De naweeën van de financiële crisis van 1997

Thailand kampt nog steeds met de naweeën van de financiële crisis van 1997. Nog steeds drukken de rentebetalingen en aflossing van een schuld van 1,14 biljoen baht zwaar op ’s lands financiën. Die schuld vormt een kwart van de totale staatsschuld en het zal zeker nog 30 jaar duren voordat die is afgelost. De huidige regering heeft er iets op bedacht – niet tot genoegen van betrokkenen – maar laten we eerst even in de voorgeschiedenis duiken.
De schuld bestaat uit verplichtingen van het Financial Institutions Development Fund (FIDF), een eenheid van de Bank of Thailand (BoT). Het fonds werd al in 1985 gevormd als opvangnet voor financiële instituten die in de problemen komen. Tijdens de financiële crisis besloot de regering Chavalit Yongchaiyudh garant te staan voor de deposito’s en schulden van banken en financiële instellingen, die in de problemen waren gekomen.
De verplichtingen van het FIDF werden in 1998 onder de regering Chuan Leekpai overgeheveld naar de regering met als voorwaarde dat de centrale bank de winst gemaakt op het beheer van de buitenlandse reserves zou afstaan om de schuld af te betalen.
In 2002 waren de verplichting van het FIDF al opgelopen tot 1,4 biljoen baht, inclusief de verliezen gemaakt op aandelen in Thaise banken en de betalingen aan inleggers en crediteuren van financiële instellingen, die failliet waren gegaan. Enkele hoge gebouwen in Bangkok, die nooit zijn afgebouwd, herinneren daar elke dag nog aan.
In de afgelopen 10 jaar is de hoofdsom nauwelijks afgenomen als gevolg van de voortdurende appreciatie van de baht. Aan rente heeft de overheid tot nu 600 miljard betaald.
De huidige Pheu Thai-regering wil nu van de rentebetalingen af die elk jaar 45 tot 65 miljard bedragen, afhankelijk van de rentestand. Ze worden doorgeschoven naar het FIDF, waardoor op de begroting ruimte ontstaat voor leningen ten behoeve van watermanagement.
De voorzitter van de raad van bestuur van de centrale bank vindt dit een kulargument. De regering zou die projecten beter kunnen financieren door ze nauwlettend te controleren, de uitgaven in de gaten te houden en ‘lekken’ [lees: steekpenningen] te voorkomen.
Opvallend is ook dat directie en staf van de centrale bank het ontwerp-besluit van het kabinet nog niet hebben gezien. Dit lijkt alles te maken te hebben met de pogingen van de huidige regering om greep te krijgen op het monetaire beleid van de Bank of Thailand. De bank voert met de rentestand een conservatief (volgens financiële deskundigen verstandig) beleid dat tot doel heeft de inflatie te beteugelen, maar Pheu Thai wil de remmen losgooien om de economie te stimuleren.
Aanvankelijk zou de schuld ongeclausuleerd worden doorgeschoven, een operatie waar BoT-gouverneur Prasarn Trairatvorakul zich sterk tegen verzette. Het zou de financiën van de bank onder druk zetten en haar geloofwaardigheid ondermijnen. Prasarn wees er op dat het internationaal usance is dat een regering de verantwoordelijkheid neemt voor een bankencrisis. Zelfs tijdens de huidige eurozone crisis hebben landen als Griekenland, Italië en Spanje, die zwaar onder de schulden gebukt gaan, verliezen niet afgeschoven op hun centrale banken.  Andere critici wezen op het gevaar dat de bank de geldpers zou laten draaien om de rentebetalingen te financieren.
Er werd dan ook al snel een compromis bedacht waarbij het FIDF wordt gemachtigd de Thaise banken een heffing van 1 procent op hun tegoeden op te leggen, inclusief een bijdrage van 0,4 procent die de banken al afdragen aan het Protection Deposit Agency, waarmee de tegoeden worden verzekerd. Tezamen met enkele technische boekhoudkundige veranderingen zijn de rentebetalingen daarmee gedekt.
Hoe de banken daarop zullen reageren, is vooralsnog koffiedik kijken. Maar de vrees lijkt gerechtvaardigd dat de extra kosten zullen worden doorgeschoven naar de klant. Voorlopig zijn de naweeën nog niet voorbij.
Update: Zie pagina FIDF.

Comment are closed.