Columns uit Thailand IV

vet varken

Voorgaande columns
25 november 2012-3 januari 2014
4 januari 2014-30 december 2014
31 december 2014-31 december 2015

Thailand, 31 december – (Vervolg van gisteren) Dezelfde avond zag ik De Dikke Vrouw. Ze zat onderuit gezakt in een campingstoel. Ze verkoopt sneakers en slippers. Ik heb er wel eens slippers gekocht. De Dikke Vrouw zat te dutten. Op haar shirt stond Fitness First. Die tekst leek niet op haar van toepassing. Even later zag ik drie veel te dikke kleine kinderen. Die zie ik veel in Thailand. De afgelopen jaren is het aantal jonge kinderen met obesitas schrikbarend toegenomen. Ze worden vet gemest met junkfood, zoete soft drinks en snacks. In de zomervakantie komen kinderen 1,5 tot 2 kilo aan.

Thailand, 30 decemberDe Dikke Man kwam eraan. Het was geen lopen, wat hij deed, het was meer hobbelen. De Dikke Man is heel erg dik. Hij heeft dikke benen en dikke armen en een dikke buik. Op het terras van Dick’s Café liet hij zich in een rieten stoel zakken. Hij bestelde het grootste ijsje dat op de ijskaart staat: een bananasplit met 15 cm ijs. Hij lepelde het langzaam naar binnen. Ik had hem eerder een bananasplit naar binnen zien werken. Misschien bestelde hij het elke keer als hij Dick’s Café bezocht. De Dikke Man is een levensgenieter, maar dat heeft wel zijn prijs. (Wordt vervolgd)

Thailand, 29 december – (Vervolg van gisteren) Voor het eerst zag ik actie bij de River of Life Baptist Church. De gevel van het pandje, dat een woonhuis had kunnen zijn, was versierd met kerstgroen en er stond een kerstboom. Op straat Thais en farangs bij een tafel met etenswaren. Een oude vrouw kwam naar me toe en nodigde me uit. Ze zal gezien hebben dat ik stond te kijken of ze zag in mij een nieuwe discipel, want het gezelschap leek een hoog Jehova’s getuigen gehalte te hebben. Ze drong aan, maar ik bedankte. Deze zeloten willen je gelijk bekeren. Ik denk na jaren christelijk onderwijs en zondagsschool de Bijbel beter te kennen dan zij.

Thailand, 28 december – In een nondescript doodlopend zijstraatje van Ratchadaphisek soi 7 hangt aan een van de pandjes een uithangbord met de tekst The River of Life Baptist Church. Die aanduiding intrigeert me al sinds ik mijn intrek hier heb genomen.Was het een verlaten bord of fungeerde het kerkgenootschap nog? Elke keer als ik voor het straatje aan de kant van de weg wachtte op een passerende tuktuk, vroeg ik me dat af. Soms hoorde ik in mijn kamer flarden van gezangen die ik kon meezingen, maar ik wist niet waar ze vandaan kwamen. Op Eerste Kerstdag kwam een eind aan het mysterie. (Wordt vervolgd)

Thailand, 27 december – (Vervolg van 25 december) Hoofdredacteur Pornchai van Guru somt acht etiquetteregels op voor metroreizigers. De overtredingen komen bekend voor. Zondag pole hugging, vandaag het gezicht tegen het glas bij de deur laten rusten, wat slapers doen. Die panelen zijn geen schildersdoek om een afdruk van je gezicht op achter te laten, kapittelt ze. Maar daar zit u natuurlijk niet op te wachten, u wilt weten welke regel ik overtreed. Dat is regel 8: Gluren op wat buren op hun mobieltje doen. Je hebt gamers, chatters en (nerveuze) scrollers. De games vereisen geen enkele herseninhoud, zoals schaken en dammen. Wel eens een Russische grootmeester gamen ontmoet? Ze vereisen natuurlijk wel behendigheid en snelheid; dat moet ik de gamers nageven.

Thailand, 26 december – De serie etiquetteregels voor metroreizigers die ik zaterdag ben begonnen, onderbreek ik vandaag voor belangrijker nieuws. Een van de motortaxi bestuurders in mijn straatje zei dat ik vorig jaar de mannen met kerstmis elk 100 baht heb gegeven. Hij is de enige van het stel die meer Engels spreekt dan het Good morning en Good afternoon van de anderen. Die kerstfooi herinner ik me niet, ik wil wel eens het energiedrankje M150 voor ze kopen. Maar alla, waarom niet? Heb hem gezegd: als jij me kunt vertellen wat we met kerstmis vieren, krijgen jullie 100 baht. Ik denk dat ik het geld in mijn zak kan houden.

Thailand, 25 december – (Vervolg van gisteren) Hoofdredacteur Pornchai van Guru somt acht etiquetteregels op voor metroreizigers. De overtredingen komen bekend voor. Bijvoorbeeld: pole hugging, niet te verwarren met go-go girls die doen alsof ze paaldansen. Volgens Pornchai is het een van de meest voorkomende misdaden, gepleegd door forenzen. Reizigers die met hun rug en billen tegen een paal leunen, waardoor de hand van een ander bekneld raakt. En wie wil een paal vasthouden die is bedekt met zweet? Maar ik had gisteren beloofd vandaag te melden welke regel ik overtreed. Doe ik morgen. Om de spanning erin te houden, waar sommige lezers niet van kunnen slapen. Gemeen hè? Intussen: Merry Christmas. (Wordt vervolgd)

Thailand, 24 december – Mijn favoriete bijlage van Bangkok Post is Guru, een magazine dat op vrijdag verschijnt. Ik noem Guru het ondeugende zusje van de krant: doorgaans creatief en origineel. Soms kan ik het omslagartikel gebruiken voor Nieuws uit Thailand, zoals laatst met het jaaroverzicht 2016 dat in de vorm van memes was gegoten. Ik mag ook graag het redactioneel van de hoofdredacteur lezen. Het zijn altijd lichtvoetige en ironische teksten, waarin ze het gedrag van haar landgenoten en de autoriteiten kritisch onder de loep neemt. Haar voorlaatste Editors Note ging over het gedrag van metroreizigers. Ze somde acht etiquetteregels op. Eén overtreed ik. Welke dat is, onthul ik morgen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 23 december – (Vervolg van gisteren) Een snelle en efficiënte maar ook goedkope verbinding want het kaartje kost 12 baht. Over het comfort ben ik minder te spreken. Lange houten banken van boord tot boord, dus zonder middenpad zoals op de veerboten van de Chao Phraya Express Boat Co. Aan boord en van boord stappen is lastig; de enige steun biedt een strak gespannen touw. Opschieten is geboden want de stuurman heeft haast. Valt trouwens ook op bij stadsbussen; terwijl de laatste passagier nog op de treeplank staat, komt de bus al in beweging. Kent het Thais niet de uitdrukking: Haastige spoed is zelden goed?

Thailand, 22 december – Bangkok heette ooit het Venetië van het Oosten. Bangkok telde vroeger 64 kanalen en Thonburi aan de overzijde van de rivier 31 kanalen. In die tijd vormde de boot het belangrijkste vervoermiddel. Inmiddels zijn tal van kanalen gedempt om ruimte te maken voor wegen of ze zijn geblokkeerd dan wel volgebouwd met huizen. Op het Saen Saeb kanaal functioneert een veerdienst. Gisteren maakte ik er voor het eerst gebruik van. Een leuk vaartochtje met uitzicht op de achterkant van Bangkok en dat is een totaal ander beeld dan de bekende foto’s van de hoofdstad tonen. Maar niet alleen leuk, ook efficiënt in een stad die één groot verkeersinfarct is. (Wordt vervolgd)

Thailand, 21 december – (Vervolg van gisteren) Underworld: Blood Wars draaide in een van de dertien zalen van Cineplex Siam Paragon. Mooie zaal, comfortabele stoelen, voldoende beenruimte, maar wat stond het geluid hard en wat was het er koud. Had me er op voorbereid, maar ik raakte toch geleidelijk verkleumd. De voorstelling begon prompt op tijd met een voorprogramma van 35 minuten reclames en previews. Meestal klinkt daarna de nationale hymne (het tweede volkslied), waarbij het publiek gaat staan, maar bij ons was het een compositie van de koning met beelden van zijn jeugd en bezoeken aan het land. Voornaamste ingrediënt van de film: gevechten en intriges; meer heb ik er niet van onthouden.

Thailand, 20 december – Mijn geadopteerde zoon en protegé, de weesjongen Mac, sleepte me zaterdag mee naar de bioscoop, want hij vond dat ik te veel binnen zit. Dat kan wel kloppen, want ik trek er weinig op uit. Alleen voor de avondmaaltijd en aansluitend een potje poolbiljart verlaat ik mijn kamer. Dat was de eerste jaren van mijn verblijf wel anders, maar ik denk dat ik tempel- en andere bezienswaardighedenmoe ben. Heb veel gezien in Thailand en er staat weinig meer op mijn verlanglijstje. Hij had de film uitgekozen: Underworld: Blood Wars, gesproken in het Engels en ondertiteld in het Thai. Ik vraag me nog steeds waarover die ging. (Wordt vervolgd)

Thailand, 19 december – Waarschijnlijk vraagt u zich na mijn column van gisteren af wat een stew tot een goeie stew maakt, want wat Dick’s Café op tafel durft te zetten, noem ik een slappe hap. Omdat ik geen culinaire kwaliteiten heb, internet opgegaan om mij te laten voorlichten over de ingrediënten van een (Irish) stew (stoofpot). Dit zijn ze: lamsvlees (sucadevlees mag ook), aardappelen, winterpeen, uien, knoflook, suiker, tijm, laurier, tomatenpuree, worchestersaus, runderbouillon, Guinness, voor de garnering peterselie, en natuurlijk olie en boter om in te bakken en peper en zout. De bereidingstijd bedraagt 2 uur. De koks van Dick’s Café moeten nog veel leren. I rest my case.

Thailand, 18 december – Ik ben geen epicurist, heb slechts eenmaal in een restaurant gegeten met een voormalige sterrenkok in de keuken (Ik doel niet op Ben Savelbergh die in BKK is neergestreken). Niettemin durf ik wel te stellen dat de kwaliteit van de pork stew bij Dick’s Café is teruggelopen. In het begin was het een redelijke stew, nu is het een vleesgerecht met een armoedig stukje peen, een paar flintertjes ui en dito champignons. Ik zei het tegen de ober, maar die gaf geen krimp. Later de uitbater gesproken. Hij zou de stew die avond ook eten. Ik vrees dat mijn (zorgvuldig geformuleerde) kritiek nooit de keuken zal bereiken.

Thailand, 17 december – Geen kerstgroen, zelfs geen rode of blauwe lampjes, ook geen kerststal met de kribbe en er omheen herders en de wijzen uit het Oosten, maar witte kerstbomen met gele ballen en een perk met gele bloemen voor het bekende winkelcentrum CentralWorld in Bangkok. De kleuren vormen een eerbetoon aan koning Bhumibol. Geel is de kleur van zijn geboortedag, wit is een rouwkleur. Of zou het een verwijzing zijn naar het grijs gedraaide nummer I am dreaming of a white Christmas? Wie weet, misschien maakt Thailand nog eens een witte kerst mee nu het klimaat in de war is.

Thailand, 16 december – Het kruidenierswinkeltje in mijn hotel is uitgebreid, wat de bouwherrie verklaart (zie FB van 14 dec). De bedrijfsvloeroppervlakte, om een vakterm te gebruiken, is verdubbeld. Da’s pech voor de jongeman die overdag de kassa bedient, want nu moet hij meer lopen. Deze knaap staat voor mij symbool voor Thaise jongens. Ze hebben een volstrekt gebrek aan ambitie en deze is te lui om uit zijn ogen te kijken. Een beetje knaap met pit zou de tijd dat er geen klanten zijn, gebruiken om bijvoorbeeld Engels te leren, maar hij kijkt liever naar filmpjes op zijn mobieltje of ligt onderuit gezakt in de hotelhal op een fauteuil. Ik overdrijf niet.

Thailand, 15 december – Bangkok is in kerststemming. Verkoopsters dragen kerstmutsen, in Dick’s café staat een kerstboom met witte elektrische kaarsjes, op de bar van de Ocean Bar zijn de mini kerstbomen behangen met sterren, kerstballen, een sneeuwpop met rode neus en zelfs een Hollands molentje. Het kindeke Jezus in de kribbe is in geen velden of wegen te bekennen. Mijn gedachten dwalen af naar mijn kindertijd. De kerstboom van oma die als enige was versierd met engelenhaar, kerstdiner van de padvinderij in een bedrijfskantine, het kerstdiner thuis waarvoor ik de menukaarten maakte, en kind-af in 1968 mijn Engelse kerst in een kindertehuis, waar ik de kinderen op de piano begeleidde. Away in a manger, Hark the herald angels sing…

Thailand, 14 december – Het snerpende geluid van een cirkelzaag snijdt door merg en been, het oorverdovende lawaai van een drilboor doet een zware aanslag op mijn gehoororganen en het gehamer en gezaag vormen eveneens een onaangenaam geluidsdecor waarin ik momenteel mijn werk moet doen. Bouwvakkers hebben het hotelrestaurant (groot woord voor eetzaaltje, al tijden in gebruik als opslagplaats), de keuken en de toiletgroep kaal geslagen om ruimte te maken voor iets nieuws. Ik durf de receptionist niet te vragen voor wat, want die begint al te hyperventileren als ik naar hem toeloop. Help, een van de gasten wil me iets vragen!

Thailand, 13 december – Eindelijk iemand die me begrijpt. Op de voorkant van een T-shirt, gedragen door een ranke jongeman, staat geschreven: Please tell me what’s wrong. Nou, dat wil ik wel vertellen; heb je misschien een paar uurtjes? Het prikkelende verzoek wordt op de achterkant toegelicht: Is my backpack obstructive? Die vraag kan ik volmondig met Ja beantwoorden. Want rugzakdragers hebben zelden oog voor hun omgeving, wat met name hinderlijk is in een volle metro. Het zijn egoïstische egotrippers die menen dat de hele wereld van hen is. Ik heb er wel eens één weg moeten duwen om mijn bril te beschermen. De volgende keer nagel ik hem aan de schandpaal. Hoe? Wat denkt u?

Thailand, 12 december – De gevaarlijkste manoeuvre in het Thaise verkeer die ik ken, is er een op tweebaans wegen waarbij een tegenligger je op de vluchtstrook dwingt. Ik heb dat verschillende keren gezien. Dat moet toch een keer fout gaan, bijvoorbeeld wanneer de vluchtstrook een hindernis bevat. Al even hinderlijk vind ik motorfietsers die abrupt van achter een auto de andere weghelft op schieten, een manoeuvre die ik vaak zie op de Ratchadaphisek soi 7. Ook motorrijders die rijden alsof de duivel hen op de hielen zit, mogen in dit lijstje niet ontbreken. En natuurlijk de dronken dropjes, waardoor Thailand het op een na hoogste aantal verkeersdoden ter wereld telt. Amazing Thailand: inderdaad.

Thailand, 11 december – (Vervolg van gisteren) – Ik ga nog even door met mijn tour d’horizon door de expat gemeenschap. 8 De flierefluiter-expat. Ergert zich nergens aan, vindt Thailand een tof land met een adembenemende natuur en schitterende tempels. Zeg iets lelijks over Thailand en hij ontvriendt je op Facebook. 9 De This-is-Thailand expat. Volgt nauwgezet het Thaise nieuws en verbaast zich nergens (meer) over. Wat de krant schrijft, neemt hij met een korreltje zeezout, gewonnen in Samut Sakhon. Hij weet: alles is te koop, iedereen is omkoopbaar. 10 De zoete koek expat. Gelooft alles wat Thai hem vertellen, dus ook de helft die niet waar is.

Thailand, 10 december – Het lijstje van vier types expats die ik gisteren beschreef, leent zich voor uitbreiding. De volgende drie voeg ik vandaag toe. 5 De anti-expat. Klaagt, zeurt, raakt snel geïrriteerd. Vindt het eten niet lekker en het weer, vooral in de zomermaanden april en mei, een crime. Het liefst eet hij een Hollandse pot van aardappelen, groente en een stukje vlees. 6 De getatoeëerde expat. Meestal kale kop, beschilderd van onder tot boven. De tatoeages zitten ook op plaatsen die je maar beter niet kunt tonen in Thailand. 7 De overwinteraar-expat. Eigenlijk geen expat, maar een toerist met een lange vakantie. Spreekt geen woord Thais en trouwens ook belabberd Engels. (Wordt vervolgd)

Thailand, 9 december – Expats in Thailand heb je in alle maten en soorten. Ik onderscheid vier types. 1 De ATM-expat. Is altijd omringd door jonge meiden of jongens, die op zijn rekening een consumptie gebruiken. Is dus populair. 2 De wijsneus-expat. Debiteert de meest baarlijke nonsens met een aplomb dat geen tegenspraak duldt. Zegt: Je kunt overal op straat lekker eten, en: oversteken in Bangkok is leeeevensgevaarlijk. 3 De expert- expat. Spreekt en leest Thais, bombardeert zijn gezelschap met feiten en weetjes. Geen aangename gesprekspartner, want heeft altijd gelijk. 4 De Thai-expat. Praat, eet en leeft als een Thai, dus zuipt, gokt, gaat vreemd en zingt vals.

Thailand, 8 december – Ik heb mijn rijbewijs gehaald in Engeland, waar ik destijds in een kindertehuis werkte. De Highway Code stelde niet veel voor, het praktisch rijexamen was moeilijker dan in Nederland. Surrey is een heuvelachtig gebied dat vaker gebruik van de handrem vereist. Ik heb twee belangrijke lessen geleerd. Ten eerste: veilig rijden is anticiperen, niet plank-gas plank-rem maar tijdig vaart verminderen en de rem zo min mogelijk gebruiken. Ten tweede: houd ruim afstand als je fietsers passeert. Ik moest daaraan denken toen ik zag hoe een motorfietser hier met een rotvaart rechtsaf sloeg zonder te weten of er verkeer aan kwam. Weinig Thaise verkeersdeelnemers zouden slagen voor het Engels examen.

Thailand, 7 december – Vier al wat rijpere vrouwen namen naast elkaar plaats in de metro. Alle vier gekleed in het zwart en voorzien van een formaat tas, waarvan je je afvraagt: wat zit er allemaal in? Nummer 1 pakte een mobieltje uit haar tas. Nummer 4 dacht: laat ik dat ook maar doen. Nummer 2 en 3 waren met elkaar in gesprek. Nummer 3 (woeste haarbos) was het meest aan het woord, nummer 2, type strenge schooljuf, wat minder. Daarna mengde nummer 4 zich in het gesprek, ze was lang aan het woord. Waarover spraken zij, die vier daar in de metro? Op die avond in december?

Thailand, 6 december – In de zaal tegenover Dick’s Café, het café-restaurant waarvan de muren zijn beplakt met scènes uit Casablanca, een filmklassieker die iedereen gezien moet hebben, staan drie pooltafels. De spelers spelen niet alleen; ze gokken ook. Misschien gaat het daar wel om. Als er veel spelers zijn, resteren slechts keus waarvan de pomerans volledig is afgesleten. Het mechanisme waarbij de witte bal terugkomt, nadat die in een pocket is beland, hapert regelmatig. De knaap die het geld incasseert (30 baht) en de ballen klaarlegt, zet vaak een bandje op met Beatle songs. Dan zing ik mee, maar mijn spel wordt er niet beter door. Is dat niet vreemd?

Thailand, 5 december – Gisteren schreef ik dat ik de tekst van de reclame voor de rijstcracker Peckish kon dromen. Niet zo verwonderlijk want ik kijk er al weken tegen aan in metrostation Sam Yan, waar de veel te zoute cracker tientallen malen wordt aanbevolen als medicijn om niet te denken maar te genieten (Don’t think just enjoy). Er zijn nog meer dingen die ik kan dromen: de muziek in Sarica, het restaurant waar ik vaak eet. Ze lijken één bandje te hebben met daarop een cover van het onvermijdelijke Hotel Califonia. De menukaart ken ik uit mijn hoofd. Hij heeft een nieuw jasje gekregen, maar de gerechten zijn dezelfde als altijd.

Thailand, 4 december – Op metrostation Sam Yan kijk ik al tijden aan tegen reclame voor een rice cracker. Ik heb hem al zo vaak gezien dat ik de tekst kan dromen. Peckish wordt aangeprezen als het nummer 1 merk in Australië en Nieuw-Zeeland, wat me weinig zegt want ik ken niet de culinaire kwaliteiten van die landen. De reclamekreet luidt: Don’t think just enjoy, wat volgens mij het levensmotto van de Thaise bevolking is. Omdat de spanning van ‘kijken niet kopen’ ondraaglijk werd, heb ik twee smaken getest: Zesty Chili en Cheddar. De eerste vond ik te gepeperd, bij de tweede proefde ik geen kaas. Beide waren veel te zout.

Thailand, 3 december – Gisteravond had ik een paranormaal moment. Had mijn avondcorvee afgewerkt: diner, koffie, loungen. Zoals gebruikelijk terug met de metro naar mijn pied à terre. Op de looproute metrostation-tuktuk dacht ik: lange tijd de vrouw niet gezien die mij verloste van (een deel van) mijn muntgeld. En verdomd, nu zat ze er. Zoals altijd een beetje verscholen achter een elektriciteitsmast met een kartonnen beker in haar hand. Ze herkende mij, ik herkende haar. We glimlachten naar elkaar. Ze zei iets. Dat ze ziek was geweest? Ik ken haar zeker al een jaar. In het begin zat ze er met een baby, nadien alleen. Ze had pech. Had alleen maar drie 1-baht muntjes.

Thailand, 2 december – Op 10 februari richtte ik Dick’s Reisbureau op met drie reispakketten: Hekken, Crematies en OV. Vandaag voeg ik er een vierde aan toe: Kleuren. Want op het gebied van kleuren valt vooral in mijn buurtje veel te ontdekken. Verwacht geen primaire kleuren, het zijn allemaal pasteltinten waarin de appartementengebouwen zijn geverfd. Sommige lijken wel een zuurstok. Ik schat dat dit pakket minstens goed is voor drie dagen; de overige vier dagen mogen mijn klanten een van de andere pakketten kiezen. Zonder bijbetaling, want bij mij geen ‘zero-dollar’ tours die bij aankomst in Thailand allesbehalve zero zijn.

Thailand, 1 december – (Vervolg van gisteren) Hoe aardig was het geweest als de tuk-tuk bestuurder iets had gezegd, zoals de motortaxibestuurders in mijn straatje doen als ik passeer. Vaak: ‘Waar ga je naartoe?’ Of ze roepen ‘banana’ als ik ’s ochtends naar de 7-Eleven loop voor mijn ontbijtje. Zelfs mijn vriendin vraagt telkens als ik naar de deur van mijn hotelkamer loop, waar ik naar toe ga. De tuk-tuk bestuurder had in een joviale bui kunnen zeggen- ik noem maar een zijstraat: Ken je niet lope? Of, belangstellend: Waar kom je vandaan? Dat had de korte rit naar metrostation Huai Khwang aanzienlijk aangenamer gemaakt. Misschien had ik zelfs een tip gegeven. (Wordt niet vervolgd)

Thailand, 30 november – Op de Ratchadaphisek soi 7, de straat die dwars op mijn straatje staat en uitkomt op de Ratchadaphisek Road, een brede weg in noord-zuid richting, hield ik een tuk-tuk aan. Ik noemde mijn bestemming en stapte in. De bestuurder reageerde niet, zelfs een hoofdknik kon er niet vanaf. Misschien had hij ergens de pest in, misschien was hij met zijn verkeerde been uit bed gestapt, misschien had hij een hekel aan buitenlanders. Ik begon te peinzen over het woord jovialiteit. Ik vroeg me af: ben ik wel eens joviale lui tegengekomen in Thailand of zijn het allemaal zombies zoals deze man?  (Wordt vervolgd)

Thailand, 29 november – (Vervolg van gisteren) Niet alleen het trottoir bedreigt in Bangkok op sommige plaatsen de voetganger maar ik moet gezien mijn lengte ook nog naar boven kijken. Want parasols, luifels en stangen hangen op een hoogte die geen rekening houdt met mijn 1.85 meter. Dus maakt mijn hoofd voortdurend een op en neer gaande beweging om enerzijds te voorkomen dat ik mijn enkel verstuik en anderzijds dat een stang zich in mijn schedel boort. Ooit las ik een berichtje over een Thai die door een putdeksel was gezakt en er een lelijke gecompliceerde beenbreuk door opliep. Gelukkig is dat mij nooit overkomen. Ja, beste mensen, Thailand kan een gevaarlijk land zijn.

Thailand, 28 november – Lopen in Nederland is een betrekkelijk veilige manier om je te verplaatsen. De enige bedreiging in de grote stad vormt hondenpoep. Maar niet in Bangkok; daar is het oppassen geblazen voor iets anders. Zelfs de keurig bestrate trottoirs zijn niet altijd safe. De trottoirs van Surawong Road, die herstraat zijn, worden onderbroken door verzonken liggende putdeksels, die een garantie vormen voor een verstuikte enkel. Ook op de zijstraatjes die je oversteekt, moet je goed opletten, want die zijn overgeslagen. Bij mij in de buurt is het allemaal nog veel erger. Trottoirs zijn niet meer dan een strook vaak gebroken beton met ernaast een V-vormige goot. Maar je raakt eraan gewend. (Wordt vervolgd)

Thailand, 27 november – Hoe verliep het bezoek aan Immigration (zie FB van 25 nov). Ik arriveerde om half acht, om half negen ging de deur open, om 10 uur stond ik weer buiten. Toen ik aankwam lag er al een forse rij van tassen en andere voorwerpen, een handig systeem zodat je in de tussentijd koffie kunt drinken, een dutje doen of buiten een sigaretje roken. Ik had volgnummer 25, maar veel nummers kwamen niet opdagen. Mijn papieren waren in orde: aanvraagformulier voor verlenging van het visum met een jaar, kopieën van alle bestempelde paspoortpagina’s, inkomensverklaring van de ambassade. Heb nog nooit zoveel handtekeningen moeten zetten.

Thailand, 26 november – (Vervolg van 24 november) Ik heb met een Thaise vriendin ook eens zo’n akkefietje gehad. Minder gewelddadig, maar wel bedreigend. Ik had een eind gemaakt aan onze relatie en dat beviel mevrouw niet. Ze begon met spullen te smijten en was niet tot bedaren te brengen. De spinnende poes veranderde ineens in een grommend en blazend dier dat me nog net niet belaagde. De nachtwaker van het appartementencomplex waar wij woonden, gaf raad toen ze spullen begon weg te halen die ik had betaald: verzet je niet. Hij heeft me één ding duidelijk gemaakt: Een jong ding gaat alleen met een oudere man om vanwege de poen. Liefde? Nada.

Thailand, 25 november – Vandaag ga ik naar Chaeng Watthana, een wijk met allemaal regeringsgebouwen, het ene nog groter dan het andere. Thai mogen gemiddeld korter zijn dan wij, maar ze denken groot en hoeven ook niet op een paar vierkante metertjes te letten. Mijn bestemming is het Immigration Bureau, waar ik mijn jaarvisum ga verlengen. De enige voorwaarde daarvoor is dat je over voldoende inkomsten beschikt. Het is er altijd druk met wachttijden die behoorlijk kunnen oplopen. Maar ik ga vroeg, dus hoop snel aan de beurt te zijn. Bovendien komt niet iedereen voor hetzelfde. Mijn nieuwsrubriek Nieuws uit Thailand komt later uit dan gebruikelijk. Het nieuws moet maar even wachten.

