Columns uit Thailand

Thailand, 3 januari – Metrostation Huai Khwang is mijn vaste uitvalsbasis naar de stad. Vaak arriveert de metro naar Bang Sue (die ik niet neem) tegelijk met die naar Hua Lamphong (die ik wel neem). Laatst meldden beide monitorschermen een gelijke wachttijd van 2 minuten. Welke metro zou winnen? Ik doodde de wachttijd met een observatie van twee jonge vrouwen. Een droeg een kort rokje met een Schots ruitmotief dat dezelfde vraag opriep als de mannenkilt. De ander had armpjes die haar uitermate geschikt maakte voor een hoofdrol in de musical Hans en Grietje. Mijn trein werd op de finalelijn geklopt en in het rijtuig was het weer bibberkoud.

Thailand, 2 januari – De nieuwbouw op het terrein van de voormalige Bazaar Ratchada soi 7 bleek een 7-Eleven te worden. Dat is de vierde binnen loopafstand van mijn pied à terre. Dus als ik het goed uitreken, kan ik nu kiezen uit 28-Fortyfour winkels. Niet dat er veel te kiezen valt, behalve de afstand, want het assortiment in die winkels plus de indeling is nagenoeg identiek. Mijn favoriete 7-Eleven blijft de winkel in het buurtje achter mijn hotel. Dat buurtje is een achterbuurtje; ik vind het leuk om er doorheen te lopen en te zien wat er voor rotzooi is bijgekomen. Is dat een afwijking?

Thailand, 1 januari 2014 – Over de middenberm van de Sukhumvit Road liep een man. Hij steunde links op een kruk, zijn rechterarm was een stompje. Er stond een blikken mok op. Hij liep langs auto’s die voor het rode licht van het kruispunt Asok wachtten. Er werd gul gegeven, zelfs een bankbiljet. Bij het verkeerslicht kruist Sukhumvit een weg die twee namen heeft. Links (vanaf mijn positie) Ratchadaphisek Road, rechts Asok Montri Road. Het rare is: die weg gaat een stuk verder weer over in de Ratchadaphisek Road. In Rotterdam heb je ook zo’n situatie. De Schiedamseweg wordt onderbroken door het Marconiplein en gaat benedendijks van de Rotterdamsedijk verder.

Thailand, 31 december – Op de hoek van het zijstraatje en de straat, waaraan mijn hotel staat, wordt een pand gesloopt. De vrouw die daarin etenswaren verkocht, doet nu voor het hotel onder een afdak van zeildoek goede zaken. De sloopwerkzaamheden duren al vele dagen. De geluiden bereiken mijn kamer. De slopers werken met gereedschap uit de hamertje-tik doos. Ik liep er laatst langs, toen ze een poging deden om een deel van de gevel omver te trekken. Een uur later hoorde ik een enorm kabaal. Moet nog kijken of de motorfietsen die er geparkeerd stonden, het overleefd hebben. Ik in ieder geval wel.

Thailand, 30 december – Zondag, 8 uur. Liep naar de 7-Eleven om er croissants te kopen. Liep te rillen van de kou. De zon had nog geen kracht. De standplaats van de motorboys en één motorgirl was leeg. Bij haar zit ik graag achterop; ze rijdt voorzichtig. Het buurtje achter het hotel was nog in slaap of bewoners waren vertrokken naar hun geboortedorp. In de 7-Eleven was het minder koud dan buiten; meestal is het andersom. Ik kocht drie croissants en rekende 39 baht af. Op de terugweg nog steeds een lege standplaats. De eetstal bij het hotel was al volop in bedrijf. At één croissant en ging aan het werk. Einde column.

Thailand, 29 december – Ik had er nog niet in de tuin gezeten. Nou ja, tuin, een betegeld achterplaatsje. Wel veel planten, waarvan de helft van plastic, en er staan enkele houten tuinbanken en tafels. Ik heb het over het eethuis dat wordt gerund door een Engelsman en zijn Thaise vrouw. De binnen- en buitenruimte zijn redelijk smal, wat de zaak een intieme uitstraling geeft. Ik dronk er mocca lon (warme koffie) en babbelde wat over bier met de eigenaar. Hij wil een continental breakfast en meer Europese gerechten gaan serveren. Zal ik wel eens gebruik van maken. Ter afwisseling van mijn verslaving aan rijst.

Thailand, 28 december – Ik was er lang niet geweest: Tawan Daeng (De rode zon), de uitgaansgelegenheid ter grootte van een veilinghal, waar een show met muziek, zang en dans wordt opgevoerd die hun wortels in de Isaan hebben, het noordoostelijk (armere) deel van Thailand. De band speelde onafgebroken 2,5 uur en de zangers en zangeressen wisselden elkaar onafgebroken af. Mijn gezelschap hoefde ik niet te vragen hun mond te houden (zoals in een gogobar – zie FB van 19 dec), want een gesprek was niet mogelijk vanwege het volume. Eén zangeres 100 baht gegeven. Ze kwam later aan ons tafeltje proosten. Het was weer beregezellig.

Thailand, 27 december – Gisterochtend vloog een helikopter enkele malen over. Ik dacht: die vliegt wel erg laag. Zou er iets aan de hand zijn, wat geen gekke gedachte is met de demonstraties in Bangkok. Inderdaad, bleek later, toen Breaking News op de website van Bangkok Post meldde dat het hommeles was bij het Thai-Japan stadion. In dat stadion moeten verkiezingskandidaten zich registreren. Het moet er hard aan toe gegaan zijn, want de balans was één dode politieagent en 96 gewonden, van wie vier in kritieke toestand. Ineens komen de rally’s een stuk dichterbij. Da’s wel raar nadat tv en krant tot nu mijn enige bronnen waren.

Thailand, 26 december – Laat ik het maar bekennen: ik geniet meer van de Indiase keuken dan van de Thaise keuken. Dus trakteerde ik me op Eerste Kerstdag op een maaltijd in restaurant Kashmir, niet toevallig gevestigd naast de bar waar ik soms kom. Als ik er eet, eet ik altijd te veel hetgeen een indicatie is dat ik een culinair orgasme beleef. Op de tv draaide weer een dvd met Indiase muziek en dans. Snelle bewegingen, veel heupgewieg, smachtende blikken en als ultieme liefdesuiting omhelzingen. Eén nummer was opgenomen in Amsterdam en Scheveningen op plaatsen waar ik ook heb gelopen. It’s a small world.

Thailand, 25 december – Op mijn mislukte journalistieke missie (zou ik het vak verleerd zijn?) naar de protestlocatie in Sam Yan (zie FB van 23 dec), belandde ik in een zeker etablissement. Ik had er een pooltafel zien staan en dacht: da’s leuker dan mijn oren laten pijnigen door het gefluit van demonstranten. Ik viel met mijn neus in de boter. Er was een feestje aan de gang en er was een lopend buffet. De Duitse eigenaar (‘sort of’, zei hij) nodigde mij uit ook een (plastic) vorkje te prikken. Ik vroeg: Was dit vroeger een hotel? Hij zei: Dit is een hotel. Ik telde zo’n tien charmante jongens. Leken me geen kamermeisjes.

Thailand, 24 december – De kledingkraampjes op de markt en in de hoofdstraat van Huai Khwang kleuren rood. Er hangen kerstjurkjes, kerstrokjes, kerstminirokjes, kersttopjes, kerstbh-tjes, kerstmutsjes met en kerstmutsjes zonder knipperende ledjes en kerstslipjes. Wat ik in dit uitgebreide assortiment mis, is herenkleding. Dus voor mij geen kerstshort, kerstpantalon, kerstoverhemd, kersthoed, kerststropdas, kersthemd en kerstsokken. Onbegrijpelijk. Naar mijn beste weten is Santa Claus een man en nimmer heb ik hem in het gezelschap van een vrouw gezien. Of zou de kerstman een omgebouwde vrouw zijn? Alhoewel minder frequent dan de omgekeerde ombouwoperatie, schijn je dat ook te kunnen laten doen in Thailand.

Thailand, 23 december – Dick, zei ik (want als je alleen bent, ga je tegen jezelf praten). Er zijn vandaag rally’s in Bangkok, ga kijken en schrijf er een mooi verhaal over. Eens een Kuifje, altijd een Kuifje. Dus stapte ik op metrostation Huai Khwang in een stampvol metrovoertuig wat vrij ongebruikelijk was voor de (zon)dag en het tijdstip. Maar ik zag geen fluitjes, het insigne van de anti-regerings demonstranten. De volgende drie stations liep het voertuig Japans-vol. Pas bij Sukhumvit en Silom kwam er lucht. Stapte uit op Sam Yan, wat een protestlocatie zou zijn. Zag een handjevol Thai met fluitjes terugkeren. Maar waar was de demonstratie? (Wordt niet vervolgd)

Thailand, 22 december – Bezoek aan een willekeurig winkelcentrum in Bangkok: Oh, jingle bells, jingle bells, Jingle all the way, Oh, what fun it is to ride, In a one horse open sleigh, Jingle bells, jingle bells, Jingle all the way, Oh, what fun it is to ride, In a one horse open sleigh. Oh, jingle bells, jingle bells, Jingle all the way, Oh, what fun it is to ride, In a one horse open sleigh, Jingle bells, jingle bells, Jingle all the way, Oh, what fun it is to ride, In a one horse open sleigh. Oh, jingle bells, jingle bells….

Thailand, 21 december – Ik zat te eten in een restaurant. Buiten paste een jonge vrouw een kerstjurk. Ze trok die over haar kleren aan, mocht u denken dat ik getuige was van een striptease. De kerstjurk had dezelfde kleur als de kleding van Santa en was afgezet met wit bont. Ze had moeite hem weer uit te trekken, dat was een grappig gezicht. Daarna bekeek ze nog meer kerstjurken, ook glimmende, en andere jurken, en dat ging maar door, maar die paste ze niet. Na de maaltijd en een sanitaire stop kwam ik haar buiten tegen. Ze stond nu bij een andere kledingkraam. Wat hebben vrouwen toch met kleding?

Thailand, 20 december – Op 23 oktober schreef ik dat ik nog nooit herkend ben, alhoewel mijn portret toch elke week bij de compilatie van mijn columns op Thailandblog staat. En zie, er is een klein wondertje gebeurd. Ik ben herkend. En die landgenoot wist ook mijn naam. Ik ontmoette hem op de Open Dag van de consulaire afdeling van de Nederlandse ambassade in Bangkok. Dat was een informatieve bijeenkomst met 12 bezoekers, waarvan ik er één was. Altijd gedacht dat de ambassade Nederlands grondgebied was. Nee dus. Da’s nou jammer, want nu moet ik nog maanden wachten alvorens mijn geboortegrond te kunnen kussen.

Thailand, 19 december – Mocht ik ooit weer belanden in een gogobar (Dat zou toch kunnen, niet?), dan… Maar wacht even: u weet niet wat een gogobar is? Dat is een bar waar meiden die denken dat ze verleidelijk zijn, in bikini om een paal kronkelen, waarvan ze denken dat mannen er geil van worden. Als ik er ben, vraag ik aan de bartender of er een girl is die mij niet verveelt met de riedel What your name? Where you from? You buy me drink? I come with you? Ze mag in de palm van mijn hand kriebelen, ze mag aan mijn pik zitten, maar ze moet haar bek houden.

Thailand, 18 december – Een themareis hekken en een themareis crematies, die ik eerder voorstelde, heb ik nog niet gezien in de brochures van de reisorganisaties. Hoe dom, want die hekken zijn juweeltjes: allemaal ander traliewerk, allemaal een andere kleur, allemaal handwerk. Ik zou met de foto’s ervan een salontafelboek kunnen vullen. Ik heb nu het idee voor een themareis geuren naar Thailand. De kook-, bak-, braad- en grillgeuren waar ik doorheen loop, zijn zo verleidelijk. Ze bereiken soms mijn kamer, ik ruik ze in het trappenhuis en op straat. Talloze malen per dag wordt mijn neus geprikkeld. Parfumkenner De Neus zou er gek van worden.

Thailand, 17 december – Het gekweel is weer begonnen: de kerstliedjes in de winkelmalls die de hele dag klokjes laten rinkelen en waarin gedroomd wordt over een witte kerst. Zelfs in de ondergrondse metro klinkt zo nu en dan getingel – in een spotje. Ook in mijn eethuisje Congo Bongo op de hoek van de straat (van de Californische keuken, weet u nog) ben ik niet veilig. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben wanneer de Wiener Sängerknaben over de zwevende engelkes in het luchtruim zongen. Maar het is allemaal bloedeloze, kapot gearrangeerde muzak. Dus voor mij even geen Congo Bongo en winkelmalls. Helaas kan ik de metro niet mijden.

Thailand, 16 december – Ik verbaas me soms over de slordigheid van toeristen. Op een metroperron stond ik achter een jonge Japanse vrouw. Zowel haar tas als een vrij indrukwekkende Nikon camera hing op haar rug, iets boven de bil, met de riempjes kruiselings over de schouder. In haar ene hand had ze drie plastic tassen, de andere was nodig om haar mobieltje vast te houden, waarin ze verdiept was. Als ik kwaad in de zin had gehad, had ik het riempje van de camera gemakkelijk kunnen doorknippen en er met de Nikon vandoor kunnen gaan. De vrouw had geluk: ik had geen schaar bij me.

Thailand, 15 december – Ik zat in een bar (ja, daar zit ik wel eens) toen na een tijdje mijn oog viel op een boodschap, die met kunstsneeuw was gespoten op een grote spiegel. De bareigenaar wenste mij een Happy New Year. Leek me een beetje vroeg nog; voor zover ik weet is daar de maand januari voor bestemd. Maar alla, laat ik niet zeuren. Er stond ook Marry Christmas. Leuke fout. Het leek een aansporing voor Maria en Jozef, die immers niet getrouwd waren. Mary was ook een leuke fout geweest, want zij was de moeder die het kindeke Jezus baarde. Dat wordt gevierd met Kerstmis, mocht u dat niet weten.

Thailand, 14 december – Ik moet er niet aan denken in het bezit te zijn van een iPad, iPhone of hoe al die dingen ook moge heten. Want om niet op te vallen, zou ik het ding om de zoveel minuten moeten raadplegen om te zien of iemand me een berichtje had gestuurd en ik had die domme berichtjes ook moeten beantwoorden. Ik had mij moeten verdiepen in zo’n elektronisch spelletje waarbij je niets anders dan schuiven doet. Mijn wijsvinger, die het toch al zwaar te verduren heeft omdat ik tweevingerig tik, zou geen rust krijgen. En ik zou constant naar muziek moeten luisteren. Zou nooit meer kunnen genieten van de stilte. Wat een vreselijk vooruitzicht.

Thailand, 13 december – Zeven reizigers op een rij in de metro, op kuipstoeltjes die in de lengterichting staan. Nummer 1, een man, zat te lezen, maar ik zag hem niet de bladzijden van het boek omslaan. Naast hem was een man bezig op zijn mobieltje. Hij had zijn armen gestrekt. Ik denk dat hij verziend was. Naast hem twee meiden, ook actief op hun mobieltje, maar dat hielden ze dicht bij hun ogen. Dus die moeten bijziend zijn. Daarnaast zat een man met gekruiste armen en als laatste zag ik een student die zat te knikkebollen. Ik heb er één overgeslagen. Die zat te slapen, maar ik ben zijn positie vergeten.

Thailand, 12 december – Halverwege mijn straatje bevindt zich een standplaats van motortaxi’s. De mannen begroeten me altijd uitbundig met ‘paj naj mr Dick?’ Letterlijk: Waar ga je naartoe, maar eigenlijk het Thaise equivalent van Hallo. De ploeg is sinds kort uitgebreid met een schriele knaap, eigenlijk nog een jochie, met de perfecte lichaamsbouw van een schandknaapje. Ik heb al enkele keren bij hem achterop gezeten en elke keer slingert hij wat. Eerst dacht ik dat hij gedronken had, maar dat zie ik hem niet doen. Nu denk ik: zijn motorfiets is te licht of het zwaartepunt ligt te ver naar achteren. Dat laatste zal het wel zijn. ’t Is geen fijn gevoel.

Thailand, 11 december – Ik ga soms naar winkelcentrum Fortune om een vorkje te prikken. Fortune is een langgerekt gebouw, veel minder luxueus dan paradepaardjes als Siam Paragon en CentralWorld. De eetgelegenheden zijn gevestigd in de kelder. Restaurants met kleine krukjes of houten banken loop ik voorbij, ongeacht de prijs-kwaliteit verhouding. Ik begrijp de ontwerpers niet want de menselijke bil is zacht en gewelfd, dus waarom zijn die zittingen zo hard en plat? En dan heb je ook nog rugleuningen die een traliehek in je rug tekenen. In mijn favoriete restaurant zit ik comfortabel en het eten is ook nog lekker. Mooi meegenomen, toch?

Thailand, 10 december – In de metro gisteravond was het drukker dan normaal op dit tijdstip. Verschillende reizigers hadden deelgenomen aan de marsen naar het Government House. Dat kon ik zien aan het lintje in de kleuren van de Thaise vlag, dat om hun nek hing, plus het fluitje dat een vermoeiende dag moet hebben gehad. Vanaf ’s ochtends vroeg zat ik gekluisterd aan tv en laptop. Op de tv beelden van de massale marsen, op mijn laptop het Breaking News van Bangkok Post. ’s Avonds een dineetje met de penningmeester van de stichting Thailandblog Charity, waarvan ik secretaris ben. Terug in mijn hotel het Allerlaatste Nieuws van D-Day op de blog gezet.

Thailand, 9 december – Als ik net zo zo rijk zou zijn als Thaise biljonairs zou ik me net als hen te buiten gaan aan exhibitionisme. Ik zou een landhuis laten bouwen van twee verdiepingen met veel kamers en een staatsietrap. Ik zou het huis wel in tegenstelling tot mijn collega-biljonairs smaakvol inrichten. In de garage zouden drie auto’s staan: een witte Mercedes, een zwarte BMW en een knalrode Porsche. Om de tuin, die het formaat van een landgoed heeft, komt een muur met glasscherven en prikkeldraad, want dit soort extravagantie trekt verkeerd volk aan. Ik zou ook personeel hebben, maar ze niet onderbetalen.

Thailand, 8 december – Op de terugweg van metrostation Huai Khwang naar mijn hotel liep de tuktuk waarin ik zat, vast in het verkeer. Het was rond 22 uur en de hoofdstraat was op het levendigste tijdstip van de dag. Alle winkels waren open en de trottoirs waren volgebouwd met kraampjes; kleding, eten en fruit in de meerderheid. Er zaten ook veel mensen te eten aan wankele tafeltjes. Meestal lukt het wel het hotel te bereiken – met enig zigzagwerk, maar dat zat er deze keer niet in. Ben uitgestapt, gaf de bestuurder het volle bedrag en constateerde dat het verkeer tot aan mijn hotel muurvast stond.

Thailand, 7 december – Heeft de Thaise taal geen woord voor zacht, want donderdagavond kon de hele buurt ‘genieten’ van een zware basdreun en iets van vrouwenstemmen wat op zingen moest lijken? Op het parkeerterreintje in de straat was een feestje gaande ter ere van de koning. Alhoewel, ter ere? De koning heeft nog met Stan Getz gemusiceerd; die heeft een aanzienlijk betere muzikale smaak dan mijn buurtgenoten. Ik heb mij niet bij de feestgangers gevoegd, want toen ik er langs kwam, was het al laat en dat betekent vaak, weet ik: de meute is bezopen. En bezopen mensen zijn heel vervelend; ook in Thailand.

Thailand, 6 december – Veel geel op straat gisteren, de kleur van de geboortedag van de koning. Ook roze, de kleur van een van de koninklijke colberts. Ja, ZKH was jarig. Vrouwen huilden, mensen zwaaiden met portretten van de vorst en om acht uur werden miljoenen kaarsjes aangestoken en werd gezongen. Voor alle duidelijkheid: geen Happy Birthday, maar ik vermoed een nationalistisch lied. In de metro huilde een kindje in de armen van de moeder/grootmoeder [?]. Misschien was het moe of had het honger. Het oudere zusje/nichtje [?] hief haar hand. Dat gebaar heb ik zo vaak gezien dat ik denk dat het in de genen van Thai is ingebouwd

Thailand, 5 december – De aanleg  van de (ondergrondse) metrolijn moet een kunststukje zijn geweest. Op het eindstation Hua Lamphong hangen foto’s van de aanleg. Ik kijk er elke keer weer met verwondering en bewondering naar. Zo’n monster dat vele meters onder de grond een tunnel graaft. Doet me denken aan Jules Verne’s Voyage au centre de la terre (1864). Tussen de stations Queen Sirikit National Convention Centre en Khlong Toey verschuiven de tunnels van naast elkaar naar boven/onder elkaar. Van die verschuiving heb ik nog nooit iets gemerkt. Misschien moet ik eens een waterpas meenemen om erachter te komen of ik naar boven of naar beneden ga.

Thailand, 4 december – Geluk kun je niet afdwingen: die wijsheid kostte me 80 baht. Mijn vriendin en ik speelden twee rondjes bingo op de kermis/markt/rommelmarkt van Huai Khwang. De vorige keer won ik, nu niet. De tent stond op dezelfde plaats, daar lag het niet aan. De lange tafels waren er weer met ongemakkelijke lage plastic krukjes. De bingokaarten met versleten nummers en de kroonkurken: alles was hetzelfde. Maar het geluk lachte me niet toe. Mijn moeder zou zeggen: ongelukkig in het spel, gelukkig in de liefde. Ik heb haar nooit het omgekeerde horen zeggen. Da’s een zekere troost.

Thailand, 3 december – Weer eens een kijkje genomen op het terrein van de voormalige Bazaar Ratchada soi 7 (zie FB 15 november). In de ‘garageboxen’ hebben zich drie bijna identieke eettentjes genesteld, geheel volgens het Thaise marketingprincipe dat je elkaar moet na-apen. Een deel van het terrein is afgezet. Er is een grote betonnen vloer gestort. Daar komen winkels. Op de terugweg belandde ik bij toeval in wat op een koffieshop leek, maar waar ook maaltijden worden geserveerd. Bleek eigendom van een Engelsman en zijn Thaise vrouw. Hij liet het tuinterras zien. Als je daar zit, vergeet je dat je in een metropool van 10 miljoen inwoners bent.

Thailand, 2 december – Nadat ik gedaan had, waarvoor ik gekomen was, werd ik op de binnenkant van de toiletdeur gevraagd mijn bezittingen te controleren alvorens het toilet te verlaten. Voor de analfabeten onder ons stonden er tekeningetjes bij: van een mobieltje, twee boodschappentassen, een portefeuille waaruit een bankpasje stak en en iets dat op het foedraal van een scheerapparaat leek. Ik kon de mededeling negeren, want ik had niet getelefoneerd, boodschappen had ik niet gedaan, mijn bankpasje had ik niet bij me en mijn scheerapparaat gaat alleen mee als ik op reis ben. Er had beter kunnen staan: Niet vergeten het toilet door te trekken.

Thailand, 1 december – Waar zijn ze gebleven? De mini-mini miertjes die door mijn badkamer marcheerden, zij het ietwat ongedisciplineerd. Ik had een onwetenschappelijke studie van die hordes willen maken. Waar komen ze vandaan, waar gaan ze naartoe, wat eten ze? Een enkel brutaaltje zag kans mijn huid te bereiken. Dat kriebelde een beetje. Bijten deden ze niet of misschien ook wel, maar dat voelde ik dan niet omdat ze mini-mini tandjes hebben. Maar nu zijn ze weg, mijn lieve ettertjes, en kan ik een doorwrochte publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift op mijn buik schrijven. Moet iets anders zoeken om naam te maken.

Thailand, 30 november – Dankzij Facebook blijf ik een beetje op de hoogte wat er in Nederland gebeurt, in Vlaardingen en wat mijn kennissen zoal meemaken en bezighoudt. Zo weet ik nu dat de premier van Nederland in elfjes gelooft, alhoewel hij dat niet zo bedoelde; dat Gordon iets zei wat grappig moet zijn omdat hij er zelf hard om lachte; dat Zwarte Piet iets bewijst maar wat weet ik niet; dat dokter Corrie dingen vertelt die ouders niet durven te vertellen en dat burgemeester Bruinsma twee vervelende – ik noem ze – tikfouten maakte. Soms slipt er een nuttige tip tussendoor: goed medicijn tegen de krankzinnigheid.

Thailand, 29 november – Ja ja, we hebben weer een verkiezing. Deze keer Thai Supermodel 2013. De ene deelneemster nog extravaganter uitgedost dan de ander. Ze lopen over de catwalk met die merkwaardige kruispas waarbij ik me altijd afvraag: hebben jullie ALLEMAAL x-benen? En ze kijken net als hun geslaagde voorbeelden ALLEMAAL heel ernstig, beter gezegd chagrijnig. En daar kan ik ze geen ongelijk in geven, want het is een en al haat en nijd in de modellenwereld. Er zijn ook mannen, meer jongens.  Ze worden aangeduid als Smart Boy. Die lopen normaal en sommigen lachen zelfs een beetje. Die zullen wel kansloos zijn.

Thailand, 28 november – De media, zowel in Nederland als in Thailand, zijn gek op leedverhalen. Op tv5 zie ik wel eens een programma waarin mensen, die een geliefde hebben verloren, te gast zijn. Een interviewer en twee side-kicks praten met de nabestaande en er is publiek. Woensdagavond vertelde een vrouw over de dood van haar jongere zus. Ze was lang aan het woord. Halverwege het programma verschijnt altijd een medium. Schrijft onder dramatische achtergrondmuziek met een viltstift boodschappen op. Praat met de gast. De vrouw geeft hem de urn met botjes van haar zus. Inzoomen, hoor ik de regisseur roepen, als ze begint te huilen.

Thailand, 27 november – Thailand heet het Land of Smiles en ik kan niet ontkennen dat er in Thailand meer wordt gelachen dan in Nederland. Maar het parlement kan nauwelijks een Theater van de Lach worden genoemd. Gisteren hield het een zogeheten ‘censure debate’, een soort interpellatie bedoeld om premier Yingluck en een minister naar huis te sturen. Ik zag (op de tv) schreeuwende, geëmotioneerde en boze parlementariërs. Eén werd door de voorzitter de zaal uitgestuurd. Ja, Thailand beleeft woelige tijden. In het parlement en op straat. Op 5 december is de koning jarig. Dan wordt er weer gelachen. En gezopen, dat schijnt de lachspieren te prikkelen.

Thailand, 26 november – Bangkok is een grote stad, ik denk ter grootte van de provincie Zuid-Holland. Als ik niet naar de tv zou kijken en de website van Bangkok Post in de gaten hield voor het Breaking News, zou ik niet eens weten dat er demonstraties zijn. Want het is hier business as usual. Er lopen geen mensen met vlaggen door de straat en er wordt niet op fluitjes geblazen. De hotelstaf kijkt zoals altijd naar soaps. Het journaal toont beelden van de duizenden demonstranten, onderbroken door reclame en afgewisseld met items over koninklijke bezoeken.

Thailand, 25 november – Thailand wordt weer getroffen door een tsunami, beter gezegd Bangkok wordt getroffen door een tsunami, nog beter gezegd MRT-station Sukhumvit wordt getroffen door een tsunami. Alle muren van dit ondergrondse metrostation zijn van beneden tot boven en van links naar rechts beplakt met reclame van l’Oréal, Nivea en Peptein. Nivea kleurt zelfs de plafondplaten blauw en l’Oréal heeft de vloeren onderhanden genomen. Ook het perron ontkomt niet aan de reclame-orkaan. Daar adverteert de Kasikornbank op pilaren en liftschacht. Nu ik erover nadenk: bij mij thuis ligt nog een blikje Nivea. Zal wel verdroogd zijn.

Thailand, 24 november – Een van de meest merkwaardige kledingstukken in Thailand – als je het een kledingstuk mag noemen – vind ik het mondkapje. Dat kapje heeft niet tot doel iemand monddood te maken, want lullen kunnen ze, de Thai, zoals ik gisteren al schreef. Nee, het dient om bacillen en bacteriën tegen te houden en/of het beschermt tegen uitlaatgassen en luchtvervuiling. Zelfs in de metro zie ik wel eens mensen met zo’n kapje en daar rijden toch geen auto’s. De bescherming tegen bacillen is nihil. Midas Dekkers heeft dat eens op de voor hem kenmerkende beeldende wijze uitgelegd. Ze glippen gemakkelijk met tientallen tegelijk door de gaatjes.

Thailand, 23 november – De stichting Thailandblog Charity, waarvan ik secretaris ben, heeft sinds kort een eigen website. Die heeft een lange naam, want de drie woorden worden aan elkaar geschreven. In dat opzicht past de naam goed bij de Thaise taal waarin alle woorden binnen een zin aan elkaar worden geplakt. Waarom dat zo is, weet ik niet. Gemakzucht? Ingewikkeld maken? Vergeten toen de schrijfwijze werd bedacht? Het typeert wel het Thaise taalgebruik, want oh, oh, oh, wat wordt er hier veel en snel geluld – in de dagelijkse omgang en op de televisie. Ik ben blij dat ik er geen woord van kan verstaan.

Thailand, 22 november – De ideeënstroom voor mijn columns op Facebook en mijn eigen website varieert sterk. Soms heb ik drie ideeën op één dag en heb ik een aantal columns in voorraad; soms stokt de stroom een tijdje. Zoals deze week. Maar niet getreurd, want opeens viel me iets op dat me nooit eerder was opgevallen. Het spreekvenstertje (een rondje met gaatjes) van de loketten in de MRT, de ondergrondse metro, zit te hoog voor de meeste Thai. Het zit op dezelfde hoogte als mijn mond en Thaise monden bevinden zich doorgaans een stuk lager (alhoewel ze wel meer bewegen dan de mijne). Is dat niet raar?

Thailand, 21 november – Wat ik nu ga zeggen, is heel on-Thais. Als je een onderneming wilt beginnen, moet je niet je buurman na-apen, maar een gat in de markt of een niche markt zoeken.  Mijn straatje met vier kapsalons en vier kruidenierswinkels vormt het levende bewijs van Thaise marketing. Ik doe het anders. Als ik een reisbureau begin, ga ik een pakketreis hekken aanbieden (zie FB 9 april). Uniek toch? En ik heb nog een idee: crematiereizen. Ik heb twee crematies in Thailand meegemaakt en dat was drie dagen eten, drinken en feesten. Daar is vast een markt voor.

Thailand, 20 november – Was getuige van de tv-registratie van de Miss Grand International Preliminary. Een man met achter hem een decor waarop sterren vielen, kondigde de kandidaten aan. Ze liepen een voor een uit de sterrenhemel het podium op. Om een internationaal conflict te voorkomen, gebeurde dat in alfabetische volgorde. De dames die ik zag, waren allemaal gekleed in een lange avondjurk. De kandidaat uit Kenya had de hoogste split (maar die had wat mij betreft nog wel iets hoger mogen zijn). Ze hadden een identieke glimlach, alsof ze die in dezelfde winkel hadden gekocht. Na miss Argentina tot en met miss Kosovo ben ik gaan slapen.

Thailand, 19 november – Ik weet het nu. Ja, mensen, ik weet nu wat het nut is van elektronische speeltjes. Ik zag het op het perron van metrostation Sukhumvit. Een jonge in het zwart geklede vrouw fotografeerde met haar iPad een bewaker met een hond. Klik. Haar metgezel gaf het dier een pootje. Weer klik. En aaide het. Klik. Later in het metrovoertuig stond ik naast een meisje met Adidas-petje, jonger dan de andere vrouw. Die had de fotoshoot gefilmd. Vermoedelijk met geluid, maar dat kon alleen zij horen. Dus nu weet ik het. Die dingen heb je nodig om een man met hond te kunnen fotograferen/filmen. Weer wat geleerd.

