Grensgevechten

Steen des aanstoots: 4,6 vierkante kilometer

Grensconflict Thailand-Cambodja is koloniale erfenis
In 1958 stapte Cambodja naar het Internationale Hof van Justitie in Den Haag. Vier jaar later vonniste het Hof dat de elfde eeuwse Hindoe-tempel Preah Vihear op Cambodjaans grondgebied staat – tot grote teleurstelling van Thailand. Maandag 30 en dinsdag 31 mei 2011 stonden de twee kemphanen weer voor het Hof in Den Haag, ditmaal om een ruzie te beslechten over een gebiedje van 4,6 vierkante kilometer ten westen van de tempel, waar Thaise en Cambodjaanse troepen regelmatig slaags raken. De laatste keer, begin februari, vielen daarbij tien doden en talloze gewonden.

De strijd om de tempel en omgeving heeft een lange voorgeschiedenis. Ze is terug te voeren op een koloniale erfenis uit 1904 en 1907. Toen onderhandelden Siam, de toenmalige naam van Thailand, en Frankrijk over de grens tussen Thailand en de Franse Unie van Indochina, waar Cambodja tot 1953 deel van uitmaakte. Bij de Preah Vihear tempel zou de grens bestaan uit de watershed line (waterscheiding) van de Dangrek Range (keten).
Wetenschappers van de Rangsit universiteit hebben vastgesteld dat de tempel zonder twijfel aan de Thaise kant van de waterscheiding staat, dus op Thais grondgebied. De Fransen situeerden de tempel echter op Cambodjaans grondgebied op een kaart, die ze eenzijdig tekenden. Ook op andere punten wijkt de kaart af van de waterscheiding.
Thailand bevond zich bij de onderhandelingen in een underdog positie. Tot dan toe had het de koloniale grootmachten Engeland en Frankrijk buiten de deur weten te houden dankzij slimme diplomatie en door grondgebied af te staan. Bij de grensonderhandelingen met het machtige Frankrijk verzette Thailand zich niet uit angst een grensconflict uit te lokken. Een groot deel van de grens was al door intimidatie ten nadele van Siam getrokken en Thailand wilde niet het risico lopen dat Frankrijk nog meer Thais grondgebied zou inlijven.
Eenzijdig getekende kaart
De eenzijdig getekende kaart deed Thailand in 1962 de das om toen het Internationale Hof van Justitie in Den Haag de tempel aan Cambodja toewees met als motivatie dat Thailand zich nooit had verzet tegen de kaart. Dat valt Thailand niet verwijten omdat de Thais er al die tijd van uitgingen dat de grens op de kaart de waterscheiding volgde, aldus een van de negen rechters die zich van de uitspraak distianteerde. Maar dat was niet het geval, wat ook is bevestigd door professor Schermerhorn, deken van het International Training Centre for Aerial Survey in Delft.

De uitspraak leidde tot demonstraties in Thailand die twee weken duurden en zich verspreidden over 15 provincies. De minister van Buitenlandse Zaken erkende dat Thailand de negatieve uitspraak aan zichzelf te wijten had. ‘Onze nalatigheid om te protesteren tegen de kaart vormde de basis voor het vonnis.’
Noordelijke richting
Kunsthistorici verbaasden zich destijds over de uitspraak. Khmer tempels zijn doorgaans in oostelijke richting gebouwd, omdat het oosten de belangrijkste richting is voor mensen uit de Oriënt. Als daarvan wordt afgeweken, heeft dat een reden. Preah Vihear is in noordelijke richting gebouwd en was bedoeld voor de mensen in het noorden, de huidige Thaise provincies Si Sa Ket en Ubon Ratchatani. Een grote vijver met de naam Sra Tao bevindt zich ook aan de noordzijde van de tempel. Dus uit religieus en archeologisch oogpunt bezien is Preah Vihear een Thaise tempel.

Waarnemers veronderstellen nog een andere reden voor de uitspraak van het Hof. Ze denken dat de uitspraak een straf voor Thailand was dat zich in de Tweede Wereldoorlog niet had verzet tegen de Japanse bezetting.
Conflict laait op
In 2003 laaide het conflict tussen beide landen op toen de Thaise ambassade en Thaise bedrijven in de hoofdstad van Cambodja, Phnom Penh, in brand werden gestoken. Aanleiding was het gerucht dat de Thaise actrice Suwanan Khongyin gezegd zou hebben dat Angkor Wat aan Thailand behoorde. Kwaad bloed aan Thaise kant zette het feit dat Cambodja in 2008 de tempel op de Werelderfgoedlijst van Unesco liet plaatsen, wat aanvankelijk werd gesteund door Thailand maar later bestreden. Irritatie wekte ook de aanstelling van de in 2006 verdreven Thaise premier Thaksin als economisch adviseur van de Cambodjaanse regering. Thailand riep in november 2009 zijn ambassadeur terug waarna Cambodja hetzelfde deed. Pas in augustus 2010 keerden ze terug naar hun post, nadat Thaksin zijn adviseurschap had opgegeven.

