Archief vervolg 4

Inhoudsopgave
Een gevecht op leven en niet dood
Een kunstcomplex in harmonie met de natuur
Op de universiteit heerst een klimaat van angst
Het doorzettingsvermogen van Mimi Tao
Het is niet alles goud wat er blinkt
Muziek geeft leerlingen zonneschijn
Op (de kronkelige) weg naar de catwalk
Homestay: Gastvrijheid voor extra inkomen
Een afbrokkelend peperkoek huis
Jungle Aid helpt vier dorpen in de jungle

 

Hanen in gevecht

Een gevecht op leven en niet dood

Het was een gevecht tussen twee zwaargewichten: kampioen Sibmuen uit Ayutthaya en Sudsan uit Rayong. Op de tribune van Bangkok Cockpit tweeduizend toeschouwers, joelend bij een geslaagde aanval. In de vierde ronde gaf Sudsan op. Sibmuen ging naar huis met een prijzengeld van 3,3 miljoen baht. Hij krijgt een maandje rust, Sudsan’s vechtdagen zijn voorbij.

Bovenstaande zou een beschrijving kunnen zijn van een boksmatch, maar de twee vechters zijn vechthanen. Net als hun grote broers worden ze omringd met eigenaar, manager en coach. Ze hebben al tal van malen in de provincie gevochten en maten twee weken geleden hun krachten in de topwedstrijd van zeven wedstrijden.

De eigenaren hadden de maandag tevoren afgesproken dat de wedstrijd maximaal zes rondes zou duren en ze spraken af dat de eerste prijs 3,3 miljoen baht bedroeg, volgens het principe the winner takes all. De organisatie verfden de sporen van de dieren rood zodat ze niet voor de match geslepen zouden worden.

Hanengevecht arenaWant hanengevechten zijn een uiterst gereglementeerde sport. Metalen sporen zijn verboden, de eigen sporen zijn tijdens het gevecht bepleisterd, de lengte van de rondes is voorgeschreven (22 minuten), er wordt maximaal acht rondes gevochten, wanneer een haan te moe is geworden om te vechten, maakt de scheidsrechter een eind aan het gevecht, de dieren moeten even zwaar zijn en ze mogen maar eenmaal per maand vechten.

Bij hanengevechten mag legaal gegokt worden, wat bij een gevecht een maand eerder een eerste prijs van 22 miljoen baht opleverde. Maar toen vochten ook de twee beroemdste hanen tegen elkaar: Maneedeeng of Red Gem, bijgenaamd ‘Explosive leg’ en Chao Pinpetch of Noble Head Jewel, een Birmees ras, bijgenaamd ‘The Killer’.

Hanengevechten bestaan  heel lang. Ze worden al vermeld in de kroniek van koning Naresuan (1555-1605). Manager Visit van Bangkok Cockpit zegt: ‘Hanengevechten zijn deel van Thailand’s cultuur en traditie. De gevechten zijn een sport voor iedereen: van boeren tot mensen aan het koninklijke hof. Ik ben gefascineerd door de vechtmentaliteit van de hanen. Die beesten geven niet snel op.’

Het is inmiddels een populaire sport. Bangkok Cockpit ging zes jaar geleden met 2.000 zitplaatsen open. Iedere tweede zondag worden zeven wedstrijden gehouden. Het stadion was uitverkocht toen Sibmuem en Sudsan vochten. Degenen voor wie geen plaats meer was, konden de match buiten op een groot scherm volgen.

Sommige activisten beschouwen de gevechten als wreedheid tegen dieren. De discussie werd opnieuw gevoerd toen vorig jaar de Animal Welfare Act in de maak was. Een advocaat van de Thai Society for the Prevention of Cruelty to Animals: ‘We waren bang dat de hanen tijdens het gevecht gemarteld werden.’ Maar gezien de strenge regels werd besloten een uitzondering in de wet te maken voor traditionele gevechten.

En daar profiteerde verliezer Sudsan van, die levend de arena verliet en de rest van zijn leven nageslacht mag fokken. ‘Als een haan eenmaal verloren heeft, zal hij nooit meer vechten omdat het verlies een blijvend effect heeft op zijn geest. Hij zal dan altijd verliezen’, zegt promotor Bancherd van Bangkok Cockpit. (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 29 november 2015)


 

Naiipa Art Complex glazen gebouw

Een kunstcomplex in harmonie met de natuur

Het meest in het oog springende gebouw is van glas. Aan de straatkant matglas voor de noodzakelijk privacy; het houdt bovendien warmte tegen. De andere wanden zijn van spiegelend glas, waardoor het gebouw minder massaal oogt en de omgeving zich binnen lijkt voort te zetten.