Thailand, 24 november – Enorm kabaal gisterochtend om 6 uur. Een buitenlander en een Thaise vrouw op mijn etage hadden een knallende ruzie, waarbij zes lamellen van het jaloezieraam aan de kant van de gang aan gruzelementen gingen. En misschien nog wel meer in de kamer. Maar ik ben geen ramptoerist dus bleef stug doorwerken aan mijn dagelijkse nieuwsrubriek. Weet dus ook niet of de nachtwaker tussenbeide is gekomen, wie de vechtenden waren en waar het gevecht over ging. Het enige wat ik opving, was ‘I am living  here’ van de vrouw. Dat zal ze nu niet meer kunnen zeggen, want beiden zijn het hotel uitgezet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 23 november – Waarschuwing: U gaat nu een volkomen nutteloze column lezen over een volkomen onbelangrijk onderwerp: de straphanger oftewel de metroreiziger die zich aan een lus vasthoudt. Niet (op)hangt, zoals het woord suggereert, maar staande houdt, wat zeer gewenst is als het enige houvast een mooie dame met pronte borsten is. Ik onderscheid twee types: de drietjes en de viertjes. Ik ben zelf een drietje, dus de duim en pink blijven buiten de lus. Bij de Thaise reizigers overheersen de viertjes. Logisch want die hebben doorgaans kleinere handen. Dat de pink bij mij niet meedoet, ligt voor de hand. Veel kracht zit er niet in; bovendien is het een klikspaan.

Thailand, 22 november – Mijn kwelduivel ligt nog steeds op de loer om mij een loer te draaien (zie FB van 20 november). Als ik in de metro zit, kijk ik tegen benen aan. Harige mannenbenen, dikke benen, anorexia benen, X-benen. Sommige benen doen mij denken aan de verzuchting die Godfried Bomans in 1963 bij de uitreiking van de Edisons slaakte over de benen van Marlene Dietrich ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been’. Mijn sater fluisterde: ‘Doe niet zo preuts, zeg: wat heb jij mooie benen. Mag ik er even aankomen? Je zou me een groot plezier doen.’ Maar ja, toch maar niet gedaan.

Thailand, 21 november – Thailand, het land van de glimlach? Laat me niet lachen. Ja, als je toerist bent met een stapel bankbiljetten in je portefeuille willen ze wel lachen. Als je een vette fooi geeft, buigen ze als een knipmes, ‘khohp khoen khrap’ veinzend, maar geef je niets dan ben je een Cheap Charlie. De mannen op de foto, mij toegespeeld door een goede vriend, hebben weinig reden om te lachen. Het zijn soldaten. In het leger heerst een kadaverdiscipline. Wie niet horen wil, moet voelen. Sommigen kunnen dat niet meer, want zijn bezweken aan de mishandelingen (lees martelingen). Thailand is het land van de grimlach.

Thailand, 20 november – Het duiveltje in mij is tijdelijk ontwaakt uit zijn winterslaap en heeft gelijk de gelegenheid aangegrepen om me te bewegen kattekwaad uit te halen. Maar veel succes had hij niet, alhoewel ik soms dacht: waarom eigenlijk niet? Want Thailand is het land van sanoek, zoals elke reisgids denkt te weten. Op het metroperron fluisterde hij me in: pak dat brandblusapparaat en spuit het leeg op de wachtenden. Maar ja, toch maar niet gedaan. Een stukje verder wees hij me op iemand die verdiept was in zijn mobieltje. Kijk eens mee over zijn schouder, zei mijn kwelduivel. Maar ja, toch maar niet gedaan. Sindsdien niets meer van hem gehoord.

Thailand, 19 november – (Vervolg van gisteren) Oei, het wordt toch wel erg spannend, de krimi ‘Het lijk in de muur’. De politie gaat ervan uit dat de vriendin van de verdachte, die al een jaar wordt vermist, dood is. Ze heeft een woning uitgekamd waar het echtpaar eerder woonde, maar geen botten kunnen vinden. De vrouw blijkt trouwens ook niet zuiver op de graat, want ze is gearresteerd geweest voor drugsvergrijpen. Ze heeft vier echtgenoten versleten en vier kinderen gebaard, van wie één de zoon van Biton. Dit heerschap wordt verdacht van medeplichtigheid aan de moord. De eerdere echtgenoten en kinderen gaan nog ondervraagd worden door de politie.

Thailand, 18 november – (Vervolg van gisteren) De krimi ‘Het lijk in de muur’ wordt nog smeuiger, want de verdachte heeft 20 jaar samengewoond met een Thaise vriendin, die al een jaar vermist wordt. En dat is op zijn zachtst gezegd verdacht. Verdachte Biton beweert dat zijn vriendin door de autoriteiten van Laos is gearresteerd toen ze drugs smokkelde. Maar Immigration van Laos weet van niets. Verder blijkt Biton 10 jaar in de gevangenis te hebben gezeten wegens de moord in 2000 op een kameraad, wiens lichaam hij in de Mae Klong had gedumpt. Toen Biton de bak indraaide, was de vrouw drie maanden zwanger van de zoon, inmiddels 17, die verdacht wordt van medeplichtigheid aan de moord. (Wordt vervolgd)

Thailand, 17 november – (Vervolg van gisteren) De krimi ‘Het lijk in de muur’ gaat nog even door, want in aflevering 2 komt een mogelijke medeplichtige in beeld: de zoon (17) van de verdachte. Die bevestigt dat zijn vader Cohen (het slachtoffer) heeft vermoord, maar hij beweert dat hij de moorddaad niet heeft gezien. Behalve van medeplichtigheid wordt hij ook verdacht van de diefstal van creditcards van Cohen. Vader en zoon zouden ook geld van de bankrekening van Cohen hebben opgenomen. Overigens een weinig spannende aflevering, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door aflevering 3 morgen. Nog even geduld dus.

Thailand, 16 november – Ik ben gek op krimi’s, ze kunnen me niet bizar genoeg zijn, want die zijn het leukste. De meest recente is de moord op een Israëli (63), wiens in stukken verdeeld lichaam gevonden is in de muur van een woning. De bewoner, ook een Israëli, heeft al bekend. Ze hadden ruzie gehad omdat het slachtoffer stiekem met zijn vriendin omging. Ik had hier willen schrijven neukte, maar wist niet gezien zijn leeftijd (60) of hij hem nog omhoog kon krijgen. Maar daarin kan Viagra voorzien dat je overal hier op straat kunt kopen: echt of nagemaakt. Morgen aflevering 2.

Thailand, 15 november – (Vervolg van gisteren) In ieder geval produceerde het paar vier kinderen: drie meisjes en een jongen, dus de troonsopvolging was verzekerd. De liefde voor de koning die sinds zijn overlijden het land overspoelt, is te danken aan de vele bezoeken die hij aan het platteland bracht. Zo werd Bhumibol ‘the people’s king’ om een uitdrukking van wijlen prinses Diana te parafraseren. Westerlingen zoals ik begrijpen weinig van die verering, maar ze is wel echt. Bhumibol besteeg de troon op 9 juni 1946, trouwde op 28 april 1950 met Sirikit en werd op 5 mei 1950 tot koning gekroond. Dus ook ik ben geboren ‘in the reign of’ koning Rama IX.

Thailand, 14 november – ‘I was born in the reign of king Rama IX’ is de enige tekst die is toegestaan op de voorgeschreven rouwkleding. Ik vroeg me af of dit heugelijke feit ook voor mij geldt. Ik ben geboren op 8 januari 1947, wist niet zeker of Bhumibol in 1946 of 1947 de troon besteeg. Let wel: dat is niet het jaar van zijn kroning, want nadat hij zijn oudere broer had opgevolgd ging hij terug naar Zwitserland om zijn studie af te ronden en hij ontmoette zijn latere vrouw. Die vond hij in Parijs bij de ambassadeur. Of het een huwelijk uit liefde of een gearrangeerd huwelijk was, weet ik niet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 13 november – Ik heb een aversie tegen massabijeenkomsten. Geen fobie (maar misschien toch wel, zou het eens moesten testen) maar grote massa’s staan me tegen. Heb dan visioenen van Noord-Korea, Hitler-Duitsland, militaire parades. In Thailand mijd ik met Songkran Silom Road en Khao San Road. Naar Sanam Luang, dat elke dag volgepakt staat met duizenden mensen, ga ik niet. Eenmaal in mijn leven een groepsreis gemaakt: samen met mijn moeder met kerstmis naar Wenen na een tragische gebeurtenis in ons gezin. Een dagje langer gebleven en de terugreis per Wien Express gemaakt. Wilde niet weer in de bus zitten en dat gebabbel van de reisleider aanhoren.

Thailand, 12 november – Als twee zombies zitten ze in de hal van het hotel: de receptionist en kassier. Ze zeiden geen boe of bah, toen ik passeerde. Vroegen niet of ik me alleen wel kon redden, zeiden niets aardigs over mijn vriendin die hals over kop was vertrokken omdat haar moeder op weg is naar het Einde. De kassier las de krant, de receptionist keek televisie. Dat doet hij elke dag als hij niet zit te dutten of te eten. Nee, enige hartelijkheid of zelfs maar belangstelling hoef ik van deze twee levende doden niet te verwachten. Zouden ze plezier in hun leven hebben? Als ze het hebben, weten ze het goed te verbergen.

Thailand, 11 november – (Vervolg van gisteren) De hoofdpiet had een idee, we gaan naar België, zei hij, daar wonen nog verstandige mensen die van kinderen houden. De goede Sint besloot mee te gaan. Hij  deed Nederland over aan die dwaas van een kerstman met zijn debiele kreet Ho-ho-ho. Sint en Piet hadden het naar hun zin in Belgenland: ze kregen onderdak in het bisschoppelijk paleis, de patat was er stukken lekkerder dan bij de noorderburen en de Belgen waren joviale lui, heel anders dan die stijve, calvinistische  Ollanders. De stoomboot arriveerde voortaan in Antwerpen. De Zwarte Pieten lachten, het paard van Sinterklaas huppelde op en neer en de wimpels waaiden heen en weer.

Thailand, 10 november – Ik droomde dat sinterklaas zijn Pieten bij zich riep en hen vertelde: Ik moet jullie helaas ontslaan want de Ollanders motten jullie niet meer. De Pieten begonnen te huilen, de goede Sint moest ook een traantje wegpinken en zelfs het paard liet zijn hoofd zakken. Een afvloeiingsregeling zat er niet in. Ze mochten wel hun dienstkleding houden. Dus zochten de Pieten hun spulletjes bij elkaar en vertrokken. Nu waren ze dakloos. Overdag zwierven ze door de stad, om in leven te blijven zochten ze in vuilniszakken naar etensresten. ’s Nachts sliepen ze waar ze maar een beschutte plek konden vinden, want in de daklozenopvang werden ze geweigerd. Wat een nachtmerrie. (Wordt vervolgd)

Thailand, 9 november – (Vervolg van gisteren) Mag ik schrijven dat ik de koning een toffe gozer vind en zijn dochter Sirindhorn een toffe meid. Ja dat mag, want daar zeg ik niets verkeerd mee. Dat komt: de koning heeft een zeilboot ontworpen, en ik heb veel gezeild bij de padvinderij en met mijn broer, en hij speelde piano, wat ik ook deed. Sirindhorn heeft Chinees gedoceerd aan de Chulalongkorn universiteit en Chinese proza en poëzie vertaald. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik weet uit betrouwbare bron dat ze al dat protocol maar onzin vindt. De prinses heeft een sympathieke uitstraling wat je van de kroonprins niet kunt zeggen. Hij kijkt altijd alsof hij liever een gewone jongen had willen zijn.

Thailand, 8 november – (Vervolg van gisteren) Ik vertelde hem cheese te gaan kopen, een woord dat hij niet kende, maar in combinatie met koe en melk misschien een lampje bij hem deed branden. Hij kende het woord Netherland, wat ik bijzonder vind voor een Thai. Verteld dat we in Holland veel koeien en melk hebben. In Big C viel me op dat de zwarte kleding al in de uitverkoop is. Rekken vol zag ik er. Even in de verleiding gestaan een zwart T-shirt te kopen, maar de stof vind ik te warm. De (witte) Jockey shirts die ik draag en stukken duurder zijn, zijn heerlijk koel. Op vrouwen vind ik zwart een geile kleur. (Wordt vervolgd)

Thailand,7 november – Sinds lange tijd weer achterop een motortaxi gestapt. Heb de luitjes nu lang genoeg gestraft voor het roekeloze rijgedrag van een van hen, dat me noopte een röntgenfoto te laten maken van mijn linkerhand. Heb de ziekenhuisrekening onder zijn neus geduwd en mijn vriendin heeft als compromis 500 baht voorgesteld, maar nope. Hij zegt het geld niet te hebben, wat natuurlijk onzin is. Mijn eisen (als klant) zijn bescheiden: geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres op de andere weghelft, snelheid aan de verkeerssituatie aanpassen en remmen voor verkeersdrempels. De bestuurder van vandaag informeerde belangstellend naar de reden van mijn bezoek aan Big C. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 november – In de metro zag ik een vrouw met op haar rechterschoen het woord Yes en op haar linkerschoen No. Dat deed me denken aan een anekdote die ik mijn vader meermalen heb horen vertellen. Hij vertelde dat boerenzonen in het leger problemen hadden bij het exerceren omdat ze het verschil niet wisten tussen links en rechts. Een sergeant had er iets op gevonden. Hij gebruikte de commando’s hooi en stro, want dat verschil kenden ze wel. Dus bonden de rekruten een bosje stro aan het ene been en een bosje hooi aan het andere. Dat moet een vreemd gehoor zijn geweest. Hooi-stro in plaats van links-rechts.

Thailand, 5 november – In het schemergebied tussen slapen en wakker worden (of was het andersom?) zag ik het gezicht van een man die een cd in zijn mond stopte. Of die handeling hetzelfde effect had als een cd in een cd-speler, weet ik niet, want de droom stopte daar. Wel jammer, want ik had wel eens willen horen wat er op de cd stond. Denk nu niet dat ik een zonnesteek heb opgelopen of aan het dementeren ben (doorhalen wat niet verlangd wordt), want het was maar een droom en dromen zijn bedrog. Dat weten jullie toch?

Thailand, 4 november – Ik wind er geen doekjes om; er zijn van die dagen dat ik genoeg heb van Thailand. Het land is me te eendimensionaal. In gedachten stap ik op Vlaardingen-centrum op de trein naar Rotterdam en banjer door mijn geboortestad. Oude Binnenweg, Lijnbaan, Hoogstraat, Coolsingel, Oude Haven, Maasboulevard – ik kan al die plaatsen dromen. Misschien neem ik nog even een kijkje in de Bellevoysstraat waar ik geboren ben. Mijn geboortehuis staat er niet meer, zou wasserij Borgh er nog zijn? Het bakkertje waar ik koekkruimels kocht, bestaat vast niet meer. Tot besluit van mijn sentimental journey koffie bij Engels. En dan op huis aan om te verlangen naar de warme omhelzing van Thailand.

Thailand, 3 november – Twee grappige teksten op T-shirts gezien. Formeel zijn ze in strijd met de dress code die nu geldt, alhoewel ze op zwarte T-shirts stonden. Maar rondkijkend op straat en in de metro zie ik veel overtredingen. Kwestie van: de soep enzovoort. Goed, tekst 1: WTF met daaronder What The Food. Nou, dat klinkt beschaafder dan What the fuck, waar het letterwoord voor staat. Tekst 2: HTML, wat digibeten weinig zal zeggen omdat het een computertaal is. Mij bekend want WordPress waarin ik mijn blog maak, werkt ermee. Volgens het T-shirt betekent het echter How To Make Love. Zelfs digibeten willen dat weten.

Thailand, 2 november – (Vervolg van gisteren) Ik kan ook maar niet wennen aan de rijtjes mannen, vrouwen of kinderen, allemaal identiek gekleed, die ik op de tv diep zie buigen voor een portret van de koning. Nu vanwege het overlijden, voorheen op de verjaardag van de vorst of een andere toepasselijke datum. Altijd loopt een groepslid naar voren, knielt en plaatst heel behoedzaam een bloemstuk op een tafeltje, buigt en loopt achterwaarts terug naar de groep. Dat alles met een ernst die zelfs een feest iets treurigs geeft. Ik vraag me al wel eens af: is het echt of gespeeld, al die verering? Mij zien ze er niet.

Thailand, 1 november – Aan sommige dingen zal ik nooit wennen in Thailand en ik hoop ook nooit voor de keuze te staan: doen of niet doen? Bijvoorbeeld opstaan voor kinderen in de metro. Mijn benadering is: leer kinderen dat ze zich moeten vasthouden aan een van de vele palen. En mocht het misgaan en kindje in tranen zijn, dan denk ik: je hebt wat geleerd. De volgende keer pas je beter op. Thaise mensen staan wel op, laatst zelfs voor een stevige jongen van een jaar of zeven. Een heel enkele ouder weigert de aangeboden zitplaats. Ja, verstandige mensen heb je hier ook. (Wordt vervolgd)

Thailand, 31 oktober – (Vervolg van gisteren) Een ander haalde mij, eveneens in het gezelschap van een vriendin, van het vliegveld af. Ik kreeg een bosje bloemen. Nadat ze in het hotel mijn koffer had uitgepakt, vertrok ze. Ze durfde niet en ik had haar niet eens aangeraakt. De vriendin vertelde dat ze nog nooit intiem met een man was geweest. In China worden kapitalen neergeteld om jonge vrouwen te ontmaagden, maar we zijn niet in China en ik ben geen Chinees. Ben nog nooit in China geweest, spreek geen Chinees, maar ik houd wel weer van de Chinese keuken. Voor wonton soep mag je me wakker maken.

Thailand, 30 oktober – Ik heb mij een tijd overgegeven aan chatten met Thaise vrouwen. Is nooit wat geworden, maar leverde enkele leuke en leerzame ervaringen op. Zoals de vrouw die samen met haar vriendin naar onze eetafspraak kwam. Ze sprak geen woord Engels, haar vriendin had al het werk gedaan. Die wilde van mij weten: Are you a Cheap Charlie, een uitdrukking die ik tot dan niet kende. Daarna volgde nog een afspraak zonder vriendin, die door onze taalbarrière uiterst moeizaam verliep. Maar dat was niet eens het ergste; ze had zweethanden, die elke lust in mij doodden. Net als in Nederland de broekrok en de tuinbroek. (Wordt vervolgd)

Thailand, 29 oktober – (Vervolg van gisteren) Omdat ik het woord nieuws niet kan uitspreken als ‘nieuws’, maar verhaspel tot ‘niels’, gebruik ik bij voorkeur het Engelse ‘news’, waarbij ik dat probleem niet heb. Aan het begin van een nieuw schooljaar vertelde ik altijd over de herkomst van dat woord. In de negentiende eeuw had je in Amerika vier postmaatschappijen: North, East, West en South, vernoemd naar de richting die ze bedienden. Op een centraal punt kwamen de postkoetsen samen om post uit te wisselen. Maar ook toen al sloeg het fusie-virus toe. De vier fuseerden tot NEWS. Onzin natuurlijk, maar het blijft een leuk verhaal om leerling-journalisten op een verkeerd been te zetten.

Thailand, 28 oktober – Een van mijn studenten aan de School voor Journalistiek plaagde me ooit met mijn spraakgebrek, want ik spreek ‘nieuws’ uit als ‘niels’. Nog steeds lukt het me niet om nieuws als ‘nieuws’ uit te spreken, dus wordt station Nieuwland op de Hoekse lijn bij mij ‘Nielland’. Deze knaap werkt achter de kassa van een kruidenierswinkel in Den Haag. Hij schrijft er smakelijke verhalen over. Of de winkel echt of gefingeerd is, weet ik niet. Maakt ook niet uit, want een goed verhaal blijft een goed verhaal, ook als het uit de duim van een auteur komt. Dat wordt ook wel eens gezegd over de journalistiek. (Wordt vervolgd)

Thailand, 27 oktober – De manager van Baan Kaew Mansion, waar ik verblijf, is gierig. Dat durf ik wel te stellen. Wekelijks wordt het beddengoed verschoond. Zelden zijn de lakens en kussenslopen ongeschonden. Meestal zitten er wel gaatjes in of zijn de randen gerafeld. Wekelijks worden ook de handdoeken verschoond. Het zijn tweedehandsjes van andere hotels, zoals Dusit Thani, een vijf sterren hotel, en deze week Khaolak Resort, een vakantieverblijf in nationaal park Khaolak, soms ook beschadigd. Mag hoor, want het zijn wel kwaliteits handdoeken. Soms wordt het me te gortig, dan stuur ik de lakens terug. Maar het signaal wordt niet opgepikt door de manager. Geen gevoel voor marketing.

Tino Kuis schreef onder mijn column (die geen column was) van gisteren: Dit is echt onvergeeflijk! Weet je welk leed je je lezers aandoet door een dag verstek te laten gaan? Voor straf moet je morgen twee columns schrijven! Omdat ik een brave jongen ben, hierbij mijn strafwerk.

Thailand, 26 oktober – Er zijn mensen wier vakantie in Thailand geheel verregend is. Ze hadden in Nederland al een accomodatie gereserveerd en zaten vast gekluisterd aan hun vakantieadres. Mensen die daarentegen op de bonnefooi naar Thailand gaan, zouden indien het maar bleef regenen, hun boeltje pakken en verkassen. Thailand is een groot land, circa veertien keer Nederland en net zo groot als Frankrijk. Op de ene plaats kan de grond barsten vanwege de droogte, elders kampen bewoners met overstromingen. Dat is momenteel nog steeds het geval, alhoewel ik er weinig meer over lees in de krant. De koning is dood, meldt de krant al sinds 13 oktober.

Thailand, 26 oktober – Er zijn mensen wier vakantie in Thailand geheel verregend is. Ze hadden in Nederland al een accomodatie gereserveerd en zaten vast gekluisterd aan hun vakantieadres. Mensen die daarentegen op de bonnefooi naar Thailand gaan, zouden indien het maar bleef regenen, hun boeltje pakken en verkassen. Thailand is een groot land, circa veertien keer Nederland en net zo groot als Frankrijk. Op de ene plaats kan de grond barsten vanwege de droogte, elders kampen bewoners met overstromingen. Dat is momenteel nog steeds het geval, alhoewel ik er weinig meer over lees in de krant. De koning is dood, meldt de krant al sinds 13 oktober.

Thailand, 25 oktober – Vandaag is een dag waar ik al sinds 25 november 2012 bang voor ben. Op die dag plaatste ik mijn eerste column op Facebook. Het genre lag me: in 100 woorden (plus/min 10 procent) een verhaal vertellen. Ik deed het in het Rotterdams Dagblad, in het blad van de Hogeschool Utrecht en op deze site over Thailand en Vietnam. Een column verschijnt regelmatig; geen dag mag de columnist versagen. Dat deed ik dan ook niet; dat Columns uit Thailand tijdens mijn vakanties in Nederland stil lag, lijkt me logisch. Met gebogen hoofd geef ik toe: vandaag laat ik verstek gaan. Met mijn nederige excuses aan al mijn trouwe lezers.

Thailand, 24 oktober – Gisteravond bracht de tuktuk met op de achterkant het woord ASHER op een reclamebord mij van metrostation Huai Khwang naar mijn pied à terre. Het is het enige woord dat ik kan lezen en het roept herinneringen op aan café chantant Asher aan de Hoogstraat in Schiedam. Ik heb er vaak gegeten en ben er iets minder vaak heel dronken geworden. Asher wordt uitgebaat door Asher die net doet alsof hij uit Israël komt, dat oogt beter dan [ik meen] Yemeniet. Het eten lijkt goedkoop, maar dat komt omdat vlees, groente, aardappels/patat enzovoort apart geprijsd zijn. Dat noemen we een jodenstreek. Dat sluit mooi aan bij zijn image.

Thailand, 23 oktober – Denkend aan Holland zie ik niet breede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Oké, de Nieuwe Maas die langs Vlaardingen stroomt, is breed, breder dan de rivieren van Marsman, maar oneindig laagland is in de verste verte niet te bekennen. Voor mij geldt: Denkend aan Holland verlang ik naar haringen, mosselen en kroketten. Laat ik het eens omdraaien: wat zie ik, denkend aan Thailand [als ik in Holland ben]? De warmte natuurlijk die heilzaam is voor spieren en gewrichten. Maar aan etenswaren geen specifieke gerechten, wel de pittige smaak van het eten. Nederlandse maaltijden zijn me te flauw.

Thailand, 22 oktober – Vorige week donderdag overleed Zijn Majesteit de koning van Thailand. Sindsdien draait de krant om alles wat er omheen gebeurt. Ander nieuws ontbreekt grotendeels. Alle quotes komen op hetzelfde neer: hoe geweldig de koning was. Ja, dat weet ik nou wel; mag ik schrijven: Overdaad schaadt? De tv toont de hele dag beelden van zijn dienstreizen naar het platteland, waar ouwe vrouwtje hulpeloos naar hem opkijken. De mega-grote billboards in de stad staan op zwart, reclames zijn afgedekt. De regering heeft een entertainment stop van 30 dagen afgekondigd, maar de karaoke bars bij mij om de hoek zijn alweer volop in bedrijf. Mijn uitgaansstraatje is geen enkele dag stilgevallen.

Thailand, 21 oktober – Ik woon in een volksbuurt. Toevallig staat naast het hotel een villa, verscholen achter een hoog hek met twee Mercedessen op het binnenplaatsje. Maar verder is het een armoedig zooitje van shophouses: woonwinkel pandjes, maar waar een winkel zou moeten zijn, staan auto’s geparkeerd. Hier en daar ligt afval, dat ongetwijfeld bezoek krijgt van ratten; hier en daar liggen plassen water. Als ik naar de 7-Elven loop passeer ik naaiateliers, karaokebars, kruidenierswinkels en kapsalons. In de ateliers wordt dag en nacht gewerkt; soms zijn ze gesloten. ’s Avonds zie ik groepjes bewoners, die zitten te zuipen. Ja, het alcoholgebruik is hoog in mijn buurtje.

Thailand, 20 oktober – Het kledingvoorschrift van de overheid heeft geen gevolgen voor mij. Behalve zwart is ook wit toegestaan en een wit T-shirt droeg ik altijd al. Niet dat ik permanent in de rouw ben, maar ik houd van die kleur (alhoewel strikt genomen wit geen kleur is). Felle kleuren zult u mij nooit zien dragen evenals T-shirts met opschrift of geblokte overhemden. Draagt iedereen in Thailand zwart? Nee, monniken, verpleegsters, leerlingen in schooluniform, bewakingspersoneel, soldaten, agenten, werknemers in bedrijfskleding, metropersoneel: allemaal dragen ze geen zwart. Alleen het personeel van 7-Eleven heeft de bedrijfsblouses vervangen door zwart. En verder zijn er mensen die het kledingvoorschrift aan hun laars lappen, die heb je ook.

Thailand, 19 oktober – (Vervolg van 17 oktober) Op de vraag van mijn nicht of alles in Thailand stil staat, antwoordde ik: Niet hier. Winkels, restaurants, bedrijven: het is business as usual. De metro is even druk als altijd, alleen domineert de zwarte kleding. Of het uitgaanscircuit de aangekondigde volle dertig dagen stil valt, waag ik te betwijfelen. Het bevel daartoe is dermate vaag geformuleerd, dat exploitanten te maken kunnen krijgen met willekeur van controlerende soldaten en agenten. In tegenstelling tot boeddhistische feestdagen is het land niet droog gelegd, maar zelfs dan is bier in een bekertje te bekomen. Mij maakt het niet uit; ik houd niet (meer) van bier.

