Columns & achtergrondartikelen

Zijn Thaise kleine kinderen verwende krengen?
Zijn Thaise peuters en kleuters verwende krengen die altijd en overal hun zin krijgen? Ik kan die vraag alleen maar op basis van mijn eigen (beperkte) ervaring beantwoorden. En dat antwoord luidt volmondig ja. Bij alle gezinnen waarin ik tot nu toe heb gebivakkeerd, ben ik zelden een klein kind tegengekomen van wie ik dacht: goh, wat een leuk kindje. Ik zag dictatortjes en huilebalken. Thaise kleine kinderen worden niet opgevoed, ze worden slechts gevoed.

Neem het zoontje van mijn zwager. Een peuter met net zo’n eigenwijze rotkop als zijn vader. Het jochie gaf een keer zijn jongere nichtje een stomp, waardoor ze viel. Gelukkig niet met haar hoofd tegen een betonnen waterbak waar ze vlakbij stond. De volwassen gezinsleden, zelfs de vader, niemand zei er iets van. Een andere keer duwde hij het meisje uit de hangmat waarin ze lag, en ging er zelf in liggen – heel even maar, om er snel weer uit te klimmen. Ik vond dat behoorlijk doortrapt. Opnieuw deden de overige volwassenen er het zwijgen toe.
Handje grint in de aanslag; oma geeft wat lekkers
Eén keer stond het jochie met een hand vol grint in de aanslag voor me. Alhoewel ik tegen het slaan van kinderen ben, heb ik hem een gevoelige oplawaai verkocht. Tja, wat moet je anders als dit de enige terechtwijzing is die hij kent, want mijn vriendin en haar zus geven hem regelmatig klappen met de vliegenmepper. Dan holt hij jankend naar zijn grootmoeder die hem troost met iets lekkers. Dat lijkt me knap verwarrend voor het jochie.

Hij barst ook regelmatig in huilen uit. Waarom, weet ik niet. Een enkele keer omdat hij met iemand niet mee mag op de motorfiets. Die reactie heeft doorgaans succes, want dan krijgt meneertje zijn zin.
Nooit wordt iets afgepakt, nooit wordt iets verboden
Maar niet alleen hoeft hij maar te kikken of hij krijgt zijn zin, hij (en de andere kinderen in het gezin trouwens ook) zit overal met zijn tengels aan. Nooit wordt iets afgepakt, nooit wordt iets verboden. Verschil tussen het mijn en dijn leren deze kinderen niet. Alles is van iedereen, met als gevolg dat talloze dingen regelmatig zoek raken dan wel kapot gaan.
Spelen lijkt iets van een andere planeet te zijn; liever kibbelen ze met elkaar, pakken spullen van elkaar af en dan begint er natuurlijk weer één te janken. Ik kocht eens een speelgoedje. Er is zegge en schrijve één keer mee gespeeld. Maar in andere gezinnen heb ik kleine kinderen wel leuk zien spelen, dus laat ik niet generaliseren.
Volwassenen vermijden conflicten met kinderen
Na 12 jaar Thailand, alhoewel niet fulltime, ben ik tot de conclusie gekomen dat volwassenen conflicten met kinderen vermijden net zoals conflicten tussen volwassenen worden vermeden. Maar als een kind altijd zijn zin krijgt, hoe leert het dan met tegenslagen om te gaan? Want het leven is nu eenmaal niet rozengeur en manenschijn.

Op school leert het kind dat ook al niet, want het overgrote deel van de Thaise scholen laat leerlingen niet zittenblijven. Alle leerlingen gaan automatisch over, ook als ze geen klap uitvoeren.
Twee dagen geen tv
Op Facebook plaatste ik onlangs de volgende column:

‘Mijn schoonfamilie telt drie juniortjes: twee kleuters en de 6-jarige Zeb. Een van hen had aan de afstandsbediening van de tv geknoeid, waardoor het beeld ging sneeuwen. Dat was de tweede keer in een week. Ik besliste: twee dagen geen tv. En nu balen ze, want dat zijn ze niet gewend. Ze zijn gewend dat ze een pak slaag krijgen. Dat doet even pijn, maar khun Dick slaat niet. Zeb heeft een gezicht als een oorwurm. Hij kan horen dat mijn vriendin in haar kamer tv kijkt. De andere twee proberen de kamer binnen te dringen. Ze hebben pech, want ik zit voor de deur.’

Meneertje begon te stampvoeten
Een andere column ging als volgt:

‘Bij de kassa van 7-Eleven stond een oma met haar kleinzoon. Daar zijn oma’s in Thailand goed voor: gratis kinderopvang terwijl de ongehuwde of in de steek gelaten moeder elders werkt. Het jochie, gekleed in wat in Nederland een pyjama is, had een strip met limonadekartonnetjes in zijn hand. Die wilde hij niet afgeven. Meneertje begon te stampvoeten. Oma probeerde het, de kassajuffrouw probeerde het. Ten slotte pakte oma de strip. Toen begon het dictatortje te huilen en te gillen. De kassajuffouw scande de strip en gaf hem terug. Hij bleef nog een tijdje janken. Van mij had hij die limonade nooit gekregen; wel een pak slaag.’

Chinese jongetjes kunnen zich vrijwel alles permitteren
Peter Kee, een goede kennis reageerde:
‘In China is deze problematiek vanwege de éénkindpolitiek naar mijn idee nog erger. Vooral jongetjes kunnen zich vrijwel alles permitteren en groeien op tot ware keizertjes. De gids op onze voorlaatste reis, oorspronkelijk leraar op een middelbare school, vertelde mij, dat dat één van de grootste problemen op opvoedkundig gebied is waarmee daar momenteel wordt geworsteld. Meisjes daarentegen die in grote Chinese steden wonen, voelen de geweldige druk om als enig kind de oudedagsverzorging te moeten dragen, om hun ouders in leven te houden immers het ‘kostgrondje’ ontbreekt nu meestal.’
Dronken vaders slaan er maar op los
Tino Kuis uit Chiang Mai schreef mij eens dat zijn ex hem had verteld, hoe haar dronken vader haar om het minste of geringste in elkaar sloeg terwijl ze absoluut niet wist wat ze misdaan had. Hij gooide haar zelfs een keer in een snelstromend riviertje.
Mijn vriendin heeft een soortgelijke ervaring; ook zij is door haar alcoholische vader veel geslagen en het verbaast me dan ook dat ze die gewoonte heeft overgenomen bij haar neefje. Maar misschien weet ze niet beter.
Ouders zijn in hoge mate onverschillig
Desgevraagd voegt Tino daaraan toe:

‘Ik denk dat de bemoeienissen van ouders met hun kinderen hier in Thailand vooral gekenmerkt worden door een grote mate van onverschilligheid, al is er een kleine bovenlaag die, als in China, Japan en Zuid-Korea, veel druk op hun kinderen uitoefenen om te presteren.
Ik denk ook dat er een groot verschil is tussen jongens en meisjes. Meisjes moeten zich gedragen en meehelpen in het huishouden. Jongens gaan hun eigen gang, worden zelden gecorrigeerd, aangemoedigd of verantwoordelijkheid gegeven. Ik heb geen hoge dunk van Thaise mannen, ze zijn onzeker, onvolwassen vaak, vrouwen zijn veel zelfstandiger. Kinderen worden zelden of nooit geprezen, laat staan dat de ouders zeggen dat ze van hen houden.
Ouders doen zelden iets met hun kinderen, zoals ik mijn zoon overal mee naar toe sleep. Het is een beetje Nederland vijftiger jaren. Je mond houden, niet in de weg lopen, je nergens mee bemoeien, doen wat je gezegd wordt.’
De (groot)ouders lachen maar wat en geven wat zoets
Gerrie Agterhuis werkte 3 jaar in China. Hij schrijft:
‘In China wordt een kind, en zeker een jongetje enorm verwend en je ziet ze alleen maar dikker en dikker worden. En ja, ze denken dat ze alles mogen en zeg er niets van he, want dan heb je het met de ouders, schoonouders en grootouders aan de stok. En geloof maar dat die ettertjes het in de gaten hebben.
Hier in Thailand is het eigenlijk niet veel anders. Ik zie de kinderen ook “niet Thais” dikker worden en het gedrag is evenredig. De grootouders of ouders lachen maar wat en geven nog wat zoets om ze stil te houden. Ik kom van de zuinige kant, maar als je zie hoe kinderen hier speelgoed of spulletjes in huis behandelen, dan jeuken mijn handen.
Kan ze in het Thais ook niet toespreken en meestal draai ik me dan maar om, om het uit te leggen aan Kanok [Gerrie’s vrouw]. Maar ja, wij hebben samen geen kinderen dus het is een moeilijke discussie voor haar.’
Ze hadden makkelijk allemaal een cornetto kunnen kopen
Ik vroeg Cor Verhoef te reageren (zie ook zijn artikel ‘Over opvoeden’ op deze blog). Hij schreef:
‘De situaties die je schetst zijn schoolvoorbeelden van hoe ouders mini-Hitlertjes creëren. Ik zie dat gebrek aan consistentie (van mama mag kleine Somsak geen ijsje, maar na wat gedrein mag het ineens wel) in opvoeding ook wel om me heen, maar niet in die mate zoals jij het beschrijft.

Bij mij in de buurt wonen een stuk of zeven kinderen die altijd met elkaar optrekken, leuk aan het spelen zijn en nooit bonje met elkaar hebben. Ik vroeg ooit eens of ze trek in een ijsje hadden. Domme vraag. Ik gaf ze geld, ze renden naar de winkel en kwamen even later terug met elk het goedkoopste waterijsje in de hand dat er was en het wisselgeld gaven ze keurig terug. Ze hadden makkelijk allemaal een cornetto kunnen kopen, maar hadden gekozen voor waterijs. “Die zijn goed opgevoed”, dacht ik. Ze komen uit een rommelige wijk met houten huisjes en moeten zich meestal maar alleen zien te vermaken. Ik zie nooit een volwassene in hun buurt.’
Tot besluit

Tot zover de reacties van Peter, Tino, Gerrie en Cor, waarvoor mijn dank. Ikzelf heb de hoop dat mijn voorbeeld (ik sla geen kinderen, ik mishandel geen honden, ik pak wel eens wat af) ooit vruchten afwerpt. Het zal wel een ijdele hoop zijn, maar wat moet je anders?

Isaan: de archeologische schatkamer van Thailand
Zonder overdrijven kan het Noordoosten van Thailand, de zogeheten Isaan, een archeologische schatkamer worden genoemd. Laten we beginnen bij de mooiste rotstekening. Die is te vinden in Nakhon Ratchasima. De tekening toont een groep mannen, vrouwen en kinderen, die rokjes gemaakt van bladeren lijken te dragen. Ze jagen, dansen en spelen. Vermoedelijk is de tekening 3.000 tot 4.000 jaar oud en wat hem vooral bijzonder maakt: de kleuren zijn  in het geheel niet verbleekt.

Een beroemde rotstekening is te vinden op een klif in het Pha Taem Nationaal Park in Ubon Ratchatani. Te zien is de Mekong reuzenmeerval, een vis met een lengte van drie meter en een gewicht van 350 kilo, olifanten en mensenhanden. Waarschijnlijk ook 3.000 jaar oud.
Van iets recenter datum (2.500 tot 3.000 jaar oud) zijn tekeningen van mannen met jaaguitrusting en ossen in het Phu Prabat Historical Park in Udon Thani.
Bang Chiang
Een bekende plaats, niet vanwege rotstekeningen maar vanwege het vele aardewerk dat er is gevonden is Bang Chiang (Udon Thani), met een vermelding op de werelderfgoedlijst van Unesco. De plaats wordt beschouwd als de belangrijkste prehistorische nederzetting die ooit in Zuidoost Azië is gevonden. Er is een aardig museumpje en een plaats waar opgravingen zijn gedaan kan bekeken worden. Die is ter bescherming overdekt.

Phu Prabat Historical Park
Voor gigantische merkwaardig gevormde rotsen moet je in het eerder genoemde Phu Prabat Historical Park zijn. Eén rotssteen, genaamd Hor Nang Usa, heeft een lengte van 10 meter. Achttien kilometer verder in de bostempel Phutthabat Bua Ban bevindt zich een heiligdom uit de Djavarati periode (9e-12e eeuw). Stenen, zogeheten sema, staan in acht richtingen in een cirkel rond een heilige steen in het midden. In elke richting staan drie stenen in een rij in aflopende lengte. De steen in het midden ontbreekt.
Phimai en Phanom Rung
En dan zijn er natuurlijk nog de nodige Khmer-tempels te zien. Bekende plaatsen zijn het Phimai Historical Park en Phanom Rung. De beroemdste en meest omstreden tempel Preah Vihear is helaas gesloten voor publiek. Die staat net op Cambodjaans grondgebied maar zolang beide landen ruzie maken over het omliggende gebied, zal die wel gesloten blijven.
Ik heb maar een kleine greep gedaan uit een artikel over al het archeologisch moois in het Noordoosten. Onder de titel ‘Rediscovering ancient civilisations’ is het eenvoudig terug te vinden op de website van Bangkok Post.
(Bron: Bangkok Post, 30 augustus 2012)

Thaise researchers ontdekken de anti-kanker werking van mangosteen
Boonma Meekana heeft longkanker. Hij kreeg zeventien keer chemotherapie, maar zijn toestand verbeterde niet. Hij verloor gewicht, raakte extreem vermoeid en was uiteindelijk aan bed gekluisterd. Zijn dokter adviseerde tabletten met mangosteenextract. Na tien dagen kwam zijn eetlust terug en kwam hij weer aan. Dat was 10 jaar geleden en nog steeds gaat het goed met hem.

Mangosteen, bijgenaamd de koningin van de vruchten, is meer dan een smakelijke vrucht. Al in 1978 extraheerden reseachers van de Prince of Songkhla en Chiang Mai universiteit een stof genaamd GM1 uit de schil. GM1 bleek uiterst effectief bij de bestrijding van bacteriën en was driemaal effectiever dan aspirine bij het voorkomen van ontstekingen.
Onlangs werd ontdekt dat mangosteen-extract ook kanker kan bestrijden en de kwaliteit van leven van een kankerpatiënt kan verbeteren. Die heilzame werking wordt toegeschreven aan de hoge concentratie tannine (looizuur) in zowel de schil als de vrucht. Hoogleraar Watchara Kasinrerk van de Chiang Mai universiteit zegt dat mangosteen de aanmaak stimuleert van Th17, een wit bloemlichaampje dat bacteriën en andere toxische stoffen bestrijdt. Dit is gebleken uit een proef waarbij zes patiënten mangosteenextract kregen en zes een placebo.
Mangosteen zou volgens Supaporn Pitiporn van het Chaophya Abhaibhubejhr ziekenhuis nog meer medicinale eigenschappen hebben. De verse vrucht zorgt voor een betere spijsvertering. De wortel, gekookt en gedistilleerd tot een filtraat kan een onregelmatige menstruatie corrigeren. De gedroogde schil kan huiduitslag en en huidinfecties tegengaan, hetgeen verklaart waarom mangosteenzeep populair is bij gezondheidsbewuste consumenten. En tannine, onttrokken aan de vrucht, kan de celveroudering vertragen en helpen chemische stoffen te verwijderen die schadelijk voor het lichaam zijn.
(Bron: Bangkok Post, 28 augustus 2012)

In harmonie met de natuur, maar niet altijd
Bossen vormen voor boeddhisten de uitgelezen plaats om te mediteren en te reflecteren over dhamma en de relatie van de mens met de natuur. Thailand telt circa 6.000 bostempels. Veel daarvan bleken zich ineens in nationale parken en wildreservaten te bevinden, toen gebieden een beschermde status kregen.

De regels schrijven voor dat de monniken moeten helpen het land te conserveren en te herbebossen. Uitbreiding van tempels en andere gebouwen is verboden. Wie de regels overtreedt, dient het bos te verlaten. Althans in theorie, want de praktijk is taai.
In 1995 deed een nationale commissie onderzoek naar de tempels in beschermde gebieden. Ze bracht de bostempels in kaart en decreteerde dat na dat jaar geen nieuwe tempels mochten worden gevestigd. Overtreders zouden verwijderd worden. Maar de kwestie lag gevoelig en leidde nauwelijks tot ingrijpen.
In 2009 bleek het aantal bostempels te zijn toegenomen tot 6.000. Een plan om tempels in afwateringsgebieden en beschermde bossen te ontruimen, riep veel weerstand op. De toenmalige minister van Natural Resources and Environment bond in. Van hem hoefden ze niet weg, mits aan de regels zou worden voldaan. In december 2009 verleende het ministerie die 6.000 tempels officieel toestemming om in de bossen te blijven.
Klachten over nieuwe tempels
Amnaj Buasiri, adjunct-directeur-generaal van het National Office of Buddhism, zegt dat de meeste monniken in harmonie met de natuur leven. ‘Ze vernielen het bos en het milieu niet. En ze bevelen bosbehoud en herbebossing aan wanneer andere monniken de tempels bezoeken.’
Maar hij geeft toe dat zijn kantoor soms klachten ontvangt over nieuwe tempels en andere onregelmatigheden. Ambtenaren vragen altijd advies aan de Sangha Supreme Council en Amnaj’s kantoor. ‘Wij dringen er bij hen op aan juridische actie te ondernemen wanneer monniken de wet overtreden.’ Maar ambtenaren van het Forest Department staan daar niet om te springen. Ze begrijpen de innige band tussen het boeddhisme en het woud.
‘Bosmonniken bestaan al sinds het Boeddha-tijdperk. Vroeger was het bos gewoon een bos zonder veel regels of veel restricties. Dus waren er geen problemen wanneer monniken op pelgrimstocht gingen of in de bossen verbleven. Maar de tijden zijn veranderd. Er zijn nu commissies met verantwoordelijkheden. We verzetten ons niet tegen hun autoriteit. Om het bos in te gaan of het te veranderen is toestemming nodig van de autoriteiten.’
Prateep Hempayak, hoofd van het wildreservaat Mae Nam Pachi in Ratchaburi, weet zeker dat oprechte bosmonniken in het het reservaat in harmonie met de natuur leven en dat ze helpen met bosbehoud en herbebossing. ‘Herbebossing door ambtenaren is altijd mislukt. De nieuwe aanplant wordt vernield of verbrand. Of dorpelingen claimen het herbeboste land. Door te preken, te onderwijzen en door hun daden, zijn de monniken erin geslaagd de mensen te leiden bij bosbehoud en herbebossing.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 26 augustus 2012)

De taaie strijd tegen illegale vakantieparken en -huizen
De provinciale weg 304 in het district Wang Nam Khieo (Nakhon Ratchasima) vormt de grens tussen aan de westkant nationaal bosreservaat Phu Luang en aan de oostkant nationaal park Thap Lan. In Thap Lan gaat de sloophamer in illegale vakantieparken en –huizen; in Phu Luang hollen ambtenaren heen en weer tussen politie en rechtbank in een vergeefse poging landkrakers te verdrijven.

Alle ogen zijn gericht op Wang Nam Khieo, want wanneer het hier niet lukt om een eind te maken aan het illegaal in bezit nemen van overheidsland, waar lukt het dan wel?
In Thap Lan zijn de eerste successen geboekt. Op 28 juli sloopten zo’n vijfduizend werknemers van het Department of National Parks, Wildlife and Plant Conservation negen luxueuze vakantieparken, nadat de rechtbank had vastgesteld dat ze illegaal waren aangelegd. De eerste 1.000 rai zijn daarmee heroverd en daar blijft het niet bij, want National Parks heeft 418 soortgelijke gevallen in kaart gebracht.
Bosreservaat Phu Luang
Maar aan de andere kant van de weg ligt de zaak gecompliceerd. In de jaren 50 verleende het Forest Department houtkapconcessies. Toen het gebied in 1973 de status van bosreservaat kreeg, waren dan ook hele stukken al kaalgeslagen. Delen van het gebied zijn later overgedragen aan het Agricultural Land Reform Office (Alro), dat land uitgeeft aan landloze boeren. Inmiddels hebben 6.400 boeren een akkertje gekregen van maximaal 50 rai. En dan zijn er nog bewoners die zeggen dat de bosgrenzen onduidelijk zijn of verkeerd.

Volgens de betrokken diensten is er in 120 gevallen sprake van misbruik van Alro-land, terwijl een veelvoud nog wordt onderzocht. Het Forestry Department stelde vorig jaar vast dat 43 vakantieparken illegaal zijn aangelegd, maar daar bleef het bij. Het wachten is op onderzoek door de politie en toestemming van de provincie.
Nationaal park Thap Lan
Het Wang Nam Khieo bos aan de oostkant werd in 1981 gecombineerd met andere bosreservaten tot Thailand’s tweede grootste nationaal park Thap Lan, dat zich uitstrekt over drie provincies. Ook hier wordt driftig ruzie gemaakt over de precieze grens. In tambom Thai Samakkee bijvoorbeeld liggen 11 dorpen met bijna 7.000 inwoners. De meeste wonen op land dat nu deel uitmaakt van Thap Lan.

Om de problemen over de betwiste grens op te lossen, trokken in 2000 ambtenaren en bewoners nieuwe grenzen, maar het ministerie van Natural Resources and Environment zette niet door, zodat er nu twee verschillende grenzen door Thai Samakkee lopen.
Wordt het ooit nog wat, de strijd tegen de landkrakers? De operatie in de vroege ochtenduren van 28 juli kreeg te maken met vijandige bewoners en er werd een bom gegooid. Het hoofd, adjunct-hoofd en boswachters van Thap Lan zijn met de dood bedreigd. Bij bewoners neemt het ongenoegen toe. De regering heeft een onderzoekscommissie ingesteld, nadat een van de verdreven parkeigenaren had geklaagd. Het enige lichtpuntje is wellicht dat potentiële krakers niet meer staan te trappelen om er een vakantiehuisje te bouwen.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 26 augustus 2012)

Geen happy ending voor Thaise Assepoester
Zeventien jaar geleden stonden de kranten bol van verhalen over de kikkerprins en zijn kleine visje. De televisie kon er niet genoeg van krijgen, want het ging over liefde, lust en moord achter de paleismuren. Maar toen vorige week Assepoester werd veroordeeld tot vier jaar en acht maanden cel wegens vergiftiging in 1995 van haar toenmalige echtgenoot, prins ThitiphanYugala, was de publieke opwinding grotendeels afwezig.

Het verhaal in een notendop. Mom Chalasai Yugala, beter bekend als Mom Luk Pla, was een vondeling. De zuster van de prins nam haar op 4- of 5-jarige leeftijd in dienst en de prins adopteerde haar. Toen ze 12 jaar was begon de 34 jaar oudere prins, die twee concubines had, avances te maken en toen ze 22 was trouwde hij met haar. Volgens Associated Press zou de prins gezegd hebben: ‘Mijn vrouw hoeft niet mooi te zijn. Ze hoeft ook geen goede kokkin te zijn. Maar ze moet goed in bed zijn. In dat opzicht is Luk Pla mijn nummer 1.’
Seksfilm
Tijdschriften deden er nog een schepje bovenop met verhalen over het seksleven van de prins en zijn nummer 1, maar volgens Luk Pla was het meeste overdreven.  ‘Sommige verhalen gingen echt te ver. Alsof ons huwelijk een seksfilm was. Ik ben helemaal niet geobsedeerd door seks.’ Later vertelde ze in talkshows dat ze destijds de prins als haar vader beschouwde. Ze werd in het Asawin paleis beter behandeld dan de andere dienstbodes en ze kreeg een middelbare-schoolopleiding.
Alhoewel de prins niet wilde dat ze zich te veel bemoeide met mensen buiten het paleis (‘Vader beschouwde mij als zijn popje’) en ondanks het feit dat ze bedolven werd onder de cadeaus, zoals een Ferrari van 3,7 miljoen baht en een speedboot, werd ze verliefd op een kastanjeverkoper. Op 21 augustus 1995 sloeg het noodlot toen, toen het bewusteloze lichaam van de prins werd gevonden, terwijl Luk Pla in de armen van haar lover lag. Een week later stierf de prins op 60-jarige leeftijd.
Vergiftigd met insecticide
Acht dagen na zijn dood bleek uit een autopsie dat hij vergiftigd was met insecticide. Een verdachte was snel gevonden. Na een verhoor van 18 uur bekende Luk Pla. Geruchten gingen dat haar 10 miljoen baht was geboden om te bekennen, zodat ze het testament van de prins en diens vader niet kon aanvechten. In februari 2002 veroordeelde de rechtbank haar tot zes jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk toebrengen van letsel met de dood als gevolg.
Het hooggerechtshof maakte er in maart 2005 vrijspraak van. De rechtbank had haar veroordeeld op basis van circumstantial evidence, oordeelde het Hof, maar het wettig en overtuigend bewijs was niet geleverd. Niemand van de getuigen, waaronder erfgenamen van de prins, had gezien dat ze met de koffie van de prins had geknoeid. Volgens het Hof mocht Luk Pla van de prins haar lover zien. En had ze ook niet, 2 dagen voordat zijn lichaam werd gevonden, van hem de Ferrari en 345.000 baht gekregen.
Drie maanden zwanger
Het Hof negeerde het feit dat Luk Pla familieleden niet had gewaarschuwd, dat ze niet een ambulance had besteld, dat ze hem niet in het ziekenhuis had opgezocht en dat ze een dag nadat de prins onwel was geworden, zijn koffiekopje had gewassen.
Het hooggerechtshof volgde evenwel de redenering van de rechtbank. Ze had vergif in zijn koffie gedaan, niet om hem te doden, maar om hem ziek te maken, zodat ze later om een echtscheiding had kunnen vragen, aldus haar verklaring destijds tijdens het politieverhoor.
Mom Luk Pla mag nu haar zonden de komende jaren overdenken in de Klong Prem vrouwengevangenis. Haar advocaten hopen dat de koning gratie zal verlenen. Ze is 4 jaar geleden hertrouwd, niet met de kastanjeverkoper, maar met een buschauffeur, van wie ze drie maanden zwanger is. Ze hadden elkaar ontmoet toen Mom Luk Pla als naaister een karig loontje verdiende, waarmee ze zichzelf en haar twee zoontjes in leven hield.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 26 augustus 2012)

Ambachtelijke zijdeververij en –weverij houdt traditie in leven
Al twee eeuwen wordt in Ban Krua (Ratchathewi, Bangkok) zijde geweven. Manassanan Benjarongjinda (72) zet die traditie voort. In zijn huis worden de zijden draden geverfd en geweven en worden zijden producten verkocht. Het bedrijfje, Lung Aood Ban Krua Thai Silk geheten, heeft tal van vaste klanten die tot vandaag blijven terugkomen. Ze plaatsen orders voor zijden stoffen met de gewenste kleur en lengte.

