De hofnar

Ik ben columnist. Mijn vroege voorganger heette nar, hij leefde in de middeleeuwen en was in vaste dienst van een hof of rijke huishouding. Narren waren meestal gekken, dwergen, gebochelden en anderzins ‘komisch mismaakten’. Hun functie was vorsten, vorstinnen en hun hoven vermaken met grappen. Dankzij hun handicap konden narren de meest verschrikkelijke dingen zeggen, want het publiek nam hen toch niet serieus.
De middeleeuwse nar heeft trouwens nog oudere voorgangers. De farao’s in Egypte lieten zich al omringen door dwergen en in het antieke Griekenland verschenen ze als ongenode gast aan tafel. De Romeinen kenden ook deze zogeheten parasieten. Ze vertelden hun grappen tijdens de maaltijd, want – zo meende men – lachen was goed voor de spijsvertering.
Diverse Romeinse keizers hadden zogeheten moriones in dienst: geestelijk en/of lichamelijk abnormale dwergen, die de grillen van hun meesters of hun meesteressen – soms ook de seksuele – moesten bevredigen. Moriones waren populair omdat ze beschouwd werden als gelukbrengende mascottes. In Rome bestond zelfs een aparte slavenmarkt voor deze zotten, het Forum Morionum.
Gegevens ontleend aan De Hofnar van Peter Koedood.

  • Trackback are closed
  • Comments (0)
  1. No comments yet.