Thailand, 18 oktober – Ik ging op zoek naar tekenen van rouw, want had de premier niet gezegd dat gans de natie in diepe rouw was gedompeld. De maaltijd zoals vaak in restaurant Sarica gebruikt, een zaak die het van Japanse clientèle moet hebben. Bij 7-Eleven een bekertje koffie met hazelnootsmaak gekocht (22 baht) en daarna naar Dick’s café. Nog steeds geen tekenen van rouw. De muziek in de biljartzaal stond even hard als altijd. Las een mededeling bij de ingang van een gogo bar ‘Open, Usual service’.  De Family Mart meldde ‘No alcohol on 17th October’. De oogst was mager. Verdriet laat zich niet commanderen.

Thailand, 17 oktober – Mijn nicht vroeg me of het leven nu stil staat in Thailand. Laat ik haar de volgende vraag voorleggen: Waarom draagt een motorrijder een helm? Nederlands antwoord: Om te voorkomen dat hij na een ongeluk als een kasplantje moet doorleven. Thais antwoord: Omdat je een boete krijgt als de politie je betrapt. Als de premier zegt dat het niet regent, dan regent het niet, zelfs als de regen met bakken uit de hemel komt. Dus als hij zegt dat uitgaansgelegenheden 30 dagen dicht moeten, dan is voor hem de kous af. Hij heeft het gezegd; dat is de waarheid hier.

Thailand, 16 oktober – Ik weet niet wat ik erger vind: de huidige programmering op de tv of die toen de koning nog leefde. Want nu toont de tv brave en vooral saaie beelden van eindeloze groene rijstvelden en gelukkige boeren, alsof Thailand een landbouwnatie is. Maar slechts 10 procent van het bruto binnenlands product komt uit de landbouw.  De meeste verdiensten komen uit de industrie (40 pct) en de dienstensector (24 pct). Slechts 30 procent van de werkende bevolking werkt in de landbouw; hun gemiddelde leeftijd bedraagt ruim 50 jaar. Ik ga nog terug verlangen naar die vreselijke soaps waarin jaloerse vrouwen met elkaar kijven en mannen elkaar verrot trappen.

Thailand, 15 oktober – Spagaat:  Zithouding met de benen 180° gespreid: in een spagaat zitten, voor een dilemma staan (Van Dale). Ja, beste mensen, ik sta voor een dilemma. Mijn dagelijkse rubriek met het belangrijkste nieuws uit Thailand bestaat voor een deel uit leugens. Ze is gebaseerd op Bangkok Post, een krant die ook voor een dilemma staat. Mijn vakbroeders weten dat wat ze schrijven niet waar is. Maar ze kunnen niet anders. Zij staan voor een nog veel gevaarlijker dilemma dan ik, want de waarheid onthullen, betekent een enkeltje Bangkok Hilton of het crematorium. Gelukkig nemen enkele moedige internetters geen blad voor de mond. Ik geef toe: Dat ben ik niet.

Kroning koning BhumibolThailand, 14 oktober – Het is een bekende vraag: Waar was je toen….? Bijvoorbeeld toen Kennedy werd vermoord of toen twee vliegtuigen zich boorden in de Twin Towers. Sinds gisteren kan de vraag aan mij luiden: Waar was je toen je hoorde over het overlijden van koning Bhumibol? Mijn antwoord luidt: Ik was in een bar om er een potje pool te spelen met Ronald Schütte, de auteur van een Thais grammaticaboek voor Nederlanders. Het spel zou net beginnen toen mijn vriendin en een vriend vertelden: The king is dead. Op de televisie voerde premier Prayut het woord en er werden beelden getoond uit het leven van de monarch. Voor wie het interesseert: Ronald won overtuigend.

Thailand, 13 oktober – Omdat de iPhone, Instagram, Line en Facebook generatie iets heeft met eten, getuige de foto’s van maaltijden die aan mijn oog voorbij trekken, zal ik ook eens inzicht geven in mijn consumptiepatroon. Ik beperk me tot de etens- en drinkwaren met een Nederlands tintje. Zojuist lepelde ik een bakje yoghurt van Dutchie leeg: original, geen smaakje. Soms drink ik melk van Dutch Mill. De volle melk vind ik te boterachtig smaken, de melk met 0 procent vet kan ermee door. Verder koop ik soms Edammer kaas. De keuze aan kazen bij Big C is beperkt, bij AH is lekkerder kaas te koop. Tja, ik ben en blijf een kaaskop.

Thailand, 12 oktober – Gisteren schreef ik over een man en een vrouw, die vaak op luide toon ruzie maken. De hele gang waaraan hun en mijn kamer liggen, kan er altijd van meegenieten. Een trouwe lezer merkte snedig op dat ook in Nederland echtelijke ruzies voorkomen. Die opmerking (verwijderd want voldoet niet aan de kwaliteitseisen die ik aan reacties stel) zette mij aan het denken. Zouden andere landen ook echtelijke ruzie kennen? Ik ging op zoek en vond de volgende landen: België, Duitsland, Polen, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, Rusland, Frankrijk, Spanje, Italië, Oostenrijk, Slovenië, Zwitserland, zelfs het kleine Monaco: ze kennen allemaal echtelijke ruzies. Wie had dat kunnen denken?

Thailand, 11 oktober – Over burengerucht gesproken: al een hele tijd is een vrouw aan het schreeuwen: schel en fel. Ergens op de gang waaraan mijn kamer ligt, gaat ze uit haar bol. Het is niet de eerste keer en het is elke keer een echtelijke ruzie. Misschien is de man vreemd gegaan, Thaise mannen schijnen niet zo monogaam te zijn. Misschien kwam de man ladderzat terug van een avondje karaoke, waarop hij de kat in het donker heeft geknepen. Deze keer huilt de vrouw niet, dus meneer houdt zijn handjes thuis. Soms eindigen echtelijke ruzies in een bloedbad. Maar die ken ik alleen uit de krant.

Thailand, 10 oktober – Een van de bezorgers van Sure(ly) Delivery is na lange tijd weer terug. Zijn haardos is verdwenen. Dat kan op twee dingen wijzen: sterfgeval of novietentijd. Mijn vriendin wist het al: hij had zijn boeddhistische plicht vervuld. Ja, Thai lullen over alles. Niets blijft geheim: wat doe je, heb je gegeten, hoeveel kostte je horloge, hoe vaak heb je geneukt? Kale hoofden doen me vaak denken aan Nazi’s, vooral bij expats met een getraind lichaam, veel tatoeages en behangen met wat sieraden moeten voorstellen (doodshoofden enz). Da’s eigenlijk raar want Nazi’s hadden geen kaal hoofd. Wie wel hoef ik toch niet uit te leggen?

Thailand, 9 oktober – Zou het management van Baan Kaew Mansion mijn column van 26 september hebben gelezen? Als ze het niet hebben, zijn het de kaboutertjes geweest (Heb je die ook in Thailand?) of misschien een geest die beschikt over Google Translate. Ik signaleerde dat volgens een Notice, waar ik al jaren tegenaan kijk, afval dient te worden gedeponeerd in de vaten ‘in front of’ het hoofdgebouw. Maar ze stonden aan de achterkant. En zie, het wonder is geschied: ze zijn verhuisd naar de voorkant. Als nu ook nog het kromme Engels van de Notice wordt gecorrigeerd, ben ik helemaal tevreden. Ik wil er wel bij helpen.

Thailand, 8 oktober – (Vervolg van gisteren) Is dat alles aan geluiden, Dick? Je woont toch in Bangkok, volgens de Tom Tom Traffic Index 2016 na Mexico City de stad met het meest rampzalige verkeer. Maken de auto’s in Bangkok geen geluid? Moeten die niet een prominente plaats in je ‘The sounds of Thailand’ krijgen? Kan zijn, maar ik hoor ze niet. Het straatje waaraan ik woon, krijgt weinig bezoek van de Heilige Koe. In een willekeurig dorpsstraatje in Nederland is het drukker dan hier. Dat bevalt me aan mijn huidige habitat. Ik ambieer niet een woning aan Sukhumvit, Silom, Rama IX, met garantie op gehoorbeschadiging.

Thailand, 7 oktober – (Vervolg van gisteren) Even ergerlijk zijn de bouwgeluiden: een snerpende Black & Decker, een dito cirkelzaag, getimmer, geboor en dat gaat de hele dag maar door. Het wordt een enkele keer onderbroken door knetterend vuurwerk als een belangrijke fase van de bouw af is. Het vuurwerk moet de kwade geesten afschrikken. Soms hoor ik gezang, dat moet van een kerkgenootschap komen, want in tempels wordt niet gezongen, alleen gereciteerd en ik ken geen tempels bij mij in de buurt. Wat verder? Een tingeltje van een ijscoman die door de straat loopt, een snorrende naaimachine, een versterkte luide stem wanneer een pickup truck geladen met fruit, op zoek is naar klanten. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 oktober – (Vervolg van gisteren) Het onweer dat gepaard gaat met knetterende donderslagen, is deze week en voornamelijk ’s nachts het meest opvallende geluid, maar het is natuurlijk niet specifiek Thais. In Nederland zal het niet anders klinken. Het is momenteel regenseizoen, maar de rest van het jaar zwijgt Donar. Dit geluid neem ik niet op in mijn boek ‘The sounds of Thailand’. Wel als eerste het constante geblaf van honden. Het zijn er twee. Overdag, ’s avonds,’s nachts: het maakt ze niet uit. Van wie ze zijn, weet ik niet. Misschien zijn het ‘soi dogs’, zwerfhonden. Daarvan zijn er (te) veel in Thailand. (Wordt vervolgd)

Thailand, 5 oktober –  In mijn overigens bescheiden bibliotheek met boeken over Thailand en vertaalde boeken van Thaise auteurs bevindt zich een boek getiteld ‘The colours of Thailand’. Het is een fotoboek, zo een dat op de salontafel thuishoort, maar ik heb geen salontafel en trouwens ook geen salon. De invalshoek om foto’s op kleur te rangschikken, bracht me op het idee een boek te maken over de geuren van Thailand en eentje over de geluiden van Thailand. Dat zijn twee aspecten van Thailand die nauwelijks aan de orde komen in reisgidsen. Die boeken zijn er nooit gekomen, maar het idee is gebleven. Dus ga ik morgen iets schrijven over de geluiden die mij omringen. (Wordt vervolgd)

HofnarThailand, 4 oktober – Vandaag neemt uw columnist een vrije dag. Geen column vandaag. Mag dat? Nee, dat is in strijd met de (overigens ongeschreven) regels voor het columnisme. De meeste banen kennen een vijfdaagse werkweek, dat van columnist niet. We hebben ook geen vakbond, we kunnen niet klagen bij een ministerie of een VN-organisatie. In Thailand zou ik terecht kunnen bij de National Human Rights Commission en het ministerie van Cultuur. Maar dat ministerie is conservatief. Ik verwacht eerder dat ze zegt: schrijf eens iets positiefs over Thailand. Aan die opdracht voldoe ik graag. In Thailand schijnt (bijna) altijd de zon.

Thailand, 3 oktober – In de metro worden passagiers geacht op te staan voor zwangere vrouwen, monniken, kinderen en ouderen die moeilijk ter been zijn. Dankzij het regenseizoen behoor ik tot die laatste categorie. Steunend op mijn paraplu stap ik de metro in en meestentijds staat wel iemand op. Maar als ik geen paraplu bij me heb,  gebeurt dat zelden. Ik word niet herkend als oudere die moeilijk ter been is en daar ik ook niet in de andere categorieën val, rest mij niets anders dan als straphanger (lushanger) te reizen. Valt er een zitplaats vrij, dan moet ik er als de kippen bij zijn. Dan ben ik ineens niet meer moeilijk ter been.

Thailand, 2 oktober – Mocht u, gelokt door de naam Dutch Corner, de drang voelen de maaltijd te gebruiken in het restaurant op de hoek van Soi Cowboy en Sukhumvit Soi 23, voorheen gerund door een Nederlander: NIET DOEN. Ik at er vrijdag met een kennis uit Vlaardingen, Hans voor de intimi. In zijn gerecht, kip met cashewnoten, was geen cashewnoot te bekennen, in mijn gerecht was het varkensvlees afkomstig van een varken uit het bejaardentehuis. Ik heb er ooit Nederlandse gerechten geproefd. Andijvie stamppot met kapot gekookte andijvie, zuurkool stamppot waarin de zuurkool ondervertegenwoordigd was, bitterballen die op kanonskogels leken. Een schrale troost: de ober zette na afloop een bakje verse cashewnoten op tafel.

Thailand, 1 oktober – Gisteren schreef ik over de Diepvriesman. Vandaag wil ik het hebben over de Snelkookpanman. Sorry, grapje. Nee, een andere krimi waarvan ik smul, is de ophanging van een verdachte in een cel van de DSI, de Thaise FBI. Hoe deed hij dat? Hij bond zijn sokken om zijn nek en verbond die aan een scharnier van de deur. Althans volgens de DSI. In het ziekenhuis is tevergeefs geprobeerd hem te reanimeren. Uit de autopsie is gebleken dat hij is overleden aan een maagbloeding en gescheurde lever, wat wordt toegeschreven aan een klap met een hard voorwerp. Moord of zelfmoord, that’s the question.

Thailand, 30 september – Zou het een afwijking zijn? Ik smul van de misdaadverhalen in Bangkok Post, meest continuing stories zoals ze in de journalistiek heten. De laatste gaat over een in stukken gezaagd lijk dat in een diepvrieskist is gevonden. Ik noem hem de diepvriesman. Hij werd gevonden bij een inval in een huis waar drie paspoortvervalsers zich ophielden. Wie de diepvriesman is, weet de politie niet, want de verdachten praten niet. Omdat het lijk zo lang bevroren is geweest, zijn zijn vingerafdrukken te vaag om gebruikt te kunnen worden. Over de handel van de heren heb ik nog weinig gelezen. Kan niet wachten op het vervolg.

Thailand, 29 september – Mag ik vloeken? Ja, ik mag vloeken. Sigaretten waren op in het hotelwinkeltje. Slecht voorraadbeheer of eigenlijk geen. Dus naar de Seven (7-Eleven), begint het verdomme harder te regenen. Nu heb ik een grote paraplu, gespaard met zegeltjes van de Seven, maar mijn onderbenen werden toch nat (oei). Heb de keus tussen door plassen waden of ze ontwijken. Ik  schuifel als een oude man (maar dat ben ik ook) over het natte wegdek. Kleine stapjes, want slippers heten niet voor niets slippers. Tegen de meisjes van de Seven hoef ik niets te zeggen, die weten wat ik kom doen. Ik heb het overleefd. Joepie!

Thailand, 28 september – (Vervolg van gisteren) In mijn lessen aan de School voor Journalistiek haalde ik vaak een uitdrukking van Kuifje aan uit het eerste album, Kuifje in het land van de Sovjets. Dat is het enige album waarin hij als verslaggever actief is, in latere albums beleeft hij slechts avonturen. De uitdrukking luidt: Daar wil ik het mijne van weten. Kernachtiger kan ik niet zeggen waar journalistiek om draait (of behoort te draaien): nieuwsgierigheid, een drang om het naadje van de kous te willen weten. De krant die ik gebruik voor mijn rubriek Nieuws uit Thailand, stelt vaak teleur. Autoriteiten worden niet doorgezaagd. Mijn Thaise collega’s kennen Kuifje niet. Daar komt ’t door.

Thailand, 27 september – Eindelijk iets op de televisie wat de moeite waard is, The adventures of Tintin, en wat zien ik? Sneeuw. Leuk als het wintert, maar niet op een tv-scherm, alhoewel de beelden nog wel vaag herkenbaar zijn. De film is Thais ondertiteld en in het Thais nagesynchroniseerd, maar dat gok ik want het geluid is net zo slecht als het beeld. Als ik in een sterrenhotel zou logeren, zou ik klagen bij het management maar ik woon in een eenvoudig middenklasse hotel. Kuifje is verslaggever van Le petit Vingtième. Dat schept een band tussen ons. En hij weet waar journalistiek om draait. Dat vertel ik morgen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 26 september – De vaste bewoners van Baan Kaew Mansion maken er zeker een potje van, want ineens hangt in de lift en op andere plaatsen een Notice die ik al ken sinds het moment dat ik in het hotel mijn intrek nam. In krom Engels wordt verzocht afval te deponeren in de huisvuilvaten ‘in front of store’, waarmee het kruidenierswinkeltje van het hotel wordt bedoeld. Maar voor dat winkeltje staan geen vuilnisvaten en ze hebben er ook nooit gestaan. Mijn vingers jeuken om de receptie attent te maken op de kromme tekst, maar ik doe het toch maar niet. Te uwer info: de vaten staan achter het gebouw.

23-1Thailand, 25 september – Alle Thaise mannen worden geacht zich eenmaal in hun leven tot noviet-monnik te laten wijden. Vrouwen hoeven dat niet, die zijn van nature godvruchtig. Of de mannen veel opsteken van hun retraite, betwijfel ik als ik afga op wat ze allemaal uitvreten. De broer van mijn vriendin is ook een keer ingewijd. Dat moet de familie veel geld hebben gekost, want tientallen gasten zijn gefêteerd en er was een zang/dansshow gehuurd. Na enkele weken is hij de tempel uitgetrapt, want meneer had met andere novieten gevochten. Dat verbaast me niet want het is een agressief mannetje en voor mij was hij de aanleiding nooit meer een stap over de drempel van het ouderlijk huis te zetten, waar ik toen woonde.

Thailand, 24 september – Het is soms koud, dus heb ik kippevel. Ik gebruik de oude tussen-n regel van het noodzakelijk meervoud omdat ik die logischer vind dan de nieuwe (het meervoud is kippen, dus: kippenvel) . Op de oude regel waren uitzonderingen, op de nieuwe ook. Misschien moet ik qua spelling Thais gaan denken. Die nemen het bij de romanisering van hun woorden niet zo nauw. Voor mij levert dat een probleem op als ik iets in mijn archief zoek. Ctrl F vindt niets terwijl ik zeker weet dat ik het moet hebben. Ja, leven in Thailand is niet gemakkelijk, met of zonder kippe(n)vel.

Thailand, 23 september – Verandering van spijs doet eten, maar de verandering van gisteren is me slecht bekomen. In het eethuisje Sure Delivery, waar ik de laatste tijd wat vaker eet, bestelde ik gegrild varkensgehakt met gezouten vis. Op de kaart leek het wat, op mijn bord trof ik een plak samengeperst gehakt aan. Dus een mes gevraagd, een bestek dat zelden bij Thaise gerechten nodig is, en de plak gesloopt. Witte rijst erbij besteld en toen aangevallen. Kon de smaak niet goed thuisbrengen en echt lekker vond ik het niet. Lag ook zwaar op de maag. Dus terug naar wat ik ken. Leve de sleur.

Thailand, 22 september – Eerst heette het eethuisje Sure Delivery, nu Surely Delivery. Ik eet er de laatste tijd steeds vaker, want heb een gerecht ontdekt dat ik smakelijk vind: gebakken rijst met gezouten vis. Het is een van de 105 gerechten die op de (vernieuwde) kaart staan, voorzien van fotootjes, die zowaar scherp zijn. Maar of die allemaal leverbaar zijn, betwijfel ik. Vandaag ga ik een ander proberen: gegrild varkensgehakt, ook weer met gezouten vis. De gezouten vis bestaat uit minieme stukjes, maar ze hebben een sterke smaak en daar houd ik van. Klanten zitten zelden in Sure(ly) Delivery en veel Delivery zie ik ook niet. Hoe overleeft zo’n zaak?

Thailand, 21 september – Ik heb de laatste tijd steeds vaker moordneigingen. Dat komt: een hond hier in de buurt heeft de gewoonte vaak en langdurig te blaffen – op elk tijdstip van de dag en de nacht. Het liefst zou ik met een bijl naar buiten lopen. Om hem in verwarring te brengen, zeg ik ‘Brave hond’ en sla daarna genadeloos toe. Maar nog liever zou ik zijn baas vermoorden, want ongemanierde honden zijn het resultaat van ongemanierde bazen. Dus, de bijl in de baas. Een tweede kandidaat is een duif die voor het raam zit te koeren. Die gaat de pan in. Hoe zou een duivenboutje smaken?

Thailand, 20 september – Een populair tijdverdrijf in Thailand is behalve dronken worden karaoke. Wie zijn oren lief heeft, adviseer ik karaokebars te mijden. Het geluid staat er oorverdovend hard, de klanten en gezelschapsdames zingen meestal pijnlijk vals. Bij mij in de buurt zijn vijf barretjes. Ze zijn net zo armoedig als de meisjes die er werken. Die schenken de drankjes in en vullen telkens de glazen bij. Dat doen ze vaak, wat een voor de hand liggende reden heeft. Er liggen beduimelde mappen met de titels van honderden Thaise liedjes. In sommige bars, maar niet deze, bevatten ze ook Engelstalig repertoire: Beatle songs en het onvermijdelijk Hotel California. Ik waag me er wel eens aan.

Thailand, 19 september – (Vervolg van gisteren) Ik vermoed dat de drager van ‘Fuck off’ op zijn T-shirt de betekenis niet kent, maar de bedenker moet dat zeker geweten hebben. Hij zette er ook nog een opgestoken middelvinger bij. In mijn papieren woordenboek komt de verwensing niet voor, het bab.la woordenboek op internet geeft: oprotten, opdonderen, je kunt de pot op. Ik zei het eens toen een gezelschapsdame ongevraagd aan mijn tafeltje ging zitten en vroeg: ‘What’s your name?’ Het moet vaker tegen haar gezegd zijn, want ze droop af. Soms antwoord ik op die vraag: Nobody, wat ontleend is aan de titel van een bekende spaghettiwestern. Maar wat weten gezelschapsdames nou van spaghettiwesterns?

Thailand, 18 september – Laat ik weer eens enkele teksten op T-shirts onder de loep nemen. De tekst die ik het vaakst zie, luidt: ‘I am not perfect, but I am limited edition’. Een blik op de drager bevestigt doorgaans het eerste deel van de zin, maar bij die ‘limited edition’ zet ik vraagtekens. Zo ‘limited’ zijn de dragers niet. Ze duiken overal op, net als kakkerlakken. Een andere tekst die ik zag, klaagde ‘No one else like me’. De  vergeten s (derde persoon enkelvoud) zij de maker vergeven. Dat niemand de draagster aardig vindt, leek me terecht. Ten slotte een grove: ‘Fuck off’. Daarover morgen meer. (Wordt vervolgd)

Thailand, 17 september – Van de obers in Sarica zou je mogen verwachten dat ze redelijk Engels spreken, want er komen in het restaurant veel buitenlanders. Niet dus. Ik vroeg of ze een vestiging van de Siam Commercial Bank wisten. Dat begrepen ze nog wel. Maar toen ik zei dat ik een ADM zocht (om geld te storten) dachten ze dat ik een ATM (om geld op te nemen) bedoelde. Eén nam me mee naar een klein kantoortje van de SCB en wees op de ATM. Dat ik een ADM zocht, begreep hij pas toen ik met gebaren het verschil liet zien tussen geld  storten en opnemen. Thailand toeristenland? Ammehoela!

Thailand, 16 september – De tweeling peuters van de moddervette hulp-receptioniste hebben geen speelgoed, maar ze hebben wel elke dag andere kleding aan. Hun garderobekast moet uitpuilen. Elke dag krijgen ze snoepgoed of softdrinks. Ze spelen met het mobieltje van hun moeder en pakken dingen, waarvan wij zouden zeggen: afblijven, dat is geen speelgoed. Maar afpakken is er niet bij. De vader, ook al niet de slankste, zie ik zich nooit met de kindjes bemoeien. Misschien denkt hij dat zijn taak erop zit, nadat hij zijn zaad heeft gestort. Ik schreef het eerder: Thaise kindjes worden niet opgevoed, alleen gevoed (en soms ongezond).

Thailand, 15 september – Het regent, het regent, de straten worden nat. Kent u dat deuntje? Het spookt steeds door mijn hoofd als het hier regent. Meestal ‘s avonds, nooit erg lang, met uitzondering van één wolkbreuk (ja, mijn schoenen zijn goed opgedroogd – dank voor de belangstelling) en dito zondagnacht toen het de hele nacht zo’n beetje bleef druppelen. Ik probeer me voor te stellen hoe de mensen zouden reageren wanneer de straten droog bleven. Breekt paniek uit? Gaan ze dansend de straat op? Protesteren ze bij het Meteorological Department? Voor Bangkok zouden droge straten een zegen zijn. Nooit meer ondergelopen straten, decimeters hoog.

Thailand, 14 september – Onderaan de roltrap in metrostation Sam Yan staat de waarschuwing ‘Please mind your step’. Elke keer als ik die passeer hoor ik het Schiphol stemmetje aan het eind van de trottoirs roulante zeggen ‘Mind your step’. Dat is een tweetoons liedje, bestaande uit mi-mi-do. Ik kan de bijbehorende handgebaren er bij maken (op de kweekschool geleerd en vaak gebruikt), maar dat doe ik niet. De mensen zouden kunnen denken dat ik baa baa boh boh (gek) ben. In Thaise termen bestaat ‘Mind your step’ uit twee hoge tonen en één lage toon. De Thaise toontaal is moeilijk te leren, vooral op oudere leeftijd. Muzikale mensen schijnen er minder moeite mee te hebben.

Thailand, 13 september – De motortaxibestuurder die mij een pijnlijke, maar gelukkig niet gebroken duim bezorgde is weer terug (zie FB van zaterdag en zondag). Heb hem de ziekenhuisrekening gegeven. Betalen is er natuurlijk niet bij, want ik heb ‘big money’. Hij en de andere bestuurders die als idioten rijden, hebben niet eens in de gaten dat ze hun leven en dat van de passagier in gevaar brengen. Even snel de andere weghelft opschieten om in te halen, moet toch kunnen. Dat al dat gejakker benzine vreet, zullen ze ook wel niet snappen. Thailand heeft het op een na hoogste aantal verkeersdoden ter wereld. Mij verbaast het niet.

Thailand, 12 september – Het kan geen toeval zijn dat de motortaxibestuurder, verantwoordelijk voor mijn pijnlijke duim (zie FB van gisteren), zich niet meer vertoont op de standplaats in mijn  straatje. Ik heb zijn collega’s de ziekenhuisrekening getoond en met gebaren (hopelijk) duidelijk gemaakt dat hij de kosten mag vergoeden. Dat zullen ze ongetwijfeld doorverteld hebben, Thais weten (bijna) alles van elkaar. Om mijn ‘lijden’ te benadrukken, draag ik buiten de speciale steunhandschoen die ik in het ziekenhuis heb gekregen. Zodra ik binnen ben, gaat die uit. De orthopeed heeft me geadviseerd de handschoen niet tijdens het douchen te dragen. Die man heeft verstand van zijn vak.

Thailand, 11 september – Sommige motortaxibestuurders rijden als idioten. Ik mijd ze als de pest. Van deze man had ik het niet verwacht. Ik schold hem uit toen hij een gevaarlijke inhaalmanoeuvre uitvoerde, waarop hij reageerde door het gas verder open te draaien. Natuurlijk moest dat fout gaan en het ging fout. Hij moest abrupt remmen voor een overstekende voetganger. Ik bezeerde mijn linkerhand. Naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto. Niets gebroken, maar mijn duim blijft pijnlijk. De rekening bedroeg 3.480 baht. Die schuif ik hem onder zijn neus. Als hij me 174 keer gratis naar metrostation Huai Khwang brengt, praten we nergens meer over. Het probleem is wel: ik ga nooit meer bij hem achterop zitten.