Drie kleuren zijn populair en dat zijn niet toevallig de kleuren die liefde voor het koningshuis symboliseren, zoals geel (de kleur van de geboortedag van de koning) en roze (vanwege een roze colbertje dat de vorst droeg toen hij werd ontslagen uit het ziekenhuis) en nu blauw vanwege de tachtigste verjaardag van de koningin op 12 augustus.
De eerste wevers behoorden tot de etnische Cham groep. Tijdens het bewind van koning Rama I emigreerden ze van Cambodja naar Siam. Uit dank voor hun steun bij het verslaan van Birmese troepen, gaf  de koning hen land en hun afstammelingen hebben daar sindsdien gewoond. In de beginjaren weefden ze voor eigen gebruik, ze maakten bijvoorbeeld sarongs, en ze verkochten producten aan bewoners van nabijgelegen steden.
Hun dagelijkse leven veranderde toen Jim Thompson op het toneel verscheen en eind jaren veertig Thaise zijde wereldwijd beroemd en gewild maakte. Hij huurde de Ban Krua-mensen in om zijden draden te verven en te weven voor zijn textielbedrijf. Ban Krua was toen Thompson’s belangrijkste toeleverancier.
Manassanan, beter bekend als Lung Aood, leerde het verven van zijden draden als jonge jongen na schooltijd. Het was een goed betaalde baan. Al zijn verdiensten gingen de spaarpot in, zodat hij na twee jaar oefenen zijn eigen ververij kon beginnen. ‘Ik had veel klanten omdat ik altijd oog voor detail had. En ik zorgde ervoor dat elke draad dezelfde kleur had.’
Na Thompson’s mysterieuze verdwijning in 1967 kwam een eind aan de hoogtijdagen van Ban Krua, maar Lung Aood gaf niet op.Twintig jaar geleden begon zijn dochter zijde te weven. Dankzij haar vakmanschap floreert de winkel, waar behalve stoffen ook zijden sjaals, stropdassen en portemonnees te koop zijn. De klanten komen uit tal van landen; ook Thaise celebrities weten de weg naar de winkel te vinden.
‘Ik doe het graag. Het verven van zijden draden is mijn lust en mijn leven. Ik ben trots op mijn werk omdat ik mijn familie kan onderhouden en mijn kinderen naar school kan sturen’, zegt Lung Aood met een brede lach.
Lung Aood Ban Krua Thai Silk. Openingstijden: ma-zat 9-17 uur, tel. 02-215-9864.
(Bron: Bangkok Post, 21 augustus 2012)

Luxueus hotel verdringt antieke houten huizen in Unesco-stadje
Het gebouw zou in Bangkok, bijvoorbeeld in Thong Lor niet misstaan, maar het staat niet in Bangkok; het is in aanbouw in Amphawa, in de kleine provincie Samut Songkhram. En het torent hoog uit boven een rijtje van elf antieke houten huizen met verweerde schuifdeuren en gegalvaniseerde tinnen daken. Ze staan aan de rand van de rivier Mae Klong met een beroemde drijvende markt, die vooral in het weekend hordes dagjesmensen trekt.

Maar die huizen zijn ten dode opgeschreven. Ze moeten plaats maken voor een luxueus, in Europese stijl opgetrokken hotel van vier verdiepingen, gebouwd door een juwelier uit Bangkok alias projectontwikkelaar. Het hotel is niet de eerste vreemde eend in de bijt, maar de resorts die eerder werden aangelegd, zijn gebouwd in een traditionele Thaise stijl of bevinden zich, verborgen achter bomen, op ruime afstand van de rivier.
De komst van het hotel krijgt weinig handen op elkaar. Milieudeskundige Bundit Pradabsook spreekt van ‘landschapsvervuiling’.  De traditionele levenswijze van de dorpsgemeenschap vormt de belangrijkste trekker voor toeristen. Ze worden aangetrokken door de kleine houten huizen langs de rivier, de easy-going mentaliteit van de bewoners en de ‘esthetische waarde van dit oude stadje’. Het nieuwe hotel is eerder anti-reclame dan een aanwinst.
De vraag is ook of Amphawa de eervolle vermelding behoudt die Unesco in 2008 toekende vanwege haar restauratiepogingen. Unesco’s kantoor in Bangkok maakt zich zorgen, maar heeft ‘op dit moment’ geen plannen om de onderscheiding in te trekken. Intrekking zou spijtig zijn voor een stadje dat in de zeventiende eeuw vanwege zijn ligging aan de rivier een commercieel knooppunt was met een belangrijke markt. Wegenaanleg maakte daar een eind aan, maar de afgelopen jaren herrees het stadje als toeristische bestemming.
De hausse zorgde voor nieuwe bedrijvigheid zoals cafés, T-shirt en souvenirwinkels en creërde een grote vraag naar accommodatie. Op die vraag speelt eigenaar Chuchai Chairittilert van het Chuchai Buri Sri Amphawa hotel in. Maar de tientallen lokale guesthouses hoeven niet bang te zijn dat hij hen klanten afsnoept, want Chuchai richt zich op Mr Big Stuff.
Chuchai is zich van geen kwaad bewust, dat zijn hotel niet in Amphawa thuishoort. ‘Mijn doel is om van het hotel een lokale trekpleister te maken, net als de drijvende markt. Het hotel stimuleert de lokale economie. Mijn klanten zijn van het kwaliteitstype, mensen met bewondering voor de Unesco-status, anders dan degenen die worden aangetrokken door red-light steden als Pattaya.’
Als we Chuchai mogen geloven gaat Amphawa een grootse toekomst tegemoet, maar de bewoners van die elf antieke huizen zullen daar ongetwijfeld andere gedachten over hebben.
(Bron: Bangkok Post, 21 augustus 2012)

Corruptie frustreert strijd tegen handel in bedreigde diersoorten
Daoreung Chaimas is in Zuidoost Azië een van de grootste handelaren in tijgers. Maar ze zal nooit achter de tralies verdwijnen. Haar echtgenoot, een politieofficier, zorgt daar wel voor. Toen een agent haar wilde arresteren, kreeg hij dezelfde dag te horen dat hij werd overgeplaatst.

De strijd tegen de handel in bedreigde diersoorten lijkt op dweilen met de kraan open. De afgelopen twee jaar heeft de douane op luchthaven Suvarnabhumi tijgerwelpen onderschept, water dragons (Physignathus lesueurii), American paddlefish  (Polyodon spathula, ook wel Mississippi paddlefish of lepelaar), schildpadden zoals de Indiase dakschildpad (foto), een gaviaal (Gavialis Gangeticus, een visetende krokodil), alsmede rhinocesroshorens en olifantenslagtanden.
Via de achterdeur
Maar de douane controleert met röntgenstralen slechts 3 procent van de 3 miljoen ton aan vracht die jaarlijks wordt aangevoerd. En dankzij goede contacten op de luchthaven zien de handelaren kans veel contrabande via de achterdeur te laten verdwijnen.

Chalida Phungravee, hoofd van het douanebureau, mag dan wel zeggen: ‘We hebben de corruptie een flinke slag toegebracht. Ze komt nog wel voor, maar is minimaal’, maar insiders vertellen een ander verhaal.
Chanvut Vajrabukka, een gepensioneerde politieagent met de rang van generaal, weet er alles van. ‘Het is heel moeilijk voor me. Ik zit bij mensen die goed zijn en bij mensen die corrupt zijn. Wanneer ik zeg: Ga erop uit en arresteer die en die persoon, kan iemand in de kamer de persoon waarschuwen.’ Chanvut werkt inmiddels als adviseur voor Asean-Wen, een regionaal netwerk dat zich inzet voor de bescherming van wildlife.
De top gaat vrijuit
De meeste dieren gaan naar China, waar aan veel dierlijke organen medicinale en lustbevorderende eigenschappen worden toegeschreven. Vietnam is de topbestemming voor rhinoceroshorens. En in Singapore zijn ze gek op papegaaien en kaketoes. Die worden op de Solomon eilanden in het wild gevangen, wat in strijd is met de International Convention on Wildlife Trade (CITES).

Zo nu en dan worden arrestaties verricht, maar dat zijn altijd kleine vissen. ‘In de meeste gevallen kan ik niet optreden tegen de grote jongens’, vertelt Chanvut. ‘De syndicaten zijn, net als alle andere bendes, opgebouwd als een piramide. De mannen aan de top hebben geld, de beste advocaten, bescherming. Wat kunnen we doen?’
Te koop op Chatuchak
Zo’n grote jongen in Laos is Vixay Keosavang. Hij wordt door de Zuidafrikaanse pers in verband gebracht met de smokkel in rhinoceroshorens. De 54-jarige oud-soldaat zou nauwe banden hebben met topambtenaren in Laos en Vietnam.

Een grote Thaise smokkelaar, eigenaar van een scheepvaartmaatschappij, heeft zich omringd met een netwerk aan wetsdienaren, waardoor hij ongestraft rhinohorens, ivoor en tijgerorganen aan Chinezen kan leveren. Zijn beschermengelen worden regelmatig gefêteerd in een restaurant in zijn kantoorgebouw.
De Chinese kopers krijgen een seintje wanneer een nieuwe lading arriveert, ze vliegen naar Bangkok en nemen hun intrek in hotels rond weekendmarkt Chatuchak, waar veel bedreigde dieren openlijk worden verkocht.
De politie komt na een tip wel eens in actie – dat is immers goede public relations – maar de tip kan ook in een groot zwart gat vallen of betrokkenen worden ingeseind dat een inval ophanden is.
Komt het ooit nog goed? Actievoerder Steven Galster is niet erg hoopvol. ‘Wanneer de corruptie niet snel de kop wordt ingedrukt, is het afgelopen met  de Aziatische tijger, olifant en een groot stel andere dieren.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 19 augustus 2012)

Groene rijst is hét antwoord
In 1985 was de gemiddelde leeftijd van de boeren in Thailand 31 jaar, nu 42 jaar. Tien jaar geleden werkte 60 procent van de bevolking in de rijstbouw, in 2010 nog maar 20 procent. Werken in de rijstvelden doet een grote aanslag op iemands rug en levert maar een gering inkomen op. Het onvoorspelbare weer en lage prijzen op de wereldmarkt hebben talloze boeren aan de bedelstaf gebracht. Velen hebben het platteland daarom de rug toe gekeerd en hun heil gezocht in de grote stad.

Maar er is ook een ongekeerde beweging. Anurug Ruangrob (45)  verliet zijn baan als general manager van een softwarebedrijf, Somporn Panyasatienpong (41) stopte als freelance verslaggever voor buitenlandse persbureaus en programmeur Wiroj Suksasunee (31) gaf zijn baan ook op.
Terug naar het platteland
Anurug legde in Nong Ree (Chon Buri), een uur rijden vanaf Bangkok, een boomgaard aan en verbouwt groentes en rijst. Organische rijst en groene groentes wel te verstaan. Somporn voegde zich bij hem na de overstromingen van vorig jaar. In Bangkok verbouwde ze al haar eigen groentes, want ze maakte zich zorgen over de hoge concentraties chemische residuen in groentes die op de markt verkocht worden.
Wiroj, afkomstig uit een welvarend gezin, kreeg genoeg van het haastige citylife. Hij keerde terug naar zijn geboortegrond in Sing Buri, 2 uur ten noorden van Bangkok, en leerde bij de Khao Khwan Foundation in Suphan Buri hoe je rijst moet verbouwen. De stichting verzet zich tegen het gebruik van chemicaliën in de landbouw. Ze leert hoe je organisch moet boeren.
Vijfhonderd stadsmensen hebben er al een training gevolgd. Zij kozen voor organisch omdat het veiliger is, minder kost en het veel minder werk vergt vergeleken met de mainstream technieken. Sommigen hebben land gekocht en zijn een nieuw leven als boer begonnen.
Voedselvoorziening in gevaar
De dramatische terugloop van het aantal rijstboeren en de vergrijzing roepen vragen op over de voedselvoorziening van het land. Komt er een moment waarop Thailand rijst moet gaan importeren? Wanneer de Asean Economic Community in 2015 van kracht wordt, komt goedkopere rijst op de Thaise markt. Kunnen de Thaise boeren de concurrentie aan? Bovendien is de productiviteit van Thaise boeren laag: in 2010 463 kilo per rai tegen 845 kilo in Vietnam.
Volgens de Khao Khwan Foundation is organische landbouw hét antwoord. Kost minder en vangt betere prijzen. Zo bedragen de totale kosten van de rijstverbouw met chemicaliën 6.085 baht per rai; met organische methoden slechts 1780 baht. Toch aarzelen veel boeren over te stappen omdat de eerste twee à drie oogsten altijd tegenvallen. Ze durven het risico niet te nemen.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 12 augustus 2012)

Nostalgische rijwielen in museum in Nan
Dat verwacht je toch niet in Thailand, in de provincie Nan: een Hochrad uit 1880, oftewel een hoge Bi, in het Engels penny-farthing. En wat te denken van een 80 jaar oude Opel uit Berlijn, een fiets met een dubbele stang. Of van de SunBeam Touring Twin, een 70 jaar oude tandem uit Engeland. Of de 26-inch BSA vouwfiets, ontworpen voor Britse paratroopers in de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn enkele topstukken uit de verzameling van 150 vintage rijwielen in het rijwielmuseum van Supot Tengtrirat (68).

De basis voor het museum werd al jonge leeftijd gelegd. Als jochie speelde Supot met fietsonderdelen en op latere leeftijd hielp hij mee in de rijwielherstelplaats van zijn vader. De fiets was toen op het platteland het belangrijkste vervoermiddel en het enige dat mensen zich financieel konden veroorloven. De werkplaats annex winkel floreerde en vader Tengtrirat verwierf een dealerschap voor Europese merken, zoals Raleigh en Humber.
Japanse fiets verdringt Europese
Maar in de jaren zestig kwam de klad in de verkoop, toen kopers een voorkeur kregen voor Japanse fietsen. Supot opende een lucratiever benzinestation en in 1972 sloot hij de winkel, waarin nog een gigantische voorraad onderdelen lag. Een deel daarvan ging verloren in de overstromingen van 2006, toen het water het dak van de huizen bereikte. Bij het inspecteren van de schade herleefde Supots liefde voor de fiets en hij besloot een museum te openen. Om zijn verzameling compleet te maken, haalde hij fietsen en onderdelen uit Europa. En zo is het gekomen.
Supot zelf – hoe kan het ook anders – zit nog steeds dagelijks op de fiets. Niet op een Japanner maar op een as-gedreven Durkopp. ‘With a bike, it’s more convenient to get around and find a parking spot.’
Huan Rot Teep, 154 Moo 4, Chao Fa Road, Wiang Sa, Nan. Telefoon 054-781-359.Toegang gratis.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 12 augustus 2012)

Nog even en er zwemt geen vis meer in de Golf van Thailand
De cijfers zijn dramatisch. In 1961 haalden vissers 298 kilo vis per uur uit de Golf van Thailand, in 2006 nog maar 14 kilo. ‘We weten allemaal dat trawlers de maritieme middelen van bestaan decimeren en plunderen. De zee is bijna leeg’, zegt Piya Tesyeam van het Small-Scale Fishermen’s Network in de provincie Prachuap Khiri Khan.

Het wekt dan ook verbazing dat het Fisheries Department 2.017 illegale trawlers wil registreren, het totaal aantal geregistreerde trawlers op 5.636 brengend. De visserijdienst baseert zich op het aantal van 7.698 trawlers in 2003, toen geschat werd dat de overbevissing 33 procent bedroeg. Een vloot van iets meer dan 5.600 schepen zou dat weer in balans brengen.
Maar dan houdt de visserijdienst geen rekening met de vele trawlers buiten die 2.017, die illegaal opereren, en de dienst heeft ook geen mankracht om de illegale vissers op zee aan te houden. Evenmin wordt het probleem opgelost van trawlers, zowel geregistreerde als illegale, die binnen de verboden zone van 3 kilometer uit de kust vissen, waarbij duw- en treknetten worden gebruikt, een vistechniek die uiterst schadelijk is voor de visstand. En niet alleen vernielen ze het maritieme milieu, ook koralen worden beschadigd. Voorts berekende de FAO in 2004 dat de helft van de vangst uit bijvangst bestaat, waarvan de helft jonge vis.
Het wordt al de zesde keer sinds 1980 dat het Fisheries Department illegale trawlers registreert. Aan het eind van 2009 begon de dienst onder druk van de EU visproducten te certificeren, die afkomstig zijn van de niet-IUU visserij (illegal, unregulated, unreported) en bestemd zijn voor de export naar Europa. De strengere regels stellen de EU in staat vast te stellen waar de visproducten vandaan komen, aan de hand van vangstcertificaten van trawlers, in welke havens de vis gelost is en hoe de vis is verwerkt.
Surachit Intarachit, adjunct-directeur-generaal van het Fisheries Department, heeft alle vertrouwen in het trawler registratieplan, waaraan zijn dienst momenteel werkt. De trawlereigenaar is verplicht bij te dragen aan een conserveringsfonds; wanneer hij binnen de 3-kilometerzone vist, verliest hij zijn vergunning; die zone wordt uitgebreid tot 5,4 kilometer en het wordt verboden om tijdens het paaiseizoen duw- en treknetten te gebruiken.
Het netwerp van kleine vissers en de National Human Rights Commission zijn vooralsnog niet onder de indruk. Een onafhankelijke researcher op het gebied van landbouw en visserij zegt dat vergunningen geven aan illegale trawlers in tegenspraak is met studies door de Food and Agricultural Organisation en het Fisheries Department in 2004. Toen is vastgesteld dat de visserij zou moeten inkrimpen met 40 tot 50 procent om levensvatbaar te blijven.
De kleine vissers zien de uitbreiding van het aantal geregistreerde trawlers met lede ogen aan. In tegenstelling tot de grote trawlers met hun duw- (verboden in 2000, maar nog steeds in gebruik) en treknetten, gebruiken ze verschillende soorten visgerei aangepast aan de vissoort en het seizoen. Temidden van de destructieve praktijken van de commerciële visindustrie is het moeilijk voor hen om te overleven.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 5 augustus 2012)

Foto: Trawlers in de haven van Pattani.

Xayaburi dam: de eerste bewoners zijn al de pineut
‘We hebben ons hele leven bij de rivier gewoond en plotseling moeten we op een berg wonen. Hoe in vredesnaam gaan we overleven? Ik heb werkelijk geen idee.’ Deze verzuchting van de 31-jarige Nun  is in een notendop het lot van de 100 gezinnen uit het dorp Houay Souy die al hebben moeten wijken voor de geplande Xayaburi dam in Laos. In januari kregen ze te horen dat ze naar een dorp 40 kilometer verder moesten verhuizen. Enkele dagen later moesten ze al weg zijn.

In Houay Souy leefden ze van de visserij, tuinieren op de oevers van de Mekong en zeven naar goud; in hun nieuwe dorp bij Ta Lan moeten ze maar zien hoe ze rondkomen, want de grond die hen beloofd was, kregen ze niet. De geherhuisveste dorpelingen kregen een betonnen huis van 2 verdiepingen, een compensatie voor de omgehakte teakbomen en ze krijgen 3 jaar een maandtoelage van 120.000 kip (480 baht) per persoon per huishouden. Compensatie voor verloren gegaan vistuig en land zat er niet in.
Dat is geheel in tegenspraak met wat de Laotiaanse vice-minister van Energie en Mijnen in juli een delegatie buitenlanders, op bezoek in Luang Prabang, vertelde. De regering zou bij herhuisvesting dezelfde voorzieningen treffen als bij de Nam Theun 2 dam. Deze voorzieningen, opgesteld door de Wereldbank, behelzen de bouw van huizen en openbare voorzieningen en een programma om de bewoners te helpen bij het vinden van nieuwe bestaansmiddelen. Weinig daarvan hebben de Houay Souy bewoners gezien.
En de 100 die nu zijn verhuisd – of moet ik schrijven gedeporteerd – zijn niet de enigen. In totaal zullen 458 huishoudens het veld moeten ruimen voor een dam, die nog niet eens het groene licht heeft gekregen van de andere Mekonglanden. Want die zitten dadelijk met de gebakken peren, met name Vietnam. Naar schatting 40 miljoen mensen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van de rivier. En dan te bedenken dat de Xayaburi dam de eerste van zes dammen is die gepland zijn voor dit deel van de Mekong. Het zal nog lang onrustig blijven in het gebied.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 5 augustus 2012)

66 keer jong Thais talent
Operaliefhebbers zullen hem wel kennen: Trisdee Na Patalung. Hij is dirigent en coach van de Nederlandse Opera Studio en hij heeft het Gelders orkest en Promenade orkest gedirigeerd. Trisdee is een van de 66 jonge leiders die de toekomst van Thailand vorm geven. Zo omschrijft Bangkok Post hen in een speciale uitgave ter gelegenheid van het 66-jarig bestaan van de krant.

Eigenlijk zijn het er veel meer, want het Thailand Philharmonic Orchestra met 90 musici uit 15 landen wordt ook in het zonnetje gezet, evenals enkele popgroepen. Wie door de full-colour glossy bladert kan niet anders dan onder de indruk raken van de vele hoogopgeleide talenten op tal van gebieden, die Thailand telt. Laat ik er willekeurig enkelen uitlichten.
Eerst dan maar Trisdee (26) vanwege zijn connectie met Nederland. Op 20-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut als dirigent van Mozart’s The Magic Flute. Het Engelse tijdschrift Opera was niet zuinig met lofuitingen getuige termen als ‘genie’ en een ‘wonder’. Zijn composities omvatten kamermuziek, twee symfonieën en composities voor de crematie van twee koninklijke hoogheden. Ter gelegenheid van de verjaardagen van de koning, koningin en kroonprins dit jaar componeerde hij Siam Symphony, een serie van zeven stukken.
Het Thailand Philharmonic Orchestra is nog betrekkelijk jong. Het werd in 2004 opgericht en debuteerde in 2005 tijdens de International Trumpet Guild Conference. Inmiddels heeft het orkest twee buitenlandse optredens in Tokyo achter de rug.
Bangkok Post wordt nog wel eens verdacht  van sympathie voor de anti-Thaksinbeweging, maar in deze glossy komt ook roodhemdleider Natthawut Saikuar aan het woord, met zijn 37 jaar de jongste bewindsman in het kabinet Yingluck. Als middelbare-schoolleerling won hij een debatingwedstrijd op de tv en nog steeds is hij niet op zijn mondje gevallen.
Dat geldt ook voor Suriyasai Katasila (40), want hij maakte in 2006 zijn entree in de politiek als jongste leider en woordvoerder van de People’s Alliance for Democracy, oftewel de geelhemden, dus geen vriendje van Natthawut. In 2011 vormde hij de Green Politics Group als alternatief voor mensen die genoeg hebben van de oude politiek. Veel belangrijker dan pro- of anti-Thaksin vindt hij kwesties als het geweld in het Zuiden en milieuproblemen.
Voor het milieu zet ook Pianporn Deetes (32) zich in. Zij is coördinator Thailand van International Rivers, een organisatie die nu in het nieuws is vanwege haar protesten tegen de aanleg van de Xayaburi dam in Laos. In 2002 nam ze deel aan een studie naar de gevolgen van Chinese dammen op de boven Mekong. Ze zag hoe stroomversnellingen werden opgeblazen om de doorvaart van vrachtschepen te vergemakkelijken.
Een van mijn favorieten is collega-journalist Woody Milintachinda (35), die twee praatshows op de tv heeft. Hij legt zijn gasten het vuur na aan de schenen met zijn durf, en knap en scherp geformuleerde vragen. Dat levert hem lof en hoon op, maar dat is nu eenmaal het lot van een interviewer die niet genoegen neemt met kletspraatjes. Ischa Meijer op zijn Thais; daar houd ik van.
Samengevat: Thailand heeft veel talent en dan te bedenken dat het redactieteam maanden heeft zitten bakkeleien aan wie ze aandacht zou besteden. Dus er moeten nog veel meer jonge leiders zijn, die Thailands toekomst vorm geven.

Thaise componist op weg naar Carnegie
‘Een componist met een gave om orkestrale kleur te creëren’, noemt LA Times hem. De Chicago Sun Times vindt zijn muziek ‘absoluut betoverend’ en vergelijkt een van zijn werken met Stravinsky’s Fireworks. Die lofuitingen kunnen niet overdreven zijn, want in oktober voert het American Composers Orchestra in de grote zaal van Carnegie Hall in New York Migration of the Soul van hem uit. Niet eerder klonk een werk van een Thaise componist in het walhalla van de klassieke muziek.

De naam Narong Prangcharoen zal de meeste Thais niet bekend in de oren klinken, maar de in de VS wonende componist is bij liefhebbers van klassieke muziek geen onbekende. Werken als Illumination, Chakra, Satha en Phenomenon hebben al op tal van plaatsen in de VS, Europe en Azië geklonken. Of ze kennen zijn muziek van de soloalbums Phenomenon en Mantras.
In Thailand lanceerde Narong in 2004 het jaarlijkse Thailand International Composition Festival, aanvankelijk drie dagen, de laatste keer vorige maand zes dagen. Het bestaat uit workshops en een competitie, die componisten vanuit de gehele wereld trekt. Dit jaar gaven drie bekende componisten een masterclass: de Amerikaan Eric Moe, de Chinees Xiaogang Ye en de Chinees-Amerikaan Zhou Long. Twaalf kandidaten drongen tot de finale van de compositiewedstrijd door. De strijd werd gewonnen door Milica Dojordjevic uit Servië. Geen enkele Thaise deelnemer haalde de finale. ‘None of the works from Thai composers were on par with other finalists’, zegt Narong.