Thailand, 18 november – Wat ik op de televisie zie (Tv 7): Twee vrouwen die met elkaar vechten. Een vrouw die tegen een man staat te schreeuwen. Een man die heel erg boos kijkt. Een man met een onderkin die zich om iets druk maakt. Een vrouw geschminkt als geest. Een vrouw die huilend door het bos hard loopt, stil staat en iets zegt. De geest met een lang mes in haar rechterhand die naar een slapende jongen loopt, het mes in zijn slaapmatje drijft en iets tegen hem zegt. Korte flitsen van de serie. Een liedje met de aftiteling.

Thailand, 17 november – (Vervolg van gisteren) We namen de lift naar de 25th floor. Halverwege moesten we overstappen. De bar met comfortabale fauteuils en schuine ramen deed me denken aan het kraaiennest van de Euromast. Het uitzicht leek op een boekcover van Bordewijks ‘Blokken’. Een woestenij van beton, verwikkeld in een strijd om de grootste hoogte. De serveerster was in stemmig zwart gekleed. Ze noteerde de bestellingen.  Aan een aangrenzend tafeltje werd Nederlands gesproken. Wat later gingen we op zoek naar een eethuisje. We passeerden Chinese winkels en Chinese uitstallingen. We kwamen hordes toeristen tegen en belandden in een druk Chinees restaurant. Mijn gerecht smaakte naar Thailand. Eindelijk…

Thailand, 16 november – Ik had een afspraak met een Nederlands echtpaar in een hotel in Chinatown. De metro bracht ons naar Hua Lamphong, het centraal station van Bangkok. Daar namen we een tuktuk. De bestuurder vroeg 200 baht. Ik zei: ‘Tomorrow’ en hij zakte naar 150 baht. Omdat hij moest lachen, ging ik akkoord. We stapten in, een collega vroeg of ik morgen terugkwam en de bestuurder trapte het gaspedaal tot de bodem in. Verkeerslichten leken niet te bestaan, auto’s waren lastige muggen, maar overstekende voetgangers kregen alle ruimte. In het hotel begroetten we het echtpaar in de foyer. (Wordt vervolgd)

Thailand, 15 november – Lange tijd niet geschreven over de Bazaar Ratchada soi 7, die ter ziele is. De groothandel – type winkel van Sinkel, maar dan vele malen groter – is er nog steeds. Op de eerste verdieping van het pand is nu een supergrote martelruimte voor mensen die willen lopen, maar nergens naar toe. Of die iets zwaars willen optillen om het vervolgens weer neer te leggen. In twee garageboxen komt iets van horeca. In één werd zondagavond gewerkt. Ik noteer: Ikeahouten tafels, krukjes en een bar. Nummer 2 is al klaar, hier geen krukjes maar banken. Op het terrein was één mobiel keukentje in bedrijf. Verder was het zondagstil.

Thailand, 14 november – Dinsdag na het avondeten zei ik tegen mijn vriendin: Kom, laten we een ijsje eten. Misschien vraagt u zich nu af: Wat is daar zo bijzonder aan? Ja, dat is bijzonder, want dat zeg ik eigenlijk nooit. Dus in een tuktuk naar Big C, waar we Swensen’s indoken. Ik nam een American Tower, mijn liefje een Golden Sundae. Die nemen we altijd. Ze zijn niet te groot, wat voor een Amerikaans bedrijf wel uitzonderlijk is. Toen we onze ijsjes op hadden, rekende ik 150 baht af en we reden in een tuktuk terug naar het hotel. Zo, dat weet u ook dan weer.

Thailand, 13 november – Ik heb geen hoge pet op van de nauwkeurigheid van de media en die pet wordt weer eens bevestigd door de berichtgeving in het buitenland over de Preah Vihear-zaak. Overwinning voor Cambodja, overschreeuwen ze elkaar in de haast om als eerste het nieuws te brengen. Fout, dames en heren collega’s. Maar ik neem jullie niets kwalijk want wat weten jullie van de Dangrek kaart, de onderhandelingen tussen Frankrijk en Siam in 1904 en 1907, de uitspraak van het Internationale Hof van Justitie in 1962 en de toekenning van de Unesco-erfgoedstatus in 2008. Willen jullie weten wat het Hof beslist heeft, lees Thailandblog. Of zoek een andere baan, dat mag ook.

Thailand, 12 november – Ik ga nog even door op mijn column van gisteren. Het hittepetitje kwam dus niet op het idee om mij, een KLANT, even mijn koffie te laten tappen. Ach, deze meissies hebben nog een zakjapanner nodig om 1 plus 1 op te tellen. Wanneer mijn vriendin en ik met de metro naar Sukhumvit reizen, leg ik als ‘t  even kan, gepast geld neer bij de kassa: 33 baht. Wat doet de lokettist(e)? Die schuift eerst 22 baht terzijde (volwassentarief), activeert het fiche, en daarna 11 baht (senior). De zakjapanner rekent uit: da’s 33. Een enkeling doet het uit het hoofd. Die zou ik wel willen zoenen, mits vrouw of ladyboy.

Thailand, 11 november – De Albert Heijn van Thailand is 7-Eleven, vernoemd naar de oorspronkelijke openingstijden, maar hier 24 uur per etmaal geopend. Elke winkel heeft een hoekje met een ruime keuze aan oploskoffie in sticks. Je pakt een bekertje, onthoofdt de stick met een schaartje, tapt heet water, pakt een plastic roerijzer en bij de kassa doen ze er een dekseltje op. Het smaakt naar koffie, dus het zal wel koffie zijn. Laatst stond een hittepetitje een apparaat ernaast schoon te maken. Ik wachtte tot ze mij erbij liet, maar dat moet te veel gevraagd zijn. Ben toen maar naar een 7-Eleven aan de overkant gegaan.

Thailand, 10 november – Het was een mooi toneelstuk; jammer dat de acteurs voor het decor stonden, schijnt een toneelrecensent eens geschreven te hebben. Ik moet altijd aan die uitspraak denken als ik op de Thaise tv een talentenshow zie. Bijvoorbeeld The Voice. Twee meisjes komen onder veel gejuich van het publiek het podium op. De een draagt een minirokje waardoor haar lange sexy benen goed uitkomen, de ander is gezet en draagt panty’s. De jury lijkt hen te prijzen. Ik zou zeggen: Leuk dansje, jammer dat jullie zongen. In Nederland had je vroeger Bep Ogterop. De kandidaten hadden pech. Bep was zangpedagoge, die had verstand van zingen.

Thailand, 9 november – Voor het eetzaaltje van het hotel is een afdak van zeildoek geconstrueerd. Daar staat nu de vrouw die op de hoek van het zijstraatje eten verkocht, voornamelijk aan afhalers. Het eetzaaltje is weer ingericht. Op de tafeltjes liggen de vertrouwde tafelkleedjes beschermd door plastic. Voor mij biedt de heropening van de keuken geen voordeel, want de vrouw verkoopt gerechten uit de plattelandskeuken en dat is niet de Thaise keuken, zoals wij die kennen. Mijn vriendin hoeft nu minder ver te lopen om haar lunch te kopen. Dat is wel jammer, want ze kan wel enige lichaamsbeweging gebruiken. Altijd maar weer die lift, nooit eens de trap.

Thailand, 8 november – Op een avond – we hadden gegeten – reden we in een tuktuk terug naar ons hotel. Het was druk, een lange rij auto’s kroop stapvoets door de winkelstraat van Huai Khwang. De bestuurder laveerde behendig tussen auto’s en obstakels langs de kant van de weg door. We passeerden een pickup truck. Op de laadbak stond een manshoge kledingkast met twee schuifdeuren voorzien van spiegels. Het was een perfecte kast voor een goochelaar om een dame in te laten verdwijnen. Of een schuilplaats voor de minnaar van een overspelige vrouw als haar man thuiskomt. Of om je kleren in op te hangen. Maar da’s wel erg gewoontjes.

Thailand, 7 november – Ik overdrijf niet als ik zeg dat je in Bangkok doodgegooid wordt met reclame. De BTS (bovengrondse metro) spant de kroon. Het begint al op het perron met een blerrende monitorreclame en posters. Dan komt het met reclame volgeplakte metrovoertuig voorrijden. De deuren aan de binnenkant zijn een en al reclame. Verder posters, bovenraampjes met reclame, reclamestroken en er blert weer een monitor. De MRT (ondergrondse metro) heeft reclame op de glazen wand tussen perron en spoorbaan, op pilaren en muren, maar minder in het voertuig. Wel weer gebler. Het nieuwste: een reclame op de handrail van de roltrap.

Thailand, 6 november – Een onwetenschappelijk onderzoek, zoals ik dat uitvoer, vraagt net als het wetenschappelijke broertje om rubricering. De eerder gemaakte indeling in metrozombie en farangzombie is nog te grof en niet compleet. De metrozombie (te herkennen aan de naar beneden gerichte blik op mobieltje, iPhone of iPad in de metro) bestaat uit de volgende subcategorieën: de zittende, de staande, de instapper, de uitstapper, de perronzombie, de lopende zombie en de roltrapzombie. Bij de perronzombie is nog een verfijning mogelijk op basis van de stand van de voeten. Ik zag de pas échappé en de cinquième position. Verder onderscheid ik nog de eetzombie, kindzombie en het zombie-echtpaar. Daarover een volgende keer meer.

Thailand, 5 november – Ik ken niet veel expats met humor. Ook op Thailandblog kom ik weinig reacties tegen, waardoor ik in de lach schiet. Het is een en al droogkloterij en wijsneuzerij. Een vriend houdt ervan mij te corrigeren, wanneer ik een Thais woord verkeerd uitspreek. Ik had het een keer over Asok, een bekende wijk en straat in Bangkok. Beetje berucht ook vanwege Soi Cowboy. Zegt hij: Nee Dick, het is Asook. Zeg ik: Hoezo Asook? Het is Asok, want wie A-sok zegt moet ook B-sok zeggen. Blijft hij doordrammen dat het Asook is. Vermoeiend hoor, die dodelijke ernst.

Thailand, 4 november – Op 3 november 2011 schreef ik mijn eerste column. Die begon zo: ‘In het huis waar ik woon, liggen twee honden aan de ketting.’ Dat huis was het ouderlijk huis van mijn vriendin op het platteland van Nakhon Nayok. Ik woon er al lang niet meer, mijn trouwe lezers weten waarom. Kan ik nu het 2-jarig bestaan vieren? Nee, want de serie wordt onderbroken als ik in Nederland ben. Is het schrijven van een column moeilijk? Ja en nee. Ja, als je geen zitvlees hebt; nee, als je wel zitvlees hebt. Want schrijven is: blijven zitten tot het er staat (Kees van Kooten). Het draait dus allemaal om de billen.

Thailand, 3 november – Gisteren mijn twee postings op Thailandblog in enige pijn gemaakt. Voor wie daarmee niet vertrouwd is: een posting is een artikel op een blog. Waarom ‘posting’ en niet ‘post’, zoals in het Engels, weet ik niet. De pijn kwam doordat ik mijn rechterwijsvinger lelijk gestoten en verwond had. Had hem niet eens in een gaatje in de dijk gestoken, maar het gebeurde bij het poolbiljarten. Tikken gaat dus nu van Au. Ook al omdat ik nog steeds mijn laptop bewerk als ware ze mijn oude Gabriele, die onverwoestbare typemachine. Mijn aanslag is veel te hard. Mijn vingers zouden over het toetsenbord moeten glijden, maar dat weigeren ze.

Thailand, 2 november – Het hotel heeft op eigen initiatief een vaste internetlijn naar mijn kamer aangelegd. Mr Boon, de receptionist,  zei dat hij mij wel eens zag knikkebollen voor mijn laptop. In mijn kamer kon ik dan even een dutje doen. Aardige mensen. Ik hoef niet meer heen en weer te sjouwen met mijn laptop, in mijn kamer heb ik een (door mij gekochte) goede stoel met rugsteun, kan nu zelf de volumeknop van de tv beroeren, het aan/uit knopje en zie het zoontje van de wasvrouw niet meer, dat overal met zijn tengeltjes aankomt. Laatst stond hij met een wierookstokje in een stopcontact te porren. Zou dat gevaarlijk zijn?

Thailand, 1 november – Zijn mijn mopjes nu zo flauw of zijn de mensen die me niet-begrijpend aankijken nou zo dom? Wanneer iemand me vraagt waar ik vandaan kom – bij ontmoetingen met Thai is dat vaak de eerste vraag – zeg ik: From my mother. Er is tot nu toe nog nooit om gelachen. Eén man presteerde het zelfs om te vragen: waar ligt dat? (Ik bedenk het niet) Laatst bracht ik een boekje naar de post en betaalde 44 baht portikosten (inclusief aantekenen). Het was maandag en ik vroeg aan de dame achter de balie: Hoeveel kost het op zondag? Weer zo’n wazige blik. Ik geef het op.

Thailand, 31 oktober – Terwijl ik zit te werken, beneden in de hal van het hotel, wordt mijn oog getrokken door een ladyboy die boodschappen doet in het kruidenierswinkeltje. Ze heeft een vrij forse gok, grove vingers en ze loopt alsof ze zich staande moet houden op een heen en weer slingerend schip. Ladyboy draagt een zwart shirtje – kort, zodat haar buik goed zichtbaar is, en een nauwsluitende spijkerbroek. Met die broek is iets raars aan de hand, want om de 5 centimeter zit een rafelig gat. Het ligt op het puntje van mijn tong om te vragen of ze voor die gaten ook heeft moeten betalen.

Thailand, 30 oktober – (Vervolg van gisteren) Aan het tafeltje naast ons zaten twee jonge vrouwen en een jongeman. De vrouw direct naast me had een map van de Siam Commercial Bank voor zich liggen met de tekst Life+. Misschien verkocht ze levensverzekeringen of misschien had ze een verzekering op zichzelf afgesloten. De vrouw praatte snel en ze was constant aan het woord. Een enkele keer zei de jongeman wat, de andere vrouw zweeg. Ik schat dat Juffrouw Kletskous meer dan een kwartier zat te ratelen. Ikzelf ben ik niet zo van het praten. Ik praat alleen als ik de indruk heb dat de ander luistert. Dick de Zwijger is mijn bijnaam.

Thailand, 29 oktober – Een man en een vrouw, veertigers, lopen Bongo Congo binnen, het eethuisje met de ‘Californische keuken’ op de hoek van de straat. De man loopt te bellen. Ze nemen plaats op de ruwhouten banken achter een ruwhouten tafeltje. De vrouw begint ook te bellen. Ze zal gedacht hebben: jij bellen, ik ook bellen. Wanneer het eten wordt gebracht, bellen ze nog steeds. Twee bordjes met gezonde sla, dat pleit weer voor ze. Wanneer het hoofdgerecht wordt gebracht, hebben ze er nog geen hap van genomen. Nog steeds zijn beiden telefonisch in gesprek. Zouden ze in bed ook bellen? (Wordt vervolgd)

Thailand, 28 oktober – GRAFSCHRIFT VOOR EEN KAKKERLAK

Ik zag een kakkerlak
Bij een plantenbak
Ik ben niet bang
Ik ken z‘al lang
Je had ze veel in Kameroen
Daar werkte ik als twintiger toen
Nu ben ik in een ander land
’t Schept wel een zek’re band
’t Is een vertrouwd gezicht
Maar ik doe mijn plicht
Dag kakkerlak, rust zacht
Op deze stille zondagnacht

Thailand, 27 oktober – Soms verander ik in een Sombermans. Was uitgenodigd om te komen eten bij een familielid. Hij woont met andere familieleden in een lange straat. Wegdek van betonnen platen, aan beide zijden aaneengesloten bebouwing, twee verdiepingen. Elke woning met hek, vaak verweerd. Het voorste deel is twee verdiepingen hoog, de eerste verdieping begint halverwege als een soort entresol. Overal versleten huisraad, dozen, zandzakken, kapotte huishoudapparaten, plastic zakjes, potten, pannen, teilen, lege verfblikken, textiel. Ook afval. Er staan motorfietsen, een enkele afgedekt, er hangt wasgoed. Er zijn ook potplanten, sommige verdroogd. Welkom in Uitdragerij Stiefbeen en Zoon.

Thailand, 26 oktober – Soi Cowboy, het neonverlichte straatje waar de hoeren bargirls heten, was gisteravond duister. Alle gogo-bars waren dicht. En verbeeld ik het me, of lopen meer mensen dan anders in het zwart gekleed? Dat moeten dan ambtenaren of devote boeddhisten zijn, want de regering heeft een rouwperiode van 15 dagen afgekondigd vanwege het overlijden van de Supreme Patriarch (100), het hoofd van de boeddhistische monniksorde. Het kruideniertje in mijn straat heeft een Boeddhabeeld van 1,5 meter voor zijn winkeltje gezet met een fooienpot, pardon offerkist ervoor. Goudkleurig, maar zonder een grammetje goud. Gekleurd met een spuitbus, die kwajongens gebruiken om graffity op treinen (niet in Thailand) en muren (wel in Thailand) te spuiten.

Thailand, 25 oktober – Waar zijn ze gebleven: de mini-mini miertjes? Ze marcheerden in de badkamer, ze marcheerden in de woonkamer langs de onderkant van de muur, ze marcheerden over het bureaublad waarop mijn laptop staat. Nooit in het midden – alsof ze pleinvrees hadden – maar altijd langs de rand. Ze krioelden in mijn koffiemok, wanneer ik die niet had afgewassen en klommen zelfs de koelkast op om te peuzelen van gemorste 3-in-1 oploskoffie. Ik had ze willen bestuderen: waar komen ze vandaan, waar gaan ze heen, met hoeveel zijn ze, hoe houden ze zich in leven, wat beweegt hen? Ik begin die lieve ettertjes zowaar te missen.

Thailand, 24 oktober – Het tv-programma dat ik eerder beschreef (zie FB van 16 oktober) grossiert in abnormaliteiten. Dinsdagavond rond middernacht een Siamese tweeling, niet zoals de beroemde eerste Siamese tweeling met vier benen en vier armen, maar deze meisjes zijn met de buik aan elkaar vergroeid en delen twee dunne beentje. Ze zitten in een looprek, als twee gekooide dieren. Hoe oud zullen ze zijn: 4 jaar? De presentator (dit keer één) praat met de moeder. Ze worden op een stoel gehesen en daarna op de vloer gelegd, waar ze zelfstandig over schuiven. Ze sabbelen op iets lekkers. Ik heb het programma niet uitgekeken.

Thailand, 23 oktober – Het is nog nooit voorgekomen dat iemand – op straat, terwijl ik zit te eten, in de metro – naar me toekomt en vraagt: Bent u die beroemde meneer Van der Lugt, die van die leuke stukjes schrijft? Maar hij mag ook dat ‘beroemd’ weglaten. En voor mijn part zegt hij: Bent u die meneer, die altijd van die zure stukjes schrijft? Ja, dat mag ook. Maar ik ben nog nooit herkend, terwijl mijn portret toch elke week bij de compilatie van mijn columns op Thailandblog staat. ’t Is wel een oud portret; misschien ligt het daar aan.

Thailand, 22 oktober – In het kader van mijn onwetenschappelijk onderzoek naar het verschijnsel metrozombie (zie FB 18 okt) observeerde ik in de metro een farang. Hij kon een stand-in zijn voor Erik Engerd uit de Stratemakeropzeeshow. Zelfde karpatenkop, zware zwarte wenkbrauwen, donkere oogholtes, heersers kin. Hij was gekleed in een strak zwart kostuum, alsof hij van een begrafenis kwam, wit overhemd, stropdasknoop had beter gekund, glimmend gepoetste zwarte schoenen. Gebogen hoofd en verdiept in zijn mobieltje; ergo: vertoonde twee kenmerken van een metrozombie.  Edoch, halverwege de rit stopte hij het ding weg. Dus moet ik een nieuwe categorie toevoegen: de demi-metrozombie.

Thailand, 21 oktober – De Bazaar Ratchada Soi 7 is ontmanteld. Weg is de grote tent met huishoudelijke artikelen, goedkoop en van slechte kwaliteit. Weg zijn de verkoopruimtes met kleding, tassen, schoenen waarvan de exploitanten elkaar in hoog tempo opvolgden. Of er ooit iets verkocht werd, betwijfel ik. Zelfs kijkers zag ik er weinig. Van de garageboxen – want daar lijken de vaste verkoopruimtes op die aan de zijkant gebouwd zijn – is een enkele bezet. Maar ook deze exploitanten zullen geen last van een burn-out krijgen. Het betonnen terrein heeft een nieuwe bestemming gekregen als parkeerterrein. Daar is wel vraag naar.

Thailand, 20 oktober – In Thailand wordt enorm veel plastic verspild. Zelfs een aansteker durven ze nog in een plastic zakje te stoppen. Mocht u dus een cruise in tropische wateren maken en bij een plastic eiland aanleggen, dan weet u waar het vandaan komt. Deed gisteren boodschappen in Big C Extra. Kocht zes artikelen. Ik vertel niet wat, want dat is privacy gevoelige informatie. Het hittepetitje bij de kassa stopt de eerste twee in een plastic tas, en wil de volgende twee in een tweede tas stoppen, dus die leg ik in de eerste tas. Pakt ze een derde tas die nu de tweede is…. Moet ik verder gaan?

Thailand, 19 oktober – Mijn vriendin en ik hadden genoten van een verrukkelijke Indiase maaltijd. Ik weer chicken marsala (80 pct gepeperd) met gele rijst. Mijn vriendin ook iets met rijst en nan als toetje. Daarna togen wij zoals gebruikelijk naar Twins, de morsige bar met twee pooltafels. Eén tafel werd bespeeld door een farang en drie jonge meiden. Ze maakten niet alleen een ongelooflijk kabaal, want bij elke geraakte bal meenden ze te moeten gillen, maar ze waren helemaal niet mooi – ik bedoel hééélemaal niet mooi en ook hééélemaal niet sexy met hun siliconentieten. Na twee potjes weggevlucht voor deze belediging van Gods mooie schepping.

Thailand, 18 oktober – Ik heb een nieuw studieobject voor mijn onwetenschappelijk onderzoek gevonden: de metrozombie. Dit wezen kenmerkt zich door een lichtgebogen hoofd, fixatie op beeldschermpje of toetsenbordje van mobieltje, iPad of iPhone en de vingers constant schuivend over het schermpje. De metrozombie staat of zit in de metro, stapt in of uit, of wacht op het perron. Mijn eerste onderzoeksgroep bestond uit 14 zombies, 7 aan de ene en 7 aan de andere kant. Elf van de 14 waren metrozombies, oftewel 78 procent. Eigenlijk 84 procent, als ik mijn vriendin niet meetel. Dat is een verontrustend hoog percentage.

Thailand, 17 oktober – ’t Is weer eens wat anders. Zette mijn vriendin tot nu toe de tv aan op een kanaal met een uiterst vervelende, uiterst gewelddadige of uiterst fantastische Thaise soap; sinds het programmapakket is gewijzigd kijkt ze soms naar National Geographic. Terwijl ik nu aan het tikken ben, staat het op Asia’s Hidden Paradise en daarmee wordt niet Thailand bedoeld, maar het dierenrijk. Zag bijvoorbeeld een roedel leeuwen in alle leeftijden een zebra slopen. Nou, die gunden elkaar nauwelijks een plaats aan de eettafel. Ben benieuwd of er in dat paradijs ook mensen wonen. Liefst een Eva – en het liefst voor de zondeval.

Thailand, 16 oktober – Ik keek gisteren naar een programma van Thaitv3, waarin kinderen laten zien en horen wat ze op vocaal gebied presteren. En dat is niet mis. Ik zie een dik meisje. Ze heeft geen benen, geen rechterarm, aan haar linkerarm ontbreekt de hand, maar er zitten wel twee vingers. Het meisje van een jaar of 5,6 is een beetje ouwelijk gekleed. De twee presentatoren, een man en een vrouw, voeren een geanimeerd gesprek met haar. Het meisje lacht veel. Dan wordt ze op een po gezet waarmee ze over de vloer schuift. Het publiek kijkt geamuseerd toe en lacht.

Thailand, 15 oktober – Tot zondag bood de tv weinig keus. De meeste kanalen werden door Thaise zenders bezet, er was een filmkanaal (doorgaans met knokfilms – Jean Claude van Damme, dat spul) en CNN, waarvan de slogan luidt: Herhaling is de kracht van het nieuws. En, voeg ik eraan toe: van de verveling. Maar we hebben sinds zondag een nieuw pakket met – hoera! – BBC World en daar mag ik graag naar kijken. Niet alleen vanwege de gebalanceerde nieuwsvoorziening, maar vooral vanwege het onberispelijk Engels dat er gesproken wordt. Enige bijlesjes kan ik wel gebruiken met het kromme Engels dat ik hier hoor (en ongemerkt overneem).

Thailand, 14 oktober – In Nederland heb ik geen kalender nodig, in Thailand wel. Als ik zondags in mijn woonplaats Vlaardingen de deur uitstap, heb ik het idee dat ik in een stad loop die getroffen is door een neutronenbom. Dat is een bom die mensen doodt en gebouwen laat staan. Wie dat bedacht heeft, moet een gaatje in zijn hoofd hebben, want wat heb je aan gebouwen als er geen mensen zijn? Maar dit terzijde. Als ik in Bangkok de deur uitstap, merk ik – althans in mijn buurtje – geen verschil. Het is overal business as usual. Kruidenier, kapper, eethuisje, reparatiewerkplaats, gym, wasserij, drogist, ze zijn allemaal open.

Thailand, 13 oktober – Gisteren was een moeizame werkdag en hij begon zo goed. Als eerste de overstromingen. Er was niet gek veel over te vertellen, maar net genoeg voor een aardig bericht. Het plaatsen van het bericht op de blog, coderen, selecteren van illustraties enzovoort – het ging allemaal van een leien dakje. Daarna begon het grote werk: de rubriek Nieuws uit Thailand. Dus bepalen welke berichten interessant kunnen zijn voor Nederlandse lezers en ze daarna samenvatten, eventueel met toelichting. So far so good. Maar internet bleek nu trager dan de traagste slak. Wat normaal in een kwartier gepiept is, duurde nu ruim een uur. Hoop het niet weer mee te maken.

Thailand, 12 oktober – Berichten van het front (2): Ik heb de laatste dagen weer wat aanspraak. De Amerikaanse-Zwitser is na vier maanden weer terug. Dat is wel zo prettig, want de andere farang met wie ik wel eens praat, een Rus, spreekt nauwelijks Engels. Hij is fotograaf en ik moet zeggen: fotograferen kán hij. De meer Amerikaan dan Zwitser staat ingeschreven bij een castingbureau en doet acteerwerk in reclamespotjes en films. Ik heb hem nooit op tv gezien, wel andere farang. Nu heeft hij zich voorgenomen de voogdij over zijn dochter te krijgen. Moeder zit wegens drugsgebruik 10 jaar gevangen, oma bij wie het kind woont, is alcoholica. Dat wordt een taaie strijd.

Thailand, 11 oktober – Berichten van het front: De sinds weken gesloten keuken van het hotel gaat weer open, vertelde mijn vriendin. Een stukje verder heeft een vrouw iets wat op een eethuisje lijkt en die wil de gok wel wagen. Ze verkoopt voor haar huis op een overdekt plaatsje allerlei etenswaren waarvan ik de naam niet weet. Het enige herkenbare voer zijn visjes. Mijn vriendin haalt er vaak eten, kleefrijst en nog wat. Verder kan ik melden dat de klusjesman een grote belangstelling voor amuletten heeft. Regelmatig gaat hij het internet op om plaatjes van die gelukbrengers te bekijken. Niks verkeerd met dromerijen, denk ik maar.

Thailand, 10 oktober – Vandaag bestaat Thailandblog 4 jaar. Op 10 oktober 2009 plaatste khun Peter, zoals hij op de blog heet, zijn eerste posting, zoals een artikel op de blog heet. Voor wie nog digibeet is: een blog heet een blog, omdat het een blog is. Voor khun Peter’s tomeloze inzet heb ik grote bewondering. Geen enkele dag kan hij versagen, want er moeten elke dag minstens 7 postings worden geplaatst en een kleine 70 reacties gemodereerd. Vanochtend krijgt Peter, die in Apeldoorn woont, een verrassingsontbijtje van me. Geen champagne-ontbijt; er zijn grenzen aan de liefde. Ikzelf ga ook feestvieren. Dus als er morgen geen column is, weet u hoe het komt.

Thailand, 9 oktober – In het eethuisje Sure Delivery zaten acht vrouwen en een man aan tafel.  De tafel stond vol met eten en drank: soda, whisky, bier, rode wijn en een koeler met mousserende wijn. Kantoortypes, denk ik, tikgeiten. Geen werknemers van 7-Eleven, daar waren ze te oud voor. Goed gekleed. Geen goedkope marktkleding, eerder merkkleding uit een warenhuis. Ze speelden met hun mobieltje, fotografeerden elkaar, praatten, schreeuwden, joelden en gilden van het lachen. De man zat er verloren bij. Mijn vriendin en ik waren er noodgedwongen getuige van want de banken in de open serre waren nat geregend. De rolluiken aan de regenkant waren nog open. Waarom eigenlijk?

Thailand, 8 oktober – Thailand is een moeilijk land voor mij. In mijn rol van journalist ben ik behept met een niet te verzadigen nieuwsgierigheid, maar in Thailand kan ik er niet veel mee; gehandicapt als ik ben door mijn minieme kennis van de Thaise taal. Zo zou ik willen weten of de politie periodiek in mijn hotel langs komt om een bijdrage aan het politiefonds te vragen (knipoog). Ik wil weten of de keuken ooit nog open gaat. En waarom de kapsalon nog zelden open is (hoewel ik geen knipbeurt nodig heb). De hotelmanager zou ik tussen neus en lippen willen vragen: is dit een hotel of een kinderdagverblijf? Maar misschien begrijpt hij de hint niet.

Thailand, 7 oktober – De stilte van mijn straat wordt wreed verstoord door bouwwerkzaamheden om de hoek. Eerst werd geheid, nu staat er een grote generator te loeien en zijn ze gaten aan het boren. Dat hei-geluid klonk vertrouwd, het geloei van de generator irriteert. Waarom er eerst geheid is en nu geboord wordt om palen te storten, weet ik niet. Er komt het zoveelste appartementengebouw, daarvan schijn je er niet genoeg te kunnen bouwen in Bangkok. Ze lopen gemakkelijk vol en je hebt ze van eenvoudig tot lux. Soms kijk ik wel eens met begerige ogen naar zo’n luxe gebouw. Maar ik verhuis toch maar niet. Waarom zou ik?

Thailand, 6 oktober – Omdat ik nog steeds mijn ochtend eitje mis (hotelkeuken dicht), zaterdag naar Central Plaza Grand Rama 9, die inderdaad erg Grand is, op zoek naar een eierkoker.  Passeerde een kindervoorstelling. Meer dan duizend kinderen keken naar een vrouw die in een microfoon schreeuwde en twee futuristisch geklede mannen, die elkaar met het bijbehorend ingeblikte geluid verrot trapten. Daarna naar boven, langs een winkel met afgeprijsde bh’s waar een verkoopster in een microfoon stond te tetteren. Geen klant te zien. Robinson had één model. Het stomen van een ei duurt 15-30 minuten stond erop. Niet gekocht. Bij Swensen’s  was het vanille-ijs op en op het podium van het tijdschrift Slimming deed iemand alsof hij kon zingen. Wat een land.

Thailand, 5 oktober – In de metro bestudeer ik vaak voeten, d.w.z. blote voeten op slippers. Tja, wat moet je anders? Een goed gesprek zit er niet in met al die in hun mobieltje verdiepte zombies. Laatst zag ik een aantrekkelijke vrouw: leuke snoet, mooi figuurtje, sexy benen, echt iemand om eens lekker mee te rollebollen. Mijn blik gleed over haar lichaam naar beneden naar het voetenwerk. Dat viel tegen. Ze had knoestige kromme tenen met ultrakort afgeknipte teennagels, die verzonken in het vlees lagen. En de nagellak was gebarsten. Ik dacht: hier helpt zelfs Viagra niet tegen. De echte, niet de Chinese namaak.