KuifjeThailand, 10 september – (Vervolg van gisteren) Voorafgaand aan mijn gastles gebruikten de docente en ik de lunch in de kantine, zeg maar restaurant, want Thai houden van uiterlijk vertoon. Een buitenlandse docent vertelde me dat hij de deur van de collegezaal aan het begin van zijn colleges op slot deed. De laatkomers moesten wachten tot de pauze. Van een andere docent weet ik dat hij studenten laat zakken bij tentamens, als hun werk onvoldoende is. De deken van de faculteit riep hem op het matje, want zakken betekent gezichtsverlies en dat is het ergste wat Thai kan overkomen. Door te schermen met de contacten van zijn vrouw in de hoogste kringen, bond de deken in.

Thailand, 9 september – (Vervolg van gisteren) Behalve dat de studenten hun bek niet hielden, wat ze bij mijn lessen in Utrecht wel deden en zeker zouden doen bij een gastdocent, viel me nog meer op. De docente vroeg of ik een Powerpoint presentatie had. Die had ik niet, ik had kopieën van enkele artikelen bij me. Ze gaf me ook de microfoon, maar die heb ik niet gebruikt. Als schoolmeester weet ik: als het rumoerig is, moet je zachter gaan praten, maar zelfs dat had geen effect bij dit zootje ongeïnteresseerde studenten communicatiemanagement. Powerpoint? Thai zijn gek op de vorm, de inhoud is secondair. Ik noem Thailand daarom een operetteland. (Wordt vervolgd)

Thailand, 8 september – (Vervolg van gisteren) De volgende keer doe ik het anders. Nadat ik me heb voorgesteld, zeg ik: Zijn er vragen? Laat een stilte vallen en zeg, als niemand een vraag stelt: Nou, jongelui, dan is dit het einde van de les. En laat opnieuw een stilte vallen om vervolgens uit te leggen: journalistiek draait om vragen stellen, om nieuwsgierigheid (en laat bijgaande tekening zien). Als jullie geen enkele vraag kunnen bedenken, adviseer ik een ander beroep te kiezen. Bij voorbeeld vuilnisman, dat is ook een heel nuttig beroep. En daarna ga ik koffie drinken met de docente, die ik uiteraard tevoren inlicht. Ik begrijp sinds mijn gastles beter waarom Bangkok Post zoveel steken laat vallen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 7 september – Ik heb jaren geleden een gastles over journalistiek gegeven aan de Chulalongkorn universiteit, zeg maar de Leidse universiteit van Thailand. De docente had me gewaarschuwd: de studenten komen te laat en ze houden hun mond niet. Dat klopte: ze kwamen te laat en ze zaten te kletsen, waardoor ik een paar keer uit mijn slof schoot  met ‘Shut up’, een nogal grof verzoek om hun kop te houden. Het interesseerde de hoofdzakelijk vrouwelijke studenten geen moer wat ik vertelde. Ze zitten er alleen maar voor hun bachelors diploma om dat thuis ingelijst op te hangen. Erg hard kunnen ze niet studeren, want zakken is er niet bij. Eén student stelde een vraag: een Amerikaanse jongen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 september – Charlie Chaplin al een tijd niet gezien. Dat is de bijnaam die ik een Thaise jongen heb gegeven omdat hij net als Charlie met zijn voeten in de V-stand loopt. Denk er het stokje en hoedje bij en Charlie is in hem gereïncarneerd. Soms verkoopt hij onduidelijke spullen op het gebied van lichaamsverzorging. Zijn persoonlijke eigendommen bewaart hij in een nis in mijn uitgaansstraatje, waar hij volgens mij ook slaapt. René Artois van Allo Allo is er ook weer. Een farang met dezelfde intonatie als de uitbater van café René, ook dezelfde lichaamsbouw. Nu nog de kleding en dan is het beeld compleet.

Thailand, 5 september – Soms denk ik dat Thais kleine kinderen zijn. Die kunnen op een bepaalde leeftijd de meest onwaarschijnlijke verhalen ophangen. In het nieuws is momenteel de dood van een verdachte in een politiecel. Hij zou zich opgehangen hebben door zijn sokken om zijn hals te binden en vast te maken aan een scharnier van de celdeur. Nou ken ik toevallig die Thaise sokken: ze steken amper boven iemands schoenen uit, reden waarom ik ze nooit koop. Hoe kan iemand die bij zijn volle verstand is zo’n verklaring geven en daar later geen afstand van nemen als uit de autopsie blijkt dat de man is overleden aan een maagbloeding en gescheurde lever?

Thailand, 4 september – Laat ik weer eens wat opschriften op T-shirts doornemen. De meest opvallende vond ik ‘I am here’, een uitspraak die me deed denken aan drs P en zijn fameuze lied De Veerpont (Heen en weer). Ik ben hier, lijkt me een vrij overbodige mededeling want waar zou de drager van het shirt anders kunnen zijn? Een ander T-shirt meldde: Cry for the moon. Zei me niets, maar blijkt een nummer uit 2004 van Epica te zijn, een Nederlandse symfonische metalband. En verder zag ik nog een petje waarop stond Nothing. Sommige mensen hebben een uitzonderlijke zelfkennis. Wat voor de drager pleitte: de pet stond niet achterstevoren op zijn hoofd.

Thailand, 3 september – Ik praat graag in mezelf, want dan luistert er tenminste iemand naar me. In de hal van metrostation Sukhumvit passeerde een man met een heel grote, grove neus mij. Ik zei: ‘Wat een gok.’ Op het perron zei ik wat later: ‘Ik praat graag in mezelf, want dan luistert er tenminste iemand naar me.’ Over de geluidsinstallatie klonk een bericht. In het Engels. Ik verstond er geen woord van. Op het terras van Old Dutch zat een man achter een laptop. Hij keek nogal chagriijnig. Ik zei: ‘Wat doet een man die chagrijnig kijkt, achter zijn laptop?’, want ik praat graag in mezelf.

Botero First LadyThailand, 30 augustus – Waarom kennen we wel de uitdrukking ‘wat een gezellige dikkerd’ en niet ‘wat een gezellig scharminkel’?  Die vraag welde in me op bij het zien van drie Amerikaanse vrouwen: twee dikke en een dunne. De dikke hadden guitige gezichten en lachten veel, de dunne vertrok geen spier (ik vond haar neus in verhouding tot haar gezicht ook te groot). De ideale oplossing zou zijn de gezichten van de dikke vrouwen, de onderkin weglatend, op slanke vrouwen te zetten. Voordat ik beticht word van seksisme: dit geldt natuurlijk ook voor mannen. Dit bedacht ik allemaal in de metro tussen Huai Khwang en Sam Yan, maar dat heeft er niets mee te maken.

Thailand, 29 augustus – De Government Savings Bank (GSB) is op uiterst geraffineerde wijze 12 miljoen baht lichter gemaakt. De dieven bewerkten 21 betaalautomaten met malware waardoor ze volledig toegang tot de ATM kregen. De malware koppelde de ATM af van het netwerk van de bank, waardoor de bank dacht dat het apparaat buiten werking was. Bovendien zorgde de malware ervoor dat de ATM per opname veertig bankbiljetten verstrekte in plaats van het normale maximum van twintig. Een mooie kraak, niet waar? Er is geen bloed gevloeid en rekeningen van klanten bleven ongemoeid. Als het gestolen geld nu ook nog wordt weggegeven aan de armen, is Robin Hood terug.

Op 28 augustus is geen column verschenen.

Thailand, 27 augustus – Bangkok, woensdagavond. Toen ik vertrok uit mijn uitgaansstraatje Soi Twilight, druppelde het, dus leende geen paraplu. Toen ik aankwam op metrostation Huay Khwang was het een wolkbreuk met donder en bliksem. De hal van het station zat vol met wachtende mensen. Ik nam een run naar de 7-Eleven en kocht een parapluutje en regenjas, zo’n flodderding, maar het beschermt. Voetje voor voetje waadde ik door decimeters hoog water. De passerende auto’s zorgden net als schepen voor hekgolven die over het trottoir stroomden. Deed me denken aan de branding. Overal dreef afval. Het laatste stukje, Ratchada soi 7, was niet overstroomd. Hopelijk drogen mijn suède, uiterst comfortabele schoenen (Spaans makelij) goed op.

Thailand, 26 augustus – (Vervolg van gisteren) Maar goed, het eten is goedkoop in de Bunker en het vult de maag indachtig het gezegde: honger maakt rauwe bonen zoet. Mijn vriendin doet zich te goed aan een gerecht dat bestaat uit onkruid, slachtafval, slierten tagliatelle, gedrenkt in een rode smurrie. Ze vindt het lekker. Hanteert bedachtzaam de eetstokjes. Het is de enige keer dat ze het eten niet in grote happen in haar mond propt. Ik eet French fries en kipfilet. Pluimpje voor de kok; niet voor zijn culinaire prestaties, maar zijn zoontje draagt een helm wanneer papa hem op de motorfiets naar school brengt. Dat zie je niet veel in Thailand.

Thailand, 25 augustus – Aan het eind van de maand hangt de lamp voorover, zoals dat vroeger bij ons thuis op vrijdag heette. Het zaterdag voor een week gebraden vlees was op. Ik weet niet meer wat er ter compensatie op tafel stond: vis misschien? Wanneer het geld opraakt, moet er bezuinigd worden. Bezuinigen op koffie en sigaretten zouden het meest opleveren, maar breng dat een verslaafde maar eens aan zijn verstand. Dus eten we goedkoop. In een betonnen ruimte, vergeleken waarmee een Duitse bunker uit WO II een gezellige pleisterplaats is. Je zit er op kleine harde houten krukjes, wat bij vrouwen met een forse derrière een lachwekkend gezicht oplevert. (Wordt vervolgd)

Thailand, 24 augustus – Geen kwaad woord over het Koninklijk Huis, want majesteitsschennis is hier een ernstig vergrijp. Bovendien ben ik een fan van prinses Sirindhorn. Getalenteerd, intelligent  en sympathiek mens. Ze is niet erg gecharmeerd van het verplichte protocol, weet ik van een journaliste die verslag heeft gedaan van het koninklijk bezoek in 2004 van koningin Beatrix aan Thailand. Het tv-journaal heeft in iedere aflevering een item over koninklijke bezoeken en graduations. Stijve poppenkast, waarin elke spontaniteit ontbreekt. Nog erger zijn de groepjes Thai in identieke kleding die een bos bloemen neerzetten voor het portret van de vorst. Ze buigen onderdanig  en de vrouwen maken een reverence. Mij niet gezien.

Thailand, 23 augustus – (Vervolg van gisteren) Ik vraag me wel eens af: wat leren die kinderen op school? Zelfs de meest eenvoudige Engelse woordjes begrijpen ze niet en hoofdrekenen staat ook niet op het rooster. Om het wisselgeld uit te rekenen, moet de zakjapanner eraan te pas komen. Omdat ik wel wat geleerd heb op school, versla ik met gemak de rekenmachine. Dat Thailand bij internationale onderwijsvergelijkingen onderaan bungelt, verbaast me niet. Begin dit jaar is de Asean Economic Community van kracht is geworden. Als beter geschoolden uit buurlanden de Thaise arbeidsmarkt opstromen, maken de Thaise sollicitanten geen schijn van kans. Tenzij ze een familielid als kruiwagen hebben.

Thailand, 22 augustus – Op de vierde dag na mijn terugkeer naar Thailand, had ik al een momentje van ergernis. Ik heb ze niet vaak en als ik ze heb, zou ik willen schreeuwen. Maar ik doe het niet, want het heeft geen enkel effect. De ergernis betrof twee trutjes achter de kassa van 7-Eleven, die ik probeerde duidelijk te maken dat bij het koffieapparaat de koffiecups op waren. Ik kon het ze niet aan het verstand brengen. Van een andere balie had ik al een afwijkend kartonnen bekertje gepakt. Voordeel: ik hoefde de koffie niet te betalen, want ze herkenden de beker niet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 21 augustus – Scène, typisch voor de soaps die ik noodgedwongen met een half oog kan volgen. In een bos staat een jonge vrouw met betraande ogen tegenover een strak kijkende jongeman, die ik als ik het goed begrijp overleden is. Zal dus wel zijn geest zijn. Een motorrijder komt aanrijden. Hij zet zijn integraalhelm af. Deze knaap kijkt héél ernstig, vijandig zelfs. Hij loopt naar het tweetal en geeft de geest een muilpeer. De vrouw probeert, schreeuwend, de vechtersbazen te scheiden. Ze loopt weg en de boze motorrijder vertrekt. Hij haalt later de vrouw in. Enzovoort. Thaise soaps zijn oervervelend, clichématig en overgeacteerd.

Thailand, 20 augustus – (Vervolg van gisteren) De luchthaven van Dubai heeft een mooie rookruimte. Geen kleine, stinkende smoking room zoals op Suvarnabhumi, maar een ruim bemeten, smaakvol ingerichte en goed geventileerde Winston Smoking Lounge. Dus behalve met rond banjeren, bracht ik daar, rokend, ook wachttijd door. Op Schiphol ontdekte ik een grote rookruimte, waar geen kip stond in tegenstelling tot het enge, kleine hok bij het Casino. Ik ga niet zeggen waar die ruimte is, want dan loopt die ook vol. Hint: Je kunt er alleen komen via een restaurant. Tja, je bent verslaafd aan nicotine of je bent het niet. En begin nou niet te zeuren over de gevaren. Die staan op elk sigarettenpakje vermeld.

Thailand, 19 augustus – (Vervolg van gisteren) Ik was met een Airbus gearriveerd in Dubai; de tweede etappe zou met een Boeing worden gemaakt. Het boek van Luyendijk had me moeten behoeden voor de verveling. Het handelt over zijn studiejaar in Egypte. ‘Politieke dictatuur, religieuze dogmatiek en verstoorde omgang tussen de seksen: daarmee kan de Arabische wereld niet nuchter omgaan’, zegt een van zijn gesprekspartners. Boeiende lectuur, maar ik kon me slecht concentreren. Vond het leuker om op de extravagante luchthaven rond te banjeren en mij te vergapen aan merkartikelen die ik nooit zal en als eenvoudige AOW-er kan kopen. Dus vloog de tijd toch om. (Wordt vervolgd)

Thailand, 18 augustus – ‘Een goede man slaat soms zijn vrouw’, heet het boek. Het telt 233 pagina’s: een ideale omvang om de overstaptijd van ruim vier uur in Dubai door te komen. Van de auteur, Joris Luyendijk, had ik al ‘Het zijn net mensen’  gelezen en dat was bevallen. Dus kocht ik het bij de Ako op Schiphol. Het Verzameld werk van Willem Elsschot (768 pagina’s), dat ik aanvankelijk had willen meenemen, had ik thuis achtergelaten, want had ik inmiddels uitgelezen. Vooral ‘Het tankschip’ over een geval van belastingontduiking was bevallen. Altijd leuk om te lezen hoe je de fiscus kunt tillen. Maar van lezen kwam niet veel in Dubai. (Wordt vervolgd)

Thailand, 17 augustus – De eerste dagen na een verhuizing speur ik naar veranderingen. In Vlaardingen was weinig veranderd. Ja, er stonden weer meer winkelpanden leeg en de straten maakten door het vele onkruid een verwaarloosde indruk. Mijn twee stamcafés boden een vertrouwde aanblik. In mijn onmiddellijke omgeving in Bangkok vordert de bouw van een flat van vijf verdiepingen. De nieuwe 7-Eleven noemde ik gisteren al. ’s  Avonds uit geweest en geconstateerd dat bij poolbiljart ballen nog steeds met een beetje geluk zo nu en dan in een pocket terecht komen. Da’s vertrouwd. Veel bekende gezichten gezien, maar een leuk gesprek valt niet te voeren. Daarvoor had ik in Nederland moeten blijven.

Thailand, 16 augustus – In mijn directe omgeving is een nieuwe 7-Eleven geopend. Dus heb ik nu de keuze uit vijf filialen op loopafstand. De nieuwe heeft een forse omvang, dus een ruim assortiment. Die wordt mijn nieuwe foerageringsplaats. Eentje blijft nog wel profiteren van mijn inkopen, want die verkoopt als enige elke dag vers banket. Daar haal ik (beter gezegd: mijn vriendin) elke ochtend verse croissantjes voor mijn ontbijt. Is de nieuwe loot aan het 7-Eleven imperium een bewijs dat het goed gaat met de economie? Nee, de franchiseondernemer denkt: wat anderen kunnen, kan ik ook. Zo redeneren ze hier. Dat hij in dezelfde beperkte vijver vist, deert hem niet.

Thailand, 15 augustus – Mijn culinaire verlanglijstje op de valreep afgewerkt. Vrijdag kocht ik op Schiphol een gevulde koek. Die ontbrak nog. Mosselen, aardbeien, haring, bitterballen, kroketten hadden mijn smaakpapillen al beroerd, een gevulde koek nog niet. Rare naam trouwens: zijn er dan ook koeken die niet gevuld zijn? De gevulde koek is een ideaal tussendoortje. Goedkoop, de eetlust wordt er niet door beïnvloed, maar je hebt toch wat in je maag om je ergste honger te stillen. De terugreis naar Thailand verliep gladjes. Alleen de Golf van Bengalen zorgde, zoals gebruikelijk, voor enige turbulentie. De wachttijd bij Immigration was kort, mijn koffer had de reis overleefd. Ik denk: dankzij de gevulde koek.

Wegens vakantie in Nederland is de rubriek tussen 11 juni en 15 augustus niet verschenen en vervangen door Bericht uit Holland.

Thailand, 11 juni – Wat krijgen we nou; Geen leuke column van Dick van der Lugt? Of [doorhalen wat niet verlangd wordt]: Godzijdank, vandaag zijn we af van dat irritante gezeur van Van der Lugt, die zelden een goed woord over heeft voor Thailand en Thaise mensen; de chagrijn. Je vraagt je af: waarom rot hij niet op niet naar zijn eigen land. [Ik neem het vocabulaire over van het gepeupel.] De verklaring is simpel: ik ben al in vakantiestemming, alhoewel die pas op maandag ingaat. Mijn column gen laat het even afweten. Ik droom al van nieuwe haring, Dobbe kroketten en een prakkie. Medio augustus ben ik weer present.

Thailand, 10 juni – Mijn vriend is een ‘viezen eter’. Zo zeggen ze dat in zijn negorij aan de grens met België. Hij vindt maar weinig (Nederlandse) gerechten lekker. Ik heb dat met Thaise gerechten. Toen ik nog bij mijn disfunctionele schoonfamilie op het platteland woonde, werd er apart voor mij gekookt. Want wat zij aten, zag er niet uit, stonk en smaakte niet. Er zijn maar weinig Thaise gerechten die ik lekker vind en dan hangt het er ook nog van af wie ze bereidt. Ik eet vaak roergebakken gehakt met basilicum en witte rijst, maar de kwaliteit varieert van matig (elders) tot goed (restaurant Sarica). Ook lekker: gebakken rijst met zoute vis.

Thailand, 9 juni – Ik kijk naar een charade, een schijnvertoning, vooraf ingestudeerd. Als het afgelopen is, trekken de spelers hun met insignes en eretekens bezaaide uniform uit en gaan naar huis. Zo, dat hebben we toch maar mooi gepresteerd! Hoe komt het toch dat ik de nieuwsverslaggeving op de tv niet serieus kan nemen? Ik zie twee nieuwslezeressen die het nieuws in ijltempo voorlezen, ik zie een grote zaal met de tafels in U-opstelling, aan het hoofd premier Prayut en aan de twee poten voornamelijk mannen die heel gewichtig kijken en in papieren bladeren. ’t Kan niet echt zijn, ’t is een operette. Thailand: Das Land der Facade.

Thailand, 8 juni – Verlanglijstje van een Thai: Motorfiets (Honda of Yamaha), televisie (Panasonic, groot scherm), smartphone (Samsung), donuts (6 stuks), ventilator (Hatari), karaokeset met speakerkasten, nieuwe kleren, haarverzorging, vakantie in Pattaya, copieuze maaltijd, bioscoopje (het liefst iets met geesten), schaatsen, casinobezoek (illegaal of legaal in Cambodja), staatsloten (lucky number te koop bij een monnik), avondje stappen met vrienden (veel alcohol, wippie maken – mot kunne), tweede mobieltje, tweede motorfiets, tweede televisie, huisinrichting, garderobe en kuttelikkertje voor mia noi, bezoek aan Spa, bezoek aan Fitness (niet overdrijven, eenmaal per week), auto met privé chauffeur (met epauletten en pet), villa met oprijlaan, donatie aan Wat Phra Dhammakaya (voor een beter volgend leven).

Thailand, 7 juni –  Het Thaise nieuws wordt momenteel gedomineerd door twee affaires en beide spelen zich af in een tempel. De bekendste, althans bij toeristen, is de tijgertempel in Kanchanaburi. Jarenlang verdacht van wildhandel en eindelijk ontmaskerd. Om een paar gruwelijke vondsten te noemen: karkassen van tijgerwelpen, organen, amuletten gemaakt van tijgerbotjes, tijgerhuiden enzovoort. De andere tempel, bekend bij Thai, is Wat Dhammakaya, een protserig complex van 32 hectare. Lang verhaal, allemaal te lezen op mijn blog. Overeenkomst? De twee ‘tempels’ gedragen zich als een maffiabende. Het leidend principe is geld verdienen. De wet is een papieren tijger. Maar de toeristen blijven komen, dus who cares?

Thailand, 6 juni – Zat in een taxi waarvan de bestuurder elke keer als er een gaatje voor zijn wagen viel, gas gaf. Dat gaf dezelfde sensatie als een botsauto op de kermis. We zaten in de file want het was spitsuur. Taxichauffeurs hebben een hekel aan files, want de taximeter tikt dan langzaam. Soms weigeren ze passagiers op te pikken als ze weten dat ze een file kunnen verwachten. Dat mag niet, maar wat niet mag in Thailand, is geen reden om het niet te doen. Dat ze daardoor in hun eigen vlees snijden, lijkt hen niet te deren, want voor een beloofde tariefsverhoging heeft de regering nog steeds geen toestemming verleend.

Thailand, 5 juni – Klassieke muziek saai? Klassieke muziek zware kost? Luister naar het rondeau van Rameau uit de balletopera Les Indes Galantes (1735). Dat zou gisteren gecomponeerd kunnen zijn als popsong. Let ook op het plezier dat sopraan Magali Léger beleeft aan haar optreden. Het filmpje heeft al 1.365.380 views gescoord en een fors aantal daarvan komt voor mijn rekening. Ik word  vrolijk van deze muziek. Klik hier: https://www.youtube.com/watch?v=RKvd4tMkFHc, en vervolg je kennismaking met Rameau met de akte Les Sauvages. Let vooral ook op de man met de trommel, links in beeld. Hij zou hoge ogen gooien in een wedstrijd twirling. Klik hier voor de Wilden: https://youtu.be/3zegtH-acXE

Thailand, 3 juni – Ben al verscheidene malen iemand tegengekomen met op zijn shirt de tekst Fly Emirates. Dat is de maatschappij die mij op 13 juni naar Nederland brengt en twee maanden later weer terugbrengt. Ik heb de neiging om de dragers te vragen: Hoe weet je dat ik met Emirates vlieg? Zag op een ander shirt de tekst: No is a complete sentence. Ik dacht: goh, die man heeft verstand van taal, want een zin hoeft inderdaad niet noodzakelijkerwijs langer te zijn en een werkwoord en onderwerp te bevatten. Ik maak ook wel eens zinnen met één woord. Laatst nog: Terecht. De nee-zin intrigeert me. Wanneer zou de drager die gebruiken?

Thailand, 2 juni – De tuktuk is het meest Thaise openbaarvervoermiddel, maar niet het meest comfortabele, vooral als de bestuurder een snelheidsduivel is of verkeersdrempels als uitdaging ziet. Tuktuks zijn verplicht gesteld rechts een stalen rooster te monteren, want er schijnen wel eens passagiers uitgekukeld te zijn. Ik ken één tuktuk die zo’n rooster heeft, de meeste volstaan met draadjes in de vorm van een spinneweb. In één tuktuk kan ik mijn benen strekken, maar in- en uitstappen is wel iets lastiger door de afstand tussen bank en in/uitgang. Eén tuktuk mijd ik het liefst. De bestuurder heeft achter de bank een speakerkast gebouwd, de houten rugleuning doet pijn aan mijn ruggegraat.

NB Volgens de nieuwe tussen-n regel moet het spinnenweb en ruggengraat zijn, maar die spelling vind ik lelijk.

Thailand, 1 juni – Bij een brand in het slaapgebouw van een school in Chiang Rai zijn 17 kinderen om het leven gekomen. Ze sliepen op de eerste verdieping en zaten als ratten in de val. Enkelen zagen kans uit een raam te klimmen en via aan elkaar geknoopte doeken en dekens zich te laten zakken. In mijn hotel hangt in het trappenhuis een haspel met een beschimmelde slang. De beugel aan de binnenkant van de kamerdeur en de mogelijkheid om de deur aan de buitenkant met een hangslot af te sluiten getuigen ook niet van gevoel voor brandpreventie. Wat wel goed is: aan het eind van de gang is een metalen brandladder naar de begane grond. Ik ben in hotels geweest, waar de nooduitgang was afgesloten.

Thailand, 31 mei – In de lift van mijn hotel mag niet gerookt worden. Terecht. Maar vrouwen mogen er wel de lucht verpesten met parfum, eau de parfum, eau de toilette of een nagemaakt reukwatertje. En da’s niet eerlijk, o nee, zou Calimero zeggen. En ik zeg het hem na, want die parfumstank is soms niet te harden. Als ik uit de lift stap, hangt de geur nog in mijn neus en duurt het lang voor ik weer de ongezonde lucht van Bangkok ruik. In het kader van de anti-discriminatiewetgeving stel ik voor dat in de lift een bordje komt te hangen: No Perfume. Op straffe van 2.000 baht.

Thailand, 30 mei – (Vervolg van gisteren) In de communicatieleer heet dat ruis. Het klinkt misschien raar, maar wat de een zegt, is niet wat de ander hoort. Daarom kunnen discussies gierend uit de hand lopen. Ik heb dat enige tijd geleden zelf nog meegemaakt in een discussie per email met een goede vriend. We dachten over hetzelfde te discussiëren, maar dat deden we niet. Ik kwam er te laat achter om de discussie in goede banen te leiden en of hij het snapt, betwijfel ik. Daarna zijn we maar gestopt met mailen. Taal is soms een verraderlijk instrument met gevaarlijke, goed gecamoufleerde valkuilen.

Thailand, 29 mei – Toen de uitbater van de Ocean Bar mijn Campari soda neerzette, stootte hij per ongeluk tegen mijn brandende sigaret. Het glas met Campari overleefde de botsing, maar de arm van de man blijkbaar niet. Het daarop volgende uur bleef hij over het brandplekje wrijven alsof hem iets vreselijks was overkomen. Ik had willen zeggen: Het gaat wel over voordat je een meisje bent, maar gezien zijn gepijnigd gelaat leek me dat niet zo tactisch. Want hoe vat de ander zo’n opmerking op: als troost of als gevoelloosheid? Je weet het niet. Dus nam ik maar het zekere voor het onzekere en zei niets. (Wordt vervolgd)

Thailand, 28 mei – (Vervolg van gisteren) Behalve de John Wayne types die ik gisteren beschreef, heb je de pendulelopers. Ze neuriën: De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas. Zwaaien met hun armen, de linker synchroon met het rechterbeen, het rechter met het linkerbeen. Houd afstand want als je geraakt door de slingerbeweging krijg je een gevoelige tik. Verder heb je nog de snelwandelaar, altijd gehaast en op weg naar iets héél belangrijks; waarom zou je je anders haasten bij temperaturen van 30 graden plus? Ikzelf ben de slenteraar, de bon-vivant, een lopende uitkijkpost. Ja, het verveelt nooit: mensen kijken.

