Boekbesprekingen

Rice Without Rain
Rice without Rain van Minfong Ho is een beklemmend boekje. In een dorp wil het maar niet regenen. Niettemin eist de landheer elk jaar de halve rijstoogst op. Vier studenten van de Thammasat universiteit strijken er neer voor de zomervakantie. Ze worden aanvankelijk met argwaan bekeken. Communisten. De zuster van de hoofdpersoon heeft geen melk meer om haar baby te zogen. Die gaat dood. De studenten werken mee op het land, de studente medicijnen behandelt kinderen en vrouwen.

Het dorpshoofd laat zich overtuigen deze keer 1/3 van de oogst af te staan en niet 1/2. De dorpelingen volgen zijn voorbeeld. De man die de rijst ophaalt is furieus en komt terug met een agent. Het dorpshoofd wordt gearresteerd omdat hij teakhout heeft gekapt. Dochter Jinda gaat naar Bangkok waar ze op een rally zou spreken. Dat is de bekende Thammasat massaslachting. Ze keert terug naar het dorp.
Als ik het boek moet samenvatten, kom ik op: Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. Misschien beter: …is het heel moeilijk en vereist het veel doorzettingsvermogen, discipline en moed om een kwartje te worden. Dat is in Thailand niet anders dan in Nederland, alhoewel de sociale mobiliteit in Nederland wellicht iets groter is. Maar meer dan ‘iets’ kan het niet zijn.

Arrival of Dawn
Voor een Thai zijn de ouders de belangrijkste personen in zijn leven; de moeder al helemaal want die heeft hem negen maanden gedragen en in zijn jonge jaren gevoed. Kinderen zijn dan ook een oudedagsvoorziening: als de ouders niet meer kunnen werken, worden de kinderen geacht hen te onderhouden. Althans zo zou het moeten zijn, maar blijkbaar zijn niet alle Thaise kinderen lieverdjes.

In Arrival of Dawn beschrijft Pensri Kiengsiri een Thais-Chinese familie, waarin de volwassen kinderen teren op de zak van hun moeder, inmiddels weduwe. De zoon claimt zelfs zijn erfdeel wanneer hij in het huwelijk treedt en zelfstandig wil gaan wonen. Eén dochter trouwt met een man die haar mishandelt en zich door haar laat onderhouden. Wanneer hij een rijkere vrouw vindt, vertrekt hij. Een tweede man heeft al even losse handjes. Een andere dochter houdt er een nogal losbandig leven op na. Ze heeft een scherpe tong, raakt zwanger (van wie weet ze niet), baart een jongetje met een hazenlip die ze verwaarloost.
Hoofdpersoon en verteller in het boek is de oudste dochter Oraphan (roepnaam Phan). Zij is de steun en toeverlaat van haar moeder, die een pandjeshuis op de begane grond van de familiewoning runt en daarnaast twintig pandjes met winkels en woningen verhuurt. Moeder laat haar weinig vrijheid en wijst zelfs tweemaal een huwelijkskandidaat af. Nadat de moeder is overleden en Phan nog een tijdje doorgaat haar zussen en broer te pamperen, komt ze eindelijk tot het besef dat ze zichzelf en hen daarmee geen dienst bewijst.
Ik vond het een verrassend boek omdat Pensri in mijn ogen on-Thaise toestanden beschrijft met kinderen die werkelijk niets voor hun moeder overhebben. De zoon bijvoorbeeld nodigt haar geen enkele keer uit om bij hem te komen eten, de losbandige dochter heeft het hart op de tong, wat toch heel ongebruikelijk is in de Thaise cultuur. Als ongehuwde moeder vormt ze bovendien een schandvlek op het familieblazoen.
De zorg voor de ouders moge dus de norm zijn in de Thaise cultuur; de praktijk wil daar wel eens van afwijken. Die constatering houd ik in gedachte als ik al te absolute uitspraken over Thailand dreig te doen. Om een bekende uitspraak van Máxima te parafraseren: dé Thai bestaat niet.

Letter from a Blind Old Man
Ook in Letter from a Blind Old Man, een bundel korte verhalen van Prabhassorn Sevikul komen we kinderen tegen die zich heel on-Thais gedragen met als resultaat dat de vader berooid zijn heil zoekt in Bangkok.