Thailand, 4 oktober – Ik generaliseer (mag ‘t?), maar ik vind Thaise vrouwen een onaangenaam hoge piepstem hebben. Zie ik een spetter van een meid, denk ik: daar zou ik wel wat mee willen (mag ‘t?), doet ze haar mond open en lijkt ‘t alsof iemand te hard op zijn blokfluit blaast. Zoals mijn muziekleraar Laurens van Wingerden op de kweekschool zei: Op een blokfluit moet je niet blazen, maar zingen. Die hoge stem van Thaise vrouwen vind ik uitermate lust dodend en dat is misschien maar goed ook om monogaam te blijven. Er zijn ook weinig Thaise zangeressen, die mij kunnen bekoren. Een heel enkele heeft een melodieuze stem, de meeste gil-zingen.

Thailand, 3 oktober – (Vervolg van gisteren) Het mysterie is nog veel raadselachtiger, want als ik op de 1 (begane grond) sta en de lift wil nemen, staat de lift doorgaans op een andere verdieping. En ook hiervoor geldt: de kans zou 50-50 moeten zijn. Nu kan het dat sommige gasten in één richting niet de lift nemen, maar daar heb ik Thais nog nooit op betrapt. Als er een lift is, moet je die nemen, redeneren zij. Dat is weliswaar een logische redenering, maar ze is in strijd met de menselijke vrijheid. Naar mijn mening bewijst de trap ernaast, dat je kunt kiezen.

Thailand, 2 oktober – Mijn onwetenschappelijke studie naar de mini-mini miertjes in de badkamer schiet niet op, want ik heb ze al een tijd niet gezien. Wel op mijn bureaublad, maar daar maak ik genadeloos een einde aan hun bestaan. Inmiddels dient zich een tweede onwetenschappelijk onderzoek aan: toeval en kansberekening. Het valt me op dat de lift meestal, wanneer ik die passeer of neem (ik woon op 4), op de 1 staat (begane grond), niet op 2 tot met 6. Dat vind ik raar. Gasten gaan naar boven en naar beneden, dus de kans dat de lift op 1 staat, zou 50 procent moeten zijn. Een raadselachtig mysterie. (Wordt vervolgd)

Thailand, 1 oktober – Als ik met de metro reis, sta ik doorgaans tussen passagiers die verdiept zijn in hun mobieltje. Ik spioneer altijd wat die zombies doen. Sommigen gamen, sommige sms-en, sommigen bekijken foto’s, sommigen kletsen en sommigen scrollen de hele tijd. Mijn vriendin doet gelukkig niet mee aan die gekkigheid. Ze wordt wel eens gebeld onder het eten en neemt braaf de telefoon op. Soms wil familie mij dan allerlei overbodig vragen stellen (Hoe gaat het met je? Heb je al gegeten? Wat eet je?). Tegen mijn vriendin zeg ik dat ze maar moeten terugbellen; er zijn grenzen aan inburgering. Maar ze bellen nooit terug.

Thailand, 30 september – Zaterdag naar Big C Extra geweest, een uit zijn krachten gegroeide supermarkt, die daarom hypermarkt heet. Ik zocht er een elektrische eierkoker, want sinds de sluiting van de hotelkeuken mis ik mijn ochtend eitje. Overal stonden meiden in microfoons te tetteren. Ze maakten reclame voor producten die het leven alleen maar ingewikkelder maken. Het getetter blies mijn oorsmeer verder naar binnen, wat me over een tijd weer dwingt mijn oren te laten uitspuiten in het Bangkok General Hospital. Eindeloos gezocht, de eierkoker niet gevonden. Kwam wel mortadelle tegen, gelijk gekocht – ook lekker op brood.

Thailand, 29 september – Mijn trouwe lezers zullen zich misschien afvragen waarom ik al lange tijd niets heb geschreven over de keuken van het hotel en de nieuwe kokkin. Welnu, de kokkin is verdwenen en de keuken is gesloten. Het eetzaaltje biedt de aanblik van een woning die wacht op de verhuizer. Ik verwacht niet dat de keuken ooit weer opengaat. En dat is toch raar, want toen ik hier voor het eerst kwam, jaren geleden, serveerde de keuken nog een ordentelijk continental breakfast, bestaande uit toast, spiegelei, worstjes, ham, jam en koffie. Alleen de gebruikelijke orange juice ontbrak. Daar waren klanten voor. ’t Kan verkeren.

Thailand, 28 september – Gisteren schreef ik over de twee Thailanden waarin ik leef. Natuurlijk zijn er veel meer Thailanden. Bijvoorbeeld het Thailand van de toeristenfolder met parelwitte stranden en azuurblauwe zee. Die stranden zijn er, maar er zijn ook stranden die ronduit smerig zijn, weet ik van reacties op Thailandblog. Het strand Ao Phrae op Koh Samet was een ideaal folderstrand totdat eind juli een zwarte olielaag aanspoelde. De schoonmaakoperatie is inmiddels afgerond, maar het strand blijft tot eind oktober verboden terrein. Ik ben nooit op Koh Samet geweest, zelfs niet op andere bekende eilanden als Koh Samui, Koh Chang, Koh Phi Phi en Koh Phangngan. Pleit dat voor of tegen me?

Thailand, 27 september – Er zijn vele Thailanden en ik ken er twee. Het Thailand van alledag en het Thailand van het nieuws. Het Thailand van alledag beschrijf ik elke dag op deze plaats. Laat ik vandaag eens ingaan op het nieuws-Thailand. Elke dag tik ik een wisselend aantal berichten. ’t Is vaak routine: een ongeluk, een ruzie in het parlement, een demonstratie, een seminar. Het doet me niets. Maar soms deprimeert het nieuws me, vooral als het over het gemak gaat waarmee de natuur in Thailand wordt verziekt en Jan met de pet jaren moet vechten voor iets van recht.

Thailand, 26 september – Mijn vriendin en ik eten vaak op de hoek van de straat bij Congo Bongo, een keurig restaurant met ruwhouten banken en tafels. Leuk gezicht, maar uiterst oncomfortabel. Ze serveren er de Californische keuken, maar afgezien van dat woord heb ik er nimmer iets Californisch kunnen ontdekken. De eigenaresse (?) spuit altijd mosquito repellent op blote benen en onder de tafel, wat een prima service is. Ze draagt een driekwart broek met korte splitjes en daarover, dames en heren, wil ik de volgende verklaring afleggen. De driekwart broek is een laf, politiek-correct compromis tussen lange en korte broek, ontworpen door een besluiteloze modekoning. Zo, hoe heb ik dat gezegd?

Thailand, 25 september – Op metrostation Huai Khwang hangt een grote reclame met daarop een vissenkom, visjes en erboven een hand die visvoer in de kom strooit. Er stond een meisje bij, ik denk een jaar of 8. Zij hield haar hand omhoog en probeerde het voer te vangen. In de metro zat een fors gebouwde man met armen als scheepskabels. Naast hem een frêle Thaise die toekeek terwijl hij op een piepklein mobieltje een spelletje speelde. Een stukje verder kneep een jongen plagerig in de neus van een meisje. Later zag ik een meisje dat een rok droeg, die gemaakt leek van gordijnstof. In Thailand verveel ik me nooit.

Thailand, 24 september – Joy Bakery staat er op de bestelwagen, waarmee het banket voor de kruidenierswinkel van mijn hotel wordt aangevoerd. Het is een L300, merk kan ik niet ontwaren. Het plexiglas van het rechter achterlicht is gebroken, de zijkant van de wagen is gekrast, in de voor- en achterbumper zitten deuken en het portier aan de bijrijderskant wordt ontsierd door een roestplek. Wanneer de toestand van de wagen een indicatie is van de kwaliteit van het banket, vrees ik het ergste voor de eters. Daar hoor ik zelf niet bij, want het banket kenmerkt zich vooral door het overdadig gebruik van zoet. Zelf ben ik meer van het zuur.

Thailand, 23 september – Wanneer ik na maanden Thailand terugkeer in Vlaardingen (en echt niet met tegenzin) weet ik zo goed als zeker dat mijn favoriete koffiehuisje nog bestaat, dat ik bij mijn vishandel een lekkerbekkie kan kopen en dat mijn bakker nog steeds lid is van het Echte Bakkersgilde. Het is me één keer overkomen dat een restaurant was opgeheven. Tja, de baas was in het harnas gestorven. Maar in Thailand ben ik er nooit zeker van of een eettent nog bestaat, dezelfde gerechten serveert of dat die aardige serveerster er nog werkt. Laatst weer: geen vis meer te bekennen in het visrestaurant. ’t Most verbode worde.

Thailand, 22 september – (Vervolg van gisteren) Maar de krant was niet nat geregend, alhoewel de voorpagina wel enige tekenen van contact met regenwater vertoonde. Ik ontving de krant twee uur later dan normaal, hetgeen echter niet tot gevolg had dat mijn nieuwsoverzicht twee uur later op de blog stond. Die stond er voor 12 uur Thaise tijd op (7 uur Nederlandse tijd). En het lukte me zelfs een apart item te wijden aan de onderhandelingen tussen de EU en Thailand over een vrijhandelsovereenkomst. De delegaties vergaderen deze week in Chiang Mai. Ik schreef er eerder over. Het onderwerp scoort stukken minder dan mijn nieuwsrubriek die soms de duizend pageviews passeert. Het zij zo

Thailand, 21 september – Het regende donderdagnacht. Misschien wel de hele nacht. Dat weet ik niet, want ’s nachts slaap ik. Om 6 uur regende het nog steeds. Toen ik zoals gewoonlijk naar beneden liep om de Bangkok Post op te halen, lag hij (ja hij, want de krant is een meneer) er niet. Ook de Thaise krant Daily News ontbrak. De nachtwaker wees naar boven en zei ‘fon tok’. Oftewel: het regent. Scherpe observatie. Mijn moeder zou tegen de krantenbezorger hebben gezegd: Je smelt niet van de regen. Maar ik zeg: De krant wordt nat van de regen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 20 september – In de metro stond ik naast een jonge vrouw (dat sta ik regelmatig, want er zijn veel jonge vrouwen in Bangkok). Ze droeg een roze jurk waar overheen een tweede laag lag, een soort vitragestof ook roze, en een zwart jasje met zwarte vitragemouwen (hoe zou die stof heten: tule?). Ze was verdiept in haar Samsung mobieltje, een duur exemplaar. Ik zag dat het 19:47 uur was en laat dat nu mijn geboortejaar zijn. Nadat ze foto’s en berichtjes had bekeken, was het 19:54 uur. Toen was ik 7 jaar. Als ik een Thai was geweest, wist ik nu mijn lucky number in de staatsloterij.

Thailand, 19 september – Het mooiste tijdstip van de dag vind ik de ochtend. Gisterochtend liep ik om 6 uur naar beneden om de krant op te halen. Ja, ik liep en liet de lift links (eigenlijk rechts) liggen, want mijn penpal, huisarts in ruste te Chiang Mai, heeft mij geadviseerd meer te lopen. Het is ’s ochtends niet alleen aangenaam koel, maar ook aangenaam stil. Op een enkel geluidje na, dat zich moeilijk laat omschrijven en nog moeilijker laat determineren. Vogels? Een geluidsinstallatie? Een voertuig? Een uur later komt een eind aan de stilte. Mijn vriendin zet de tv aan voor het ochtendjournaal.

Thailand, 18 september – Een onverwachte en ik mag wel zeggen uiterst interessante ontwikkeling heeft zich voorgedaan in mijn onwetenschappelijk onderzoek naar de mini-mini miertjes in de badkamer (zie FB 1 en 8 september). Dat betreft de culinaire voorkeur van de beestjes. Ze houden van koffie. Ik ontdekte dit omdat ze in mijn lege maar ongewassen koffiemok krioelden. Dus besloot ik tot een klein experiment: waste een keer mijn mok alleen met water af en een keer met afwasmiddel. Wat bleek: na een wasbeurt met water waren ze er weer. Die beestjes moeten een verfijnd reukorgaan hebben. Afwasmiddel bleek wel afdoend om ongewenst bezoek te voorkomen.

Thailand, 17 september – De geest van het hotel is riant gehuisvest in een 1 meter hoog huis in de vorm van een tempel met daarin een vierkoppige Boeddha, vergezeld van danseresjes, olifanten en paarden. Het huis staat op een pedestal met ervoor twee granieten tafels, een fontein die spuit en twee fonteintjes. Soms krijgt hij een eenvoudige maaltijd in poppenhuis bakjes, soms een uitgebreide maaltijd. Gisterochtend bestond het ontbijt uit kleine banaantjes en gekookte eieren. Na een tijdje verhuisde het dienblad weer naar binnen. Toen ik klaar was met werken, heb ik een eitje meegenomen. Zo’n heilig eitje is niet te versmaden. ’t Was hardgekookt.

Thailand, 16 september – Geloof of bijgeloof? De grote baas van de Thaise Spoorwegen en Thai Airways International (THAI) hebben goddelijke hulp ingeroepen, want rampspoed achtervolgt hen. Dit jaar zijn al 114 keer treinen ontspoord, meestal op de route naar Chiang Mai. THAI had de pech dat een Airbus na de landing door zijn stutten zakte en van de landingsbaan gleed. Evenals de ontsporingen moet dit incident door een kwaaie geest zijn veroorzaakt. Suvarnabhumi is op een moeras aangelegd; de slangen die er woonden, hebben dat nooit kunnen verkroppen. Dus gaan de geesten gepaaid worden. Ik denk met een copieuze maaltijd; misschien wel van Alexandre Couillon (zie FB van 14 september).

Thailand, 15 september – Zo’n twee tot drie keer per dag verhuis ik met mijn laptop naar de hal van het hotel. Wifi op mijn kamer is instabiel en vaak traag, en met traag bedoel ik: extreem traag. Dat changement de decor is niet onaangenaam. Zoveel valt er niet te beleven op de kamer. ’s Ochtends staat de tv in de hal nog uit – dat is wel zo prettig – en op andere tijdstippen is het volume wat getemperd. Blijkbaar heeft de hotelstaf ontdekt dat er een volumeknopje op de afstandsbediening zit. ’s Avonds is het aardigste tijdstip. Dan is het een komen en gaan van volk.

Thailand, 14 september – Alexandre Couillon komt de happy few van Bangkok trakteren op zijn visgerechten, die hem in Frankrijk twee Michelin sterren opleverden. Wat serveert hij? Leest u even mee: langoustine, groene erwten, frambozen en mint yoghurt, kreeft, gegrilde asperges, mosselen en zeekraal, oesters met ham bouillon en inktvis, kabeljauw met courgette, geitenmelk en meloen, lamslende, gegrilde komkommer en krab juice, en chocolade en zee ananas. Uit L’Hermbaudiere neemt de Grand Chef de Demain zijn beroemde zeewierbrood mee. Dat alles tegen het luttele bedrag van 7.000 baht (€ 166). Helaas hangt mijn kostuum met vlinderstrik in Vlaardingen en in korte broek zal ik wel niet welkom zijn.

Thailand, 13 september – Terwijl ik in de receptie van hotel Sukhumvit Suite met een landgenoot praat, komen enkele kamermeisjes langs. Hun werkdag zit erop. De security-man werpt een blik in hun tassen. Daarna mogen ze vertrekken. In de supermarkt in Nakhon Nayok, waar ik eerder woonde, werd het personeel gecontroleerd, telkens als het naar de wc ging, want die bevond zich buiten het gebouw. Dus alleen als ze samenspannen valt er iets te jatten. In mijn hotel is geen security, de drie schoonmaaksters worden niet gecontroleerd. Indicatie van vertrouwen of kostenbesparing? Dat gesprek was leuk. We bleken veel dezelfde mensen uit de journalistiek te kennen.

Thailand, 12 september – (Vervolg van gisteren) Na de koffie en nadat ik een gratis balpen had gescoord, vond ik het mooi geweest. In de lift naar de G bestudeerde ik de regels waaraan bloeddonoren zich dienen te houden. Een hele waslijst. Zo moet je minimaal zes uur de nacht tevoren slapen, ijzerrrijk voedsel eten, 3 à 4 glazen water drinken en je mag het laatste uur niet roken. Allemaal voorwaarden die ik niet ken van de Bloedbank in Nederland. Vreemd genoeg geen woord over HIV. Op de G passeerde ik een tafel met een stapel gifgroene linnen tassen met daarop de naam van het ziekenhuis. Niet meegenomen.

hailand, 11 september – (Vervolg van gisteren) Op de 10th floor, die om de een of andere reden Mezz heet, gebeurde het allemaal. De verdieping stond volgestouwd met tafels, waarop een keur aan folders, en expositieborden met mooie foto’s. Ik viel met mijn neus in de boter, want een zangeres zong dat ze aan Georgia dacht en daarna dat ze ‘in heaven’ was. Dat kon wel kloppen; Bumrungrad heeft iets hemels. De menselijke ellende wordt er verzacht met comfortabele fauteuils en tapijt in de wachtkamers. Omdat mijn oog door niets bijzonders werd getrokken, ging ik maar aan de koffie. Starbucks, want bij een duur ziekenhuis hoort dure koffie. (Wordt vervolgd)

Thailand, 10 september – (Vervolg van gisteren) Vanaf Exit 1 van BTS station Nana zou een gratis shuttle-busje naar het ziekenhuis rijden. Als lid van een volk dat nou niet bekend staat om zijn spilzucht, maakte ik graag van dat aanbod gebruik. Ik posteerde mij bij een bushalte onderaan de trap. Terwijl ik wachtte, kwam een vrouw vlak naast me staan. Ze wilde weten waar ik naartoe ging en vroeg of ze mee kon gaan. Ze leek me niet iemand die zich laat afschrikken door een trouwring, dus zei ik maar dat dit helaas onmogelijk was omdat ik moest werken. Na een paar minuten droop ze af. (Wordt vervolgd)

Thailand, 9 september – Bumrungrad organiseerde zaterdag voor de 15e keer Living in Bangkok, een introductiebeurs met alles wat de hoofdstad aan gezondheidsvoorzieningen, organisaties e.d. te bieden heeft. Bumrungrad is een beursgenoteerd internationaal ziekenhuis, gevestigd in Nana. Dat is een wijk in Bangkok die bij veel mensen geen associaties zal oproepen van verpleegsters in hagelwit uniform. Het interieur van deze geneeskundige tempel oogt niet als een ziekenhuis, ruikt niet als een ziekenhuis. Is het eigenlijk wel een ziekenhuis? Een passende slogan lijkt me: O, wat is het fijn om ziek te zijn. Als wakkere Kuifje ging ik op onderzoek uit. (Wordt vervolgd)

Thailand, 8 september – Bericht uit Baan Kaew Mansion (2). Op 1 september schreef ik over mijn onwetenschappelijke studie naar de migratie van mini-mini miertjes in mijn badkamer. Het eerste wat mij als beginnend wetenschapper te doen staat, is de miertjes te tellen. Maar dat is niet eens zo gemakkelijk. Ten eerste hebben ze haast en ten tweede zijn er ook die op hun schreden terugkeren. Ben ik net begonnen met optellen, kan ik weer gaan aftrekken. Dus ik raak regelmatig de draad kwijt. De volgende onderzoeksfase is het meten van de beestjes. Ook niet gemakkelijk. En daarna ga ik diepte-interviews houden.

Thailand, 7 september – Bericht uit Baan Kaew Mansion (1). De keuken is al dagen dicht, nadat de kokkin in de regen is gevallen en haar elleboog heeft bezeerd.Van vervanging hebben ze hier blijkbaar nog nooit gehoord. Het deert me niet, ik ontbijt nu op de kamer. Helaas biedt de 7-Eleven weinig keus aan broodbeleg en er is alleen dat laffe Farm House brood te koop. Voor een ruimere keus moet ik bij Big C Extra zijn, maar die ligt niet op loopafstand, wat ik verplicht ben te doen (zie FB van 4 en 5 september). Het beleg beperkt zich nu tot worst met chilli’s, tonijn uit blik en cheddar. Geen eitje meer, dat’s wel jammer. Wel Jok (Instant porridge fish flavour) van Knorr.

Thailand, 6 september – Het inbraakalarm van een Toyota Hilux Vigo begon te loeien. Een vierdeurs pickup, geen goedkope jongen. Ik stond er tientallen meters vandaan,dus ik pleit onschuldig, edelachtbare. Er liep ook niemand langs. Misschien was het alarm door de hitte bevangen, het was tenslotte al half drie in de middag en de hele dag had de zon erop gestaan. Was misschien een vlieg, een mug, of een ander gevleugeld schepsel op een gevoelig plekje geland? Of had de wind een ondeugende bui? Langer dan een minuut duurde het onheilspellende geluid gelukkig niet. Toen durfde ik wel langs de wagen te lopen, waarbij ik voor alle zekerheid héél onschuldig keek.

Thailand, 5 september – (Vervolg van gisteren) Ik neem aan dat hij er woont, maar ik zou niet met hem willen ruilen, ondanks de poenige pickup die achter het hek stond. De woning toonde armoedig. De parallelstraat is al even armoedig, hoe anders dan het straatje waarin ik woon. Zwerfafval, plassen water. Maar het straatje is wel levendig in tegenstelling tot mijn straatje. In een keukentje meende ik de kokkin van het hotel te zien, maar ze was het niet. De ‘seven’ was rustig en lekker koel. Buiten is het zelden koel. Een wandeling dient dus altijd te eindigen met een douche. Maar daar heb ik geen bezwaar tegen.

Thailand, 4 september – Mijn goede vriend Tino, huisarts in ruste te Chiang Mai, heeft mij gezegd minimaal een half uur per dag te lopen en te stoppen met roken. Hij vindt ook dat ik de trap moet nemen naar mijn kamer in plaats van de lift. Of stoppen met roken nog zin heeft nadat ik mijn longen sinds mijn 18e heb geasfalteerd, betwijfel ik. Dat lopen deed ik vandaag. Ik ging naar kruidenier 7-Eleven in een parallelstraat achter mijn straatje. Zodra ik linksaf was geslagen, begon een achterbuurt, gekenmerkt door een enorme – plat gezegd – teringzooi. Bij een hek dat wel een verfje kan gebruiken stond een farang. (Wordt vervolgd)

Thailand, 3 september – Ik had net beneden in de hal van het hotel mijn laptop geïnstalleerd, verbonden met internet en het elektriciteitsnet, muis aangesloten (want ik houd niet van de hoe-heet-dat-ding) of ik zag het volgende. Een peuter zat op de stoel, waarop normaal de receptionist zit te suffen of naar soaps kijkt. Hij probeerde hem weg te halen, maar het jochie verzette zich. De man ging toen maar op een andere, minder comfortabele stoel zitten. Ik heb soortgelijke taferelen zo vaak gezien, dat ik mij afvraag: zijn Thaise volwassenen bang voor kinderen? Eigenlijk is het al lang geen vraag meer. Die jochies krijgen altijd maar hun zin.

Thailand, 2 september – Ik heb een hobby voor onderweg. Wanneer ik farang (niet-Aziaten) zie, probeer ik te bedenken: uit welk land komen ze, wonen ze hier of zijn het toeristen, wat voor beroep oefenen ze uit? Op metrostation Petchaburi stapten een man en een vrouw in de metro. De vrouw: strak achterover getrokken vaal haar in een knot, jaren vijftig bril, onderkin, om haar nek een kettinkje met een kruis. De man: beginnende baard, geruit overhemd. Beiden droegen een armoedige, vormeloze spijkerbroek. Ze keken heel ernstig. Iets in me zei: EO-zendelingenechtpaar. Misschien omdat het zondag was?

Thailand, 1 september – Terwijl ik ‘nature’s call’ beantwoordde, zoals ze in Kameroen zeggen, had ik alle gelegenheid om de miertjes te observeren die de badkamer onveilig maakten. Het zijn mini-mini miertjes, ze bijten niet, hooguit kriebelen ze wat op de huid. Een lange colonne liep over de dorpel, langs de deurpost omhoog, langs de rand van het bad en verder in de hoek omhoog. Ze maakten een paniekerige indruk. De meeste liepen dezelfde richting uit,sommige eigenwijze (?) miertjes in tegenovergestelde richting. Botsingen heb ik niet gezien. De hotelstaf wil spuiten, ik bevecht ze meestal met een schuursponsje. Maar deze keer liet ik ze ongemoeid.

Thailand, 31 augustus – Ik had verwacht het druk te krijgen met de verzending van het boekje ‘Het Beste van Thailandblog’ naar adressen in Thailand. Maar dat valt mee: tot nu toe slechts acht boekjes in een envelop hoeven doen en gepost. De boekjes kunnen ook worden afgehaald: bij mij en in Hua Hin, Pattaya en Chiang Mai. In Pattaya vliegen ze weg, ikzelf heb er 27 verkocht. Omdat ik een mierenneuker ben of vriendelijker gezegd een Pietje Precies blader ik nog regelmatig door het boekje op zoek naar tikfouten. Nou ja, niet echt op zoek, maar mijn oog lijkt erop geprogrammeerd. Tot nu 1 tikfout ontdekt. In de allerlaatste zin.

Thailand, 30 augustus – Mijn Thaise zwagertje, in het gelukkige bezit van een penisvergroting dankzij een silicone-injectie, is na een vechtpartij door de politie in de boeien geslagen. Zijn urine is onderzocht en jawel: ya ba oftewel drugs gebruikt. De familie heeft 10.000 baht gedokt om het enfant terrible vrij te kopen. Of hij vervolgd gaat worden, weet ik niet. Mijn vriendin kent mijn standpunt over haar agressieve broertje, dus die heeft niet gehint op een bijdrage mijnerzijds. Zwager is ook eens uit het klooster gemieterd nadat hij er met andere novieten had gevochten. Zonde van het mede door mij betaalde feest ter ere van zijn inwijding. Maar de coyote girls waren sexy.

Thailand, 29 augustus – Een goede vriend wilde mij het verschil uitleggen tussen een geaspireerde en niet-geaspireerde medeklinker. De Thaise taal heeft er drie: de t, p en k. Daar wist ik al alles van, maar dat wist hij niet. Dat liet ik maar zo, ik gunde hem het pleziertje wel. Hij hield een brandende aansteker voor zijn mond. Bij de geaspireerde ging het vlammetje uit omdat dan een luchtstroom de mond verlaat. Gelukkig had hij geen knoflook gegeten, anders was ik plat gegaan. Wat bewees dit lesje? Dat ik altijd met een aansteker voor mijn mond moet lopen. Prima schoolmeester, die vriend van mij.

Thailand, 28 augustus – Spitsuur op MRT-station Sukhumvit, met BTS-station Asok een van de drukste stations van Bangkok. De uitpuilende metro stond minuten lang stil. Japanse toestanden, behalve dat reizigers niet naar binnen waren geduwd. Voor de openstaande schuifdeuren vormden zich lange rijen wachtenden, tot aan de andere kant van het perron. Enkele brutalen piepten alsnog naar binnen. De volgende trein liet niet lang op zich wachten, maar was ook barstensvol. Mijn vriendin en ik waren nummer 3 in de rij, dus we konden instappen. Nou ja, het was meer wurmen. We konden ons nergens aan vasthouden, maar dat hoefde ook niet.

Thailand, 27 augustus – S&P. Toen Robinson nog niet gesloopt was, heb ik er vaak gegeten. Kwaliteit altijd goed. Zaterdag wilde ik weer eens wat anders als diner. Dus het foldertje van S&P bekeken dat al tijden in de la lag. We bestelden chicken with cashew nuts (135 baht) voor mij, stir-fried kailaan and shitake in oyster sauce (125 baht) voor mijn vriendin en fried spring rolls (85 baht) voor ons beiden. Moesten lang wachten, maar het wachten werd beloond. Keurig afgeleverd in stevige plastic bakjes (te gebruiken in de magnetron), nog warm, redelijke porties en zeer smakelijk. Voor herhaling vatbaar, alhoewel we meestal goedkoper eten dan de 405 baht die we moesten afrekenen.

Thailand, 26 augustus – Ik keek zaterdag naar de tv-registratie van de Thaise kampioenschappen cheerleading 2013. Bij cheerleaders altijd gedacht aan Amerikaanse meiden die gillend sprongetjes maken en enthousiast met pompons zwaaien. Meestal aan het begin en in de pauze van American Football, een sport die beter onder de vechtsporten kan worden gerangschikt. Maar wat de Thaise mannelijke en vrouwelijke cheerleaders presteren, grenst aan het ongelooflijke. ’t Is acrobatiek van het (bijna) hoogste niveau met menselijke piramides, salto’s en meiden die om hun as draaiend in de lucht worden gegooid. Alles in hoog tempo uitgevoerd. Het Thaise onderwijs moge ver onder de maat zijn, cheerleading kunnen ze.

Thailand, 25 augustus – En weer moest ik de hotelstaf attenderen op twee teilen met water in het tuintje naast de eetzaal. Stilstaand water: een broedplaats van muggen, een bron van malaria en dengue fever. De kassier kieperde ze onmiddellijk om. Die luistert blijkbaar wel naar de waarschuwingen van de Thaise GGD. De nieuwe kokkin keek verbouwereerd. Niet gewend aan zoveel doortastendheid. Het rare is trouwens dat onze kamer muggenvrij is, maar in de hal van het hotel word ik vaak gestoken. Dus er moeten nog meer bronnen zijn. Iets voor de Thaise Sherlock Holmes om met zijn vergrootglas naar op zoek te gaan.

Thailand, 24 augustus – Drie kathoey stappen om half tien ’s ochtends uit een tuktuk. Ze moeten van ver gekomen zijn, want er wordt een flink bedrag afgerekend. De drie zijn in vol ornaat. Komen ze nu pas van hun werk? Twee staan hoog op lange, slanke benen; één is wat korter, haar te grote borsten kunnen elk ogenblik uit haar decolleté ploppen. In het kruidenierswinkeltje kopen ze ijsblokjes, limonade en nog veel meer. Ze zijn lang bezig. Eén, gekleed in een schattig pakje, draait zich naar me om. Ze likt aan haar vinger en tikt ondeugend op haar bil. Ik geef het toe: ik viel voor haar.

Thailand, 23 augustus – Ik hoor al uren geschreeuw. Het begon ’s ochtend toen ik in de hal van het hotel zat te werken. Terug op de kamer hoorde ik het nog steeds; weliswaar minder frequent, maar toch. Eerst dacht ik aan een ruzie, maar daarvoor duurde het te lang. Een of andere ceremonie? Niet waarschijnlijk. Dus toen ik de trap afliep, de lamellen van een raam opengedraaid. Vanaf die hoogte zag ik een stel mannen en jongens in schooluniform in een kale ruimte. Ze keken naar een tv-scherm. Kon het niet goed zien, maar dacht dat ze naar stierenvechten keken, waarbij twee stieren elkaar te lijf gaan. Er zal ongetwijfeld bij gegokt zijn.

Thailand, 22 augustus – Zomaar twee observaties in de metro. Op de heenreis sprak een oudere vrouw die naast mij zat, mij plompverloren aan. Ze vroeg me een bezoek te brengen aan een bedrijf, waarvan ik de naam al weer ben vergeten. Moest wel iets kopen bij het bedrijf. Ze vroeg mijn telefoonnummer; dat gaf ik met één verkeerd cijfer erin. Geen zuivere koffie, als je het mij vraagt. Op de terugweg zag ik een jonge vrouw. Sexy roze jurkje, geen opvallende schoonheid, dunne Softenon armpjes. Onder- en bovenarm, en onderarm en pols stonden in een hoek van 90 graden. Ze was druk met haar iPod.

Thailand, 21 augustus – Regelmatig duikt de roze bril in reacties op Thailandblog op. Dat is een bril, gedragen door mensen die geen kritiek op Thailand kunnen velen. Ze redeneren: wij zijn hier te gast en gasten dienen zich van kritiek te onthouden. O ja, ben ik te gast? Waarom moet ik dan betalen voor mijn onderdak en maaltijden? Ik kan me niet herinneren dat ik dat wel eens heb moeten doen wanneer ik ergens te gast was. Ik schreef het eerder: ik heb een bril met bifocaal glas. Ik bewonder en verafschuw Thailand, net zoals ik Nederland bewonder en verafschuw. Ik ben zowel idolate fan als iezegrim.