Voor Narong was het festival een thuiswedstrijd, want gastheer was deze keer de Srinikarinwirot universiteit, waar hij zelf een bachelor’s graad in Music Education haalde. Daarna ging hij naar de VS en in 2010 deed hij zijn doctoraal aan de universiteit van Missouri, Kansas City, waar hij nu doceert.
Volgens Bangkok Post-verslaggever Yanapon Musiket is Narong (38) ‘in contemporary speak pretty much a star. His music carries an evocation of the 20th century Russian modernists, among them Igor Stravinsky, but with a Siam folk influence.’
(Bron: Bangkok Post, 25 juli 2012)

Kindermuseum krijgt een tweede leven
De artist’s impression van het gerenoveerde Kindermuseum ziet er veelbelovend uit. Het museum wordt uitgebreid met een aantal zones, waaronder een Big Backyard Zone met kunstmatige wolken, bloemen en vogels; een Rainbow Town, die bestaat uit een klein park, wegen, telefooncellen en winkels; en een Dino Detective Zone, ingericht als grot met fossielen verwerkt in de vloer en muren.

Na 2 jaar sluiting staat de heropening van het museum in het Queen Sirikit Park in Chatuchak gepland voor februari volgend jaar. De Bangkok Metropolitan Administration (BMA, gemeente) trekt 70 miljoen baht voor de verbouwing en uitbreiding uit. Tegelijkertijd gaat ook het andere kindermuseum in het zuiden van Bangkok weer open.
De BMA opende het museum in Chatuchak in augustus 2002. Aanleiding was een toespraak van de koningin waarin ze het belang van leren voor kinderen benadrukte. Het museum stelde zich ten doel kinderen aan te moedigen om zelf op ontdekkingstocht te gaan en zo kennis te verwerven. In 2007 ging museum 2 open in het district Thung Kru. Dit museum richt zich niet alleen op kinderen, maar ook op ouders en gehandicapten.
Slecht management noopte museum 1 in 2010 de deuren te sluiten; museum 2 leidde een kwakkelend bestaan. Om soortgelijke problemen in de toekomst te voorkomen, gaat de BMA op zoek naar een bedrijf dat de musea kan beheren. De BMA kan dat niet zelf doen bij gebrek aan staf en de benodigde kennis.
Het veelbelovende ontwerp voor museum 1 is gemaakt door Plan Motif Co. En nu maar hopen dat het net zoveel of nog meer bezoekers trekt dan de 100.000 per jaar die het in zijn hoogtijdagen trok.
(Bron: Bangkok Post, 14 juli 2012)

Een hoola hoop als oplader voor mobieltje
Wel eens de verzuchting geslaakt: ‘De jeugd van tegenwoordig…’? Het is een klacht van alle tijden en hij wordt ook wel in Thailand gehoord. Maar het kan ook anders.

Dat hebben vijf teams van leerlingen bewezen die met hun creatieve uitvinding Goud wonnen op de International Exhibition for Young Inventors, een jaarlijkse internationale wedstrijd die dit jaar in Bangkok werd gehouden.
Wat te denken van een hoola hoop, die fungeert als oplader voor een mobiele telefoon? Het is het geesteskind van Apisit Wannarancsri en Jukkit Buppha van de Samutsakhon Wittayalai school. De elektriciteit wordt opgewekt wanneer de 12 magneten in de hoola hoop reageren op een  koperdraad die in weefsel is gewikkeld en in een riem genaaid. De wisselstroom wordt omgezet in gelijkstroom, en daarmee kan een mobieltje worden opgeladen.
Of wat te denken van vliegen vangen met een garnaal van drie dagen als lokaas? Twee meisjes, Varunyou Dropphupha en Kannika Chaisiri van de Hat Yai Wittayalai 2 school, kwamen op het idee omdat ze ontdekten dat vliegen worden aangetrokken door die lekkernij. Ze construeerden een konisch gevormde val, die aan de bovenkant water bevat. De vliegen die naar binnenvliegen, vallen automatisch in het water. Een CD zorgt ervoor dat ze niet kunnen ontsnappen en die zorgt er ook voor dat ze snel sterven. Het apparaat kan volgens de creatieve meiden duizend vliegen in één uur verschalken.
Ook aardig: een varende ‘stofzuiger’ oftewel, zoals ze hem zelf noemen, ‘water garbage collector using solar energy’. Nutthawat Boonrueng en Natipong Yaphasert van de San Kamphaeng school in Chiang Mai bouwden een bootje met een 12-volt batterij die door een zonnecel wordt opgeladen. De batterij levert de stroom voor de voortstuwing en een lopende band die afval uit het water schept. Drie kilo kan de alternatieve vuilnisboot verzamelen. Werk aan de winkel want tal van khlongs liggen vol met rommel en waterhyacint.
Aan de wedstrijd werd deelgenomen door teams uit Hong Kong, Indonesië, Japan, de Filippijnen, Maleisië, Singapore, Taiwan, Thailand en Vietnam. De teams uit Maleisië scoorden zeven maal Goud. Thailand won behalve vijf maal Goud ook zeven maal Zilver en achttien maal Brons.
(Bron: Bangkok Post, 10 juli 2012)

Quick-quick-slow in Bangkok
Het is nu niet iets waar je Thailand direct mee associeert, maar Bangkok telde in de jaren vijftig en zestig tal van dansscholen, waar westerse dansen als de quickstep, wals, tango, cha-cha, mambo, guaracha, twist en de talung werden onderwezen. Een van die die scholen, Samakkhi Lilas, beter bekend als Ban Ten Ram (het danshuis), wordt 27 jaar na de sluiting gerenoveerd en krijgt een nieuw leven als Social Dance Museum.

De allereerste westerse danspassen werden door jonge koninklijke hoogheden en aristocraten gezet tijdens het bewind van koning Rama VI (1910-1925). Gewone inwoners van Bangkok maakten er kennis mee nadat enkele populaire restaurants een dansvloer hadden aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog gingen verschillende dansscholen open.
In de jaren zestig werd de wijk Wang Burapha een mekka voor teenagers met het eerste warenhuis van Bangkok, toonaangevende bioscopen, eettentjes, ijssalons en koffieshops met jukebox. Elvis en James Dean waren de helden, de twist was de populairste dans en ‘Are you lonesome tonight?’ en ‘Put you head on my shoulder’ werden grijs gedraaid.
Dit waren de hoogtijdagen van Ban Ten Ram, die in 1952 was opengegaan. ‘Het begon allemaal met de liefde van mijn ouders voor dansen en het feit dat ons huis groot genoeg was om een kleine dansschool te herbergen’, vertelt Kijja Tamornsuwan. Hij en zijn broer Kitti hielpen hun vader. Iedere avond werd van 5 tot 8 uur lesgegeven aan 20 leerlingen. Meestal schreven ze zich in voor een cursus van 3 maanden. De kosten bedroeg 100 baht per maand voor de vrouwen en 150 baht voor de mannen. Dansavondjes trokken wel zo’n honderd danslustigen.
Ondanks het succes van de dansschool gingen in 1985 de deuren dicht. Kijja werkte inmiddels fulltime en zijn extended family had meer ruimte nodig. Nadat de familieleden een voor een naar elders waren vertrokken, stond het houten huis van twee verdiepingen met puntgevel meer dan 10 jaar leeg en raakte in verval. Onlangs realiseerde nicht Tarinee Tamornsuwan zich de historische waarde van het oude huis en ze besloot gelden in te zamelen voor de renovatie en opening van een museum of social dance. En dat lijkt te gaan lukken.
Tarinee is ervan overtuigd dat ook andere huizen in de omgeving, Nang Loen, het waard zijn om bewaard te blijven. Ban Silpa herbergde een traditionele kunstschool, Ban Narasilp was beroemd vanwege ingewikkeld borduurwerk voor traditionele danskostuums en in Ban Poon Ruangnon oefenden spelers van een kunstvorm die lakhon chatri heet.

Dus wie weet, heeft Bangkok er over enige tijd niet alleen een dansmuseum bij, maar ook drie andere musea.
(Bron: Bangkok Post, 10 juli 2012) 

Miniatuurmuseum sluit na 12 jaar de deuren
Op 15 mei sluit een alleraardigst museumpje zijn deuren. De museumobjecten, honderden miniatuurtjes op een schaal van 1:12 worden ingepakt, en verhuizen vanuit een hoek in de lobby van het Grand China Princess hotel in Chinatown naar de tweede woning van ‘museumdirecteur’ Piyanuch Narkkong in Chiang Mai, of gaan terug naar de andere makers. En wie weet misschien vindt in die stad ooit een herstart plaats.

Na 12 jaar stopt Piyanuch ermee. Ze heeft, aldus een artikel in Bangkok Post, ‘big problems’, maar wat die zijn wordt niet goed duidelijk uit het verhaal afgezien van haar mislukte pogingen om steun van overheidsdiensten te verwerven.
Piyanuch opende in 2000 haar eerste museumpje op de vijfde verdieping van het Bang Na-filiaal van Central . In 2003 verhuisde het museumpje  naar de huidige lokatie, waar bezoekers ook de objecten, gemaakt door Piyanuch en leden van de Miniature Museum Club, kunnen kopen.
Piyanuch’s moeder was als kind al in de weer met miniatuurtjes. Met deeg dat grootmoeder gebruikte voor het maken van khanom pansib boetseerde ze dieren. Toen oma dat ontdekte, kreeg ze een pak slaag, maar dat weerhield haar er niet van door te gaan met boetseren en zo ontwikkelde moeder zich tot een pionier op het gebied van miniatuurtjes.
Dochter Piyanuch trad in haar voetsporen. Ze begon met desserts, gebakken voedsel en Japanse gerechten. Daarna volgden steeds ingewikkelder objecten, zoals een oude noodle shop, een traditionele koffieshop enzovoort. De gerechten worden gemaakt van speciale uit Japan geïmporteerde klei; de overige objecten van hetzelfde materiaal als het nagemaakte object.
Op initiatief van prinses Maha Chakra Sirindhorn die tijdens een bezoek aan Chinatown onaangekondigd een bezoek aan het museumpje bracht, begon Piyanuch met het organiseren van workshops in het land. ‘I have already taught this art work to a whole generation of students’, zegt Piyanuch. Het museum exposeert ook de winnende objecten van een wedstrijd die jaarlijks wordt georganiseerd door de Miniature Club.
Thailand telt 100 particuliere musea. Als voorzitter van de Foundation for Thai Museums heeft Piyanuch geprobeerd steun te verwerven van overheidsdiensten. Maar het enige wat ze deden was de verantwoordelijkheid doorschuiven naar een andere dienst.

Kunstverzamelaar opent eigen museum van hedendaagse Thaise kunst
In 1980 kocht Boonchai Bencharongkul zijn eerste schilderij; nu na 30 jaar verzamelen opent hij zijn eigen museum. Op 18 april gaat het Museum of Contemporary Art Bangkok (Moca) open voor het publiek. ‘I want this place to be an introduction to Thai contemporary art’, zegt de telecommunicatie magnaat, die Dtac oprichtte en verkocht.

Moca biedt een kort overzicht van de Thaise kunst van de afgelopen 60 jaar. Circa 400 stukken van meer dan 100 kunstenaars, voornamelijk schilderijen, worden op vijf verdiepingen getoond in de modernistische kubus aan de Vibhavadi Road. Negentig procent van het geëxposeerde werk is van Thaise kunstenaars; op één verdieping wordt Boonchai’s internationale collectie getoond en een speciale kamer is gewijd aan Victoriaanse kunst.
Boonchai heeft een sterke voorkeur voor surrealisme en vooral hoe die kunstroming aangepast en geïnterpreteerd wordt om de Boeddhische filosofie tot uitdrukking te brengen.
‘I think surrealism somehow reflects the rhythm of Thai life. To enjoy the complexity of dream is to enjoy the way Thai people live. We accept our fate, we believe in the law of karma, and we rely on divine beings to guide us. It’s all in the subconscious, and many paintings capture that.’
Museum of Contemporary Art Bangkok. On the local road, off Vibhavadi Rangsit Road. Entree 180 baht. www.MOCABangkok.com.
(Bron: Bangkok Post, 11 april 2012)

Shakespeare-film mag niet van censuur
4 april – De film Shakespeare Tong Tai (Shakespeare must die) van de Thaise cineasten Ing K en Manit Sriwanichpoom is door de censuur verboden. De film is gebaseerd op het toneelstuk MacBeth en gaat over een denkbeeldige natie waar een populaire politicus de macht verwerft. Volgens de censuur ondermijnt de film de eenheid van het volk. Het is de tweede keer dat een Thaise film een totaalverbod heeft gekregen.

Manit zegt de censuurcommissie gevraagd te hebben op welk deel van de film haar oordeel is gebaseerd, zodat hij eventueel aan haar bezwaren tegemoet kan komen, maar de commissie kon dat niet zeggen. De cineast gaat tegen de afwijzing in beroep.
De film is de tweede die na de inwerkingtreding van de Film Act van 2009 is haar geheel is verboden. Eerder verbood de commissie Insects in the Backyard vanwege naaktscènes en studenten die zich prostitueerden. In andere films moeten soms alleen maar scènes geschrapt worden om het groene licht van de censuur te krijgen. Shakespeare must die duurt 178 minuten en werd gedeeltelijk gefinancierd door het ministerie van Cultuur (sic!).

Achtergrondinformatie bij Shakespeare Must Die
De censuurcommissie bestaat uit 7 personen van wie 3 het besluit om de film te verbieden, niet ondertekenden. Beroep tegen de afwijzing is mogelijk bij de National Film Board.

De film laat een toneelvoorstelling van MacBeth zien met daaraan toegevoegd een hedendaagse allegorie over ‘De Leider’, een politicus van een fictief land die machtsbelust is. Aan het eind van de film zit een scène waarin een razende meningte een theater binnenvalt en de regisseur lyncht. Dat beeld lijkt op de foto van het geweld in oktober 1976, gemaakt door Neal Ulevich, waarmee hij de Pulitzerprijs won.
Het is niet de eerste keer dat een film van Ing K is verboden. Haar film Teacher Eats Biscuits uit 1998 werd onder de vorige filmwet verboden. Die zou beledigend voor alle godsdiensten zijn. Al even controversieel was haar film Citizen Juling. Rood- en geelhemden waren des duivels.
Shakespeare Must Die kan gezien worden als een ongunstig portret van de roodhemden en Thaksin Shinawatra, reden waarom de commissie hem verboden zal hebben. De buitenlandse persbureaus leggen daarentegen meer de nadruk op het element van de monarchie dan op het het Thaksin-symbool.
Een film die nooit aan de censuurcommissie is aangeboden, is The Terrorist van Thunska Pansittivorakul, een gepassioneerde anti-Abhisit film, gemaakt na de gewelddadige beëindiging van het roodhemdprotest op 19 mei 2010. De film is alleen in het ondergrondse circuit te zien geweest.
In de maak is Nuamthong, gefinancierd door roodhemden, gebaseerd op het leven van de taxichauffeur die uit protest tegen de coup van 19 september met zijn wagen op een tank inreed en daarbij om het leven kwam.
(Bron: Kong Rithdee, Bangkok Post, 7 april 2012) 

Er tikt een tijdbom in Thailand
Er tikt een tijdbom in Thailand. Die tijdbom heet Thaksin Shinawatra. In 2006 werd hij verjaagd door het leger, in 2008 vluchtte hij voor een gevangenisstraf van 2 jaar, maar regeringspartij Pheu Thai en haar roodhemd achterban willen hem koste wat het kost terugbrengen.

De populariteit van Thaksin valt moeilijk te begrijpen voor mij als farang (buitenlander). Thaksin’s bewind was het meest corrupt van alle regeringen volgens Saowani Thairungrote, een econoom verbonden aan de University of Thai Chamber of Commerce, die zes jaar studie heeft gedaan naar corruptie in Thailand.
Thaksin breidelde de pers, er kleeft flink wat bloed aan zijn handen vanwege de war on drugs (2819 doden waarvan 1370 vermoedelijk actief in de drugshandel) en incidenten als Krue Se (106 doden, 31 in de moskee), Tak Bai (85 doden, van wie 75 stikten terwijl ze opgestapeld in militaire voertuigen werden vervoerd).
Thaksin-aanhangers heb ik wel eens geprobeerd uit te horen over de motieven van hun adoratie. De nachtwaker van een appartementengebouw waar ik ooit bivakkeerde, was zo iemand. Meer dan dat Thaksin de IMF-schuld na de financiële crisis van 1997 in hoog tempo heeft weggewerkt, kreeg ik niet te horen.
Het gratis maken van de gezondheidszorg met een eigen bijdrage van 30 baht per ziekenhuisbezoek noemde hij niet eens of initiatieven als Otop en het SML-fonds evenmin. Als ik niet abuis ben, waren dat ook initiatieven van Thaksin.
Otop staat voor One Tambon, One Product, een programma dat dorpen stimuleert zich op één product te concentreren dat ze vervolgens kwalitatief verbeteren. De producten worden in Otop-winkels verkocht. SML staat voor Small, Medium en Large en is een subsidieprogramma voor dorpen.
Regeringspartij Pheu Thai heeft er in haar verkiezingscampagne vorig jaar geen doekjes om gewonden: ze wil Thaksin terughalen, nadat zijn gevangenisstraf is kwijtgescholden. Die kreeg hij omdat hij zijn toenmalige echtgenote had geholpen bij de aankoop van een stuk land van de overheid onder de marktwaarde. De echtgenote heeft er weinig plezier aan beleefd, want ze heeft het land moeten teruggeven, waarbij ze het aankoopbedrag plus rente terugkreeg. De ontwerpkosten voor een gebouw dat ze erop wilde zetten, kreeg ze evenwel niet vergoed.
De gevangenisstraf van Thaksin kan vervallen wanneer alle besluiten van het militair bewind, na de coup van september 2006, nietig worden verklaard. Op basis van die besluiten is namelijk een commissie ingesteld die onderzoek heeft gedaan naar corruptie tijdens het bewind van Thaksin en op basis van dat onderzoek is Thaksin veroordeeld. Ergo: wanneer de besluiten ongeldig worden verklaard, is ook het onderzoek van die commissie ongeldig, dus vervalt het bewijsmateriaal op basis waarvan Thaksin is veroordeeld.
Amnestie voor Thaksin en trouwens voor allen die sinds 2005 wegens politieke vergrijpen zijn en worden vervolgd, kan langs verschillende wegen geregeld worden. De meest tijdrovende weg is die van wijziging van de grondwet van 2007, die door het militair bewind is opgesteld. De snelste manier is een amnestiewet die door het parlement wordt gejast, wat niet zo moeilijk is omdat regeringspartij Pheu Thai daar de absolute meerderheid heeft.
Of dat gebeurt en wanneer is koffiedik kijken. Zeker is wel dat dit niet zonder slag of stoot kan gebeuren. Oppositiepartij Democraten zal er alles aan doen om Thaksin’s terugkeer langs juridische weg te blokkeren en de People’s Alliance for Democracy (PAD, geelhemden) heeft al gedreigd met protestacties.
Waartoe de geelhemden in staat zijn, hebben ze eerder laten zien met de bezetting van de vliegvelden Suvarnabhumi en Don Mueang en het regeringscentrum. Maar of de PAD weer zoveel mensen op de been kan brengen, is eveneens koffiedik kijken. En hoe het United Front for Democracy against Dictatorship (UDD, roodhemden) daar weer op zal reageren, is ook al koffiedik kijken. Intussen blijft de tijdbom tikken.

Gingerbread huizen in Phrae
Een eeuw geleden telde Thailand uitgestrekte teakbossen en Phrae stond bekend als de teakhoofdstad van het land. In 1991 was het areaal aan teakbossen ingekrompen tot 25.000 vierkante kilometer, die ook nog eens wordt bedreigd door illegale houtkap.

Dat Phrae de teakhoofdstad was, is nog te zien aan de circa 100 oude teakhuizen in de stad. Daarvan zijn er 20 de moeite waard en de Phrae Architectural Club doet alle moeite om ze te conserveren.
Groot-Brittanië verwierf in 1883 een concessie om teak te kappen in Thailand’s noordelijke provincies die toen nog semi-autonoom waren onder het bewind van lokale prinsen. Een handjevol Britse houtbedrijven streek er neer, waaronder één eigendom van de zoon van Anne Leonowens, bekend van de controversiële film The king and I.
Het hout werd geëxporteerd naar Engeland waar zogeheten gingerbread huizen aan het begin van de twintigste eeuw populair waren. Ook in Phrae verrezen peperkoek huizen met hun karakteristieke gedecoreerde dakranden, voordaken en vensterbanken. Alhoewel Thailand nooit gekoloniseerd is geweest, was de culturele invloed uit Europa in die periode aanzienlijk.
Een van Phrae’s topattracties is Khum Chao Luang, de residentie van Lord Pirayatheppawong, de voormalige bestuurder van Phrae. Ze werd in een mix van Europese en Thaise architectuurstijlen in 1892 gebouwd. De Lord had twee vrouwen, die niet zo goed met elkaar konden opschieten. De oudste bouwde daarom een eigen residentie, Vongburi House, dat nu een van Phrae’s populairste gingerbread huizen is.
In 1960 werd de teakhandel verboden en in 1989 volgde een verbod op de houtkap, waardoor de vraag naar tweedehands teakhout omhoog schoot. Gevolg: meer dan 100 teakhuizen in Phrae werden de afgelopen 20 jaar afgebroken en het hout werd verkocht aan aannemers. Regelmatig wordt illegaal gekapt teak inbeslaggenomen, want het hardhout is nog steeds erg gewild.
(Bron: Bangkok Post, 20 maart 2012)

Gewone Thai worstelt na overstromingen
2,23 miljard baht kost de 77 km lange vloedwal om Rojana Industrial Park; 728 miljoen en 700 miljoen baht zijn gereserveerd voor de aanleg van vloedwallen om de industrieterreinen Bang Pa-in en Navanakorn, maar de gewone Thai die bijna alles is kwijtgeraakt in de overstromingen van vorig jaar krijgt een schamele 5.000 baht aan compensatie. Kleine zelfstandigen, arbeiders, keuterboertjes proberen de draad weer op te pakken, maar gemakkelijk is het niet.

– Het huis van Amporn Champathong in het district Khlong Luang (Pathum Thani) stond 2 maanden onder water. Ze heeft een klein inkomen met het kopen, sorteren en verkopen van recyclebare artikelen, maar tijdens de overstromingen lag het werk stil. Het water hield huis in haar woninkje en al het meubilair moest vervangen worden. De 5.000 baht dekt die uitgaven bij lange na niet.
De bewoners van de buurt waar ze woont, zijn nog boos dat de autoriteiten zonder hen te raadplegen een wal van grote zandzakken aanlegde, waardoor het water in hun buurt steeg. Voor sommige bewoners zat er niets anders op dan te kamperen op de nabijgelegen brug.
– Kulkaew Klaewkla in het district Bang Kae (Bangkok) is ook een kleine zelfstandige. Ze graveert en decoreert horens, die in cadeauwinkels worden verkocht, maar ook bij haar lag het werk tijdens de overstromingen stil. Het water bereikte een hoogte van twee tot drie meter, waardoor ze alles kwijtraakte: motorfiets, gereedschap en de horens die nog niet klaar waren. Nu heeft ze er een baantje bijgenomen met het verkopen van eten op de ochtendmarkt om wat extra inkomsten te genereren voor het gezin. Dat is hard nodig, want het spaargeld is opgesoupeerd en ze zit diep in de schulden.
‘We got 5.000 baht, while the industrial sector got so much attention from the government. Why not us small producers, who also contribute to the economy?’
– Arbeiders met een vaste baan zijn niet veel beter af. Volgens het ministerie van Werkgelegenheid hebben 51.056 arbeiders van 132 fabrieken hun baan verloren en 163.712 arbeiders wachten nog steeds op heropening van hun bedrijf. Slechts weinig arbeiders, die op non-actief werden gesteld, ontvingen tijdens de overstromingen 50 tot 75 procent van hun salaris.
Velen konden het ministerie van Werkgelegenheid niet bereiken, waardoor ze geen aanvraag konden indienen voor een werkloosheidsuitkering. En sommigen verloren hun aanspraak op de regelingen van het Social Security Fund omdat er te weinig geld voor betaling van de SSF-premie op hun bankrekening stond. Vakbondsvrouw Sripai Nonsee vindt dat er met twee maten wordt gemeten, want werkgevers worden niet beboet wanneer ze de premie niet afdragen die ze van het loon van hun arbeiders inhouden.
– En zijn er nog de boeren. Naar schatting 1,19 miljoen boeren hebben nog geen cent gezien van de beloofde vergoeding voor hun verloren oogst. Maar de industrie wordt in de watten gelegd, want investeerders zouden eens Thailand de rug toekeren.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 18 maart 2012)

Krakers op het  water
Het begon met arme mensen die op publiek land langs kanalen een huis optrokken. Toen alle land bezet was, bouwden de nieuwkomers een huis op palen in het water. In het Prem Prachakorn kanaal staan de huizen aan beide zijden nu zo dicht bij elkaar dat de bewoners elkaar bijna een hand kunnen geven. Slechts een kleine ruimte in het midden is overgebleven waar de waterstroom zich doorheen moet persen.