We zijn in het Naiipa Art Complex in Phra Khanong (Bangkok) dat, wanneer het begin volgend jaar open gaat, bestaat uit een ruimte voor co-werk, een opname- en dansstudio, zaal voor seminars, restaurant, open-luchtgalerie en koffieshop. Wat het complex uniek maakt: Alle bomen die al op het terrein stonden, zijn gespaard en het gebruik van beton is vermeden, want daar kunnen planten slecht tegen.

Het complex is een idee van Sabhat Rakitawan, die het zonde vond de bomen die door zijn grootouders waren geplant op familiegrond aan Sukhumvit 46, te kappen. Hij rekruteerde architect Chanasit Cholasuek om zijn concept van een kunstcomplex vorm te geven: een trefpunt voor kunstenaars in harmonie met de natuur. ‘Het lijkt moeilijk om tot stand te brengen, maar het kan gedaan worden’, vertelt Chanasit.

Naiipa Art Complex 2Naiipa betekent bos, een naam die Sabhat’s moeder heeft bedacht. Het terrein staat vol met tamarinde, pink trumpet, golden shower en mango, bomen die in verschillende seizoenen tot bloei komen en vruchten leveren. ‘Als mensen mij vragen, waar ik werk, zeg ik: in het bos’, glimlacht Sabhat, die in Amerika is afgestudeerd op communication design en nieuwe media en jaren in de VS en Thailand heeft gewerkt als grafisch ontwerper.

Werken met bomen leverde de nodige problemen op. Een boomkweker was nodig om tijdens de aanleg de gevolgen voor de planten te minimaliseren. Het ontwerp moest talloze malen worden aangepast om takken en wortels te omzeilen. De voetpaden hebben een vloer van houten planken. Die vereisen weliswaar onderhoud, maar de architect wil dat ze ook moeten kunnen verweren en verbleken.

Chanasit erkent dat de ruimte die de bomen innemen de ruimte voor commerciële doeleinden verkleint en daarmee haalbaarheid en marketingpotentie. Maar hij en Sahab zeggen: ‘We geven er de voorkeur aan de natuur te laten blijven waar ze behoort. We geloven dat met juiste ontwerp, bomen het verlies aan commerciële ruimte kunnen compenseren en waarde aan het project kunnen toevoegen.’ (Bron: Bangkok Post, 7 december 2015)

Naiipa Art Complex 3

 


 

College over corruptiebestrijding

Op de universiteit heerst een klimaat van angst

Bijna dagelijks patrouilleren soldaten op de campus van de universiteit van Ubon Ratchathani, een provincie met een sterke roodhemd achterban, en nemen foto’s. Ze zijn aanwezig in collegezalen en wonen seminars bij.

Op de universiteit heerst een klimaat van angst. Kritisch denken wordt onderdrukt, docenten durven geen ‘gevoelige’ onderwerpen meer aan te snijden. ‘We maken ons zorgen over onze persoonlijke veiligheid. Er is geen garantie dat mijn leven veilig is’, zegt docent politicologie Titipol Phakdeewanich, die al in de gaten is gehouden bij minstens acht bijeenkomsten, waarbij internationale organisaties waren betrokken. [Op de foto een college over corruptiebestrijding met functionarissen van de Amerikaanse ambassade.]

Titipol is ‘een bedreiging van de nationale veiligheid’
Titipol wordt door het leger als een bedreiging van de nationale veiligheid gezien. ‘Omdat ik politicologie, democratie en mensenrechten doceer.’ Het leger is niet zozeer bezorgd over zijn invloed op studenten, maar vooral over zijn contacten met ambassades en internationale organisaties.

Titipol tijdens een bezoek van de UNDP ondersecretarisZo waren enkele legerofficieren in december vorig jaar aanwezig bij een forum over democratie en mensenrechten [waarvoor bij hoge uitzondering toestemming was verleend]. Het forum werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de EU en de ondersecretaris van het UNDP (United Nations Development Programme). Vijf man hielden Titipol  in de gaten (foto).

In augustus waren enkele officieren bij een groepsdiscussie over LGBT (lesbian, gay, bisexual en transgender) rechten, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van NGO’s en de Amerikaanse ambassade.

Titipol is al enkele malen opgeroepen, niet voor ‘attitude adjustment’, waaraan anderen blootstaan, maar om voorgelicht te worden over de werkwijze van de NCPO. In december was hij samen met collega’s en studenten op de kazerne van de 22nd Army Circle.

‘Nadat ik me had voorgesteld, zei een van de officieren: Oh, dus u bent Ajarn Boy [de bijnaam van Titipol; ajarn betekent meester]. Ik schrok omdat het erop leek alsof ik onder zijn toezicht stond. Ik zie het toezicht als een schending van de academische vrijheid. Ze beschouwen mijn activiteiten als een bedreiging van de nationale veiligheid, maar die zienswijze is problematisch omdat de definitie heel breed is. Alles wat van invloed is op de stabiliteit van de NCPO of de regering, valt eronder.’