Thailand, 20 augustus – Hoe ik denk over Thaise kinderen in de peuter- en kleuterleeftijd is genoegzaam bekend. Het zijn een stel verwende krengen en soms huilebalken. Ze worden niet opgevoed en volgestopt met zoetigheden, snacks en soft drinks. Het zoontje van de wasvrouw in het hotel is daar geen uitzondering op. Zit overal met zijn tengels aan, ook in de kruidenierswinkel. Twee keer greep een volwassene in: toen hij een fles afwasmiddel aan zijn mond wilde zetten en een anti-muggenspuitbus in zijn handen had. De spuitbus werd afgepakt, maar een minuut later had hij hem weer gepakt. Tik op zijn billen, zou ik zeggen. Niet dus.

Thailand, 19 augustus – Gerrie Agterhuis vroeg mij: je gaat toch niet stoppen met je klaagzang over je appartementenhotel he? Nou, vooruit dan, omdat hij het zo vriendelijk vraagt. De televisie staat altijd te hard aan in de hal. Dat is vervelend want ik moet vaak in de hal werken omdat Wifi op mijn kamer traag en instabiel is. Waarom staat de tv zo hard? Laat me gissen: a de receptionist is doof, b de receptionist wil doof worden, c de receptionist wil mij doof maken, d het gejengel van het verwende zoontje van de wasvrouw moet overstemd worden, e de volumeknop is kapot. Nog meer?

Thailand, 18 augustus – Panta Rhei, schreef Plato. De Boeddha heeft het over de impermanence van ons bestaan. Dat alles verandert, zie ik hier ook om me heen. De meeste tenten op de bazaar aan Ratchadaphisek soi 7 zijn afgebroken. Vaste boxen met een golfplaten dak zijn in aanbouw. De markt bij metrostation Thailand Cultural Centre is ook weg. Raar gezicht. Was er een paar dagen niet geweest en ineens keek ik tegen een groot braakliggend betonnen terrein aan. De voornamelijk kleding- en schoenenverkopers zijn neergestreken in een lange rij tenten langs het hek van Big C Extra. In vierkante tentjes met parmantige puntdaken.

Thailand, 17 augustus – De keuken in het hotel, waar ik verblijf, is 5 dagen dicht. Plakkaten, op verschillenden plaatsen opgehangen, melden dat het ‘restaurant close’ is. Weer dezelfde fout als eerder. Verwonderlijk is dat niet, want in het Thais worden werkwoorden niet vervoegd. Let wel: het Thais kent wel werkwoordstijden, maar die worden op een andere manier gevormd. Volgens mijn vriendin maakt de kokkin een dagomzet van 300 à 500 baht. Dat lage bedrag schrijft ze toe aan haar culinaire kwaliteiten, dat wil zeggen: het gebrek eraan. In een land waar eten een nationale hobby is, is de consument kritisch. Ben benieuwd hoe lang de kokkin het volhoudt.

Thailand, 16 augustus – (Vervolg van gisteren) Als ik manager van het hotel was, waar ik verblijf, zou ik tegen de wasvrouw zeggen: het hotel is geen crèche; hou je kind thuis. Het personeel in het kruidenierswinkeltjes moest van mij naar een cursus klantvriendelijkheid, waarin ze leren niet zo chagrijnig te kijken als ze klanten helpen. De twee aftandse computers in de hal werden vervangen door de nieuwste exemplaren, aan de gebrekkig Wifi op de kamers zou ik iets laten doen en de douches kregen een behoorlijke mengkraan (die mengt). Maar ik ben niet de manager; ik ben een gast die het allemaal lijdzaam ondergaat.

Thailand, 15 augustus – Als ik manager van het hotel was, waar ik verblijf, ging de tv in de hal de deur uit zodat de receptionist, die de hele dag naar soaps zit te kijken, zich met zijn luie reet verheft van zijn zetel voordat hij vastroest. Ik zou hem ook naar een cursus ‘omgaan met buitenlandse gasten’ sturen, waar hij leert een lastige gast niet af te snauwen en op te staan als iemand tegen hem praat. De kokkin stuurde ik naar een kookcursus om meer gerechten te leren bereiden dan ze als huisvrouw op het platteland deed. (Wordt vervolgd)

Thailand, 14 augustus – In het hotel logeert een grote groep Taiwanese jongelui: meisjes en jongens. ’s Ochtends vertrekken ze met een minibusje en aan het begin van de avond komen ze terug. Ze zien er niet uit als doorsnee toeristen, daarvoor zijn ze te netjes gekleed. De meeste meisjes – daar let ik dan weer op – dragen een zwart rokje en witte blouse, waardoor ik eerst dacht dat het middelbare-schoolleerlingen waren. Wat ze de hele dag uitvoeren, weet ik uiteraard niet. De laatste keer dat ik ze zag, kwamen ze beladen met inkopen terug, meest kleding. Dat schijnt een favoriete vakantiebesteding te zijn van Chinezen: winkelen. Ik ben blij dat ik geen Chinees ben.

Thailand, 13 augustus – Maandag was moederdag. Op het plein in Huai Khwang was weer een kermis neergestreken met dezelfde attracties als de vorige keer. We wurmden ons door de drukte: gezinnen, groepjes schoolkameraden, meiden, moeders met kinderen. Net als de vorige keer speelden we bingo. Had het niet eens in de gaten, want ik dacht dat de hele kaart vol moest zijn, maar ik WON. Had een rijtje. Mijn vriendin koos een pop uit. Mickey Mouse van stof met on-Disney-achtige kleuren: zwarte tenen, gele voeten, rood broekje, zwart shirt, witte handen en fel rode lippen, die zeggen: kus me. Maar dat doe ik toch maar niet.

Thailand, 12 augustus – Wanneer ik met iemand afspreek in de stad, kies ik bij voorkeur een metrostation uit of een lokatie die bekend is bij taxichauffeurs. Zondag gingen mijn vriendin en ik per taxi naar Central Plaza Pin Klao, een bekend winkelcentrum aan de andere kant van de rivier. Central Plaza is weer zo’n winkelmall in de overtreffendste trap van groot. Terwijl we wachtten op onze afspraak, had ik uitzicht op een autoshow van Subaru, muzikaal begeleid door viool, contrabas en elektrische piano, en drie panoramaliften. Ik zag ook een winkel van TagHeuer, een duur Zwitsers horloge. Het heeft vier wijzerplaten, waardoor je met moeite kunt zien hoe laat het is.

Thailand, 11 augustus – En weer werkt er iemand anders in het kruidenierswinkeltje van het hotel. In alle jaren dat ik hier kom, heb ik velen zien komen en gaan. Waarom ze vertrekken, weet ik niet. Behalve de jonge vrouw dan, die langzaam uitdijde. Ze is na de bevalling niet teruggekeerd. Nu is de dikke vrouw vertrokken, die voornamelijk een telefoonleven leidde en de klanten telefonerend hielp. Ze is vervangen door een slungelachtige lange jongeman van 22 jaar, zoon van de nieuwe kokkin. Hij houdt van ‘cartoons’ en leest veel in flodderige boekjes met zwartwit tekeningen. Maar die legt hij wel terzijde als hij een klant helpt. We gaan vooruit.

Thailand, 10 augustus – Consuminderen is geloof ik niet besteed aan de Thaise bevolking. Nu generaliseer ik, want arme mensen – en dat is het grootste deel van de bevolking – consuminderen al. Mensen die iets meer verdienen, doen aan consumeerderen. De regering stimuleert dat. De particuliere bestedingen moeten omhoog; dat is goed voor de economie. Een merkwaardige oproep, want de huishoudschulden zijn al torenhoog in Thailand. Wie van de economische groei profiteert, kan ik wel raden. Niet Jan met de pet, want die moet elke dag sappelen, maar Thais die zich bijvoorbeeld een Aston Martin kunnen veroorloven. Sinds kort hoeven ze daar niet meer voor naar Singapore, want Thailand heeft nu een eigen dealer.

Thailand, 9 augustus  – Central Plaza Robinson is een winkelmall, waarvan er talloze zijn in Bangkok. Mijn vriendin en ik waren er zaterdag. Het was druk, maar dat is het elke dag. De miljoenenbevolking van de hoofdstad mag graag funshoppen. De architect heeft alles wat hij heeft geleerd, uit de kast gehaald. De gevel heeft iets weg van een vliegtuig, binnen overheerst de gebogen lijn. In het midden van het gebouw bevindt zich op twee plaatsen een vide met roltrappen over negen bouwlagen. Het meest opvallende kenmerk van dit centrum van hebzucht vind ik de herrie. Mensenstemmen, omroepberichten en muzak vermengen zich tot een kakafonie van geluiden. Het is een vermoeiend gebouw.

Thailand, 8 augustus – Vandaag geen column, maar een foto. Woensdag nam ambassadeur Joan Boer het eerste exemplaar van ‘Het Beste van Thailandblog’ in ontvangst, een boekje met columns en verhalen van 18 auteurs die regelmatig voor Thailandblog schrijven. De opbrengst van het boekje is bestemd voor Operation Smile Thailand.

Thailand, 7 augustus  – Je kunt niet de klok erop gelijk zetten, maar het regent bijna elke dag wel. Soms rond etenstijd, soms later in de avond. Een enkele keer overdag. Het zijn geen wolkbreuken, maar huis-tuin-en-keuken regens, beschaafde buien, alhoewel je er wel nat van kunt worden. Elders in het land valt veel meer. De beelden doen denken aan de grote overstromingen van 2011, maar de omvang is niet vergelijkbaar. Toen waren het overstromingen, nu zou ik het wateroverlast willen noemen en in sommige gevallen ernstige wateroverlast. Het regenseizoen is nog niet afgelopen, maar tot nu toe valt het tegen in Bangkok. Gelukkig wel.

Thailand, 6 augustus  – Had net mijn ontbijt op en zat nog aan de ontbijtkoffie, toen twee ladyboys het kruidenierswinkeltje naast de eetzaal binnenstapten of eigenlijk fladderden. De een droeg een kort zwart jurkje, ze had een ouwe kop. De ander had haar spillebenen verstopt in jeans met scheuren; die was zo nauwsluitend dat de broek meer op een panty leek. Beiden hadden een zware stem. Of ze pre- of post-op waren, d.w.z. of ze een geslachtsveranderende operatie hadden gehad, kon ik niet zien. Ze hadden wel erg grote borsten; die pasten niet bij hun frêle lijf. Mij keurden ze geen blik waardig. Waarom zouden ze ook?

Thailand, 5 augustus  – Twee dagen geen krant, althans om half zes ’s ochtends in de hal van het hotel bezorgd. De krantenjongen had het, net als de vorige keer, tijdig aangekondigd. Dus om half acht op de motortaxi naar Huai Khwang, waar ik twee zaakjes ken die de Bangkok Post verkopen. De bestuurder scheurde alsof de duivel hem achterna zat. Op de terugweg vanaf de winkel stond het verkeer muurvast. Maar hij laveerde, ook weer in hoogtempo, behendig tussen de auto’s door. Reed op de andere weghelft. Het was soms millimeterwerk om buitenspiegeltjes te ontwijken. Gevaarlijk? Ach, misschien draagt hij wel een heel krachtig amulet om zijn nek.

Thailand, 4 augustus  – Ik leid een vrij saai leven. Schrijf elke dag braaf de rubriek ‘Nieuws uit Thailand’ voor Thailandblog, redigeer artikelen van anderen, modereer reacties, corrigeer spelfouten in postings (de dt willen sommigen maar niet begrijpen), eet twee keer warm per dag en doe nog meer – maar laat ik jullie niet vervelen. Deze week is anders. Mijn penpal uit Chiang Mai, huisarts in ruste uit Vlaardingen, komt een paar daagjes over en woensdag overhandig ik ambassadeur Boer het eerste exemplaar van ‘Het Beste van Thailandblog’, het boekje waarvan ik de eindredactie heb gedaan. Ik ontmoet dan ook de daarin opgenomen auteurs. Namen krijgen gezichten en stemmen. Spannend!

Thailand, 3 augustus  – Ik heb er toch maar wat over gezegd. In het tuintje naast de eetzaal in mijn hotel stond een grote stinkende vuilniszak en er stonden twee emmers met water. Stilstaand water, dat zoals bekend een broedplaats voor muggen vormt. Nu wil het geval dat dit jaar dengue fever (knokkelkoorts) oprukt in Thailand. Dat is een vervelende ziekte met soms dodelijke afloop. En als je er niet dood aan gaat, duurt het lang voor je weer het mannetje bent. Voorlichtingsprogramma’s op de tv waarschuwen voor stilstaand water. Maar hier in het hotel kijken ze alleen naar soaps en domme spelletjes. Na mijn klacht werd gelukkig snel actie ondernomen.

Thailand, 2 augustus  – Er is olie gelekt in de Golf van Thailand, en niet zo’n beetje ook. De Thaise autoriteiten reageren niet anders dan andere autoriteiten: We hebben alles onder controle. Bij dit soort mededelingen moet ik altijd denken aan het adagium van de Amerikaanse journalist I.F. Stone: Alle regeringen liegen tenzij het tegendeel bewezen is. Maar het tegendeel wordt zelden bewezen, ondanks alle persberichten van de  communicatiemaffia en persconferenties met een flesje Spa voor het aanwezige journaille. De toeristenindustrie op het eiland Koh Samet zit intussen in zak en as. En milieugroepen vrezen voor de kwetsbare koraalriffen. En ik meld het allemaal op thailandblog.

Thailand, 1 augustus  – Erger ik me wel eens? Ja, ik erger me wel eens. Ik heb ooit geschreven dat ik Thaise peuters een stel vervelende, verwende krengen vind, die altijd en overal hun zin krijgen – althans de peuters die ik ken. Het zoontje van de wasvrouw, dat in het hotel ronddrentelt, is daar geen uitzondering op. Eerder verdacht ik hem van autisme. De laatste tijd heeft hij een nieuwe hobby: gillen. Dat vindt hij leuk. De moeder snoert hem niet de mond, het hotelpersoneel lacht schaapachtig. Hij zit ook overal aan en wordt zelden tot de orde geroepen. Daaraan kan ik mij ergeren.

Thailand, 31 juli – Ik heb een Tefal koekepannetje gekocht en cadeau gedaan aan de (nieuwe) kokkin. Ja, beste mensen, na een sluiting van enkele dagen is de keuken weer open en staat er een nieuwe keukenprinses. Alhoewel, de eerste maaltijd die mijn vriendin bestelde, smaakte haar niet. Mai aroi (niet lekker). Na één hap gaf ze het op. Maar een eitje bakken moet wel lukken: niet meer in de wok, drijvend in de olie met het eiwit over de dooier heen, maar een spiegelei zoals een spiegelei behoort te zijn. Ik mag dan wel geen culinair wonder zijn, maar ik weet wel hoe je een perfect ei moet bakken.

Thailand, 30 juli – ‘Restaurant close for renovations’ meldt een aankondiging naast de lift. Intrigerende tekst. Het eetzaaltje in het hotel, waar ik verblijf, een restaurant? Beetje overdreven: de menukaart is beperkt, het eten van matige kwaliteit, de inrichting eenvoudig. Wat die renovaties (meervoud?) inhouden, is me de afgelopen dagen duidelijk geworden. De keuken en bijkeuken zijn schoongemaakt, zegt maar uitgemest. Want de kokkin was niet alleen een lousy kok, maar wat in de keuken niet schoon hoefde te zijn, heeft ze nooit schoongemaakt. Gelukkig is ze vertrokken; een opvolgster heb ik nog niet gezien. U hoort nog van me.

Thailand, 29 juli – De vloer van de hal van mijn hotel ligt ongeveer een halve meter lager dan die van het kruidenierswinkeltje. De hal en de winkel worden gescheiden door een glazen pui. Als ik in de hal zit te werken (vanwege de betere internetverbinding) kijk ik de winkel in. Mijn blik dwaalt eerst door een stelling met wasmiddelen en belandt daarna bij de kassa. Vooral ’s avond is het een komen en gaan van jonge vrouwen, gekleed in hotpant of ultrakorte jeans shorts. Als ze een wasmiddel pakken, buigen ze zich voorover; bij de kassa zie ik ze en profile. Afijn, u begrijpt misschien waar ik heen wil. Ik niet.

Thailand, 28 juli – Vrijdagavond uit geweest. Begonnen met de avondmaaltijd. Het eten was verrukkelijk, de draaiende ventilator zorgde voor een koude luchtstroom. Daarna in een bar poolbiljart gespeeld om de tijd te overbruggen. De airconditioning was nog kouder. Taxi genomen, die was ook koud. De zaal waar we naar toe gingen, was gesloten. Jammer, geen wervelende Isaanse show met zang en dans. Naar de overkant, daar was ook zoiets. Een popgroep speelde er oorverdovend luid en het was er koud. Na de pauze speelde een andere popgroep, even hard. De zangers en zangeressen zongen, u raadt het al: hard. Ja, het was genieten vrijdag in tropisch Thailand.

Thailand, 27 juli – Als ik beneden in de hal van het hotel zit te werken, omdat de internetverbinding daar beter is dan op mijn kamer, staat of de televisie te hard aan met gewelddadige soaps; of praten de receptionist, receptioniste en klusjesman luidruchtig met elkaar, of loopt het zoontje van de vrouw die een wasserijtje in het gebouw heeft, heen en weer te dribbelen, overal met zijn tengeltjes aan te komen en zoals nu te jengelen. Als dit een écht hotel was, zou de klantenkring snel opdrogen. Maar het lijkt meer op pension Hommeles, bekend bij de ouderen onder ons.

Thailand, 26 juli – Omdat het regende (wat er uiteraard niets mee te maken heeft) dacht ik: laat ik eens opzoeken hoe mijn trouwe internetvertaalsites ‘mansion’ vertalen. Ik heb een kamer in Baan Kaew Mansion en refereer er in mijn columns als hotel aan. Ik vond: landhuis, herenhuis, luxe villa. Ook in mijn Engels-Nederlands woordenboek van Wolters Noordhoff (17e druk, 1968), dat uit elkaar ligt vanwege veelvuldig gebruik, gekeken. Daar stond: groot herenhuis en als verouderd: woonplaats, woning. Het meervoud mansions zou flatgebouw betekenen. Dat heb ik nou vaak als ik de betekenis van een woord opzoek. Die woordenboeken vergroten alleen maar mijn verwarring.

Thailand, 25 juli – Mr. Boon, de receptionist van mijn hotel die zijn tijd verdeelt tussen kijken naar soaps, dutten en gasten naar hun kamer begeleiden, legt mij wel eens een Engelse tekst voor en vraagt dan of die goed is. Zo hielp ik hem bij de tekst waarin de gasten op hun hart wordt gedrukt goed op hun kostbaarheden te letten. Die tekst is gaan luiden: Please keep your valuables in a safe place – tot zover was zijn tekst oké, maar met de rest moest ik hem helpen – The management doesn’t accept any liability for loss or theft. Die tekst hangt nu in iedere kamer. Ondertekening: Baan kaew mantion. Oeps!!

Thailand, 24 juli – Toen ik naar de wc liep, ging de kokkin ook naar de wc. Ze liep te telefoneren. Ik niet. Ten eerste had ik mijn mobieltje niet bij me en ten tweede heb ik een hekel aan telefoneren. Voor zakelijke gesprekken vind ik de telefoon prima – als journalist was die onmisbaar -, maar voor kletspraatjes ben ik niet in. Ik zie Thais overal telefoneren: lopend, in een restaurant, wachtend op het eten of onder het eten, in de metro, rijdend op de motorfiets, achter het stuur in de auto, in een winkel ook al wacht een klant. Zou de kokkin telefonerend koken? Dat verklaart veel.

Thailand, 23 juli – Mijn vriendin is een echte Miep Kraak. Toen we nog in haar ouderlijk huis woonden, veegde ze enkele keren per dag het erf. Want die blaadjes, hè. Net zo ongedisciplineerd als veel Thaise mensen. In onze hotelkamer begint ze de ochtend met het vegen en moppen van de vloer. Dat ik dan zit te werken en soms plaats moet maken voor haar schoonmaakwoede deert haar niet. Op een keer begon ze het bureaublad met een vochtig doekje af te nemen. Daar heb ik maar een stokje voor gestoken, want de kranten die erop lagen, dreigden ook een beurt te krijgen.

Thailand, 22 juli – Aan het plafond in de hotelhal, het kruidenierswinkeltje en het eetzaaltje hangen geen propellers maar ventilatoren. Die maken, indien ingeschakeld (dat is wel een absolute voorwaarde) tegelijk twee bewegingen: een horizontale cirkelvormige en een verticale heen-en-weer beweging. De beweging doet me denken aan het wrikken van een vlet, wat ik bij de zeeverkennerij heb geleerd. Je staat op het achterdekje en met een riem, die in een uitsparing ligt, maak je een achtje in het water waarbij het blad draait. Als je het goed doet, ga je vooruit. Die ventilatoren zijn trouwens stofnesten. Het stof zet zich vast op het rooster dat afgehakte handen moet voorkomen. In de winkel moeten ze hoognodig worden schoongemaakt.

Thailand, 21 juli – Wat meerokers zijn, hoef ik niet uit te leggen. Ik ben meekijker; dat vereist wel enige uitleg. Mijn vriendin kijkt graag naar soaps. Thaise soaps zijn een aaneenschakeling van ruzies, gevechten, geroddel, kortom alles wat aan de creditkant van de mens staat. Ik kan me er niet aan onttrekken, want de flatscreen hangt vlakbij mijn werkplek. Maar laat er nou ook een serie zijn, die niet aan die beschrijving voldoet. Hij heet Hormones The Series en gaat over negen leerlingen. Vakkundig gemaakt, uit het (school)leven gegrepen. Helaas zit hij op een betaalkanaal. Ook YouTube, maar mijn Wifi heeft daar grote moeite mee.Wat moet je dan?

Thailand, 20 juli – Ik ben in blijde verwachting. Nee, wij zijn niet zwanger (degene die de meervoudsvorm heeft bedacht, kan nooit een geboorte hebben gezien).  Het boekje Het Beste van Thailandblog, waarvan ik eindredacteur ben, is gedrukt. In Nederland, dus ik kan ’t nog niet in mijn handen houden. In digitale vorm heb ik het al wel gezien, maar een boekje vasthouden en doorbladeren geeft toch een aparte kick. De opbrengst gaat na aftrek van kosten naar Operation Smile Thailand, een organisatie die operaties aan hazenlippen en open gehemeltes financiert. Ik hoop dat we heel veel boekjes verkopen.

Thailand, 19 juli – Voor het hotel staat vaak een man, die fruit verkoopt. Ananas, kokosnoot, mango, papaya. Twee parasols beschermen het fruit tegen de zon. Die wagentjes zijn allemaal hetzelfde en het fruit wordt overal op dezelfde manier in stukjes gesneden en met prikker in een plastic zakje gedaan. Er stond een jonge vrouw bij, gekleed in wat wij een babydoll zouden noemen. Lief gezichtje, sexy benen. Ik zie mensen wel vaker in kleding, waarvan ik denk: dat dragen wij in de slaapkamer. Misschien gold dat ook wel voor haar. Even later liep ze, lurkend aan een rietje in een kleine kokosnoot, richting straatje met de vier karaokebarretjes. Of ze er werkt, weet ik niet.

Thailand, 18 juli – Wanneer Wifi (500 baht per maand) mij op mijn kamer in de steek laat, ga ik met mijn laptop naar beneden, naar de hal van het hotel. De vaste verbinding is er weliswaar trager dan bij mij thuis in Vlaardingen, maar alla: ze werkt. Dinsdagavond ging ik weer. De tv – het volume te hard – toonde een soap met ruzies, geschreeuw, gevechten en schieten. Mr Boon, de receptionist, zat als een zombie te kijken; de klusjesman zat als een zombie te kijken; de nachtwaker zat als een zombie te kijken. Die hersenspoeling herhaalt zich iedere avond. Iedere avond, weer.

Thailand, 17 juli – De eigenaar of compagnon of echtgenoot van de eigenaresse van Pedro’s, het barretje aan Sukhumvit Road waar ik wel eens kom, is overleden. In het harnas, naar het schijnt, en dat moet dus aan de bar zijn geweest, want dat was zijn favoriete plek. De doodsoorzaak kan geen verrassing zijn, want ik heb hem nooit anders als aangeschoten gezien. Maandag waren mijn vriendin en ik er weer eens en het was business as usual. De weduwe zat luidkeels te mopperen en te vitten; ditmaal op haar meidenstal. Wat moet ze anders, want op haar eega kan ze niet meer vitten.

Thailand, 16 juli – Een kritische lezer van mijn stukjes (hij reageert niet meer) schreef eens alles van de Thaise plattelandskeuken lekker te vinden. En in zijn schoonfamilie viel nooit een onvertogen woord. Hij reageerde op mijn beschrijving van de gerechten die ze er eten (onsmakelijk) en de ruzies en het gezuip van mijn disfunctionele schoonfamilie, waar ik gelukkig niet meer bij woon. Ik lees dat ook op Thailandblog. Sommige expats dragen een roze bril. Elk onvertogen woord over Thailand en Thaise mensen jaagt hen de hoogste boom in. Ik draag geen roze bril; ook geen zwarte of grijze, maar gewoon een transparante met dubbel focus.

Thailand, 15 juli – Ik ben nog nooit een Thai tegengekomen die kan hoofdrekenen. Altijd moet de zakjapanner het wisselgeld uitrekenen, dat ik allang uit mijn hoofd heb uitgerekend. Maakte laatst bij de kassa van de metro mee dat het sommetje 22+11 erg moeilijk is. Ik gaf twee briefjes van 20 baht en drie muntjes van 1 baht voor twee kaartjes die, wist ik, 33 baht kosten. De caissière tikte eerst het volwassentarief in, schoof een briefje en twee muntjes opzij. Daarna tikte ze het seniorentarief (voor mij) in, schoof het tweede briefje en het muntje van 1 baht ernaast en pakte 10 baht wisselgeld uit de kassa . Nou ja, zo kan het ook.

Thailand, 14 juli – Mag je als columnist geen idee hebben voor een column? Mag je een dag je column overslaan? Nee, dat mag niet. Maar soms gebeurt het toch dat je aan het eind van de dag denkt: wat voor bijzonders is er vandaag gebeurd, waar ik eens over zou kunnen schrijven? Oké, je bent in een goed humeur, je hebt lekker gegeten, je bent een beetje moe omdat je hard hebt gewerkt….. maar is dat allemaal nu zo bijzonder? Dacht het niet. Dus, beste mensen, vandaag heb ik helemaal niets te melden. Nada, niente, nothing at all, rien du tout. Misschien is dat wel heel bijzonder.

Thailand, 13 juli – Het is geen sterrenrestaurant, maar de keuken van Sure Delivery waar we met uitzondering van maandag ’s avonds eten, is alleszins redelijk. Dat geldt niet voor de bediening. De zwarte brigade (ja, ik ken mijn klassieken) is niet meer dezelfde als na de opening en dat is een veeg teken. Gisteravond was alleen de kassa bezet; de vrouw erachter zat te telefoneren. De mannen die normaal bedienen, waren in geen velden of wegen te bekennen. Toen de vrouw haar telefoongesprek onderbrak, bestelde mijn vriendin. Later vroeg de vrouw nog een keer wat we wilden eten. Uiteindelijk kregen we, wat we besteld hadden. Dat viel weer mee.

Thailand, 12 juli – (Vervolg van gisteren) De andere zus van mijn vriendin had een doerian meegenomen. De doerian is een grote vrucht met een dikke stekelige schil. Haar zoon probeerde overlangs door de schil te snijden en de twee helften uit elkaar te trekken. Hij kreeg hulp van mijn vriendin en hij kreeg hulp van zijn moeder. Het gewrik deed me denken aan een natuurkundeproefje op de HBS met de Maagdenburger halve bollen. Uiteindelijk lukte het en konden de eerste stukken zaadmantels eruit gepulkt worden. Daarna werden de twee helften nog een keer gehalveerd. Ik houd niet van de vrucht: hij stinkt en smaakt naar suikerzieke vanillepudding.

Thailand, 11 juli – De dochter van mijn schoonzusje was jarig, dus net als bij de verjaardag van haar broertje was er eten en drank en een verjaardagstaart. Er waren ook mosselen, maar geen lekkere, dus die heb ik overgeslagen. Er kwam een familielid binnenlopen. Een dikke vrouw met een piepkleine baby gewikkeld in een handdoek. Ik dacht: dat kind hoort in een couveuse, en vroeg hoeveel het woog. Twee kilo. Mijn dochter woog 1800 gram bij haar geboorte en heeft twee weken in een couveuse gelegen. Er kwam nog meer familie. Ik zei: You have a lot of family, because you fuck a lot. Mijn vriendin vertaalde. Daar werd wel om gelachen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 10 juli – Bangkok Post organiseert weer haar jaarlijkse Golf Tournament: Dual Challenge, dus bij de krant zat een inschrijfformulier. Ik heb iets met golf. Dat komt: als Vrije Volk-journalist heb ik nog geschreven over de aanleg en opening van de golfcourse in de Broekpolder; mr. Nouwen, toen voorzitter, heeft me nog een minilesje gegeven en ik heb er prins Bernhard zien flirten met golfsters. Reflected glory heet dat in vaktermen. Mark Twain schreef over golf: Golf is good walk spoiled. Hoe zou het toch komen dat over golf vele tientallen spottende uitspraken bestaan, maar over bijvoorbeeld voetbal ken ik er geen een?

Thailand, 9 juli – Zondagmiddag op visite geweest bij familie. We klommen via een deprimerend trappenhuis naar de derde verdieping van een al even deprimerende betonnen flat. Het trappenhuis lag vol met afgedankte spullen. Zo’n tien personen, waaronder mijn twee schoonzusjes, zaten in een kring op de tegelvloer van het appartement. In het midden een bonte verzameling borden en bakjes met eten. De fles met Hong Thong, een rum die whkisky wordt genoemd, was bijna leeg. Heb een tweede laten aanrukken ad 230 baht. Op een tweepersoons matras in de hoek van de kamer lagen twee kinderen te slapen. De tv stond aan, maar niemand keek. Er werd veel gepraat en gelachen.

Thailand, 8 juli – (Vervolg van gisteren) Het tweede personeelslid is een vrouw. Of ze iets heeft met mr Boon (zie gisteren) weet ik niet, maar ze doen soms wel erg klef. De vrouw spreekt geen Engels. Ze rekent af met de gasten en je kunt bij haar je telefoontegoed online aanvullen. Dat gebeurt via een telefoon die een verbinding heeft met de drie grote Thaise providers: AIS, Dtac en True Move. Nummer 3 is de klusjesman en ’s avonds komt de nachtwaker erbij. ’s Nachts lopen regelmatig meiden binnen om hun telefoontegoed aan te vullen. Ze werken in een karaokebarretje om de hoek en zijn héél uitdagend gekleed.

Thailand, 7 juli – Baan Kaew Mansion bestaat uit drie panden. Het hoofdgebouw, waar ik een kamer heb, heeft geen bar, lounge of lobby maar een eenvoudige hal. Aan één kant staat een lange tafel met twee computers en drie vaste internetlijnen. Die zijn iets sneller en betrouwbaarder dan de Wifi op mijn kamer. Aan de andere kant staan twee comfortabele fauteuils en een bank. Er is een receptie met een balie en een trappenhuis plus lift. Aan een tafeltje bij de ingang zit mr. Boon. Zijn Engels krijgt van mij een 6+. Dat plusje omdat hij behulpzaam is. Hij kijkt de godganse dag tv, meest soaps, en brengt gasten naar hun kamer. (Wordt vervolgd)

Thailand, 6 juli – Aan de overkant van de straat stond een man, een straatverkoper. Voor hem had hij zijn juk met twee rieten manden neergezet. Links ongepelde pinda’s, rechts gegrilde maïskolven en kleine banaantjes op een bak met gloeiende kooltjes. De man pulkte in zijn neus, met zijn vinger en met een doekje dat hij bij de pinda’s legde. Daarna pulkte hij in zijn oor en inspecteerde uitgebreid zijn nagels. Hij keek wat in het rond, maar klanten vertoonden zich niet. Na een tijdje pakte hij het juk op, legde het over zijn schouder en sjokte weg, zo nu en dan in zijn toetertje knijpend.