Een onderzoek van de gemeente Bangkok in juni (2011) stelt het aantal illegale huizen in de khlongs van Bangkok op 6.239. Ze staan in Chatuchak, Sai Mai, Watthana, Saphan Sung en Don Muang. Tijdens de overstromingen van eind 2011 blokkeerden ze de afvoer van het water, wat in combinatie met het slechte onderhoud en onkruid en afval in het water de ernst van de overstromingen aanzienlijk heeft vergroot.
In de afgelopen jaren heeft de overheid geprobeerd de krakers weg te krijgen, maar omdat het niet lukte vervangende woonruimte te vinden is het bij pogingen gebleven. Op enkele plaatsen worden wel succesjes geboekt. Het Community Organisation Development Institute (CODI) lanceerde in 2003 het Ban Mankhong (housing security) concept. Voorwaarde is dat de bewoners meewerken.
Langs het Bang Bua kanaal heeft het Treasury Department, eigenaar van de grond, het land verhuurd aan een van de dertien gemeenschappen, waarin de krakers zich hebben verenigd. De grond is opnieuw verkaveld en biedt ruimte aan 342 gezinnen. Elk perceel meet 15 tot 17 wah (68 vierkante meter), groot genoeg voor een huis van twee verdiepingen in de stijl van Ban Mankhong. De huur bedraagt 1,5 baht per wah per maand. Degenen die zich tegen het programma verzetten, zeggen dat ze te arm zijn om de huur op te brengen, alhoewel die slechts maximaal 20 baht per maand bedraagt.
‘They have stayed for free for a long time and neither the Treasury Department nor the authorities have taken any harsh measures against them, so they take it for granted that they can keep on that way without any problem’, zegt Manop Jongkasemtham, lid van de bewonerscommissie van de Chai Khlong Bang Bua gemeenschap.
Degenen die een nieuw huis willen bouwen, kunnen bij de CODI een lage-rentelening afsluiten van 150.000 baht per huis met een looptijd van 15 jaar. Het Social Development and Human Security Ministry stelt 45.000 baht per huis ter beschikking voor de aanleg van infrastructuur in de nieuwe gemeenschap. Maar sommige krakers willen zich niet in de schulden steken, en velen verdienen niet genoeg om de lening af te betalen.
Bang Bua fungeert als voorbeeld voor andere kanalen. In het noorden van Bangkok zijn gemeenschappen van krakers gevomd langs negen kanalen, die ernstig verontreinigd zijn. De krakers wonen er al heel lang. Elke gemeenschap heeft een bewonerscommissie, die de krakers probeert te overtuigen van de voordelen van het programma. ‘Het programma bevoordeelt niet alleen de autoriteiten en het milieu, maar ook de krakers omdat ze zekerheid en stabiliteit voor hen biedt’, zegt Manop.
‘We need to invest for our housing, for land security and infrastructure and better living conditions for our children. Living in the squater community is difficult because of the lack of infrastructure, like roads to take sick people to the hospital or to put our fires.’
Hoofddoel van het programma is degenen die boven het water wonen, te overtuigen naar de oever te verhuizen. Maar dit vereist de medewerking van degenen die daar al wonen, omdat ze bereid moeten zijn ruimte voor hen te maken.
Manop vindt dat de overheid strenger moet optreden, zodat krakers gedwongen worden een keuze te maken: in de gemeenschap blijven wonen of gedwongen uitzetting. Tot nu toe waren de autoriteiten afkerig van het wapen van uitzetting, maar nu de overstromingen de urgentie van het probleem hebben aangetoond, komt daar wellicht verandering in.
(Bron: Bangkok Post Spectrum, 1-7 januari 2012)

Zonne-energie verkoopt
Het kostte haar 2 jaar van gereis en overleg om financiers te vinden, maar Wandee Khunchornyakong gaf niet op. In april 2010 ging de eerste zonneboerderij open in Nakhon Ratchasima; in 2013 moeten 34 ‘boerderijen’ 200 MW elektriciteit produceren.

Wandee kreeg de smaak te pakken toen ze in 2008 een milieu-expositie in Schotland bezocht. Een jaar eerder had ze ontslag genomen als directeur van het zonne-energiebedrijf Solartron Plc. Ze had zich onledig gehouden met het exploiteren van spa’s, geploeterd met vastgoed en rondgereisd. Met 20 jaar ervaring in de zonne-energiesector zag ze de potentie van Thailand, waar de zon meer schijnt dan in andere landen, om die onuitputtelijke energiebron te gaan aanboren.
Rond die tijd formuleerde de regering ook haar energiebeleid met als doelstelling om in 2022 4.600 MW uit alternatieve bronnen te produceren. De regering riep een subsidieregeling in het leven om alternatieve energie concurrend te maken ten opzichte van fossiele brandstoffen.
In 2009 richtte Wandee Solar Power Co op. Het bedrijf verwierf 34 licensies om zonne-energieboerderijen te ontwikkelen. Maar het vinden van een partner was geen sinecure. Thaise energiebedrijven hadden er geen trek in. Wandee probeerde het in China, India, Filippijnen en Hong Kong, maar overal stuitte ze op gesloten deuren. Zelfs commerciële banken wezen haar af. Ze verkocht haar huis en land , maar die opbrengst was niet voldoende.
Uiteindelijk lukte het om de Energy for Environment Foundation en Thai Fa Power Co te bewegen een strategische alliantie met haar bedrijf te vormen voor de ontwikkeling van de eerste drie ‘boerderijen’.  Omdat de tijd begon te dringen, het ministerie stelde 2013 als deadline bij de licensieverlening, nam ze een boude stap. Ze kocht Steelintertech, een beursgenoteerd bedrijf op de Market for Alternative Investment. Wandee’s bedrijf werd herdoopt in  Solar Power Group. Om te worden opgenomen op de mainboard moest ze 340 miljoen baht aan kapitaal bijstorten, wat haar noopte haar land aan Soi Thong Lor te verkopen.
De doorbraak kwam toen de Japanse producent van zonnecellen Kyocera zich bereid toonde de eerste boerderij te steunen en de Kasikornbank overtuigd raakte van de winstgevendheid van het eerste project dat in april 2010 van start ging. De afgelopen paar weken tekende Wandee overeenkomsten met het Clean technology Fund van de Wereldbank en enkele Thaise commerciële banken.
[Hoeveel solar farms, zoals ze in het artikel worden genoemd, op dit moment in bedrijf zijn, is me niet duidelijk. Eén bevindt zich in ieder geval in Nakhon Ratchasima. Deze farm doet dienst als demonstratie- en educatiecentrum om te bevolking de mogelijkheden van zonne-energie te laten zien. Evenmin maakt het artikel duidelijk hoe de winstgevendheid wordt bereikt.]

Drijvende rijst is geen optie meer
Drijvende rijst lijkt de ideale oplossing voor boeren die nu hun oogst door de zware overstromingen hebben verloren. Maar de rijstsoort is niet erg populair meer. Maar weinig boeren verbouwen nog de rijst die het met gemak kan uithouden in water van 2,50 meter diep.
De ironie wil dat wetenschappers over de hele wereld met het oog op de opwarming van de aarde en voedselveiligheid proberen rijstsoorten te ontwikkelen die bestand zijn tegen overstromingen, terwijl die soorten al bestaan. In Ladchao (Ayutthaya) verbouwden de boeren vroeger drie soorten: khao luang, khao suphan en khao hom tung.
Van de huidige generatie verbouwen nog maar weinige boeren de rijst en daar zijn verschillende redenen voor. De drijvende rijst heeft 7 maanden nodig om te rijpen; dat was vroeger geen probleem omdat er eenmaal per jaar werd geoogst. Tegenwoordig verbouwen de boeren tweemaal per jaar of zelfs driemaal: van januari tot april/mei en juni tot augustus/september. Dat moeten ze wel anders komen ze financieel niet uit.
Tweede reden: de periode van 7 maanden conflicteert met de tweede oogst, want het land moet in augustus en september kunnen drogen zodat er machinaal kan worden geoogst. Dat willen de boeren ook omdat rijst met een hoog vochtigheidsgehalte minder opbrengt. Maar drijvende rijst heeft in die periode water nodig. Omgekeerd hebben boeren met drijvende rijst ook droge velden nodig om te oogsten, maar dan heeft de tweede oogst juist water nodig.
Een belangrijke reden is de verspreiding van planthoppers, plantenetend ongedierte, dat de afgelopen jaren bij alle rijstsoorten heeft gezorgd voor een vermindering van de oogst met 60 procent. Tot 2008 konden boeren met gemak 500 tot 600 kilo van een rai halen, de planthopper reduceerde de opbrengst  vorig jaar bij één boer in Ladchao tot 170 kilo.
Lagere opbrengsten zijn ook het gevolg van veranderingen in de bewatering. In het verleden kwam sediment mee met de overstromingen en bemestte het land. Maar sinds waterstromen worden gereguleerd door stuwen, ontbreekt die natuurlijke meststof.
Niettemin zijn er nog steeds boeren die natte rijst verbouwen omdat ze relatief weinig investeringen vergt en minder kunstmest nodig heeft in vergelijking met ‘gewone’ rijst die hoge investeringskosten vergen en veel chemicaliën nodig hebben. De enige beperking is dat het water niet te snel stijgt. Natte rijst groeit 1 tot 3 centimeter per dag; stijgt het water sneller, dan overleeft de rijst niet.
Voor boeren zonder land, dus die land huren, is drijvende rijst al helemaal geen optie. Ze huren het land voor 1.000 baht per rai per oogst. De meeste landeigenaren willen alleen land verhuren aan boeren die tweemaal per jaar oogsten.
Een boer in Ladchao die 32 rai huurt, rekent voor. Hij verbouwde eerst drijvende rijst op 10 rai en oogstte 50 kilo per rai. Nadat hij was overgestapt naar off-season, haalde hij 1000 kilo per rai. De investeringskosten bedroegen 6.000 baht per ton. Hij verkocht de rijst voor 8.500 baht per ton en maakte een winst van 2.500 baht per ton, de arbeidskosten van 105 tot 110 dagen niet meegerekend.
Sommige stedelingen zeggen dat de boeren overstromingen in het regenseizoen moeten accepteren en dat ze niet zo begerig moeten zijn om te proberen tweemaal per jaar te oogsten. Maar van één oogst per jaar kunnen ze niet leven, zo simpel is dat.
(Bron: Bangkok Post Spectrum, 23-29 oktober 2011)
(Zie ook pagina Rijst)

De taaie strijd tegen een kolengestookte energiecentrale
‘Waarom is Egat zo geobsedeerd door fossiele brandstoffen? Ze geven als reden de technische problemen met hernieuwbare energie en nemen een “father knows best” houding aan. Maar de tijd voor fossiele brandstoffen is voorbij.’

Egat is de Electricity Generating Authority of Thailand, die een kolengestookte energiecentrale in Prachuap Khiri Khan wil bouwen en degene die dit zegt is Sureerat Taechutrakul, leider van de milieugroep Thap Sakae, een district waar Egat in 1995 een stuk land van 4.142 rai kocht.
De strijd die nog steeds niet beslecht is, dateert al van 1995 toen Egat haar plannen bekend maakte. Massale protesten die in 1998 begonnen, staken een stokje voor de bouw van centrales in Bo Nok en Hin Krut. In 2006 kondigde Egat aan dat ze de grootste kolengestookte centrale van Azië in Thap Sakae wilde bouwen. De Thap Sakae Environmental Group boekte een jaar later een succesje: de regering gaf een schriftelijke verklaring uit dat ze geen toestemming zou verlenen voor de bouw van centrales in het gebied.
Maar Egat gaf niet op. In 2008 richtte ze het Power Plants Community Fund op, dat 150 miljoen baht bood als compensatie voor milieuschade. Functionarissen verzamelden handtekeningen van de lokale bevolking voor steun aan de centrales. ‘Such funds will only benefit some groups of people, and we don’t want the money. We can earn a living and sustain ourselves if we still have a good environment’, zegt een voedselverkoper.
Het Power Development Plan 2010  van de overheid, waarin kolengestookte centrales een prominente plaats innemen, riep nieuwe protesten op. Egat liet weten af te zien van de bouw van grote centrales en een 5MW zonne-energie centrale te willen bouwen. De bewoners vertrouwen het niet. Een zonnecentrale neemt 250 rai in beslag; wat gaat Egat met de rest van de 4.142 rai doen?
En op 3 juni van dit jaar zei Egat-gouverneur Sutat Patmasiriwat in een interview dat Thap Sakae nog steeds een sterke optie was voor een kolengestookte centrale vanwege de gemakkelijk aanvoerroute van kolen. Volgens hem is het nu technisch mogelijk om zwaveldioxide emissies te voorkomen. De keus voor kolen motiveerde hij met ‘Thailand heeft niet veel keus qua brandstof’.
Sureetat staat paf. ‘Hoe kan hij dit zeggen? We hebben in Prachuap Khiri Khan zon, wind en getijden als energiebronnen. Dat kan allemaal met de juiste technologie en investeringen gebruikt worden om schone energie op te wekken.’ Bovendien gebruiken de sectoren in de provincie, waarin de meeste mensen werken – landbouw, visserij en toerisme – relatief weinig energie. In die drie sectoren genereren 125.631 personen 15,18 miljard baht tegen 2.639 werknemers in de provinciale staalindustrie die 6,65 miljard baht genereren.
De milieugroep blijft actie voeren want de toekomst ziet er somber uit als de centrales worden gebouwd. Ze spiegelen zich aan Mae Mo in de provincie Lampang, waar een kolencentrale staat; de bewoners klagen over ademhalings- en andere gezondheidsproblemen als gevolg van de rook die de centrale uitstoot en stof. In Prachuap Khiri Khan worden niet alleen de bewoners bedreigd, maar ook de gewassen die ze verbouwen en de rijke biodiversiteit van het gebied. Pal naast het door Egat gekochte terrein leggen zeeschildpadden hun eieren op het strand.

Foto’s: Bewoners van Thap Sakae op weg naar een recent forum over kolengestookte energiecentrales. Egat schitterde door afwezigheid.
Prachuap Khiri Khan heeft een rijke flora en fauna. Zeeschildpadden leggen hun eieren op het strand van Thap Sakae, vlakbij de geplande lokatie van de centrale.

Garnalenkwekers: Vijvers zijn niet schadelijk voor milieu
Tien jaar geleden kwam de witte garnaal, inheems in de oostelijke Pacific, naar Thailand. De boeren die de zwarte tijger steurgarnaal kweekten, werden toen geplaagd door ziektes en lage prijzen. Binnen de kortste keren bloeide de kweek van de witte garnaal. Nu beslaan de vijvers 153.000 rai; de meeste in Ratchaburi.

Maar hun voortbestaan wordt bedreigd. In 1998 verbood de regering al de kweek van de zwarte tijger steurgarnaal (Penaeus monodon (Fabricius, 1798)), omdat die in zout water werd gekweekt en de angst bestond dat nabijgelegen zoetwaterbronnen verontreinigd werden.
In december vorig jaar verleende de regering Abhisit provinciale gouverneurs de bevoegdheid om aquacultuur te verbieden, waarbij water met een hogere zoutconcentratie dan 2,5 ppt (parts per thousand) wordt gebruikt. Tot nu toe hebben 12 gouverneurs dat gedaan, maar slechts één provincie, Pathum Thani, telt een klein aantal vijvers.
Prakop Sapyeodkeow heeft vijvers van in totaal 250 rai in de provincie Ratchaburi. Hij bestrijdt dat de vijvers schadelijk zijn voor de omgeving. Het bewijs? Het duurt ongeveer 90 dagen om de garnalen te kweken. Nadat het water is verwijderd, ligt een vijver daarna drie tot vier maanden braak. Prakop verbouwt er dan rijst in. De rijst doet het goed, dus het water kan nooit schadelijk zijn voor de omgeving, redeneert hij. Nog een bewijs: hij kweekt ook kreeft en pla nil, een zoetwatervis, in manden in dezelfde vijvers. De rijstverbouw heeft trouwens nog een voordeel, want die vermindert de vorming van organische stoffen die schadelijk voor de garnalen zijn.
Volgens Prakob heeft de regering Abhisit een verkeerde beslissing genomen, omdat de kweek geen gevaar voor zoetwaterbronnen oplevert en de limiet van 2,5 ppt vindt hij te laag. Alleen in de beginfase heeft de garnaal 3 tot 5 ppt nodig. Het zoute water wordt aangevoerd per tankwagen en voordat het de vijver ingaat op die concentratie gebracht.  Na een week wordt de vijver verdund met zoet water waardoor het zoutgehalte bijna nul is. Bovendien gebruiken de boeren die hij kent een gesloten systeem waarbij het water wordt opgeslagen in een zogeheten treatment pond en gerecycled voor toekomstig gebruik. ‘We also use it for watering our plants, and nearby rice farmers from time to time ask for it to water their fields.’
De besluiten van 1998 en 2010 kwamen tot stand op initiatief van het Office of National Environment Planning and Policy (Onep).Het besluit van 2010 volgde op klachten van boeren, met name in Petchaburi, over lozingen van zoutwater in natuurlijke waterwegen. Secretaris-generaal Nisakorn Kositrat zegt dat haar dienst 25 vijvers heeft geïnspecteerd voordat het besluit van kracht werd. De meeste, 22, gebruikten water met een zoutgehalte hoger dan 2,5 ppt. Bovendien loosde 70 procent van de boeren hun gebruikte water in natuurlijke waterwegen.
Maar de overheid spreekt niet met één mond. In februari kregen de boeren een belangrijke bondgenoot met het ministerie van Agriculture and Cooperatives. Het ministerie is het eens met de boeren dat het zoutgehalte niet boven de 5 ppt uitkomt. Bij het kweken van de zwarte steurgarnaal bedroeg dat gehalte 10 tot 15 ppt. Het ministerie stelt voor het besluit van 2010 op te heffen en de kweek te reguleren: verplichte registratie, geen uitbreiding en het verplicht gebruik van een gesloten systeem.
Het ministerie van Natural Resources and Environment houdt echter vol dat de garnalenvijvers schadelijk zijn voor het milieu. Het verbod is volgens het ministerie noodzakelijk om te voorkomen dat er meer vijvers komen in andere rijstproducerende gebieden in de centrale regio.
(Bron: Bangkok Post Spectrum, 18 september 2011)

Wordt er wel eens nagedacht?
Ik weet: als regering doe je het nooit goed. Welke beslissing je in een bepaald geval ook neemt, er is altijd een gedupeerde partij. Maar bij de beslissingen, beleidsplannen en uitspraken van de huidige Pheu Thai-regering bekruipt me vaak de gedachte: Wordt er wel eens nagedacht? Een paar voorbeelden:

– De prijs van benzine en diesel werd verlaagd. Het gevolg was dat de verkoop van het minder vervuilende gasohol (een mix van benzine en ethanol) inzakte. IJlings werd dat effect na drie dagen gerepareerd, maar het kwaad was toen al geschied.
– Geen enkel land ter wereld geeft al zijn leerlingen een gratis tablet PC. Thailand wil het wel doen en geeft hoog op over het effect op de kwaliteit van het onderwijs. Hoe naïef. Een computer is niets meer dan een leermiddel; bepalend voor de effectiviteit is de toepassing door een vakbekwame docent en de beschikbaarheid van didactisch verantwoorde content.
– De minister van Onderwijs wil tea money, een eufemisme voor steekpenningen, legaliseren. Rijke ouders betalen directeuren van prestigieuze scholen een bepaald bedrag om hun verwende kindjes buiten het toelatingsexamen om geplaatst te krijgen. In wiens zak dat geld terecht komt, laat zich raden. De minister denkt dat het ten goede van het onderwijs kan komen als tea money gelegaliseerd wordt. Hoe naïef en al even naïef als de vorige regering die het verbood, wat me doet denken aan een mopje uit mijn Afrikaanse tijd: ‘De president heeft de corruptie afgeschaft.’
– De bevolking wordt verleid een auto te kopen. Kopers van een eerste auto krijgen de accijns terug. De financieringsmaatschappijen denken dat het aantal wanbetalers zal toenemen. Dat lijkt me geen gekke gedachte. Ze overwegen nu het aanbetalingsbedrag te verhogen. Even niet aan gedacht, regering?
– Al even controversieel vind ik de regeling voor kopers van een eerste huis, want wie profiteren hier nu van? Niet de bevolking op het platteland, want die koopt geen huis, die bouwt zelf een eigen huis. Maar laat ik over deze regeling verder zwijgen, want in Nederland kennen we nog steeds de omstreden hypotheekrenteaftrek.
– De regering kondigt aan een nieuw subsidiesysteem voor rijstboeren te willen invoeren met een hogere garantieprijs voor de oogst. Gevolg: de tussenhandel begint te hamsteren en houdt 3 miljoen ton rijst in voorraad om na invoering van het systeem van de hogere prijs te kunnen profiteren. Gemakkelijk verdiend.

Een unieke service: twee varende bankfilialen
Waarschijnlijk als enige bank in de wereld heeft de Government Savings Bank twee varende filialen. Elke ochtend om 9 uur vertrekken de Oom Sin 42 en Oom Sin 9 vanaf de pier voor het Pak Khlong Talat filiaal om tot 15.30 uur bankzaken te doen.
De Oom Sin 9 meert als eerste in de Chao Praya rivier af bij Wat Arun, waar toeristen en tourgidsen de boot gebruiken om geld te wisselen. Daarna gaat hij nog naar Wat Rakang en Klong San.
De Oom Sin 42 tuft over het 30 kilometer lange Bangkok Noi kanaal. Onderweg wordt stilgehouden bij bewoners die een roze vlaggetje met het GSB logo hebben gehesen als teken dat ze geld willen storten of opnemen. De kassier gebruikt een 2 meter lange stok met een netje om het geld en bankboekje in ontvangst te nemen.
Bij enkele tempels storten de verkopers van bloemenslingers en brood, waarmee tempelbezoekers de vissen voeren, zo’n twee keer per maand enkele honderden baht. Tal van mensen die aan het kanaal wonen, zijn al hun leven klant van de bank. ‘Veel van onze actieve klanten zijn in de negentig’, zegt GSB-president Lersuk Chuladesa.
De gepensioneerde Alongkorn Am-unroong blijft de varende bank gebruiken alhoewel hij gemakkelijk over de weg een filiaal op de vaste wal kan bereiken. ‘Today, I deposit money as savings for my grandchildren’, zegt hij. Volgens Lersuk beschouwen de klanten de varende dienst als een traditie die bij de rivier behoort. ‘Anything that becomes a traditional way of life, they will preserve it for the next generation. And the GSB’s boat banking is definitely part of it.’
Klanten bedienen uit alle lagen van de bevolking is al sinds de oprichting in 1913 door koning Rama VI het kenmerk van de bank dat haar onderscheidt van de op winst gerichte particuliere counterparts. Met 18 miljoen rekeningen heeft de GSB het grootst aantal klanten van het land. De bank beheert 1,37 biljoen baht, waarmee ze tot de drie top banken in Thailand behoort.
De in 1958 begonnen varende service wordt binnenkort uitgebreid naar zee. De bank heeft enkele boten overgenomen van de Royal Thai Navy, waarmee de bekende toeristeneilanden worden aangedaan, te beginnen met Koh Samui. Ze worden momenteel ingericht als bankkantoor en gaan elke dienst bieden die de filialen op het vasteland ook bieden.
(Bron: Bangkok Post, 12 september 2011)

Van rijstschuur tot kolenstofnest
De tijdelijke stillegging van  kolentransporten in Samut Sakhon (zie Een donkere wolk boven Samut Sakhon) geeft de bewoners van het district Nakhon Luang in de provincie Ayutthaya enige hoop. Ook zij hebben meer dan genoeg van het transport en de opslag van kolen in hun provincie. Maar ze houden ook hun hart vast omdat ze weten dat de overwinning die de bewoners er hebben geboekt, ten koste van een dodelijk slachtoffer ging. Een van de activisten werd in juli vermoord.

‘We moeten in opstand komen, want we hebben al langer dan zij last van kolenstof, dampen en vervuiling. Maar we kennen ook het gezegde “bullets are cheap”’, zegt een inwoner van Nakhon Luang.
De zorgen van de bevolking beperken zich niet tot kolen. De vervuiling komt van de vele fabrieken en de 32 haventjes in Nakhon Luang waar kolen, cement, maïs, rijst, cassavemeel en kunstmest wordt geladen en gelost. Veel woonkernen en wegen in het district zijn bedekt met een cocktail van stof.
De provincie is een knooppunt van industriële, agrarische en logistieke activiteiten. Ze ligt dan ook op een strategisch gunstige plaats met Bangkok in de buurt en het samenvloeien van de Chao Praya, Lop Buri, Noi en Pasak. Volgens de gouverneur van de provincie mogen nieuwe fabrieken zich niet in woongebieden vestigen en heeft de provincie een gebied van 2000 rai – ’en niet meer’ – gereserveerd als industrieterrein. Bewoners zeggen echter dat het om een grotere oppervlakte gaat.
De bestaande fabrieken staan verspreid door de provincie en steken uit boven de rijstvelden: kolenscheidingsfabrieken en open opslagplaatsen. Het stof verspreidt zich over de omgeving, sommige kolenbergen broeien en verspreiden een onaangename prikkelende rook.
De vlaktes van Ayutthaya hebben eeuwenlang bekend gestaan als de rijstschuur van het land, maar vandaag beslaat het landbouwareaal slechts 50 procent van de oppervlakte; de rest is overgenomen door de industrie die profiteert van de nabijheid van Bangkok en de vele waterwegen. Want transport over water is goedkoop.
Op papier ziet het er allemaal goed uit. Het handboek van het Provincial Industrial Work Office geeft richtlijnen tegen de verspreiding van stof en giftige stoffen, zoals bomen als bufferzones. De exploitanten zijn verplicht water te sproeien over de open opslagplaatsen en transporteurs moeten de lading afdekken. De provincie hoopt ook op zelfregulering via het Nakhon Luang Forum of Port Operators and Warehouses. Er zijn 22 bedrijven bij aangesloten die 23 van de in totaal 32 haventjes beheren. Het Forum heeft 18 maatregelen opgesteld waaraan kolentransporteurs zich moeten houden, maar de voorzitter erkent dat het lastig is elke haven te controleren.
Dankzij de activiteiten van het Forum heeft  Nakhon Luang de ‘District without Dust Award’  in de wacht gesleept. Belachelijk, meesmuilen de bewoners. Het bewijs wordt geleverd als een van hen met zijn hand over het dak van zijn auto strijkt. Zwart.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 11-17 september 2011)

Gevaarlijk Bangkok
Krungthep oftewel de City of Angels kan een City of Devilish Angels Not Protecting Us At All from the Freak Accidents that Often Take Place worden, schrijft Tristan Yeoh in Guru, de vrijdagbijlage van Bangkok Post. De auteur somt 11 gevaren op die deze duivelse stad in petto heeft. Met een knipoog, wel te verstaan.

1 Verstuikte enkel. Oorzaak: een losliggend trottoirtegel, straatverkopers die je even over het hoofd zag, hond of bedelaar.
2 Kneuzingen. Oorzaak: Brutale koopjesjagers tijdens de uitverkoop die je omver lopen.
3 Botsing. Op elk moment en op elke plaats kan een motorfietser op het trottoir rijden.
4 Acute diarree. Mensen met een zwakke maag zijn de grootste risicogroep. Vermijd smerige eettentjes en al even smerige gerechten.
5 Nat pak. Stap snel op of af de veerboot op de Chao Praya rivier, want voor je het weet is hij er al weer vandoor. Geldt trouwens ook voor de bus, maar daar loop je niet het risico van een nat pak.
6 Gebroken been. Let op voor verwende macho’s in dure auto’s, wier motto is: Weet je wel wie mijn pappie is? Risicogebieden: parkeerterreinen van sjieke bars en nachtclubs.
7 Vogelpoep. Oplossing: hoedje, paraplu of katapult.
8 Gebroken botten en kneuzingen. Je hebt de pech in een massagesalon te worden gekneed door een volumineuze masseuse met sterke handen.
9 Hoofdwond. Oorzaak: parasol, buizen en andere uitsteeksels net boven ooghoogte.
10 Hondsdolheid. Stap niet op een hondenstaart en aai niet een hond hoe onschuldig hij er ook uitziet.
11 Verstikking. Ooorzaak: vol metrovoertuig tijdens het spitsuur.