In het verhaal Skytrain maken we kennis met de arme rijstboer Chantha en zijn drie zonen. Som, de oudste, verlaat op 16-jarige leeftijd het ouderlijk huis en belooft elke maand geld te sturen nadat hij een baan heeft gevonden. Hij laat echter nooit meer iets van zich horen. De tweede zoon Sirm behaalt in Bangkok zijn bachelor’s degree, trouwt en keert nooit meer terug naar zijn geboortedorp.
Wanneer de grondprijzen stijgen, verkoopt de vader op voorstel van zijn vrouw en jongste zoon zijn land. Boonkerd koopt van de opbrengst een pick-up en verbrast de rest met gokken, vrienden en vrouwen. Het laatste beetje geld ten slotte gaat op aan de medische kosten van Chantha’s vrouw, die ernstig ziek wordt nadat Boonkerd bij een verkeersongeluk is omgekomen.

Carrion Floating By
Wie mocht denken dat alleen buitenlanders getild worden in Thailand, raad ik aan Carrion floating by van Chart Kjorbitti te lezen. Ook Thai zijn het slachtoffer van gekonkel, leugens en smerige trucs, zoals de hoofdpersoon aan den lijve ondervindt.

Deze novelle, waarin de hoofdpersoon nogal irritant in de tweede persoon wordt aangeduid, beschrijft een verkeersongeluk plus de naweeën. De jij-figuur valt achter het stuur in slaap met als gevolg drie beschadigde auto’s (inclusief de zijne) en vijf andere gewonden. Terwijl hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen wordt behandeld, wordt zijn auto naar het parkeerterrein van het politiebureau gebracht.
Als hij de inhoud controleert, staat het handschoenenvakje open, de cadeaus die hij gekocht had voor zijn ouders en zus ontbreken evenals zijn schoenen die hij was verloren. Een schrale troost: reservewiel en krik zijn niet verdwenen. Later zal blijken dat er geen druppel benzine meer zit in zijn volle benzinetank.
Maar dat is nog maar het begin. De slachtoffers proberen uit het ongeluk een slaatje te slaan door smartengeld te vragen en de chauffeur van een van de twee andere auto’s, een taxi, doet talrijke pogingen hem een poot uit te draaien door allerlei overbodige reparaties te eisen.
Gelukkig is daar een aardige politieagent die de hoofdpersoon een te vertrouwen garage aanbeveelt. Althans, zo lijkt het, want aan het eind van het boek valt de garagerekening voor zijn eigen auto hoger uit dan de prijsopgave. Reden? De garage-eigenaar moet de agent een percentage betalen, anders gaat die naar een andere garage.
De gebeurtenissen staan in schril contrast met het idealisme van de hoofdpersoon, die nadat hij enkele jaren bij een professioneel reclamebureau had gewerkt, met vrienden een ‘sociaal’ reclamebureau begint. Hun tarieven liggen lager waar – hopen ze, enigszins naïef – de consument uiteindelijk van profiteert door lagere prijzen.
Maar voor mij waren toch de passages het interessantst die beschrijven hoe er eindeloos onderhandeld moet worden met betrokkenen, voor welke leugentjes die niet terugschrikken en hoe daar op gereageerd wordt. Leerzaam als ik zelf nog eens in zo’n situatie beland.
P.S. Overigens valt het wel mee met het tillen van buitenlanders. Hooguit moet er zo nu en dan onderhandeld worden over de prijs. Een Thaise vriendin of kennis doet wonderen als je daarbij zelf uit de buurt blijft.

Miss Bangkok, memoirs of a Thai prostitute
Is een baan in het beruchte red-light district Patpong een vrijwillige keuze of wordt die onder de druk der omstandigheden genomen? In Miss Bangkok, memoirs of a Thai prostitute, schrijft Bua Boonmee (pseudoniem) dat ze geen andere keus had met een werkloze vriend die drinkt en drie kindermonden die gevoed moeten worden, want ander werk levert te weinig op. Die keus, legt ze uit, is gemaakt uit ‘desperation’: ‘We sell our bodies purely as a means of survival.’