Universiteit is geen legerkamp
Inmiddels hebben hoogleraren een eerste protest laten horen. Nadat eind oktober premier Prayut hen beschuldigd had van het stimuleren van opstandige gedachten en acties van studenten, gaven ze vier dagen later een verklaring uit, getiteld ‘Universities are not military camps’. Daarin pleiten ze voor vrijheid van meningsuiting en kritisch denken in onderwijsinstellingen. [De verklaring had in een eerder bericht als titel ‘University is not a military camp’.]

De verklaring is blijkbaar verkeerd gevallen bij de autoriteiten, want twee hoogleraren moeten zich dinsdag melden. Ze worden beschuldigd van overtreding van het samenscholingsverbod, wat kan betekenen: berechting door de krijgsraad. Ook de overige sprekers van de bijeenkomst, waarop de verklaring werd gepresenteerd, worden opgeroepen voor verhoor.

Deken Chaiyan van de faculteit politicologie, noemt de constante aanwezigheid van legerpatrouilles op de campus ‘barbaars’. ‘In plaats van over de campus te rijden kunnen ze hun tijd beter besteden aan het lezen van boeken en meditatie.’ (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 22 november 2015)


 

Mimi Tao

Hij was zes jaar monnik en nu is zij een veel gevraagd fotomodel. Maar dat ging allemaal niet van een leien dakje voor Mimi Tao (22). Wat had een openbaar toilet in Singapore daarmee te maken?

Het doorzettingsvermogen van Mimi Tao

Voor het doorzettingsvermogen van sommige mensen kan ik grote waardering hebben. Neem nu Mimi Tao (22), het Thaise transgender fotomodel van wie het gezicht door heel Azië te zien is. Geboren in een welvarend gezin in Khon Kaen, dat in 2000 aan de bedelstaf raakte toen Mimi 12 jaar was. Ze werd van de dure particuliere school afgehaald, ondergebracht in een kloosterschool en na zes maanden gewijd tot monnik.

Na zes jaar en inmiddels tot de ontdekking gekomen dat ze als vrouw door het leven wilde, besloot ze geld te gaan verdienen voor haar moeder die een fikse schuld had. Ze werkte in cabarets in Pattaya en Bangkok. Nadat ze een documentaire over het bekende fotomodel Yui had gezien, wist ze: ik wil fotomodel worden. Het lukte haar na veel zeuren Yui zover te krijgen dat ze haar de fijne kneepjes van het vak leerde.

Na drie maanden was ze er klaar voor. Lang, gebruind, met kleine borsten en een fantastische kaaklijn, dacht ze de modellenwereld wel even te kunnen veroveren. Niet dus. Modellenbureaus hadden geen belangstelling. ‘Thailand is nog niet klaar voor iemand zoals jij.’

Maar Mimi gaf niet op. New York was een brug te ver, Singapore werd het; ze had net genoeg geld om er naartoe te vliegen. Ze miste een afspraak voor een casting omdat de immigratiedienst haar twee uur vasthield want haar verschijning kwam niet overeen met de sekseaanduiding in haar paspoort.

Een van haar vriendinnen wist wel een gezin in Singapore. Mimi wachtte de hele dag op een telefoontje. Omdat haar geld op, zat er niets anders op dan de nacht door te brengen in een openbaar toilet. En toen ging haar telefoon.

Vanaf dat moment raakte haar leven in een stroomversnelling. Het vijfde modellenbureau dat ze benaderde, huurde haar voor een fotoshoot. Na haar eerst opdracht, begonnen andere bureaus belangstelling voor haar te tonen. Tegen de tijd dat ze in Thailand terugkeerde, was haar reputatie haar al vooruit gesneld.

Inmiddels is ze een veel gevraagd model. Geen enkele opdracht is haar te min, want de gezinsschuld moet nog steeds afbetaald worden. Mimi’s verhaal heeft veel mensen beroerd – ook mij. In de maak is een film over haar leven. Mimi’s volgende doel is New York. Met haar doorzettingsvermogen moet dat zeker kunnen lukken.

Tijdens de zes jaar als monnik, heeft ze geleerd wat waar geluk is. Het interesseert haar niet dat ze beroemd is en ze weet niet zeker of ze een geslachtsveranderende operatie zal laten uitvoeren. ‘Mijn prioriteit is de schuld van mijn moeder af te betalen. Als dat gebeurd is, kan ik aan iets anders denken wat me gelukkig maakt. Niemand kent de toekomst. Misschien word ik wel weer monnik. Ik denk dat dat een ideaal leven voor me was.’ (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 13 december 2015)


 

Goudmijn Pichit 2

Het is niet alles goud wat er blinkt

Heeft de goudmijnbouw toekomst in Thailand? Directeur Greg Foulis van Akara, het bedrijf dat de laatste tijd veel in het nieuws is vanwege gezondheidsproblemen van omwonenden, vindt van wel. De directeur-generaal van het Department of Primary Industries and Mines (DPIM) meent van niet en dat vindt ook milieu-activist Lertsak, zij het om een andere reden: de gevolgen voor ecosystemen en de gezondheid van bewoners.