De muurschilderingen in de tempel van de smaragden Boeddha vertellen een verhaal
– As many as 178 galleries of Ramakien murals were painted on the walls of the 800-metre-plus long cloister encompassing the royal monastery. Paintings found on the arches are illustrations of Ramakien prequels – stories of Narayana, the Saviour God’s avatars preceding his incarnation as Rama.
– Rama is the lead male character in the Ramakien (Glory of Rama). However, his monkey general Hanuman is deemed as the bona fide protagonist, performing all the arduous tasks for Rama with absolute loyalty. Hanuman’s heroism gets physically highlighted in numerous galleries with gigantic illustrations of his form enlargement.
– Ramakien is derived from Hindu epic Ramayana, but it developed its own way through compositions commissioned by successive monarchs of the Chakri Dynasty, King Rama I, II, V and VI. Scholars have established that King Rama I embraced Ramayana in a bid to manifest the Hindu doctrine of royal divinity, constituting the legitimacy for his layman background.
– The cloister was not built until 2346BE (1803AD) –  21 years after the royal monastery. It is believed that the cloister was built specifically for the painting of Ramakien murals.
– Situated on former swampland, Wat Phra Kaew often found itself flooded and the murals damaged. The murals have undergone countless restorations. The greatest ones were carried out during the reigns of King Rama III, V and VII, each of which involved cleansing and repainting from scratch. For this reason, most murals you see today were originally works from King Rama VII’s reign (2473-74BE or 1930-31AD). The last major restoration during King Bhumibol’s reign lasted from 2511-17BE (1968-74AD), while the current one undertaken by Wat Phra Kaew itself has been in progress for six years.

Do in Rome as the Romans do, maar niet altijd
Do in Rome as the Romans do, is mijn motto wanneer ik in het buitenland ben. Maar niet alles wat de Romans doen – in dit geval Thais – doe ik. Mijn Thaise ‘schoonfamilie’ heeft twee honden, die aan de ketting liggen. Ik vind het nogal zielige beestjes. Ze kunnen nooit eens lekker rennen en het voer dat ze krijgen voorgeschoteld, bestaat voornamelijk uit rijst. Nooit eens een lekker botje om op te kluiven. Die honden moeten net zulke slechte gebitten hebben als veel Thais. Ik heb nog nooit in mijn leven zoveel slechte gebitten en ontbrekende tanden gezien als in Thailand.

Soms beginnen die beesten hartverscheurend te janken. Ja, dat zou ik ook doen als ik zo’n armzalig leven moest leiden. De familie mept er dan flink op los. Ze heeft geen idee hoe je een hond moet trainen. Martin Gaus zou hier veel goede werken kunnen verrichten, maar ik ben bang dat zijn lessen aan dovemansoren gericht zouden zijn.
Ik zal nooit een hond een oplawaai verkopen.
Twee peuters die hier ronddarren, worden grenzeloos verwend. Ze hoeven maar ergens om te kikken of ze krijgen het. Kinderen die vragen worden overgeslagen kan geen Thaise uitdrukking zijn. Ze zitten overal met hun tengeltjes aan, wat als gevolg heeft dat naar sommige spullen eindeloos moet worden gezocht omdat die lieverdjes ermee gesleept hebben. Mijn moeder zou zeggen: Het is geen speelgoed. Het is dat ik een vredelievend persoon ben, anders zou ik die tengeltjes er graag van afhakken.
Als die twee dictatortjes hun zin niet krijgen, barsten ze in een hysterisch gegil en gehuil uit. Mijn moeder, alweer, zou zeggen: Zal ik je slaan, dan weet je tenminste waarom je huilt. Wat ze naar mijn beste weten trouwens nooit gedaan heeft. Om ze stil te krijgen, krijgen ze uiteindelijk hun zin of ze worden afgekocht met khanom (iets lekkers dat altijd mierezoet is). Een heel enkele keer krijgen ze slaag en dan wordt de roede niet gespaard.
Ik zal nooit kinderen slaan, ze krijgen bij mij niet altijd hun zin, ik leer ze dat er een verschil is tussen het mijn en het dijn en al dat zoete spul is slecht voor hun tanden (en kan leiden tot obesitas).
En dan is er nog het eten. Het meeste wat hier op tafel komt (ik moet eigenlijk schrijven op de vloer, want daar wordt gegeten), vind ik niet te kanen. Het ziet er smerig uit en het ruikt onaangenaam. Wat wij in Nederland kennen als de Thaise keuken, is dan ook een elitekeuken, geen plattelandskeuken. Dat kun je al zien aan het aantal verwerkte ingrediënten. Niet te betalen voor de gewone Thai.
Kom ik dan om van de honger? Nee, gelukkig zijn hier in de buurt een paar eettentjes waar ze een redelijke rijstgehakt (garnalen of inktvis) schotel kunnen bereiden.
En dan zijn er ook nog de pilletjes en capsules. Medicijnen die in Nederland alleen op doktersrecept verkrijgbaar zijn, zoals antibiotica, worden in elke pharmacy verkocht. De verkoopsters maken op mij niet de indruk dat ze een opleiding tot apothekersassistente hebben gevolgd. Bij kruideniers heb ik tetracycline zien liggen, wat een breedspectrum antibioticum is. Medicijnen, lijkt het, worden in Thailand als snoepjes geconsumeerd.
Ik gebruik dat soort medicijnen alleen op doktersvoorschrift.
Sommige Thais beginnen de dag met een slok Thaise whisky, een gedistilleerd met een alcoholpercentage van 40. Over de rest van de dag zal ik maar zwijgen. Thais spreken het woord whisky trouwens uit als whis-e-ky, want ze kunnen niet twee medeklinkers achter elkaar uitspreken, dus plakken ze er een klinker tussen.
Ik vind het smerig spul en drink het niet: ’s ochtends niet, de hele dag niet.
Rond een uur of negen gaat de familie onder zeil. Als ik die gewoonte zou overnemen, word ik elke nacht om 3 uur wakker, want ik heb doorgaans genoeg aan 6 uur slaap. Dus kruip ik tot een uur of elf achter mijn laptop, lees de krant nog eens van achter naar voren of kijk naar BVN.

Ik ga niet met de Thaise kippen op stok.
Doe ik dan niets wat de Romans doen? Jawel, ik groet de huisgeesten met de Thaise wai. Ach, baat het niet, dan schaadt het niet en de familie stelt het op prijs. Die geesten wonen in twee bovenmaatste vogelhuisjes in de tuin, in gezelschap van tientallen beeldjes. Onder andere schaars geklede danseressen. Geesten schijnen daar wel van te houden. Zo nu en dan worden een paar minuscule bakjes met eten voor de deuropening van de huisjes geplaatst. Een erg grote eetlust hebben die geesten blijkbaar niet.

Het schijnt belangrijk te zijn om die geesten te vriend te houden, want een kwaadaardige geest kan veel onheil aanrichten. Dat is niet zo lang geleden nog eens gebleken, toen drie helicopters kort achter elkaar crashten boven hetzelfde bos. Volgens veel Thais waren die crashes een wraakoefening van de bosgeesten. Dat waren kwaaie jongens. Dat het slecht weer met weinig zicht was, zoals het leger beweerde, kan volgens hen nooit de échte oorzaak zijn geweest.

Thim en haar acht Birmezen doen het vuile werk in de haven
Ze werd geboren aan de andere kant van de Chao Praya rivier tegenover Klong Toey. Op 12-jarige leeftijd was haar eerste baantje in de haven het schoonmaken van een scheepsbrandstoftank. Ze verdiende 15 baht per dag. Nu, 42 jaar later, is Thim werfbaas en geeft ze leiding aan een ploeg van acht Birmezen.

Thim’s mannen verdienen 290 baht per dag, meer dan het minimumloon van 206 baht in Bangkok. Ze betaalt voor hen de werkvergunningen, vergoedt reiskosten, accommodatie, water, elektra en zorgt dat ze regelmatig een gezondheidscontrole ondergaan. Waarom doet Thim dat, terwijl zoveel buitenlandse arbeiders worden uitgebuit?
‘It’s hard enough earning a living – why make it difficult for your workers? You need them to work with you, not against you. I rely on them, you need skills to do this job. I can’t afford to lose them. I respect them and I hope they respect me.’

En dat doen ze, want Thim is niet te beroerd ook de handen uit de mouwen te steken bij het harde, vieze en gevaarlijke werk in de haven. ‘I’ve sandblasted paint, chipped barnacles [eendemossels], cleaned out tanks, derusted hulls, emptied the ballast tanks. The worst is breathing the fumes in the fuel tanks.’
Toen ze begon, was er geen enkele aandacht voor veiligheid. Een doek over het gezicht was alles. Nu werken haar mannen telkens met zijn tweeën en ze dragen beschermende kleding, schoeisel en gezichtsbedekking.  Betaald door Thim.
Aan het eind van de dag tuft ze met haar bootje naar de overkant, naar ‘de mensen die bij Wat Bang Kho Bua wonen – tempel van de Lotus’, zoals ze worden genoemd. Zelf heeft ze maar drie jaar lagere school, maar haar kinderen kregen een goede opleiding. Een zoon is bankmanager, de ander heeft zijn eigen winkel en café.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 4-10 september 2011)

Een donkere wolk boven Samut Sakhon
Chuchai Suddee, adjunct-marktmeester in de haven van Samut Sakhon, draagt een kogelvrij vest en dat heeft een reden. Zijn vriend Thongnak Sawekjinda werd op 28 juli voor zijn huis doodgeschoten vanwege zijn rol als leider van de protesten tegen het vervuilende transport van kolen over de Tachin rivier en over de weg in Samut Sakhon.

Thongnak organiseerde een blokkade van de Rama II snelweg, een belangrijke route voor de kolenvrachtwagens, en stond twee dagen voor zijn dood voor de bestuursrechter.
De protesten leidden ertoe dat de gouverneur het kolentransport tijdelijk stillegde; de bestuursrechter deed er nog een schepje bovenop door tweemaal alle werkzaamheden op kolengebied voorlopig te verbieden.
De politie arresteerde zeven verdachten en de vermoedelijke opdrachtgever van de moord op Thongnak, maar zonder dat de bewoners dat wisten werden vier verdachten op borgtocht vrijgelaten. De weduwe liep daardoor de gelegenheid mis om zich als betrokken partij tegen de vrijlating te verzetten.
De problemen met het kolentransport dateren al van 2006. Dag en nacht meren binnenvaartschepen vanuit de diepzeehavens in Chonburi af in de haven van Samut Sakhon. De kolen worden open en bloot op de kade opgeslagen, overgeladen in vrachtwagens en naar vijf kolenopslagplaatsen en drie scheidingsbedrijven in de provincie vervoerd. Vandaar gaan ze naar fabrieken in het land die op kolen draaien, waarvan er ruim driehonderd zijn.
De bewoners hebben last van kolenstof en rook die bij het transport en de op- en overslag vrijkomt. Door de hoge temperatuur in Thailand beginnen de kolen te broeien, waardoor zwarte rook vrijkomt die sulfaat en stikstofoxide bevat. Het kolenstof verspreidt zich over de rivier en huizen in de buurt.
Prasert Kerdpaiboon kweekte guave, maar door het kolenstof vielen de bloemen van de stengel. Noodgedwongen stapte hij over het kweken van galanga (Thaise gember), die minder geld in het laatje brengt. Nattakamol Piengsoonthorn kweekte orchideeën. De worstels rotten en de bloemen kregen lelijke plekken. Zonder schone lucht en schoon water is het een hopeloze zaak. De kleine vissers beschouwen zich ook als slachtoffer. De kolen op de hoogopgeladen binnenvaartschepen zijn onbedekt; het stof slaat neer op het water en zakt naar de bodem waar het het waterleven verstikt.

De bewoners willen dat er een verbod komt op het water- en wegvervoer of op zijn minst dat het aan strenge regels wordt gebonden. Maar vooralsnog maken ze weinig kans. De vraag naar kolen stijgt elk jaar met 14 procent. Het probleem effectief aanpakken wordt verder bemoeilijkt doordat verschillende overheidsdiensten erbij betrokken zijn. Om er een paar te noemen: de Harbour Department regelt het watervervoer, de lokale autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de opslag, wanneer stof zich verspreidt komt het Pollution Department in beeld en bij het transport zijn Highway Department en politie betrokken.
De bewoners hebben daardoor het gevoel dat ze er alleen voorstaan. ‘That’s the reason why I have to wear a bullet-proof vest’, zegt Chuchai.
(Bron: Spectrum, Bangkok Post, 4-10 september 2011)
Nieuwsoverzicht
5 augustus: Bewoners vragen totaalverbod op kolentransporten; 4 augustus: Kolentransporteur ontkent huurmoord; 3 augustus: Opdrachtgever huurmoord is oude vriend van Thongnak; 2 augustus: Huurmoordenaar van Thongnak aangehouden; 31 juli: ‘Thongnak mag niet voor niets zijn gestorven’

Serene schoonheid en zoete geuren in Lotusmuseum
Pathum Thani betekent lotusstad. Het kan dan ook geen toeval zijn dat hier het Lotusmuseum is gevestigd, een openluchtmuseum in 2000 gesticht door de Rajamangala University of Technology Thanyaburi. Begonnen met 40 soorten herbergt het museum nu 150 inheemse en uitheemse soorten lotusplanten en waterlelies. Het museum verzamelt, cultiveert en kweekt ze, doet research en bevordert de publieke belangstelling voor conservering.

Belangrijk werk want door waterverontreiniging en ongedierte zoals de golden apple snail is het aantal planten sterk verminderd.
Lotus en waterlelie zijn twee oudjes; ze gaan terug tot drie-  à vierduizend jaar geleden wat blijkt uit oude Egyptische muurschilderingen.
Voor Thais is de lotus niet zomaar een gewone waterplant. De bloem wordt als eerbetoon geplaatst bij Boeddhabeelden en andere heilige voorwerpen. Stengel en zaden zijn eetbaar en kunnen verwerkt worden tot voedsel, desserts en dranken. Meeldraad, zaad, stengel, blad, bloem en wortel zijn ingrediënten voor medicinale kruiden.
Botanici rekenen de lotus tot de klasse van de Nymphaeaccae, ook wel genoemd nimf wat letterlijk ‘mooie jonge vrouw’ betekent. Er zijn drie soorten:
1 De lotus of nelumbo van de Nelumbonaceae familie. Dit is de plant die in het Boeddhisme wordt gebruikt. De wortels zijn eetbaar.
2 De waterlelie of Nymphaea. Sommige bloeien overdag, sommige ’s nachts. Een bijna uitgestorven waterlelie die in het museum is te zien, is de jongkolnee. Hij bestaat alleen in Thailand en gaat 700 jaar terug tot de Sukhothai periode.
3 De bua kradong of Victoria. De plant, die inheems is in Zuid-Amerika, werd voor cultivering naar Engeland gebracht en ontleent zijn naam aan koningin Victoria. Bekend zijn de grote ronde bladen die op het water drijven en een groot gewicht kunnen dragen. Er zijn foto’s bekend van drie mannen die op één blad staan. Meestal bloeien ze ’s nachts.
Het Lotusmuseum is gevestigd aan de Rangsit-Nakhon Nayok Road achter het Thanyaburi ziekenhuis. Geopend van 8.30-17 uur. Toegang gratis.
(Bron: Bangkok Post, 30 augustus 2011)

Hennep matten en vazen; het idee kwam vanzelf
Thitiporn Chanawangsa (32) maakt matten en vazen van hennep, een materiaal dat normaal wordt gebruikt voor touwen en rijstzakken. Twee jaar geleden richtte ze haar bedrijf Peakchan Co Ltd op, nadat ze haar producten al vier jaar verkocht.

Tachtig procent van de verkoop gaat naar de VS, Italië, Frankrijk, Duitsland, Canada, Engeland, Zwitserland, Japan, Taiwan en Korea. De binnenlandse verkopen, nu nog 20 procent, hoopt ze te kunnen vergroten naar 40 procent. Ze richt zich daarbij op projecten, hotels, vakantieparken en condominiums.
Het begon allemaal als afstudeerproject voor haar masters graad in toegepaste kunst en design. Het idee kwam vanzelf. Bamboe en waterhyacinth waren al veelgebruikte materialen dus kwam ze op het weinig gebruikte hennep uit. Ze begon de hennep te verbouwen op een akker van 4 rai in Khon Kaen. Inmiddels is die uitgedijd tot 20 rai. Nu bedraagt de productie 800 matten en 500 tot 600 vazen per maand. De hennep komt uit Ubon Ratchatani en Khon Kaen.
Veel mensen beschouwen het gebruik van hennep als ouderwets. Maar Thitiporn zegt dat de combinatie van natuurlijke materialen en creativiteit de enige manier voor een bedrijf als het hare is om te overleven wanneer over vier jaar de Asean Economic Community van kracht wordt. In de toekomst wil ze de hennepbladen zelfs gaan verven en de kern kan misschien worden gebruikt voor meubels.
(Bron: Bangkok Post, 29 augustus 2011)

Hurken of zitten?
Hurktoilet of zittoilet: wat is beter? In Guru, het zaterdagmagazine van Bangkok Post, worden beide vergeleken. En wat blijkt? Het hurktoilet is veel gezonder dan het zittoilet.
Een Iraanse radioloog publiceerde in april 2002 een vergelijkende studie. Dertig proefpersonen moesten zowel zittend als hurkend hun behoefte doen (Guru schrijft: hopelijk niet gelijktijdig). Conclusie: zitten levert meer spanning op en de stoelgang voelt meer ‘onvolledig’. Het gebruik van een hurktoilet is een comfortabeler en efficiëntere methode voor het ledigen van de darmen.
Een studie uit 1987 gepubliceerd in het Israel Journal of Medical Science suggereert ook dat hurken de ontwikkeling van aambeien voorkomt. Aambeien kunnen ontstaan door voortdurende ergernis en kwetsuren die het gevolg zijn van buitensporige inspanning in de zitpositie.
In andere studies wordt erop gewezen dat de hurkpositie een betere stand oplevert van het bekken zodat het zich kan ontspannen en de positie vergemakkelijkt ook de druk zodat er voortgang in de lediging zit.
Of het allemaal waar is, weet ik niet, maar het is wel vermakelijk om te lezen.
(Bron: Guru, 26 augustus-1 september 2011)
P.S. Ik heb het woord p**p zorgvuldig vermeden. Zoals ooit een liedje (van Hans Dorrestein) in de Stratenmakeropzeeshow luidde: Nee, de woorden poep en pies zijn niet netjes, die zijn vies. Die woorden moet je niet gebruiken, anders ga je er naar ruiken.

En toch hou ik van je, Bangkok Post
Slordige, ontbrekende en soms tegenstrijdige informatie, anonieme bronnen en geruchten kom ik regelmatig in Bangkok Post tegen. Dat pleit niet voor een krant die gemodelleerd is naar de Engelse Times, van een prima drukkwaliteit is (beter dan de Thaistalige kranten) met fraaie fullcolour foto’s en die terecht prijzen heeft gewonnen met haar degelijke en in de bijlages creatieve opmaak.

Maar journalistiek valt er wel wat op de krant aan te merken. Als oud-docent journalistiek meen ik mij die vrijheid te kunnen veroorloven.
Het veelvuldig gebruik van anonieme bronnen is een methode die in Nederland alleen in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast, bijvoorbeeld om een klokkenluider te beschermen. Bangkok Post maakt er vaak gebruik van en doet daarmee een groot beroep op het vertrouwen dat de lezers in de krant stellen. Maar misschien is deze praktijk wel verstandig in een land, waar je bij wijze van spreken op elke straathoek tegen een bepaald honorarium een huurmoordenaar kunt recruteren. Dus soit, ik doe er niet moeilijk over.
Irritant is het publiceren van geruchten, alhoewel er altijd wel bij wordt vermeld dat het om een gerucht gaat. Soms zijn ze volledig uit de lucht gegrepen. Ik herinner me een bericht over de opheffing van de People’s Alliance for Democracy (geelhemden). Ze bestaan nog steeds, alhoewel ze de laatste tijd niet erg actief zijn. Thaksin zou naar Cambodja gaan om te praten over het gezamenlijk exploiteren van olie- en gasvelden in de Golf van Thailand. Lariekoek.
Maar het meest irritant vind ik de slordige en tegenstrijdige informatie, soms zelfs in hetzelfde bericht. Onlangs nog: De exportprijs van Thaise rijst bedraagt US$ 550; de Vietnamse US$ 550-560 en die prijs zou 30 dollar lager zijn dan de Thaise prijs. Kan de verslaggever niet tellen of is deze rekensom illustratief voor de (veel bekritiseerde) kwaliteit van het Thaise onderwijs?
Nog zoiets: Thailand heeft 169 miljoen rai boerenland, waarvan 109 miljoen afhankelijk is van de seizoenregens. Slechts 29 miljoen rai wordt geïrrigeerd en 34 miljoen rai zou geïrrigeerd kunnen worden. Even tellen:  109+29+34=172.
Woensdag las ik dat de sterfgevallen in een hotel in Chiang Mai ‘likely’ te wijten waren aan contact met een insecticide; zondag heette het dat de doodsoorzaak niet kon worden vastgesteld.  
Op 17 augustus meldde de krant dat Cambodja stationering van Indonesische waarnemers aan de grens niet nodig vindt, omdat beide landen er bilateraal wel uitkomen [sinds de machtswisseling in het Government House]. Op 20 augustus schaarde de Thaise minister van Defensie zich achter dit standpunt en op 21 augustus las ik dat alles op een misverstand berust. Cambodja wil wél waarnemers. Dit zei generaal Vichit, adviseur van de Thaise minister van Defensie. Ben ik nou gek of de krant?
En bij de berichtgeving over illegale vakantieparken in bosreservaten en nationale parken raak ik al helemaal de draad kwijt. Laat ik daar maar niets over zeggen.
Soms ontbreekt informatie en dan bedoel ik niet informatie die bij alle Thais bekend is en niet bij mij als farang. Neem weer dat hotel. Een Engels echtpaar, een Nieuw-Zeelandse en een Thaise reisgids overleden in het hotel; maar waar verbleven de overige twee: een Amerikaanse en Française? Ik lees het niet.
Of neem het vliegtuig van de kroonprins waarop in München beslag werd gelegd. Wat had dat vliegtuig daar te zoeken, en: werd het bestuurd door de kroonprins? Dat zijn toch voor de hand liggende vragen. Ik heb in De Telegraaf moeten lezen waarom de prins er een veelgeziene gast is.
Maar dat alles is geen reden om de krant niet meer te kopen of om over te stappen op de Engelstalige concurrent The Nation, want daar staat beduidend minder Thais (en buitenlands) nieuws in. Dus blijf ik elke ochtend op mijn motorfietsje naar de grote stad tuffen om de krant te kopen. Ik moet wel vroeg mijn bed uit, want als ik te laat kom, is de krant uitverkocht. Maar voor mijn trouwe huisvriend heb ik dat wel over.

Op een Nederlandse fiets door Bangkok
Industrieel ontwerper Martin Hoontrakul (36) rijdt op een uit Nederland geïmporteerde Van Moof fiets. Maar hij rijdt er niet alleen op, hij importeert ze ook voor anderen. Martin kwam de fiets vorig jaar op internet tegen en viel gelijk voor het design, een goede mix van klassieke en moderne elementen. De fiets heeft een degelijk Brooks leren zadel uit de UK, het aluminium frame een geavanceerd LED-systeem dat op zonne-energie werkt. De banden zijn breder dan van andere merken, wat een voordeel is wanneer je over een scheur of afvoer in de weg rijdt. 

In het verkeersinfarct Bangkok is de fiets een ideaal vervoermiddel. Toen Martin nog op een kantoor aan de Ratchadaphisek Road werkte, nam hij een route door het Benjakitti Park en de oude Tobacco Monopoly. Met de auto 45 minuten, met de fiets 15. Hij hield van de route, want de ene minuut fietste hij op een hectische autoweg en de volgende minuut peddelde hij door een rustig park; het verschil in temperatuur was ‘gelukzalig’.  ‘It also feels great after I cycle home to take a shower and settle down with with a cold beer without having to visit the gym.’
Martin vertrok na de derde klas middelbare school naar Australië, waar hij de middelbare school afmaakte en een bachelor’s graad in industrieel ontwerpen haalde. Terug in Thailand begon hij zijn loopbaan bij Propaganda, een bedrijf dat innovatieve en soms spitsvondige producten ontwerpt. In 2002 won hij de Good Design Award van het Chicago Atheneum Museum of Architecture and Design voor zijn ‘melting bulb’, een soft-touch decoratieve lamp. Daarna volgde Pro Drive, een Brits bedrijf dat accessoires ontwerpt en ontwikkelt voor Ford Motor Company Thailand. Hij leerde er de technische kant van het ontwerpproces. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, de honger naar creativiteit bracht hem naar Orbit design, een consultant voor ontwerpen, en vorig jaar besloot hij te gaan freelancen.
Martin pakt de fiets wanneer hij niets hoeft te vervoeren of er representatief moet uitzien – want fietsen zorgt voor een fikse transpiratie. De fiets, vindt hij, is ideaal voor snelle ritjes naar de supermarkt, om even een vorkje te prikken of naar het postkantoor. ‘I hate to get caught in traffic.’
In het weekend of op weekavonden mag hij graag met een groep vrienden op de fiets stappen. Een van hun favoriete routes is een parallelweg langs een start- en landingsbaan van Suvarnabhumi. ‘The road is long and straight, with few cars, so we can gain some speed. There’s a bunch of us, all strapped with LED lights, streaming down the road with the thunderous roar of jet engines as the planes take off and land.’
(Bron: Brunch Magazine, Bangkok Post, 21-27 augustus 2011)

Het olifantenorkest is terug met unieke geluiden
Water Music heet het derde en waarschijnlijk laatste album van het Thai Elephant Orchestra uit Lampang. De 14 olifanfanten wagen zich niet aan Händel zoals de titel wellicht doet vermoeden, maar brengen 10 eigen composities met als thema water. Volgens Bangkok Post-recensent Ung Ang Talay lijkt het erop alsof de muzikanten bij de opnames voor deze cd meer plezier hebben gehad dan met de vorige twee, want de uitvoering gaat gepaard met frequent opgewonden gebrul en getrompetter.