Saloon 2Thailand, 27 mei – Als niet-telefoonzombie heb ik alle gelegenheid om het oog te laten weiden. Het kan vrijelijk bewegen zonder de dwang van vruchtjes op een beeldschermpje die mij iets willen laten doen wat ik ooit in mijn kleuterjaren deed. Dus observeer ik. Mijn laatste project is: hoe lopen mensen? Je hebt de John Wayne types. Tussen hun armen en torso bevindt zich een lege ruimte die bij cowboys wordt opgevuld door twee holsters met revolvers. Ik hoor Wayne al zeggen als hij een saloon betreedt, bezweet na een lange rit te paard door de woestenij van Nevada: Hände hoch (Duits nagesynchroniseerde versie). (Wordt vervolgd)

Thailand, 26 mei – Ik ken geen leuke caféterrasjes in Bangkok, wel in Vietnam waar ik in 2009 enkele maanden op vakantie was. Het meest bijzondere vond ik Cat Dan 62. Het café bevindt zich op de eerste verdieping van een groot pand, waarin ook een bioscoop is gevestigd. Als je niet zou weten dat hier een café was, zou je er straal voorbij lopen. En dat zou jammer zijn, want dit moet het enige café ter wereld zijn met een vijver op de eerste verdieping. Midden in de vijver ligt een eilandje met twee tafeltjes, te bereiken via een bruggetje van boomstammen. Het café heeft twee entresols en een lounge, het dak is van glas.

Thailand, 25 mei – (Vervolg van gisteren) En Sarica is niet eens het minst servicegerichte etablissement dat ik ken. Het kan nog erger. In andere ben ik in concurrentie met het mobieltje. In een zaak waar ik wel eens kom om pool te spelen, is de pooltafel soms bezet door het personeel. Het komt niet in hen op om de tafel vrij te maken voor mij als klant. Dus loop ik maar weg, wat de zaak toch aan inkomsten scheelt. Over Dick’s café klaag ik niet. Mag zelfs mijn eigen koffie meenemen (14 baht bij de Family Mart), want hun koffie valt tegen. Vinden ze niet erg. Maar ik bestel dan wel een flesje water ad 70 baht.

Thailand, 24 mei – Ik vraag me wel eens af of de Thaise taal een woord voor service kent. En als dat wel het geval is, is het een houding die Thaise werknemers in de horeca zich nog eigen moeten maken. In restaurant Sarica (prima keuken, grote porties) staat het personeel vaak bij de ingang om voorbijgangers te lokken – met de rug naar de klanten. Probeer dan maar eens hun aandacht te trekken. Je krijgt er gratis water bij de maaltijd, maar bijvullen wordt nog wel eens vergeten, evenals tandenstokers. Afrekenen? Vaak loop ik naar degene die me bediend heeft en duw het vereiste bedrag in zijn handen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 23 mei – Op 19 mei kreeg het ss Rotterdam mijn stem en belandde het passagierspakhuis Harmony of the Seas op de laatste plaats tijdens een (denkbeeldige) beautycontest, die ik mocht jureren. Op nummer 2 zet ik de Willem Ruys, het voormalig vlaggeschip van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Ik heb één keer op het schip rondgebanjerd. Het schip maakte toen rond-de-wereld reizen van drie maanden. Bij het vertrek rolden de passagiers serpentines af. Ik kon mijn weg blindelings op het schip vinden, want had de plattegrond uit mijn hoofd geleerd. De Lloyd was mijn hobby, waardoor ik als jurylid bevooroordeeld was. Maar dat hoort bij schoonheidswedstrijden. Ja toch?

Jacques Brel 2Thailand, 22 mei – Jacques Brel zag ik in de Rotterdamse schouwburg. Ik heb het programmaboekje nog. Maarten van Roozendaal tweemaal in de Harmonie in Vlaardingen. Hij signeerde een cd voor me. Astrid Gilberto in de Doelen. Het geluid was zo slecht dat het concert een keer moest worden stil gelegd. Nina Simone, Miriam Makeba, Tania Maria, Stephan Grapelli en Ravi Shankar op het North Sea Festival in Den Haag. Nina Simone was slecht bij stem of dronken, publiek liep weg. Shankar gaf drie uitvoeringen, maakte ze alle drie mee. Amper teruggekeerd uit Kameroen (1970-1972) zag ik James Brown in Ahoy’.  Beelden en geluiden wellen op.

Thailand, 21 mei – Nog ruim drie weken en dan stapt deze jongen op het vliegtuig voor wat ik een vakantie noem. Ik heb een vlucht geboekt met Emirates en maak in Dubai een tussenstop, het toevluchtsoord van oud-premier Thaksin nadat hij bij verstek tot 2 jaar gevangenisstraf was veroordeeld. In Nederland is kleinzoon Evan een jaartje ouder. De vorige keer was hij nog te klein om te beseffen dat hij twee opa’s heeft. Ben benieuwd. Vind ik het leuk om terug te keren naar mijn wortels? Ja en nee. Nee voor vertrek, ja voor aankomst. De uren ertussen zijn vervelend. De benen strekken in Dubai vind ik wel chic.

Thailand, 20 mei – 7-Eleven, zeg maar de Dirk van de Broek van Thailand, lijkt me een efficiënt bedrijf. ‘s Nachts worden de winkels bevoorraad, ’s ochtends zijn de schappen weer gevuld. Producten waarvan de ‘Best before’ datum is verstreken, worden weggehaald. Bij het aanvullen gaan de oude producten naar voren en worden de nieuwe erachter geplaatst. Ik zie zelden lege plekken; alleen de eieren zijn niet altijd voorradig. Het kruidenierswinkeltje in mijn hotel kan er een puntje aan zuigen. Marlboro rood? Mot (op) krijg ik te vaak als antwoord. Er zijn ook eieren te koop, maar daar blijf ik vanaf, want een datum ontbreekt. Voorraadbeheer moet de manager nog leren.

Thailand, 19 mei – Als er ooit een beauty-contest voor schepen wordt gehouden en ik zit in de jury, dan weet ik wel welk schip mijn stem krijgt: het ss. Rotterdam. Prachtig schip, elegant, mooie stroomlijn. De Harmony of the Seas, het grootste cruiseschip ter wereld, eindigt bij mij onderaan. Niks harmonie, het is een varende container, een plomp ding dat alleen kan opscheppen: ik ben de grootste. So what? Nog erger: het gaat een bezoek aan Rotterdam brengen, heb ik begrepen. Mij zien ze niet op de kade. Ik blijf me verlustigen aan een foto van ss Rotterdam. Ja, ik ben als geboren Rotterdammer chauvinistisch. Mag het?

Prayut in Returning Happiness to the PeopleThailand, 18 mei – Een van de merkwaardigste programma’s op de Thaise televisie is op vrijdagavond ‘Returning Happiness to the People’, dat op alle zenders wordt uitgezonden. Een ‘interviewster’  demonstreert haar overbodigheid door niet te luisteren en geen enkele doorvraag te stellen. Premier Prayut houdt zijn vooraf ingestudeerde riedel over de zegeningen en plannen van de junta of leest die van de autocue voor. Het meest opvallende aan het programma dat in het Engels ondertiteld wordt, vind ik de wenkbrauwen van Prayut. Die gaan op en neer wanneer hij praat. Alsof een marionettenspeler ze bestuurt. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden.

Thailand, 17 mei – READY FOR SUMMER: shop de nieuwste musthaves!‏, roept modezaak Claudia Sträter mij op. [Ik kocht er ooit iets, vandaar dat ik op de hoogte wordt gehouden van de nieuwste aanwinsten]. Ik liet Google Translate erop los. Het resultaat viel mee, zelfs het lidwoord ‘de’ werd toegevoegd: KLAAR VOOR DE ZOMER: winkel De Nieuwste musthaves! ‘Musthaves’ kwam GT niet uit. Het zij de vertaalmachine vergeven. Engels is een heerlijk compacte taal. Wij hebben vaak meer woorden nodig voor wat Engelsen in één woord kunnen uitdrukken. Musthaves zou dan worden: kleding die niet mag ontbreken in je kledingkast.Nou, dat klinkt toch niet.

Thailand, 16 mei – (Vervolg van gisteren) Is Bangkok Post een kwaliteitskrant, vraag ik. Dick tuit zijn lippen: De zondagbijlage Spectrum produceert soms fraaie staaltjes van onderzoeksjournalistiek, hoewel niet altijd goed geschreven. Ergerlijk vind ik de tegenstrijdigheden in berichten tussen website en krant en soms zelfs binnen hetzelfde bericht. Lees het bericht over het bommetje op Hua Lamphong, dat op de website een pingpongbom is en in de krant een fles gevuld met kruit. Is BP soms de Thaise Fabeltjeskrant? Iemand moet een grote duim hebben. Tot slot vraag ik: Is BP een brave krant? Dick glimlacht: Lees de columns en commentaren, en oordeel zelf.

Thailand, 15 mei – Is dat nou leuk, elke dag de rubriek Nieuws uit Thailand maken, vraag ik aan redacteur Dick van der Lugt van Dick’s blog. Hij denkt na en zegt: Meestal wel, soms niet. Hangt van het onderwerp af en van het bericht in de krant. Sommige blaken uit in vaagheid, dan moet ik gissen wat er bedoeld wordt. Vooral citaten van politici zijn een ramp. Ik vraag: Het motto van de krant luidt ‘The newspaper you can trust’. Kunnen we jouw bron Bangkok Post vertrouwen? Dick zegt: Garantie tot aan de deur. Ik durf mijn handen niet in het vuur te steken voor de betrouwbaarheid van de berichten. (Wordt vervolgd)

Thailand, 14 mei – Thailand is geen land voor mensen die zich snel aan iets ergeren. ‘Zo zijn onze manieren’ klinkt hier heel wat anders dan in Nederland. Ik erger me doorgaans niet snel maar nu het kwik rond de 40 graden blijft hangen, al weken lang, merk ik wel prikkelbaarder te zijn. Domme mensen zijn het ergste, waarmee ik niet bedoel niet-opgeleide mensen, want van schoolkennis word je niet verstandiger. Dus toen ik een brief moest posten voor Nederland, hield ik mijn hart vast. Daar staat me toch een dom wijf achter de balie. Gelukkig stond er een ander en die wist dat Nederland echt bestaat.

Thailand, 13 mei – Het wemelt in Thailand van de toeristen en ze komen uit alle windstreken. Als ik Japanners zie, zoals vaak in restaurant Sarica, denk ik Hell Fire Pass. Als ik Duitsers hoor blaffen, denk ik aan de Donkere Kamer van Damokles. Bij Russen denk ik aan geplunderde ontbijtbuffetten en de Goelag Archipel. Bij Chinezen zie ik een rijtje toeristen in ganzepas achter iemand met een vlaggetje aanlopen. Bij Italianen denk ik spaghetti ijs [ja, het bestaat echt], bij Fransen croissant, bij Engelsen begin ik te zingen Rule Brittania en Vlamingen versta ik niet. Bij mezelf vraag ik me af: Wat doe ik hier eigenlijk?

Copyright 2010Thailand, 12 mei – In de metro zat een deftige dame naast zes telefoonzombies. Of eigenlijk was het geen deftige dame, want ze droeg heel gewone kleren. Een shirt met de tekst Manila en Philippines en een driekwart broek. Maar ze had wel iets statigs en haar grijze haar was helder-grijs en niet vaal. Ze keek niet naar de zombies, maar langs hen heen naar een punt ergens er voor. Met een afkeurende blik, leek mij. Haar samengeperste dunne lippen, licht aangezet met lippenstift, wezen daar ook op. Maar ik kan mij vergissen. Misschien droomde ze over haar vakantie op de Filipijnen.

Thailand, 11 mei – Op het metroperron stond een Barbiepop. Gekleed in het zwart, een kleur die in de grote stad niet meer is voorbehouden aan bezoekers van crematies. Geen telefoonzombie, dat pleitte voor haar, wel zwaar opgemaakt. Een tweede Barbie, ook in het zwart, ook zwaar opgemaakt, begroette haar uitbundig. Ze maakten een dansje: geen foxtrot of tango, maar een Shake. Ze hadden bekkens die daarvoor perfect geschikt waren. Barbie 2, de meest enthousiaste van het tweetal, trok haar shirtje uit. Ze droeg een witte bh met kruiselingse bandjes op haar rug. Ze had stevige borsten. Niemand keek vreemd op.

Thailand, 10 mei – Met mijn akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer vers op zak, plus de aantekening j en r, waardoor ik lichamelijke oefening en handenarbeid mocht geven, begon ik mijn loopbaan aan de Groen van Prinstererschool in Schiedam. Vertrouwd terrein want had er als kind op school gezeten. Kreeg een combinatieklas: klas 2 met een restantje 1. Tijdens een les kennis der natuur kwam de lisdodde ter sprake. Een dik mannetje zei plompverloren: Mijn oom noemt die een berenlul. De klas reageerde niet geschokt, lachte niet. Hoe zou een klas anno nu reageren? Maar in 1967, bovendien op een gristelijke school, zei het de leerlingen niets. Ik vond het wel een treffende vergelijking.

Thailand, 9 mei – (Vervolg van gisteren) Ik ga nog even door met mijn culinaire tour d’horizon. De Thaise keuken mag zich graag positioneren als de keuken van de wereld, maar van westerse gerechten hebben Thaise koks en keukenprinsessen geen kaas gegeten. Spaghetti bolognese lijkt meer op ketchupsoep en het vlees is te vet, een omelet uit de wok drijft in het vet, patat lijdt aan anorexia, gebonden soep is te waterig en de eerste goede biefstuk moet ik nog tegenkomen. Ten slotte: Er zijn veel lekkere vruchten in Thailand, maar aardbeien zijn hard en zuur en sinaasappels doorgaans te droog. U bent gewaarschuwd.

Thailand, 8 mei – De ijssalon die ik gisteren noemde, bevindt zich in Soi Thaniya, een straatje dat ’s avonds wordt bevolkt door honderden meisjes van plezier [ik overdrijf niet]. De voertaal is Japans, mij lokken ze nooit. Het ijs dat Gelateria Ghignoni maakt en verkoopt, is iets steviger dan het ijs dat ik in Nederland gewend ben. Op internet wordt het ijs geroemd als het beste ter wereld en dat is zeker niet overdreven, alhoewel ik weinig vergelijkingsmateriaal heb. De ijsjes die ik in Thaise restaurants heb gegeten en het fabrieksijs van Nestlé en Unilever staan bij mij nu op de zwarte lijst. (Wordt vervolgd)

Thailand, 7 mei –  Nog nagenietend van een authentiek Italiaans ijsje, gekocht in een nieuwe ijssalon [Nooit meer voor mij bij Swensen’s een opgeleukt ijsje met stukjes banaan, nootjes, hagelslag, chocolade die een belediging vormen voor het ambacht van ijsmaken] zette ik mij aan de avondmaaltijd. Een Japanner betrad het restaurant. In twee afleveringen: eerst zijn immense buikpartij, daarna de rest. Hij had een varkenskop en zijn ogen stonden op de slaapstand. Hij had een plastic tasje bij hem waarop ik las Cardin Underwear. Ik draag het zelf – perfect van pasvorm en bestand tegen vele wasbeurten. Welk een brutaliteit! Zo’n lelijke man met zo’n  mooi product van de Franse couturier.

Thailand, 6 mei – Ode aan mijn favoriete Nederlandse zanger

Het lukt ook zonder jou: https://youtu.be/KzfBP0pPhUQ
Red mij niet: https://youtu.be/XVniOVWPs0E
Moe: https://youtu.be/FNQFX_6aPWc?list=RDKzfBP0pPhUQ
Mooi: https://youtu.be/RwQq6y29YSA
Babel (Barmhart): https://youtu.be/olOqeQiWSz0
De geur van azijn: https://youtu.be/uHaiLFGBrWM
Trouw zijn: https://youtu.be/T1RJ5bh_HwQ
Maaltijd: https://youtu.be/_7WGAbCWYvQ

Thailand, 5 mei – Sinds de mishandeling van het Britse gezin (vader, moeder, zoon) vorige maand in Hua Hin is bekend geworden, ben ik tweemaal tegen iemand aan gebotst. Ik schrok, want onmiddellijk schoot de aanleiding voor de mishandeling in mijn gedachten. De zoon was per abuis tegen een dronken hooligan gelopen, die hem daarna op de grond duwde en begon te schoppen. Mijn botsingen eindigden gelukkig niet zo. Het is raar. Ik heb toch lange jaren in de journalistiek meegelopen en schrik niet meer van zo’n bericht [ja, afgestompt] en ineens betrek ik het op mezelf. De media doen meer kwaad dan goed.

Thailand, 4 mei – De twee jaar geleden nieuw geïnstalleerde lift begon rare geluiden te maken bij het neer gaan. Ik zei dat tegen de receptionist die zijn tijd verdeelt tussen suffen, eten en naar televisiesoaps kijken, maar ik had het net zo goed tegen een tafelpoot kunnen zeggen. Geen reactie, hij liep zelfs niet met me mee om te luisteren. Dat die man nog de energie kan opbrengen om te ademen, is een wonder. De airconditioners worden periodiek gereinigd, daar komt een bedrijf voor, maar iets van een liftcontrole heb ik nog nooit gezien. Waarom zou je? Hij doet ’t toch. Preventief onderhoud is geen Thaise praktijk; Boeddha beschermt.

P.S. Ik attendeerde de manager in een email op mijn observatie. Hij bedankte mij voor de waarschuwing. Enkele dagen later was de lift gerepareerd. Zo kan ’t ook.

Thailand, 3 mei – Een bekende T-shirt tekst luidt: No Money No Honey. Kwam hem onderweg weer eens tegen: nu op knalgele hemden, een heel rek vol, met de waarschuwing dat alleen de zon voor niets opgaat. Vrij vertaald komt de tekst erop neer: Eerst Dokken, dan pas mag je Neuken. Ik had de verkoopster willen vragen of ze ook hemden had met de tekst No Honey No Money, want voor mijn vorige vriendin was vrijen corvee. ‘Do you want to make love’, klonk bij haar als een dienstbevel. Maar ik stelde de vraag niet; die zou dezelfde reactie hebben opgeleverd als wanneer je aan een aap vraagt de tafel van 7 op te zeggen. Geen.

Thailand, 2 mei – (Vervolg van gisteren) Zo snel het onweer was opgekomen, zo snel is het ook weer gestopt. De temperatuur begint al weer op te lopen, de ventilator moet weer aan. Maar ik heb een koude douche kunnen nemen en ik heb me voor het eerst sinds lange tijd behoorlijk kunnen scheren, want bezwete baardhaartjes laten zich met moeite pakken door de Philipshave. Het Thaise KNMI zegt dat midden deze maand een eind komt aan de hittegolf. El Niño trekt zich terug en familielid La Niña neemt later dit jaar zijn plaats in, een dame die vergezeld gaat van zware stormen. Het weer zal wel een veelbesproken gespreksonderwerp blijven.

Thailand, 1 mei – Rare gewaarwording: je draait de koudwaterkraan van de douche open en er komt warm water uit. Dat is een van ongemakken die gepaard gaan met de huidige temperaturen van 40 graden plus. Alleen ’s nachts doet de koudwaterkraan wat hij behoort te doen. Er is geen ontkomen aan. Aan de hitte. Tenzij ik de airconditioner aanzet, maar die blijft uit. Te duur want vreet stroom, ongezond en telkens leidend tot een temperatuurschok als je naar buiten stapt. De ventilator is een goede tweede. En dan is er opeens een knetterend onweer, recht boven mijn pied à terre. De temperatuur zakt. Snel onder de douche. Even genieten van het koele water. (Wordt vervolgd)

Thailand, 30 april – Omdat ik ooit iets gekocht heb bij Claudia Sträter, krijg ik regelmatig mailtjes over nieuwe collecties. Ik bekijk ze met aandacht, niet omdat ik een heimelijk verlangen heb vrouwenkleding te dragen – hoewel een jurk met de huidige 40+ graden in Bangkok een aangenamer kledingstuk lijkt dan een broek, zelfs een korte broek – maar vanwege het taalgebruik. Onlangs een mailtje over Tropical Flower ‘Zomerjurken in allerlei silhouetten als blousevorm’ en opgelet: ‘met klokkend rokdeel’. Nu heb ik een vrij uitgebreide woordenschat maar ‘klokkend rokdeel’ komt daarin niet voor. Klokken is wat werknemers doen als ze zich voor het werk melden middels een prikklok. Claudia is een creatieve woordkunstenares.

Thailand, 29 april – Ik ben geen naturist, maar met de huidige temperaturen van meer dan 40 graden in Bangkok zou ik het liefst de hele dag naakt lopen. Laat ik nou toevallig terecht komen op een YouTube filmpje uit 1980, waarop Toon Hermans (1916-2000), een van grote drie cabaretiers van die tijd, de Tango van het blote kontje zingt. Ik kan me niet herinneren dit optreden van de grote Toon met dat geinige koppie ooit te hebben gezien. Wat een heerlijk ironische tekst over het naakstrand met creatieve rijmvondsten op een heerlijke tangomelodie.

Thailand, 28 april – De uitdrukking luidt: Alle doende leert men. Na een tijdje met een Thaise vrouw te hebben gechat, maakten we een eetafspraak. Pas toen kwam ik erachter dat ze geen woord Engels sprak. Haar vriendin zat steeds naast haar tijdens onze chatsessies. De eerste vraag van de vriendin was: Are you a Cheap Charlie? Ik kende de uitdrukking niet, maar begreep de intentie. De vrouw zocht een ATM als partner. Ze had trouwens ook zweethanden. Dat gaf de doorslag. Op een eetafspraak met een andere vrouw kwam ze niet opdagen. Bleek dat ik de afspraak op de dag zelf nog eens had moeten bevestigen. Is ook niets geworden.

Thailand, 27 april – Als je als man alleen loopt in Patpong, moet je wel op zoek zijn. Pingpong show sir? Massage sir? Happy Hour sir? Foto’s moeten de doorslag geven. Meestal kijk ik niet op of om en vermijd oogcontact. Dat signaal volstaat, zelden moet ik de jagers van me afschudden. Soms kan ik het niet nalaten te reageren. Op pingpong (dat schreef ik eerder): Heeft u ook een volleybalshow? Op Happy Hour: Ik heb liever een Unhappy Hour. En op Massage: Hoeveel verdien ik? Wie moet ik masseren? In alle gevallen kijken de jagers of ze het in Keulen horen donderen.

Thailand, 26 april – Ik heb nooit een kind verwekt bij een Thaise vrouw. Gelukkig maar, want ik verwen en sla geen kinderen, stop hen niet vol met snoepgoed en soft drinks. Als ik een kind had, ging het op tijd naar bed. Kinderprogramma’s op de tv mogen, bij soaps die bol staan van geweld, ging de tv uit. Zwemles moet, muziekles mag. Als kindlief 7 jaar is en niet eerder, krijgt het  van mij een mobieltje, maar geen Samsung Galaxy S6 van 24.000 baht. Daar sparen we samen voor. Ik praat Engels, mijn vrouw Thais. Een tweetalige opvoeding levert veel voordelen op, zegt de wetenschap. Dus alsnog een kind verwekken?

Thailand, 25 april – Overdag is het trottoir van de Silom Road het exclusieve domein van de voetganger, ‘s avonds moet hij het delen met straatverkopers. Dan blijft een smal paadje over tussen kramen. Aan het begin van de avond worden de kramen opgebouwd. Ze bestaan uit een frame van ijzeren buizen die eenvoudig zijn te (de)monteren en vervoeren. Daarop komt een plaat van triplex [?] te rusten en aan de achter- en zijkanten worden roosters geplaatst waaraan de koopwaar komt te hangen. Er is van alles te koop: T-shirts, riemen, schoenen, slippers, cd’s en vcd’s, horloges, hemden, onderbroeken, bh’s, vul- en balpennen enzovoort. Ik heb er nog nooit iets gekocht.

Thailand, 24 april – Een etmaal telt 24 uur en een jaar 365 (of 366) dagen. Maar als ik naga wat ik allemaal in mijn jonge jaren heb gedaan en meegemaakt, vraag ik mij af of dit wel klopt. Een vast niet volledig lijstje: Mondharmonicales, pianoles, dansles, autorijles. Aan sportieve activiteiten gymnastiek, volleybal en roeien. Vrijetijdsbesteding: padvinderij (welp en zeeverkenner), samenstelling PvdA-blad, padvindersblad en jaarverslagen, artikeltjes in de schoolkrant. Vakantiewerk als postbode, havenarbeider, fabrieksarbeider, documentenloper. Op zondag zondagsschool, jeugdkerk en British Sailors Society. En natuurlijk HBS en kweekschool met het nodige huiswerk. Dierbare herinneringen.

Thailand, 23 april – (Vervolg van gisteren) Gaf eens een lesje over duinvorming. Oreerde over jonge en oude duinen, helmgras, branding, eb en vloed; ondersteunde mijn woorden met bordtekeningen en liet de leerlingen ter verwerking tekenen en een werkblad maken. De kinderen hadden geen idee waar ik het over had gehad. De wijk was hun habitat, de Coolsingel een uitje. Ze hadden de zee nog nooit gehoord, het zeezout nog nooit geroken, van de duinen waren ze nog nooit afgerold, het zand hadden ze nog nooit voelen kriebelen tussen hun tenen, hun grote teen hadden ze nog nooit in het ijskoude zeewater gestoken. In oud-Feijenoord heb ik geleerd wat didactiek is.

Thailand, 22 april – (Vervolg van gisteren) Ze kwamen uit gebroken gezinnen, werden aan hun lot overgelaten, moeder werkte misschien op Katendrecht, soms kwam de politie op school als ze betrapt waren op een winkeldiefstalletje. Eenmaal per week op school onder de douche, na schooltijd clubs met de onderwijzers als vrijwilliger om ze op het rechte pad te houden. De onderwijzers vormden een hecht team. Eenmaal per week aten we bruine bonen bij het schoolhoofd thuis, die naast de school woonde. Op carnaval trok ik in polonaise met de klas door de school, ik aan kop gekleed in de stofjas van mijn vader. De collega’s zagen me voor het eerst los komen. Dierbare herinneringen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 21 april – ‘Ik geloof dat ik niet geschikt ben als onderwijzer’, verzuchtte ik tegen het schoolhoofd. Verving een zieke onderwijzer, die ik kende uit mijn kweekschooltijd. Hij kon lezen en schrijven met zijn klas. Voor mij was de eerste dag een moeizaam gevecht tegen leerlingen die hun meester misten. Het schoolhoofd stak me een hart onder de riem: ‘Joh, morgen weer een dag.’ Hij had gelijk. Vanaf dag 2 lukte het me de klas geleidelijk te ‘pakken’. Aan de drie maanden werken in oud-Feijenoord bewaar ik de beste herinneringen uit mijn onderwijsloopbaan. Het eufemistische achterstandswijk moest nog worden uitgevonden, oud-Feijenoord was gewoon een achterbuurt met kinderen voor wie de straat hun universum was. (Wordt vervolgd)

Thailand, 20 april – (Vervolg van gisteren) De agenten werden getrakteerd op het spreekkoor ‘Hi-ha-hondenlul’. De support van mijn schoffies deed me goed. Naast mij zat trouwens nog een verdachte, collega Matthijs, met wie ik het goed kon vinden. We deden dingen die in geen enkel didactiekboek staan. Zo ontvoerde hij een leerling uit mijn klas, gijzelde hem, eiste losgeld en stelde een ultimatum. Die woorden schreef ik op het bord. Met mijn leerlingen overlegde ik over een compromis. Het schoolhoofd dat gealarmeerd moet zijn geweest door de herrie, kwam langs. We legden hem uit dat we met een taalles bezig waren. Maar ik betwijfel of hij ons geloofde.