Soms zijn de ouders daaraan mede debet. ‘Parents boast about how they have bought a new house on money their daughters have sent them every month, although they fail to mention how it is earned. Neighbours who want to keep up then encourage their daughters to work in prostitution to make equal amounts of money. In Thailand, children are expected to be grateful to their parents. Men can earn merit on behalf of their parents by becoming monks, while women sell their bodies to feed their parents’ materialistic craze.’
I am a prostitute
De hoofdpersoon, Bua (het Thaise woord voor lotus), groeit op in een gezin waarvan de moeder gokverslaafd is, de vader vreemdgaat en liever met zijn vrienden borrelt. Bua’s eerste echtgenoot mishandelt haar, haar tweede vriendje ook. Ze krijgt drie kinderen en belandt via een tussenbaantje als animeermeisje in een Japanse bar in de prostitutie in Patpong.

‘You see, I am a prostitute, though farangs (buitenlanders) prefer to call women like me “bar girls”. I believe the term is more acceptable to westerners’ ears. But to a girl like me, it is all the same.’
Ze heeft een tijd een Amerikaan, die voor zijn werk regelmatig in Thailand komt, als vaste klant op wie ze echt verliefd is (‘Jack was the first farang who made me climax’). Maar de relatie houdt geen stand. Hij beschouwt haar als een speelgoedje, over wie hij naar eigen goeddunken kan beschikken. Als dan blijkt dat de man verloofd is, eindigt de relatie.
Thaise waarden
Behalve dat het boek een indringend beeld geeft van Patpong met jaloerse collega’s, een enkele vriendschap, klanten met bizarre seksuele wensen, de verleidingskunsten van de meiden, geldwoekeraars, vechtpartijtjes, drugsgebruik enzovoort kom je als lezer en passant veel te weten over Thaise waarden als ‘losing face’, het vermijden van conflicten, partnerkeuze, wat Thai onder liefde verstaan, het tonen van emoties en het niet uiten van kritiek.

Neem de gokverslaving van Bua’s moeder. Haar echtgenoot zegt er niets over, ook als het gegok ten koste van het gezin gaat. Pas na jaren escaleert de situatie en scheidt hij van zijn vrouw.
Of neem Bua’s werk. Ze vertelt haar moeder en zus niet wat voor werk ze doet. Ze neemt aan dat die het wel vermoeden, omdat ze soms goed geld verdient, maar er wordt niet over gesproken. ‘In Thailand we do not talk about such private matters.’
Met het tonen van emoties hebben Thai ook grote moeite. Zo beschrijft Bua het afscheid van haar vader als na de scheiding moeder met de kinderen naar Bangkok vertrekt. ‘Por (vader in het Thais) smiled. On the inside, I believe his heart was breaking, though he dared not show any emotion for fear of losing face.’
Onbegrijpelijk in de ogen van Thai is dan ook het gedrag van Jack telkens als hij en Bua van elkaar afscheid nemen op het vliegveld. ‘He would weep uncontrollably. Perhaps in some countries it is acceptable to see a grown man cry, but in Thailand it is seen as extremely emasculating.’
Er zijn tal van boeken over prostitutie in Thailand verschenen, onder andere Thaise schatjes van Charles Schwietert, maar dat haalt het niet bij Miss Bangkok dat van binnenuit een onthutsend, invoelbaar, indringend en soms hilarisch inkijkje biedt in de wereld van de gogo danseressen.