De olifanten spelen voornamelijk op percussie instrumenten, sommige speciaal voor hen gebouwd, maar soms klinkt door het gedrum en klokkenspel het schel geluid van wat op een harmonika lijkt. In het openingsnummer Invocation krijgen de olifanten ondersteuning van mahout Boonyang Boonthiam, die na een introductie van rinkelende geluiden op één toon een helende riak khwan intoneert. De begeleiding bestaat uit diep klinkend hout en zwaar gestamp; na 6 minuten is de microfoon weer exclusief voor de dieren.
Ook op het tweede en derde nummer, The Last Monsoon of Summer en Gentle Monsoon, komt de mens eraan te pas met rainsticks, die ongeschikt zijn voor de olifantenslurf, zoals op de cd-hoes wordt uitgelegd. Two Rainbows, een nummer van 1 minuut en 35 seconden, is vol heldere, sonore klanken inclusief iets wat klinkt als een blij klein meisjes dat op de achtergrond kwettert. [Een rainstick is een lange, holle buis gedeeltelijk gevuld met kleine steentjes of bonen.]
Het laatste nummer, Monsoon Tempest, begint bescheiden met een solo op een houten instrument dat op een vibrafoon lijkt, wordt daarna energieker met metalen geluiden en eindigt prachtig met uitbundig rinkelend geluid – de storm van de titel voelt dan meer als een warme douche waaruit zonnestralen komen.
Wat de recensent vooral is opgevallen is de maatvastheid van de olifanten. De meeste stukken hebben een strakke goed getimede beat, waardoor ze dacht dat een van de percussionisten wellicht een mens was. Maar desgevraagd zei Richard Lair, een van de twee dirigenten, dat de ritmische precisie volledig toe te schrijven is aan de muzikaliteit van de dieren.
De cd is te bestellen via mulatta.org.

Water Music. Thai Elephant Orchstra, supervised by David Soldier and Richard Lair. Mulatta Records MULO20.

Op weg naar duurzame palmolieproductie
Met hulp van de provinciale autoriteiten en een Duitse organisatie leren boeren in Krabi oliepalmen op een milieuvriendelijke manier te exploiteren in de hoop dat de bedrijfstak verder groeit. Vroeger ging dat op zijn janboerenfluitjes. Boeren plukten gewoon trossen palmpitten van de bomen die in het bos groeiden. Met een traditionele methode werd de olie eruit geperst. De palmen produceerden weinig olie en veel olie bleef achter in de pulp en de pit.

De moderne oliepalm heeft een grote opbrengst, mits goed verzorgd. Het criterium is OER: oil extraction rate. Naar schatting verliezen palmoliepletterijen jaarlijks 7 miljard baht als gevolg van een te lage OER, te wijten aan onvoldoende water en kunstmest en het oogsten van onrijpe vruchten. Twee jaar geleden was de OER in Krabi 13 procent, nu 17 procent. Nog eens drie procentjes erbij en Krabi verdient 1,5 miljard baht extra. Betere voorlichting en kwaliteitscontrole zijn de sleutelwoorden.
Suwan Thongprasert, 22 jaar palmolieboer,  legt uit dat het verbouwen van geselecteerde oliepalmen geen kwestie is van simpel de vruchten plukken. Kwekers moeten veel tijd en moeite investeren voordat ze iets verdienen, omdat een oliepalm pas na drie of vier jaar nadat die is geplant, vrucht begint te dragen. Er moet zaaigoed worden gekocht, kunstmest, er moet regelmatig onkruid worden gewied en de bomen moeten worden beschermd tegen ratten en insecten.
Een FFB (fresh fruit bunch) is rijp wanneer de vruchten rood beginnen te worden en wanneer vijf of zes op de grond vallen. Wanneer te lang wordt gewacht, moet de boer de vruchten van de grond oprapen. De vruchten produceren minder olie en de olie is van mindere kwaliteit. Te vroeg plukken is ook niet goed. Dan wordt het lastiger de vruchten van de tros te scheiden en ze produceren ook minder olie.
In Thailand propageert de German International Cooperation (GIZ) de toepassing van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), een internationele standaard ontwikkeld door producenten, industrie, NGO’s, bedrijven en banken. Er worden cursussen gegeven aan boeren en functionarissen om hen vertrouwd te maken met de eisen. De RSPO werd in 2004 in het leven geroepen op initiatief van het World Wildlife Fund. De 350 leden zijn goed voor de helft van de wereldproductie.
RSPO certificatie is gebaseerd op economische, ecologische en sociale criteria. De productie  dient continu verbeterd en gedocumenteerd te worden. Regenwoud of andere waardevolle gebieden mogen niet opgeofferd worden aan nieuwe plantages. Arbeiders moeten het minimumloon krijgen en de werkomstandigheden dienen in overeenstemming te zijn met industriële normen.
Het Thais-Duitse project Sustainable Palm Oil Production for Bioenergy krijgt ook steun van de GIZ. Het project heeft tot doel de productie te vergroten, de kwaliteit te verbeteren en duurzaamheid te bevorderen. In Krabi functioneert het project met vier palmoliemolens; en aan circa 1000 kleine boeren en hun arbeiders wordt training gegeven in duurzaam management .
Een voorbeeld van duurzaamheid: Tijdens het vermalen van de palmpitten worden grote hoeveelheden afvalwater afgevoerd naar dichte vijvers. Daar fermenteert het, waardoor methaan vrijkomt dat weer wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken.
Vorig jaar besloegen de oliepalmplantages een oppervlakte van 3,5 miljoen rai. Ze produceerden 8,4 miljoen ton onbewerkte vruchttrossen. Dit jaar wordt 9,7 miljoen ton verwacht. Krabi is de grootste producent van palmolie met een output in 2010 van bijna 2,4 miljoen ton.
Ondanks het enthousiaste onthaal van boeren is er veel kritiek op de uitbreiding van oliepalmplantages in Thailand en elders. In Indonesië en Maleisië,’s werelds twee grootste producenten, wordt de snelle productiegroei verantwoordelijk gehouden voor de vernietiging van regenwoud, verlies van biodiversiteit en de stijgende prijs van voedsel.

Foto’s: Een oliepalmkwekerij bij Plai Phraya ( Krabi), Trossen palmvruchten in een pletterij in Ao Nang (Krabi).

Een farang is geen guave
Sommige expats in Thailand denken dat het woord farang dat alom wordt gebruikt om een buitenlander mee aan te duiden beledigend is en van het Thaise woord farang is afgeleid, dat guave betekent. Het is een bekende misvatting, waarmee Pichaya Svasti in Bangkok Post korte metten maakt.
Svasti, die zichzelf een geschiedenis- en taalfreak noemt, legt uit dat het woord farang in het geheel niet beledigend of negatief is. Volgens de meest waarschijnlijke theorie leenden de Thais uit het Persisch het woord farangi, dat gebruikt werd om er Europeanen en niet-moslims mee aan te duiden. Ook de westgermaanse stam Franken ontleende in de vroege Middeleeuwen zijn naam eraan, waar Frankrijk weer zijn naam vandaan heeft.
Omdat Thais de gewoonte hebben buitenlandse woorden, die moeilijk zijn uit te spreken, te simplificeren of er een eigen draai aan te geven, maakten ze er farang van.
‘Ik ben van mening”, schrijft mevrouw Pichaya (Thais gebruiken de voornaam), ‘dat het woord farang, gebruikt om buitenlanders mee aan te duiden, niets te maken heeft met het woord farang dat guavevrucht betekent.’ Ter vergelijking noemt ze het Engelse woord patient dat zowel patiënt als geduldig betekent.
Alleen wanneer farang wordt gecombineerd met khi nok (vogelpoep) heeft het een beledigende connotatie. Daarmee wordt een onbetrouwbare buitenlander bedoeld.
(Bron: Bangkok Post, 28 juli 2011)

Michelle Obama in creatie van Thaise ontwerper; ‘I freaked out’
Tijdens de Democratic National Convention in augustus 2008 droeg Michelle Obama een creatie van de Thaise ontwerper Thakoon Panichgul. ‘Immediately I freaked out, I couldn’t believe it. I had to call everyone’, zegt hij over het moment dat hij haar op de televisie zag.

Bangkok Post interviewde hem voor het eerst in 2005 in zijn studio in Manhattan. Samila Wenin zocht hem opnieuw op en constateerde: ‘The man, Thakoon, as the centre of such attention, still carries the air of the same boy you always knew: soft-spoken, humble and sweet.’

De in Chiang Mai geboren en Nebraska opgegroeide ontwerper werkte de afgelopen 10 jaar als verkoper voor J Crew, hij schreef voor Harper’s Bazaar en lanceerde zijn eerste collectie van tien stukken in 2004, die al snel de pagina’s sierden van Vogue, Elle en W. Zijn snel stijgende faam in de modescene van New York naast andere Amerikaanse designers van Aziatische oorsprong heeft hij niet alleen te danken aan zijn creaties, waarin hij klassieke vormen speels toepast, maar ook aan de documentaire The September Issue over Vogue.
‘It was such a suprise’, antwoordt Thakoon wanneer hem wordt gevraagd hoe het voelde om in die veel geroemde documentaire voor te komen. ‘When they came to film, they would ask to come and they would ask to come again and again. It was never, “You’re gonna be a big role in this movie, we’re gonna film you a certain number of times.” It was never like that. […] … and they also saw my growth, my passion for what I was doing. I think that’s how it’s expressed in the movie.’
Thakoon bezocht onlangs Bangkok na de introductie van zijn collectie in Japan. Hij heeft in diverse hoeken van de wereld verkooppunten – Michelle kocht enkele jurken van hem in zijn Thakoon store in Chicago.
(Bron: Muse, Bangkok Post, 30 juli-5 augustus 2011)

Bijgeloof, karma of slecht weer?
S-K Police, noemt Andrew Biggs ze. Thais die elke gebeurtenis toeschrijven aan Superstition en Karma. Zelfs gestudeerde Thais doen het. In zijn wekelijkse paginagrote grote column Sanook beschrijft de kaalhoofdige Australiër een gesprek met ene Nok, een ‘well-educated woman’. ‘She fervently believes we do not have accidents in life; rather, we step on the toes of spirits.’

De twee raakten in gesprek naar aanleiding van de drie recente helicoptercrashes binnen acht dagen, resulterend in zeventien doden en een zwaargewonde. De helicopters stortten neer in het Kaeng Krachan National Park. De eerste twee vanwege het slechte weer, de derde vanwege een defecte staartrotor. Maar niet iedereen gelooft dat. ‘The guardian spirits here are very fierce’, zei een bewoner in de krant. Nok was het daarmee eens: ‘Oh, but it’s true; there are lots of spirits in the forest there.’
Biggs, die toch al een flink aantal jaar in Thailand woont en werkt, verbaast zich erover. ‘Nok is niet dom, noch slecht geïnformeerd. […] Hoewel Thailand oppervlakkig bezien een moderne Aziatische natie is die 3G, de kapitalistische economie en Lady Gaga omarmt, kijkt het met een half oog naar de oude geesten die het land bewonen.’
Het meest zichtbaar voor buitenstaanders zijn de spirit houses die bij elk huis, bedrijf en winkel staan. Er worden ook tal van rituelen bij gehouden. Geesten zijn overal: ze houden zich schuil in het bos en ze huizen zelfs in het luchtruim.
‘Erger ik me eraan dat Nok gelooft dat de geesten de heli’s lieten neerstorten? Nee, niet echt, maar ik vind het wel zorgelijk dat geesten zo vaak de schuld krijgen voor alles wat verkeerd is in dit deel van de wereld, wat bijna een excuus is om een verkeerde situatie niet te verbeteren’, schrijft Briggs.
En het zijn niet alleen de geesten die de schuld krijgen maar ook iemands karma. Tal van Thais geloven dat de 17 slachtoffers moesten sterven omdat ze in hun vorige leven iets verkeerds hebben gedaan. Na de tsunami vertelde een vrouw Briggs: ‘Het is moeilijk voor jou om te begrijpen, maar wij Boeddhisten geloven dat al die mensen die stierven, bestemd waren om ten tijde van de vloedgolf op het strand te zijn, Het is hun karmische vergelding.’
Inderdaad, moeilijk om te begrijpen.
(Bron: Brunch, Bangkok Post, 31 juli-6 augustus 2011)

Een wandeling naar Future Park
Doctor can speak English, staat er op de glazen pui. Het zou een huisartsenpraktijk kunnen zijn maar er zou ook een tandarts kunnen praktiseren. Dat kan ik niet zien. Maar dat merk je wel als de in smetteloos witte jas geklede man met een boor naar je toe komt om je pijnlijke grote teen te behandelen. De dokter zal wel Engels spreken, maar dat wil niet zeggen dat hij te verstaan is, want Thai articuleren de Engelse taal over het algemeen belabberd. Ik heb nog nooit een Thai ontmoet die op die regel een uitzondering vormt.
De intrigerende tekst kom ik tegen op mijn dagelijkse wandeling van mijn onderkomen in een appartementengebouw in Rangsit naar Future Park. Thai zijn kleine mensen, maar ze denken groot. In het megagrote complex zijn gevestigd hypermarkt Big C, kledingwarenhuis Robinson, warenhuis Central, Major Cineplex en Major Bowl. Als ik in Big C boodschappen doe, raak ik bij elke aankoop altijd volledig verlamd, zo groot is de keus aan merken per artikel.
Maar laat ik in mijn straatje beginnen. Ik passeer buren die aan het koken zijn, de afwas doen, aan het bier zitten, een blote peuter wassen. Langs wasgoed en een kinderdagverblijf. Bouwvakkers leggen de laatste hand aan een appartementengebouw, geverfd in pasteltinten. Verderop een groothandel in kasten en de radiostudio van Friend Radio, 103.75 MHz.
Aan het eind van de straat sla ik rechtsaf. Het verkeerd raast onophoudelijk over de hoofdweg. Ik passeer een groothandel in verpakkingsmaterialen en een in rijst, een schoenmaker, fruitstal, eettentjes, sommige nog onbemand, langs een kolossaal kantoorpand met een pui van zonwerend glas in aanbouw, een benzinestation van Esso, niet het meest voorkomende merk in Thailand, bankfilialen, een ijzerhandel met honderden verschillende profielen, en dan langs een lange rij met kraampjes: stripboekjes, tijdschriften, schoenen, sneakers. Het is met lopen oppassen geblazen want het trottoir is verradelijk: straatstenen, betonplaten, gebroken beton, scheefliggende putdeksels, asfalt, verweerd asfalt.
En dan is het tijd voor een kruip door, sluip door route over en langs een verwarrend samenstel van wegen. Trap op, voetgangersbrug over, trap af, onder de snelweg door, trap op, langs andere snelweg, trap af – een oude bedelende vrouw passerend en mensen die hun handelswaar op een mat hebben uitgestald: riemen, sieraden, frutsels.
Twee wegen oversteken en eindelijk is daar Future Park. Ik drink een kopje mocca koffie à 45 baht en lees de Bangkok Post, de NRC van Thailand. Het verzamelde zweet wordt langzaam opgelost door de airco.

Coyote girls
Ze heten coyote girls, dragen sexy minirokjes en al even sexy bh-tjes of topjes, ze dansen driemaal per avond, maken erotische bewegingen met heup en borsten, brengen het hoofd van menig man op hol, krijgen soms een drankje aangeboden en moeten soms agressieve en dronken mannen van zich afslaan. Behalve dat ze graag dansen, verdienen ze er ook nog een leuke boterham mee.

In de Seralph Lounge and Karaoke, een kleine nachtclub aan het eind van Srinakarin Road treden de coyote girls op: jonge meiden die er goed uitzien, met een voluptueus lijf maar niet dik, en zwaar opgemaakt.
Het basissalaris van de girls bedraagt 8.000 baht per maand, plus 300 baht voor drie dansseries per avond, 100 baht als ze een drankje krijgen aangeboden plus eventuele tip. Top coyote girl Amy verdient 30.000 baht. Ze onderhoudt haar moeder, grootmoeder en zus ervan en ze kan haar studie betalen, want overdag zit ze in de collegebanken.
De universiteitsstudente had eerder een baantje als verkoopster van gegrilde kip in een fastfood restaurant, maar ze vertrok omdat de werktijden niet flexibel genoeg waren en het loon laag was. Gevraagd of coyote girl haar droombaan is, barst ze in lachen uit. Zodra ze haar opleiding heeft afgemaakt, wil ze een baan van 9 tot 5 of een restaurant beginnen.
Een coyote girl heeft het niet altijd gemakkelijk. ‘Sometimes customers try to grab me or call me names, but it’s part of my job. Trust me, I know very well how demeaning this job can be. I am also aware that some customers have no respect for me. It doesn’t matter who I am as a person; they only want to undress me with their eyes. So when someone approaches me for sex, I flip my hair and dance away.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 27 februari-5 maart 2011)

Thailand: Creatief met doughnut
Sommigen beschouwen Thailand als seksparadijs, anderen als strandparadijs, culinair paradijs, snorkelparadijs,  backpackparadijs, cultureel paradijs, enzovoort. Aan dit rijtje kan nu ook doughnutparadijs worden toegevoegd. Ik beweer dat niet uit eigen ervaring, maar op gezag van Bangkok Post-columnist Roger Crutchley, die in tegenstelling tot ik een liefhebber van doughnuts is. Zelf doen ze me te veel denken aan autobanden (van modelletjes wel te verstaan) en aan ringwerpen. Bovendien ben ik geen zoetekauw, dus loop ik de uitstallingen met tientallen verschillende soorten doughnuts voorbij.

Crutchley schrijft dat Thailand tot ’s werelds top doughnutnaties behoort. Hij citeert een autoriteit op dit gebied die onlangs op een internationaal congres in Bangkok zei dat Thailand uiterst innovatief is bij het ontwikkelen van nieuwe doughnuts. Een redacteur van de krant was er maar wat trots op: ‘Eindelijk iets van wereldklasse om te vieren.’ Alhoewel doughnuts nog maar mondjesmaat tot het dagelijks menu van Nederlanders behoren, misschien toch een idee voor het Thais Verkeersbureau om Thailand bij onze landgenoten te promoten?

Pretties
Sex sells. Zou er op een autobeurs één auto meer verkocht worden omdat een bloedmooie jonge dame wulps ligt te kronkelen op de motorkap of achter het stuur plaatsneemt, waardoor haar borsten een klein beetje van hun geheim prijsgeven? Blijkbaar geloven autoverkopers dat, anders zouden ze geen pretties huren om hun nieuwste modellen aan te prijzen.

Pretty Chattip ‘Ann’ Jansongserm verdient met 10 dagen autoshow 50.000 baht, maar daarvoor moet ze wel om 5 uur opstaan en van 11 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds shows lopen. Met haar 25 jaar is ze al aan de oude kant voor een pretty want hun leeftijden liggen tussen de 18 en 25. Niet alleen autoshows doet ze, maar ze werkt ook op andere beurzen, zoals de Houses and Condo Expo, ComMart Exhibition en Money Expo. Ann hoopt het werk te kunnen blijven doen tot ze haar studie heeft afgerond. Ze heeft een rechtengraad gehaald aan de University of the Thai Chamber of Commerce en studeert nu voor barrister-at-law. Daarmee sneuvelt een nogal voor de hand liggend vooroordeel dat pretties geen hersens hebben. Sommigen hebben zelfs een mastersgraad.
(Bron: Bangkok Post, Brunch, 20-26 maart 2011)

On-Thaise toestanden tijdens debat in parlement
15 maart 2011 – Deze week houdt de Thaise Tweede Kamer een zogeheten censure debate, een debat dat het Nederlandse parlementaire bedrijf niet kent. Oppositiepartij Puea Thai gaat het kabinet vier dagen het vuur na aan de schenen leggen, waarbij het er on-Thais aan toe zal gaan. In het dagelijks leven vermijden Thais kritiek te leveren om de ander geen gezichtsverlies te laten lijden, maar parlementsleden kennen die schroom niet. Soms moet de Kamervoorzitter zelfs wel eens twee kemphanen de zaal uitsturen, die elkaar voor rotte vis uitmaken.

Op zaterdag vinden de stemmingen plaats. Puea Thai vindt dat premier Abhisit en acht ministers het veld moeten ruimen. Dat zijn niet toevallig bewindslieden van regeringspartij Democraten en de grootste coalitiepartij Bhumjaithai. De drie kleine coalitiepartijen worden gespaard met als achterliggende gedachte dat deze vriendelijke geste bij de volgende kabinetsformatie wordt gehonoreerd.
Censure debates hebben nooit tot aftreden van een regering geleid; hooguit worden een enkele keer ministers gewisseld. Ook deze keer zal de regering niet vallen; daarvoor zit ze te stevig in het zadel. Maar het debat wordt dan ook voornamelijk voor de publieke tribune gevoerd. Zo kan de bevolking alle dagen de ruziënde parlementsleden live op de tv volgen. Dat is deze keer extra van belang omdat er vervroegde verkiezingen aankomen.
Oppositiepartij Puea Thai heeft een waslijst van onderwerpen, die de 36 sprekers aan de orde gaan stellen: de bloedige beëindiging van de roodhemdrally vorig jaar, het ‘zwakke’ optreden van de regering in het grensconflict met Cambodja, onregelmatigheden op telecomgebied, diverse gevallen van corruptie, de stijgende kosten van levensonderhoud en brandstof, het tekort aan en de prijsverhoging van palmolie en een gevalletje met Philip Morris, waarbij de regering het Openbaar Ministerie onder druk zou hebben gezet.
Eind juni of begin juli zal blijken of Puea Thai de vruchten van haar aanvallen kan plukken bij de vervroegde verkiezingen. Ze heeft nu al beloofd dat ze de in 2006 verdreven premier Thaksin dan terug zal halen.

Op weg naar een eigen taxi of motortaxi
Met 12 uur rijden per dag verdienen taxichauffeurs momenteel amper het minimumloon. Ze moeten minimaal 1000 baht per dag verdienen om benzine te kunnen betalen, circa 300 baht, en de huur van de wagen, 700-800 baht per dag. De concurrentie is groot: Bangkok telt 100.000 geregistreerde taxi’s en 200.000 chauffeurs.
In februari lanceerde de regering het Pracha Wiwat (People’s Agenda) microfinancieringsprogramma. Taxichauffeurs, motortaxibestuurders en straatverkopers kunnen bij een aantal banken een goedkope lening afsluiten om een eigen voertuig te kopen, mits ze zich verenigen in een coöperatie.
Chuchai Malaithong en zijn vrienden werken als motortaxibestuurder in Charoen Krung. Ze hebben met zijn tienen een lening afgesloten van 400.000 baht, per persoon 40.000 baht, en staan garant voor elkaar. Dat bedrag lossen ze in 11 maanden af tegen een jaarlijkse rente van 6 procent. Zouden ze een motor leasen dan betalen ze 7 procent per maand. Sommigen hebben met het geleende geld een motorfiets gekocht, anderen betalen hun schuld bij loansharks ermee af.
(Bron: Bangkok Post, 5 april 2011)

Vergelijk het volgende bericht:
25 december 2010 – Taxichauffeurs en motortaxibestuurders kunnen in het kader van het Pracha Wiwat programma tegen een rente van 13 procent een lening afsluiten om een voertuig aan te schaffen. De Bank for Agriculture and Agricultural Cooperatives, een van de staatsbanken die het programma ondersteunen, leent het geld niet uit aan individuele chauffeurs maar aan taxicoöperaties en motortaxigroepen. Die betalen 4,75 procent rente. Het verschil kan gebruikt worden om voor degenen die geld lenen een verzekeringspolis af te sluiten. Het maximum bedrag dat kan worden geleend, bedraagt voor taxi’s 800.000 baht en voor motorfietsen 50.000 baht. De aflossing voor taxi’s bedraagt 500 tot 600 baht per dag. Als chauffeurs een taxi huren betalen ze 800 tot 900 baht per dag.

Contracten doen kippenboeren de das om
Thongjua Kiewthong is een van de 20 boeren in Tai Talad (Lopburi) die hun droom om rijk te worden met het houden van kippen op contractbasis in rook zagen opgaan. In 1995 stopte Thongjua met het verbouwen van rijst op zijn veld van 10 rai, hij groef twee vijvers en bouwde er een kippenhok boven. Het open hok werd later vervangen door een gesloten hok met een verdampingskoelingsysteem.

Thongjua kreeg een startlening van een agrobedrijf, dat de kuikens levert, zorgt voor voer, vitamines en vaccinaties en na 45 dagen de kippen afneemt. In het begin ging het goed, maar na verloop van tijd begonnen de uitgaven de inkomsten te overtreffen. Stress en een groeiende schuldenlast deden hem na een kleine 20 jaar besluiten zijn farm te sluiten. Hij eindigde met een schuld van meer dan een miljoen baht.
Zo’n 38 boeren in de gemeenschap gaan nog door. Ze hopen (tegen beter weten in?) op betere tijden. Volgens sommige boeren moeten ze te veel betalen voor voer, vitamines en vaccinaties. Als de geleverde kuikens het loodje leggen omdat ze te zwak zijn, moeten ze zelf het verlies dragen. Neemt het bedrijf de kippen te laat af, dan kost dat extra voer en elektriciteit. Zo zijn er meer kosten: de lening bij het bedrijf moet worden afbetaald, er moet worden afgeschreven op gebouwen en apparatuur, er zijn onderhoudskosten en er moeten rijstvliesjes worden gekocht om de vloer droog en schoon te houden. En dan is er nog het risico van stroomuitval, waardoor de kippen het loodje leggen.
Chatcharin Chaidee, student aan de Mahasarakham universiteit, heeft onderzoek gedaan naar de situatie van de boeren. ‘When farmers make their own analysis, they feel more pressure. They know their investment costs, they know they are under constant worry, but they cannot quit as they have not yet broken even. They feel they have no choice but to go on.’
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 10-16 april 2011)

In de wurggreep van de agri-business
Zeshonderd zijn er nog, ooit waren er 2900: grote, rechthoekige bassins van plastic netten die tegen de oevers van de Prachin Buri rivier drijven. Maar waterverontreiniging en de wurgende greep van de aquacultuurbedrijven deden veel boeren besluiten er de brui aan te geven; in de meeste gevallen met een aanzienlijke schuld.