Hoe anders was de sfeer 32 jaar geleden toen de verwachtingen hoog gespannen waren na een luchtverkenning. Buitenlandse investeerders zagen kansen, bewoners waren enthousiast over het idee dat nieuwe wegen naar hun dorpen zouden leiden.

Goudmijnbouw All that glittersMaar sinds 2012 is daarvan niets over. Investeerders staan niet meer te trappelen. De mijnbouw vereist grote oppervlaktes land; die zijn niet meer zo gemakkelijk te krijgen en de hoge grondprijzen belemmeren een rendabele exploitatie. En Thaise royalty’s behoren tot de hoogste ter wereld. Omwonenden zijn ziek; in hun bloed zijn hoge concentraties aan zware metalen gevonden.

Alleen Akara is nog actief op de grens van Pichit, Phetchabun en Phitsanulok. Ze heeft de afgelopen 14 jaar 35 miljard baht geïnvesteerd in de Chatree mijn en ze is niet van plan zich terug te trekken. Sterker nog: ze wil uitbreiden. Voor  80 rai naast de huidige locatie is een mijnvergunning aangevraagd en ze heeft aanvragen gedaan voor 107 exploratievergunningen, want de Chatree mijn is binnen zes jaar uitgeput.

Volgens het jaarverslag 2013 van het DPIM beschikt Thailand over 144 ton aan potentiële goudafzettingen, die 193,69 miljard baht waard zijn (goudprijs 2014). Overigens minder dan de goudreserves in de Filipijnen, Indonesië en Laos, zegt het DPIM. Qua exportwaarde is goud na tin het tweede belangrijkste mineraal met in 2012 een export van 4.418 ton ter waarde van 6,11 miljard baht.

Wat brengt de toekomst? In januari legde het DPIM het bedrijf stil na klachten van omwonenden over gezondheidsproblemen en de gevolgen voor het milieu. Een commissie onderzoekt de oorzaak van de klachten. En in oktober begon de National Anti-Corruption Commission een onderzoek naar vermeende corruptie. Het bedrijf zou ambtenaren hebben omgekocht om de concessies in de wacht te slepen. Voorlopig zal het bedrijf dus nog wel regelmatig in het nieuws zijn, vermoed ik zo. (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 6 december 2015)

In bijgaand kader een overzicht van de goudproductie in de wereld. Thailand staat op de 47e plaats van 56 landen.


 

Leerling van de Wat Ratchanatda school

Muziek geeft leerlingen zonneschijn

‘Zoek je de zon in het leven: zing. Want de muziek geeft zonneschijn, geeft zonneschijn, geeft zon-ne-schijn.’ Vervang in deze canon het woordje ‘zing’ door ‘speel piano’ en dan begrijp je waarom de gemeente Bangkok voor haar 438 gemeentescholen muziekinstrumenten heeft aangeschaft, waaronder piano’s.

En nou is er een vervelende man, een voormalig Democratisch parlementslid, die daarover vragen heeft gesteld. Piano’s zouden niet gebruikt worden, muziekleraren zouden ontbreken en natuurlijk noemde hij het c-woord.

Op de foto zien we een leerling van de Wat Ratchanatda school piano spelen. Wat hij speelt, kunnen we uiteraard niet horen, misschien ‘Vader Jacob’, maar dat zal wel niet want dat speel je alleen met de rechterhand. [Wie op de foto speelt, vermeldt het fotobijschrift niet.]

Karanyapat Cherdsri en Wan Promkasert zijn vijfde en zesde klassers van de Wat Ratchanatda school, een school met kinderen uit gewone milieus, waar geen geld is voor de aanschaf van een muziekinstrument. Ze zijn geen wonderkinderen op piano en keyboard, maar ze hebben toch al opgetreden: op school voor een publiek van mede-leerlingen en ouders.

Karanyapat zegt veel plezier te beleven aan het spelen op keyboard. ‘Het was werkelijk fantastisch om mijn moeder te zien glimlachen toen ik optrad.’ De knaap die woont bij zijn grootouders omdat zijn ouders elders werken, was wat blij dat zijn moeder was gekomen om hem te horen spelen.