Thailand, 19 april – Het aardige van ouder worden is dat herinneringen uit een grijs verleden soms spontaan opborrelen. Dat is bekend uit psychologisch onderzoek; het heet reminicentie-effect. Ineens moest ik denken aan een achtervolging door de politie in 1972 of ’73. Ik werkte als onderwijzer aan een lagere school in Hillesluis en was de gelukkige eigenaar van een Ford Capri 2300 GTR. Op de Beijerlandselaan groette ik enigszins luidruchtig vanuit het openstaand raampje een leerling uit mijn klas. Met een politiewagen in mijn kielzog draaide ik rechtsaf de Hillevliet op. Daar volgde onder groot gejoel van de kinderen de ontknoping van de jacht op een vermeende pedofiel/kindermoordenaar. (Wordt vervolgd)

Thailand, 18 april – Ineens drong het tot me door: alle Thaise dreumesen zijn luk thep (angel child), poppen van circa 30 cm, die gezegend zouden zijn met de geest van een engel en geluk brengen. Over die rage lees ik niets meer, ik kom ze ook zelden tegen; alleen in het eethuisje Sure Delivery bij mij in de buurt zit zo’n meissie op de balie. Nu weet ik waarom. Thaise dreumesen worden net als de luk thep gekoesterd, bezig gehouden, verwend, gepamperd, geknuffeld. Als ik een dreumes was, zou ik gek worden van die voortdurende bemoeizucht van volwassenen. Laat me toch eens met rust, zo word ik nooit groot, zeg.

Thailand, 17 april – Hoe komt het toch dat ik Nieuws uit Thailand lezende alles beter snap dan wanneer ik de Bangkok Post lees, schreef een lezer mij. Dat is een mooi compliment van iemand die geen moeite met Engels heeft en ook de Thaise kranten leest, of een vilein oordeel over de kwaliteit van Bangkok Post, wier motto luidt ‘The newspaper you can trust’ maar het woordje ‘not’ is vergeten. Voor het betere snappen is volgens mij wel een verklaring. Een lezer leest en dat is een vrij snelle en oppervlakkige bezigheid; ik graaf me in de tekst in en ga pas schrijven als ik de kern te pakken heb. Dat zal ’t zijn.

Thailand, 16 april – Toen ik in oktober 2012 neerstreek in Baan Kaew Mansion om er de koude en regen van Nederland te ontlopen, had het hotel een restaurant waar een prima American breakfast werd geserveerd. Dat is een ontbijt, bestaand uit jus d’orange, ei naar keuze (spiegelei, gekookt, scrambled, gepocheerd), hot dog, toast en koffie of thee. Ik heb er vaak ontbeten. Sinds het vertrek van de kokkin is de teloorgang ingezet en nu wordt de ruimte gebruikt als magazijn, nadat de laatste uitbater die alleen Thaise maaltijden serveerde, is verdwenen. Een grote schoonmaak zou ook niet misstaan. Een goede zakenman streeft naar kwaliteitsverbetering; hier niet. Wat een armoe.

Thailand, 15 april – Begin de nieuwe dag met 8:38 minuten Adagio in G mineur van Albinoni. Het wordt gespeeld door het Franz Liszt kamerorkest in de basiliek van de Pannonhalma aartsbisschop in Hongarije. De eerste violist heeft een onderkin, het orgel met één klavier wordt door een vrouw bespeeld, het tempo is traag. Ik tik ‘Pannonhalma’ in op Google en kom te weten dat de benedictijnenabdij van Pannonhalma op de top van een heuvel boven het gelijknamige stadje (4098 inwoners) ligt. Het  klooster stond In de Tweede Wereldoorlog onder bescherming van het Internationale Rode Kruis. Wat een goddelijk begin van de dag.

Thailand, 14 april – Evenals voorgaande jaren is in Soi Nathong 1, het straatje met mijn hotel, weer een geluidsoorlog uitgebroken. Via een geluidsinstallatie wordt een aanslag op mijn trommelvliezen gepleegd en de goede smaak want buurbewoners menen te kunnen zingen. Dat zou niet eens zo heel erg zijn, maar Thais weten nooit van ophouden, is mijn ervaring. Als ze praten, blijven ze praten; als ze drinken, blijven ze drinken tot ze ladderzat zijn; als ze op de motorfiets stappen, komt er een snelheidsduiveltje in ze los. Een goede vriend van me is nu in Nederland. Hij mist deze Songkran jolijt. Lucky guy.

Thailand, 13 april (2) – De oproep van de regering om met Songkran water te besparen en supersoakers, emmers, waterslangen e.d. achterwege te laten, wordt bij mij in de buurt massaal in de wind geslagen. Heen en weer lopend, hedenmiddag vanaf Soi Nathong 1 naar mijn eethuisje op de hoek van Soi Nathong 2 liep ik gelukkig slechts eenmaal lichte waterschade op. Wat me vooral opviel, was de verbetenheid waarmee water naar passerende motorfietsers werd gegooid. Pure agressie. ’t Heeft niets te maken met de betekenis van Songkran, namelijk ouderen respect betonen, hoewel ik er stilletjes bij zeg dat sommigen dit niet verdienen.

Thailand, 13 april – (Vervolg van gisteren) Tussen 11 en 12 uur ben ik doorgaans klaar met Nieuws uit Thailand. De laatste loodjes bestaan uit correctie van tik- en spelfouten. Ik vergroot het beeld op mijn laptop, zodat ze beter opvallen. Maar ik troost me met de gedachte dat een tekst nooit foutloos is. Dat heeft uitgever Van Oorschot eens gezegd. Ik heb een meelezer, die me daarbij helpt. Omdat vormgeving ook een hobby van me is, besteed ik veel aandacht aan de opmaak, maar alleen lezers die de tekst op een computerscherm lezen, zien de pagina zoals ik hem heb opgemaakt. iPhone en iPad passen hem aan. Helaas. En nu gaat de keukendeur weer dicht.

Thailand, 12 april – (Vervolg van gisteren) […] bewerk de belangrijkste berichten tot een apart nieuwsbericht. Niet altijd begin ik met de opening krant, want de krant schrijft voor Thaise lezers en expats en ik (ook) voor lezers in Nederland en België, die andere interesses hebben. Alle andere berichten verhuizen naar de rubriek Kort nieuws. Twee Engelse woordenboeken online helpen bij de vertaling van woorden die ik niet ken. Vaak zijn dat Amerikaanse uitdrukkingen. Als ik klaar ben, verstuur ik een groepsmail met de inhoudsopgave van de rubriek. ’s Middags maak ik voorproductie voor de volgende dag, ontleend aan de Business-bijlage want de meeste berichten kunnen wel een dagje wachten. (Wordt vervolgd)

Thailand, 11 april – Hoe komt Nieuws uit Thailand, de dagelijkse rubriek met het belangrijkste Thaise nieuws op mijn website, tot stand? Laat ik eens de deur van de keuken openen. Om half zes worden twee kranten bezorgd aan mijn hotel: de Thaise Daily News en de Engelstalige Bangkok Post. Ik haal de krant beneden in de hal op. BP bestaat op weekdagen uit 4 of 5 katernen: Nieuws, Business, Life, een advertentiebijlage en soms Asia Focus. Van het nieuwskatern pel ik de pagina’s af met Thais nieuws, de sportpagina’s sla ik over, tenzij er iets heel belangrijks op sportgebied is gebeurd. Ik scan de nieuwspagina’s en […] (Wordt vervolgd)

Thailand, 10 april – Mijn oor was dicht geslibt. Voorgrondgeluiden waren achtergrondgeluid geworden. Het gebeurt me eenmaal per jaar. Druppelen helpt dan niet meer. In het Bangkok Hospital heeft de KNO-arts mij mijn gehoor teruggegeven. Niet met een simpele spuit, zoals mijn huisarts in Nederland doet, maar met high-tech apparatuur. Moest liggen en kreeg een lakentje over me heen. In de hal waar bezoekers op hun (te dure) medicijnen wachten [het ziekenhuis is beursgenoteerd], speelde zoals altijd een strijkje. Voor het ziekenhuis leverden Mercedes Benz, BMW, busjes met automatisch openende en sluitende zijdeur, zelfs een Jaguar, patiënten af. De parkeerwachter opende en sloot het taxiportier voor me.

Thailand, 9 april – Twee Dickjes en Datjes vandaag. Het hotel waar ik verblijf, verschoont elke week de badhanddoeken. Sommige zijn van het Dusit Thani hotel geweest, zoals de ingestikte tekst vermeldt. Dat is een vijfsterren hotel met kamerprijzen van 5.190 tot 8.368 baht en daar krijg je niet eens een ontbijt voor. Het hotel gaat mijn budget te boven, maar mij afdrogen met de hotelbadhanddoek geeft me toch een vijfsterren sensatie. Tweede D&D: De Campari is op in de Ocean Bar waar ik vaak vertoef. Dus kan ik mijn favoriete zomerdrankje Campari soda niet bestellen. Voor een nieuwe fles heeft de uitbater blijkbaar geen geld. Hij moet een marginaal bestaan leiden.

Thailand, 8 april – Het is warm, beter gezegd: het is heet. Wat betekent dat? 1 Elektrisch scheren met een vochtige huid is een crime, 2 Als ik de 7-Eleven uitstap, beslaat mijn bril, 3 Zelfs niets doen, is vermoeiend. Wat doe ik eraan? 1 Ik scheer me ’s nachts als het wat koeler is, 2 Niets, 3 Vaker een hazenslaapje tussendoor. Wat doe ik niet? 1 Klagen (dat doet mijn vriendin, maar die kan niet meer tegen de hitte nadat een abces in haar hersens haar temperatuurregeling heeft verstoord), 2 Aan de zonzijde van de straat lopen, 3 Minder werken, want het nieuws heeft geen last van de hitte.

Thailand, 7 april – Waarom moet ik altijd aan Noord-Korea denken als ik een diploma-uitreiking op de televisie zie? Want dit is het beeld: vele honderden studenten en docenten in smetteloze toga, een koninklijke hoogheid, wat hoger gezeten, die in ijltempo de diploma’s uitreikt, waarvoor hij of zij 5.000 baht per student krijgt, studenten die in ganzenpas naar voren lopen, de palm van hun hand tonen (wat wil zeggen: ik ben ongewapend), met deemoedig gebogen hoofd het diploma in ontvangst nemen en zich pas omdraaien na enkele achterwaartse stappen. Het is lopende-bandwerk waarbij niemand lacht. Is het dan niet heerlijk om een studie af te ronden?

Thailand, 6 april – (Vervolg van gisteren)  Nadat ik had geconstateerd dat The Street niets bood, wat mij kon boeien, werd ik voor de winkelmall getrakteerd op een oorverdovende herrie. Er was inmiddels een ‘event’ begonnen, zoals de krant dat altijd noemt. Er was een podium, er waren twee boksringen opgebouwd en er stonden reportagewagens van de tv. Op het podium praatte een man heel opgewonden en hij probeerde iets te doen wat zingen moest voorstellen. De drukte viel mee, maar het was dan ook aan het begin van de maandagavond. Ik maakte me ijlings uit de voeten. Terug naar de stilte van mijn kamer.

Thailand, 5 april – Eindelijk eens een kijkje genomen in de nieuwe winkelmall The Street (in kapitalen met de tweede e omgedraaid – ondeugende vormgever). Het pand, waarin voorheen Robinson was gevestigd , is rigoureus kaal geslagen en herinnert in niets meer aan zijn oude bewoner. De begane grond en vier verdiepingen verkend met op de mode-verdieping kleding, schoenen, tassen en ter afwisseling kleding, schoenen, tassen. Ik noteerde als positieve kenmerken: geen lege winkelruimtes, ruime 4 meter brede gangen, 2 atriums met de roltrappen, dus een gebouw waarin je kunt ademen. Maar ik denk niet dat The Street mij tot zijn vaste bezoekers kan rekenen; daarvoor verrast het winkelaanbod niet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 4 april – Ik beloofde op 2 april de term werkvakantie toe te lichten (of niet). Laat ik het toch maar doen. Mijn vriendin werkte drie maanden in een horecagelegenheid in de badplaats Krabi, die alleen in het hoogseizoen open is. Ze had er geld geleend van de baas om de oogoperaties van haar moeder te betalen. Als enig lid van haar dysfunctionele [lees: gestoorde] familie mocht ze dokken; de anderen wilden of ‘konden’ geen bijdrage leveren. Mij heeft ze nooit om geld gevraagd; dat waardeer ik in haar. Had het ook niet kunnen opbrengen. Voor de overige familieleden kan ik alleen maar minachting hebben. Da’s toch niet zo gek?

Thailand, 3 april – (Vervolg van gisteren) Dat schouderklopje verdient hij omdat zijn zoontje een helm draagt, wanneer hij hem ’s ochtends op de motorfiets wegbrengt, gezien zijn leeftijd naar de kindergarten. Driewerf lof, want dat is een grote, een heel grote uitzondering. Maar het vormt geen aansporing om er te eten, want je zit er op keiharde piepkleine houten krukken, die het predicaat martelwerktuig verdienen. En het voer is matig. De chicken steak (eigenlijk een filet) gaat nog wel, maar de patatjes lijden aan anorexia. Ze zeggen wel eens dat je overal lekker kunt eten in Thailand, maar als ervaringsdeskundige zeg ik: Bullshit!

Thailand, 2 april – Nu mijn vriendin na een werkvakantie* van drie maanden is teruggekeerd op het honk, hoor ik weer eens wat. De man die voor het hotel onder een partytent een keukentje bestierde en het eetzaaltje in gebruik had, is vertrokken. Hij maakte een omzet van 5.000 baht per maand en daarvan kun je niet leven, zelfs niet als je omzet gelijk stelt aan winst zoals ze hier doen. Ik betreur zijn vertrek niet, at er nooit, vond hem een chagrijn. Nog een Dickje en Datje: De man die een eethuisje in Ratchadaphisek soi 7, recht tegenover mijn straatje heeft, krijgt van mij een schouderklopje. Waarom, leest u morgen. (Wordt vervolgd)
* De term werkvakantie licht ik nog wel eens toe. Of niet.

Thailand, 1 april – Het zal me werkelijk aan mijn reet roesten of telefoonzombies net zo lang spelletjes op hun mobiel spelen tot alle hersencellen zijn geatrofieerd. Zag eens een film waarin een soldaat ten onrechte was beschuldigd van, ik meen, een verkrachting. Hij werd oneervol ontslagen, maar zijn commandant stak hem een hart onder de riem met de opmerking: De meeste mensen zijn middelmatig; jij niet. Dus middelmatigen, blijf spelen. Ik zit er niet mee. Ik hanteer slechts één regel. Geen mobiel tijdens de maaltijd. Toen mijn ‘geadopteerde’ zoon, de weesjongen Mac, het verbod overtrad, annuleerde ik de bestelling. Hij doet ’t niet meer.

Thailand, 31 maart – Ik zat tussen de Dikke en de Dunne in de metro. Links van mij de Dunne, een ranke jonge vrouw met een fijn besneden gezicht, vermoedelijk een Spaanse of Italiaanse. Voorhoofd, wenkbrauwen, neus, lippen en kin waren in perfecte harmonie, hetgeen niet gezegd kon worden van de Dikke. Die had varkensogen, een mopsneus en hamsterwangen. De Dunne had een grote rugzak bij zich met een label van AirAsia en Don Mueang. Ze zal op weg naar het Noorden zijn geweest. De Dikke zat te knikkebollen. Ik moest denken aan het spelletje ‘Hoofd, schouders, knie en teen’, dat de eerste biologieles vormt, maar het lukte me niet de tekst in te passen.

Thailand, 30 maart – (Vervolg van gisteren) Toen ik in de hal van het hotel op de krantenbezorger wachtte, die verlaat was wegens de regen, werd mijn oog getrokken door vijf bordjes. Op elk lagen drie grote appels, vier kleine, groene sinaasappelen (geen mandarijnen), een stukje gebak en een trosje kleine bananen. Ze waren bestemd voor vijf heiligdommen, van waaruit geesten de drie panden van het hotel beschermen. Deze keer kregen ze geen gekookt ei of lekkernijen. Of ze daardoor ontstemd zijn geraakt, weet ik niet. Wat ik wel weet: de offerandes kwamen onaangeroerd terug. Waarom moet ik toch aan kleine kinderen denken als ik uitingen van bijgeloof zie?

Thailand, 29 maart – Het regent en niet zo’n beetje ook. Ik kan het niet zien want het is donker (het is 4:30 uur), maar wel horen. De regen is een eentoons lied met een aangename klank, hoewel eentonig. Volgens de kalender is het nu droge seizoen, maar de weergoden zullen wel analfabeet zijn. Die kunnen de kalender niet lezen. Of ze zijn ondeugend. De boeren en tuinders zullen blij zijn met de opfrisbeurt. Ja, die heb je ook binnen de grenzen van Greater Bangkok. Ik zie ook vaak hele stukken land braak liggen, begroeid met onkruid, soms voorzien van een bordje met een telefoonnummer. Over een uur wordt de krant bezorgd, tenzij het nog regent. (Wordt vervolgd)

Thailand, 28 maart – ’t Wordt nooit wat met Thailand. En weet u hoe dat komt? Dat komt omdat Thaise jongeren een volstrekt gebrek aan ambitie hebben. Niet begrijpen dat je je best moest doen als je iets wil bereiken in het leven. Dat je jezelf soms iets moet ontzeggen. Exemplarisch voor die houding vind ik de knaap die in het kruidenierswinkeltje van mijn hotel werkt. Als er geen klanten zijn, speelt hij spelletjes op zijn mobieltje, kijkt naar filmpjes of ligt te maffen. Wanneer hij die tijd gebruikt om Engels te leren (er zijn heel goede programma’s op internet, ook gratis), kan het wat met hem worden. Maar nu zal hij wel achter de kassa dood gaan.

Thailand, 27 maart – Ik mag graag in Thailand wonen. De warmte is heilzaam voor spieren en gewrichten. En als het regent, blijft de lucht helder. In Nederland bedrukt de regen me, in Thailand niet. Maar als ik afga op mijn muzikale voorkeuren, zou ik me nooit in Thailand hebben gevestigd. Brazilië: ja, Cabo Verde: ja, Portugal: ja. Neem nu bijgaande muziekvideo. Een man, een gitaar: dat is alles. Zoiets heb ik een Thai nog nooit zien presteren. Lichteffecten, een extravagant decor en een dansgroepje moeten het gebrek aan muzikaal talent verhullen. Luister, sluit je ogen en geniet. https://youtu.be/GCpqVP6vswg

Thailand, 26 maart – Omdat ik een mierenneuker ben, zoals een onsympathieke lezer mij eens verweet – zou perfectionist niet een passender aanduiding zijn? – ergeren spelfouten mij. Ik vraag niemand foutloos te spellen, want de Nederlandse spelling kent tal van valkuilen. Maar vaak zijn ze het gevolg van slordigheid. Voor mijn hotel leverde ik de Engelse tekst dat het hotel niet aansprakelijk kan worden gesteld voor diefstal en verlies. Dat deel is correct overgenomen. Maar de ondertekening luidt: Baan kaew mantion. Au! Moet zijn: Baan Kaew Mansion (let ook op de hoofdletters). Nog zoiets: het nieuwe visitekaartje spelt de wijk Din Daeng als Dindang. Slordig! Ik zeg: Leve de mierenneukers want hunner is het Koninkrijk der Hemelen (naar Mattheus 5: 3-11).

Thailand, 25 maart – Maar de Nieuwe Dick (zie FB van gisteren) was geen lang leven beschoren. Bij de huppel over de trap flikkerde ik bijna naar beneden. En het pesterig zoontje van de wasvrouw bleef even pesterig ondanks mijn vriendelijke glimlach. Pakte spulletjes van de twee koters van de hulp-receptioniste af en rende hard weg. Dus weer terug naar mijn oude ritueel dat ik beschreef in mijn column van 24 februari over oblomovisme. Men zegt: verandering van spijs doet eten. Ik bestelde laatst iets anders. Vond het vies en liet de helft staan. Ik zeg: Leve de sleur!

Thailand, 24 maart – Breek met de sleur, doe het toch eens anders, Dick. En dat deed ik. Niet weer een banaantje voor het ontbijt (ik ben tenslotte geen aap) maar sardines in tomatensaus. Heb ook het mes gezet in mijn ochtendritueel. Niet eerst tandenpoetsen en daarna douchen, maar eerst douchen en daarna tandenpoetsen. Maakt een wereld van verschil. Aankleden? Wel het slipje laten voorafgaan aan de korte broek – omgekeerd trekt te veel aandacht, maar verder de volgorde rigoureus gewijzigd. Ik voel me ineens een ander mens. Huppel de trap af, lach eens vriendelijk naar het pesterig zoontje van de wasvrouw en neurie: Ik ben zo blij dat mijn neus van voren zit en niet opzij.

Thailand, 23 maart – Ben er nooit geweest en sta ook niet te trappelen om er te eten. Nou ja, misschien één keer dan, voor de ervaring. Het Royal Dragon Restaurant in Bangna (Bangkok) is volgens het Guinness Book of World’s Records het grootste restaurant ter wereld. Ga maar na: 5.000 zitplaatsen, 80 koks, 1.000 medewerkers. In het visrestaurant bedient het personeel de klanten op rolschaatsen. Logisch want anders is het eten koud voordat het op tafel staat. Er zijn twee zittingen van 1 uur, dus lang tafelen is er niet bij. Da’s weer jammer want ik vind: natafelen hoort erbij. Koffie mag, een Havana hoeft niet.

Thailand, 22 maart – ‘Komt dat zien, komt dat zien! De dikste vrouw van de wereld.’ In mijn kinderjaren moet ik haar gezien hebben. Op de kermis in Rotterdam. Met ‘Komt dat zien’ werden voorbijgangers naar binnen gelokt. Eigenlijk viel de attractie tegen. Er zat inderdaad een erg dikke vrouw. Maar misschien was ze helemaal niet dik. Bij kermisattracties weet je nooit of je voor gek wordt gehouden. Hier in Thailand zie ik behoorlijk veel moddervette vrouwen, mannen en kinderen. Ruime keus aan obese Thais. Ze worden al op jonge leeftijd gekweekt want softdrinks zijn suikerbommen. ‘Komt dat zien. De dikste kinderen van de wereld. In Thailand.’

Thailand, 21 maart – Thank God, it ‘s Monday, heb ik nog nooit iemand horen zeggen. De verzuchting stond op een T-shirt. Soms bevatten T-shirts aforismen die tot nadenken aanzetten. Hier in Bangkok lijken alle dagen op elkaar. Dat heb je met een 24-uurs economie, die nooit in rust is. Zondag is geen rustdag, het  weekend levert nauwelijks een ander straatbeeld op dan de andere dagen. Het contrast met Vlaardingen is groot want mijn thuisstad lijkt op zondag als door een kruisraket te zijn getroffen. Bevolking dood, gebouwen intact. Verse croissants pas te bekomen als AH opengaat, maar wie wil ’s middags croissants eten?

Thailand, 20 maart – De vrouw van nummer 210/9 op Ratchadaphisek Soi 7 zou een kloon kunnen zijn van Miep Kraak of gezien haar leeftijd Miep’s moeder. Als ik op weg naar 7-Eleven voor mijn verse ontbijt croissantjes haar woning passeer, is ze bezig het stoepje voor haar huis schoon te spuiten. Elke ochtend doet ze dat. Aan de oproep van de regering om zuinig met water te zijn, heeft ze geen boodschap. De spuit erop! Het water loopt de weg op, waar het opdroogt als de zon doorkomt. De autoriteiten maken zich zorgen over mogelijke watertekorten, maar Miep gaat haar gang. This Is Thailand, tenslotte.

Thailand, 19 maart – (Vervolg van FB 15 en 16 maart) Nog meer vragen. Sparen kinderen nog sigarenbandjes, suikerzakjes, speldjes? Bestaat het voetbalplaatje nog? Wordt de sinaasappel uit Spanje nog steeds verpakt in zijdevloei papier [?] met merklogo? Kun je nog uierboord kopen? Hoe zit het met knikkeren, touwtje springen, een diabolo in de lucht houden, de hoola-hoop? Worden kinderen nog wel eens zonder eten naar bed gestuurd: als straf of als dreigement? Wordt de traditie om na een geboorte beschuit met muisjes te eten, in ere gehouden? Is buiten spelen nog een geliefd tijdverdrijf? Bestaat het Klokje van zeven uur nog? Dragen padvinders nog een zware korte broek van corduroy?

Thailand, 18 maart – (Vervolg van gisteren) Tegenover me zitten zeven passagiers, allen verdiept in hun mobieltje. Aan mijn linkerzijde twee telefoonzombies, ter rechterzijde vier. Als enige zit ik daar, zonder dure Samsung om mij te vermeien met loos amusement. Ik ben een outcast, een lepralijder waar mensen met een grote boog omheen lopen. En wat kijkt iedereen ernstig. Alleen twee jonge mannen lachen zo nu dan wanneer ze elkaar iets op hun mobieltje laten zien. Wat verklaart deze massahysterie? Waarom leest niemand een goed boek? Waarom is niemand in een goed gesprek verwikkeld? Ik zou wel eens iemand zien naaien, breien, haken, punniken, tekenen. Vanwaar deze  grafstemming? Is er soms iemand dood gegaan?

Thailand, 17 maart – Metrovoertuigen doen me denken aan de vroegere wachtkamer van de huisarts. Een afsprakensysteem bestond nog niet en voor ziekenfonds- en particulier verzekerden waren aparte spreekuren. Nog erger waren de wachtkamers van tandartsen, waaraan een groot gebrek bestond. De mijne was een onsympathiek heerschap die boven mijn hoofd met zijn assistente babbelde. Een botterik. Evenals in de wachtkamers wordt In de metro niet gesproken. De telefoonzombies hebben hun spraakvermogen verloren, de niet-zombies kijken alsof ze hun laatste oortje hebben versnoept. Als je depressief wil worden, moet je vooral vaak met de metro reizen. Hoef je niet eens extra voor te betalen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 16 maart – Nog meer vragen. Verkoopt de (banket)bakker nog koekkruimels? Bestaat de klaar-over nog? Bekeurt de politie fietsers van wie het achterlicht het niet doet? Jatten juten nog steeds ballen? Leert de badjuf kinderen nog zwemmen met een lange stok waaraan een enge haak ter ondersteuning van je hoofd? Worden kinderen nog naar de kroeg gestuurd om vader te zeggen dat het eten klaar staat? Dragen vrouwen nog hoofddoekjes als het hard waait? Geven oma’s hun kleinkinderen een dubbeltje als ze hun rapport komen laten zien? Moeten leerlingen nog in de hoek staan als ze straf hebben? Krijgen padvinders nog een heitje voor een karweitje?

Thailand, 15 maart – Wat ik me afvraag: Worden er in ons land nog sokken gestopt? Matten geklopt (maar niet na acht uur)? Staat het vlees zaterdag urenlang te sudderen op een petroleumstelletje met een ring van asbest? Staan er  op een koude winterdag ’s ochtends wel eens ijsbloemen op de ramen? Bestaat de kolenboer nog? Dragen kinderen de kleren van hun oudere broertjes en zusjes af? Zijn er nog deugnieten die belletje trekken leuk vinden? Wordt een fiets op de groei gekocht zodat de trappers in het begin verhoogd moeten worden met een houten blok? Ben ik van de koperpoets? Zijn padvinders nog steeds rein in gedachten, woord en daad?