In opdracht van een bedrijf kweekten en een aantal boeren kweken er nog taptim, een kruising van twee soorten Tilapia. Het bedrijf levert de jonge vis, voer, medicijnen (‘I’ve found that the medicines are unnecessary’, zegt een boer) en vitaminen. De vissen worden gevoed met groeihormonen om te voorkomen dat ze kuit schieten. Na vier maanden neemt het bedrijf de vis tegen een gegarandeerde prijs af.
Althans in theorie, want soms gaan de vissen dood en soms doet het bedrijf moeilijk omdat de vissen te groot of te klein zijn en dan gaat de prijs naar beneden. Sommige boeren hebben het extra moeilijk omdat ze geen land bezitten dus de plaats aan de rivieroever moeten huren. Het gevolg is dat veel boeren gevangen zitten in een cyclus van schulden.
Enkele boeren hebben er wat op gevonden. Ze leveren hun vis aan marktkooplui, betalen een commissie van 6 procent en krijgen een betere prijs voor de vis.
Porntip Somnam stopte met het telen van vis, nadat ze twee keer waren doodgegaan. De visboeren geven bedrijven de schuld die hun afvalwater in de rivier lozen en chemicaliën en pesticiden die gebruikt worden bij de rijstverbouw. Toen Porntip stopte, had hij een schuld van 2 miljoen baht. Nu verbouwt hij organische rijst.
(Bron: Bangkok Post, Spectrum, 24-30 april 2011)

Slumbewoners verdienen centje bij tijdens verkiezingen
Er zijn honderden achterbuurten in Bangkok. Bang Khen strekt zich 5 kilometer uit langs Phahon Yothin Road. De 10.000 bewoners vormen een hechte gemeenschap met eigen leiders en burenhulp. Veel geheimen hebben ze niet voor elkaar, want ze rijden niet in auto’s met getint glas en om hun huizen staan geen hoge muren.

In politiek zijn ze nauwelijks geïnteresseerd behalve wanneer er verkiezingen aankomen, want dan valt er geld te verdienen met het verkopen van je stem en je laten inhuren voor het bijwonen van een verkiezingsbijeenkomst.
Alhoewel de meeste bewoners van Bang Khen roodhemdsupporters zijn, deed een zekere grote partij dit jaar toch moeite er stemmen te werven. Ze huurde er bij drie gelegenheden vrijwilligers om een verkiezingsbijeenkomst bij te wonen. De bewoners kregen er per keer 200 tot 300 baht voor en werden per bus aan- en afgevoerd. De derde keer op 1 juli was een ramp: het was noodweer, het eten was van slechte kwaliteit, alleen het drinkwater was gratis, voor de terugreis was slechts één bus beschikbaar van de vier waarmee ze gebracht waren en ze moesten lang op hun geld wachten.
Het kopen van stemmen is verboden, maar de Kiesraad zegt dat het lastig is om het te bewijzen. Rent-a-mob voor campagnedoeleinden is eveneens verboden, maar eenvoudiger te bewijzen.
Spectrum, de zondagbijlage van Bangkok Post, die over Bang Khen publiceerde, heeft haar bevindingen doorgespeeld aan de desbetreffende partij en de Kiesraad. ‘As of press time there had been no response.’
(Bron: Spectrum, 10 juli 2011)

Dodelijke legerdiscipline
Toen Wichen Puaksom (26) in mei het leger inging, was hij gezond en energiek. Een maand later was het levenloze en zwaar toegetakelde lichaam terug bij zijn familie in Songkhla. Hij was het slachtoffer van een gebruik dat het leger ‘disciplinary improvement’ en ‘repairing’ noemt, maar dat veel weg heeft van marteling.

Hij werd geslagen met bamboestokken, ontkleed over een cementvloer gesleept, geschopt, er werd zout in zijn wonden gesmeerd, zijn handen werden geboeid, hij moest gekleed in ondergoed op een blok ijs zitten en dat alles omdat hij het soldatenleven ondraaglijk vond en tweemaal de benen nam – na acht jaar als monnik geleefd te hebben, met een bachelorsgraad (met lof) van de Maha Chula Ratchawittayalai universiteit en een mastersgraad van de Thammasat universiteit op zak.
Bij zijn crematie zeiden vier mensen dat hun zoon hetzelfde was overkomen, maar ze hadden niet durven klagen. De familie van Wichen schakelde de Human Rights Commission in. Die concludeerde na onderzoek: Wichen werd verschillende dagen ernstig mishandeld en medische zorg werd hem onzegd toen hij voor zijn leven vocht. Op 5 juni overleed hij in het provinciaal ziekenhuis van Narathiwat aan meerdere verwondingen, nieruitval en ernstige spierverwondingen.
Zijn nicht heeft namens de familie verzoekschriften gestuurd naar het leger, de regering en Privy Council president Prem Tinasolanonda, die uit het hetzelfde gebied afkomstig is. Haar acties hadden deels succes: het leger stelde (achter gesloten deuren) een onderzoek in, stelde vast dat 13 officieren betrokken waren bij de mishandelingen, waaronder een officier die zwaar aan de methamphetamine was, en deelde straffen uit variërend van een waarschuwing, kwartierarrest tot demotie. De zaak wordt ook onderzocht door de politie, maar de nicht is sceptisch of haar familie ooit recht zal worden gedaan, op zijn minst door het leger.
‘My familiy doesn’t want this to happen to anyone else’, zegt ze Maar het ‘repareren’ van dienstplichtigen gaat intussen door, want zoals een lector aan de Chulachomklao Royal Military Academy zegt: ze zijn ‘too weak’. Repareren is nodig opdat ze bevelen opvolgen.’If they are captured by a foreign army, they should be able to endure pain, or they could reveal official secrets.’
(Bron: Spectrum, zondagbijlage van Bangkok Post, 24-30 juli 2011)

Oolong thee
Dertig jaar geleden begon Kamchorn Kawee thee te verbouwen zonder gebruik van chemicaliën. Nu runt zijn dochter Jaruwan een bedrijf met meer dan 100 contractboeren. Ze verbouwen op 1400 rai (1 rai is 1600 vierkante meter) vlak land in Chiang Rai en Chiang Mai 14 variëteiten thee, die verwerkt worden in een fabriek in Mae Lao (Chiang Rai). De bekendste zijn Chin Sin Oolong en Chin Hsuan Oolong, een soort groene thee die met zijn karakteristieke smaak en geur steeds populairder wordt. Oolong thee wordt wel beschouwd als de champagne onder de theesoorten. De naam betekent ‘black dragon’ en verwijst naar een thee die langer dan groene thee maar korter dan zwarte thee is gefermenteerd (of beter gezegd: geoxideerd).

De boeren maken een gemiddeld inkomen van 50.000 baht per rai. In tegenstelling tot andere cashcrops gaan theestruiken drie generaties mee. De theeblaadjes kunnen zes tot zeven keer per jaar worden geoogst na een groeiperiode van vier jaar. De theeteelt is een arbeidsintensief bedrijf. Het zaaigoed wordt gevoed met melk en organische mest, een mix die het bedrijf zelf heeft uitgevonden. De thee van Thai Tea Suriwun is goedgekeurd als halal. Het Department of Agriculture heeft het bedrijf een Organic Thailand Agriculture Standards Certificate toegekend als bewijs dat de thee organisch is.
(Bron: Bangkok Post, 4 december 2010; zie ook: www.finethaiteas.com)

De toekomst van rijst ligt in innovatie
Wil Thailand zijn positie als belangrijkste rijstproducent behouden, dan zal het zich moeten toeleggen op design en innovatie. Het verhogen van de rijstproductie is niet meer voldoende. Bovendien begint Vietnam met 22 procent van de wereldhandel Thailand, nu nog goed voor 30 procent, in te halen.

De toekomst ligt in het ontwikkelen van organische rijstvariëten die bestand zijn tegen klimaatverandering; het verhogen van de voedingswaarde van rijst en het ontwikkelen van producten gebaseerd op rijst. Daarvan zijn er al enkele.
Dit jaar gingen National Innovation Awards naar rice-bran oil shortening, een fat free salad dressing gemaakt van rijst, een rice energy drink, een egg coating gemaakt van rice starch (waardoor eieren bij kamertemperatuur 28 dagen vers kunnen worden gehouden) en rice snacks gemaakt van sticky rice. In eerdere jaren waren er prijzen voor talc-free baby powder gemaakt van rice starch en een ready-to-bake rice cake. In de winkel zijn ook al rice vermicelli en green-tea cookies gemaakt van rice flour te koop.
De groei van de export, mogelijk gemaakt door variëteiten met een hogere opbrengst en het gebruik van chemicaliën, heeft zich niet vertaald in een inkomensgroei voor de boeren. Bovendien wordt het milieu zwaar belast. Dammen zijn gebouwd, boeren zijn verdreven van hun land, giftige stoffen verontreinigen de omgeving, komen in de voedselketen en bedreigen de gezondheid van mensen. Om een redelijk inkomen te genereren, moeten boeren nu twee à drie keer per jaar oogsten.
Productinnovatie vormt de sleutel voor een hoger inkomen. Neem rice bran (rijstzemelen), aanvankelijk een afvalproduct van rijstmolens en in gebruik als diervoeding. In het midden van de jaren zeventig bracht het 50 satang per kilo op. Als ingrediënt voor olie doet het 12 baht per kilo. Kassa voor de boer.
In 1920 bedroeg het landbouwareaal in gebruik voor de rijstverbouw 16 miljoen rai (2,56 miljoen ha), in 2000 61 miljoen rai. Vorig jaar produceerde Thailand 20 miljoen ton rijst. De export bedroeg 9 miljoen ton, goed voor 165 miljard baht.
(Bron: Bangkok Post, 7 februari 2011; met excuses voor de onvertaalde productnamen)

Uncle Bonmee trekt volle zalen
Uncle Bonmee Who Can Recall His Past Lives heet de film. De maker, een Thaise cineast, won er dit jaar de Gouden Palm mee op het Filmfestival van Cannes. De film vertelt het verhaal van een stervende man die bezocht wordt door de geest van zijn vrouw en zijn zoon, die een aapgeest is geworden. Waar de film precies over gaat, valt niet uit te leggen. Zelfs filmrecensenten hadden er moeite mee.

In het niet zo verre verleden werden de films van Apichatpong Weerasethakul beschouwd als een kwaadaardige tumor of op zijn best een giftige wilde orchidee, weliswaar elegant maar onbenaderbaar. Misschien blijft dat ook zo, maar de gelouwerde film heeft wel toen hij uitkwam in Thailand volle zalen getrokken met bezoekers die nieuwsgierig waren, de cineast bewonderen of om er gewoon bij te horen.
Apichatchong’s films vormen een buitenbeentje in de Thaise cinema. Films met moord en doodslag zijn stukken populairder; een film die artistieke pretenties heeft, wordt maar door weinigen geapprecieerd. Apichatpong is nu tien jaar actief als filmmaker. Zijn film Tropical Malady won in 2004 de juryprijs in Cannes. Met Syndromes and a Century raakte hij in conflict met de filmcensuur, die hem beval vier redelijk onschadelijk scènes te schrappen. Uncle Bonmee kwam ongeschonden door de censuur alhoewel een monnik zich er nogal ongepast in gedraagt.
(Bron: Bangkok Post, 29 december 2010)

Hoe maak je een krathong?
1 Neem een bananenboomstam en snijd er een plak vanaf. Dit is de bodem van de krathong.
2 Bevestig de bladeren van een jackfruit boom met kleine naaldjes om de bodem – met de toppen van de bladeren naar boven wijzend.
3 Snijd de onderste stukken van de blaadjes, die onder de bodem uitsteken, af.
4 Wikkel om de zijkant van de bodem een strook pandanusblad, zodat de krathong er netjes uitziet.
5 Steek een halve tandenstoker in de bloesem van paarse globe amaranth.
6 Steek de bloempjes in de bodem van de krathong en laat in het midden een kleine ruimte vrij voor een waxinelichtje.
7 Steek drie wierookstokjes in de krathong.
8 Klaar voor de tewaterlating ter ere van de godin van de rivier, Phra Mae Khongkha. Leg enkele muntjes in de krathong. Doe een wens.

Bun Bang Fai verworden tot gokspel
Oorspronkelijk was het festival bedoeld om aan het eind van het droge seizoen Phaya Taen, de animistische god van de regen, te eren en hem te vragen om een regenrijke moesson met een goede oogst. Maar inmiddels worden de festivals het hele jaar door gehouden en dienen ze vooral om aan de goklust van Thai tegemoet te komen. Tijdens het festival, Bun Bang Fai geheten, worden gigantische vuurpijlen de lucht in geschoten. Ze bestaan uit een omhulsel van bamboo of PVC gevuld met explosief materiaal.

De bezoekers gokken op dingen als hoe lang de raket in de lucht blijft, of hij de grond bereikt of in de lucht ontploft, de afgelegde afstand en welke raket het hoogst komt. Per lancering worden bedragen variërend van 100 tot 1 miljoen baht ingezet. Elke lancering is goed voor zo’n 1 miljoen baht aan inzetten. Een festival duurt twee tot drie dagen. De vuurpijlen worden 30 tot 50 keer afgestoken.
Er zijn momenteel vijf groepen die de festivals organiseren in het zuiden van de Isan: Yasothon, Si Sa Ket, Ubon Ratchatani, Roi Et. Ze spreken onderling af waar het festival plaatsvindt, zodat ze niet dezelfde klantengroep bedienen. De kleine festivals trekken duizenden bezoekers, de grote tienduizenden. Alhoewel gokken verboden is, kan de politie niet ingrijpen omdat het festival als een culturele activiteit wordt beschouwd. Lokale autoriteiten zouden zich ook daartegen verzetten.
(Bron: Bangkok Post, 23 augustus 2010)

 Van man tot vrouw voor 100.000 à 300.000 baht
In de VS en Europa kost de operatie 1 miljoen baht; in Thailand betaal je voor dezelfde ingreep een bedrag van tussen de 100.000 en 300.000 baht. Lek Hokkam was de eerste Thai die in 1972 de operatie onderging. Geboren als man maar zich vrouw voelend, liet hij zich ombouwen. Rond 1978 had Thailand zo’n naam verworven op dit gebied, dat transseksuelen uit Amerika, Europa en het Midden-Oosten begonnen binnen te druppelen. Thans wordt het aantal geslachtsveranderende operaties (SRS) bij buitenlanders geschat op 1200 tot 1500 per jaar. Alhoewel de World Professional Association for Transgender Health al in 1979 richtlijnen uitvaardigde, stelde Thailand pas in 2009 regels op. De kandidaten moeten een psychiatrisch onderzoek ondergaan en zich minimaal een jaar als vrouw gekleed hebben. De minimumleeftijd bedraagt 18 jaar.

De onderwijzers willen niet
Plattelandsscholen hebben vaak minder dan honderd leerlingen. Soms moeten combinatieklassen worden gevormd en als een onderwijzer ziek is, wordt de situatie helemaal nijpend. Omdat onderwijzers op hun zestigste met pensioen gaan, leek het Sawai Boonma een goed idee om een ‘teacher bank’ te vormen: een arsenaal van gepensioneerde onderwijzers die als vrijwilliger kunnen inspringen. Maar wat bleek? Ze willen niet. Ze zijn al lang blij dat ze van het onderwijs verlost zijn, want ze vonden hun baan nooit al leuk. Een heel enkele wilde wel, maar wat hen tegenhield was het gebrek aan discipline bij leerlingen. ‘Teachers these days have very little authority to discipline disruptive pupils; parents are up in arms if their children are punished.’ En met die ouders is nog meer mis, want sommige willen betaald worden als ze een vergadering met het onderwijzend personeel bijwonen. Het gaat met Thailand de verkeerde kant op, verzucht de schrijver.

(Bron: Bangkok Post, 24 november 2010)

Amazing Thailand
Sommige woorden kom je regelmatig in de reclame tegen. Neem nu vernieuwd. Blijkbaar gaat er een magische aantrekkingskracht vanuit als een product is vernieuwd. Althans, zo worden wij consumenten geacht te denken. Blijkbaar mag je niet denken: zo, deugt het huidige product niet, dat het vernieuwd moest worden? Heb ik dan altijd een kat in de zak gekocht?

Ook het woord verrassend is zo’n populaire reclamekreet. Vakantielanden heten verrassend te zijn. Maar sommige toeristen willen helemaal niet verrast worden. Ze laden de achterbak van hun auto vol met bintjes, blikken groentes enzovoort zodat ze in Spanje hun vertrouwde prakkie op tafel kunnen zetten en niet paella hoeven te eten. Want: elke dag rijst gaat zo vervelen.
Thailand is amazing als we de reclamemakers mogen geloven die deze slogan hebben bedacht voor het Land van de Glimlach. Nu ben ik de laatste om te ontkennen dat Thailand verrassend is. Maar geldt dat niet voor elk land als je er voor het eerst komt en je zo nu en dan je holiday resort verlaat? En zelfs als je er regelmatig komt en je ogen goed de kost geeft, zul je altijd weer verrast worden.
Ook mijn woonplaats Vlaardingen noemt zich verrassend, evenals Stadskanaal, Haarlem, Tilburg, Gelderland, Brabant, Turkije, Valencia, Curacao, Schaijk, Groningen, Dongen, Velsen. De lijst is bijna oneindig en biedt dus een ruime keus als je van verrassingen houdt. Houd je niet van verrassingen: blijf lekker thuis, trek de gordijnen dicht, zet je mobieltje uit en lees een goed boek – desnoods over Thailand.

Sex in the City
Patpong, Soi Cowboy en Nana zijn de bekendste uitgaanscentra in Bangkok. Hier floreert de sexindustrie die te vaak en uitsluitend het beeld bepaalt van Thailand. Soi Cowboy (spreek uit: soj kubboj, met de klemtoon op de laatste lettergreep) is een lange smalle straat met aan beide zijden tientallen bars gemarkeerd door schreeuwerige neonreclames. Voor elke bar zit de handelswaar, doorgaans gekleed in bikini, uitgestald op kleine terrassen.
De sfeer is gemoedelijk, nimmer agressief. Passerende mannen worden met uitdagende, plagerige kreetjes gelokt; een enkele keer loopt een meisje mee op, geeft de passant een arm die ongemakkelijk doorloopt – niet begrijpend dat het haar niet ernst is. Het is een spel dat nooit lang duurt en eindigt met de uitdaagster die lachend naar haar plaats terugkeert.
Een van de kleinere zaken is een smalle, lange pijpenla met een lage bar over de gehele lengte van de zaak. Erachter bevindt zich een smal podium met palen, aan de andere kant zijn verhoogde zitjes met comfortabele banken. Buiten voor de bar staan vier partytafels met asbak, want binnen mag niet gerookt worden.
Bij elke paal danst een meisje, zo’n vijf treden per keer op. Paaldansen kun je het niet noemen; sensueel evenmin. Ze maken soms een wat verveelde indruk, bewegen ritmisch heen en weer op de harde discodreun – een enkele wat uitbundiger dan de anderen, maar die is dan ook dronken.
Vanuit de hoogte proberen de meisjes de blik te vangen van de mannen aan de andere kant van de bar. Lukt dat, dan nemen ze na hun optreden plaats naast de klant en wachten geduldig tot die hun een drankje aanbiedt. Ze bestellen geen duur drankje maar een eenvoudig glas cola en misschien daarna whisky-cola om in de stemming te komen.
De meeste meisjes spreken slechts een handjevol Engels; sommigen geen woord. Ze hebben een repertoire aan standaardvragen, zoals: waar kom je vandaan, hoe oud ben je, ben je getrouwd, heb je kinderen, hoe lang blijf je in Thailand? Als het klikt, willen ze wel met je meegaan: voor een uurtje of de hele nacht, in je eigen hotel of in een rendez-vous hotel om de hoek.
Je betaalt de bar fine ad 600 baht, het meisje verdwijnt naar achteren om haar dagelijkse kloffie aan te trekken en hand in hand stap je de nacht in.
De foto toont het hoesje van een DVD met hiphopmuziek. De danseressen bewegen uiterst sensueel met borsten, buik en billen; soms lijkt het gedraai op een paringsdans met een denkbeeldige partner.

Bangkok Post
Er zijn in Thailand twee belangrijke Engelstalige kranten: Bangkok Post en The Nation. Ik geef de voorkeur aan de eerste omdat die grote gelijkenis vertoont met de NRC, waarop ik in Nederland ben geabonneerd. De BP is een serieuze krant gemodelleerd naar de Engelse Times. Laten we eens de zondageditie van 7 februari onder de loep nemen.

Voor 40 baht (op dit moment 88 eurocent) ontvang je een broadsheet katern met nieuws, vier halfformaat katernen (cartoons, sport, advertenties en Spectrum) en een magazine (Brunch). Op de voorpagina staan welgeteld twee artikelen. Het openingsartikel, gewijd aan het omstreden bezoek van Cambodja’s premier aan een al even omstreden Hindu tempel op de grens van Thailand en Cambodja, gaat vergezeld van een grote foto. Ernaast een eenkolommer over de illegale handel in en bewerking van ivoor.
Pagina 2 heet 7days en bevat een kolom met opmerkelijke uitspraken; The big issue gewijd aan de GT200 bomdetector waarover twijfels zijn gerezen of die wel werkt; Losers en Winners met berichtjes over negatief en positief nieuws en ten slotte een vooruitblik op de volgende week, The week ahead.
Het landelijk nieuws staat op de pagina’s 3 en 4, maar berichten over ongelukken, moorden en arrestaties, waar de Thaise kranten in grossieren (zie illustratie), ontbreken. Evenals op de voorpagina zijn de artikelen hier langer dan ze in Nederlandse kranten zouden zijn. Zo worden betrokken personen allemaal genoemd (met functie of rang) en de voorgeschiedenis wordt altijd uitgebreid herhaald, wat wel handig is als je de krant, zoals ik, niet elke dag leest.

Pagina 5 heeft als titel 1000 words, wat een verwijzing is naar de uitspraak: Eén foto zegt meer dan duizend woorden. Inderdaad, dit is een fotopagina, evenals elders in de krant met kleurenfoto’s van een uitstekende drukkwaliteit.
Het buitenland vinden we op pagina 6,7 en 8, maar het buitenland van Thailand is een ander buitenland dan dat van Nederlandse kranten. De artikelen gaan over Pakistan, Laos, Indonesië, Sri Lanka, VS, Bolivia, Ukraine, Duitsland, Haiti, Brazilië. Pagina 7 bevat een kolom met korte berichten, die wel over geweld gaan.
Pagina 9, Sunday People getiteld, wijdt een artikel aan Michael Jackson’s dokter. Verder een column en Short Shots: fotootjes met korte teksten, onder andere van de vondst van Charlie Sheen’s auto of beter gezegd wrak.
De laatste twee pagina’s zijn ingeruimd voor het hoofdredactioneel commentaar, ingezonden brieven (vaak van farangs, oftewel buitenlanders) en opinieverhalen.
Typisch voor beide Engelstalige kranten is dat de rubrieksadvertenties zijn gebundeld in een apart katern. In het buitenland gebeurt dat wel vaker; in Nederland nooit. De zondageditie heeft ook een apart katern voor de cartoons, die op de overige dagen gewoon in de krant staan. Alleen Peanuts en Andy Capp zijn voor mij oude bekenden.
Spectrum is een katern voor achtergrondverhalen, interviews, analyses en reportages. De verhalen zijn doorgaans niet langer dan één pagina en worden onder andere geleverd door NYT News Service, The Independent, maar er staan ook eigen producties in.
Brunch concentreert zich op het goede leven: horeca, kleding, auto’s, vakantie, huisdieren, horoscoop, en Sports op sporten als golf, voetbal (onder andere de Engelse league), boksen, zeilen en tennis. Badminton, ook een populaire sport hier, ontbreekt deze keer.
Het is een heel pakket, alles bij elkaar, en de zondag is te kort om alle verhalen te lezen. Maar dat geldt evenzeer voor de Nederlandse zaterdagkranten.

Thaise vrouwtjes
‘Hoe zijn die nou, die Thaise vrouwtjes?’1 Zo’n vraag moet je dus nooit aan me stellen, want dan komt er iets over me, dan ben ik tot daden in staat waarop in Nederland een gevangenisstraf van vele jaren staat.

Alleen al dat verkleinwoord vrouwtjes. Alsof de vrouwelijke Thaise bevolking uit een dwergvolk bestaat – voor de oudere lezers: alsof het Piggelmee-vrouwtjes zijn. Thaise vrouwen moge gemiddeld wat korter zijn dan hun rijzige seksegenoten in Europa, dat maakt ze nog niet tot een gedepriveerd mensenras.
Maar de vraag is om nog een andere reden absurd. Thailand telt zo’n 67 miljoen inwoners. Laten we aannemen dat de helft uit vrouwen bestaat. Hoeveel ken ik ervan? Hooguit een tiental en enkelen wat intiemer. Over die laatste zou ik wat kunnen vertellen, maar dat doe ik niet, want ik ben niet van plan te koop te lopen met mijn liefdesleven.
Dus mocht de vraag op uw lippen branden: slik hem in, want ik sta niet voor de gevolgen in.

1 De vraag werd me ooit gesteld tijdens een interview. Bij een professionele interviewer zou ik het gesprek onmiddellijk beëindigd hebben, maar in dit geval werd ik geïnterviewd door een student. Ik heb hem wel op de vingers getikt.

Bouwplaats  

Dag 1: Vanuit mijn hotelkamer kijk ik uit op de bouw van een appartementengebouw. De arbeiders, volgens mijn vriendin Cambodjanen – ze kan dat blijkbaar vanaf deze afstand zien – beginnen om half acht, pauzeren op de heetst van de dag en zijn op zaterdag vrij. Ze wonen op het bouwterrein in keten van hout en golfplaten. Op vrijdagmiddag komt een man met zakjapanner de ongetwijfeld schamele lonen uitbetalen.
Het gebouw wordt pal naast de achterkant van een soortgelijk gebouw neergezet. In Nederland zou zoiets ondenkbaar zijn. De huidige bewoners zouden elke juridische mogelijkheid aangrijpen om de bouw te verhinderen. En de arbeidsinspectie zou de bouw stilleggen wegens het ontbreken van de meest eenvoudige veiligheidsmaatregelen.
Inmiddels is het gebouw gevorderd tot de vijfde bouwlaag. Er wordt gewerkt aan de vloer van de volgende verdieping. Alles is handwerk, een kraan ontbreekt. De arbeiders zijn ware evenwichtskunstenaars. Hoogtevrees hebben ze niet, ze lopen met het grootste gemak – alhoewel  voorzichtig – over smalle planken. Gehurkt zittend op al even smalle planken vlechten ze het betonijzer, dat met de hand een voor een met een touw omhoog gehesen is.
Op het moment dat ik dit schrijf, wordt de bekisting aangebracht (zie foto). 