Wan die piano speelt, is al even enthousiast over zijn optreden. ‘Het was de eerste keer dat ik op een podium voor een publiek speelde. Awesome.’ Hij vertelt dat de muziekgroep maanden heeft gerepeteerd om Jingle Bells onder de knie te krijgen.

De muzieklessen zijn bestemd voor leerlingen van klas 3 tot 6. 47 leerlingen krijgen 2 uur per week les, behalve op piano en keyboard ook op gitaar. Het repertoire bestaat uit westerse muziek; voor traditionele Thaise muziek zijn eigen muziek- en danslessen met als instrumenten xylofoon, viool en khong wong (gong).

Twee onderwijzers volgen intussen een cursus muziekdidactiek. Een van hen, afgestudeerd in Thaise muziek en in het bezit van een danscertificaat, zegt: ‘De training heeft me nieuwe inzichten gegeven in de manier waarop je muziek moet onderwijzen. De training heeft mijn horizon verlegd.’

Terug naar die zeurpiet van de parlementariër. Adjunct-gouverneur Pusadee van Bangkok, verantwoordelijk voor onderwijszaken, veegt de bezwaren van de man van tafel. ‘Muziek helpt de kinderen om hun talenten te ontwikkelen, het is goed voor hun stemming en emotionele gezondheid en voor hun discipline.’ En wie kan daar bezwaar tegen maken? Alleen een iezegrim. (Bron: Bangkok Post, 19 december 2015)


 

JiWon 2

Op (de kronkelige) weg naar de catwalk

Bangkok is de springplank naar een aantrekkelijker en beter betaalde job als model in Europa en de VS. Maar de sluiproute is niet geheel zonder risico. Buitenlandse modellen worden onderbetaald, ze zijn vaak minderjarig, ze komen misschien in de prostitutie terecht, ze hebben niet allemaal een werkvergunning en ze betalen geen belasting.

Toen de Zuid-Koreaanse Jiwon (19) het Zuid-Afrikaanse supermodel Candice Swanepoel op de tv zag, voelde ze een adrenaline stoot. ‘Dat was het moment waarop ik wist wat ik later wilde worden.’ Begin dit jaar, na haar portfolio op internet te hebben gezet, en modellenbureaus in Londen, Parijs en Milaan te hebben bestookt met emails, werd ze gerekruteerd door een bureau in Londen.

Haar eerste job was een bruidsshow in Milaan. Een maand geleden kwam ze naar Thailand. Over twee maanden vertrekt ze weer. Waarheen weet ze nog niet. ‘Parijs of Londen. Het is meestal een last-minute ding. Ik hoop eens te kunnen lopen voor Victoria’s Secret.’

Model JiWonBegin december trok het Department of Employment aan de bel. Het herinnert de sector eraan dat de modellen een non-immigrant visum dienen te hebben, niet een toeristen- of transitvisum voordat ze een werkvergunning kunnen aanvragen. Werken ze illegaal, dan kunnen ze vijf jaar achter de tralies verdwijnen of krijgen ze een fikse boete. Ook de werkgever is strafbaar. Maar de controle is laks, zoals vaak het geval is in Thailand bij misstanden.

De Thai Modelling Industry and Agencies Association, die tien modellenbureaus vertegenwoordigt, is een campagne begonnen onder de titel ‘Stop using illegal and underage foreign models to combat human trafficking in Thailand’. Edward Kitti, oprichter van de vereniging, legt uit dat de campagne tot doel heeft de modellen te beschermen. Als ze een werkvergunning hebben, kunnen ze een klacht indienen bij het ministerie wanneer ze uitgebuit worden.

Kitti: ‘De modellensector kende lange tijd geen regels. Werkgevers hebben altijd misbruik van modellen gemaakt. Bovendien, acteurs, artiesten en entertainers betalen belasting, dus waarom modellen niet?’ Kitti zegt met de betrokken overheidsdiensten te overleggen over versnelling van het verlenen van een werkvergunning en hij dringt aan op sociale belastingvoordelen.

IraIra (25) uit de Oekraïne is sinds haar achttiende model. Na in enkele Chinese steden te hebben gewerkt, kwam ze achttien maanden geleden in het kielzog van haar vriend naar Thailand. Thailand omdat het leven hier goedkoper is dan in de Oekraïne en er meer mogelijkheden zijn om geld te verdienen.

Per opdracht krijgt ze 50 procent van het honorarium, 10 procent is voor het moederbureau, 5 procent voor de scout en de rest voor het modellenbureau. Voordat ze de catwalk betreedt, vertelt ze, heeft ze acht uur besteed aan make-up, kleding passen en repeteren. De hele dag werk levert 5.000 tot 8.000 baht op.