Thailand, 5 juli – In koffiebar Suzuki Coffee in winkelcentrum Big C Extra lag een nieuw blad: EDT (Eat Drink Travel). De stapel was zeker 2 decimeter hoog, dus erg veel belangstelling bestond er niet voor de goede dingen des levens. Nummer 2 (juni) van jaargang 1 was gewijd aan de Top 10 in elke categorie. Bij Travel las ik onder andere: Floating raft house, Beach cabin, Cycling holidays, A rail getaway, Mount & Sky Resort en Family House. Koppen in het Engels, tekst in het Thais, een gebruik dat ik ook in glossy’s zie. Die treinreis lijkt me wel wat. Thaise treinen maken nog dat heerlijk ouderwetse kedeng kedeng geluid.

Thailand, 4 juli – Maandag gedineerd met oud-journalist Hans en diens Thaise eega. Ik had een restaurant voorgesteld, waar ik lang geleden eens met een ander had gegeten. En zowaar kon ik het nog vinden ook. De vorige keer at ik er mosselen en ook deze keer bestelde ik ze weer. Mosselen zijn vaak niet te eten in Thailand. Ze zijn hard en hebben een donkerder kleur dan onze Zeeuwse mosselen. Maar niet deze mosselen; ze smaakten voortreffelijk. De gebakken vis was trouwens ook verrukkelijk. Mijn vriendin schrok van de rekening. Ze is niet gewend zo duur te eten. Ik ook, maar voor mosselen maak ik een uitzondering.

Thailand, 3 juli – Taxichauffeurs weigeren soms hun taximeter aan te zetten. Dat mag niet, maar wat niet mag in Thailand is geen doorslaggevende reden om het niet te doen. In sommige toeristenplaatsen schijnt dit gebruik schering en inslag te zijn. Mij gebeurt het zelden. Ja, meestal ’s avonds als we uit zijn geweest in Silom. Dan ga ik akkoord met het dubbele bedrag, meer niet. Voor het eerst maakte ik het onlangs in de ochtendspits mee. Een chauffeur vroeg 200 baht voor een ritje dat minder dan 100 baht kost. Daarna hadden twee taxi’s geen zin in het ritje. Nummer 4 nam ons wel mee. Inderdaad: 85 baht.

Thailand, 2 juli – De twee vrouwen die afwisselend het kruidenierswinkeltje in mijn (appartementen)hotel bemannen, hebben beiden een nogal forse lichaamsomvang. Het lijkt alsof ze daar op geselecteerd zijn. Of ze genetisch voorbestemd waren dik te worden, weet ik niet. Wel weet ik dat hun taakopvatting niet bevorderlijk is voor het verliezen van kilootjes, want ze zitten doorgaans achter de kassa. Alleen wanneer de winkel wordt bevoorraad, komen ze overeind. Dan sloffen ze naar de schappen en zetten de aangevoerde artikelen netjes in slagorde neer. Dat gebeurt met veel zorg. Klanten die op deze momenten binnenkomen, moeten lang wachten voor ze geholpen worden.

Thailand, 1 juli – Mijn vriendin mag zich graag laten masseren. Ik ben er niet gek op. Ik ben te mager en een goede massage doet te veel pijn. Toen mijn vriendin zag dat er een nieuwe salon was open gegaan in Ratchadaphisek soi 7 moest en zou ze ernaar toe gaan. Ze bleef lang weg en meldde na afloop ‘Good massage’. De flyer van de salon meldt ‘A Worm Welcome to Relax Massage & Spa’. Ja, het staat er echt. En de straat heet nu ‘Ratchaphisek’. Ach, wat geeft het. Je gaat er naartoe om gemasseerd te worden, niet om Engelse les te krijgen.

Thailand, 30 juni – Terwijl ik in de serre van ons eethuisje na de maaltijd een sigaretje rookte, liep een al wat oudere man langs. Rafelige driekwart broek, zwart T-shirt. Een lotenverkoper. Even kruisten onze blikken elkaar, maar ik keek snel weg. Hét non-verbale signaal in Thailand dat betekent: geen interesse. Bij de motorboys aan de andere kant van de straat klapte hij de platte houten kist met loten open, die op zijn buik hing. De boys keken, maar kochten niet. Op de achterkant van zijn T-shirt stond Che Guevara. Alleen tekst, geen hoofd. De man slofte door. En mijn sigaret was op.

Thailand, 29 juni – Hoe zijn die nou, die Thaise vrouwtjes, vroeg een student ooit aan me. Ik had toen niet de tegenwoordigheid van geest om te antwoorden: Ze wonen in een Keulse pot. Maar dat zou hij waarschijnlijk niet begrepen hebben. Als een volwassen interviewer mij de vraag zou stellen, zou ik het interview onmiddellijk beëindigen. Maar ach, het was een student: die mogen (nog) blunders maken. Nu geef ik toe dat Thaise vrouwen gemiddeld korter zijn dan Nederlandse vrouwen, maar vrouwen met de lengte van Vrouwtje Piggelmee ben ik nog nooit tegengekomen. Ik zou ze vermoedelijk ook over het hoofd zien.

Thailand, 28 juni – Sinds ik in Thailand ben gearriveerd, heb ik nog geen enkele lekkere tropische stortbui meegemaakt. Zo’n wolkbreuk waarbij het water door de straten gutst, zo’n hoosbui die herinneringen oproept aan de verhalen in zondagsschool. Over de zondvloed en over Noach die zijn vege lijf en dat van alle dieren ter wereld redt door een ark te bouwen en daarin te schuilen totdat het water zich heeft teruggetrokken. De regen die aan het eind van de middag valt, is niet meer dan gedruppel, te weinig om de paraplu uit te klappen. Moet dit nu het regenseizoen voorstellen?

Thailand, 27 juni – Thaise soaps zijn oervervelend. Het lijkt wel of ze allemaal volgens hetzelfde stramien worden gemaakt. Guru, de vrijdagbijlage van Bangkok Post, gaf onlangs een overzicht van de cliché-personages en situaties. Zet u schrap: bemoeizieke dienstmeid, camp ladyboy en dito homo, gemene schoonmoeder, twee vrouwen die om één man vechten, concubine, echtgenote, geroddel, knuffelen na de coïtus onder een wit laken, iemand die onheil brengt, herenhuis met Romeinse pilaren en marmeren vloer, vrouwelijk hoofdpersoon die zich als man vermomt, booswichten die op luide toon in monoloogvorm hun plannen bekendmaken, slechte vrouw die hoofdpersoon drogeert om haar zin te krijgen, iemand die van een trap wordt geduwd, man met meerdere lovers, enzovoort.

Thailand, 26 juni – In het tuintje naast de eetzaal van het hotel kroop een slak. Het had net geregend en hij of zij wilde een frisse neus halen, denk ik. De slak sleepte een vrij fors huis mee, waardoor hij zich met een slakkengang voortbewoog. ’s Ochtends had ik in het tuintje een rat gezien, een vette rat. Hij leek de weg kwijt. Mijn gezelschap vroeg of we in Nederland ook ratten hebben. Dat kon ik bevestigen. Ze zitten op het regeringspluche. Of we rat eten? Nee, antwoordde ik naar beste weten. Maar zeker weten doe ik het niet. Twee dieren in een tuin: kun je dan al van een dierentuin spreken?

Thailand, 25 juni – Ik sta elke keer weer verbaasd over de gebruiksmogelijkheden van de motorfiets in Thailand. Niet alleen lijkt het aantal personen dat je erop kunt vervoeren, niet aan een maximum te zijn gebonden, maar ook de hoeveelheid lading die wordt meegetorst, is onbeperkt.  Zou  de wet van de zwaartekracht hier niet gelden? Regelmatig krijgt de kruidenierswinkel in het hotel bezoek van een leverancier op een Honda. Hij heeft het zadel verlengd met een plaat waarop acht kratten met onder andere banket staan. In de parkeerstand zorgt een stalen staaf voor ondersteuning. Dat banket is overigens niet aan mij besteed, want het is doorgaans volgestopt met spijs.

Thailand, 24 juni – Mijn neefje, dat samen met zijn zusje bij zijn vader in Bangkok woont, was jarig. Moeder was voor de gelegenheid overgekomen. Vader grillde vis op een comfoortje, moeder wokte garnaaltjes en dat alles werd weggespoeld met Pepsi, bier en whisky soda. Hoogtepunt van het feestje was de onthulling van de verjaarsdagtaart, een waar kunststukje waar mening banketbakker in Nederland een voorbeeld aan kan nemen. Acht kaarsjes erop, ‘Happy Birthday’, kaarsjes uitblazen en aansnijden. Vergeten een foto van het eten te maken en op Facebook te zetten. Want dat schijnt tegenwoordig te moeten.

Thailand, 23 juni – Wanneer ik pauzeer, snelt mijn vriendin naar mijn laptop. In het begin speelde ze er Patience, Spider Solitair en Mahjong Titans op, spelletjes die weinig tactisch inzicht vereisen. Later switchte ze naar Free Cell, een spelletje dat ik graag mag spelen (als ik niets te doen heb). Aanvankelijk bakte ze er niets van, want ze speelde het op dezelfde manier als Patience. Gevolg was dat mijn score als een baksteen zakte. Maar inmiddels heeft ze door hoe je het spelletje speelt. Ze wint regelmatig en draait dan triomfantelijk haar hoofd naar me toe. Maar het winstpercentage staat nog op een armzalige 45 procent. Helaas wel.

Thailand, 22 juni – (Vervolg van gisteren) Alhoewel de menukaart van Sure Delivery 95 gerechten telt, varieer ik zelden. De laatste keer bestelde ik weer chicken steak black pepper sauce. Steak te vertalen als kipfilet. De huid pulk ik er vanaf en de garnering van een paar slablaadjes laat ik liggen. Da’s voor de konijnen, zeg ik mijn vader na. De saus is lekker pittig, de frietjes (die op de bon lijken te zijn) halen het niet bij die van Bram Ladage, maar ze kunnen ermee door. Erg gezond is de maaltijd natuurlijk niet, maar moet ik daar op mijn leeftijd nog op letten?

Thailand, 21 juni – Sure Delivery heet het zaakje. Het bevindt zich op de hoek van Nathong 2, een straatje parallel aan ons straatje Nathong 1. Ik tel 95 gerechten op de menukaart en in het foldertje. Prima drukwerk met duidelijke kleine fotootjes. Mijn vriendin en ik eten er vaak, want van de keuken in ons hotel ben ik niet onder de indruk. Op maandag is de zaak gesloten. Zou dat internationaal geregeld zijn, want in Nederland is de maandag eveneens doorgaans een vrije horecadag. Op dinsdag vergadert het Thaise kabinet en in Nederland de colleges van B&W. Ook al zo’n leuke overeenkomst. (Wordt vervolgd)

Thailand, 20 juni – (Vervolg van 18 en 19 juni) Ik heb de enquête van KLM toch maar ingevuld. Baat het niet, dan schaadt het niet. In tegenstelling tot anderen, wier kritiek ik op Thailandblog lees als het over KLM gaat, heb ik weinig op onze nationale trots aan te merken. Alleen de warme maaltijd (pasta) kreeg van mij een onvoldoende, het ontbijt was daarentegen smakelijk. Er zaten ook onzinvragen bij, zoals: voelde ik mij als een speciale klant behandeld? Ach, denk ik maar, die meiden doen hun best en ze konden er ook niets aan doen dat mijn buurman zo’n beetje de hele reis (slapend) tegen me aanhing.

Thailand, 19 juni – (Vervolg van gisteren) In de Deense film wordt een crècheleider beschuldigd van seksueel misbruik van een meisje op basis van wat in de interviewtechniek ‘leading questions’ heet. De man zou zijn ‘willy’ hebben getoond en hij zou nog meer verkeerde dingen hebben gedaan. Die suggesties worden het meisje door de crècheleiding in de mond gelegd, de andere ouders ondervragen op dezelfde manier hun kinderen, er wordt aangifte gedaan, de man verliest zijn baan, in de supermarkt wordt hij geweerd, er vliegt een steen door de ruit van zijn woning enzovoort. Prachtig lesmateriaal voor een cursus interviewen. Met dank aan onze nationale luchtvaartmaatschappij. Genoteerd KLM? (Wordt vervolgd)

Thailand, 18 juni – De KLM zou het ‘bijzonder’ waarderen, zo schrijft ze aan ‘heer, mevrouw Vanderlugt’, wanneer ik 10 tot 12 minuten uittrek om een enquête in te vullen. Door mijn ervaring met haar te delen, help ik de dienstverlening verder te verbeteren. Zou het? Ik heb in de trein Vlaardingen-Rotterdam ook wel eens een enquête ingevuld, maar enige zichtbare verbetering van de dienstverlening heb ik nooit kunnen ontwaren. Het enige wat ik KLM te melden heb, is dat ik met veel genoegen een Deense film heb bekeken, die een schoolvoorbeeld is van ‘collaborative storytelling’. Wie wil weten wat dat is, kope mijn interviewboek, waarvan onlangs de derde druk is uitgekomen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 17 juni – Het eerste wat me na terugkeer opviel, was dat de Gym op Ratchadaphisek soi 7 was gesloten. Wat daarvan de reden is, weet ik niet. Gebrek aan clièntele kan het niet zijn, want het was er altijd druk. Voornamelijk mannen probeerden er met behulp van martelwerktuigen hun lichaam om te bouwen tot een klomp vlees, model Hulk. Zouden ze hun doel hebben bereikt of zou een concurrerende Gym de klanten hebben afgesnoept? Ook verandering bij de bazaar een stukje verder. Waar eerst kleding en tassen (niet) verkocht werden, staat nu een tent volgestouwd met Chinees porselein en aardewerk. Hoe lang nog?

Thailand, 16 juni – Gearriveerd in Thailand. Bij de paspoortcontrole hoefde ik niet eens in de rij te staan, zoals meestal, en mijn koffer lag al op de band klaar. Ook de taxirit naar mijn hotel, beter gezegd appartementenhotel, ging supersnel. Maar op de lunch in het eetzaaltje moesten mijn vriendin en ik eindeloos wachten. De kokkin en andere personeelsleden waren verwikkeld in het bepalen van lucky numbers van de staatsloterij. Dat begrijp ik wel. Met de loterij valt meer te verdienen dan met onze lunch. Alleen vallen die prijzen altijd bij iemand anders. Een motortaxibestuurder, die limonade kwam kopen bij het kruideniertje, begroette me enthousiast. Ik ben weer thuis.

Thailand, 30 april – Morgen stap ik op het vliegtuig naar Nederland en dezelfde dag nog arriveer ik in Nederland. Dat is nieuw, want in voorgaande jaren arriveerde ik een dag later vanwege het tijdverschil. Tegelijk met mij gaan deze column en mijn dagelijkse nieuwsrubriek Nieuws uit Thailand op Thailandblog op vakantie. Ik verheug me op haring (’t Hoogertje), volkorenbrood (Hazenberg), kroketten (De Waal), cappuccino (De Zeeman) en natuurlijk op het weerzien met mijn dochter, familie en kennissen. Als ik terug ben, verhaal ik weer, want: Wie verre reizen doet, kan veel verhalen (Matthias Claudius, Duits dichter, 1740-1815).

Thailand, 29 april – Het zal niemand verbazen dat ik het leuk vind om met woorden te spelen. Neem metrostation On Nut. Aan elkaar geschreven is dat onnut. Onzin natuurlijk, want dat station heeft wel degelijk nut: je kunt er in- en uitstappen. Wat zou je er nog meer willen doen? Ik moest in On Nut (tevens de naam van de wijk) zijn voor een afspraak met de oprichter van en drijvende kracht achter Thailandblog. Sinds september 2009 heeft hij geen dag verstek laten gaan en een blog gecreëerd met 175.000 bezoeken per maand. Een blog beginnen is gemakkelijk; dat doen velen, maar volhouden doen weinigen. Ik heb grote bewondering voor Mr. Thailandblog.

Thailand, 28 april – OTOP heet het programma: One Tambon One Product. Geïntroduceerd tijdens de regering Thaksin en gekopieerd uit Japan, heeft het tot doel dorpen zich te laten specialiseren op één product. Dat komt de kwaliteit ten goede. Via Otop-winkels en beurzen worden de producten gedistribueerd. Vorig jaar kocht ik souvenirtjes in de Otop-winkel in Nakhon Nayok, waar ik toen woonde. Massageolie, groene thee. In Bangkok heb je drie Otop-winkels. De telefoonnummers waren buiten dienst. Otop helpt bij de marketing van de producten, maar les 1 over de 4 P’s is niet beklijfd. Op zoek naar één winkel gestrand in JJ Mart, een groot gebouw met vele tientallen kiosken. Daar maar wat gekocht.

Thailand, 27 april – Taxi genomen naar Central Plaza Robinson, waar ik een jack wilde kopen. Want wanneer ik op 1 mei op Schiphol arriveer, wil ik niet in een stalagmiet (of is het stalagtiet?) veranderen. Merkwaardig interieur. Dashboard en stuur waren beplakt met muntjes. Op het dashboard lagen tientallen doosjes met amuletten en aan het dak hingen vaantjes met onder andere beeltenissen van beroemde abts. Aan de hoofdsteun van de stoel naast de chauffeur was een spiegel bevestigd. Een kleine hint voor de passagiers op de achterbank bij het uitstappen. Die had beter aan de andere kant kunnen zitten. Begrijpt u wel?

Thailand, 26 april – Mannen kunnen zich op twee manieren scheren: nat en droog. Nat scheren doe je met een scheermesje en scheerschuim, droog met een scheerapparaat. Toen mijn scheerapparaat kapot ging in Thailand, heb ik een nieuwe gekocht, een draadloos apparaat. Handig ding, ligt lekker in de hand, een stopcontact in de buurt is niet nodig en het is een Philips (Eist Hollandsche waar!). Maar met de extreem hoge temperaturen in Bangkok voldoet de indeling nat-droog niet, want mijn huid is vochtig van de transpiratie als ik me scheer. Dat lukt dus slecht. Ja, het is heet, zo heet dat uit de koudwaterkraan lauw water komt.

Thailand, 25 april – Terwijl ik zat te lunchen, was ik getuige van de doodsstrijd van een baby-ratje. Het beestje was zo’n 10 cm lang, had een spits neusje met snorhaartjes en was gevangen in een emmer met water in het tuintje naast de eetzaal. Het probeerde wanhopig tegen de wand op te klimmen, maar die was te glad. Zwom heen en weer op zoek naar de nooduitgang, zonder succes. Ik had met het beestje te doen. Stond in tweestrijd: zal ik het redden of verzuipen? Het was eigenlijk op deze jonge leeftijd wel een schattig diertje. Moeilijk dilemma.

Thailand, 24 april – Toen we zaterdag om half negen arriveerden, was de zaal (formaat sporthal) nog zo goed als leeg. Maar de show begon, publiek of geen publiek. Onafgebroken stapten zangers en zangeressen het podium op om te zingen onder begeleiding van een viermans combo. Ook de balletmeisjes, gekleed in bikini met veel blauw glitter, dansten enthousiast. Twee uur later zat de zaal vol en werd het licht gedimd. Een DJ vulde de pauze en hier en daar begonnen mensen bij hun tafeltje te dansen. Ook Ao, Faa, Jane en ik. Het was een leuke send-off party. In de uitgaansgelegenheid met de Isaanse show (zie FB 1 april). Dolle pret.

Thailand, 23 april – (Vervolg van gisteren) De namen van de tien overgebleven kandidaten van de talentenjacht The Comedian Thailand werden tergend langzaam één voor één afgeroepen tot er twee overbleven: een jongeman en een jonge vrouw. Ja, de vrouw die ik gisteren beschreef. Kandidaat nummer C14. Dat stond op een Charley Chaplin hoedje dat alle kandidaten hadden. De vrouw met de lach aan haar broek (of moet ik schrijven jurk?). De kortste van het spul. De vrouw met de brede mond. Ik vond haar de beste, een comedienne pur sang. Ik gunde haar zo de hoofdprijs. Ik voeg haar foto bij: ze won!!

Thailand, 22 april – O, wat zat ik in spanning! Gistermiddag waren tien kandidaten overgebleven in de finale van de talentenjacht The Comedian Thailand op tv-kanaal 7. Elke zondagmiddag sinds begin februari hadden ze telkens na een week intensieve training een show opgevoerd van grappige samenspraken, liedjes en dansjes. Keurig gecostumeerd, steeds een ander thema. Elke week was één kandidaat afgevallen. Eén van de tien zou naar huis gaan met 1 miljoen baht (26.660 euro), een Toyota en nog wat prijzen van sponsors. Zou mijn favoriete kandidaat winnen? Een vrouw met een guitig gezicht, brede mond, iemand die de lach aan zijn broek heeft hangen (kun je dat van een vrouw zeggen?). (Wordt vervolgd)

Thailand, 21 april – In Almelo is altijd wat te doen. Aan die uitspraak van Herman Finkers moest ik denken toen ik na lange tijd weer eens in Monkey Business zat, het octagoonvormig barretje in Sukhumvit soi 22. Terwijl mijn vriendin werd gemasseerd, observeerde ik de omgeving. Aan de overkant een kapsalon, restaurant met vuilgroene markies en kleermaker. Op het trottoir vier telefooncellen die hun beste tijd hadden gehad. Op de rijweg reden auto’s van links naar rechts en van rechts naar links, en op het trottoir liepen voetgangers van links naar rechts en van rechts naar links. Ja, ook in Bangkok is altijd wat te doen.

Thailand, 20 april – Krantenbericht. Een 3-jarige peuter wordt thuis afgehaald met het schoolbusje om naar de kindergarten te gaan. Vijf uur later wordt het meisje ontdekt in het gloeiendhete busje. Ze is bewusteloos. De twee begeleidende onderwijzeressen hadden niet in de gaten gehad dat het meisje ontbrak in de crèche. Het meisje wordt opgenomen in het ziekenhuis. De onderwijzeressen gaan op bezoek en omhelzen huilend de moeder. Twee weken ligt het meisje in coma. Onlangs stierf ze. Ik heb het kind op de tv gezien. Ze werd op een brancard het ziekenhuis uitgereden. Naast haar lag haar knuffel.

Thailand, 19 april – Ik schreef gisteren dat Thailand zich ook wel afficheert als Kitchen of the World. Dat moge zo zijn (als je alle chemicaliën over het hoofd ziet waarmee hier driftig gespoten wordt), de kokkin van mijn hotel kan maar beter niet in die keuken plaatsnemen. Ik durf dat wel te schrijven, want ik heb heel vaak hetzelfde gerecht op verschillende plaatsen gegeten. Wat een kwaliteitsverschil: van bagger (kokkin hotel) tot middelmatig en uitstekend (ziekenhuisrestaurant Nakhon Nayok). Het verschil zit in de gebruikte ingrediënten en sauzen. Maar ja, je gaat niet in het ziekenhuis liggen vanwege de maaltijd.

Thailand, 18 april – Thailand heet het Land van de Glimlach, ook wel Kitchen of the World, het wordt gepromoot als Amazing Thailand en de laatste tijd als Miracle Thailand. Wanneer mensen mij vragen: hoe zou je Thailand willen karakteriseren, zeg ik: Land van Verslaafden. Want zie eens waar Thaise mensen aan verslaafd zijn: ze zwijmelen bij gewelddadige soaps, gaan zich te buiten aan alcohol, babbelen de godganse dag, houden van veel te zoete softdrinks, eten het liefst de gehele dag en zijn constant aan het telefoneren, sms-en of aan het gamen, om maar een paar verslavingen te noemen. Ben ik verslaafd? Ja, aan Thailand.

Thailand, 17 april – Omdat gisteren de elektriciteit wegens werkzaamheden afgesloten was, ben ik uitgeweken naar een kamer in een appartementengebouw in de buurt. De black-out was tijdig aangekondigd, dus een dag tevoren de vervangende ruimte gereserveerd. Zou 700 baht kosten en om 8 uur beschikbaar zijn. Ik wist toen al: dat moeten we nog zien. En inderdaad, gisteren kostte de kamer 900 baht en kon ik hem pas om 8.30 uur betrekken. Maar ik klaag niet, ’t was een mooie ruime kamer met Wifi en airco. Het uitzicht was minder. Kon vanaf het balkonnetje de bewoners van het buurgebouw op hun balkonnetje bijna een hand geven.

Thailand, 16 april – Ventilatoren zijn stofzuigers. Ik bedoel niet de propellers die in zinderende verhalen over de tropen altijd traag draaien, maar de tafel- en plafondventilatoren met een beschermend rooster. Waarom het stof zich vastzet op vleugelbladen en rooster weet ik niet. Daar moet een natuurkundige verklaring voor zijn. De kokkin maakt de plafondventilatoren in het eetzaaltje regelmatig schoon. Ze demonteert ze en geeft ze een bad. De drie ventilatoren in het kruidenierswinkeltje waren lange tijd smerig. Ik maakte de receptioniste, die de honneurs in het winkeltje waarnam, erop attent. Ze lachte wat schaapachtig. Dagenlang gebeurde er niets. Maar inmiddels blinken ze weer. Nu nog het tuintje.

Thailand, 15 april – Op de eerste dag van Songkran is er geen spatje water op me terecht gekomen. ’s Ochtends deed ik redactiewerk, ’s middags gingen we op familiebezoek. Heen en terug in een taxi. Zelfs het korte wandelingetje naar ons eettentje bleef watervrij. Maar ik droeg dan ook niet het uniform en wapen van Songkran. Op de tweede dag stond ik voor het hotel. Een buurman goot koud water over mijn rug en wenste me Happy New Year. Hoe aardig. ‘s Middags smeerde een mij onbekend persoon talkpoeder op mijn wangen, terwijl ik in de beschutting van ons eettentje zat. Wenste me hetzelfde, maar hij was bezopen. Dat verfoei ik.

Thailand, 14 april – Doen ze in Thailand een wedstrijd: wie kan het grootste en meest luxueuze winkelcentrum bouwen? Ging naar Central Plaza Robinson. Een gigantisch complex met een winkelgedeelte van acht verdiepingen (als ik goed heb geteld). Alleen al vanwege de wc’s is een bezoek de moeite waard. Ik vind het elke keer weer een belevenis: raak volledig gedesonriënteerd, raak de weg kwijt en raak overvoerd met visuele prikkels. Maar ik mag die decadentie wel, die overvloed aan luxe, die hebzucht. Central Plaza is voor mij een soort Efteling voor volwassenen. Alles is onbereikbaar: vooral de duur geklede vrouwen die in hun Mercedes komen shoppen.

Thailand, 13 april – Vandaag begint Songkran, het Thaise nieuwjaar. Drie dagen, en op sommige plaatsen langer, wordt er met water gestunt. In Bangkok liet de natuur het feest donderdagmiddag al beginnen. Na de lunch (deze keer alleen, zonder vriendin) dronk ik koffie in winkelmall Fortune, toen een knetterend onweer losbarstte en het begon te hozen. Dat natuurgeweld vind ik altijd indrukwekkend. Bangkok mag dan vol staan met torens van Babel, maar de natuur laat niet met zich spotten. Ook vrijdagochtend regende het weer. Dus wat mij betreft is er genoeg water gevallen en kunnen de supersoakers, tuinslangen, emmers met ijswater dit jaar achterwege blijven.

Thailand, 12 april – Jongens en meisjes. We maken er van 13 tot 15 april een gezellig Songkran feestje van. Gord de wapens aan met de Nerf Super Soaker Electro Storm (795 bht), Nerf Super Soaker Scatter Blast (750 bht), Nerf Super Soaker Thunder Storm (995 bht), Nerf Super Soaker Shot Wave (1.095 bht), Nerf Super Soaker Arctic Shock Water Blaster (1.495 bht), Water Gun Backpack (250-269 bht), Mebius Water Gun (269 bht), Avenger/Shark (319 bht), Steady Stream 2 (439 bht), Outlaw (599 bht) en Hydra (699 bht). Met dank aan Toys “R” Us, het bedrijf dat jullie een Happy SongKran Festival wenst.

Thailand, 11 april – Afgezien van de koelkast (maar dat is fysiek een beetje moeilijk) is de lift in het hotel thans de meest aangename plaats om te vertoeven. Buiten stijgt het kwik naar zo’n 35 graden, waar nog 10 graden bij opgeteld mag worden vanwege de gevoelstemperatuur. Ook binnen stijgt het kwik. Maar de lift is een oase dankzij een frisse luchtstroom die van boven komt. Alhoewel ik, in tegenstelling tot mijn vriendin, niet echt last van de hitte heb, zou ik graag de hele dag in de lift willen doorbrengen. Nu ben ik een buitenlander en die zijn altijd een beetje vreemd, maar dat gaat me toch te ver.

Thailand, 10 april – De uitdrukking luidt ‘sex sells’ maar voor de Thaise tv lijkt te gelden ‘violence sells’. Vergis ik mij of worden Thaise soaps steeds gewelddadiger? Ik zie alleen nog maar kijvende en vechtende vrouwen. Bij de mannen is het een en al moord en doodslag. Zelfs zag ik een soap waarin kinderen elkaar te lijf gaan. Ik zie zelden nog een mooi romantisch moment. Ik weet dat allemaal omdat mijn vriendin naar die ellende kijkt, wanneer ik aan het werk ben. Het tv-scherm hangt op een paar centimeter afstand van mijn werkplek, dus ik ben ongewild mede-kijker. Het is maar goed dat we geen kinderen hebben.

Thailand, 9 april – Sommige mensen gaan naar Thailand om gebruind terug te keren; anderen gaan er snorkelen of duiken en weer anderen gaan vanwege de seks (ja, die heb je ook). Maar ik heb iets nieuws gevonden. Hekken! Jongens, jongens, die zijn de moeite waard! Je hebt moderne strakke hekken en klassieke hekken. Hoge en lage hekken. Hekken met bloemmotieven en dierenfiguren (heb al een paard en konijnen gezien), hekken met goudkleurige balletjes, Jugendstill-achtige hekken, hekken met een rechte en hekken met een golvende bovenkant en hekken met het huisnummer erop. Geen enkel hek is hetzelfde. Allemaal maatwerk. Een ware lust voor het oog. Waarom lees ik daar niets over in de toeristenfolders?

Thailand, 8 april – ’t Is kermis in Huai Khwang, het stadsdeel bij ons in de buurt. Kan niet missen; de muziek is in de wijde omgeving te horen. Een niet zo erg reuze reuzenrad draait traag rond; ook de draaimolen lijkt last te hebben van de avondhitte, want het koelt maar langzaam af. Maar de kinderen lijkt het niet te deren op springkussen, glijbaan en kinderscootertjes, en op een modelcircuit racen autootjes. Verder veel eten natuurlijk, en nog meer eten, en kleding en nog meer kleding. Mijn vriendin en ik wurmen ons door de drukte: voetgangers en een enkele motorfiets waar niemand aanstoot aan neemt. Want This is Thailand.

Thailand, 7 april – Een jongen en een meisje van een jaar of zeven, acht presenteren een kookprogramma. De jongen is (te) dik, het meisje is (te) dik. Ze babbelen honderduit en laten zich het bereide gerecht goed smaken. Het meisje heb ik al vaker op de tv gezien. In een ander programma is ze in de weer met karton, papier, schaar, lijm. Ook in dat programma staat haar mond geen seconde stil. Ik versta er geen woord van, maar haar woordenstroom klinkt niet onaangenaam. Ze heeft een melodieuze stem. Daarvan zouden er meer moeten zijn, want vaak vind ik Thaise stemmen onaangenaam schel klinken.