Dag 2: De betonmortel wordt emmertje voor emmertje in de bekisting gegoten. Of de mortel met de hand wordt gemengd, kan ik niet zien. Maar een betonmolen lijkt te ontbreken. Als het werk voorbij is, wassen de mannen zich bij een waterton en wordt een fles bier opengetrokken. Twee vrouwen doen de was.

Dag 3 e.v.: De bekisting wordt verwijderd, de vloer wordt tussen de binten gelegd en op een verdieping lager zijn arbeiders bezig met het metselen van binnenmuurtjes.

De oude vrouw en de Toyota
Terwijl ik aan een American breakfast zit (twee spiegeleieren, twee plakjes ham, drie kleine ingesneden worstjes, twee getoaste boterhammen, koffie en een glas water met ijsblokjes ad 60 baht), komt een oude vrouw aangelopen en parkeert aan de overkant van de straat haar bakfiets naast een Toyota Sportrider 4WD ter waarde van naar schatting 1,5 miljoen baht, bij de huidige koers een kleine € 33.000.

De bakfiets heeft een korte laadbak, op de bagagedrager ligt een verroeste weegschaal. De vrouw pakt een haak en verdwijnt achter een muurtje waar een afvalton staat. Ze komt terug met een plastic zak en leegt de inhoud in de bak: enkele petflesjes, enveloppen, karton en een zakflacon whisky. Daarna brengt ze de plastic zak terug en verdwijnt uit beeld.

Een ritje met de motortaxi
Hand opsteken en de motortaxi rijdt voor, het handigste en snelste openbaarvervoermiddel in Bangkok – afgezien dan van de metro die al even handig is om het immer in file rijdende verkeer te vermijden. Ik geef de bestemming op: Robinson, een van die megagrote warenhuizen waar de Rotterdamse Bijenkorf wel vijf keer in past.

De chauffeur draagt een helm, ik niet. We rijden Nathong 1 uit, het straatje waaraan mijn hotel staat, en draaien rechtsaf Ratchada soi 7 in. Met een rotvaart scheuren we door, zo nu dan auto’s links en rechts passerend, rakelings langs kraampjes die aan de kant van de weg staan, soms over de andere weghelft. De eerste keer dat ik kennismaakte met de motortaxi, stond het zweet in mijn handen; nu ben ik blij dat de vaart erin zit want die zorgt voor een heerlijk verfrissend windje. De chauffeur kent de route op zijn duimpje; een enkele keer remt hij af als we een verkeersdrempel naderen die iets hoger is dan de andere.
Aan het eind van de straat gaat het tempo omlaag. We slaan rechtsaf tussen eetkraampjes en etende mensen door. Pakken een stukje parkeerterrein, slaan linksaf, dan rechtsaf over het trottoir dat amper een meter breed is. Geen enkele voetganger neemt er aanstoot aan. Vervolgens rijden we rechtsaf het parkeerterrein van Robinson op, tussen auto’s door die het parkeerterrein verlaten, we trekken een laatste spurtje en dan is de rit ten einde. Ik geef de chauffeur 15 baht (€ 0,33), het avondtarief voor dit ritje dat overdag 10 baht kost, en loop naar Oishi Ramen, waar ik de avondmaaltijd ga gebruiken.

Waar ga je naartoe?
Geen goeiedag, hallo of zelfs maar een hoofdknik van buren of kennissen kun je verwachten als je in Thailand een wandelingetje maakt. Nee, je wordt begroet met Paj naj, oftewel Waar ga je naartoe? als je passeert.

Als botte Nederlander ben je misschien geneigd te denken: waar bemoeien ze zich mee, het gaat ze niks an waar ik naartoe ga. Als je dat denkt, kun je maar beter thuis blijven want dan mis je dé essentiële instelling die het reizen naar verre streken zo interessant kan maken, namelijk Do in Rome as the Romans do.
Of de vraag een beleefdheidsfrase is (zoals wij vragen: Hoe gaat het met je?), ongezonde nieuwsgierigheid of echte belangstelling naar je reisdoel weet ik niet. Misschien dat die in het mobielloze tijdperk nog enig praktisch nut had want mocht er iemand in jouw afwezigheid op bezoek komen, dan konden de buren hem in ieder geval laten weten waar je uithing.

De vraag intrigeert me want hij gaat er impliciet vanuit dat je altijd ergens naar toe gaat als je loopt. Nergens naartoe gaan is blijkbaar niet mogelijk. Dus antwoord je: ik ga naar de markt, ik ga boodschappen doen, ik ga uit, ik ga op bezoek bij … (vul de naam van de persoon in) enzovoort.
Maar wat antwoord je als je zomaar wat rondloopt, bijvoorbeeld om de omgeving te verkennen, je benen wat te strekken of na een zware maaltijd je eten wat te laten zakken? Gelukkig voorziet daarin ook de Thaise taal. Het antwoord luidt dan: deun leen, letterlijk: lopen spelen.

James en Pan
James en Pan heet de tv-serie die ook op DVD is uitgebracht. In elke aflevering krijgt chimpansee Pan van zijn trainer een opdracht. Samen met zijn vriendje James gaat hij dan op pad, de hond met rugzakje, de chimp met een damestasje waarin hij zijn geld bewaart. Een Thaise stem geeft commentaar bij de beelden en zo nu en dan verschijnt een tekstballonnetje in beeld, met een uitroepteken als Pan de oplossing van een probleem ziet.

In een aflevering krijgt Pan de opdracht een overhemd op te halen bij de wasserij. Onderweg verliest hij het reçu, dat in het water valt en met de stroom wordt meegevoerd. Gelukkig belandt het op een rotsblok, waarna Pan die enige watervrees lijkt te hebben, het met veel gedoe te pakken krijgt. Nadat het shirt is opgehaald en afgerekend, doet James mee aan een spelletje waarmee hij een doos eieren wint.
Dat kan natuurlijk niet goed gaan: een wit shirt en een doos eieren in dezelfde plastic tas. Het onvermijdelijke gebeurt als James er vandoor gaat wanneer hij een aantrekkelijk teefje ziet. Pan hobbelt er achteraan, de tas over de grond slepend, een lange stenen trap af, waar de eieren uiteraard niet tegen kunnen. Gelukkig is de trainer niet boos wanneer het tweetal thuiskomt en hij trekt het met eigeel besmeurde overhemd vrolijk aan.

Koninklijke bezoeken
Elk Thais journaal toont beelden van koninklijke bezoeken. Die items zien er grotendeels identiek uit. Een auto komt aanrijden: een witte Rolls Royce, als de kroonprins arriveert; de andere koninklijke hoogheden moeten het met mindere, maar nog altijd dure merken doen. De hoogheid stapt uit, waarbij een man in smetteloos wit uniform geknield het portier openhoudt.

Als eerste wordt de hoogheid langs het ontvangstcomité geleid, een rijtje mannen en vrouwen, ook weer smetteloos gekleed; de vrouwen piekfijn gekapt en opgemaakt. De mannen buigen, de vrouwen maken een reverence. Buigend of op de knieën bieden ze een cadeau aan dat op een vergulde kelk ligt. Hij/zij keurt het cadeau nauwelijks een blik waardig en geeft het onmiddellijk door aan de hofheer/dame.
Afhankelijk van de bestemming krijgt de hoogheid een rondleiding of neemt voor in een zaal met studenten plaats. Prinses Maha Chakri Sirindhorn neemt altijd alle tijd voor zo’n rondleiding. Ze maakt net als haar vader aantekeningen in een groot notitieboek en maakt soms foto’s. Ook praat ze uitgebreid met de ontvangende partij.
De prinses oogt sympathiek; ze is dan ook populairder dan haar broer, de kroonprins. Doorgaans is ze eenvoudig gekleed en als je het niet wist, zou je niet vermoeden met een prinses te maken te hebben. De kroonprins, gescheiden van zijn echtgenote en getrouwd met zijn voormalige bijvrouw, kijkt altijd stuurs. Nooit verschijnt er maar het geringste glimlachje op zijn gezicht, maar dat geldt ook voor zijn vader die niettemin mateloos geliefd is en als een halve godheid wordt vereerd.
Bezoekt de hoogheid een onderwijsinstelling, dan bestaat zijn/haar taak uit het uitreiken van de diploma’s. De studenten, gekleed in toga, vormen een lange rij. Een voor een buigen ze, doen een paar stapjes naar voren, tonen de binnenkant van hun hand (een traditioneel gebaar waarmee de persoon laat zien dat hij ongewapend is), nemen het diploma buigend in ontvangst, doen een paar stapjes achteruit en draaien zich om. Het lijkt een beetje op lopendebandwerk, zo snel gaat de uitreiking in zijn werk.

 

Ban Nong Sang
Mijn Thaise schoonouders wonen in Ban Nong Sang, een dorp op 16 km afstand van de dichtstbijzijnde ‘grote’ stad Prakhon Chai in de Isan, het noordoosten van Thailand, een kleine 400 km van Bangkok. Ban Nong Sang is een lintdorp, doorsneden door een hoofdstraat van grote betonnen platen, soms asfalt, soms onverhard, en enkele zijstraten.

Het contrast tussen de bebouwing is groot. Er staan eenvoudige stenen huizen, houten huizen op palen, krotten opgetrokken van hout en golfplaat en enkele  kasten van villa’s, onder andere van een Nederlands echtpaar en Thais/buitenlandse echtparen. Elk gezin heeft wel één of meer motorfietsen en bij tal van huizen staan pick-ups, het ideale vervoermiddel voor vracht en personen. In sommige woningen verkopen de bewoners kruideniersartikelen, op sommige plaatsen wordt gebraden c.q. gegrild vlees verkocht, onder andere kippenpootjes, en overal scharrelen kippen, hanen, kuikens, honden, puppy’s en een enkele poes rond.
In het dorp wonen relatief veel oudere vrouwen en veel kleine kinderen. Die worden door de grootouders verzorgd omdat de ouders elders werken, meestal in Bangkok. Het dorp telt drie tempels; de dichtstbijzijnde tempel stelt (nog) niet veel voor als je hem vergelijkt met de vele prachtige exemplaren elders in het land (Thailand telt zo’n 30.000 tempels).
De overheersende kleur, trouwens in heel Thailand, is groen door de weelderige beplanting: bananen-, kokosnotenbomen en vruchtbomen waarvan ik de Nederlandse naam niet ken. Het groen kent zoveel verschillende tinten, waarvoor de taal niet eens woorden heeft. Om het dorp liggen uitgestrekte rijstvelden (op dit moment de meeste braakliggend, een enkele beplant), visvijvertjes, bosschages, akkertjes (sommige vers geploegd), boomgaarden en tal van grote waterreservoirs. Ook typisch voor het dorpsleven zijn de geuren: kookluchtjes, de geur van een hout- of houtskoolvuurtje of sterk ruikende bloemen.
Als de avond valt, gaat bij de meeste woningen een tl-buis aan of een spaarlamp (ja, in sommige opzichten loopt Thailand voor op Nederland, ook wat betreft het rookverbod in de horeca). Hier en daar zitten aan de kant van de weg groepjes mensen, soms met een fles bier of lokaal gedistilleerd spul, dat ze hier ‘whisky Thai’ noemen. En er wordt tv gekeken, veelal naar Thaise soaps waarvan er ettelijke zijn en die alle ingrediënten van een goede soap bevatten. Om circa 9 uur gaan de meeste mensen naar bed.
De volgende ochtend rond een uur of 6 komt het leven op gang als het licht wordt en de hanen hun kraai-concert beginnen. De buffels die de nacht op stal hebben gestaan, worden naar het veld gebracht. Monniken maken op blote voeten hun ronde, ze krijgen rijst en andere etenswaren aangeboden en zegenen de gelovigen. De schoolkinderen, in smetteloos schooluniform, stappen in de schoolbus, gaan op de fiets of motorfiets naar school en de kleintjes worden met de motorfiets gebracht.
De rest van de dag gebeurt niet veel. Zo nu en dan passeert een pick-up met etenswaren of huishoudelijke artikelen, een ijscoman, een vrachtwagen beladen met hout, suikerrietstengels, een lading zand, enzovoort.

Goedkoop is slechtkoop
In Nederland zeggen we Goedkoop is duurkoop, maar in Thailand zou deze uitdrukking moeten luiden Goedkoop is slechtkoop. Mijn vriendin had in Big C, zo’n megastore waar de Bijenkorf vijf keer in past, twee schoenen gekocht voor 100 baht (circa  € 2,50). Op de markt had ze een zonnebril aangeschaft en daarvoor het fenomenale bedrag van 50 baht (€ 0,75) neergeteld.

De tweede keer toen ze de schoenen droeg, gaf het stiksel aan de achterkant de geest en de tweede keer dat ze de zonnebril droeg, raakte een schroefje los, waardoor het glas naar beneden zakte.
De schoenen waren gemaakt in Thailand, wat blijkbaar geen garantie voor kwaliteit is. Waar de zonnebril vandaan kwam, weet ik niet.
Al met al geen duurkoop, maar wel slechtkoop.

Taxichauffeurs gaan niet op de vuist
Mijn vriendin en ik waren naar Futurepark in Rangsit geweest, zo’n tien kilometer ten noorden van het oude vliegveld Don Mueang. Futurepark doet zijn naam alle eer aan. Het is niet alleen megagroot met Robinson, Central, Big C (43 kassa’s), Major Cineplex en Major Bowl, maar het is ook nog eens superdeluxe. Het had geregend – wat heet – gegoten en toen het ophield met regenen, liepen we naar buiten. Niet naar de taxistandplaats waar zo’n tien taxi’s op klanten wachtten, want om de een of andere reden deugen die taxi’s niet, vindt mijn vriendin. Zij gebaarde naar een taxi die net kwam aanrijden, nadat hij een passagier had afgezet. Met die taxi reden we naar huis, de andere taxichauffeurs het nakijken latend.
In Nederland zouden taxichauffeurs onmiddellijk op de vuist gaan als een collega dat zou flikken. Maar niet in Thailand. Geen onvertogen woord klonk, geen vuist werd gebald of vinger opgestoken. De wagen werd niet achtervolgd en klemgereden; we konden ongestoord terugkeren naar ons appartementje, een stukje verder in Rangsit. De tolerantie is groot hier.

Het PSK-gebouw
Mijn vriendin en ik hebben een kamer betrokken in het PSK-gebouw in soi 19 van Rangsit-Pathum Thani, zo’n 10 km ten noorden van het oude vliegveld Don Mueang. Laat ik onze huisvesting eens beschrijven.

Het gebouw telt vier verdiepingen  met op elke verdieping twaalf kamers. Op de begane grond bevindt zich uiterst links een internetcafé, voornamelijk na schooltijd bevolkt door schoolkinderen die er internetspelletjes spelen en chatten. Vervolgens een kruideniertje (‘minimart’); een pakje sigaretten kost er 60 baht, bij 7-Eleven betaal ik 58 baht. Daarnaast een wasserij/wasserette met drie wasmachines. Het gebruik kost 20 baht voor een wasbeurt van een uur met koud water. Wasmachines die op warm water werken, heb ik nog nooit gezien in Thailand.
Ter rechterzijde van de ingang bevinden zich drie ruimtes die met hun rolluiken op garageboxen lijken. Ze zijn in gebruik als woonruimte. In een woont de broer van de eigenaar van het pand, die aan het eind van de maand de rekeningen opmaakt, uitdraait op een puntprinter en onder de kamerdeuren schuift. Huur, elektra, water en eventueel internet moeten binnen vijf dagen worden betaald. Later betalen betekent een boete van 100 baht per dag. Direct achter de ingang rechts is een kantoortje met computer, printer en monitor, waarop de beelden te zien zijn van de camera’s die op elke verdieping hangen. Er zit zelden iemand.
Het pand bevindt zich in goede staat. Trappenhuis en gangen zijn betegeld en worden iedere ochtend geveegd en gemopt. Elk appartement bestaat uit een kamer van circa 5,5 bij 5,5 meter, een badkamer met wastafel, douche en zittoilet (met een uiterst hygiënisch waterslangetje) en een balkonnetje. De kamers worden ‘gemeubileerd’ verhuurd met tweepersoons bed en matras, kledingkast en toilettafel. De tv-aansluiting geeft toegang tot een veertigtal kanalen.
Het pand is gebouwd door een Taiwanees. Bouwkosten bedroegen 40 miljoen baht, aldus de nachtwaker, die elke nacht plaats neemt bij de ingang. De kamerhuur bedraagt 3200 baht per maand plus elektra, water en in mijn geval ook nog internet (300 baht per maand). Alle elektriciteitsmeters bevinden zich beneden in één kast, de watermeters zitten onder de wastafel in de badkamers. Sommige kamers, zoals de onze, hebben airconditioning, maar in de huurprijs maakt dat geen verschil. Tot nu toe is de elektriciteit eenmaal uitgevallen, niet alleen in ons onderkomen maar ook in grote delen van Rangsit.
De kamers worden onder andere bewoond door middelbare-schoolleerlingen, die elke ochtend vertrekken in smetteloos gewassen en gestreken schooluniform. De meisjes in zwarte rok en witte blouse; de jongens in zwarte korte broek en wit shirt, vergezeld van hun onafscheidelijke levensgezel, het mobieltje. Verder een viertal islamitische meisjes met hoofddoek en paartjes. Althans, dat neem ik aan, want wij hebben geen enkel contact met andere kamerbewoners. Bij het passeren op de trap wordt er trouwens nooit gegroet.
Wij hebben de kamer verder ingericht: televisie, koelkast, beddegoed, waterkoker, (elektrische) rijstkoker, droogrek, vcd/cd-speler enzovoort gekocht. Mijn vriendin kookt op een butagasstelletje op het balkon, hetgeen verboden is, maar zolang de huisbaas het niet ziet, gaan wij daar rustig mee door. Vooral die vcd/cd-speler plus karaokeset doet goede diensten. Naast Muay Thai bokswedstrijden bezoeken of bekijken op de tv is karaoke het nationale tijdverdrijf van Thai – afgezien dan van eten, praten over eten en gokken.
Mijn vriendin neemt er nog wel eens voor plaats: microfoon in de hand, tekstboek voor haar neus (de mp3-schijfjes hebben geen beeld; op één schijfje staan 180 nummers, dus ze kan wel even vooruit) of de tekst op beeld volgend (vcd of cd) en zingen maar. Over haar zangkwaliteiten zeg ik niets. Voor de lieve vrede…

De paraplu
De paraplu is een onmisbaar attribuut in Thailand tenzij het bewolkt is, maar dat is zelden het geval. Als de zon schijnt, transformeert de paraplu tot parasol die voorkomt dat de huid een wat wij gezonde bruine teint krijgt (soms met rood als tussenfase). Maar een bruine teint wordt niet gewenst door veel Thai, met name de Thai in het midden van Thailand. Boeren hebben een donkere huid en daar wil je als ‘beschaafde’ stadsbewoner niet op lijken. En mocht je per ongeluk toch zijn blootgesteld aan de zon. dan zijn daar altijd de crèmes die beloven dat ze de huid lichter maken.

Als het regent, fungeert de paraplu als paraplu, waar het ding ook voor bedoeld is. Wandelaars, fietsers en bromfietsers gebruiken hem. Op de motorfiets gaat dat als volgt: de duopassagier houdt de paraplu vast. De bestuurder houdt met de linkerhand de rand van het scherm vast en trekt het scherm iets naar beneden, zodat de regen niet in zijn gezicht striemt. Met de rechterhand stuurt hij en geeft gas.
Ik heb dat zelf meermalen mogen doen als duopassagier. Soms kostte dat wel enige moeite, want een motorfiets die een snelheid van zo’n 60 km heeft, genereert een behoorlijke druk op de paraplu. Maar – even afkloppen – tot nu toe ging het steeds goed.

U-turn
Een typisch Thaise oplossing voor verkeer dat aan de andere kant van de weg moet zijn, is de U-turn. In Rangsit waar ik woon, gaan drie banen van de hoofdweg de hoogte in en de uiterste linkerbaan maakt onder het viaduct een bocht naar rechts. Voor wie het nog niet begrepen heeft: in Thailand rijdt het verkeer links.

Bij een andere U-turn worden de rollen omgedraaid. De linkerbaan gaat de hoogte in over de twee rechterbanen en maakt via een viaduct een bocht naar rechts.
Op de snelweg wordt de middenberm om de zoveel kilometer onderbroken. Het verkeer dat aan de andere kant van de weg moet zijn, sorteert rechts voor. Soms ligt er een extra baan, soms wordt daarvoor de rechterbaan gebruikt. De manoeuvre vereist wel enige voorzichtigheid bij het invoegen, want een aparte invoegstrook ontbreekt meestal.

Een oefening in geduld
Autorijden in Bangkok, in mijn geval per taxi, is een oefening in geduld. De spitsuren, ’s ochtends en aan het eind van de middag, kun je maar beter vermijden, maar ook op andere tijdstippen willen de ritten nog wel eens uitdijen. Ik moet altijd een beetje grinniken wanneer taxichauffeurs in een file van rijbaan wisselen en zo de indruk wekken dat de rit opschiet. Ze kunnen het net zo goed niet doen, want veel verschil maakt het niet. Sommige taxichauffeurs zijn trouwens aardig brutaal. Ze nemen een andere rijbaan, die bijvoorbeeld voor het afslaand verkeer is bestemd, en voegen dan op het laatste moment in op de goede rijbaan.

Verkeerslichten kunnen eindeloos op rood staan, tot wel drie minuten of langer, maar dan staan ze vaak ook eindeloos op groen, dus dat is plezierig nadat je – nu ik eraan gewend ben niet meer tandenknarsend – lang voor rood hebt gewacht. Een omweg wil ook wel eens helpen om een verkeersinfarct te vermijden, maar dan moet je het geluk hebben dat de chauffeur goed bekend is met het stratenplan en daar ontbreekt het vaak aan. Dat is geen verwijt, want Bangkok is een metropool en chauffeurs kennen hooguit het hoofdwegenplan op hun duimpje. Taxi’s met GPS en chauffeurs die een plattegrond raadplegen, ben ik nog nooit tegengekomen.

Duimpje voor Dick
Toen ik vanochtend (12 augustus, de verjaardag van de koningin en moederdag) de Bangkok Post kocht, hield de krantenman de krant omhoog en vroeg of ik wist wie dat was op de voorkant van een glossy advertentiebijlage waar de krant was ingestoken. Natuurlijk wist ik dat: het portret heb ik al talloze malen gezien en toont HM Koningin Sirikit. De krantenman prees mij voor mijn kennis: ‘Good’, en stak zijn duim omhoog. Moeilijk was deze mini-quiz niet. Van de koning en de koningin weet ik hoe ze heten. Met de kroonprins en de prinsessen heb ik meer moeite. Hun namen kan ik maar niet onthouden en moet ik altijd opzoeken.

To take robe and bowl
Iedere Thaise man wordt geacht tijdens zijn leven korte tijd monnik te worden, idealiter nadat hij zijn opleiding heeft beëindigd. Jonge jongens worden noviet. Ik was getuige van zo’n ceremonie.
Woensdag trok vanuit de tempel in het dorp (zie terug: Ban Nong Sang) een groep van 23 jongens, kaalgeschoren, bepoederd en een enkeling met rouge op de wangen, in traditionele kleding een kleine drie uur door het dorp. Voorop een man die een boompje droeg waarin passanten geld staken. Om de groep heen dansten vrouwen op de muziek van een geluidsinstallatie die op een pick-up stond en een groep muzikanten met trommels en bonga’s. De optocht eindigde met een eredienst in de tempel.
De volgende dag werden circa 50 jongens en 3 ouderen in een andere tempel ingewijd. De bijeenkomst bestond uit een aantal lange preken, waarna familieleden de monnikskleding uitreikten, een nogal ingewikkeld kledingstuk dat uit drie delen bestaat. Tot besluit gebruikten de jonge Buddha’s, zoals de monniken hier worden genoemd, de maaltijd. Het was de eerste keer dat ik deze ceremonie meemaakte. Hoe lang de jongens in de tempel blijven, weet ik niet. Ik neem aan dat ze na de zomervakantie weer naar school gaan. Misschien dat de ouderen de gebruikelijke drie maanden blijven.
Zondagochtend trokken de novieten in een lange stoet met hun ‘alms bowl’ (de Nederlandse vertaling bedelnap klopt niet, want monnikenbedelen niet, ze krijgen eten van de  gelovigen) door het dorp. Bij elk huis kregen ze van de bewoners rijst, pakjes melk, snacks, limonade, enzovoort waarna ter afsluiting enkele monniken de gelovigen zegenden.

De school van Keng (7.30-8.45)
Om half acht is er nog geen onderwijzer te bekennen op de school van neefje Keng (4) in Ban Nong Sang, een dorpje in het noordoosten van Thailand, zo’n 375 km van Bangkok . Leerlingen arriveren op de fiets en kleuters worden op de motorfiets gebracht; soms twee of drie achterop en één tussen bestuurder en stuur. Enkele leerlingen vegen het schoolplein, anderen verzorgen de schooltuintjes. De conciërge opent de klaslokalen. Bij het winkeltje aan de overkant kopen leerlingen lekkernijen. In de speeltuin zitten groepjes leerlingen. Een paar oudere leerlingen testen de geluidsinstallatie.
Om half negen gaat de schoolbel. De leerlingen stellen zich per schoolklas in rijen op. De kleuters achteraan, de lagereschoolkinderen ervoor. Twee leerlingen hijsen de vlag, het volkslied wordt gezongen en er wordt gebeden. Daarna voeren enkele oudere leerlingen het woord. Eentje wijst het Engelse woord van de dag aan: hug. Nadat een onderwijzer nog wat heeft gezegd, marcheren na een kwartiertje de klassen een voor een naar hun lokaal, de kleuterklas van Keng als eerste. Inmiddels is zijn juf gearriveerd.

  • Geen Trackbacks
  • Reacties (0)
  1. Nog geen reacties