Letters from Thailand
Letters from Thailand van Botan (pseudoniem van Supa Sirisingh) verscheen voor het eerst in 1977 in Engelse vertaling, het werd zesmaal herdrukt en in 2002 verscheen het in een herziene vertaling. Het boek is grotendeels gebaseerd op het leven van de schrijfster, die een Chinese vader had en een in Thailand geboren Chinese moeder. In 1969 won het de SEATO literaire prijs, in het jaar waarin het in het Thais uitkwam.
Aanvankelijk was Letters from Thailand controversieel. Chinezen vonden dat ze als inhalig en roofzuchtig werden beschreven en niet genegen om in de Thaise samenleving te assimileren; Thai klaagden dat ze werden afgeschilderd als oppervlakkig, ijdel, niet erg slim en hypocriet. Maar de klachten verstomden en drie jaar nadat het boek verschenen was, werd het op de leeslijst van alle middelbare scholieren geplaatst.
Letters from Thailand bestaat uit brieven die de hoofdpersoon aan zijn moeder in China schrijft. Dat maakt het boek niet alleen levendig, maar het geeft de tekst ook een lichte touch. In tegenstelling tot sommige boeken van Thaise schrijvers die in behoorlijk academisch Engels zijn geschreven, is het Engels van Botan gemakkelijk te volgen en dat maakt het lezen van de 410 bladzijden een aangenaam tijdverdrijf (wat lezen volgens mij altijd moet zijn).
The famous Thai smile is only frosting on the cake
Hoofdpersoon Tan Suang U emigreert naar Thailand, trouwt met de oudste dochter van zijn baas en neemt na diens overlijden zijn zaak over. Het echtpaar krijgt één zoon en drie dochters. Tot Suang’s verdriet: ‘One son and three daughters. I cursed my fate.’ Maar commercieel gaat het Suang voor de wind; hij is een harde werker in tegenstelling tot Thai, want dat zijn volgens hem luiwammesen. ‘Thais work half-time. We Chinese work 100 percent.’ Thailand: het land van de glimlach? Suang U gelooft er niet in. ‘If you live among them you know that is not so. There are sullen pouting Thais, plenty of them! The famous Thai smile is only frosting on the cake.’ Thailand: een land van vrede? ‘I have seen men kill and torture animals here in ways I had never conceived of before. The people love cock fights, ox fights, fist fights – any fights. They steal and gamble, and lie with each other’s wives.’ En zo sneuvelen tal van clichés over Thailand en Thai.

Alhoewel Suang U Thais leert spreken en schrijven, integreert hij niet in de Thaise samenleving en houdt krampachtig vast aan Chinese gebruiken, normen en waarden. Illustratief in dit verband is een woordenwisseling met zijn zoon Weng Khim over het gebruik van eetstokjes. In navolging van Thai wil die rijst met een lepel en vork eten omdat het sneller zou gaan, maar zijn vader verbiedt hem dat.
Een door hem gedroomde toekomst voor Weng Khim als leraar, zit er ook niet in. Nadat hij geslaagd is voor zijn Prathom 4 examen, haalt zijn vader hem van school. Weng Khim moet net als hij zakenman worden.
(Ik heb het boek wel uitgelezen, maar de bespreking nooit afgemaakt. Misschien komt het er ooit nog van.)

No Way Out
No Way Out van Chart Korbjitti is geen vrolijk boek. Het beschrijft een episode uit het leven van vader Boonma, zijn echtgenote, drie kinderen en grootvader die bij het gezin is ingetrokken.

– Dochter Sida wordt door vader de deur gewezen, nadat hij haar had betrapt op een vrijage. Ze belandt in de prostitutie.
– Grootvader bezeert zijn ruggengraat wanneer hij wordt beroofd. Hij kan niet meer lopen en heeft de hele dag pijn. 
– De moeder raakt zwanger van een ander. Ze vertrekt nadat ze een pak rammel van haar man heeft gehad.
- Boonma belandt in een Birmese gevangenis, wanneer de vissersboot waarop hij werkt, in Birmese wateren wordt onderschept. Als hij vrijkomt, lijdt hij aan beriberi.
– Zoon Ort gaat met twee vrienden uit stelen, wordt gepakt en belandt ook in de gevangenis. Hij had er geld mee willen verdienen om grootvader in het ziekenhuis te laten behandelen.
– Grootvader vindt zichzelf alleen maar tot last van de anderen en hangt zich op. Een buurvrouw ontfermt zich over de jongste zoon.
– Boonma ziet geen uitweg meer, vergiftigt zijn zoontje en overleeft zelf ternauwernood. Hij wordt tot levenslang veroordeeld.
Nadat ik het boekje (136 pagina’s) uit had, moest ik denken aan een liedje van Louis Davids ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’.  Ook moest ik denken aan het Bijbelboek Job. Het is moeilijk om aan de armoede te ontsnappen, maar het is niet onmogelijk. Een enkeling lukt het, vaak via een tempelschool. In Little Angels van Peter Robinson worden daarvan voorbeelden gegeven. 

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.