franse Domaine Blondelet 2007 uit het Loire dal, bij de tweede gang een Tavel Rose uit het Rhône dal, bij de derde gang een Nieuw-Zeelandse Pinot Gris, bij de vierde gang (dat viel tegen) geen wijn, bij de vijfde gang een Franse Gewurztraminer uit de Elzas, bij het hoofdgerecht een Chateau Fonroque 2006, St-Emilion Grand Gru (dat is een Bordeaux voor de niet-kenners), bij het desert een Muscat Late Harvest  uit Hua Hin. En tot besluit gingen de petits fours vergezeld van een Franse Moyet Fins Bois cognac.
Eén ding is zeker: Vorayuth kon na afloop niet in zijn Ferrari stappen, want die staat bij de politie voor onderzoek.
Update: Een lezer maakte me erop attent dat dit laatste onjuist is, want Vorayuth veroorzaakte het dodelijk ongeluk op 3 september. Stomme fout.
(Bron: Bangkok Post, 7 september 2012)

Tien dagen onschuldig in de gevangenis
Tew Phirommak (17) en zijn twee neven No (17) en Petch (20) zaten 10 dagen gevangen voor een drievoudige moord die ze niet hadden gepleegd. Hun vrijlating hebben ze te danken aan de toevallige arrestatie van de echte daders.
Maar talloze onschuldige Thais die worden opgepakt en gedwongen te bekennen, zijn minder fortuinlijk. Vooral arme mensen met een beperkte opleiding zijn het slachtoffer. Ze kennen hun rechten niet, kunnen zich geen goede advocaat veroorloven en kennen niet een ‘big guy’.
De politie baseerde de arrestatie van de drie op niet meer dan het simpele feit dat ze ’s nachts een uitgaansgelegenheid om circa 3 uur hadden verlaten, waar ze een verjaardagsfeestje hadden gevierd. Omstreeks dezelfde tijd verlieten de slachtoffers, in totaal zes studenten, ook dit etablissement. Onderweg stopten ze bij een kruidenier om een telefoonkaart te kopen. Daar ontstond een ruzie met een groep teenagers. Drie van hen volgden het zestal. Ze schoten drie dood en verwondden de overige drie.
No en Petch werden mishandeld en bekenden
Tew, No en Petch werden de volgende dag aangehouden. No en Petch werden in een ‘safe house’ door de politie mishandeld en bekenden. ‘Als ik niet had bekend, had ik het niet overleefd’, vertelde Petch na zijn vrijlating tegen zijn moeder. Tew en No werden opgesloten in het Juvenile Observation Centre in Khon Kaen, Petch ging naar de Kalasin Prison. Het verblijf in de jeugdgevangenis was voor Tew een ‘marteling’. Sinds zijn vrijlating durft hij niet meer uit te gaan en hij heeft soms nachtmerries.
Tew’s moeder en familie hadden het tijdens de 10 dagen ook niet gemakkelijk. Ze werden gebombardeerd met berichten op de social media, moeder kon nauwelijks ongestoord boodschappen doen zonder te worden lastig gevallen. Iemand zei: ‘We kunnen maar beter niet meer met deze familie omgaan, want het zijn allemaal moordenaars.’
Toevallig kwam de politie de echte daders op het spoor
Miraculeus keerde het tij voor het drietal toen de politie twee mannen en een teenager arresteerde voor de moord op een politieagent. De kogelhulzen bleken uit hetzelfde vuurwapen te komen als gebruikt bij de moord op de drie studenten.
Dankzij bemiddeling van parlementslid Chuvit Kamolvisit, die zich het lot van de drie had aangetrokken, kregen ze in totaal een compensatie van 200.000 baht. Maar meestal worden veel lagere bedragen uitbetaald: 200 baht voor elke dag in detentie en 200 baht voor gederfde inkomsten. Een taxichauffeur die ten onrechte was beschuldigd van de beroving en verkrachting van 16 passagiers kreeg slechts 20.000 baht.
Politie staat onder druk om schuldigen te vinden
Wanchai Sornsiri, secretaris-generaal van de senaatscommissie mensenrechten, tevens advocaat met 30 jaar ervaring, verklaart de onterechte arrestaties uit de druk van de bevolking en de leidinggevenden op de politie om arrestaties te verrichten bij zaken die veel publiciteit krijgen.
Hoeveel onschuldigen daardoor in de gevangenis belanden, is niet bekend. Het ministerie van Justitie ontvangt ieder jaar 5.000 à 6.000 verzoeken om compensatie. Dat aantal moet een indicatie van de omvang vormen. Maar slechts 300 tot 400 worden gehonoreerd.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 9 september 2012)

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.