Alhoewel Bangkok een modestad wil worden, worden modellen als Ira feitelijk onderbetaald. Alleen internationaal bekende gezichten krijgen het volle pond. Vergeleken met Singapore, Hong Kong en Shanghai is Bangkok niet meer dan een tussenstation in de carrière van een model, waarin ze haar portfolio kan opbouwen. De top loopt in Milaan, Londen, Parijs en New York.

Het Thaise supermodel Mali Coates (24) is al tien jaar model. ‘Ik ben Thai en woon in Thailand dus toen ik jong was, ging mijn moeder altijd mee naar mijn werk.’ Het jongste model dat ze ooit heeft gezien, was 13. ‘Ik denk dat ze naar Thailand was gebracht om hier te werken. Ik denk niet dat ze uit zichzelf kwam.’

Amy van Evrika Modelling zegt dat haar bureau alleen voor vrouwen bemiddelt, want de mannen zijn moeilijker in bedwang te houden. ‘Als ik zeg dat modellen nooit drugs gebruiken, lieg ik. We verbieden ze anderen naar hun kamer mee te nemen, maar we kunnen er niet de hele tijd bij zijn. In Bangkok houden mannen met geld ervan met modellen af te spreken. De jonge modellen komen op dezelfde plaatsen als deze mannen. We verbieden geen afspraakjes maar ze mogen niet uit onze appartementen verhuizen.’

De modellen die voor Evrika werken, komen voor het grootste deel uit Rusland en de Oekraïne, de overigen komen uit Wit-Rusland en Polen. Amy: ‘We hebben goede relaties met drie bureaus in Rusland. We halen modellen uit Rusland omdat dat het enige land is met de looks die we willen. Klanten geven de voorkeur aan gezichten die niet te bony zijn en ze hebben geen sproeten. Ze willen ook niet hetzelfde gezicht te lang gebruiken. Wij kunnen vaker nieuwe gezichten leveren, wat goed voor de business is.’

Bovendien zijn ze goedkoop: ‘Europese modellen accepteren geen vergoeding van 7.000 baht voor een show of 4.000 baht voor een fotoshoot. Ze werken het liefst voor bekende modemerken en doen geen catalogi zoals Thaise modellen doen.’  (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 6 december 2015)

Uit kort nieuws van 2 december
Buitenlandse modellen
Deze beauties hebben een werkvergunning en dat demonstreerden ze gisteren op een persconferentie in het ministerie van Werkgelegenheid.

Maar dat geldt niet voor de helft van de circa vijfhonderd modellen die jaarlijks Thailand bezoeken. Niet alleen werken ze hier illegaal, maar ze betalen ook geen belasting. [Foei, dames!] In sommige gevallen zou sprake kunnen zijn van mensenhandel en minderjarige modellen. Het ministerie en de Thai Modelling Industry and Agencies Association gaan er gezamenlijk wat aan doen.

De modellen komen uit Brazilië, Rusland, Oekraïne, Europa en de VS. Geen werkvergunning en gepakt worden betekent een maximum gevangenisstraf van 5 jaar en/of een boete van tussen de 2.000 en 100.000 baht. De werkgever riskeert een boete van 10.000 tot 100.000 baht per model.

 


 

Ban Mai Chai Klong Homestay

Homestay: Gastvrijheid voor extra inkomen

De Engelse term is homestay, een Nederlands equivalent bestaat niet want het (ouderwetse?) woord pension dekt de lading niet. De gasten slapen niet alleen in de privéwoning van de gastheer, maar ze maken ook kennis met lokale gebruiken, middelen van bestaan, de natuur enzovoort.

Voor boeren die qua inkomen afhankelijk zijn van landbouwproducten zoals rubber en/of palmpitten, waarvan de prijs dramatisch is gezakt,  betekent het een uitweg uit de armoede, want gemiddeld valt er 15.000 tot 20.000 baht per maand mee te verdienen.

Zegt Somchok Panthurat, een visserman in Bang Son (Chumphon) die de gok waagde en in 2011 de homestay Ban Mai Chai Klong opende. Ervaring had hij niet, de eerste gasten waren vrienden van zijn zuster. Mondreclame maakte de homestay bekend en nu heeft hij gemiddeld tien bezoeken per maand en een gezond aantal boekingen tot februari.

Vorig jaar bouwde Somchok drie houten  bungalows die uitzicht bieden op een kanaal en een mangrovebos. Alhoewel ze geen air-conditioners hebben, zorgt een doorgaans fris windje voor de hoognodige verkoeling. Een overnachting kost slechts 700 baht, inclusief drie maaltijden met abalone, vis en ander vers zeebanket.

Op de foto is te zien hoe er gegeten wordt. De tafels, zegt het artikel, hebben gaten [maar die zie ik niet] waardoor de gasten de vissen kunnen voeren met de etensrestjes. Behalve de vissen voeren [en in dit geval niet zeeziek hangend over de railing] zijn snorkelen en varen met een kayak om het mangrovebos te zien populaire bezigheden.