Thailand, 6 april – Over een week breekt Songkran aan, het Thaise Nieuwjaar. Op de markt hangen kledingrekken vol met flodderige kleurrijke shirts, het gebruikelijke uniform voor dit waterfeest, en liggen de supersoakers opgestapeld. Ik heb het feest al diverse malen meegemaakt en laat ik het maar gelijk op zijn Rotterdams zeggen: Ik vind er geen moer aan. Songkran is op veel plaatsen een vrijbrief om het op een zuipen te zetten en nietsvermoedende voorbijgangers met ijswater te martelen. Niet alleen Thais maar vooral ook farangs lijken dat leuk te vinden. In het buurtschap van mijn vriendin viel het vorig jaar reuze mee. Ben benieuwd of dit ook voor mijn huidige verblijfplaats Bangkok geldt.

Thailand, 5 april – 1 april is niet onopgemerkt voorbij gegaan aan Thailand. Oud-premier Thaksin, die in 2006 door het leger aan de kant werd gezet, zou omgekomen zijn bij een verkeersongeluk. Een morbide grap. Thaksin was er als de kippen bij om te twitteren: Ik ben niet dood. Wel aardig: Thailand schakelt over van linksrijdend naar rechtsrijdend verkeer. Maar de mooiste vond ik het bericht dat een luchtvaartmaatschappij passagiers gaat wegen en per kilo laat betalen. Vond ik wel een goed idee. Bleek alleen geen 1-aprilgrap te zijn, maar een beprijzing die Samao Air al sinds november toepast.

Thailand, 4 april – Nu warenhuis Robinson er niet meer is (zie FB 30 maart) moet ik voor een meer dan eenvoudige maaltijd naar Fortune, een nog groter complex dan Robinson. De kelder biedt een ruime keus aan restaurants, de eerste verdieping aan alle merken mobieltjes en de tweede verdieping aan alle merken computers, laptops plus allerlei accessoires waarvan de functie mij ontgaat. Voor het dubbele Robinson-bedrag brengen de motortaxiboys mij naar Fortune. Zigzaggend door straatjes met aaneensloten bebouwing, twee verdiepingen hoog, alle huizen voorzien van strenge hekken waar achter soms een auto schuil gaat. Over woninginbraken lees ik zelden iets in de krant; wel over overvallen op bankfilialen en goudwinkels.

Thailand, 3 april – Het werd hoogtijd voor een bezoek aan de kapper want het lange haar begon te irriteren. Maart en april zijn de heetste maanden en dan kun je maar beter niet met een kapsel rondlopen waardoor je op OLH lijkt. Ik heb nu een Thais kapsel. Vrouwen mogen het haar lang dragen, mannenhoofden moeten kort geknipt zijn. En dat leverde net als de vorige keer bewonderende blikken en duimpjes op. Van de receptioniste, kokkin, enkele gasten die ik ken, zelfs van de motortaxiboys. Ze roepen allemaal in koor [loh], het woord voor mooi of knap bij mannen. Dat is dan gelijk ook weer vastgesteld.

Thailand, 2 april – De Thaise televisiezenders grossieren in soaps, talentenjachten, quizen en comedyshows, schreef ik op 26 januari. Een belangrijke categorie die ik over het hoofd zag, zijn de behendigheidsspelletjes. Zag een wedstrijd waarbij teams van vijf personen in het strijdperk traden. De deelnemers moesten van een glazen plaat (waaronder een camera stond) tussen hun neus en bovenlip een snoepje oppakken. Vervolgens een stukje lopen met het hoofd achterover en dan bij een teamgenoot het snoepje in de mond laten vallen. Zowel publiek als deelnemers amuseerden zich opperbest. Het winnende team kreeg 5.000 baht. Gezien de hierarchische verhoudingen in Thailand vermoed ik dat het bedrag niet gelijkelijk verdeeld zal zijn.

Thailand, 1 april – Zaterdagavond met vriendin en vriendin van vriendin uit geweest naar een tent, ter grootte van een veilinghal, waar elke avond een Isaanse show wordt opgevoerd. De Isaan is het armere noordoostelijk deel van Thailand; voornamelijk platteland. Twee lange sets gezien met zang en dans. Tegen de tijd dat alle tafeltjes bezet waren – en dat moeten er een paar honderd zijn – en voldoende alcohol was gevloeid, begonnen mensen te dansen en veel van de liedjes werden door de hele zaal mee gebruld. Ik kan de tekst niet verstaan, maar ik denk dat ze vaak over heimwee gaan. Van zo’n avond kan ik intens genieten.

Thailand, 31 maart – Deze column is For Men’s Eyes only, dus dames: wegwezen. Ik ga het namelijk hebben over een activiteit waar jullie niet aan doen –althans niet in onze houding. Ging in het Dental Center van Bangkok Hospital (Internationally Accredited, Always Compassionate) naar de wc. De urinoirs waren er van het merk Nahm: lange rechthoekige bakken die nogal laag hangen. De smalle zijkanten maken spioneren wel erg gemakkelijk. Toen ik ervoor ging staan, sprong een rood ledje aan en de bak spoelde door. Ik dacht: Hangen hier ook al bewakingscamera’s? Na mijn bijdrage aan Bangkok’s rioolstelsel ging het ledje uit en werd er weer gespoeld. Zou ik de opname nog krijgen?

Thailand, 30 maart – Robinson is niet meer. Het grote pand met warenhuis, noodle restaurant Oishi Ramen, ijssalon Swensen’s en Kasikorn bank is ontruimd. Niet onlogisch want een kilometertje of twee verderop kun je terecht in Central Plaza Robinson. Er tegenover heb je Fortune, ook al zo’n complex waar ik mij een provinciaaltje voel, alhoewel ik meen in een grote stad te zijn geboren. Ging er pas lunchen en zag er veel Deftige Dames (creatie van Wieteke), maar mijn hart werd gestolen bij het Zug Haus, een modelspoorwinkel. Ze zeggen wel eens: mannen blijven kinderen. Of ik het ben gebleven, weet ik niet, maar ik werd het wel even.

Thailand, 29 maart – De uitdrukking luidt: Verandering van spijs doet eten, maar de uitdrukking zou evengoed kunnen luiden: Verandering van spijs doet niet eten. Mijn vriendin en ik lunchten (voor het eerst) in Chester’s Grill, een L-vormige ruimte in het gebouw van Big C Extra. Mooie zaak met uitzicht op de overvolle parkeergarage en ijssalon Swensen’s. Het eten moest je bestellen en gelijk afrekenen bij een counter. Het werd wel naar het tafeltje gebracht. Het bestek moest je zelf pakken. De meisjes die er werkten, hadden een ondeugende oranje pet op hun hoofd. Ze leken op ballenmeisjes bij een Grand Slam. Het eten was geen reclame voor de Thaise keuken.

Thailand, 28 maart – Rietjes, veel rietjes, plastic zakjes,blikjes, verpakkingen van snacks en nog steeds sigarettenpeuken. Het uitzicht op de strook grond naast de eetzaal van het hotel – eerder aangeduid als tuintje – wordt steeds lelijker. Eerlijk gezegd verbaast het me niet eens, want op tal van plaatsen in Bangkok en op het platteland plettert iedereen zijn afval maar neer. Moet je eens in Singapore proberen; daar staat zo’n beetje de doodstraf op weggegooide kauwgum. Als ik hotelmanager was, zou ik een mannetje huren die het tuintje elke week een grote beurt geeft. Zoveel kost dat niet; het wettelijke minimumdagloon bedraagt 300 baht en dat wordt vaak genoeg niet eens betaald.

Thailand, 27 maart – Ik zou elke dag kunnen schrijven over opschriften op T-shirts. Sommige zijn grappig, sommige op het randje, sommige met spelfouten. Maar dat doe ik maar niet, behalve vandaag dan. Een jongen en meisje liepen voor me. Op het zwarte T-shirt van de jongen stond SOUL en op het zwarte T-shirt van het meisje MATE. De jongen liep links, het meisje rechts; dat kan geen toeval zijn. Een optimistisch opschrift las ik in de metro op de voorkant van het T-shirt van een moeder: Nothing to be worried about. Of dat sloeg op haar forse boezem of de twee jochies die bij haar waren, weet ik natuurlijk niet.

Thailand, 26 maart – De motortaxi boys, die een stukje verderop in de straat een morsige standplaats hebben, worden steeds uitbundiger als ik passeer. Vroegen ze eerst alleen maar waar ik naar toe ging en volstond het antwoord, dat ik ging eten. Nu willen ze weten waar ik ga eten en als ik terugkom, vragen ze of het lekker was. Ik vind dat leuk. Het geeft mij het gevoel erbij te horen. Als ik in mei op vakantie ben in Nederland, zullen ze me missen. En als ik terug ben, vragen ze vast: Mister Dick, waar ben je geweest? Als dat geen thuis komen is.

Thailand, 25 maart – Ik ben in het buitenland. Daar kan geen twijfel over bestaan. Mensen, huizen, verkeer, maaltijden, tijdbesteding – alles is anders. Maar soms duikt Nederland ineens op. Niet in de vorm van een Nederlander, want tot nu toe ben ik er pas drie tegengekomen en dat was na een afspraak, maar in de vorm van een product. Zo viel mijn oog op een koelkast, terwijl ik in een restaurant dineerde (kip met cashewnoten, lekker). Er stonden melkpakken met daarop de kop van een oer-Nederlandse zwartbonte koe. Maar de grootste overeenkomst was de uitschenk-opening . Met zo’n dop heb ik in Nederland heel wat gevechten geleverd.

Thailand, 24 maart – Ik had haar in al die maanden dat ik in Baan Kaew Mansion woon, nog nooit gezien. Nog nooit gehoord ook. Pas zag ik haar voor het eerst, de bewoonster van kamer 421 naast de onze: een keurige verschijning, geen schoonheid, korte rok maar niet te kort, nette blouse. Ze zou directiesecretaresse kunnen zijn. De outfit en uitstraling heeft ze ervoor, de capaciteiten weet ik uiteraard niet. Later zag ik haar weer. Ze stapte in haar auto, een Nissan Tiida. Fraaie compact, gebroken wit. Geen bijzonder opvallende wagen, maar heel geschikt voor een directiesecretaresse. Er lag wel een klein vogelpoepje op de motorkap.

Thailand, 23 maart – Verandering van spijs doet eten. Ik was er al vaak langs gelopen en gereden: een nieuw eethuisje op de hoek van soi 7 en Nathong 2. Had kunnen volgen hoe het langzaam vorm kreeg. Een keurig zaakje met een airconditioned zaaltje en een open serre. Goed meubilair, vloer vakkundig betegeld, fraaie wanden. Een keurig gedrukt foldertje toont 95 gerechten met fotootje, Thaise en Engelse tekst. Mijn vriendin ging voor rice and roasted chicken black pepper sauce en ik voor fried rice with shrimp. Beiden smulden we. De rekening was bescheiden: met een flesje water 128 baht. Nooit eet ik meer in het hotel.

Thailand, 22 maart – Terwijl ik op de bazaar Ratchada Soi 7 voorzichtig – want hij was weer behoorlijk heet – mijn vissoepje oplepelde, waren de standhouders van de verkooopruimtes druk in de weer. Ze zetten etalagepoppen voor hun tent, alle zonder hoofd, enkele alleen een romp. Ze rolden kledingrekken naar buiten, hingen kleding en tassen op aan roosters, drapeerden doeken, plaatsten monsterflesjes parfum in een rek – het bekende ritueel, elke dag weer, maar waarvoor? Klanten trekt de bazaar nauwelijks; tegen een andere, veel grotere en veel drukkere, een kilometertje verderop valt niet te concurreren. Het lijkt hen niet te deren. Ik denk dat ze het het leuk vinden om winkeltje te spelen.

Thailand, 21 maart – In het eetzaaltje van mijn hotel staat een televisie met een gigantisch aantal kanalen. Dat aantal is vrij overbodig, want als de tv aanstaat, staat die op een film met veel  geweld. Tijdens de lunch, die werd begeleid door tv-gegil, keek ik tegen de rug van een jongedame aan. Roze flodderig shirtje, rafelige shorts van spijkergoed. Al telefonerend nam ze na een tijdje aan de andere zijde van de tafel plaats. Geen schoonheid, plain zouden de Engelsen zeggen. Ik dacht: ze wil de film zien, maar ze had meer aandacht voor het telefoongesprek. Toen ze haar mobieltje neerlegde, keek ze kort naar de film en vertrok. Maar waarom verwisselde ze van plaats?

Thailand, 20 maart – Ik schrijf er één keer over en daarna niet meer. Het is heet. Heel heet. April, de heetste maand van het jaar, is nog niet eens aangebroken en nu al is het heet. Wat heet heet? Het is hartstikke heet. Loop overdag maar eens buiten: de hitte brandt op je lijf, dwars door je kleding. Zelfs binnen is het heet. De hitte dringt door de openstaande ramen naar binnen. Er is geen ontkomen aan, aan die hitte. Zelfs ’s nachts koelt het nauwelijks af. Heet, heter, heetst – er zou nog een overtreffendste trap moeten zijn. Speciaal voor Thailand.

Thailand, 19 maart – In mijn serie anorexia meisjes vandaag een vrouw – vrouwtje, gezien haar postuur – die mij deed denken aan de fragiele ballerina van een speeldoosje dat ik bezat. Ze stond op een vleugel en draaide bevallig pirouettes. Dit vrouwtje had een roomwitte huid, spillebeentjes, een lange dunne nek en grote uitpuilende ogen. Haar taille zou ik bijna kunnen omvatten als ik mijn wijsvingers en duimen tegen elkaar houd. Ze droeg een jasje van spijkergoed en een zwart rokje met daarop zwarte tule. Ik zag haar tijdens de lunch in Oishi Ramen. Ze slurpte noodles naar binnen en ze ratelde tegen haar tafelgenote. Dat paste niet in het beeld.

Thailand, 18 maart – Mijn vriendin kan handlezen, schreef ik op 3 oktober. Pas was ik getuige van de omgekeerde wereld: een farang die de handen van twee Thaise vrouwen las. Gezelschapsdames in de bar die ik wel eens frequenteer. ’t Was een man met een gezellig rond gezicht, geen herrieschopper, geen bierdrinker. Ik hoorde dat hij een handlijn interpreteerde als ‘Good heart’, maar de rest van zijn duiding ging verloren in de harde muziek. De dames waren vol belangstelling, zoals de slachtoffers van mijn vriendin ook altijd gretig haar verhaal aanhoren. Nu nog een farang die Tarotkaarten legt of iemands horoscoop trekt.

Thailand, 17 maart – Vrijdagmiddag een knetterende onweersbui. Enkele knallen zaten heel dichtbij. In korte tijd moet heel veel regen zijn gevallen. Nadat de regen was gestopt – het liep inmiddels tegen etenstijd – stapten mijn vriendin en ik op de motortaxi, richting metrostation. De late middagzon had al grote delen van het wegdek opgedroogd, maar op twee plekken moesten we door 10 cm regenwater baggeren. Trage of misschien verstopte riolering. Sommige wandelaars liepen met blote voeten door het water, het verkeer reed langzamer dan anders, maar verder was het business as usual. In Nederland zou dit ‘wateroverlast’ heten, maar hier niet.

Thailand, 16 maart – Donderdag liet de krantenjongen verstek gaan en lag er  ’s ochtends vroeg geen Bangkok Post, de krant die ik nodig heb voor het maken van mijn dagelijks nieuwsoverzicht. Hij had het keurig een dag tevoren gemeld. Ging up country, zei de receptionist van mijn hotel. Maar niet getreurd: in Huay Khwang wist ik een winkel met een uitgebreid assortiment aan kranten. Dus om half acht achterop de motortaxi gestapt. Helaas, winkel gesloten. Gelukkig wist de bestuurder raad; een stukje verder bleek nog een winkel te zijn. Daar lagen 2 exemplaren. Ik blij, want ik had als noodplan alleen Asia Books: ver weg en pas om 9 uur open.

Thailand, 15 maart – Vaak betreur ik het dat ik niet vloeiend Thais spreek, zoals mijn correspondentievriend in Chiang Mai. Die maakt met jan en alleman een praatje, hetgeen hem de bijnaam Meneer Praat Veel heeft opgeleverd. Gisteravond bleken de afgebroken verkoopruimtes op de Bazaar Ratchada Soi 7 weer bezet. Ook weer met kleding, veel kleding en veel tassen, één ruimte zelfs tweemaal zo groot. Ik zag bekende en onbekende gezichten. Als nieuwsgierige journalist zou ik veel willen vragen. Waarom zijn de vorige vertrokken, waarom zijn jullie erin getrokken, wie financiert de voorraad, waarom denk je het wel te redden? Overigens, de vissoep was weer flink aan de hete kant.

Thailand, 14 maart – Op het perron van metrostation Thailand Cultural Centre stond een jonge vrouw te telefoneren.  Ze ratelde aan één stuk door, wapperde voortdurend met haar handen, bewoog haar hoofd, zelfs haar wenkbrauwen stonden niet stil. Ze zou perfect geschikt zijn voor een toneelrol. Ik zag de vrouw ook in spiegelbeeld in de glazen pui die het perron scheidt van de metrobaan. Het leek alsof ze met zichzelf stond te telefoneren. Na 5 minuten kwam de metro. Omdat ze een deur verder instapte, weet ik niet of ze doorpraatte. In de metro werd reclame gemaakt voor The Phantom of the Opera. Toen begreep ik het.

Thailand, 13 maart – Hoe lang kan ik nog genieten van een vissoepje op de bazaar Ratchada Soi 7? Het handjevol verkoopruimtes is ontmanteld. Het beeld: op een gigantisch groot betonnen terrein staan vier 30 meter lange tenten met halfcrkelvormig dak. Er omheen partytenten, zoals wij die ook kennen, maar de meeste zijn ook al weg. De verkoopruimtes waren opgebouwd met op Meccano lijkende frames en op Tomado (wie kent het systeem nog?) lijkende panelen, behangen met grote kleurige lappen. In de meeste werd kleding verkocht, want zo werkt de Thaise handelsgeest. Je zoekt niet een gat in de markt maar je kopieert je buurman. Ben benieuwd wat volgt.

Thailand, 12 maart – De keuken van het hotel waar ik logeer/woon, was gesloten. Bij navraag bleek de kokkin zich niet verslapen te hebben, maar ze was naar het ziekenhuis. Dus geen spiegelei voor me en geen getoaste boterhammen. Maar niet getreurd, de keukendeur was niet op slot, dus bestek, bordje en kop  en schotel gepakt. Waterkoker staat ’s nachts en ’s ochtends in het kruidenierswinkeltje, dus kon koffie maken met mijn Nescafé 3-in-1 stick. Mijn meegebrachte boterhammetjes van Farm House – nogal laf brood – belegd met worst en tonijn uit blik en voilà, ik was mijn eigen ontbijtkok. Ja, ik ben inmiddels kind aan huis in Baan Kaew Mansion.

Thailand, 11 maart – It’s raining men. Ik moest aan dit liedje denken toen ik in de bazaar Ratchada soi 7 andermaal aan de vissoep zat. In dit geval regende het niet – al weken trouwens niet – maar er waren wel mannen. Drie jongemannen, type Torremolinos met de zin ‘Valt er nog wat te neuken’ voor in de mond, zaten op een met plastic rode en gele tulpen opgesierd terrasje. Ze dronken Chang bier uit een hoge glazen kolom. Aan een granieten tafel op kunstgras zaten twee wat oudere, gezette mannen. Eén diep gebruind, met Thaise vrouw. Vast een expat. Ze dronken Singha uit een blikje. Nooit eerder farangs op deze plaats gezien

Thailand, 10 maart – In het kruidenierswinkeltje kwam een kathoey winkelen. Ze droeg een kort zwart horizontaal geplooid rokje. Het leek een beetje op een hotpant, ook al zo’n uitdagend kledingstuk. Daarboven een gestreept shirtje, nauwsluitend zodat haar borsten goed uitkwamen. Iets tussen maatje C en D, geschikt voor een fluitconcert. Ze pakte enkele artikelen en deponeerde die bij de kassa. Daarna liep ze het eetzaaltje in, waar ik zat te ontbijten en bestelde bij de keuken eten. Ik moest moeite doen om haar niet voortdurend aan te staren. Toen ze wegliep, viel me haar lange nek op. Ik moest denken aan Langnek uit de Efteling, ook wel Lange Jan genoemd.

Thailand, 9 maart – Ronde verkeersborden met een rode rand zijn verbodsborden, driehoekige borden zijn waarschuwingborden en blauwe borden zijn gebodsborden. Klopt toch, meester Dick?, vroeg ik aan mezelf. Klopt Dick, dat herinner ik me van de verkeersles die ik als lagereschoolonderwijzer heb gegeven. Meester, ik zag op het witte T-shirt van een Thaise jongen een vierkant blauw vakje met een mannenfiguur en een vrouw die voor hem knielde. Ga door, jongen. De vrouw hield haar mond ter hoogte van zijn kruis. En daarboven stond het woord Pornstar. Oh ja? Wat betekent dat bord, meester Dick? Ja, daar vraag je me wat. Dat zal wel een Thais verkeersbord zijn.

Thailand, 8 maart – Een zwoele winteravond, 18 uur, Bazaar Ratchada soi 7, op een ruwhouten krukje aan een ruwhouten tafel. Wat zie ik? Een jochie met het Downsyndroom zit met zijn neus gedrukt tegen een tablet. Hij speelt een game, het geluid van een politiesirene duidt op een achtervolging. Twee vrouwen luieren in een ligstoel. Een kleuter, nog gekleed in schooluniform, kort rood plooirokje, rent heen en weer. Op de rijbaan passeren onophoudelijk auto’s: personenwagens en pickup trucks; tuktuks en motorfietsen. Een vrouw rolt de zeilen omhoog van haar kraam. Ze verkoopt tassen.  De kokkin die mijn vissoep heeft bereid, zit te telefoneren. De soep was weer heet.

Thailand, 7 maart – Stilleven van een motortaxistandplaats. Geen bestuurder te bekennen; er staan wel twee motorfietsen, onder andere een omgebouwde Honda. Het is heet, ik zit op een bamboebed onder een gescheurde parasol. Er staat weliswaar een sofa, een roze maar de bekleding van de zitting is aan flarden en het schuimrubber heeft ook zijn beste tijd gehad. Een plastic trapwagentje wijst op de aanwezigheid van kinderen. Op de grond ligt een papier met restanten noodles. Een koningsmaal voor ratten, als ze tenminste van noodles houden. Er hangt ook een bord met aan spijkers nummertjes van de bestuurders, maar die heb ik ze nog nooit zien gebruiken.

Thailand, 6 maart – Opa vertelt. Lang geleden bracht ik eens een bezoek aan een Nederlandse echtpaar dat een kast van een huis had gebouwd in de Isaan, het armere noordoostelijk deel van Thailand. Het waren aardige lui, maar betweters – oud-onderwijzers, weet je wel. Toen ik er was, kwam een Utrechts/Thais echtpaar langs om het huis te bekijken, omdat ze zelf bouwplannen hadden. We werden rondgeleid. Het huis maakte op mij een steriele indruk: geen boek te bekennen, geen rondzwervende krant, nergens een stofje of een vuiltje. Ik kreeg het idee dat een huis bouwen de voornaamste bezigheid van expats is. Maar wat doen ze als het klaar is: zich vervelen?

Thailand, 5 maart – Bangkok is de warmste stad van de wereld. Niet dat het kwik de 40 graden overstijgt, maar de stad dankt die eer aan de gemiddelde jaartemperatuur. Mijn vriendin heeft meer last van de warmte dan ik. Ze heeft vaak al snel een snor van zweetpareltjes. Het liefst zou ze de hele dag van de airco in onze hotelkamer genieten. Maar dat ding gebruiken we niet: te duur en te koud (vind ik) en naar ‘t schijnt ook ongezond. Dus moet een tafelventilator voor enige verkoeling zorgen. Hij verdrijft ook mijn  sigarettenrook uit de kamer. Da’s maar goed ook want ik vind sigarettenrook smerig.

Thailand, 4 maart – Weer gegeten op de bazaar Ratchada Soi 7 (zie FB 19 februari). Het splinternieuwe houten tafelblad begint al te scheuren, de ventilatorbladen zijn zwart aan de randen, twee keukenwagentjes staan er niet meer, maar de exploitant heeft er nog steeds vertrouwen in, want er is een nieuwe rij partytenten verrezen. Allemaal leeg, dat wel. Ik zag een meisje, ze had een Française kunnen zijn: pagekapsel, scherpe neus, blanke huid, maar ze was een Thaise. Op haar gele shirt stond van boven naar beneden: Eat, Shit, Fuck, Sleep. Dat lijkt me geen verkeerde volgorde. Ze deed me aan iemand denken, maar ik kan maar niet bedenken aan wie.

Thailand, 3 maart – In het kruidenierswinkeltje van het hotel stond ik oog in oog met de twee kathoey die ik eerder van een afstand heb gezien. Toen waren ze verleidelijk, nu waren ze afstotelijk. Goh, wat een lelijke grove gezichten en goh, wat een zware stemmen. Alleen die benen; Godfried Boymans zou er een snedige opmerking over maken. Na deze ontnuchterende ontmoeting werd ik bijna door een man omver gelopen toen ik op mijn verdieping de lift uitstapte. In de gang kwam een vrouw luid schreeuwend aanhollen. Ze bonkte op de zich sluitende liftdeur. Ik ben naar mijn kamer doorgelopen.

Thailand, 2 maart – (Vervolg van gisteren) We gingen dus op bezoek bij een medewerker van Thailandblog. Hij is net als ik Rotterdammer, dus dat schept een band. Cor is een heerlijke, ongepolijste Rotterdammer met het hart op de tong en een vilein scherpe pen waar het om Thaise misstanden gaat. Maar als leraar Engels is hij gedreven en dat zou elke schoolmeester moeten zijn. Toen ik Humpty Dumpty begon op te zeggen, zat hij met zijn mond vol tanden. Maar hij werkt dan ook op een middelbare school en ik leerde al al die nursery rhymes toen ik in Engeland in een kindertehuis werkte. Weet je wel: Jack and Jill…

Thailand, 1 maart – Ik schreef het eerder: op zondag 3 maart gaan de inwoners van Bangkok naar de stembus om de gouverneur te kiezen.  Regelmatig hoor ik geluidswagens langs komen die het lijstnummer van een kandidaat blerren. Mijn vriendin en ik gingen laatst op bezoek bij een medewerker van Thailandblog, die aan de overkant van de rivier woont. Het viel me onderweg op dat werkelijk de hele stad is vergeven van de verkiezingsborden. Het moeten er per kandidaat duizenden zijn. Ze beloven van alles, maar waarom eigenlijk? Een gouverneur heeft bitter weinig te vertellen en wat hij te vertellen heeft, doet hij niet. (Wordt vervolgd)

Thailand, 28 februari – Ik heb gisteren te vroeg gejuicht. De twee asbakken in het eetzaaltje vrijwaren het tuintje ernaast weliswaar van het droeve lot met sigarettenpeuken te worden bedekt, maar nu liggen er allemaal pindaschillen. Nu zou je kunnen zeggen: biologisch afval, kan geen kwaad. Maar dat zie ik toch anders. In het eetzaaltje staat een afvalbak. Het is een kleintje, hij staat helemaal in de uiterste hoek, maar dat mag geen reden zijn het arme ding werkeloos te laten staan. Soms heb ik de neiging door het raam te klimmen en voor Miep Kraak te spelen. Toch maar niet.

Thailand, 27 februari – Hoera! Er is iemand in het hotel die nadenkt. Sinds ik mijn intrek er heb genomen, kijk ik tijdens de maaltijd in het eetzaaltje van het hotel uit op een stukje tuin, dat bezaaid ligt met sigarettenfilters. Een tijdje geleden was het even opgeruimd, maar het vulde zich al snel weer met onze verslaving. Wat moet je anders als er geen asbakken staan? En nu is er een wondertje gebeurd. Het tuintje is ontsigarettenfilterd (mooi Scrabble-woord, maar zal wel niet mogen) en er staan twee asbakken. Ja, beste mensen, Baan Kaew Mansion maakt een grote stap voorwaarts, nu nog de rest van Bangkok.

Thailand, 26 februari – (Vervolg van gisteren) Ik had bij de kassa van metrostation Thailand Cultural Centre twee fiches gekocht, de bestemming genoemd, 100 baht neergelegd, dit keer niet gepast, en kreeg 70 baht terug. Ik dacht nog: dat kan niet kloppen, de reis had 44 baht moeten kosten. Dat had ik op een bord gezien. Waarom ik er niets van zei, weet ik niet. Misschien dacht ik: lekker goedkoop, een ritje van 44 voor 30 baht. Maar de techniek hè. Op de plaats van bestemming verscheen het rode kruis dat ik gisteren noemde. Geen man overboord: 14 baht bijbetaald, nieuwe fiches gekregen en een ervaring rijker.

Thailand, 25 februari – De MRT, de ondergrondse metro van Bangkok, werkt met fiches. Die kun je bij een kassa kopen of een automaat. Ik koop ze altijd bij de kassa omdat de automaat het seniorentarief niet honoreert. Ik noem de bestemming, zeg ‘sohng khon, one senior, one adult’ en leg vaak het geld gepast neer. Bij de ingang houd je het fiche tegen een plaatje en de flippers klappen open. Bij de uitgang stop je het in een gleuf. Ik heb me altijd afgevraagd: wat gebeurt er als je een verkeerd fiche hebt? Ik weet het nu: de gleuf weigert het fiche en er verschijnt een vervaarlijk rood kruis. (Wordt vervolgd)

Thailand, 24 februari – 6:13 uur: begin de nieuwe dag met het Allegro uit Bach’s concert in D mineur, gespeeld door de briljante en op de YouTube-video nog vrij jonge Glenn Gould. Daarna naar de zaal van de Wiener Musikverein, waar Herbert von Karajan het Requiem van Mozart dirigeert. Alleen naar het Requiem Aeternam geluisterd. De zaal herkende ik van het Nieuwjaarsconcert, het Requiem als thema van de film Amadeus. Vervolgens Folies D’Espagne van Marin Marais, een componist waar een kennis via FB mij ooit op attent maakte. Ik mag graag naar Thaise muziek luisteren, maar die komt niet, zoals deze naar binnen. Die blijft aan de buitenkant hangen.

Thailand, 23 februari – Regelmatig zie ik buurtbewoners even achter een muurtje tegenover het hotel verdwijnen. Ze deponeren er hun afval. Elke ochtend schuift een vrouw een schot opzij en begint hetzelfde corvee. Ze graait in huisvuilzakken die dezelfde kleur hebben als onze Komo-zakken, en grote blauwe afvaltonnen. Haalt (PET-)flessen, blikjes en papier eruit en sorteert ze. Later haalt een mannetje het gesorteerde afval op en betaalt de vrouw. Vies werkje; wat je niet al kunt tegenkomen in een vuilniszak. Moet er niet aan denken. De vrouw draagt een mondkapje en werkhandschoenen. Of haar neus met een wasknijper wordt beschermd, kan ik niet zien. Lijkt me wel nodig.

Thailand, 22 februari – Via het telefoonnummer 1112 kan een pizza besteld worden bij de Pizza Company. Ik heb me één keer bezondigd aan zo’n pizza. Niet laten bezorgen, maar afgehaald. Niet een hele, maar een punt. Meegenomen naar mijn appartement in Rangsit, waar ik toen woonde, en geprobeerd te eten. Na een paar happen gestopt. Wat een culinaire afgang. De (Amerikaanse) pizza heeft een veel te dikke bodem en er ligt zoveel rotzooi op dat die nergens naar smaakt.Dat was eens maar nooit weer. Hoe toepasselijk dat het telefoonnummer een 1-tje toevoegt aan het alarmnummer 112. Dat kan geen toeval zijn.

Thailand, 21 februari – Laat ik eens de plattegrond van mijn omgeving schetsen. Ratchadaphisek Road is een achtbaansweg met middenberm. Op sommige kruispunten duikt een rijkstrook naar beneden en op andere naar boven. Soi 7 is een dwarsstraat met twee rijbanen en dwars op soi 7 liggen Nathong 1-7. Tussen die straatjes zijn ook weer dwarsverbindingen. Als mijn vriendin en ik per taxi naar de stad gaan, lopen we Nathong 1 uit en houden op soi 7 een taxi aan. Die draait Ratchadaphisek op, passeert de massagesalons Emmanuel en Claudia en maakt voor de stoplichten een U-bocht, waarna we Caesar passeren. Emmanuel heb ik gezien: ik bedoel de film, niet de massage- c.q. peeskamertjes.