Na het vertrek van Thaksin leek de verhouding tussen beide landen te verbeteren, alhoewel sommig oud zeer altijd zal blijven voort etteren. Zo noemde de inmiddels voormalige minister van Buitenlandse Zaken de Cambodjaanse premier ooit een kui (een beledigende term die zwerver betekent), khikha (slaaf) van Thaksin en nakleng (gangster). En de Cambodjaanse minister-president Hun Sen noemde de huidige premier Abhisit ‘een rover die de macht over [zijn] land heeft gestolen’. Helemaal ongelijk had Sen niet, want Abhisit kon in 2008 aan de macht komen doordat enkele parlementsleden uit het Thaksin-kamp een eigen partij hadden gesticht, waarmee de huidige regeringspartij Democraten een coalitie kon vormen.
Ruzie om 4,6 vierkante kilometer
Steen des aanstoots tussen beide landen vormt nog steeds een gebied van 4,6 vierkante kilometer ten westen van Preah Vihear, dat door beide landen wordt geclaimd. De grensgevechten vonden niet toevallig in en om dat gebied plaats. Eraan vooraf ging een keten van gebeurtenissen. Het begon allemaal met de arrestatie van zeven Thais, waaronder een parlementslid en een leider van het militante Thai Patriots Network, die op 29 december 2010 tijdens een bezoek aan de grens gevangen werden genomen door Cambodjaanse soldaten. Vijf zijn in januari veroordeeld tot negen maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en vrijgelaten, twee kregen acht en zes jaar gevangenisstraf. Over de vraag of ze zich op Thais of Cambodjaans grondgebied bevonden, toen ze werden aangehouden, lopen de meningen uiteen.
Vervolgens ontstond ruzie over een steen, door Cambodja in het omstreden gebied geplaatst waarop werd beweerd dat het Cambodjaans grondgebied was, en een Cambodjaanse vlag die er wapperde. Het conflict escaleerde verder doordat beide landen troepen samentrokken aan de grens.
Veiligheidsraad komt niet tussenbeide
Na de grensgevechten van februari riep de VN Veiligheidsraad beide landen op een permanent staakt-het-vuren overeen te komen. De raad kwam niet tussenbeide, iets waar Cambodja om had gevraagd. Wel zag de Veiligheidsraad een rol voor de Association of Southeast Asia Nations (Asean). Thailand daarentegen zette en zet nog steeds in op bilateraal overleg. Het podium daarvoor is een gezamenlijke grenscommissie, maar de onderhandelingen hebben daarin nog niet tot concrete resultaten geleid.

De Thaise regering voelde daarbij de hete adem van de zogeheten geelhemden in haar nek, een beweging die in 2006 aan de wieg stond van de val van de regering Thaksin, maar die zich inmiddels tegen de regering van premier Abhisit had gekeerd. Ze verweten de regering een slappe houding in het conflict met Cambodja. Van januari tot juni kampeerden ze bij het Government House in Bangkok.
Een columnist van de Engelstalige krant Bangkok Post noemde de leiders een stel oude fanatici. ‘Ze maken zich druk om 4,6 vierkante kilometer stof in plaats van armoedebestrijding, het aanpakken van corruptie en het bestrijden van sociale onrechtvaardigheid, plus een veelvoud van andere echte problemen waarmee Thailand kampt.’
Nog steeds geen Indonesische waarnemers
Tijdens een vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Asean-landen in februari kwamen Thailand en Cambodja overeen Indonesische waarnemers aan de grens te stationeren. Nog steeds staat er geen één. De zogeheten terms of reference (ToR) voor de stationering zijn goedgekeurd door Cambodja, maar Thailand draalt. Het wil dat de waarnemers geen toegang krijgen tot het omstreden gebied. Bovendien is het kabinet sinds 6 mei demissonair. Cambodja op zijn beurt eist dat Thailand de ToR goedkeurt alvorens de gezamenlijke grenscommissie weer bijeen komt. In de tussentijd vonden opnieuw gevechten plaats, maar deze keer 150 kilometer verder.