Inmiddels hebben zo’n dertig gezinnen in drie buurdorpen Somchok’s voorbeeld gevolgd. Niet van de ene op de andere dag want de meeste vissers blijven liever hun vertrouwde leventje leiden van overdag vissen en ’s avonds terugkeren naar  huis. Maar het is hem gelukt hen duidelijk te maken wat een homestay is en hoe dat inkomen kan opleveren.

Daarnaast probeert Somchok hen te betrekken bij bescherming van het mangrove bos en de visstand. ‘De locals dienen bewust te zijn van de natuur en haar waarde en ervan te houden’, zegt Somchok. (Bron: Bangkok Post, 5 januari)


 

Gingerbread house Thonburi

Aan de oever van de Chao Phraya staat een vervallen houten gingerbread huis, in de negentiende eeuw de residentie van een gefortuneerde familie. De huidige eigenaresse hoopt dat het gerestaureerd gaat worden, zodat het blijft bestaan als cultureel erfgoed.

Een afbrokkelend peperkoek huis

Ze heten gingerbread (peperkoek) huizen. Er zijn er nog maar weinig van over, want ze duur in onderhoud. Op de oever van Chao Phraya rivier in de Kudeejeen wijk (Thonburi), een wijk in de achttiende eeuw gebouwd door katholieke geestelijken en Portugese immigranten, staat het zwaar vervallen ‘blue house’, zoals de plaatselijke bevolking het peperkoek huis noemt, alhoewel de blauwe verf al lang is afgebladderd. De eigenaresse, een 85-jarige alleenstaande vrouw, hoopt dat het ooit wordt gerenoveerd, zodat het blijft bestaan als ‘nationale schat’.

‘De unieke karakteristiek van het gingerbread huis is het decoratieve en ingewikkelde lijstwerk, dat een groot vakmanschap vereist. Het is een imitatie van het schattige met een suikerlaag bedekte peperkoek huisje uit het sprookje Hans en Grietje’, zegt  Suphawadee Ratamart, docent architectuur aan het King Mongkut’s Institute of Technology Ladkrabang.

Tijdens het bewind van koning Rama V bouwden families uit de hogere standen de huizen in de Amerikaanse archituurstijl die daar in de negentiende eeuw populair waren. In later jaren taande de belangstelling, toen mensen bezuinigden op bouwkosten, en onnodige houtversieringen werden verwijderd.

Het blauwe huis, dat oorspronkelijk Windsor House heette, werd gebouwd door Louis Windsor, de eigenaar van de luxueuze Windsor Store. Het staat in het centrum van de Kudeejeen wijk en biedt uitzicht op de rivier en Wat Arun, beter bekend als de Temple of the Dawn. Kenmerkende elementen zijn de roosters voor de ramen, luiken en decoratieve puntgevel.

In de afgelopen negentig jaar is het huis gebruikt als familiewoning, opslagruimte en in de Tweede Wereldoorlog een onderkomen voor expats. Dertig jaar geleden erfde de huidige eigenaresse, Somsook Jutayothin,  het van haar moeder en sloot het af. Recent liet ze er enkele daklozen in wonen.

Somsook runt een kindergarten, waarin ze ook woont, die op zijn hoogtepunt zestig leerlingen telde. Maar sinds een middelbare school in de buurt een kindergarten heeft geopend, is het aantal teruggelopen naar zeven. De afgelopen 10 jaar heeft ze geprobeerd hulp te krijgen voor de restauratie, want zelf kan ze de kosten niet opbrengen.

Het Fine Arts Department heeft het huis een beschermde status verleend op basis van de Historical Sites Protection Act, maar de Thaise Monumentenzorg is nog niet met de restauratie begonnen omdat ze andere prioriteiten heeft. Het huis is ook erkend door de Association of Siamese Architects, toen de vereniging zes jaar geleden een studie deed naar conservering van cultureel erfgoed langs de rivier.

De eigenaresse is er al jaren lang niet geweest, want ze is moeilijk ter been. En, wie weet, misschien is het ook wel goed dat ze er niet komt, want sommige mensen vragen zich af of er een geest rondwaart in het huis. Misschien de boze heks uit Hans en Grietje?  (Bron: Spectrum, Bangkok Post, 17 januari 2015)

Klik hier voor een filmpje waarin de eigenaresse over het huis vertelt, met beelden van de vervallen toestand.

Gingerbread house, links fretwork

 


 

Jungle aid lachende kinderen

Jungle Aid helpt vier dorpen in de jungle

21 januari – Driewerf Hoera voor de vrijwilligers van Jungle Aid en voor de Nederlandse arts Gerard Smit. Eenmaal per maand offeren ze hun vrije tijd op om vier dorpen in de jungle van Prachuap Khiri Khan aan de grens met Myanmar te bezoeken. Ze verlenen medische hulp en verrichten opbouwwerk.