Thailand, 14 maart – ‘Zeg, schiet ’s een beetje op, ouwe lul.’ De stem kwam de Meester bekend voor. Hij draaide zich om, achter hem bij de kassa van een bekende kruidenier stond de puistenkop. Inmiddels van school gestuurd omdat de meeste docenten hem niet de baas konden. De Meester wel, die was adrem. Ook nu weer. ‘Dat heb je goed geraden. Ik heb inderdaad een ouwe lul. Ik ben geen eunuch.’ Maar dat woord kende de puistenkop niet. De Meester probeerde hem nog het verschil tussen ‘hebben’ en ‘zijn’ uit te leggen: ‘Jij hebt een jonge lul. Of ben je een jonge lul?’ Maar de puistenkop hield zich van de domme. Of was hij dom? (Eerdere afleveringen over de puistenkop: 18, 19, 21 en 22 februari)

Thailand, 13 maart – De uitdrukking This Is Thailand (TIT), een beschaafde manier om te zeggen: ik heb schijt aan regels,  wordt het duidelijkst gedemonstreerd door motorrijders. Bestuurder en drie passagiers, van wie twee kindjes, zonder helm op een motorfiets zijn geen uitzondering. Dat er niet meer doden in het verkeer vallen of berijders eindigen als kasplantje, mag een godswonder heten. Mijn zwager heeft het idee dat je een helm draagt omdat je een boete krijgt wanneer je gepakt wordt door de politie. Dat de helm wel eens van pas kan komen als je door een auto wordt geschept, komt niet in hem op. Met een slok op achter het stuur heeft hij ook geen problemen.

Thailand, 12 maart – (Vervolg van gisteren) De geest die de Ocean Bar in mijn uitgaansstraatje beschermt, zal wel geklaagd hebben. Op zekere dag waren twee van de vier bakje, formaat poppenhuis, leeg. Elke avond krijgt de geest een maaltijd van de uitbater, want dat is een (bij)gelovig man. Maar die ene avond had een zwerver twee bakjes leeggeklauwd. Misschien was dat de reden dat de klanten wegbleven; geesten zijn oppermachtig in Thailand. Ze kunnen regeringen ten val brengen en helikopters laten crashen. Zelfs drie achter elkaar. De uitbater zet het dienblad met de avondmaaltijd nu uit het zicht achter een plantenbak. Laat de klanten maar komen.

Thailand, 11 maart – (Vervolg van gisteren) Na betaling van 49 baht vervolgde ik mijn weg door Big C Extra. Passeerde de Suzuki coffeeshop, waar ik altijd een dot slagroom op mijn koffie krijg, Swensen’s, een van oorsprong Amerkaanse ijssalon en een groep mensen met in het midden een standwerker die de lof bezong van de radiografisch bestuurde helikopter die hij verkocht. Moest denken aan de standwerker op de Rotterdamse markt die vanuit zijn vrachtwagen potplanten verkocht. [Staat hij er nog?] De metro bracht me naar mijn uitgaanstraatje, waar een zwerver het eten pikte van de offerande aan de geest van de Ocean bar. De uitbater greep niet in; de geest ook niet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 10 maart – In het kantoortje van EMS/UPC staat nog steeds de vrouw achter de balie die de vorige keer meende dat Nederland niet bestaat. Deze keer klikte ze op Netherlands (Holland) nadat ik mijn post had ingeleverd. Ze vroeg nog of Nederland hetzelfde land was als Holland, hetgeen ik kon bevestigen. De computer accepteerde deze adressering niet, waaruit de vrouw de (voorbarige) conclusie trok dat verzending niet mogelijk was. Ik dirigeerde haar naar de regel erboven Netherlands. De envelop is nu onderweg naar Vlaardingen. Een bedankje kon er niet vanaf. Stond het vorige personeel er nog maar. Dat had tenminste ergens verstand van. (Wordt vervolgd)

Thailand, 9 maart – Ik was aan de winnende hand, toen mijn tegenspeler abrupt vertrok. De knaap die in de poolzaal werkt, maakte het potje voor hem af. Hij vertelde me dat er die avond politiecontrole zou komen, gericht op illegaal in het land verblijvende en werkende buitenlanders. In mijn uitgaansstraatje voornamelijk jongens uit Vietnam, die in gogo bars werken. Ze komen allemaal uit dezelfde streek. Wanneer  ze met elkaar staan te ratelen in hun op hondengeblaf lijkende, harde taal doen ze me denken aan de Titaantjes van Nescio. Maar deze avond vertoonden ze zich niet. De oogst moet mager zijn geweest. Het potje pool verloor ik. Verdummele.

Thailand, 8 maart – De oude man wenkte me. Ik was op de terugweg naar huis, want zo noem ik mijn hotelkamer. Met de metro van Sam Yan (het tweede station), waar de rijtuigen nog grotendeels leeg zijn, naar Huai Khwang. Dus had een zitplaats dicht bij de deur. Onderweg was de metro zoals gebruikelijk volgelopen op drie stations totdat er niemand meer bij kon. De oude man kent me. Hij zag me de hoek omkomen. Hij heeft me vaak met zijn tuktuk thuis gebracht. Bestemming opgeven hoeft niet; routeaanwijzingen zijn overbodig. We praten niet met elkaar, maar hij laat me hier toch thuis voelen.

Thailand, 7 maart – Na de pauze stond op het schoolbord in hanenpoten geschreven ‘De meester is gek’. Zacht gegniffel. De meester keek er eens naar, pakte een krijtje en voegde in schoonschrift ‘ookt’ toe. Hilariteit. Zo, jongens en meisjes, pak je schrift, we gaan nu met woorden spelen. Voeg een zelfstandig naamwoord en een lidwoord toe. [De meester is een gekookt eitje] En verander nu het werkwoord. [De meester eet een gekookt eitje] Een bijwoordelijke bepaling van tijd. [De meester eet ’s ochtends een gekookt eitje] Een meewerkend voorwerp en verander het werkwoord. [De meester geeft ’s ochtends zijn zoontje een gekookt eitje] Wat hebben we toch een leuke meester, vonden de zesdeklassers.

Thailand, 6 maart – (Vervolg van gisteren) Mocht u denken dat de Thaise balkons dermate gammel zijn, met name van appartementen die worden bewoond door expats, dat er vanaf vallen onvermijdelijk is, dan heeft u het mis. Ze zijn stevig, maar dat geldt niet voor de expat die te pletter valt. Misschien dronken gevoerd, misschien bedreigd door een geldwoekeraar bij wie zijn lieve vrouwtje geld heeft geleend dat ze bij het gokken heeft ingezet. De Thaise vrouw plengt krokodillentranen. Ze heeft haar schaapjes op het droge en kan nu het gewenste huis bouwen in haar geboortedorp. Daarna op zoek naar het volgende slachtoffer. Dit is ook Thailand, het land van de glimlach.

Thailand, 5 maart – Patty’s Fiesta heet het Mexicaanse restaurant op de hoek van Patpong 1 en Silom Rd. Ik eet er wel eens een pittige chili con carne. De sterke dranken, zoals mojito, zijn niet aan mij besteed. Water volstaat. Raakte laatst in gesprek met een Canadese overwinteraar. In zijn thuisprovincie is het ’s winters bitterkoud met temperaturen van min 40 graden; dat je die ontvlucht begrijp ik wel. Hij vertelde soms bij een kennis in Pattaya te logeren. De lokale tv-zender toont elke dag wel een buitenlander die van het balkon is gevallen met bij de politie een huilende Thaise echtgenote. (Wordt vervolgd)

Thailand, 4 maart – Op 5 januari schreef een kennis op deze plaats en ik citeer: ‘Wil je je echt de rest van je leven laten vergallen door je te ergeren aan mensen die met hun telefoon bezig zijn?’ Mijn ‘verzet’ zou me ‘zuur en eentonig’ maken. De kennis had de verkeerde bril op. De columnist, de reïncarnatie van de hofnar, was aan het woord. Hij ergert zich niet, maar spot met alles en iedereen. Vandaag ‘dood aan de telefoonzombie!’, morgen ‘leve de telefoonzombie!’. Met een columnist weet je nooit waar je aan toe bent. Hij is zo onvoorspelbaar en veranderlijk als het weer [maar niet het weer in Bangkok].

Thailand, 3 maart – Jongens en meisjes, vandaag de laatste les over de zombie. 7 De Wisselaar. Springt onophoudelijk van de ene app naar de andere app. Een ongedurig type met een korte spanningsboog. 8 De fotograaf. Twijfelgeval, want gebruikt zijn mobieltje alleen om foto’s te maken. Alles wordt gefotografeerd: hijzelf, zijn gezelschap, het eten, de omgeving, dieren, planten. Chatten en gamen doet hij niet; dat pleit voor hem. 9 De lezer. Strikt genomen geen zombie, want hij werkt aan zijn algemene ontwikkeling. 10 De fantast. Doet net alsof hij een mobieltje vasthoudt, maar ’t is geen mobieltje. Wat dan wel? Weet ik veel.

Thailand, 2 maart – Jongens en meisjes, vandaag les 2 over de zombie, een verschijningsvorm van de mens die ik mijn ergste vijand nog niet toe wens. Type 4 is de sms-er. Is aan het chatten met iemand over volmaakt onbelangrijke zaken. Waar ben je, is de eerste vraag. Hij wacht telkens zenuwachtig op antwoord. 5 De fotozoeker. Heeft een indrukwekkend aantal foto’s in zijn fotoalbum, meestal van hem/haar met vrienden/vriendinnen die lachend het V-teken maken. Wat er te lachen valt, weet niemand van het gezelschap. 6 De Liker. Een vrolijke Frans. Klikt bij elke post op Facebook op ‘Vind ik leuk’ zonder iets te lezen. Waarom zou hij?

Thailand, 1 maart – Jongens en meisjes, we gaan ons de komende dagen verdiepen in de psyche van de telefoonzombie, de bevolkingsgroep die grote delen van de dag aan het mobieltje zit gekluisterd. Er zijn tien types; vandaag de eerste drie. 1 De neuroot. Doet niets anders dan scrollen: van boven naar beneden v.v. Is hij ergens naar op zoek? Nee, hij verveelt zich alleen maar. 2 De gamer. Speelt onophoudelijk een spelletje, zoals Candy Crush met verschuivende vruchtjes. Kan er niet genoeg van krijgen. 3 De epicurist. Bekijkt foto’s van gerechten die hij zelf zou kunnen bereiden als hij minder tijd aan zijn verslaving besteedt.

Thailand, 29 februari  – Als ik de receptionist van het hotel iets vraag, begint hij al vermoeid te kijken nog voordat ik mijn vraag heb afgemaakt. Moet de vraag wel tweemaal in krom Engels herhalen, want Engels verstaat hij nauwelijks. Ik informeerde naar de twee monniken die tegenwoordig ’s ochtends langs komen. Hij kon me niet vertellen of ze van één of twee tempels zijn en van welke. Ik vroeg welk nummer ik moet toetsen om het tegoed op mijn mobieltje te weten te komen. Wist hij niet. Ik vroeg of ik de hoteltelefoon kon gebruiken, want AIS was ’out of service’. Deed het niet, wel voor inkomende gesprekken. Ik had zin om te gillen.

Thailand, 28 februari  – Wat zegt de reïncarnatieleer over gedachten? Of wordt bij de toekenning van een toekomstig leven alleen rekening gehouden met de daden? In dat geval maak ik vooralsnog een redelijke kans. Maar als mijn gedachten mede worden beoordeeld, vrees ik het ergste. Ik heb namelijk sjans met een verkoopster van de 7-Eleven. Cherry heet ze, dat weet ik al. Geen beauty, ze lacht altijd lief naar me als ik mijn verse croissantjes haal. Evenals vele Thaise jongeren heeft ze een beugel. Daar is doorgaans geen tandheelkundige reden voor, maar het is een statussymbool. Soms [vaak?] aangebracht door kwakzalvers, waardoor op termijn het gebit schade oploopt. Overigens: wat ik denk, vertel ik niet.

Thailand, 27 februari  – Het ergste wat een Thai kan overkomen is als hij niet meer kan praten en horen (gevolgd door eten, gokken, naar Muay Thai wedstrijden kijken, slapen en drinken). Maar voor dat eerste is een oplosing: de doventaal. Die biedt bij sommige tv-programma’s uitkomst door een tolk die in een hoekje van het beeld het gesprokene vertaalt. Ja, er wordt wat afgeluld in Thailand: op de televisie, via mobieltjes, onder het eten en elk tijdstip en elke plaats lenen zich ervoor. Thailand is het land van kletskousen, met op de onbetwiste eerste plaats premier Prayut, die op vrijdagavond op alle tv-kanalen een toelichting geeft op de zegeningen en plannen van de junta. Saai en slaapverwekkend.

Thailand, 26 februari  – Terwijl ik de rijstschotel à la Sarica, vernoemd naar het restaurant, verorberde, werd mijn oog voortdurend naar rechts getrokken. Tegen het hek van de patio zat een man, dikker dan dik. Als hij een vrouw was geweest, zou hij op het punt gestaan hebben een 10-ling te baren. De buik van de man had geen geleidelijk oplopende helling, maar stulpte pats boem uit. Ik zag ook een Japanse man, goed voor een 5-ling. Op de zesde scheppingsdag schiep de Here God de mens ‘naar zijn evenbeeld’. Genesis zegt: ‘En God zag dat het goed was.’ [?] Overigens smaakte de maaltijd niet anders dan anders. Dank u.

Thailand, 25 februari  – Jongens en meisjes, vandaag nog één keer: de expat (zie FB van 6 en 13 feb). 7 is de Kroegloper. Is elke ochtend achter een fles bier te vinden in de Junglebar. Hij klaagt er met andere expats over Thaise vrouwen, Thaise mannen, Thaise kinderen, Thaise toestanden. 8: De Idealist. Doet vrijwilligerswerk in een opvangkamp voor olifanten met een hernia, gifslangen die hun tanden kwijt zijn en honden die ontsnapt zijn aan de kookpot in Vietnam. 9: De sportman. Traint elke dag fanatiek voor de Jaarlijkse Marathon, gestoken in een modieuze aerodynamische outfit. 10: De Grote Onbekende. Niemand kent hem, niemand weet waar hij woont. Heb hem nog nooit gezien. Bestaat hij wel?

Thailand, 24 februari  – Ik lijd soms aan oblomovisme, vernoemd naar de Russische edelman die niet uit zijn bed kon komen. Elke dag opstaan, scheren en tanden poetsen. Voorkant, achterkant, boven en onder, en de laatste restjes plaque wegwerken met een ragertje tussen de tanden. Elke dag onder de douche, afdrogen, haar kammen, aankleden, horloge omdoen, brilleglazen poetsen en bril opzetten. Elke dag alle documenten op mijn laptop sluiten en mijn laptop uitzetten, kaartje uit de stroomonderbreker halen, deur op slot doen en naar beneden gaan voor de zoveelste gang naar de zoveelste maaltijd, die altijd weer de volgende dag het lichaam verlaat. Ik word al moe door het op te schrijven.

Thailand, 23 februari  – Jongens en meisjes, vandaag wil ik het hebben over de pink. De pink is de kleinste vinger van de hand, een enkele uitzondering daargelaten. Hij is de Judas van de vingers, want deinst er niet voor terug om te verklappen dat zijn collega’s willen snoepen uit grootmoeders likkepot. Een mens heeft twee pinken, wederom enkele uitzonderingen daargelaten. Mijn linkerpink is krom getrokken. Wanneer dat begonnen is en waarom, weet ik niet. Een enkele keer verkrampt de pink, maar dat duurt nooit erg lang. Gelukkig ben ik rechtshandig, dus ik heb er bij het thee drinken geen last van.

Thailand, 22 februari – Het is doodstil in de klas. Hoe zou de meester reageren? De puistenkop had iets gezegd over homo’s wat ik maar beter niet kan herhalen. Zou de meester zeggen dat in elke bevolkingsgroep homofolie voorkomt, soms verboden op straffe van openbare terechtstelling? Zou hij zeggen dat in Nederland seksediscriminatie verboden is en dat ons land zelfs het homohuwelijk kent? Maar de meester zei niets, hij liep naar de knaap toe en fluisterde hem iets in het oor. Sindsdien houdt de puistenkop zijn kop over homo’s. Dit had de meester gezegd: Wist je dat mensen die afgeven op homo’s onbewust bang zijn dat ze zelf homo zijn? (Dit is deel 4 in de mini-serie De puistenkop. Met dank aan Cornelis Pons die me op het idee bracht.)

Thailand, 21 februari  – Ik ga jou kapot maken, zei de puistenkop. De meester vroeg niet waarom; hij had wel een vermoeden na zijn vorige aanvaring. Misschien voelde het joch zich betrapt. En wie neem je daarvoor  mee, vroeg de meester. Ik ga jou kapot maken, herhaalde de knaap zijn uitspraak, die kennelijk bedoeld was als dreigement. Heb ik nog inspraak in de methode, vroeg de meester. Maar dat woord kende hij niet; inspraak is geen usance in zijn kringen. Wat dacht je van de guillotine? Snel en effectief. Maar ook dat woord kende hij niet. Wat leren ze tegenwoordig op school, verzuchtte de meester. (Dit is deel 3 in de mini-serie De puistenkop)

Thailand, 20 februari  – Pattaya en Phuket hebben ze, Chiang Mai en Chiang Rai hebben ze, Korat en Bangkok hebben ze. Shopping malls, winkelcentra waarvan ik er geen enkele met die grootte in Nederland ken. De Markthal in Rotterdam komt niet eens in de buurt van deze mastodonten. In sommige krijg ik ademnood, zoals MBK met zijn smalle gangpaden waar je de weg snel kwijtraakt. Moest er lang zoeken naar een uitgang. Terminal 21 heeft volume, het oog kan er weiden, manoeuvreren is gemakkelijk. Dat geldt ook voor Future Park in Rangsit en Esplanade aan de Ratchadaphisek Road. Siam Paragon, Siam Center: Ik kom er liever niet. Central Plaza Phra Ram 9 is een twijfelgeval.

Thailand, 19 februari  – Dood aan de joden, zei de puistenkop plompverloren tijdens de les, die was gewijd aan de wereldgodsdiensten. Allemaal?, vroeg de meester. Ook baby’s? Ook joden die zich tot de islam hebben bekeerd? De knaap zweeg. En wie gaat die joden doodmaken: jij? De jongen zweeg weer. Niet?, zei de meester. Dus je durft niet met een mitrailleur naar de synagoge te gaan en iedereen neer te maaien? Als ik je een goede raad mag geven: schiet daarna jezelf voor je kop. Altijd nog beter dan de gevangenis waar zwaar behaarde mannen je in je kont neuken. En dat doen ze niet zachtzinnig.

Thailand, 18 februari  – Juf, u stinkt uit uw mond, zei de puistenkop toen hij het leslokaal betrad. Juf, een zogenaamdezij-instromer, wist niet hoe de knaap van repliek te dienen. In het bedrijfsleven, dat ze had verlaten voor een onderwijsbaan, had ze zoiets nog nooit meegemaakt. Na zekere tijd gaf ze het op. Met een nervous break-down keerde ze de school de rug toe. Onderwijs kan een hard vak zijn als je niet kunt reageren met: Joh, je ruikt je eigen neus. Een Thaise leerling zou zoiets nooit durven zeggen. De meester zegt: Een giraf heeft een korte nek. Internet zegt: een lange nek. Dus een giraf heeft een korte nek.

Thailand, 17 februari  – Kocht bij Asia Books aan de Sukhumvit Road een keer de krant (toen mijn vaste krantenbezorger na de jaarwisseling in katzwijm lag) en later nog een keer een boek. Beide keren vroeg de verkoper of ik een plastic tasje wilde. Nee, dat wilde ik niet, want er mankeert niets aan mijn handen. De verkopers en verkoopsters in 7-Eleven tasten elke keer als ik mijn boodschappen afreken, hoe gering ook, met hun handen onder de toonbank waar in een la de plastic tasjes liggen. Sommigen weten inmiddels dat er niets aan mijn handen mankeert. Maar de meesten blijven plastic verspillen. Bedrijfsbeleid?

Thailand, 16 februari  – Jongens en meisjes, vorige week vertelde ik jullie over drie types expat. Vandaag behandel ik er weer drie. 4 De pendelaar. Overwintert in Thailand, meestal drie maanden want voor die periode is een visum verkrijgbaar. Verveelt zich al na twee weken, want dan is de tuin van zijn Thaise huis op orde en zijn alle klusjes in huis gedaan. 5 De crimineel. Wordt gezocht in eigen land en heeft tijdig de benen genomen. Meestal naar de twee badplaatsen die met een P beginnen, want daar is de p gemakkelijk omkoopbaar. 6 De suikeroom. Een oudere Japanner met veel geld. Heeft een Thaise vriendin. Niet voor de seks, maar om verzorgd te worden. Sommige vriendinnen laten oompje vermoorden.

Thailand, 15 februari  – Ik ben een leeszombie. Als ik een tekst zie, waar dan ook, moet ik hem lezen. Het is een verslaving. Soms knap vermoeiend, want het oog krijgt geen seconde rust. Gelukkig vergeet ik snel. Stel je voor dat ik alles zou onthouden, mijn hersens zouden uit elkaar spatten. Sommige teksten op T-shirts kom ik vaker tegen, zoals die met ‘Limited Edition’ – ben de juiste zin alweer vergeten. Soms zijn ze raadselachtig, soms origineel. Een maffe vind ik ‘Dear Santa. This year I want retail therapy’ of misschien stond er ‘need’. Las ik op een boodschappentas van winkelcentrum EM Quartier. Hoop hem snel te vergeten.

Thailand, 14 februari – Bij metrostation Sam Yan, de uitvalsbasis naar mijn uitgaansstraatje, staat Wat Hua Lamphong. Een groot complex met paviljoens, zalen, een stal met koeien en buffels, een school, een Chinese tempel en het hoofdgebouw waarvoor je een lange trap moet beklimmen. Voor de levende have is voer te koop. De beesten voeren brengt geluk en voorspoed. Overal op het terrein zijn kleine heligdommen waar bezoekers voor geknield zitten met een wierookstokje. Mocht u denken dat dit alles iets met boeddhisme te maken heeft, dan moet ik u teleurstellen. De ‘gelovigen’ voeren plichtmatig rituelen uit en spekken de tempel met geld. Het is een quasi-religieus bedrijf dat geld verdient aan bijgeloof.

Thailand, 13 februari – Bangkok Post, mijn trouwe ochtendgezelschap, heeft als motto ‘The newspaper you can trust’. Ik twijfel er vaak aan. Fouten, tegenstrijdige en onvolledige informatie, autoriteiten kritiekloos citeren, rekenfouten, noem maar op. Mijn twijfel wordt weer eens bevestigd door de prijs van Marlboro. Volgens BP ging de prijs van een pakje sigaretten 5 tot 10 baht omhoog vanwege verhoging van de accijns. Het winkeltje in mijn hotel verhoogde de prijs van 95 naar 115 baht (zie mijn column van gisteren), Family Mart en 7-Eleven, na twee dagen de oude prijs te hebben gerekend, naar 120 baht. Blundert BP weer eens of proberen de kruideniers(ketens) er een slaatje uit te slaan?

Thailand, 12 februari – Dinsdag om middernacht ging de prijs van een pakje sigaretten met 5 of 10 baht omhoog. Wie dus om vijf over twaalf een pakje kocht, werd de nieuwe prijs in rekening gebracht. Zo gaat dat hier. Want de prijs staat niet zoals in Nederland op het pakje. Voorheen betaalde ik 95 baht voor een pakje Marlboro. Het kruidenierswinkeltje in mijn hotel had er 115 baht van gemaakt.  Klacht ingediend bij de receptionist. Hij gaf de groothandel de schuld, maar toen ik later triomfantelijk mijn nog voor de oude prijs bij 7-Eleven gekochte Marlboro toonde, zei hij met zijn leveranvier te gaan praten. Bang om mij als klant te verliezen?

Thailand, 11 februari – Een expat schold mij per e-mail uit voor kommaneuker, regeltjes fetisjist en stijfkop, en had als afscheidsgroet Rust zacht. Ik was er zo van ondersteboven dat ik twijfelde tussen mij laten opnemen in Delta (een gekkenhuis), van een hoog flatgebouw springen (wat in Pattaya en Phuket een populair tijdverdrijf is) of de pil van Drion innemen. Maar toen schoot me ineens het bijbelwoord te binnen: ‘Wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?’ (Matth 7:3-5) Ik dacht: Als ik mieren neuk, moet hij wel olifanten neuken. Ik hoop dat hij onder ligt.

Thailand, 10 februari – Opgericht: Dick’s Reisbureau, pakketreizen voor de ondernemende toerist (21-†). Pakket A: Hekken. U maakt drie dagen een excursie langs houten en metalen hekken, die rijk versierd zijn met motieven uit de mythologie en volksverhalen. Pakket B: Crematies. U maakt drie dagen een authentieke traditionele crematie mee en ziet monniken in actie. Premie: Een bezoek aan uw eigen crematie. Pakket C (Nieuw): OV. Met de bus kriskras door het bloedstollende verkeer van Bangkok (niet geschikt voor mensen met een zwakke blaas), verder: metro, light rail en trein. Pakket A, B en C: De laatste twee dagen strand in een badplaats naar keuze: Phuket, Pattaya of Cha-Am. Prijzen op aanvraag.

Thailand, 9 februari – Laat ik nog eens uitleggen dat de stukjes die ik plaats op Facebook (alleen voor vrienden) columns en cursiefjes zijn. Een column wordt geschreven door een columnist, de opvolger van de hofnar. Hij is niet aan enige journalistieke regel gebonden. Mag overdrijven, vertekenen, fantaseren, beledigen – zijn vrijheid wordt alleen beperkt door de grenzen die de wet aan elke Nederlander stelt. Een cursiefje (Simon Carmiggelt was daarin een grootmeester) is een beschrijving van een observatie, waarheidsgetrouw en subjectief. Sommige reacties schrap ik; daar ben ik streng in. Ik heb een hekel aan wijsneuzen en mierenneukers. Reacties die een glimlach ontlokken aan deze chagrijn, zijn de beste.

Thailand, 8 februari – Mijn oog wordt voortdurend getrokken door jeans die bezaaid zijn met gaten en rafels. Ze worden niet alleen gedragen door jongelui die erbij willen horen [waarbij eigenlijk?] maar ik zie ze soms ook bij ouderen. Ik heb twee theorieën over dit fenomeen. 1 De broekdrager/draagster is te arm om een fatsoenlijke spijkerbroek te kopen van een degelijk merk, dus moet zich behelpen met een exemplaar uit de uitdragerij. 2 De broekdrager/broekdraagster bulkt van het geld, want voor die gaten en rafels moet extra worden betaald. Een kniesoor die daarop let, als je erbij wil horen.

Thailand, 7 februari – Waarom rijden Thaise automobilisten en motorrijders als idioten over de snelweg, en draaien motorrijders in Bangkok hun gas voluit open op wegen als Sukhumvit en Ratchadaphisek, zoals ik uit eigen waarneming weet? Is dit omdat ze een ware doodsverachting hebben; immers: de reïncarnatie garandeert een volgend leven, misschien wel een beter met een nog sneller voertuig. Of vertrouwen ze op de Boeddha amulet om de nek of bungelend aan het achteruitkijkspiegeltje? Nee, waarde lezers(essen), ze zien niets anders in tv-autoreclames, want die leggen de nadruk op snelheid. Die wekken de indruk alsof elke wagen een potentiële formule-1 deelnemer is.