Cambodja stapt naar Den Haag
Op twee andere fronten liggen beide landen ook met elkaar in de clinch. Cambodja is naar het Internationale Hof van Justitie in Den Haag gestapt. Het heeft het Hof gevraagd een nadere toelichting te geven op zijn uitspraak uit 1962, waarbij Hindoe-tempel Preah Vihear aan Cambodja werd toegewezen. Cambodja wil het Hof een uitspraak ontlokken over het eigendom van de omstreden 4,6 vierkante kilometer. Eind mei zetten beide landen hun standpunt uiteen voor het Hof.
Een tweede probleem betreft het managementplan voor Preah Vihear, dat Cambodja verplicht is te maken vanwege de erfgoedstatus. Vorig jaar blokkeerde Thailand het al tijdens een vergadering van de Werelderfgoed Commissie in Brazilië; dit jaar kwam de commissie in juni in Parijs bijeen, maar Thailand wilde opnieuw niet dat het plan behandeld zou worden, zolang geen overeenstemming was bereikt over de grens. Unesco leek daarvoor begrip te hebben uit angst dat nieuwe grensgevechten zouden uitbreken, wanneer het plan op tafel kwam.
Hof velt Salomonsoordeel
Op 18 juli velde het Hof een tussenvonnis, omdat Cambodja het Hof ook had gevraagd Thailand te gelasten zijn troepen uit het omstreden gebied terug te trekken. Het Hof ging een stapje verder en nam een uniek besluit: het stelde een ruime gedemilitariseerde zone in om Hindu-tempel Preah Vihear en beval beide landen hun troepen terug te trekken. Het vonnis heeft geen consequenties voor de vraag of de omstreden 4,6 vierkante kilometer Thais danwel Cambodjaans grondgebied is, een kwestie waarover het Hof zich later dit jaar uitspreekt.

In Parijs werden geen knopen doorgehakt. De Thaise delegatieleider minister Suwit Khunkitti (Natural Resources and Environment) verliet de vergadering voortijdig omdat het managementplan toch behandeld zou worden. Hij zei dat Thailand zich terugtrekt uit de Werelderfgoed Commissie, maar of de nieuwe regering onder leiding van Yingluck Shinawatra, de jongste zus van de in 2006 verdreven premier Thaksin, daar ook zo over denkt, moet nog blijken.

Nakhon Nayok, 6 augustus 2011.

De kou is uit de lucht
Sinds de regering Yingluck aan de macht is, is de verhouding tussen beide landen aanzienlijk verbeterd. Zo speelden roodhemden en Cambodjaanse functionarissen in september een vriendschappelijke voetbalwedstrijd in Phnom Penh. Beide landen hebben ook een principe-overeenkomst bereikt over de door het Hof bevolen troepenterugtrekking. De details moeten nog worden uitgewerkt in een werkgroep. Ook bestaat de mogelijkheid dat de twee Thais die nog steeds gevangen zitten in Phnom Penh, worden geruild tegen Cambodjaanse gevangenen in Thailand.

Bangkok, 7 januari 2012.

De strijd hervat
Inmiddels zijn we een jaar verder. De Indonesische waarnemers zijn er nooit gekomen en incidenteel zijn soldaten vervangen door grenspolitie, maar aan het verzoek van het Hof de gedemilitariseerde zone te ontruimen is niet voldaan. Een van de twee gevangenen heeft amnestie gekregen, de ander zit nog vast. In april gaven beide landen in Den Haag een mondelinge toelichting op het verzoekschrift van Cambodja, waarin om een ‘herinterpretatie’ van het vonnis van 1962 wordt gevraagd. De uitspraak wordt in oktober verwacht.

Bangkok, 18 april 2013.

Salomonsoordeel over tempel Preah Vihear
Blijde gezichten gisteren in Den Haag, Bangkok en Cambodja na de uitspraak van het Internationale Hof van Justitie. De kern van de uitspraak: de omgeving van de tempel is Cambodjaans grondgebied, maar die strekt zich niet uit tot het gehele, door beide landen betwiste gebied van 4,6 vierkante kilometer.

Het Hof, gevestigd in het Vredespaleis, definieerde de omgeving als de ‘promontory’ (kaap, voorgebergte, uitsteeksel) waarop de tempel staat. De grenzen daarvan heeft het Hof in grove lijnen aangegeven; de precieze grens moet in overleg door beide landen worden vastgesteld. Thailand dient zijn troepen uit dit gebied terug te trekken.
Evenals in 1962 toen het ICJ de tempel aan Cambodja toewees, deed het Hof geen uitspraak over de grens tussen beide landen. Het weigerde andermaal een kaart uit het begin van de 20ste eeuw, door Franse officieren getekend, te accepteren als bindend. Op die kaart liggen zowel tempel als het betwiste gebied op Cambodjaans grondgebied.
De president van het Hof riep beide landen op met elkaar en met de internationale gemeenschap samen te werken, omdat de tempel van religieus en cultureel belang is en [in 2008] door Unesco op de Werelderfgoedlijst werd geplaatst. Beide landen mogen ook geen maatregelen nemen die direct of indirect schade aan de plaats toebrengen.

Bangkok, 12 november 2013.

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.