Thailand, 20 februari – Mijn vriendin is niet loperig. Oeps, had ik toch bijna loops geschreven. Dus als ze naar de 7-Eleven gaat, Thailands bekendste kruidenier, laat ze zich v.v. vervoeren door een motortaxi ad 10 baht. In het hotel nam ze altijd de lift in plaats van de trap, wat ik doe om niet dicht te slibben. Ze maakte er een wedstrijdje van, wie het eerst beneden was. Maar nu ze veel last van haar been heeft, heb ik haar gezegd de trap te nemen. Dus geen wedstrijdjes meer of ik zou nu voor de lift moeten gaan

Thailand, 19 februari – Dwars op Nathong 1, het straatje waaraan mijn hotel staat, loopt soi 7, een zijstraat van de Ratchadaphisek Road. Sinds kort is de straat uitgebreid met een verzameling tenten met halfcirkelvormige daken, waarin producten worden verkocht die op tal van andere plaatsen ook te koop zijn. De bazaar, die Ratchaphisek Soi 7 heet (hoe bedenken ze het), is neergestreken op een terrein met een betonnen vloer dat voorheen braak lag. De looppaden zijn bedekt met kunstgras waarop zitjes zijn gemaakt met granieten tafels en blokken. Heb er pas gegeten in de restauranttent. Alles gloednieuw. Iemand moet een heleboel geld hebben.

Thailand, 18 februari – Nathong 1, het straatje waaraan mijn hotel staat, zal iets van 100 meter lang zijn – misschien zelfs korter, ik ben niet erg goed in het schatten van afstanden. Ik tel in het straatje vier kruideniers en twee kapsalons, en aan het tellen van de wasmachines en drinkwaterapparaten heb ik me nog niet gewaagd. De meeste omzet moet het winkeltje in het hotel maken. De voorraad wordt er regelmatig aangevuld. Bij de andere zie ik zelden tot nooit klanten. De houdbaarheidsdatum van veel producten moet er al lang verstreken zijn. Maar niet van de eigenaren. Hoe houden ze het vol?

Thailand, 17 februari – Op het portier van een Honda Civic personenauto zag ik een vlekje dat op een vogelpoepje leek. Ineens dacht ik: ik zie hier (in Bangkok) nooit autodaken bezaaid met vogelpoepjes. In Vlaardingen zag ik die regelmatig, ook op motorkappen. En ik zie eigenlijk ook zelden tot nooit vogels. Geen zwermen meeuwen, duiven en spreeuwen zoals in Vlaardingen. Het is raar: in het buitenland vallen soms dingen op, maar soms vallen opvallende dingen niet op. Om die op te merken, moet je weer even terug naar je wortels. Over tweeënhalve maand is het zover. Nog even volhouden.

Thailand, 16 februari – Thais moeten iets met horloges hebben, want op straat zijn het na kleding, zonnebrillen en schoenen de meest te koop aangeboden items. In mijn trouwe ochtendmetgezel Bangkok Post en bijlages staan vaak advertenties van Zwitserse horloges, zoals TAGHeuer, Patek Philippe, Mauboussin . Ze zullen wel duur zijn, want de prijs wordt niet vermeld. Tijdens de lunch zag ik een vrouw met een opzichtig horloge, goudkleurig, diameter zeker 8 centimeter met de uren in Romeinse cijfers. De mouw van haar vestje was iets omhoog getrokken om het horloge niet aan het zicht te onttrekken. Uit het boek ‘Verborgen verleiders’ weet ik: hoe duurder de verpakking, hoe goedkoper het product. Dat weet ik, maar weten Thais dat?

Thailand, 15 februari – Bangkok kiest op 3 maart een nieuwe gouverneur. Dat kan niemand ontgaan want overal in de stad staan grote verkiezingsborden van zo’n 2 bij 1 meter. Er zijn 24 kandidaten, van wie 2 kanshebber. Sukhumbhand Paribatra, lid van oppositiepartij Democraten, probeert herkozen te worden. Op zijn bord kijkt hij de kiezer uitdagend aan. Zijn gebalde vuist belooft weinig goeds voor wie hem negeert. Rivaal Pongsapat Pongcharoen van regeringspartij Pheu Thai heeft zijn hoofd afgewend. Zijn handen grijpen naar iets: vrouwenborsten? Voormalig politiecommissaris Sereepisuth Temeeyaves is runner-up. Hij heft een waarschuwende wijsvinger.

Thailand, 14 februari – Mocht ik ooit in Thailand een contactadvertentie plaatsen, dan luidt de tekst: Man zonder mobieltje zoekt vrouw zonder mobieltje. Maar ik vrees dat ik weinig reacties krijg. Want Thais hebben amper plaatsgenomen in een restaurant of zijn de metro ingestapt of hup daar komt het mobieltje tevoorschijn en zie ik ze met hun wijsvinger schuifbewegingen over het schermpje maken. Soms kan ik meekijken; dan blijkt: ze bladeren door foto’s of adressen. Lekker interessant. In Congo Bongo, het restaurant op de hoek, zaten een man een vrouw tegenover elkaar verdiept in zo’n ding, terwijl ze op afhaaleten wachtten. Bel elkaar eens op, zou ik zeggen.

Thailand, 13 februari – Omdat ik Nederlander ben en geacht word gierig te zijn, was de keuze: wat is goedkoper, openbaar vervoer of taxi? We waren met zijn drieën: mijn vriendin, een kennis en ik. De eerste optie zou 90 baht kosten: 40 baht voor de tuktuk naar het metrostation en 50 baht (2 volwassenen en 1 senior) voor de metro naar Sukhumvit. De taxi kon niet veel duurder zijn. Mijn vriendin besliste: taxi. Dat heeft ze geweten want we kwamen in een file terecht die maar duurde en duurde. Toen we uitstapten, stond de meter op 103 baht en was de chauffeur 120 baht rijker.

Thailand, 12 februari – In mijn serie anorexia-meisjes of is het mijn serie eetzaal-meisjes – dat weet ik nu even niet – een lunch in een opvallend vol eetzaaltje, want meestal zijn mijn vriendin en ik de enigen. Het gezelschap bestond uit een jong Thais paar, twee Russen (de een fotograaf, de ander consultant, weet ik uit een eerder gesprek) en twee meisjes, van wie één anorexia-type. Ze namen plaats aan een tafel waar al minutenlang twee kommen met een voor mij onbekend gerecht stonden. Het A-type had een smal ovaalvormig gezicht. Een poppedijntje met ogen op de slaapstand. Ik heb Puk en Poppedijn later nog een keer gezien, maar toen zaten ze achter me.

Thailand, 11 februari – (Vervolg van gisteren) Pedro is eigendom van een Zwitser en/of van zijn Thaise vrouw, met wie hij soms een knetterende ruzie heeft. Hij zit altijd aan de bar; volgens mij is hij elke dag aangeschoten. Het legertje bargirls wisselt regelmatig van samenstelling. Soms verdwijnen ze een tijd en dan duiken ze ineens weer op. Eén is een ladyboy, post-op en daar maakt ze geen geheim van.  Sommige meisjes heb ik hondennamen gegeven: hazewindhond, mopshond.  Niet omdat ze zich honds gedragen, maar omdat ze daar wel een beetje op lijken. Alleen voor de girl met wipneusje wil me niets te binnen schieten.

Thailand, 10 februari – Tussen Sukhumvit soi 21 en 23 bevindt zich Pedro, een barretje waar ik al jaren kom. Begrijp me niet verkeerd: niet elke dag, maar zo nu en dan. De zaak bestaat uit twee delen: een airconditioned deel achterin en een open serre voorin met plafondventilator. Mijn vriendin zit het liefst achterin, ik voorin. In het achterste deel staat de muziek meestal keihard; alleen daarom al zit ik er niet graag. Maar gisteren had ik er geen last van omdat mijn oor was dichtgeslibd. Dat gebeurt één keer per jaar. Mijn vriendin had er blijkbaar wel last van, want ze liet de muziek zachter zetten. (Wordt vervolgd)

Thailand, 9 februari – Terwijl ik zat te smullen van een lekker gebakken visje en mijn vriendin van een mij onbekend gerecht, werkten tientallen voornamelijk vrouwen zich op een nabijgelegen basketbalveld in het zweet met aerobic. De muziek, een stevige discodreun die iets weg heeft van een heimachine, deed me denken aan studentenfeestjes. Ik at ook mosselen, maar die waren hard, zoals altijd in Thailand. Op de terugweg – de work-out was voorbij – zag ik in een kraampje Chinese jurken met splitten aan de zijkant en zelfs een supermini rokje met Chinees dessin. Uitdagende kleding voor het begin van het Chinese Nieuwjaar, zondag.

Thailand, 8 februari – Het tuintje dat gisteren in mijn column redelijk opgeruimd was, begint weer zijn oude functie van afval- en asbak te vervullen. De volgende dag – of was het twee dagen later? Ik weet het niet want alle dagen hier lijken op elkaar – lagen er weer sigarettenpeuken. Ik telde vier rietjes en stond op het punt de peuken te gaan tellen, allemaal filters, toen ik moest denken aan een boekje van Jos Vandeloo. Een man betrekt daarin een kantoorruimte met uitzicht op een blinde muur. Hij wordt gewaarschuwd: eens ga je de stenen tellen. Dat is het begin van krankzinnigheid. Ik moet oppassen.

Thailand, 7 februari – Het ‘tuintje’ dat ik gisteren beschreef, is opgeruimd. Sinds ik mijn intrek in het hotel heb genomen, deed het dienst als afvalbak en asbak. En nu ineens, een paar dagen nadat ik mijn column had geschreven, was de bezem erdoor gegaan. De omgevallen plant staat weer rechtop, alle rommel is weggehaald, er liggen hier en daar nog wat peukjes maar de meeste zijn weg. Als ik Thais denk, heeft het tuintje dat te danken aan mijn column. De geest die in de tuin huist, moet mijn column hebben gelezen en iemand hebben ingefluisterd: Dick vindt het een rommeltje, doe er wat aan.

Thailand, 6 februari – Tussen het hotel en het huis van de buurman ligt een smalle strook grond, grenzend aan het eetzaaltje. Het zou een aardig tuintje zijn, want het ligt beschut en heeft niets te vrezen van de brandende zon. Er staan drie boompjes, waarvan één al zijn blad heeft verloren, en een paar planten, waarvan één een stortbui niet heeft overleefd. De grond ligt bezaaid met rommel: plastic, blikjes en veel sigarettenfilters. Ik moet bekennen: daar ben ik mede schuldig aan, want doorgaans ontbreekt de asbak in het zaaltje. Dus mik ik, evenals vele anderen doen, mijn peuk door het openstaande raam. Tja, wat moet je anders?

Thailand, 5 februari – Thaise vrouwen zitten in amazonezit achterop een motorfiets, althans als ze gerokt zijn. Sommigen houden zich vast aan een stang achter hen, maar meestal niet. Ik vind dat knap en vraag me af: hebben die vrouwen een evenwichtsorgaan dat ik niet heb? Ik zou er in elke bocht afkukelen. Maar zij niet, want ik heb nog nooit een gevallen vrouw op de hoek van een straat zien liggen. Bij de amazonezit steunt één voet op de voetensteun en de ander zweeft los in de lucht; ook al zoiets. Soms zitten de dames onderwijl ook nog te telefoneren. Het zijn ware equilibristen, die Thaise amazones.

Thailand, 4 februari – Zondag aan het eind van de middag schoof een slang vanaf de Sukhumvit Road soi (zijstraat) 22 in. De term slang is wel toepasselijk, want over een week begint in de Chinese jaartelling het Jaar van de Slang. De slang werd gevormd door honderden werknemers van Syntec die in een lange rij liepen. Ze waren gekleed in een blauwe kiel, geen geruite, en de meesten droegen een piratenhoofddoek tegen het stof van de bouwplaats, die ze verlieten. Ik neem aan dat ze als eerste een bad gingen nemen. Lijkt wel een beetje op het vervellen van een slang.

Thailand, 3 februari – Mijn vriendin zat met haar rug naar haar toe, ik had tijdens de lunch een vrij uitzicht op een jonge vrouw. Slank, geen anorexia. Ze droeg een nauwsluitende spijkerbroek, een hemdje afgezet met marineblauwe biezen en de tekst I [rood hartje] Bangkok en aan haar bevallige voeten staken de slippers van een Romeinse gladiator. Terwijl ze zat te eten, keek ze zo nu en dan op haar mobieltje en inspecteerde haar gezicht in een spiegeltje. Ze had de tafelmanieren van een Haagse dame in een tearoom. Soms kruisten onze blikken elkaar, maar dat duurde nooit lang.

Thailand, 2 februari – Elke dag maak ik voor thailandblog Nieuws uit Thailand, een overzicht van het belangrijkste nieuws uit de Engelstalige krant Bangkok Post. Ja, elke dag, want de krant verschijnt ook op zondag. Nieuws waarvan ik vermoed dat het alleen interessant is voor Thaise lezers sla ik over. Nieuws waarvan ik vermoed dat het interessant kan zijn voor Nederlanders en Belgen vat ik kort samen, soms met een kleine toelichting want niet iedereen weet dat Phuket niet alleen een eiland is maar tevens de naam van de provincie. In het begin scoorde de rubriek aardig, nu wordt die vaak meer dan duizend keer aangeklikt. Hoe zal ik dat eens vieren?

Thailand, 1 februari – Monkey business, het octagoonvormige barretje waar ik de tijd beid wanneer mijn vriendin wordt gemasseerd (zie 27 en 28 januari) bevindt zich aan Sukhumvit soi 22. Ter rechter- en linkerzijde lopen twee smalle steegjes volgestouwd met soortgelijke barretjes. Ze hebben uitdagende namen als Crazy Girl bar, Opium’s Den, B52 bar, Rumour’s bar en Butterfly bar. De meeste zijn ’s middags nog dicht. Het complex heet Queen’s Park Plaza, een naam die niet geheel de lading dekt als ik alleen al de toestand van de toiletten in ogenschouw neem. Erg koninklijk lijken mij de bezigheden er niet, ’s avonds en ’s nachts, maar daarin kan ik mij vergissen.

Thailand, 31 januari – Evenals op het platteland waar ik eerder woonde, maken ook in Bangkok monniken hun ochtendronde. Soms levert dat het constrasterende beeld op van een drukke autoweg met monniken op blote voeten en passerende Mercedessen, Toyota’s enzovoort. Het hotel krijgt elke ochtend bezoek van één monnik. Hij neemt plaats voor de ingang en hotelpersoneel geeft offerandes. Hij zegent hen, aanzienlijk minder melodieus reciterend dan de monniken waar ik geknield voor heb gezeten in Nakhon Nayok, en vertrekt met alle verzamelde spullen in een tuktuk. Daar is hij niet slanker van geworden. Of het mag, weet ik niet. Misschien wordt hij in zijn volgend leven wel tuktukbestuurder.

Thailand, 30 januari – In het kruidenierswinkeltje in het hotel werkt sinds kort een vrouw met een nogal forse boezem. Die moet behoorlijk in de weg zitten wanneer ze haar teennagels wil knippen. Maar misschien laat ze dat doen. De laatste dagen drentelt haar zoontje van een jaar of 4,5 door de zaak. Het is een lief jochie, dat niet zoals het zoontje van mijn zwager voortdurend in huilen uitbarst of kattekwaad uithaalt. Op een ochtend probeerde zijn moeder hem rijst met stukjes vis te voeren. Maar hij schudde met zijn hoofd. Hij zat vol. Later zag ik hem rondlopen met slierten Taro fish snack. Maar hij zat toch vol?

Thailand, 29 januari – Aan de overkant van de straat wonen drie kathoey oftewel ladyboys: vrouwen in een mannenlichaam. Een van de drie heeft een nogal grof gezicht, die zou ik niet voor een vrouw houden. Maar de andere twee zijn spetters. Bij hen zou ik er te laat achter komen dat ze onder de waterlijn een zekere gelijkenis met mij vertonen. Tenzij ze post-op zijn, zoals dat heet, en in staat waren zo’n 100.000 tot 300.000 baht neer te tellen voor een geslachtsveranderende operatie. Zaterdag waren ze al vroeg uit de veren. Ze vertrokken op twee motortaxi’s. Drie zwarte ultra-minirokjes, zes sexy benen. Heel opwindend – zelfs op 50 meter afstand.

Thailand, 28 januari – De drankvoorraad, die ik gisteren beschreef, met daarin zegge en schrijve één originele Thaise drank (Sang Som) vormt mijn uitzicht naar één kant wanneer ik in een octagoonvormig barretje wacht, terwijl mijn vriendin gemasseerd wordt. Ze heeft behoorlijk last van haar rechterbeen en die massages bieden enige verlichting, hoewel geen genezing. In het midden van het zaakje, dat ‘Monkey business’ heet, staat een kleine pooltafel. Als het massage-uur voorbij is, spelen we een paar spelletjes. Eén keer heb ik er drie achter elkaar gewonnen, maar meestal wint zij. Aan de beschreven dranken waag ik me niet, wel aan koffie en water.

Thailand, 27 januari – Rara, waar (en wanneer) ben ik (naam plus straatnaam)? Bols Blue, Hiram Walker, Bols Peach, Bols Dry Orange Curaçao, Bols Crème de bananes, Captain Morgan, Bacardi, Smirnoff, Malibu, Bombay Sapphire, Kahlúa, Baileys, Heering Cherry Liqueur, Countreau, Sang Som, Red Label, Black Label, Jack Daniel’s, Jim Beam, Pernod, Canadian Club, Jameson, Southern Comfort, Chivas Regal 12, Hennessy, Rémy Martin, Campari. Aanvullende tips: ik was aan het kijken naar een tv-registratie van de Australian Open met een spannende wedstrijd waarin Maria Kirilenko van het veld werd geveegd door Serena Williams en Andy Murray won van Gilles Simon. Onderwijl zat een anorexia-meisje zich uitgebreid op te maken.

Thailand, 26 januari – De Thaise televisiezenders grossieren in soaps, talentenjachten, quizen en comedyshows. Er is ook elke dag een programma waarin twee kandidaten 1 minuut de tijd krijgen om zoveel mogelijk kleine etenswaren te fabriceren, zoals saté of hapjes waarvan ik de naam niet weet. De merkwaardigste programma’s vind ik die waarin een beroep wordt gedaan op iemands vocale kwaliteiten onder fysiek moeilijke omstandigheden. In één programma moeten de deelnemers zich zingend staande houden op een lopende band, die steeds sneller gaat. Ter bescherming dragen ze arm- en beenbeschermers en een helm. De meesten houden het zo’n 2 minuten vol en belanden daarna in een ballenbak.

Thailand, 25 januari – Toen ik in het lager onderwijs voor de klas stond, moet ik kennis der natuur (vak g, Lager Onderwijswet 1920) hebben gegeven, maar ik herinner me er weinig meer van, anders dan lentebodes en kikkervisjes. Mijn kennis van bomen en planten is ook zeer beperkt. Den, spar, wilg, plataan, eik en populier kan ik nog wel uit elkaar houden; het madeliefje herken ik blindelings, maar daarna houdt het op. Hier in Thailand ben ik helemaal een onwetende. Op Sukhumvit Road staan bomen die met hun bladerdak een pergola vormen. Ze hebben een merkwaardige stam: een heen en weer stam. Dus noem ik die boom maar heen-en-weer boom.

Thailand, 24 januari – (Vervolg van gisteren) In mijn koffiegrot, want daar heeft het wel iets van weg, ligt altijd een stapeltje van het blad Creative Thailand. Gratis mee te nemen. Niet dat iemand dat doet, want de stapel slinkt nooit. Het (maand)blad is gedrukt op het betere kringlooppapier en het heeft een mooie strakke lay-out. Het stramien is elke maand hetzelfde: The Subject, The Object, Creative Resource, Matter, Classic Item, Creative City enzovoort. Het laatste nummer gaat over sex, want dat is ‘the source of creative energy’. Maar wat jammer nou, ik kan de Thaise tekst niet lezen.

Thailand, 23 januari – Ik drink zo nu en dan koffie bij Suzuki Coffee. Ze maken er een smakelijke cappuccino met slagroom en een chocolademotiefje voor 65 baht. De dames kennen me al, dus ik hoef niets te zeggen. Dat bevalt me wel, want ik ben niet zo’n prater. Het zaakje bevindt zich in een nis ter grootte van een garagebox op de begane grond van hypermarkt Big C Extra. Ik heb er een mooi uitzicht op de corridor, waar een constante stroom van shoppers passeert. Aan de overkant bevindt zich een goudwinkel, waar het altijd druk is. In het midden van de corridor zijn eilandjes met vaak wisselende artikelen. (Wordt vervolgd)

Thailand, 22 januari – Losse flodders. 1 In de metro stond een man, gekleed in onberispelijk krijtstreep kostuum. Op zijn hoofd een donkere pet met een afbeelding van vliegdekschip HTMS Chakri Naruebet en tressen op de klep. Hij zou schout-bij-nacht kunnen zijn of admiraal. Maar hij droeg sneakers. 2 Een meisje stapte het kruidenierswinkeltje van mijn hotel binnen. Ze lachte naar mij. Dat dacht ik tenminste. Mijn dag was gelijk goed. Maar ze bleef lachen, nadat ze was doorgelopen. Bleek ze een telefoongesprek te voeren. 3 Een man met een body-building figuur en enorme biceps passeerde mij. Op zijn shirt stond Safe Sex. Met hem? Dacht het niet.

Thailand, 21 januari – Het hotel, waar ik verblijf, is overstroomd met een twintigtal werknemers van warenhuis Robinson. Ze zijn gemakkelijk te herkennen, want ze dragen allemaal dezelfde kleding: zwarte broek en zwart shirt met op de voorkant de gifgroene tekst ‘See you @ Robinson’ en op de achterkant ‘I [groen hartje] Robinson’. Als ik naar de vrouwelijke werknemers kijk, heb ik het idee dat ze ook allemaal hetzelfde (Robinson) gezicht hebben. Het Robinson leger is hier voor een trainingscursus, sommigen voor een week, anderen langer. Hopelijk leren ze naar mij toe te lopen, als ik iets zoek in een kledingrek, en te vragen: Can I help you sir?

Thailand, 20 januari – Elke ochtend om een uur of acht komen de ijsmannen. Ze vullen de ijsvoorraad van het kruideniertje en de keuken aan. De jute zakken met ijs liggen op de laadbak van een pickup truck, afgedekt met een zeil. De mannen werken snel. De koelbox in de keuken wordt gevuld met korte ijscilindertjes. De diepvrieskiest in het kruideniertje met zakken met ijsblokken, die kosten 6 baht per stuk. De koelbox in het kruideniertje wordt gevuld met ijsschilfers. Wanneer iemand een softdrink koopt, wordt het flesje uitgeschonken in een plastic zakje, schep ijs erbij en rietje erin. Lurken maar.

Thailand, 19 januari – In mijn serie anorexia-meisjes vandaag een jonge vrouw die voor mij liep in de metrotunnel van station Thailand Cultural Centre. Ranke lange benen. Ze zwikt niet op haar hoge hakken, maar loopt als een pauw. Draagt een truitje met brede horizontale zwart-witte strepen en lange mouwen. Het minirokje is geplooid, ook horizontaal. Haar roze tas hangt aan haar schouder met haar arm er overheen tegen ongewenst bezoek. Bij de kassa vang ik een glimp op van haar gezichtje. Klassieke  rechte neus. Onderaan de roltrap trekt ze een sprintje. Naar de gereedstaande trein. Ik heb het nakijken.

Thailand, 18 januari – Expats heb je in vele maten en soorten. Een veelvoorkomende is de walrus. Stevig gebouwd met een biervat buik. Draagt doorgaans een effen hemd en veelkleurige bermuda. Gebruind en soms bedekt met tatoeages. Millimeterhaar of kaal. Hij drinkt zijn bier direct uit het flesje en niet uit een glas met ijsblokjes zoals de Thais doen. Meestal Heineken, maar ook wel lokale bieren als Leo, Chang en Singha. Vaak in het gezelschap van andere expats. Soms aan zijn zijde een altijd jongere ranke Thaise den, die zich met haar mobieltje bezighoudt. Thais spreekt hij niet, waarom zou hij?

Thailand, 17 januari – Wat vind ik schokkender? Een bedelende oude vrouw, een bedelende jonge moeder met baby, een bedelende vrouw met bijna weggevreten neus wier gezicht is aangetast door de lepra? Ik heb ze allemaal al talloze malen gepasseerd. Soms krijgen ze wat geld van me: een muntstukje van 5 of 10 baht. Ik schaam me voor het bedrag, maar weet dat het altijd nog meer is dan Thais in hun bekertje gooien. Onder de voetgangersbrug over Sukhumvit Road, die ik gisteren beschreef, zit een oude vrouw, op de brug laatst nog een oude vrouw. Ze kijken me smekend aan. Brug der Zuchten.

Thailand, 16 januari – Op een voetgangersbrug over de Sukhumvit Road, een stukje voorbij Asok, ligt een jongeman op zijn buik te slapen. Hij wiebelt wat met zijn voeten. Zijn voetzolen zijn net zo vuil als het beton, waarop al vele jaren de uitlaatgassen neerslaan. Geen bekertje, dus geen bedelaar. Misschien siësta of een vroege roes. Aan de andere kant van de brug staan de nieuwe modellen van Lexus te fonkelen in een superdeluxe showroom. Een stukje verder is een Pawn Shop. Bij een winkel staat een Tourist ATM. Dat opschrift ken ik niet. In Bangkok verveel ik me nooit.

Thailand, 15 januari – Omdat ik toch in de buurt was en het tegen etenstijd liep, dacht ik: laat ik mij weer eens wagen aan een Nederlandse maaltijd. Dus naar het café-restaurant op de hoek van Sukhumvit Soi 23 en Soi Cowboy. De vorige keer had ik er stamppot andijvie gegeten, een flauw aftreksel van het Nederlandse gerecht. Deze keer bestelde ik stamppot zuurkool. Ik kreeg na lang wachten een bord met een vette Bratwurst, gebakken spek, een bergje aardappelpuree met zuurkool plus een bakje met dikke jus. Eerste hap, tweede hap, derde hap… waar was de zuurkool??

Thailand, 14 januari – Daar stond ze met haar rug naar me toe: anorexia-figuurtje, hoog op de benen, hooggehakt, steil haar met een knotje, strak kontje verstopt in een ultrakort spijkergoed broekje. Daarboven droeg ze een wit hemdje. Er scheen een zwart bh-tje doorheen. Ze kocht bij een wagentje, dat langs het trottoir stond geparkeerd, papaya, een salade die qua heetheidsgraad kan variëren van zoet tot uitslaande brand. Toen ze zich omdraaide, zag ik haar flipside: grof gezicht, norse blik. Op haar rechterbil zat de Union Jack. Als ik de Thaise vlag op die plaats zou dragen, kreeg ik een enkele reis Bangkok Hilton. En da’s geen hotel.

Thailand, 13 januari – Bij Oishi Ramen, waar ik vaak eet, willen ze weten wat ik van hun zaak vind. Er liggen ‘suggestion forms’ op elke tafel met de aansporing dat mijn ‘comments greatly appreciated’ zijn. Ik heb het formuliertje nooit ingevuld en ik heb het andere klanten ook nooit zien doen. De kokkin van mijn hotelletje kan wel enige ‘comments’ gebruiken. Bijvoorbeeld: zorg voor schone tafeltjes als ik voor het ontbijt arriveer. Of: ga niet het eetzaaltje dweilen wanneer ik zit te ontbijten. Of: leer eens een spiegelei te bakken, zonder de dooier te breken. Of: serveer koffie zonder voetbad. Maar er liggen geen formuliertjes en ik zou er nooit één invullen.

Thailand, 12 januari – Zag op de tv een stevig gebouwde Belg wild om zich heen schoppen. Hij had het tasje van een vrouw gestolen. Vier mannen en een geüniformeerde agent probeerden hem tegen de grond te werken, wat uiteindelijk ook lukte. Met de handen geboeid op de rug werd hij afgevoerd. Wat er daarna is gebeurd, heb ik niet gezien, maar kan ik wel raden. De scène deed me denken aan de arrestatie van een dronken vrouw in Vlaardingen. Die spuwde op een agente. Wat er daarna gebeurde, heb ik wel gezien. Als mij was gevraagd wat ik had gezien, had ik gezegd: Niets gezien.

Thailand, 11 januari – Niets leukers dan mensen observeren. Vooral in de metro mag ik het graag doen, want wat moet je anders? Ik heb geen tablet, iPhone 5 of Samsung S III om een of ander stom spelletje op te spelen. Ik heb geen e-reader, want ik houd graag een mooi gedrukt en gebonden boek met een heldere letter en een ruime marge in mijn handen. Dus kijk ik in het rond. Eerst naar de vrouwen, naar de twee lichaamskenmerken die ertoe doen. Dan naar de mannen. Laatst zag ik een man met een kogelrond hoofd. Zijn oorlelletjes wezen naar voren. Waarom eigenlijk?

Thailand, 10 januari – Bij de ingang van metrostation Thailand Cultural Centre staat aan het eind van de middag vaak een groep middelbare-schoolleerlingen, netjes gekleed in schooluniform. Nu schrijf ik wel bij de ingang, maar de ingang is ook de uitgang. Alleen tegen de tijd dat ik uit de metro kom, staan ze er niet meer. Dus voor mij staan ze bij de ingang. De leerlingen houden een spreekkoor. Dat klinkt een beetje als muziek. Enkele leerlingen houden een stuk karton met foto’s vast en ze hebben een doos met een gleuf bij zich. Gisteren stonden er zelfs twee groepen, zo’n 50 meter uit elkaar. Ik had de neiging om voor ze te applaudisseren.

Thailand, 9 januari – Ik ga nog even door over Congo Bongo (zie gisteren). Het kindje was gekleed in een kerstrood jurkje van tule. Het kleurde mooi bij de kerstrozen achterin de zaak. De moeder zette het meisje er bij om met haar mobieltje een foto te maken, maar ze deinsde terug. Ze was bang van het water dat langs de achterwand van de zaak stroomde – als ware het een kralengordijn. Later probeerde de moeder het nog eens, maar weer deinsde ze terug. De moeder had een tattoo op haar bovenbeen. De V-hals van haar shirt toonde ook een stukje van een tattoo. Ik had de rest wel willen zien.

Thailand, 8 januari – Het was druk in Congo Bongo (zie FB 6 december). Een farang en zijn Thaise vriendin zaten er, verdiept in hun mobieltje. Een Thaise jongeman zat er, verdiept in zijn mobieltje. Later kwam er een jonge moeder bij met een schattig dochtertje van een jaar of 2, beiden met mobieltje. Want jong geleerd, is oud gedaan. Onder het eten kreeg het mobieltje van de vriendin geen rust. De jongeman at spaghetti en een steak en hij bleef gamen. De moeder telefoneerde onder het eten, het dochtertje deed alsof. Ik heb mijn mobieltje nooit bij me. Wat ben ik toch een schlemiel.

Thailand, 7 januari – Was voor de tweede keer, sinds ik in Thailand kom, op Khao San Road, Bangkok’s toeristisch concentratiekamp. In het scheppingsverhaal in Genesis lees ik ‘En Hij zag dat het goed was’, maar als ik daar loop, heb ik het idee dat OLH een steekje heeft laten vallen. Aan de kop van de straat stonden twee van zijn apostelen, decent gekleed, met zo’n ingebeitelde hemelse blik. Ze leken me van de gristelijke kerk. Eén speelde gitaar, de andere vrouw hield twee bordjes omhoog. Wilde weten of ik behoefte aan gebed had en of ik mij ziek voelde. Nee.