Verslaggeefster Melalin Mahavongtrakul doet in Bangkok Post verslag van hun bezoek aan Pa La U Noi, een dorp met tweehonderd etnische Karen. Voor stadsbewoners die comfort zijn gewend, is het moeilijk zich een voorstelling te maken van het leven in de jungle, schrijft ze. Elektriciteit en leidingwater ontbreken, de bewoners wassen zich in de kreek die door het dorp loopt, ze doen hun behoefte in het bos, en steken olielampen en kaarsen aan wanneer het donker wordt.

De vrijwilligers, Thai en buitenlanders, blijven een halve dag in het dorp. Aan het eind van het bezoek delen ze de gedoneerde goederen uit, meestal kleding en babyvoeding. Normee (25) maakt dankbaar gebruik van de uitgedeelde melkpoeder, want ze kan geen melk produceren. Vermoedelijk te wijten aan ondervoeding. Slechts een handjevol kinderen wordt gevoed met gecondenseerde melk aangelengd met water, niet de meeste gezonde voeding maar beter is er niet.

Jungle Aid Gerard Smit aan het werkDe Nederlander Gerard Smit (70), arts in ruste, ontfermt zich over twintig patiënten: van peuters tot ouden van dagen. Ze hebben symptomen die het gevolg zijn van slecht sanitair en voeding. Het ontbreken van geboortebeperking en (pre)natale zorg is een toenemend probleem, zegt Smit.

‘De zwangerschap van jonge vrouwen is zorgelijk. Er zijn veel meisjes die zelfs voor hun menstruatie begint, zwanger raken. Het is echt belangrijk dat ze er iets aan doen, en dat geldt voor zowel mannen als vrouwen.’ De stichting deelt daarom condooms uit en de pil, en probeert andere alternatieve methodes te stimuleren om de bevolking te beperken.

Voor Normee komen die te laat, want ze heeft zeven kinderen. De oudste is 11, de jongste een paar maanden. Het gezin woont in een houten hut met muren die niet afgemaakt zijn, en een zinken dak. Haar echtgenoot werkt in de bouw. ‘Het is ’s nachts behoorlijk fris’, zegt Normee.

Meer kunnen we niet doen
De vier dorpen die door Jungle Aid worden geholpen, zijn niet uniek. Langs de gehele grens van Thailand zijn veel afgelegen dorpen, waar het leven lijkt op dat in het bezochte dorp. Maar meer kan de stichting niet doen. ‘Andere dorpen hebben om hulp gevraagd, maar we lopen al op onze tenen. We hebben meer vrijwilligers nodig’, zegt oprichter Emma Neve.

De stichting onderhoudt nu direct contact met dorpsleiders om waar nodig hulp te bieden. Zoals die keer toen ze stuitten op een 85-jarige vrouw die haar heup had gebroken en vijf weken op de vloer had gelegen omdat ze niet kon opstaan. Ze had geen Thaise ID-kaart en kon de operatiekosten van 50.000 baht niet betalen. Neve zag kans voldoende geld in te zamelen van familie en vrienden om de operatie te betalen. Na twee weken in het ziekenhuis was ze terug en kon ze met behulp van een looprek weer rondscharrelen.

Verslaggeefster Melalin noemt haar bezoek aan het dorp een gedenkwaardige ervaring. De kinderen lachen als het meegebrachte speelgoed wordt uitgedeeld en de moeders met een baby op hun heup zoeken de meegebrachte kleding uit. Keith Ibbertson, leider van het opbouwteam: ‘We genieten allemaal wanneer ze glimlachen. Het is bevredigend om deze mensen te helpen. Velen zouden anders geen hulp krijgen.’

Keith is al drie jaar bij Jungle Aid. Hij bezocht Pa La U Noi vijf keer en constateert dat de levensomstandigheden van de dorpelingen in de loop der jaren zijn verbeterd. Hun bezittingen nemen toe en er zijn geen tekenen die wijzen op ernstige ziektes. Het aantal patiënten daalt, maar hygiëne blijft een terugkerend probleem. De stichting wil daarom bijeenkomsten organiseren om de persoonlijke en milieuhygiëne te verbeteren.

‘Alles hangt met alles samen’, zegt Keith. ‘Wanneer de mensen gezond zijn, kunnen ze werken, meer verdienen en zijn ze in staat hun kinderen naar school te sturen. De volgende generatie is dan gezonder en welvarender dan de vorige.’ (Bron: Bangkok Post, 19 januari 2015)

Meer over Jungle Aid en een promo filmpje op de website http://www.jungleaid.org/.

Comment are closed.