Thailand, 6 februari – Jongens en meisjes, vandaag ga ik de expat behandelen. De expat is een buitenlander die zich in Thailand heeft gevestigd. Je hebt tien types, ik noem er drie. 1 De wijsneus: Beschouwt zichzelf als iemand die alles denkt te weten van land en bewoners. Hij leest en spreekt Thais en lult met jan en alleman in het Thais om zijn kennis te etaleren. 2 Het orakel: Heeft nog nooit een boek gelezen over Thailand, maar debiteert niettemin allerlei quasi-wijsheden, met name over Thaise vrouwen. 3 De buitenstaander: Houdt zich afzijdig, eet Europees, kijkt naar BVN en kan Thailand niet op de wereldkaart aanwijzen. (Maak zelf een keuze)

Thailand, 5 februari – Jongens en meisjes, vandaag ga ik het hebben over prostitutie, oftewel betaalde liefde, maar met liefde heeft het niets te maken. Het gaat om neuken, klaarkomen, dokken en oprotten. Zoals Céline schreef: Veel gedoe voor weinig kut. In Thailand heten ze bargirls, in Engeland whore, in Frankrijk putaine, in sexclubs gastvrouw, in de krant sekswerker. Je hebt raamhoeren, tippelaarsters, escorts, courtisanes, schandknapen en homohoeren. Het oudste beroep ter wereld is niet hoer, zoals wordt gezegd, maar boer. Kortjakje was een hoer. Thailand heeft een seksimage; alsof in andere landen geen prostitutie voorkomt. Denk daar maar eens over na.

Thailand, 4 februari – Jongens en meisjes, vandaag ga ik de Sangha behandelen, de Thaise monniksorde. De Thaise monniksorde is een maffiabende met monniken die zich verrijken met het verkopen van lucky numbers voor de staatsloterij en amuletten inzegenen en verkopen. Ze maken goedgelovigen wijs dat ze hun karma kunnen verbeteren als ze geld doneren. Met dat geld worden protserige tempels gebouwd, zoals Wat Dhammakaya (foto). ‘s Ochtends troggelen ze eten af van arme bewoners, maar ze voeren geen flikker uit in de gemeenschap. Bij uitvaarten houden ze een prevelementje, eten hun te dikke buikje vol en rond en ontvangen geld. Voor échte boeddhisten moet je bij de sober levende bosmonniken zijn.

Thailand, 3 februari – Jongens en meisjes, vandaag ga ik het mondkapje behandelen. Het mondkapje is een kapje dat voor de mond wordt gedragen en met twee lussen om de oren op zijn plaats wordt gehouden. Het hebben van twee gezonde oren is dus een vereiste. Het mondkapje is geen muilkorf en het dient ook niet om iemand monddood te maken. Het dient om ongewenste elementen buiten of binnen (bij verkoudheid om anderen niet te besmetten) te houden. Het is gewenst het kapje bij het eten terzijde te leggen, anders wordt het zo’n knoeiboel. Ook de neus wordt bedekt door het kapje; het zou dus eigenlijk neusmondkapje moeten heten.

Thailand, 2 februari – Kan dat ook in Nederland om half vier ’s nachts: Een lege hotelreceptie, de nachtwaker die normaal slaapt, in geen velden of wegen te bekennen? Zijn tas staat er onbeheerd. Kan dat ook in Nederland: Aan de kant van de weg, wapperend met je hand, een taxi aanhouden, waarvan talloze passeren? Kan dat ook in Nederland: In een kruidenierswinkel de boodschappen doen, die je overdag bent vergeten? Met een keuze uit vier winkels op loopafstand, allemaal van hetzelfde concern. Kan dat ook in Nederland: Een buurman tegenkomen die om een sigaret bietst? Kan dat ook in Nederland: Naar een partita van Bach luisteren, gespeeld door de briljante Gould? Ja, dat kan

Thailand, 1 februari – Zaterdag, 6.45 uur. Op weg naar 7-Eleven voor mijn ontbijt croissantjes, banaan en deze maal ook vier eieren van CP, het bedrijf dat ervan beschuldigd wordt zijn kippen te voeren met de bijvangst uit de visserij, het resultaat van (verboden) kleine mazen in de netten. Een mank lopende man graait lege petflessen, papier, karton en alles wat bruikbaar is uit de afvalbakken. Hij heeft een lamme rechterarm, zijn linkerhand steekt in een huishoudhandschoen. Een vrouw bereidt haar offerande aan de Boedda voor. Zoals elke ochtend is het veel. Op het plein voor het Fitnesscentrum ruimen tientallen duiven de etensrestjes op.

Thailand, 31 januari – Thailand is een prima vakantieland. Absoluut! Zon, strand, zee, de Thaise keuken, tempels, drijvende markten, culturele shows, enzovoort. Maar! Dan moet je natuurlijk niet vermoord worden op een vakantie-eiland. Maar! Dan moet je niet te horen krijgen wanneer je de gehuurde jetski terugbrengt, dat hij beschadigd is. Of je maar even wil dokken. Maar! Dan moet je natuurlijk niet bij Wat Phra Kaew zogenaamd voor een gesloten deur staan om vervolgens in een tuktuk naar juweliers en kleermakers te worden geloodst. Maar! Dan moet je natuurlijk niet door een passerende motorrijder beroofd worden van je tasje dat losjes over je schouder hangt. Want dan is Thailand geen prima vakantieland.

Thailand, 30 januari – Over Thailand bestaan veel clichés – over welk land trouwens niet? Ik schreef er ooit de volgende limerick over: Gaat u naar Thailand en bent u alleen/Zeg: ik ga er voor de vrouwen heen/Zegt u: voor de cultuur/Dan reageert men zuur:/Dat zal wel, dat zegt iedereen. Ik zeg dat niet. Ik zeg: voor de zon want de warmte is heilzaam voor mijn gewrichten en spieren. Bangkok is daarom the place for me to be, niet alleen omdat ik een grotestadsmens ben, maar omdat de gemiddelde temperatuur rond de 30 graden schommelt. Leid ik hier een spannend leven? Nou neu. Ik doe hetzelfde wat ik in Nederland zou doen als pensionado. Saai hè?

Thailand, 29 januari – (Vervolg van gisteren) In de Ocean bar ontmoette ik Mac, een weesjongen die met jan en alleman aanpapt. Hij maakte mij attent op een YouTube filmpje* waarop hij en de andere kinderen van het weeshuis op Moederdag, de verjaardag van de koningin, zingen dat ze hun moeder missen. Heel aandoenlijk. Telkens als ik het filmpje zie, krijg ik tranen in mijn ogen. Mac spreekt helaas te weinig Engels om hem te kunnen uithoren over zijn achtergrond. Wanneer ik zo rond acht uur vertrek, begeleidt hij me naar metrostation Sam Yan in de hoop tip te krijgen. Ik geef hem meestal 100 baht. Verder beperkt mijn vrijgevigheid zich tot sigaretten ter beschikking stellen en een enkele donatie voor een maaltijd ad 50 baht aan de knapen die me van de pooltafel vegen. (Einde)

* Dit is de link: https://www.youtube.com/watch?v=-jtZhQdE3e4. Voor de vertaling van Tino Kuis, zie: http://www.dickvanderlugt.nl/?p=56158

Thailand, 28 januari – (Vervolg van gisteren) Na een bezoek aan Dick’s Café en een of meer spelletjes pool (30 baht per spelletje), verkas ik naar buurman Ocean bar, waar zelden klanten zitten. Maar die komen mischien later als ik weg ben. De uitbater spreekt net genoeg Engels voor een gesprek. Hij is heel bijgelovig want begint de avond met op de bar en schappen met drankflessen te tikken. Dat zou geluk moeten brengen. Hij offert ook op een dienblaadje eten aan de geest van de bar en steekt er een wierookstokje bij aan. Ik drink er meestal water (50 baht) en een enkele keer bier (100 baht), beide met ijsblokjes. (Wordt vervolgd)

Thailand, 27 januari – (Vervolg van gisteren) Mocht u denken dat de soi met Dick’s Café het exclusieve domein van gays is, dan heeft u het mis. Ze zijn er, ze hebben vaak een feminieme uitstraling, het zijn geen YMCA-types, maar het straatje wordt door mensen van allerlei pluimage bezocht, dit hoogseizoen veel Japanners, zowel mannen als (giechelende) vrouwen, die vaak voor de live shows komen. Nederlanders kom ik er zelden tegen en met de twee die ik er ontmoet (heb), valt een gesprek op niveau niet te voeren. De een is bevriend met koning alcohol, de ander adviseert me Geen Stijl te lezen. Mijn enige bezwaar tegen de etablissementen is dat de zitplaatsen uiterst oncomfortabel zijn, meest barkrukken en daar kun je niet op loungen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 26 januari – (Vervolg van gisteren) De soi met Dick’s Café is een levendig straatje met enkele go-go bars, waar een flesje bier 400 baht kost. Er werken veel Vietnamese jongens die elke maand even de grens moeten overwippen om hun visum 30 dagen te verlengen. Ze zijn gek op pool spelen en daar zijn ze goed in. Ze komen uit dezelfde streek (Hatin) en spreken nauwelijks Engels, wat me verbaast want qua beheersing van de Engelse taal scoort Vietnam stukken beter dan Thailand. Hoe ze in leven blijven, is me een raadsel, want het zijn er veel in verhouding tot het aantal klanten. Ze hebben geld om het telefoontegoed van hun mobieltje aan te vullen, bij het poolen te gokken en eten te kopen. Ik vermoed: ze leven van dag tot dag. (Wordt vervolgd)
Over de jongensbars schreef Paul Bremer ‘Rent a friend’. Klik hier voor het artikel: http://www.dickvanderlugt.nl/?p=28595

Thailand, 25 januari – Als je ergens komt en het bevalt, dan kom je er terug en als het dan nog bevalt blijf je komen. Dat is mij gebeurd met Dick’s Café, de uitspanning die is vernoemd naar Rick’s Café uit de filmklassieker Casablanca met Humphrey Bogard en Ingrid Bergman (1947). Ik drink er koffie, die eigenlijk te sterk is, maar dat valt te compenseren met een sloot melk, eet er wel eens (ze serveren een prima Irish Stew, die er Pork Stew heet) en observeer er passanten. Aan de overkant is een zaal met drie krakkemikkige pooltafels, waarin de stootbal nog wel eens wil vastlopen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 24 januari – Terwijl ik nature’s call beantwoordde, een uitdrukking die ik leerde toen ik in Kameroen in een alfabetiseringscampagne werkte, dribbelden enkele mini-mini miertjes over de deurpost. De grote aantallen van vroeger vertonen zich niet meer na de verpletterende nederlaag die ze tegen mij hebben geleden. Ze zijn overgestapt op guerilla warfare, waarmee ze meer succes denken te hebben, maar daarin vergissen ze zich. Enige logica kan ik niet ontdekken in hun manoeuvres. Die komen op mij nogal chaotisch over, maar misschien is dat strategie. Hoe het ook zij, ik heb weinig last meer van mijn darlings en liet ze deze keer ongemoeid. Had trouwens iets belangrijkers te doen.

Thailand, 23 januari – In de metro. Tegenover me stond een vrouw met een jurkje, kort geen mini, dat was afgezet met een valletje van vitragestof. Stond wel aardig. Naast haar een vrouw in een korte broek van jeansstof met gescheurde zakken en rafels. Heb altijd de neiging om te vragen of voor die rafels en vaak ook gaten apart moet worden betaald. Naast mij een vrouw met een transparant zakje met mislukte aardbeien, half lichtrood, half wit. Ik schat een pondje. Had willen zeggen: Mens, gooi die bleekneusjes toch weg. Thaise aardbeien zijn sowieso hard en zuur. Verder een vrouw met een ringetje in haar neustussenschot. Ze had het formaat van een vet varken, dus dat klopte wel.

Thailand, 22 januari – Zijn Thaise regendruppels gevaarlijk? Kun je er ziek van worden? Want het hoeft maar een klein beetje te druppelen of ik zie Thai een paraplu opsteken of zich beschermen met een tas boven hun hoofd – zelfs met een krant zag ik eens (!). De tekt van ‘Raindrops keep falling on my head’, waarop ik tijdens de maaltijd in Sarica werd getracteerd (zie mijn column van gisteren), kan dus nooit door een Thai zijn geschreven. En als het wel een Thai was, verdient hij voor eeuwig in de hel te branden. Mannen en vrouwen, het maakt niet uit, hebben een heilig ontzag voor hun kapsel. De vraag is dan ook: waarom zijn monniken kaal?

Thailand, 21 januari – Terwijl ik in restaurant Sarica genoot van de avondmaaltijd, spaghetti met vongoles (niet altijd in voorraad), klonk door de muziekinstallatie ‘Raindrops keep falling on my head’ en niet één keer, maar talloze malen. Ik dacht: Waarom koopt die man geen paraplu, dan blijft hij droog? Of een stevige regenjas. Hij kan ook thuis blijven, dan wordt hij helemaal niet nat en loopt ook niet het risico verkouden te worden. Dat zinnetje ‘Raindrops keep falling on my head’ bleef maar terugkomen, alsof ik na eenmaal niet begreep waar de regendruppels terecht kwamen. Ja, dat zijn zo de dingen die je tijdens de maaltijd denkt. Maar de maaltijd smaakte weer prima.

Thailand, 20 januari – Dinsdag, 7 uur. Op weg naar de 7-Eleven voor – u raadt het al. Met een lichte tik op de claxon waarschuwt de buurvrouw me dat ze gaat passeren met haar crèmekleurige Mercedes E240. Ze woont in de villa naast het hotel; andere bewoners heb ik nog nooit gezien. Op het plaatsje achter het hek staan twee Mercedessen, verdiend met de kledinghandel op Pratunam. In de vitrine met het verse banket liggen drie croissantjes. Gisteren lag er nog maar één. Iemand was me voor geweest wat niet eerder is gebeurd. Een personeelslid maakt me attent op een nieuw stukje banket. Ga ik morgen proberen, zeg ik. Waarom eigenlijk vandaag niet?

Thailand, 19 januari – Voor het vak Nederlands moesten we op de HBS, het tegenwoordige atheneum, een gedicht uit ons hoofd leren en voor de klas voordragen. Altijd een hachelijk moment want door de zenuwen ontwikkelde zich vaak een paal in je broek. Gelukkig zat ik in een jongensklas dus de schaamte viel mee. Eén klasgenoot declameerde het Zuid-Afrikaanse gedicht Muskiete-jag. Hij deed dat zo beeldend dat ik het me nog herinner. Ik moest eraan denken omdat ik elke ochtend nieuwe bloedspatjes op het beddelaken zie, het resultaat van een muggensteek. Zelf declameerde ik Clara Eggink’s Dodenmars, niet zozeer vanwege de inhoud, maar vanwege de lengte.
Tekst Muskiete-jag: http://www.dbnl.org/tekst/keet002gedi01_01/keet002gedi01_01_0020.php

Thailand, 18 januari – Dat meer dan de helft van de metropassagiers telefoonzombie is: ik vind het best, lekker rustig. Dat ze ook op de roltrap en op het perron op hun mobieltje turen: het doet me niets, vind het soms wel vermakelijk. Dat telefoonzombies op straat menen te allen tijde voorrang te hebben: ik heb er geen bezwaar tegen, ik ga wel opzij. Dat man en vrouw tijdens de maaltijd beiden verdiept zijn in hun mobieltje: prima toch, mij stoort het niet. Maar dat iemand, zoals ik gisteren zag een shirtje, een oranje nog wel, draagt met de afbeelding van een mobieltje moest niet mogen. Dat is aanstootgevend.

Thailand, 17 januari – (Vervolg van gisteren) Ik mag ook graag eten in restaurant Kashmir met – de naam verraadt het al – de Indiase keuken. Heerlijk pittig eten (ik vraag om 80 procent spicy). Ik eet er altijd (te) veel. Een gerecht dat in verschillende zaken in kwaliteit en prijs verschilt, is wat wij in Nederland als nasi goreng kennen. Keus uit garnalen, kippen- en varkensvlees als hoofd ingrediënt. Een eenvoudige hap, ik krijg er geen culinair orgasme van, maar het vult de maag. Pat Thai behoort niet tot mijn favorieten, zelfs Tom Yam Khung niet. En om deze mini-serie af te ronden: een pittige curry is aan mij wel besteed.

Thailand, 16 januari – (Vervolg van gisteren) Ik ga nog even door met mijn culinaire tour d’horizon, want er zijn ook gerechten die ik minder vaak eet en die, afhankelijk van de kok(kin), variëren van puur slecht tot redelijk en uitstekend. Uitstekend is de roergebakken rijst met zoute vis in Love Scene. Ik heb weinig vergelijkingsmateriaal, want ik heb het pas eenmaal in een andere zaak gegeten en die krijgt van mij een ruim voldoende. Love Scene zal wel zo heten vanwege de nabijheid van Soi Cowboy, het straatje met als herkenningsmelodie ‘Love for Sale’. Bier, vrouwen en herrie, maar daar heb ik in het eethuisje geen last van. (Wordt vervolgd)

CasablancaThailand, 15 januari –  (Vervolg van gisteren)  De tomatensap bij Dick’s Café (niet naar mij vernoemd, maar een variatie op Rick’s Café uit de film Casablanca) valt tegen: te waterig. Komt uit een kartonnen pak van het merk Malee. Had ik niet verwacht, want de zaak heeft een prima keuken. Qua eten staat Sarica aan de Surawong Road bovenaan. Die serveert de beste krapow moo: roergebakken varkensgehakt met basilicum en witte rijst. De basilicum met steeltjes vis ik eruit, want die verteren niet. Ik zeg niet hoe ik dit weet. De kwaliteit in andere zaken varieert van puur slecht tot redelijk voldoende. Voor een goede spaghetti bolognese moet je bij de Italiaan zijn, Thaise koks bakken er niets van. (Wordt vervolgd)

Thailand, 14 januari – Mijn eet- en drankgewoontes vertonen weinig variatie. Ik eet vaak hetzelfde gerecht en drink vaak hetzelfde. Is dat saai? Misschien. Maar het heeft één voordeel: ik kan vergelijken. Neem koffie. De beste drink ik bij Arabica, de op een aquarium gelijkende coffeeshop die tegen Future Town is aangeplakt. Ook goed: Canyon Coffee en Suzuki Coffee. Slap en te duur: koffie van Starbucks, een zaak die ik Starsucks noem. Een andere drank, die ik sinds kort vaak drink, is Milkshake. Bij Dutch Inn te waterig, bij Sarica iets beter, bij Indulge top. Verder drink ik water, maar ik proef geen verschil tussen merken. (Wordt vervolgd)

Thailand, 13 januari – In Thailand is veel te beleven en te zien. Tegenover mij in de metro dribbelde een vlieg – ik noem hem Eric – over de antracietgrijze pantalon van een man die zat te telefoneren met zijn rugzak op zijn schoot. Eric vloog daarna naar de tweede vrouw rechts van hem en landde op haar witte sok. De jonge vrouw leek me een sportief type; ze droeg een zwarte trainingsbroek. Deed iets op haar mobieltje. Daarna keerde Eric terug naar de rechterbroekspijp van de man, maakte een uitstapje naar de andere pijp en verkende het been van de vrouw naast hem. Nadien verloor ik hem uit het oog.

Thailand, 12 januari – Al tijden is op sommige metrostations het onderste deel van de glazen wand aan de rand van het perron beplakt met reclames van Voiz. Een waffle crisp in twee smaken verkrijgbaar: blauwe bessen en boter. De reclame belooft Happy till the last bite! Was in een dolle, dwaze bui in 7-Eleven toen ik de wafel zag en mij niet kon bedwingen de boterwafel te kopen. Mooie chique verpakking, dat beloofde wat. Er zaten drie wafels verpakt in folie in met een structuur à la een Luikse wafel. Een smakelijke wafel, dat moet gezegd, maar met 20 baht aan de dure kant (zegt deze gierige Nederlander).

Thailand, 11 januari – Ik las op een T-shirt ‘When the music is too loud for you it means you are too old’. Laten we deze stelling eens analyseren. 1 De stelling impliceert dat jonge mensen van luide muziek houden. Is dat zo? 2 Kun je ‘te oud’ zijn of bedoelt de auteur ‘te oud voor luide muziek’? 3 Een betere stelling lijkt me: ‘When the music is too loud for you it means you’ll be deaf before you are old’, want regelmatige bezoekers van disco’s lopen gehoorbeschadiging op. 4 Ik denk: Als de muziek te hard staat, betekent dit dat de DJ geen rekening houdt met zijn publiek. Slecht voor zijn reputatie.

Thailand, 10 januari – Als de Dikke Vrouw, die in het hotel soms dienst doet als receptioniste, nu eens al het geld, dat ze uitgeeft aan snoepgoed, soft drinks en andere suikerbommen, zou besteden aan de aankoop van speelgoed – mits niet dat goedkope Chinese spul dat al kapot gaat als je ernaar kijkt. En als het personeel en passanten nu eens zouden ophouden zich voortdurend tegen haar tweeling aan te bemoeien, met hen rond te sjouwen, hen te vermaken, dan zouden die peuters misschien leren zichzelf bezig te houden. Het speelgoed zou ook goed zijn voor hun motorische en educatieve ontwikkeling. En misschien blijft obesitas hen bespaard. Lijkt me een win-win situatie.

Thailand, 9 januari – Op 21 december kocht ik bij Asia Books aan de Sukhumvit Road voor 400 baht ‘The Siamese Trail of Ho Chi Minh’ en op 7 januari was het leesfeest afgelopen. Ja, feest, want elke keer als ik een hoofdstuk over zijn twee jaren in Siam (1928, 1929) las, werd ik het verhaal ingezogen door de heldere en plastische schrijfstijl. Wat is beklijfd? Dat Ho Chi Minh geen communist was maar een nationalist. Een patriot die in de armen van de Sovjet Unie werd gedreven, doordat de VS en Frankrijk hem na WO II, waarin de Viet Minh meegeholpen had in de strijd tegen Japan, als een baksteen lieten vallen. Schrale troost: beide landen hebben de onafhankelijkheid niet kunnen tegenhouden.

Thailand, 8 januari – (Vervolg van gisteren) Ik hoor de tegenwerping al van Nederlandse wijsneuzen die de Thaise taal beheersen. Je bent in Thailand, dus dan moet je maar Thais leren spreken. Onzinnig argument. Veel richtingaanwijzers en productverpakkingen zijn hier tweetalig. Als de makers dat zouden denken, waren ze eentalig. In Nederland spreken de meeste mensen Engels. Oké, geen Cambridge Engels, maar ze kunnen zich verstaanbaar maken. In Thailand kom ik zelden tweetalige Thai tegen. Dit jaar is de Asean Economic Community van kracht geworden met een vrij verkeer van een aantal beroepsgroepen. Thai maken geen schijn van kans tegenover werknemers uit de Filipijnen en Singapore.

Thailand, 7 januari – Ik heb het al vaak genoeg meegemaakt, maar het blijft ergerlijk. Zelfs de meest eenvoudige Engelse woorden die ik in 7-Eleven gebruik, leveren bij het jonge kassapersoneel een blik op van: waar heeft die man het over? Voorbeeld: Mijn sigaretten zijn in een harde box verkrijgbaar en in een zachte verpakking. Ik vraag de knaap om een ‘hard box’, zeg ‘left’ en wijs de richting aan. Na drie verkeerde pakjes, pakt hij het goede uit het schap. Ik zie die knapen vaak in het internetcafé. Ze spelen de hele nacht computergames en halen hun gemiste slaap overdag in de schoolbanken in. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 januari – Sierra, Malibu, Curaçao. Wat is het verband tussen deze namen? Het zijn alle drie aardrijkskundige namen, maar is daarmee het verband aangegeven? Dacht het niet. Wat wel? Het zijn sterke dranken te vinden achter de bar van de Ocean Bar, mijn stamcafé nadat ik gegeten heb, mocca heb gedronken die ik tegenwoordig in stickvorm bij de Family Mart koop ad 14 baht, pool heb gespeeld (als ik alleen speel, lukt het beter dan wanneer ik een tegenstander heb). Ze hebben mijn tong nog niet beroerd, want ik drink water (50 baht) of een biertje (100 baht). Weet dus niet hoe ze smaken. Lekker belangrijk, zult u zeggen. En daar heeft u gelijk in.

telefoonzombie tekeningThailand, 5 januari – Het heeft wel iets van een grot. Want ik daal af en kom in een koele ruimte. Dan begint de vervreemding. Als ik beneden ben, zie ik tientallen stalagmieten. Daar doen ze mij aan denken, de telefoonzombies die op het perron van metrostation Huai Khwang roerloos met gebogen hoofd op hun mobieltje turen of schuifbewegingen over het schermpje maken. Wanneer het metrovoertuig komt voorrijden en de deuren zich naar een nog koelere ruimte openen, lopen ze naar binnen, nog steeds verdiept in iets wat zo belangrijk lijkt, dat ze niets en niemand ontzien. Het zijn zombies: ze zijn dood, alleen stinken ze nog niet.

Thailand, 4 januari – Als u meent dat alle Thaise vrouwen hoeren zijn, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat er geen hoeren in Thailand zijn, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat alle Thai proberen u op te lichten, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat er geen oplichters in Thailand zijn, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat alle Thai liegen, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat alleThai altijd de waarheid spreken, moet u niet naar Thailand gaan. Als u meent dat ik duidelijk ben, kom dan gerust.

Thailand, 3 januari – Hij heeft een rijzige gestalte, sluik haar, een stevige neus met rode neusvleugels. Telkens als ik in restaurant Sarica ben om er te eten, zit hij er. In het hoekje van het ‘terras’ aan een hoge tafel.  Altijd op dezelfde plaats behalve de keer dat ik er zat. Maar hij zei er niets van. Hij leest eerst de cartoons in Bangkok Post [Heb hem nooit zien lachen] en maakt daarna de kruiswoordpuzzel. Vouwt de krant zorgvuldig om en vult met een dunne balpen woorden in. Zijn handen beven een beetje. Zo nu en dan neemt hij een slokje van zijn Singha bier. Het schoteltje met pinda’s  blijft onaangeroerd.

Thailand, 2 januari – Ik stel voor Nieuwjaarsdag uit te roepen tot Nationale Katerdag. Want een groot deel van de bevolking moet in katzwijm liggen gezien alle dichte rolluiken en schuifhekken. Ook de krantenbezorger liet het traditioneel afweten. Hij zal geen Bob in de familie hebben, die kan waarnemen. De bakkerij die mijn 7-Eleven ’s ochtends van vers banket voorziet, liet me gelukkig niet in de steek. Ze lagen er weer in de vitrine: butter croissants. Meestal twee, soms drie. Na mijn bezoek hebben anderen het nakijken. Evenals gisteren voldoe ik vandaag weer aan de wens om plaatjes van locaties die in mijn columns voorkomen. Leesplezier bestaat; bestaat ook kijkplezier?

Fotoalbum Bangkok 2016 (2): klik hier.

Thailand, 1 januari 2016 – Laat ik het nieuwe jaar eens beginnen met het vervullen van een wens die sommigen (velen?) hebben. Plaatjes! Ze willen foto’s zien bij mijn teksten. Want hoe ziet die straat eruit, wanneer ik schrijf over Ratchadaphisek soi 7? Nou zeg ik wel eens dat foto’s voor analfabeten zijn, maar die opmerking moet u niet serieus nemen. Ik ben tenslotte een nar. Maar stilletjes ben ik het er eigenlijk wel mee eens. De fantasie is vaak spannender dan de werkelijkheid. Ter zake: ik heb de wens vervuld en een fotoalbum gemaakt. Vandaag de eerste dertien foto’s. Morgen meer. Het fotoalbum is separaat [op Facebook] geplaatst.

Fotoalbum Bangkok 2016: klik hier.

  • Geen Trackbacks
  • Reacties (0)
  1. Nog geen reacties