Thailand, 6 januari – De lift in het hotel is gerepareerd. Een kleine week vormde de eerste verdieping het begin- en eindpunt, maar nu gaat hij weer op en neer vanaf de begane grond. Ben ik blij? Nee, want de verleiding is groot om niet de trap te nemen en nog enige lichaamsbeweging te hebben. Want ik leid grotendeels een zittend en slenterend bestaan. Ik speel geen golf, voetbal niet (speel het niet en volg het niet op tv), zwem niet, dans niet; voor mij geen work-out, jogging, nordic walking, fitness of aerobics. Ging de lift maar weer kapot.

Thailand, 5 januari – Als we in het hotel eten, gebruiken mijn vriendin en ik de maaltijd in het eetzaaltje beneden. Zelden eten de overige bewoners er (ik noem ze bewoners omdat ze permanent of voor langere tijd in het hotel wonen). Die eten buitenshuis of op hun kamer. Deze keer zat er een jonge vrouw. Geen Miss Thailand, geen Miss Ugly: iets er tussenin. Ze zat te eten, beter gezegd: telefonerend te eten, nog beter gezegd:  etend te telefoneren. Moeilijke combinatie, want ze praatte veel. Ik heb haar niet zien komen en haar niet zien gaan. Misschien zit ze er nog. Ik nomineer haar voor Miss Kletskous.

Thailand, 4 januari – Ik schreef het eerder: Thailand is geen vakantieland voor mensen die zich snel ergeren. Neem nu mijn situatie. De airconditioning bleef loeien, de afstandsbediening deed niets. Dus hoofdschakelaar omgedraaid. Geen ramp want ik wilde de airco toch niet al niet gebruiken omdat ik een speciaal maandtarief betaal, waarbij water en elektriciteit afzonderlijk in rekening worden gebracht. Een ventilator volstaat. Ook de stroomonderbreker is defect en de internetverbinding is instabiel. En sinds enkele dagen is de eerste verdieping het begin- en eindpunt van de lift, want de liftdeuren gingen op de begane grond niet meer open. De monteur moet nog steeds komen.

Thailand, 3 januari – De jongen die afwisselend dag- en nachtdienst draait in het kruidenierswinkeltje tussen eetzaal en ingang van mijn hotel, draagt soms een (smetteloos) oranje shirt met het rugnummer 11, de naam Robben en een Nederlands vlaggetje en op de voorkant het KNVB logo. Eerder werd ik met een andere voetballende landgenoot geconfronteerd (zie FB 28 december). Nu zullen sommigen zeggen: Dick, je hart moet toch zwellen van vaderlandsliefde als je dit ziet. Maar mijn hart zwelt niet. Nog zoiets: deze maand komt PSV naar Thailand. Een engeltje in mij zegt: wedstrijd bijwonen, maar een duiveltje zegt iets anders en dat doe ik liever.

Thailand, 2 januari – De krantenjongen liet gisterochtend verstek gaan. Een motortaxi bracht me naar het metrostation, de metro bracht me naar de stad, mijn voeten brachten me naar de boekhandel v.v. Het was stil op straat. Bangkok leek op Vlaardingen op een zondag. Je kunt er dan een mitrailleur leegschieten zonder iemand te raken. Dat moet je hier niet proberen. De politie is nogal trigger-happy. Zag onderweg een Honda Civic. In het stof op de motorkap had iemand geschreven Fuck Ahbad. Happy New Year zou toepasselijker geweest zijn, maar misschien was dat al te moeilijk. Thais beheersen de Engelse taal over het algemeen matig tot niet.

Thailand, 1 januari 2013 – In een eethuisje aan de Ratchadaphisek Road soi 7 staat een kunstkerstboom, circa 1 meter hoog, met gele, rode, blauwe en groene lampjes (geen ledjes). Soms flikkeren ze fel, alsof het boompje kwaad is. Soms knipperen ze allemaal tegelijk. Chaos dus. Soms brandt alleen geel, dan komt rood erbij en sterft geel uit, en zo verder. Verstandig, alles op z’n tijd. Soms faden ze allemaal tegelijk in en faden ze daarna weer uit. Te veel hooi. Soms lijken de lampjes over het kerstboompje te lopen. En soms blijven ze een tijdje uit. Die lichtshow lijkt mij symbolisch voor het leven.

Thailand, 31 december – Zaterdagmiddag, het was druk in Swensen’s ijssalon. Er werd nog steeds gekweeld over een witte kerst. Er waren drie smaken van de maand: Dutch Oven Apple Cobbler, Christmas Pudding en nog een derde vetvrij smaakje. Niet besteld, wel American Tower en Golden Sundae. Mijn coupe bestond uit chocoladeijs, stukjes banaan, nootjes, slagroom, kers en een flinterdunne wafel. Op de toren prijkte de Stars & Stripes, maar hij wapperde niet. In de Golden Sundae waren maïskorrels verwerkt. Zowel het subtotal als het total op de kassabon bedroeg 138 baht, cash 500 baht, change 362 baht. De VAT was included, die bedraagt 7 procent in Thailand.

Thailand, 30 december – Zelden heb ik zoveel rugzakken op één dag gezien als op vrijdag. Voor het hotel sjokten twee bleke vrouwen met grote rugzakken voorbij. Ze vertoonden enige gelijkenis met de two fat ladies van het voormalige kookprogramma op de BBC. Met hun planning was iets mis, want het was 12 uur, het heetst van de dag. ’s Avonds in de metro zag ik een paartje met grote rugzakken, zeg maar -containers. De man had ook nog een rugzak op zijn borst en bij de vrouw hing die voor haar buik. Toen ik uitstapte, stapte een dubbelgerugzakte man in. Wat sjouwen die mensen allemaal mee?

Thailand, 29 december – Een duif had zich in een benarde positie gevlogen. Hij zat gevangen achter een plastic scherm op een uitsteeksel van een appartementengebouw aan de overkant. Dat uitsteeksel had iets raars: leek me tekenfout van de architect. Op een afdakje iets lager zat een poes te loeren. Terwijl ik stond te kijken, passeerde een anorexia meisje in een super-mini zwart rokje en witte blouse. Naast haar liep een jongen, twee keer zo breed met gifgroen, bijna fluoriserend shirt. Op een balkonnetje schoof wasgoed opzij, een vrouw keek mij aan. Die moet zich afgevraagd hebben: wat doet die farang daar? Dat vroeg ik me ook af.

Thailand, 28 december – In het kruideniertje naast het eetzaaltje, waar ik zat te ontbijten, kocht een man een pakje sigaretten. Hij droeg een donker shirt met rugnummer 10 en de naam v. Persie. Ik vind: als je fan bent van een voetballer, doe het dan goed. Stop met dat halfzachte gedoe! Trek voetbalshorts en -kousen aan. Weg met die slippers, voetbalschoenen wil ik zien. Loop niet slenterend naar binnen, maar dribbel. Raak je boodschappen niet met je handen aan (zoveel weet ik wel van voetbal, dat is hands) en kop je aankopen naar de kassajongen. Als je dat niet wil of kunt, verpest mijn uitzicht dan niet tijdens mijn ontbijt.

Thailand, 27 december – Gisteren en eergisteren moet Kerstmis geweest zijn. Dat zegt de kalender althans en in Nederland zou me dat met uitgestorven straten niet zijn ontgaan. Maar hier, in mijn beperkte habitat, merk ik er niets van. Er staat geen kerstboom in de hal van het hotel en het hotelpersoneel draagt (gelukkig) geen belachelijke kerstmutsen met flikkerende ledjes. Het kruideniertje in het hotel is zoals altijd open, de drie werksters maken de gangen en kamers schoon, het wasserijtje functioneert als normaal, de hotelbewoners gaan naar hun werk en de Bangkok Post ligt ’s ochtends voor me klaar. Zelfs de lift gaat op en neer, zoals elke dag.

Thailand, 26 december – De stroomonderbreker in mijn hotelkamer gaf ineens de geest. Dat is een gleufje dat de stroom onderbreekt wanneer je je chipkaart eruit haalt en de stroom inschakelt wanneer je je chipkaart erin steekt. Een soort hoofdschakelaar dus, waardoor voorkomen wordt dat de hele dag de airconditioning staat te loeien, terwijl de gasten weg zijn. Alleen de koelkast staat op een aparte groep en die stroom wordt niet onderbroken. De chipkaart laten zitten kan niet, want de kamersleutel zit eraan. Dus we hadden geen stroom, maar de klusjesman van  het hotel wist raad. Hij verwisselde een paar draadjes en nu brandt het licht weer. Slim systeem, zo’n stroomonderbreker, als-ie het doet tenminste.

Thailand, 25 december – In 1948 opende Earle Swensen een ijssalon in San Francisco en in 2012 aten ondergetekende en mijn vriendin een ijsje in zijn geesteskind aan de Ratchadaphisek Road in Bangkok. Het enige gezelschap bestond verder uit vijf giechelende en babbelende meisjes. De dienster bracht de bestelde ijsjes, erg grote ijsjes voor meisjes van elf, dacht ik. Maar ze deelden de drie ijsjes met hun vijven. Ze vielen er niet op aan, want eerst moesten de ijsjes gefotografeerd worden. Dat is hier de nieuwe trend op Facebook. Je zet er niet alleen foto’s van jezelf op, terwijl je het V-teken maakt, maar ook foto’s van je maaltijden en consumpties.

Thailand, 24 december – Er zijn van die dagen … Je stapt ’s avonds in je bedje en vraagt je af: wat is er vandaag nu eigenlijk gebeurd? Oké, vanochtend opgestaan en beneden in het eetzaaltje ontbeten. Alleen, want mijn vriendin neemt dan de gelegenheid te baat om mahjong en patience op mijn laptop te spelen. Wifi werkte ’s ochtends niet, dus heb ik in de hal van het hotel mijn nieuwsoverzicht voor thailandblog gemaakt en via een vaste interverbinding doorgestuurd. Wat ik de rest van de dag heb gedaan, weet ik al niet meer en dat heeft echt niets met mijn leeftijd te maken.  Ja, het was een welbestede dag.

Thailand, 23 december – Voor het kantoor van Thai Life Insurance aan de Ratchadaphisek Road domineert  ’s avonds de kleur blauw. De kerstboom, de heg voor het pleintje, de muur waarover overdag water stroomt en nog wat plaatsen zijn behangen met snoeren met blauwe ledjes. In totaal misschien wel een paar honderd snoeren. Hoe moet ik die kleur benoemen? Marineblauw, spijkergoedblauw (maar niet zo’n vale spijkerbroek die te vaak is gewassen), vlaggeblauw, Pepsiblauw, azuurblauw, saffierblauw, Bangkok Bank blauw, schimmelkaas blauw, kobaltblauw, Pruisisch blauw, azuriet, Delfts blauw blauw, politieuniform blauw, adelijk bloed blauw, hemelsblauw, babykamer blauw, koude blauw, bont en blauw blauw? En dan denken sommige mensen dat het schrijven van een column gemakkelijk is….

Thailand, 22 december – Waarom dient een vrouw niet te zingen, terwijl ze aan het koken is? Waarom is het onverstandig om de rijstpot te raken, wanneer je rijst opschept? Waarom mogen de vork en lepel elkaar niet raken tijdens het eten? Waarom is het onverstandig om te eten wanneer je ligt? – Misschien denken mijn lieve lezertjes nu dat ik gek geworden ben door deze vragen op te werpen. Maar ik bedenk ze niet zelf, dit zijn volkse keukenwijsheden van Thais. Dat weet ik dankzij een heel aardig, onlangs aangeschaft boekje met weetjes, feiten, cijfers, citaten en anekdotes over Thailand. En nu willen jullie natuurlijk de antwoorden weten. Die onthul ik misschien nog wel een keer.

Thailand, 21 december – Zag op de tv een aflevering van Thai Super Models 2012. In de eerste ronde waren de tien Young Models in het zwart gekleed. Ze stonden bevallig met één hand in de zij. Een voor een een liepen ze naar voren. Niet de voeten kruiselings neerzettend, maar normaal zoals ieder mens. En ze lachten; in tegenstelling tot hun professionele collega’s die altijd strak – ik noem het chagrijnig – kijken. In de tweede ronde verschenen 20 andere meiden in kleurrijke kleding. Die lachten niet en een enkeling liep net zo strompelend als profs. Bij geen enkele dacht ik: daar zou ik wel eens een avondje mee uit willen gaan.

Thailand, 20 december – ’s Avonds veranderen veel voetpaden in Bangkok in marktpaden. Aan beide zijden worden stellages opgebouwd en tafels neergezet met kleding, veel kleding, horloges, cosmetica, enzovoort, afgewisseld met eettentjes. Zo ook in de wijk Huay Khwang waar mijn vriendin en ik wel eens gaan eten, als ik trek heb in een gebakken visje. Naast elkaar lopen is er niet bij; tegenliggers zijn moeilijk te ontwijken. Bij de kleding zag ik niet alleen rode kerstmutsen, maar ook rode kerstminirokjes, rode kerstbh’s en rode kerstslipjes; gemaakt van dezelfde stof als het rode pak van Santa Claus. Ben snel doorgelopen, stel je voor dat mijn vriendin…

Thailand, 19 december – Rendier Rudolph (zie FB 6 januari) is nog steeds niet gearriveerd uit het hoge Noorden. Vorig jaar stond hij voor het kantoor van Thai Life Insurance aan de Ratchadaphisek Road. Er zijn al wel dezelfde erebogen van kersttakken als vorig jaar neergezet en er staat een meer dan levensgrote mascotte van het bedrijf. Die houdt zich staande dankzij de lucht die erin wordt gepompt. Voor Citibank op de hoek van Sukhumvit en Asoke-Montri staat een kudde witte, sterk gestileerde rendiertjes en bij het Westin Grande Sukhumvit hotel staan nog kleinere diertjes, kunstig gevlochten van ijzerdraad met led-verlichting. Maar die halen het allemaal niet bij de enige, echte Rudolph.

Thailand, 18 december – De kerstman in Congo Bongo (zie FB 6 december) werd omhelsd door de eigenaresse. Ze drukte haar lijf tegen hem aan, stak haar armen onder zijn oksels en rekte hem uit. Kwam Santa eerder tot mijn borst, nu waren we bijna even lang. Uit dank begon hij te tingel-tangelen. Jingle Bells. Vijf minuten later begon hij weer en 5 minuten later weer en …. Ik zat te eten; ineens smaakte het anders zo voortreffelijke eten een stuk minder. Tussendoor klonk uit de speakers O come all ye faithful in een nogal vrij interpretatie, vriendelijk gezegd. Toen ik het restaurant verliet, had Santa zijn oude lengte weer terug.

Thailand, 17 december – Heb een kamer op de derde verdieping van het hoofdgebouw van Baan Kaew Mansion. Kamer 422, want de Engelse telling wordt hier voor de verdiepingen gebruikt. De andere bewoners van mijn verdieping zie ik zelden; zondag stond ik oog in oog met één van hen. Ik wachtte voor de lift om naar het kruideniertje beneden te gaan. De liftdeuren schoven open. Er stond een jonge vrouw in spijkershorts. Ze droeg een wasmand, gevuld met met wasgoed. Ze keek me enigszins verschrikt aan en verdween schielijk in kamer 415. Had buiten bij een van de wasmachines de was gedaan. Het was 5 uur in de ochtend en nog donker.

Thailand, 16 december – Ik ontving van een kennis een e-mail met een muzikale kerst- en nieuwjaarswens. Een mannetje, dat enige gelijkenis met Santa Claus vertoont (alhoewel hij een groene cape draagt), draait rond op een speeldoosje. Zeven keer ‘I wish you a Merry Christmas…’, de zevende keer sterft het getingel uit. Als pesterijtje vind ik de kaart geslaagd, als serieuze wens een marteling. Kennis weet waarschijnlijk niet dat in elk warenhuis in Bangkok de klanten de godganse dag worden gepijnigd met Merry Christmas, White Chrismas en Jingle Bells. En helaas moet ik daar wel eens zijn. Bijvoorbeeld om een cd met kerstliederen te kopen.

Thailand, 15 december – ‘I like Bangkok because it’s not beautiful’, zegt Lawrence Osborne, auteur van Bangkok Days, een boek dat zijn verblijf in Bangkok beschrijft temidden van ‘verdoemde’ farang. Met die uitspraak slaat hij de spijker op de kop. Op mijn kop – bij wijze van spreken dan. Want inderdaad, ik zou geen enkel stukje kunnen aanwijzen, dat dezelfde aantrekkingskracht op mij heeft als de Markt in Vlaardingen aan het eind van een zomermiddag. Wanneer het zonlicht langs de blaadjes van de lindebomen strijkt, kan ik daar in vervoering raken. In Bangkok heb ik die sensatie nooit gehad, maar hier staan ook geen lindebomen.

Thailand, 14 december – Ik kom al jaren in Baan Kaew Mansion, een eenvoudig hotelletje in Bangkok. In het begin logeerden er regelmatig toeristen. Nu zelden meer. Het hotel wordt voornamelijk bevolkt door Thais die er, net als ik nu, permanent wonen. De kokkin is daarom gestopt met het serveren van een continental breakfast van toast en ham and eggs. Een eitje wil ze nog wel bakken, maar de rest sleep ik zelf aan. Vanochtend, terwijl ik zat te ontbijten, deden twee chicks boodschappen in het kruideniertje naast de eetzaal. Beiden met slanke, sexy benen. Eén gekleed in een korte zwarte, wollen gaatjesjurk. Ik verslikte me bijna in mijn  koffie.

Thailand, 13 december – Onderaan de trap van een voetgangersbrug over de Ratchadaphisek Road zit altijd een al wat oudere man. Hij speelt melodica en slaat met zijn linkerhand op een tamboerijn. Voor wie niet weet wat een melodica is: dat is een klaviertje van twee octaven dat moet worden aangeblazen door een mondstuk. Ik ken het instrument uit mijn kinderjaren en kom het in Thailand ook soms tegen in schoolbands. Dan is het mondstuk verlengd met een slangetje. De melodica-man zal nooit een muziekconcours winnen en rijk wordt hij ook al niet van zijn optreden, want zelden zie ik mensen geld in zijn bakje gooien.

Thailand, 12 december – Bangkok Hospital is mijn ziekenhuis. Het bestaat uit enkele gebouwen en is alleen te bereiken via een wirwar van smalle straatjes. Bij binnenkomst werd ik gisteren opnieuw overweldigd door de luxe en de ruimte. Marmeren vloeren waarbij, ondanks de hoge grondprijzen in het centrum van Bangkok, niet op een paar vierkante metertjes is gekeken. Standaard worden out-patients er (in het oor) getemperatuurd, de bloeddruk wordt gemeten en je wordt gewogen. Een niet onaantrekkelijke, slanke verpleegster deed dat bij mij. Later vertelde mijn vriendin dat ze een ladyboy was. Die heeft daarvoor een veel scherper oog dan ik. Ik zou dat pas te laat hebben ontdekt.

Thailand, 11 december – Wc’s zijn verdeeld in een heren- en damestoilet. In warenhuizen hangt de dameskleding in de damesafdeling en de herenkleding in de herenafdeling. De mms was vroeger een meisjesschool. In jeugdherbergen had je jongens- en meisjesslaapzalen (spannend!).  Gemengd zwemmen was er vroeger niet bij en nog steeds verkleden jongens en meisjes zich in aparte ruimtes (ja toch?). In Bangkok heb je parkeergarages met een apart parkeerdek voor vrouwen. Bij de ingang zit een vrouw, ik denk type kenau. Die vrouw is onverbiddelijk, ook als er op de overige verdiepingen geen plaatsje meer vrij is. Of auto’s met echtparen er ook mogen parkeren, weet ik niet. Lijkt me een twijfelgeval.

Thailand, 10 december – Midden op straat lag een dode rat in een plasje bloed. Tot dan toe had ik alleen dode honden en slangetjes als verkeersslachtoffer gezien. Wat doet iemand die een dode rat op straat ziet liggen? Het beestje met de blote handen oppakken, leek me niet verstandig. In Nederland verspreiden ze de ziekte van Weil. Of ze dat in Thailand ook doen, weet ik niet. Omdat het niet mijn gewoonte is om gehandschoend op pad te gaan, verviel de hygiënische methode. Naar de zijkant van de weg schoppen met mijn blote voeten op slippers, kon ook al niet. Ik ben maar doorgelopen.

Thailand, 9 december – De Thaise tv-zenders bieden een ruime keus aan soaps. In de Thaise taal heten ze ‘stinkend water’en dat klopt wel.  Ze zijn te typeren met 2 woorden: geweld en ruzies. Emoties vieren hoogtij wanneer iemand overspel pleegt, verliefd wordt, een onbereikbare liefde najaagt of wraak neemt, ondersteund door de bijbehorende dramatische muziek. Dat alles speelt zich doorgaans af in elitemilieus: de spelers wonen in kasten van duur ingerichte villa’s en rijden in auto’s die alleen een kleine bovenlaag zich kan permitteren. Alle handelingen worden zwaar aangezet met smachtende, verwijtende of boze blikken waarop de camera langdurig inzoomt. Thaise soaps; mijn vriendin kijkt er onbewogen naar.

Thailand, 8 december – Ik was er nog nooit geweest: Sukhumvit soi 22. Had er ‘s avonds een afspraak met Gerrie uit Zeeuws Vlaanderen van wie ik verhaaltjes bewerk voor de serie ‘Dagboek van’ op thailandblog. Ik stond verbaasd over het gigantisch aantal barretjes, sommige vanaf de straat zichtbaar, andere verscholen in steegjes. De meeste waren leeg, overal zaten animeermeisjes te wachten en in sommige zaken speelden farangs poolbiljart. In Gerrie’s stamcafé geen animeermeisjes, maar een stel ouwe, dikbuikige farang mannen. De eigenaresse had kalkoensoep gemaakt. Die smaakte niet verkeerd en hij was gratis. Dat kun je van animeermeisjes niet zeggen.

Thailand, 7 december – De kerstboom in de entree van warenhuis Robinson (zie FB van 12 en 15 november) is volgehangen met knuffels van Winnie-the-Pooh. De rode kerstballen vallen erbij in het niet. Het hemelse koor van de vier geminirokte etalagepoppen is verdwenen. De treden voor de kerstboom zijn nu volgestouwd met Pooh, van groot tot klein. Er staan ook kerstboompjes, groen en zilverkleurig, de kleinste 1 decimeter hoog, en kleine rendiertjes van glitterspul. Bij ijssalon Swensen’s kun je een creditcard met een afbeelding van Pooh kopen, die 10 procent korting op de ijsjes belooft. Wat voor verstandigs zou Pooh zeggen over deze merchandising?

Thailand, 6 december – Congo Bongo heet het restaurant, want een eethuisje wil ik het niet noemen. Het serveert de California Kitchen, wat ik al net zo merkwaardig vind als de lokatie op de hoek van het straatje waar ik woon. Ik zou de zaak eerder in het centrum verwachten. ’t Is allemaal even keurig: houten tafels, houten stoelen, bestek, linnen servetten, foutloze tweetalige menukaart. Bij de ingang staan nu een zilverkleurig kerstboompje en een kerstman. Eigenlijk moet ik schrijven kerstmannetje, want hij komt amper tot mijn borst. Vind ik grappig: een kerstman met de gemiddelde lengte van een Thai. Hoe je ‘yo-ho yo-hay’ in het Thais zegt, weet ik niet.

Thailand, 5 december – Nu ik door een klein lichamelijk ongemak, waarover ik niet zal uitweiden, gekluisterd ben aan het hotel, doe ik minder ideeën op voor mijn columns. Want de verste reis die ik de afgelopen dagen maakte, was naar de begane grond en wat valt daar nu over te vertellen? Moet ik het weer over de lift hebben? Het licht viel uit en er kwam geen beweging in. Ik geef toe: een lichte paniek overviel me. Ik had al visioenen van een urenlang verblijf, omdat de liftmonteur vastzat in het verkeersinfarct Bangkok. Maar een stevig gebonk op de deur zette de lift weer in beweging. Knap hè?

Thailand, 4 december – In het hotel, waar ik woon, bevindt zich een wasserijtje. Het wordt gerund door een echtpaar: een korte, gedrongen vrouw en een ernstig kijkende man. Hun stembanden zullen niet erg slijten, want ik hoor ze zelden iets zeggen – en dat is behoorlijk on-Thais. Ze hebben een baby, of misschien moet ik schrijven peuter, want hij begint net te lopen, maar hij heeft nog wel de mollige vormen van een baby. Nooit lacht, huilt of kraait het kind. Het kijkt niet nieuwsgierig om zich heen en reageert nauwelijks wanneer anderen het aanraken. Ik denk dat het autistisch is.

Thailand, 3 december – Koopjesjagers zijn een diersoort die overal ter wereld voorkomt. Op de begane grond van warenhuis Big C Extra aan de Ratchadaphisek Road zijn in de corridor diverse eilandjes ingericht met koopjes. In één worden Lock&Lock hardplastic dozen en flessen in allerlei vormen en maten verkocht. Made in Korea, 50 procent korting. Op weekdagen verdringt het kantoorpersoneel zich er in de lunchpauze. Een stukje verder klauwen grijpgrage handen in een stapel handtassen. Doet me denken aan de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf. De meeste Thais spreken geen Engels, maar wat Sale betekent, hoef je hen niet uit te leggen.

Thailand, 2 december – Halverwege Nathong 1 is een standplaats van motortaxi’s. Een keer vroegen die mannen me hoe ik heette. Sindsdien groeten ze vriendelijk ‘Paj naj Mr Dick’ wanneer ik passeer. Als ik het hotel uitstap, waar ik woon, kijken ze vol verwachting of er wat te verdienen valt. Vinger omhoog betekent ritje, horizontaal laag armgebaar geen ritje. Een van de bestuurders rijdt me te gevaarlijk, maar als hij aan de beurt is, moet ik hem helaas nemen. Andere motortaxi’s zullen het nooit in hun hoofd halen een passagier in de straat op te pikken, want dan is het oorlog.

Thailand, 1 december – Het hoogzwangere verkoopstertje zal wel teruggegaan zijn naar haar geboortedorp. In het kruideniertje in het hotel, waar ik woon, werkt nu een vrouw die klanten maar een last schijnt te vinden. Ze zit liever in het eetzaaltje naast de winkel te kletsen met andere personeelsleden of ze is verdiept in lijsten. Want artikelen worden weliswaar gescand, maar de verkopen worden ook genoteerd op een lijst en de verkopen op die lijst moeten weer overgebracht worden op een andere lijst. Daarvoor wordt de lijst van een dag eerder gebruikt, dus zit ze eerst driftig te stuffen alvorens die in te vullen. Nogal omslachtig vind ik.

Thailand, 30 november – De lift in het hotel waar ik woon, gaat op en neer. Als ik op de begane grond instap, ga ik op; als ik op de derde verdieping instap, ga ik neer. De naam van de liftfabrikant komt me niet bekend voor. De wanden van de lift zijn bekleed met roestvrij staal of blik – van materialen heb ik duidelijk geen verstand. Soms ruikt de lift naar ontsmettingsmiddel, soms naar alcohol. Soms hangt er een wolk van parfum – bedwelmend, opwindend parfum. Dan zou ik de lift halverwege willen stopzetten. Maar zo’n knopje ontbreekt. Welke geur zou ik achterlaten?

Thailand, 29 november – Het kruideniertje in het hotel waar ik woon, is de gehele nacht geopend. ’s Nachts werkt er een jongen, ik schat een jaar of 17, maar bij leeftijden schatten in Thailand zit ik er meestal ver onder. Hij heeft een roestige stem die dringend geolied moet worden. Ik kom er wel eens in het holst van de nacht om Nescafé-sticks en sigaretten te kopen, de twee onmisbare metgezellen van een schrijvertje. De jongen zit dan altijd in het ernaast gelegen eetzaaltje tv te kijken. Ik zie er ook wel eens een stel meiden en weet nooit of ze nog zo laat op zijn of zo vroeg uit de veren zijn gekropen.

Thailand, 28 november – Ratchadaphisek soi 7, een niet erg brede straat, telt twee motorzaken: een werkplaats en een winkel. De winkel verkoopt Harley kleding en accessoires en er staan ook enkele Harleys. Altijd gedacht dat de Harley Davidson bijgezet was in het museum, maar dit zijn modern vormgegeven modellen. Bordewijk noemde auto’s ‘knorrende beesten’, deze motoren noem ik ‘grommende mastodonten’. Het zijn enorme bakbeesten, veel groter en zwaarder dan de 100 en 125cc Honda’s en Yamaha’s waarop de meeste Thais rijden. In de werkplaats wordt altijd gesleuteld aan de Kawasaki Ninja, een gifgroene, sierlijke motor. De Harley is een man, de Ninja een vrouw.

Thailand, 27 november – Twins in Sukhumvit so 23 is een morsige zaak met twee pooltafels. Ik mag er graag komen en iets spelen wat op pool lijkt want de ballen doen meestal niet wat ik wil. Onlangs, het was al wat later, waren er zowaar klanten. Het was rumoerig; de drie schaars geklede meiden aan één tafel gilden bij elke gemiste bal. Twee mannen namen plaats aan de bar. Eén had een vierkante houten kop, stierennek, stekeltjeshaar en hij droeg een gestreept Sing Sing-shirt. De ander had een Alfred Hitchcock-onderkin en een buik waarin een 50 liter biervat past. Mijn poolmaatje annex gezelschapsdame Boom [bu:m] veegde me weer van tafel.

Thailand, 26 november – De moeder van mijn vriendin heeft nu een driedubbele verzorgende taak. Behalve voor haar kleinzoon (een ongezeggelijk etterbakkie) en achterkleindochter (licht-verstandelijk gehandicapt met hysterische buien) moet ze ook voor haar oudste dochter zorgen. Die is van de ene op de andere dag eenzijdig verlamd geraakt. Lopen kan ze niet, armen en benen moeten regelmatig gemasseerd worden. Je zal toch oma zijn in Thailand, dan heb je een zwaar leven. Eerst een aantal kinderen op de wereld zetten en na een tijdje mag je voor de kinderen van je kinderen zorgen. Ik ben blij dat ik geen Thaise oma ben.

Thailand, 25 november – Op de hoek van Sukhumvit en Asoke Montri Road zat een vrouw op het trottoir. In haar hand hield ze een grote kartonnen beker. Op haar schoot lag een jochie te slapen, want het klokje van zeven uur had al lang geleden geslagen. Ze bevond zich op steenworp afstand van soi Cowboy, een straatje met veel neon, herrie, dames in bikini en mannen aan het pils. Een al even groot contrast vormde het filiaal van de Citibank op de hoek: een strakke, steriele ruimte, op dit tijdstip uitgestorven. De vrouw zat te bellen. Ja, het bedelaarsgilde gaat met zijn tijd mee.

  • Geen Trackbacks
  • Reacties (5)
    • Anton swaneveld
    • 30 november 2012 11:33pm

    Mooi verhaaltje, Dick. Komt je vriendin nog wel langs als ze niet werkt of ben je solo in Bangkok?

  1. Als ze werkt, ben ik solo, maar ze komt dan 1x per maand over. We bellen elke dag.

    • Anton swaneveld
    • 2 december 2012 1:04pm

    Mooie column weer, Mr. Dick.
    Wordt er niet af en toe gegniffeld als je zegt dat je Dick heet?
    Een oud collega van mij heet Peter Kok. Daar werd in Engelssprekende landen ook nog wel eens om gehinnikt.

  2. Ja, door sommigen wel. Soms leg ik uit dat Dick een verkorte vorm van Richard is en dat president Nixon ook wel Dick Nixon werd genoemd (overigens terecht). Maar bij die uitleg kijken mensen me glazig aan.

    • Ria van Soelen
    • 27 december 2012 10:47am

    Dick, met verbazing je stukjes gelezen. Dat jij met al jouw brains
    zo simpel kan leven. Ik denk dat ik er de zenuwen van zou krijgen.
    Kom toch gauw weer eens ‘thuis’ om de lente te beleven, om anderen
    te spreken enz. enz.
    Zus en zwager zijn het met mijn bericht natuurlijk niet eens, want
    die zitten ook ieder jaar maanden in Thailand en dat zijn voor hun
    de beste maanden in het jaar.